Vanmorgen, een Instagram bericht van Kukuru van Giel Beelen over het verschil tussen geloof en spiritualiteit, met deze zin als afsluiter. Laat hem even goed tot je doordringen en denk dan aan reacties die je zelf geeft, maakt niet uit op welk front of onderwerp.
Deze is raak. Deze veroorzaakt ruzies, op kleine schaal en oorlogen, op grotere schaal. Het is een zin die je eigenlijk op moet schrijven en bij je moet houden, als een ijkpunt. Iets om jezelf af te vragen als je voor je echt nadenkt je mond opentrekt. De meeste dingen gaan niet om waarheid (die toch niet bestaat), of om wat beter is voor anderen. De meeste dingen gaan om ego, om wat het beste past in jouw zienswijze. En gaan daarmee over het proberen te overtuigen van de ander.
De intentie is niet direct verkeerd, meestal niet tenminste. De intentie kan bescherming zijn, een gevoel dat de ander een verkeerde keuze maakt, maar het mooie van ons hele leven is juist dat iedereen zoekt naar de beste oplossing of het beste antwoord voor de eigen te leren lessen. En het antwoord van die ander is niet gelijk aan het antwoord dat je zelf zoekt of zocht. Als we allemaal hetzelfde zouden denken zouden we vervallen tot een saaie, kleurloze grijze massa. Dan kan niemand bloeien, niemand groeien. De verschillen zijn juist zo mooi. De verschillen maken de wereld interessant. Kleurrijk.
Weet je wat eigenlijk zo apart is, dat sommige wereldleiders het communisme verfoeien en tegelijk eigenlijk zelf het hardst lijken te neigen naar die grijze massa, met zichzelf als lichtend voorbeeld daarbovenuit stekend, dat dan weer wel. Zij zien het, zij weten het, zij zullen het de rest wel even vertellen. Zij zullen wel even hun gelijk halen. Hun ego schreeuwt over de rug van de massa. En de massa gaat erin mee. Niet gelovend in hun eigen waarheid, maar die aan de kant schuivend voor de ander.
‘Als we niet oppassen zoeken we allemaal naar een manier om gelijk te krijgen.’ En vergeten we in ons eigen coconnetje dat onze waarheid niet gelijkstaat aan dé waarheid. Willen we slechts het gelijk aan onze kant hebben. Ik ga hem opschrijven, en proberen deze mee te nemen in keuzes die ertoe doen. Om mezelf te toetsen. Want ik hoef niet te overtuigen, ik probeer slechts iemand na te laten denken en diegene vervolgens de eigen mening te laten vormen. En dat iets heel iets anders.
Gisteren las ik een update van iemand die ik al jaren volg, een mede chronisch zieke. Andere aandoening, herkenbare symptomen, op heel veel vlakken. De woorden vlogen uit mijn digitale pen, zonder nadenken.
Het besef dat ik ontzettend veel geluk heb gehad overspoelt me, want al heb ik best heel pittige jaren achter de rug, fysiek gezien, ik mocht en mag nu ervaren hoe het is om weer te leven in de echte wereld. Je vergeet, je vergeet hoe het écht was. Gelukkig maar, misschien. Ik moet er serieus niet aan denken weer de hele dagen plat te liggen. Van gekkigheid niet te weten wat ik moet doen om mijn lijf even niet te voelen. Zo was het, dat weet ik, ik kan het teruglezen in mijn eerdere boeken. Soms zat ik heen en weer wiegend in het hoekje van de bank, mijn armen strak om mijn benen geslagen in de hoop dat de pijn die mijn lijf teisterde weg zou trekken. De bliksemschichten die door mijn benen en rug trokken waren hels. Waren, dat lees je goed.
Ze zijn niet weg. De pijn is niet weg. De beperkingen zijn niet weg. Dat denken mensen soms, als ze me zien lopen door de straat met Lewis. Ik ben nog steeds een morfine junk (al geeft junk een verkeerde indruk, want ik weet heel goed hoe ik met deze zware medicijnen om moet gaan). Ik gebruik nog steeds een flinke lading pillen, maar het is hanteerbaar. Ik gebruik zelden meer dan mijn standaard basis. Mijn benen worden sterker, kleine oefeningen, niet te veel en zeker niet te vaak, hebben eindelijk vat gekregen op mijn lijf. Mijn benen krijgen weer een beetje vorm, in mijn armen is duidelijk het begin te zien van spieren. Winst, pure winst. Hard werken, volhouden, grenzen proberen te bewaken, de stem in mijn hoofd tot rust brengen (dat stemmetje in je hoofd is je ergste vijand), geloven in mezelf, vertrouwen op een positieve uitkomst. Het werkt, het helpt.
Het is hard werken, ik lees veel, ik leer veel. Over het zenuwstelsel, over hoe lichaam en geest één zijn en ik dat vervelende lichaam losgekoppeld heb van mijn hoofd, om maar niet te voelen, terwijl dat voelen juist zo belangrijk is. Over hoe je grenzen bewaken verder gaat dan slechts letten op wat je kunt. Over hoe een simpel woordje van drie letters zoveel betekent. Pleasen was en is mij niet vreemd. Over hoe sommige mensen, hoe lief ze je ook zijn, geen goed doen in je leven en over hoe je daar dan echt andere mensen voor terugkrijgt, al zijn het er misschien minder. Over hoe je van jezelf moet houden, in de spiegel moet leren durven kijken, open en eerlijk, zonder oordelen. Wat jouw reactie op anderen eigenlijk zegt over jezelf.
