Inclusie

Wat is inclusie? Ik denk dat een inclusieve samenleving een complete samenleving is. Een diverse samenleving. Een samenleving waarin iedereen zijn of haar eigen plekje inneemt en we het samen doen, samen kunnen doen. Een inclusieve samenleving is een samenleving waarin iedereen mag zijn wie hij (of zij of geen van bei) is. Een samenleving waarin gekeken wordt naar de mens achter het uiterlijk. Naar de mens achter de beperkingen, dat ook.

Ik vraag me met enige regelmaat af hoe je dit kunt bereiken. Is het goed de aandacht op bijvoorbeeld de beperkingen te richten of bereik je daarmee juist het tegenovergestelde? Neem een prachtige foto van een meisje met een handicap. In het geval van deze bewuste foto was deze geselecteerd voor een prijs. In de reacties stond dat ‘speciale mensen ‘in’ waren en ze daarom wel zou winnen’. De foto zelf was prachtig: mooi licht, goede styling, echt gewoon een mooie foto. Zou de foto dan toch winnen door de handicap en de medelijden factor of omdat het gewoon een mooie foto is? Of misschien wel door een combinatie van beide? De medelijden factor is altijd aanwezig, speelt eigenlijk hoe dan ook mee. Dat ervaar ik zelf ook.

Moet je om inclusie te bereiken hier nu de nadruk op leggen of juist niet? Eerlijk is eerlijk, het is makkelijker scoren. Neem een foto van een mooie vrouw zonder arm of been, of een mooie vrouw in een rolstoel. Hoe je het wendt of keert, niet iets waar de gemiddelde medelander dagelijks mee in aanraking komt. De medelijden, of medeleven (ander woord, groot verschil) factor is daar, ligt om de hoek. Geen sociaal verantwoorde zin misschien, maar vaak wel waar. Om inclusie voor elkaar te krijgen moeten er meer mensen met een beperking in het zicht komen van deze gemiddelde medelander. Zo wordt het een normaal beeld en niet langer een uitzondering.

Hoe bereik je naast het meer en beter in beeld brengen van mensen met een beperking, in de breedste zin van het woord, een inclusieve samenleving? We moeten ons denk ik allereerst bewust worden van onze omgang met verschillende mensen. Hoe zou jij het vinden om keer op keer dezelfde geintjes te horen? Over je handicap of over bijvoorbeeld je haarkleur? Ik werd vroeger simpel van de domme blondjes grapjes, onschuldig, maar toch vaak met een venijnig, denigrerend ondertoontje.

We leven in een kleurrijk land in vele opzichten. We leven gelukkig ook in een vrij land. Je mag overal over discussiëren, tot vervelens toe. Links, rechts, homo, hetero, bi, kleur, handicap, we heen iets gemeen. We zijn allemaal mens. Mensen met hoop, mensen met dromen. Mensen met verdriet, met vreugde en bovenal mensen met een hart. Om samen te slagen moet je je openstellen voor de ander. Je moet je inleven in de ander. Inleven in een situatie die voor jou misschien volkomen normaal is, maar voor de ander niet.

Inclusie is mooi. Inclusie is een plaats voor iedereen. Voor alle vormen en alle maten. Voor alle kleuren, geaardheden en handicaps. samen vormen we het complete beeld.

Fotografie Petra Hoogerbrug voor Libelle

Meer lezen over o.a. inclusie?
Leestip Kneus-en-Co.
Nu verkrijgbaar voor 17,50 via martine@kneus-en-co.com

Over Paskamers en desillusies

Vanmorgen mocht ik even op stap met zoonlief. Er moest een fatsoenlijke korte broek gekocht (van mij, niet zozeer van hem) en moeders (ik dus) trakteerde. Zoonlief wilde best mee winkelen. Zelfs toen ik opperde ook voor mijzelf toch even te willen kijken naar een leuk jurkje. Het is tenslotte zomer (al vind ik het vandaag weer ronduit koud). Zo trokken we er vanochtend op uit richting een overdekt winkelcentrum in de buurt.

De korte broek was snel gekocht. De eerste winkel had een prima exemplaar en hij is niet van het twijfelachtige soort. Dat kun je van mij niet zeggen, zeker de laatste tijd niet. Ik heb moeite met het maken van keuzes. Ik twijfel echt uren over het simpelste dingetje. Wat eten we vandaag is al een dagtaak, laat staan het kiezen van een jurk of paar sneakers. Na de vierde winkel was zoonlief het wel zat. Ik vond ofwel niet wat ik zocht ofwel het was er niet in mijn maat. Oh er was daar trouwens nog een derde optie, de mening van zoonlief. De kleding die ik uitzocht was ofwel te ouwelullig of ik was geen twintig meer. Zoonlief heeft een duidelijke mening dus…

Bij de laatste etalage op de weg terug zag ik een potentieel geschikt jurkje. De goede kleur, de juiste maat, dus op naar de paskamer. Ik trok mijn shirt over mijn hoofd en staarde per ongeluk in de spiegel. Ingesloten in dat kleine hokje keek ik in het ongenadige harde licht naar wat ik niet anders kan omschrijven als de overblijfselen van een lijf dat geteisterd wordt door de overgang en het niet langer kunnen trainen. Wat bezielt winkels om zulke verlichting op te hangen? Niemand, zelfs Doutzen niet, wordt hier gelukkig van! Ieder vlekje, iedere beginnende rol wordt ongenadig blootgelegd. En het feest stopt daar niet. Als je het lef hebt je blik naar boven te verleggen word je geconfronteerd met de blauwe kringen onder je ogen en het haar dat langs het lelijke mondkapje piekt.

Geen goede reclame, geef mij onze eigen badkamer met getint licht maar. Hij verdoezelt dan misschien de waarheid, maar ik leef toch liever af en toe in mijn eigen fantasiewereld. Het leven is al hard genoeg zonder het ongenadige witte licht en de desillusie der paskamers.

Het jurkje heb ik trouwens wel gekocht. De kleur past bij mijn ogen en bij de wallen, die zijn even blauw…