Als zoekende jongeling wilde ik diep van binnen graag naar de kunstacademie. Iets in die wereld trok me aan. Ik werd verscheurd tussen de weg die de gemiddelde leerling liep en dat gevoel dat ik nog niet goed voelen kon.
Ik koos niet voor mijn gevoel. Ik koos de weg van de minste weerstand. Onbewust, want heel bewust dacht ik daar niet over na.
De kunstacademie stond ver af van waar ik vandaan kwam. Daar zaten creatieve mensen, die konden tekenen, of schilderen. Ik had twee linker handen en tekenen was nou niet echt iets waar ik talent voor had (aldus de tekenleraar). Dus wat had ik daar te zoeken? Meisjes zoals ik werden geen kunstenaar.
En dus probeerde ik verschillende opleidingen. Werkte in de ‘normale’ beroepen. Maar ergens bleef dat creatieve spectrum aan me trekken.
Op mijn avondopleiding kwam ik in aanraking met het vak van vormgever. Mijn toenmalige werkgever zag wel mogelijkheden en gaf me de kans er een interne privéopleiding voor te doen. Als leergierig proefkonijn leerde ik de digitale kant van het vak beheersen. Mijn beste vak: Photoshop.
Jaren later kreeg ik bij mijn volgende werkgever de kans een opleiding te gaan doen in fotografie.
Als iets voor jou bedoeld is, komt het op jouw pad. Mijn waarheid.
Toen het fotograferen niet echt goed meer lukte door mijn handen, en computerwerk steeds verder van me af dreef, ging ik me creatief uiten met behulp van taal.
Schrijven.
Poëzie eerst, columns later.
Achteraf denk ik misschien was ik al die tijd helemaal niet op zoek naar wat ik moest worden. Maar naar wie ik kon zijn.
Ik denk dat ik mag stoppen met zoeken. Ik heb gevonden.