Ik durf steeds meer en steeds vaker echt mezelf te zijn, mezelf te laten zien. We leren in deze maatschappij van alles over hoe men denkt dat de wereld werkt, maar we leren niets over dat wat echt belangrijk is, onze eigen binnenwereld. Die vermijden we liever, wat zich uiteindelijk ergens wreekt. Dat geloof ik echt, omdat ik het vóel.
Als je dit soort dingen uitspreekt denken mensen a) dat je gek bent, b) dat je een zweefteef bent (ben ík ook) en c) dat je daarmee dus genezen bent. Dat laatste ben ik niet. Ik leef nog steeds met de nodige beperkingen, veel meer dan een gemiddeld mens. Het heeft geen zin ze te benoemen, ik moet ermee dealen, maar het is best lastig soms, als mensen vergeten. Tegelijk is constant de aandacht erop richten gewoon niet goed. Ik probeer ervan te leren, waar ging ik over de grens, hoe kan ik het de volgende keer voorkomen en vooral was het me de achteraf pijn waard. Hoeveel dagen herstel gun ik mezelf? Wanneer is het teveel, dan doe ik het niet weer (of probeer dat tenminste, want met het meer kunnen is het meer willen ook weer wakker geworden).
Dit stukje ging een hele andere kant op dan ik bedacht had, zo werkt dat vaak met schrijven. Maar misschien maar goed ook. Ook ik heb, net als de schrijfster waar ik over begon, tien jaar gemist. Tien jaar gingen aan mij voorbij, liggend, hopend, wachtend. Tien jaar die ik blijkbaar nodig had, die mijn lijf nodig had. Om enigszins te herstellen, om de overbelasting van me af te schudden, om mijn zenuwstelsel te helpen resetten, om te leren wat het verschil is tussen overleven en leven.
Een lang verhaal voor een kort gedicht, dat eigenlijk spreekt voor zichzelf…
Ps twee dingen, ik heb gelukkig nooit in een donkere, stille kamer hoeven liggen, dat is mij bespaard gebleven en daar ben ik dankbaar voor. Dat is voor de mensen die wel in die situatie verkeren, ik steek ze een hart onder de riem, hoop ik. En als je nieuwsgierig bent naar hoe ik de weg omhoog vond, lees dan mijn boek ‘een ander perspectief’, nu verkrijgbaar via http://www.eenanderperspectief.nl of een berichtje aan mij (het kost 17,50 ex verzenden).
Soms lees ik het toch. Soms reageer ik toch. Soms schiet ik in de verdediging, weer, alsof ik tien jaar teruggegooid word in de tijd. En soms word ik boos. En verdrietig. Als iemand weer ongenuanceerd iets roept in de media.
Natuurlijk gaat dit over het UWV, het bureaucratische monster dat we zelf gecreëerd hebben door steeds opnieuw regeltjes toe te voegen. Omdat we mensen niet bleken te kunnen vertrouwen, werkgevers waren het volgens mij, die het vangnet misbruikten om hun oudere werknemers te lozen. Van daaruit ging het mis, wantrouwen sloop erin en sloop steeds een regeltje verder. Tot niemand het meer snapte, de werkgevers niet, de werknemers niet en het instituut zelf ook niet. Resultaat, een falende organisatie die langzaam explodeert. Of implodeert, het is maar hoe je het ziet.
Ik zie een video verschijnen waarin mevrouw van Gaal haar mening meent te moeten delen over een mogelijke oplossing. Bied de zieke medemens een keuze, 1200 Euro per maand, een basis, geen gemiep met de bestaande toeslagen, geen inleveren als je verdient, mogelijkheden opbouwen en dan na twee jaar hoppetee aan het werk en geen gezeur meer. Probleem opgelost. Makkelijk toch?
Was het maar zo’n feest. Wist je maar van te voren hoelang iemand ‘ziek’ blijft. Ik had het aanbod waarschijnlijk aangenomen ooit. Had immers nooit verwacht dat dit proces zo lang zou duren en mijn gezondheid me zo ver in de steek zou laten.
Wat als mensen toch niet in staat zijn tot arbeid na die twee jaar? Er zullen vast mensen zijn voor wie dit een oplossing zou zijn, maar bij wie al twee jaar ziek thuis zit is meestal meer aan de hand. En geloof mij, zo makkelijk is het UWV niet. Om nog maar te zwijgen over het schijntje waarmee ze mensen af wil kopen. Het minimum is genoeg, had je maar niet ziek moeten worden. Dat minimum wat zij voorstelt is overigens vaak meer dan veel mensen krijgen, omdat ze al min of meer door het UWV gedwongen werden parttime te gaan werken, omdat ze fulltime simpelweg niet volhielden.
