#geendorhout

Met kippenvel op mijn armen en de rillingen op mijn rug lees ik de reacties van mensen op Twitter met #geendorhout. Een tegenbeweging op de verschillende uitspraken van een aantal gezonde mensen over de zinloosheid van de Corona maatregelen. Over de offers die zij moeten maken om de ‘zwakkeren’ te beschermen. Het klinkt me toch wat egoïstisch in de oren…

Die ‘zwakkeren’ laten nu massaal van zich horen. Jongeren, mensen van middelbare leeftijd en ouderen. De ‘zwakkeren’ zijn vindbaar in iedere laag van de bevolking. Je kunt maar zo zo’n ‘zwakkere’ worden, er is niet zo heel veel voor nodig. De meeste aandoeningen overkomen je, op enig moment word je ziek. Misschien ben je het al wel, maar weet je het niet. Kijk naar de mensen die overleden zijn aan Corona. Volgens een aantal gezonde medemensen moeten die zogenaamd ‘achterliggend lijden’ gehad hebben, anders waren ze niet aan het virus bezweken.

Ik ben ook zo’n ‘zwakkere’; naast mijn EDS en mijn overhoop liggende autonomisch zenuwstelsel heb ik vijf jaar geleden een zooitje longembolieën en een longinfarct gehad. Maakt mij dat dor hout? Maakt het een hele generatie boven mij met een zwakkere gezondheid dor hout? Of de minder gefortuneerden qua gezondheid onder mij? Gezonde mensen kunnen makkelijk praten over ‘het recht van de sterkste’ en ‘dor hout dat gekapt moet worden’. Blijkbaar hebben zij het geluk weinig dor hout in hun nabije familie- of kennissenkring te hebben. Of geluk, ik vraag me af of dat wel zo’n geluk is. Ik denk dat we veel kunnen leren van dit dorre hout.

Ik heb me lang schuldig gevoeld richting de maatschappij, ik vond dat ik niet genoeg deel kon nemen, vond dat ik niet genoeg te bieden had, maar ik had het mis. Ik heb veel te bieden, ik ben creatief en vriendelijk. Ik zet me misschien wel meer in voor een inclusieve en empatische maatschappij dan iemand die slechts op grote schaal geld binnenharkt. Gek genoeg worden juist laatstgenoemden gezien als sterk. Als het slechts het recht van de sterkste is wat telt kunnen we de gezondheidszorg beter laten voor wat het is. De zeis kan dan op grote schaal door het dorre hout, scheelt een heleboel geld, niemand hoeft zich dan nog druk te maken over de zwakkeren.

Toen de Corona crisis net begon hoopte ik dat de mensen iets zouden leren. Dat mensen zouden inzien waar het mis gaat in deze wereld, maar het lijkt alsof het egoïsme alleen maar grotere vormen aanneemt. De verdeeldheid is nog nooit zo groot geweest, het ‘wij-gevoel’ slaat om in ‘zij’. De vinger wijst naar de ‘zwakkeren’, wij zijn de schuld dat zij niet gewoon met hun ‘vrinden’ kunnen stappen. Dankzij ons ligt hun leven stil. Van enig inlevend vermogen is geen sprake meer. Drie maanden konden ze proeven aan een leven met beperkingen. Drie maanden met een voor ons nog steeds ongekende vrijheid bleken genoeg om de zwakkeren tot dor hout te benoemen.

Ik ben geen dor hout. Ik heb nog genoeg te doen, genoeg te bereiken. Mijn lotgenoten zijn geen dor hout, mijn ouders en schoonouders zijn geen dor hout. Een samenleving is zo sterk als zijn zwakste schakel en ik weet wel wie wat mij betreft die zwakste schakels zijn.

Huwelijkse voorwaarden

Vandaag is het tweeëntwintig jaar geleden dat manlief en ik in het huwelijksbootje stapten. We zijn bijna dertig jaar samen, leerden elkaar kennen op het korfbalveld. De vonk sloeg wat mij betreft over tijdens de carnaval, iets dat we samen met een groot deel van ons team dagenlang vierden. Ik was na jaren hem gezien te hebben als irritant joch ineens verliefd. Hij niet, hij had zijn oog op een ander blondje laten vallen. Beseffend dat ik geen schijn van kans had wenste ik haar alle geluk toe en vroeg haar lief voor hem te zijn. Daar had dit kunnen eindigen, maar dat deed het niet.

