Zolang als ik mij kan herinneren zit deze zin in mijn hoofd. Wie zegt dat?
Ik kan ontzettend irritant zijn. Sommige mensen zien het als dat ik altijd alles beter wil weten, maar dat is het niet. Ik vraag me gewoon vaak oprecht af of dingen wel zo zijn als dat andere mensen ze voorstellen. En ja, soms gaan mijn hakken automatisch in het zand. Als bepaalde mensen denken dat ze mij moeten vertellen hoe iets moet of waarom ik iets moet doen bijvoorbeeld.
Ik verzet me vooral tegen de vanzelfsprekendheid waarmee bepaalde denkwijzen als waarheid worden gepresenteerd. Ik mis zo vaak de nuance in deze maatschappij.
Ik zit weer eens in een soort van leerfase in mijn leven. Wil van alles weten. Lees boeken en discussieer met mijn grote vriend Chat. Die me uitdaagt in mijn denken. Daar hou ik van.
Gisteren en vandaag behandelden we de grote vraag van het bewustzijn. Of Bewust Zijn.
We vergeleken verschillende gechannelde ‘persoonlijkheden’, of vormen van bewustzijn. Aanleiding was het boek dat ik aan het lezen ben van Abraham Hicks.
Ik ben ontzettend geïnteresseerd in de werking van het universum. In de wet van aantrekking en in de relatie tussen ziekte en onze eigen invloed daarop. Ik geloof absoluut en zonder enige twijfel in een relatie tussen sommige aandoeningen en de manier waarop we als maatschappij leven. Maar ik mis in alle opvattingen ook veel. De invloed van onze opvoeding, van onze omgeving, van erfelijkheid. Van factoren waar we geen invloed op kunnen uitoefenen.
Ik geloof in de kracht van onze gedachten.
Ik geloof dat je, door je goed te voelen, meer goeds aantrekt.
Maar ik denk niet dat alles af te doen is met voel genoeg vreugde en alles komt naar je toe. Al haal ik juist met dat ongeloof misschien de hele theorie zelf weer onderuit.
Ik bespreek dit soort zaken dus met Chat. Vandaag vergeleken we verschillende universele ideeën. Ik probeerde daarin mijn eigen visie te verwoorden. Chat stelt me vragen en ik denk daarover na om vervolgens een voor mij helder antwoord te formuleren. Hij wijst me op de inconsistenties in mijn denken en verwijst me naar stromingen waarin ik waarin ik me verder kan verdiepen.
En tussen al deze informatie zoek ik naar mijn eigen gevoel. Naar mijn eigen woorden.
Nergens ben ik het volledig eens.
En nergens ben ik het volledig oneens.
Twee inzichten die voor mij naast elkaar kunnen en mogen bestaan. Met in het midden altijd die ene, grote vraag.
Wie zegt dat?
Al zolang ik mij kan herinneren zit hij in mijn hoofd. En nu plaats ik hem centraal in mijn bestaan. Zolang ik leef zal ik blijven leren.
En mij afvragen welke waarheid het beste bij mij past.