Nog steeds gaan mensen ervan uit dat zieke mensen gewoon lui zijn. Dat ze niet willen. Ik zou er wat voor geven gewoon gezond te zijn. Dat zeg ik, tien jaar terug in de tijd ga ik. Weer de neiging mezelf te verontschuldigen voor het feit dat ik zo weinig presteer. Weer de neiging mezelf te moeten verdedigen.
Leer nou eens uitgaan van vertrouwen in plaats van dat wantrouwen. Verander de maatschappij, want die maakt mensen ziek, letterlijk. Zet in op preventie. Op gezonde voeding. Leer kinderen geloven in zichzelf en laat ze ontdekken in plaats van alles af te timmeren in hokjes en kadertjes. En accepteer dat er altijd mensen zullen zijn die misbruik maken van het systeem (in deze samenleving zoeken ze dikbetaald en volledig geoorloofd de lijntjes van de wet en de belastingdienst). Weet dat die mensen het geluk in zichzelf niet zullen vinden. Laat gaan.
Vertrouw de rest, geef ze kansen, laat ze mogelijkheden zien in plaats van ze te verdrinken in onmogelijke bureaucratische rompslomp. Dat scheelt pas een hoop geld. Geef de mensen die het vangnet nodig hebben minder stress, niet al dat bureaucratische gezeik, de artsen die oordelen zonder echt te weten. Gewoon op het blote oog. Als die mensen weer kunnen, wijs ze hun weg, help dan. Geloof mij, dat is uiteindelijk beter voor iedereen.
Ik heb niet zoveel met de dagen waarop iemand stierf, ik herinner me liever de dagen dat ze er waren. Momenten samen, stemmen, gezichten. Een lach, als een foto in mijn hart, zo voelt het. Ik kijk vaak naar de lucht, op zoek naar een teken, dat het bewustzijn voorleeft als de dood ons inhaalt. Soms vind ik het, vaker niet, maar ieder moment van denken aan is als een groet. Een omhelzing uit de hemel.
Ik heb niet zoveel met de dagen van de dood, en toch blijven ze je bij. Sommigen meer dan anderen. Gisteren is het alweer een jaar geleden dat mijn vriendin stierf. Een jaar, voorbij gevlogen. Er ging geen dag voorbij zonder dat ik even aan haar dacht, even naar de lucht keek, haar even groette. Meer contact na de dood dan in het laatste jaar van haar leven. Wat zegt dat? Niets. Liefde is en liefde blijft. Met of zonder contact. Jemig wat vliegt de tijd.
En dan vandaag. Alweer 11 jaar geleden dat ze in dat vliegtuig stapten. Ik vraag me soms af hoe dat ging, hoe die laatste bewuste minuten gevoeld moeten hebben als een eeuwigheid. Tijd is relatief. Gemis ook, geen regels, geen woorden, alleen gevoel.
En dus, ook al heb ik er niks mee, met die datum van verlies, ik sta er toch bij stil. Even zijn ze er weer, even lig ik weer bij Rob op de bank, onder het apparaat dat me mijn spierkracht hielp behouden. Ik in de ene kamer, mijn vriendin in de kamer ernaast. Onze vriendschap bestond nog niet, al was er op precies dat moment zijn conclusie, jullie zijn zo verschillend, maar ook zo hetzelfde. Ons eerste echte gesprek was daar, nog gescheiden door een muur van wederzijds onbegrip, dat langzaam vervaagde en opgevolgd werd door een vreemd soort verstandhouding. Een vriendschap, twee personen zo verschillend, maar ook zo gelijk.
tijd verstrijkt onverbiddelijk blijft ze gaan
soms kruipt ze om vervolgens op de vlucht te slaan
en dan ineens volkomen onverwacht volledig stil te blijven staan
Een column, een brief. Een missie, een oproep. Een schrijven vol hoop in een wereld vol chaos.
Een brief aan een land, een samenleving. Een brief aan jou, mens met een sociaal geweten en een open hart.
Ik schrijf je, als iemand die aan de zijlijn leeft, en tegelijk vol in het leven staat. Als burger, als moeder, als mens met een kwetsbaar lichaam, maar met een scherpe geest. Als iemand die al jaren kijkt, voelt, luistert en die steeds vaker denkt: waar zijn we in vredesnaam mee bezig?
Ik zie mensen die leven in angst, voor oorlog en migratie, voor klimaat en bestaanszekerheid. Angst voor het leven zelf zelfs, soms. Angst voor verantwoordelijkheid, voor het nemen daarvan. Angst voor elkaar. Angst voor regels en angst voor het uitpakken van die regels. Angst voor controle en angst voor vrijheid.
Vrijheid is niet makkelijk, vrijheid vraagt om lef. Vrijheid vereist zelf nadenken, zelf voelen, zelf kiezen. En dat zie ik verdwijnen onder een deken van regels, van formulieren, van meldcodes en van toezicht, van normen en van systemen. Van hokjes, waar geen ontkomen meer aan is.
In onze drang iedereen te beschermen lijken we te zijn vergeten dat vrijheid ook bescherming verdient. Dat veiligheid geen kooi moet zijn maar een springplank. Een springplank naar vertrouwen.