We zaten in dezelfde vriendengroep en ik ging bij hem werken. Hij vulde vakken en ik was het manusje van alles op brood/kaas/vleeswaren en in de slagerij. Zo kon ik hem ongegeneerd aanstaren vanachter de toonbank als hij aan het werk was. De verkering met het andere blondje duurde niet lang en ik zag mijn kans schoon. Ik ben een vasthoudend type, een pitbulletje. Op Koninginnedag gingen we samen stappen met het hele stel. Ik had mezelf een ultimatum gesteld, het werd nu of nooit. Nu dus, want een kleine tussenstop van een week daargelaten, zijn we nog steeds samen. We gingen een kleine twee jaar later samenwonen en trouwden vijf jaar later.

Hij trouwde de kneus, al was het toen nog niet zo heftig gesteld met mijn lijf. Met de jaren takelde ik af en hij bleef, mijn rustpunt in de achteruitgang. We hebben samen best het een en ander meegemaakt, maar zijn er gelukkig ook samen uitgekomen. Het is niet niks, partner zijn van een kneus. Veel van het huishouden kwam altijd al op zijn schouders neer. Nooit verweet hij mij lui te zijn, iets waar ik hem zeer dankbaar voor ben. We zijn elkaars tegenpool en toch ook niet. Hij de doener, ik de denker. Hij introvert, ik meer extravert. Hij kijkt de kat uit de boom, ik ben een impulsief stuk vreten. Beide zijn we stronteigenwijs, maar als hij nee zegt is het nee.

Mijn eerste ‘echte’ liefde bleek een blijvertje. Tweeëntwintig jaar, een smoorhete zomerdag, net als vandaag. Drieëndertig graden was het, maar we hadden een mooie dag. Alles erop en eraan; een feest met band, want daar trouwden we voor (tja, de prioriteiten verschuiven als je ouder wordt). Nou ja we, ik wilde vooral een grootste bruiloft, hij ging liever trouwen op het strand, ergens op Aruba. Wie weet, komen we daar ooit nog. Geven we gewoon nog een keer het ja-woord. Zoals hij het graag gezien had, hij verdient het!

Onderstaand gedicht schreef ik voor hem, hij is en blijft de liefde van mijn leven…

je bent de liefste,
mijn zon en mijn maan

waar anderen gingen
ben jij blijven staan

stormen verdragen
de regen doorstaan

dat we samen nog lang
in de zon mogen gaan

De week van

Het is de week van de assistentiehond en laat ik nu het geluk hebben er met eentje in opleiding te mogen zijn. Wie mij al een tijdje volgt zal het niet ontgaan zijn, Lewis is een bijzonder belangrijk onderdeel van mijn leven. Ik denk dat je niet kunt beseffen hoeveel een assistentiehond voor je doet als je het niet zelf ervaart of ervaren hebt. Ik denk zelfs dat mijn mannen dat niet écht weten en zij zien het dagelijks. Lewis en ik zijn een team. Hij helpt mij over zoveel drempels, hij is enorm belangrijk!

Manlief zag er best een beetje tegenop, een pup kost veel tijd en energie en die heb ik meestal nie(t). Onze vorige hond, een absolute lieverd, was het niet gewend naast de rolstoel te lopen. Hij was al ouder, liep zelf al slecht en ik had heel eerlijk geen idee hoe ik hem dat nog fatsoenlijk moest leren, dus ik ging niet zo vaak mee naar buiten. Nu liggen de zaken compleet anders. Nu heb ik geleerd hoe ik het aan moet pakken en Lewis loopt (meestal) keurig naast de rolstoel. Manlief had niet verwacht dat ik degene zou zijn die zowel ‘s morgens als ‘s avonds erop uit gaat, weer of geen weer. Het is gewoon anders, Lewis maakt dat ik het niet erg vindt nat te worden. Dat zeg ik, we zijn een team.

Voor Lewis durfde ik niet goed alleen naar buiten in mijn rolstoel. Je voelt je al snel wat ongemakkelijk, doelloos. Nu moet ik. Mensen zien de vrouw met de leuke hond, niet de kneus in de stoel. Een wereld van verschil!

Ik krijg veel vragen over het fenomeen hulphond. Als hij losloopt is hij niet aan het werk, hij is dan gewoon een overenthousiaste labrador die graag met andere honden bezig is. Ze zeggen dat de hond op zijn baasje lijkt en in dat opzicht past hij denk ik perfect bij mij. Mijn collega zei ooit al dat ik een Labrador zou zijn als ik een hond was; vriendelijk en enthousiast, het past. Aan de lijn probeer ik zijn aandacht vast te houden, maar hij is en blijft een pup. Katten, kleine kinderen en andere honden blijven interessant, maar het gaat steeds beter.