Ik zie een overheid die zo bang is voor misbruik dat ze gebruik tegenwerkt. Ik zie en hoor burgers die zich niet gehoord voelen en om het hardste schreeuwen. Of afhaken, of buigen voor stemmen die zaken zo ongecompliceerd voorstellen, maar zo verdeeld maken.
Ik zie linkse partijen (daar waar mijn hoop nog steeds ligt) worstelen met hun eigen gelijk. Te beleidsmatig, te ingewikkeld, te ver af van wat mensen écht voelen, onmacht. Ze verliezen hun grip op de wereld.
Mijn zorgen komen voort uit hoop, want ik geloof nog altijd dat we iets kunnen veranderen. Ik geloof in een samenleving waarin de overheid naast mensen staat en niet erboven. Ik geloof in een samenleving waarin vrijheid geen privilege is maar een voorwaarde voor persoonlijke groei. Waarin veiligheid geen excuus is om te controleren maar een reden om te vertrouwen. En waarin mensen gestimuleerd worden om zélf na te denken, te voelen en te doen. Met steun, maar zonder ze te betuttelen.
Ik vraag jullie, durven jullie nog te dromen? Niet in abstracte beleidsnota’s maar in gewone mensentaal? In gedeelde verhalen waarin mensen zichzelf herkennen? Als meer dan slechts een doelgroep of een kiezersprofiel?
Als je echt wilt verbinden dan moet je durven luisteren met je hart. Durven spreken met moed. Niet controleren maar mensen verleiden tot het nemen van hun verantwoordelijkheid. Niet polariseren maar ruimte maken voor twijfels, voor de dialoog.
Ik zoek geen leiders die alles weten, ik zoek vertegenwoordigers die durven zoeken. Die toe durven te geven dat ze het zelf ook niet weten. Maar die wel kiezen voor vertrouwen, dat we er samen uit kunnen komen. Die kiezen voor perspectieven, voor mogelijkheden en niet de schuld bij anderen leggen. Die kiezen voor een land waarin vrijheid en zorg geen tegenstelling zijn, maar elkaar in evenwicht houden.
Ik ben een kleine stem, maar veel kleine stemmen kunnen samen een storm vormen.
Dit is mijn stem en ik hoop dat die gehoord wordt!
Het waren een paar geweldige dagen, in ieder opzicht. Geweldig trots, geweldige inzichten, geweldig nieuws en geweldig moe, dat ook. Nu merk ik dat ik niet gezond ben, dat ik niet de energie heb die menig ander heeft, maar dat mag de pret niet drukken.
Jeetje, waar te beginnen?
Bij maandag dan maar.
Maandag had ik een afspraak bij 2Kerr, een proefrit met de nieuwe Genny Zero stond op het programma. Het is een werkelijk geweldige stoel, echt bijna perfect, voor mij tenminste, want dat zal hij zeker niet voor iedereen zijn. Voor mij komt deze stoel het dichtste bij alles waar ik van droom!
Droom ik van veel grootsheid? Nee, denk ik. Ik droom van gewoon zoveel mogelijk zelf kunnen doen, zonder hulp. Ik heb al bij zoveel dingen hulp nodig, het zou fijn zijn me weer een tikkie meer zelfstandig te voelen. Mee kunnen ‘fietsen’ met de mannen, dat zou ik fijn vinden, zonder dat zij van hun fiets afvallen omdat mijn tempo zo laag ligt. Zelf naar de dierentuin, om te fotograferen, dat is nu gewoon niet mogelijk. De wereld verkennen, gewoon vanuit mijn eigen stoel. Weer beweging krijgen in mijn lijf, terwijl ik zit. Mijn rompstabiliteit trainen. Beter dan dit vind ik het niet. Niet in één voorziening tenminste.
Ik was blij, met een grote grijns overwon ik de hindernisbaan, gewoon helemaal zélf. Ge-wel-dig!
Door naar dinsdag. Een afspraak met mijn nieuwe coach, jawel, ik heb een coach! Ik mocht starten met een werk-fit traject, via het UWV. Een hulptraject dat me klaarstoomt voor het ondernemerschap, een droom die uitkomt. Ik was ooit deels eigen ondernemer, maar ja, EDS gooide roet in dat eten. Nu mag ik het weer proberen, en ik heb zoveel ideeën! Ik start met de verkoop van mijn boeken, en droom daarnaast van het ontwikkelen van een heuse training voor mensen die daar zijn waar ik ooit was. Ik heb zoveel geleerd, zoveel ondervonden, zoveel kennis opgedaan, het is zonde om dat alles niet te delen. Ik wil mensen helpen, ik wil écht inspireren! En ik ga daar mijn uiterste best voor doen!
En zo kwamen we op woensdag. Een bezoekje aan de kamer van koophandel, om te gaan starten. En nu is x-Tien een onderneming, ben ik gewoon (weer) eigenaar van een eigen bedrijf! Alles op mijn eigen tempo, rekening houdend met mijn grenzen, met mijn energie. Als het niet gaat, dan hoeft het niet.
De grootste uitdaging ligt in dat beteugelen van mijn eigen enthousiasme, want ik wil echt heel erg graag! Maar ik heb vertrouwen. In mezelf, in de kennis die ik heb opgedaan, in het eindresultaat. Stapje voor stapje ga ik vooruit. Soms een stapje terug, soms ook twee, maar dat mag er zijn. Ik had nooit durven dromen dit te kunnen en mogen gaan doen.
Ik deelde een stukje op mijn tijdlijn over het gevaar dat schuilt in wat er momenteel gaande is in Den Haag. De zorgen die ik heb over de verharding van de maatschappij, over de steeds grotere verschuiving naar rechts, naar vreemdelingenhaat.
Regeltjes, regeltjes die mensen andere mensen laat verklikken (gaat er al een belletje rinkelen?). Ik had gehoopt dat we dit soort ideeën nooit meer terug zouden zien, maar blijkbaar haalt men graag inspiratie uit het verleden, hoe fout ook. Hoe lang duurt het voor ze de hele ideologie en idiotie van bepaalde ‘grote leiders’ weer van stal halen?
‘Het zal zo’n vaart wel niet lopen’, dat is het antwoord van mensen. ‘De bedoeling is goed’, alsof je met goede bedoelingen geen kwaad kunt doen.
Misschien komt het meeste kwaad wel bij welwillende mensen vandaan, de meeste rampen in het verleden begonnen ook met goede bedoelingen. Als je niet weet wat je aanricht zijn die bedoelingen echter weinig waard. Herinner je je de toeslagenaffaire? Ook die begon met goede bedoelingen.
Kliklijnen. Het idee alleen al. Wist je dat in steeds meer gemeentes kliklijnen al ingezet worden om vermoedelijke pgb fraude te bestrijden? Of om mensen met een uitkering een oor aan te naaien? Mensen die geen idee hebben hoe de vork écht in de steel zit verklikken buren, vrienden of familieleden omdat ze denken dat ze dat wel weten, hoe het zit. Ze gaan er bij voorbaat van uit dat mensen misbruik maken van het systeem. Zoals de waard is vertrouwt hij zijn gasten. Wist je dat driekwart van die meldingen ongegrond blijkt te zijn? Weet je wat dat onderzoeken van zo’n mogelijke fraude met die mensen doet? De onzekerheid? Dat gevoel dat mensen je niet vertrouwen? Het maakt mensen kapot, kijk wederom maar naar de toeslagenaffaire.
Kliklijnen zijn bedoeld om mensen tegen elkaar op te zetten. Om wantrouwen te stimuleren. Gaat er al een kwartje vallen?
Een bekende strategie werkt op het principe van verdeeldheid. Verdeel en heers, verdeel de mensen in wij en zij, bouw op hun angsten, hun onzekerheden. Blijf vooral weg van vertrouwen, want stel je toch eens voor dat mensen elkaar zouden vertrouwen, dan valt er niets meer te halen. Richt je op de verschillen, bouw erop. Bouw het uit. Gebruik de crisissen waar je mee te maken hebt en zet ze in voor je eigen gewin.
Het gaat niet om het oplossen van de crisis, het achterliggende doel is simpel, macht.
‘Zo’n vaart zal het wel niet lopen’. Nee? Het gebeurt al. De pandemie uit 2020 heeft de deur wagenwijd opengezet en nu wordt er voortgebouwd op die basis. Partijen, rechtse, populistische partijen, verleggen heel slim de aandacht van hun eigen falende beleid. Van een assielbeleid dat niet deugd, van de woningnood, de armoedeproblematiek. De verantwoordelijken hiervoor houden ze heel geraffineerd buiten beeld.
Beleid als de kliklijn creëert een illusie van daadkracht, zonder de oorzaak aan te pakken. En de kiezers zien het niet.
Mensen die elkaar wantrouwen zijn minder geneigd zich te verbinden en in opstand te komen. Mensen die de dupe zijn van het wantrouwende beleid moeten zich verdedigen, doordat de publieke opinie zich tegen hen keert. Het wantrouwen , de polarisatie en de sociale onrust nemen alleen maar toe.
Dit soort beleid biedt geen oplossing. Nooit. Het verdeelt de samenleving alleen maar meer, tot de mensen murw geslagen zijn. En dat gebeurt. Recht onder onze neus.
Mensen, denk na. Er zijn beleidsmakers, politici die gebaat zijn bij wat er nu gebeurt. Vraag je eens af wie er iets te winnen heeft. Jij niet, dat is zeker.
Ik verander. Mijn gedachtengang verandert en als je kijk op de wereld verandert, kun je bepaalde dingen niet meer niet zien. Is dat wat men bedoelt met wakker worden?
Ik ga proberen mijn gedachten te vangen in woorden en dat is best lastig. In mijn hoofd is het zo klaar als een klontje. Ik begrijp niet meer hoe ik dit nooit eerder gezien heb en toch denkt het overgrote deel van de mensheid hetzelfde als ik dacht. Tijd om daar verandering in te brengen. Tijd om die oude gedachten los te laten en de wereld anders te bezien. Tijd om daadwerkelijk te groeien, als mensheid. En daarmee de weg in te slaan om mensen te laten bloeien, daadwerkelijk te laten bloeien.
Laat ik beginnen met een vraag. Waarom denken we (mensen) dat persoonlijk gewin altijd ten koste moet gaan van iets of iemand anders? Hoe komen we aan het idee dat er nooit genoeg is voor iedereen? Waarom denken we dat als iemand iets wint, een ander verliest?
Ik betrap mezelf er ook op, best vaak eigenlijk. De gedachte dat alles een optelsom is, een onzichtbare rekensom die zelden klopt, maar zich eindeloos blijft herhalen. In mijn hoofd. Als ik rust neem ben ik niet productief. Als een ander constant de aandacht krijgt, verdwijn ik naar de achtergrond. Tel ik niet meer mee. Als een ander iets krijgt, verlies ik het. Het zit diep in ons systeem. Vastgeroest.
Waar komt deze gedachtegang eigenlijk vandaan?
We leven in een maatschappij die draait op vergelijken. Op verdelen, en wel zo efficiënt mogelijk. Druk zijn is goed. Rust is luxe. Succes moet je verdienen, falen kost geld. Het verhaal van schaarste begint hier, en wordt eindeloos herhaald.
Dit denkpatroon zit diep, het is een oud en continu herhalend verhaal. Een verhaal van schaarste. We groeien op met de gedachte dat er niet genoeg is voor iedereen. Niet genoeg tijd, niet genoeg aandacht, niet genoeg geld. Niet genoeg ruimte voor wie jij bent. We leren al op jonge leeftijd dat we moeten concurreren, in plaats van ons te verbinden. We leren dat we moeten vechten voor onze plek, in plaats van samen op zoek te gaan naar de ruimte.
Onze hersenen zijn gericht op overleven, niet op geluk. In tijden van echte schaarste, eten, veiligheid, bescherming, was waakzaamheid en alertheid een must. Wie op tijd pakte wat hij pakken kon had nu eenmaal een grotere kans om te overleven, die reflex leeft nog steeds in ons systeem. Maar we leven in een andere wereld. We leven nu in een wereld waar delen en samenwerken ons juist sterker maken.
Veel systemen waarmee we leven, zorg, onderwijs, politiek, zijn gericht op verdeling in plaats van op verbinding. Als jij hulp krijgt, krijgt een ander het niet. Als jij opvalt, mag ik niet teveel zijn. Dit denken vreet zich een weg in onze relaties, in ons werk, in ons zelfbeeld. En dat kan zo anders!
Wat nou als we stoppen met denken in óf-óf, en zouden durven kiezen voor én-én?
Wat als we niet uitgaan van tekorten, maar van overvloed? Liefde wordt niet minder als je het deelt. Aandacht ook niet. Echte zorg groeit als er ruimte is voor iedereen. Rust nemen is geen verlies, maar een investering. In jezelf. In de ander. En in wat er daarna weer mag ontstaan.
We hebben hierin meer invloed dan we denken.
En precies daar schuurt het ook voor mij. Mijn linkse hart gelooft in het belang van vangnetten. Maar soms zie ik ook hoe juist die systemen mensen vastzetten in hun onvermogen, in plaats van hen te herinneren aan hun kracht.
De grote verandering moet denk ik zitten in onze opvoeding. We moeten onze kinderen leren dat ze niet hoeven te concurreren, dat het één niet ten koste gaat van het ander. Als onze kinderen geloven in zichzelf, in hun eigen kracht in plaats van te twijfelen aan hun kunnen, als ze daarmee leren anderen hun succes te gunnen, dan verandert de wereld. Beetje bij beetje, generatie bij generatie.
Uiteindelijk begint die verandering bij jezelf. In jezelf. In jouw gedachtengang.
Durf te leven. Durf te geven. Durf contrasten te beleven.
Durf te denken in overvloed. Dat er genoeg is. Dat jij genoeg bent.
Het is gedaan. Al twee jaar lang, iets meer nog zelfs denk ik, ben ik bezig met een cursus in manifesteren. Ik schreef er een boek over, over de weg die ik heb afgelegd op dit front (Een ander perspectief, de eerste exemplaren zijn van het weekend verstuurd). Over hoe ik worstelde met vragen, over de maakbaarheid van het leven, zeker op het gebied van gezondheid en steeds meer valt het kwartje. Het kwartje dat zo simpel is en juist daardoor zo moeilijk te vatten. Het komt echt allemaal neer op de woorden die ik hierboven in de titel schrijf: just be happy.
Makkelijk toch? Iets dat je op ieder moment van de dag kunt besluiten.
Wees gelukkig, in het moment. En voel je je niet gelukkig, stop dan even, één moment maar, stop even met waar je mee bezig bent. Kijk naar buiten, kijk naar je omgeving, kijk naar iets dat je bevalt. Het kan iets kleins zijn, dat achteraf groots is, want het heeft het in zich jouw wereld te veranderen. Ik hoor je denken, zo eenvoudig kan het toch niet zijn, maar zo eenvoudig is het wel! Kijk naar iets dat je in een staat van dankbaarheid brengt, voel dat, je zult je beter voelen en als je je beter voelt, als je je dankbaar voelt, zul je meer dankbaarheid aantrekken.
Alles draait om hoe je je voelt.
Gisteren voelde ik me niet best. Mijn lijf deed pijn, veel pijn. Ik kon even niet anders dan me er letterlijk bij neerleggen. Pakte een boek, las hem uit, probeerde me af te sluiten voor de buitenwereld. Liet alles en iedereen om me heen daar waar zij zich bevonden. Zat in mijn eigen bubbel, met een tikkeltje zelfmedelijden. Gisteravond besloot ik dat het klaar was daarmee, morgen ging het beter, punt. En vanmorgen ging het beter. Omdat het me lukte te focussen op de schoonheid van het leven.
Ik pakte al vroeg de elro en ging met Lewis op pad. Genoot van de vogels die me fluitend tegemoet traden. Genoot van mijn kopje koffie onder de veranda.
Heb ik dan helemaal geen pijn meer? Was het maar zo’n feest, maar ik kan het beter aan vandaag. De zon helpt, de vogels helpen, Lewis helpt, denken over wat ik graag zou willen helpt.
Focussen op de fijne dingen helpt.
En zo maakte ik mijn cursus af, juist vandaag. Hoorde ik dat wat ik blijkbaar nog een keer moest horen, dat hoe we ons voelen het in zich heeft onze wereld te veranderen.
Just be happy. Wees gewoon gelukkig. En als je het (nog) niet voelt, focus dan op iets kleins. Sta daar even bewust bij stil. Richt je volledig op dat gevoel. Je voelt je beter, gegarandeerd. En al is dat maar eventjes, het zal het begin zijn van een grote verandering. Sta er bij stil. Vóel. Laat dat gevoel eventjes je binnenwereld veranderen. Laat alle ellende eventjes los. Ga even volledig op in dat moment. Sta het jezelf toe.
Just be happy. Just for a moment. And a moment more.
Just be happy. That’s what this life is for…
Oh en ben je nieuwsgierig naar dat boek? Het is vanaf nu verkrijgbaar op http://www.eenanderperspectief.com, of door mij even een berichtje te sturen.
Mensen vinden het fijn om te weten waar ze aan toe zijn. Dingen zijn zwart of wit, je bent blij of niet blij, goed of fout, het is warm of koud. Eigenlijk zijn mensen bijna allemaal als ‘Goudlokje’, uit de boeken in mijn jeugd. Het ene bed is te groot, het andere te klein. Alleen was er bij Goudlokje ook nog de precies goede variant. Die mis ik nogal eens in het dagelijks leven. Ik leef (gelukkig) in een wereld vol nuances. Soms zijn ze minimaal, soms neigen ze naar grote verschillen, maar nooit zijn ze slechts zwart of wit.
Sprongetje, de clue komt verderop, zoals je waarschijnlijk wel van mij gewend bent. Ik denk nu eenmaal in sprongetjes. Soms zijn ze wat lastig te volgen, maar in mijn hoofd zijn ze volkomen logisch.
Zondagavond mocht ik met een vriendin naar de Arena. Op het programma stond Robbie Williams. Ik ben fan, al jaren, tja zo’n beetje opgegroeid in de jaren tachtig en negentig. Robbie is een held, een tikkie arrogant, veel zelfspot (hou ik van), een haantje, op het podium want in het echt ken ik hem natuurlijk niet. Zijn concert ergens in de jaren negentig staat met stip bovenaan in mijn favoriete concertenlijst, zelfs boven dat van Michael Jackson en dat was ook fantastisch! Ik keek er al maanden naar uit, grote concerten staan niet zo heel vaak op de agenda hier.
Tegen half vier vertrokken vriendin en ik naar Amsterdam, eerste stuk met de auto en vervolgens verder met de trein. Zonder rolstoel, want geen rolstoelplaats (achteraf niet zo slim). Het is maar een klein stukje lopen van station Bijlmer naar de Arena, we hadden zitplaatsen en ik kon ook tussendoor best ergens zitten. Dat ging lukken, kon ik, wilde ik. Gewoon even ‘normaal’, mijn handrolstoel zit nog beroerder dan niet zitten, dus dat ging ik mezelf niet aandoen en de elro heeft weer andere uitdagingen. Keuzestress, maar mijn willen won het van mijn mogelijke kunnen.
Met de auto naar Breukelen dus en vervolgens met de trein naar de grote stad. Enthousiast vertrokken we, wereldreis, bijna, voor twee dorpse midlifers. Zoekend naar het juiste perron, zoekend naar een zitplaats om ergens iets te eten (tja, we waren natuurlijk niet de enige die naar de (uitverkochte) Arena gingen), zoekend naar de juiste ingang, zoekend naar de toiletten (oudere vrouwen moeten vaker plassen), zoekend naar onze zitplaats. Maar we waren er! Laat het feest maar beginnen!
Het concert was in één woord geweldig! Wat een uitstraling heeft die man! Hij heeft niets ingeboet aan zijn grootspraak, aan zijn ogenschijnlijke zelfvertrouwen, zijn stem is alleen maar beter geworden en de show was er eentje om door een ringetje te halen. We hebben ultiem genoten! Ik heb meegezongen als een valse kraai die denkt dat ze een zangeres is (sorry buurvrouw, gelukkig had die oordopjes in), meegeschreeuwd, geklapt en voorzichtig heen en weer gewiebeld (want krap daar in de Arena).
Het was top. Het was heerlijk. Het was onvergetelijk!
En toen volgde de weg terug naar huis. Die was ook onvergetelijk, om andere redenen. Ik ben nogal naïef van aard, denk bij alles dat ik dat wel kan. Dat ik dat wel even flik, wat meestal ook zo is, al pakt het altijd anders uit dan verwacht.
Ik hoopte dat de terugweg even soepel zou verlopen als de heenweg, niet dus. Al dat volk, nou ja een groot deel ervan, had besloten met het OV te komen, vanaf, juist, Breukelen. Populair blijkbaar. De volle parkeerplaats had natuurlijk een signaal kunnen zijn, maar dat signaal pikte ondergetekende niet op. En waar in de Arena een roltrap je omhoog helpt, moet je toch echt omlaag klauteren. Met mijn onderstel een ware uitdaging. Beneden knikten mijn knietjes en zaten mijn heupen al op slot. Maar, doorbijten kan ik als geen ander, kwestie van doorademen (en een extra pilletje slikken).
Naar het station is dus een klein stukje, door het gedrang, dat wel. Elkaar niet kwijtraken, opletten dus. En dan moet al dat volk tegelijk door de poortjes, en dat gaat niet. Wachten dus. Stilstaan. Kan ik niet, vind mijn onderstel nog minder leuk dan lopen en klimmen, om over mijn onderrug maar te zwijgen. Mijn schouder floepte er steeds uit en ik had niet de ruimte om hem terug te ploppen, laten we zeggen dat mijn pijngrens aardig op de proef gesteld werd. Ik probeerde te bukken, te rekken en te strekken, maar daarvoor ontbrak de ruimte.
Afzien. Big time. Eigen schuld, dikke bult.
Eenmaal door de poortjes kwam de trein gelukkig snel, al is instappen met zoveel mensen tegelijk ook een uitdaging. Iedereen wil als eerste en mensen geven elkaar gewoon geen ruimte. Voor mij viel iemand letterlijk tussen wal en schip (perron en trein) en dan nog douwen mensen gewoon door, niet te filmen. In de trein stonden we als sardientjes in een blik op elkaar gepropt. Eén voordeel, je hoeft alleen maar te leunen, de rest wordt opgevangen. Ik weet niet wat ik nu eigenlijk verwacht had, maar niet dit. Dat zeg ik, naïef. De trein was stuk, dus de uitrit verliep chaotisch. Het werd een helse terugweg, voor mij tenminste.
En dan nu, de naweeën en die zijn niet mis. Mijn lijf doet pijn, veel pijn. Een pijn die diep in mijn lijf zit, alsof zelfs mijn botten pijn doen. Dit gaat verder dan de dagelijkse pijntjes (en die zijn ook niet mis). Een vermoeidheid waarbij een kater niets is. Mijn nek kan mijn hoofd niet zo goed op mijn romp houden. Mijn heupen kunnen mijn gewicht even niet aan. Ik kan niet zitten, niet lopen, niet liggen. Kan me slecht een houding vinden en de pijnstillers doen hun werk niet. Mijn schouders kraken en ploppen.
Ik wil niet klagen, want ik haat mensen die klagen. Maar dit is gewoon best even kut.
De reactie van veel mensen laat zich raden, moet je dit maar niet doen. Moet je maar niet zo eigenwijs zijn. Het was het waard toch, dan maar gewoon accepteren.
En dat doe ik ook, en het was het waard, zonder enige twijfel. Zou het zo weer doen (al zou ik het vervoer dan toch echt anders regelen). Maar dat doet niets af aan het feit dat gisteren en vandaag én waarschijnlijk de komende dagen ook pijn doen. En dat dat gewoon kut is. Dat is dan misschien niet heel erg genuanceerd, alhoewel het nog steeds erger kan.
Ik focus op de mooie herinneringen, op dat het beter wordt, op dat ik het maar wel mooi geflikt heb, maar realiseer me tegelijk dat het ook niet gezond is om alles maar weg te redeneren. Ook dit is gewoon wat het is, overbelasting sucks en dat is het uiteraard, overbelasting. Niet een beetje over de grens, een marathon erover en zo voelt het ook.
Een beetje nuanceren is gezond, de focus verleggen ook, maar soms is het gewoon wat het is. En mag het dat ook gewoon zijn. En dat maakt de ervaring niet minder waard, dat maakt het slechts de naweeën compleet en uiterst ruk. En ook dat is wat het is. Vandaag (en de rest van de week) dus maar even alles afgezegd, mijn lijf de rust gunnen.
Met een advies aan al die mensen die alvast een oordeel vellen. Ik weet wel dat dit niet handig was. Ik weet wel dat ik naïef ben. Ik weet wel dat ik daarvoor een prijs moet betalen, ik vóel het tenslotte zelf. Laat al die (goedbedoelde) adviezen maar achterwege en hoop gewoon met mij dat mijn systeem zich snel reset. Gun mij mijn uitjes, wat de consequenties ervan ook zijn, want ook ik wil mij graag zo af en toe gewoon even vrij voelen…