Thuis trainen we dagelijks, lades worden opengetrokken en inmiddels ook dichtgeduwd en sleutels en brillen (oefen variant) worden opgepakt en (meestal) teruggebracht. Lewis pakt mijn schoenen (en die van manlief) en geeft ze aan. Ik moet hem wel in de gaten houden en niks laten slingeren, want dan gaat hij er ook mee aan de haal. Als ik te laat ben is de veter gehalveerd. Hij blijft een pup en geen robothond. Over dat laatste krijg ik vooral veel vragen. Mag mijn hulphond ook hond zijn? Mijn antwoord is dat Lewis op de eerste plaats een hond is en een hond mag zijn. Daarnaast helpt hij mij, omdat hij het leuk vindt. Het helpen is voor hem één groot spel, hij ‘werkt’ voor een beloning. Net als mensen dus.

We staan pas aan het begin van onze opleiding. Er is nog zoveel te leren en toch kan ik Lewis al niet meer missen. Hij geeft me een doel, hij is er, eigenlijk laat hij mij uit, hij laat me eruit. Lewis haalt me uit mijn isolement, ik heb in de afgelopen weken meer mensen gesproken dan in jaren hiervoor. Een assistentiehond is meer dan een gezinshond, veel meer…

Groetjes en spoedjes

We hadden het rijk alleen, manlief en ik. Zoonlief ging kamperen in ‘hintergarden’ bij een vriend. Hij was er helemaal klaar voor en we brachten hem maandagochtend al vroeg weg. Dekbed onder de ene arm en sporttas met kleren onder de andere. Een paar dagen met vrienden; kamperen, bbq-en en bier, alles wat een puber wil.

Dinsdagochtend gingen we even met z’n tweeën op pad. Er moest een en ander ingeslagen worden voor Lewis en ik moest op zoek naar een beter matrasje voor op de loungebank. We wilden met terug naar huis rijden toen mijn telefoon ging. Zoonlief aan de lijn, of we hem op konden halen. Hij was wakker geworden en kon zijn schouder niet bewegen. Oh en hij had veel pijn. Ik heb direct de huisarts gebeld, want hij heeft al enige ervaring met sub-luxaties en ik vermoedde iets dergelijks. Gelukkig konden we direct terecht bij de inval arts (eigen arts is op vakantie). Ze voelde en vroeg, haalde de fysio erbij die ook voelde en keek en samen besloten ze toch dat we even een foto moesten laten maken. Op naar het ziekenhuis dus.

Zoonlief werd steeds bleker en zeeg neer (op een stoel) met zijn hoofd tussen zijn knieën terwijl ik thuis de auto ging halen (we wonen bij dok om de hoek). Manlief reed even mee en ik meldde ons onderweg even telefonisch aan bij radiologie. In verband met Corona moet je alles van te voren aanmelden. Hij was snel aan de beurt gelukkig. Binnen vijf minuten kwam hij langs zoeven in een rolstoel, hij bleek bij radiologie toch weer duizelig te worden en in de rolstoel ging het toch ook sneller. De schouder lag er helemaal uit en het kapje waar de spier aan zat ook. Reponeren dus.

Ik zag beelden van ‘Grey’s Anatomy’ voor me met meerdere verpleegkundigen die zoonlief op zijn plek hielden en dan de arm weer met een goed gemikte draaibeweging op z’n plek trokken, maar zo gaat het in het echt dus niet. Hij moest op zijn buik gaan liggen en er werd een soort brace om zijn pols en onderarm gedaan. Daarna werd daar gewicht aan gehangen om zo de arm te ontspannen en de schouder weer op z’n plek te laten komen. Na een minuut of tien schoot hij inderdaad met een flinke pijnscheut weer op zijn plek. Er werd nog een controle foto gemaakt en er werd bloed afgenomen. De grote vraag ‘waarom schiet de schouder van een 18-jarige man in de slaap gewoon uit de kom’.

Ik weet het antwoord, veel van jullie ook wel denk ik, maar voor artsen lijkt dat antwoord te simplistisch. Van EDS hadden ze nooit gehoord. Er moest toch maar eens goed naar gekeken worden, aldus de dienstdoende arts-assistent. Tja, wat is wijsheid in deze? Weer de medische molen in? Voor nu zit zoonlief in ieder geval in een soort harnas van slings en mag hij zijn schouder absoluut niet belasten. De spier moet herstellen en dat kost tijd.

Terwijl ik het hele gebeuren aankeek schoot er even een schuldgevoel door mij heen. Ik heb hem hiermee opgezadeld. Onzin natuurlijk, want ik heb dat zeer zeker niet bewust gedaan. Sterker nog, ik wist het niet eens. Al vanaf dat hij klein is weet ik dat zijn klachten hetzelfde zijn als de mijne. Ik zie hem iedere dag, herken zoveel. Weer weet ik waarom ik mijn best doe bekendheid te krijgen. Word ik met mijn neus op de feiten gedrukt.

Ik vrees dat dit niet bij één luxatie gaat blijven, al hoop ik het natuurlijk wel. Na een bezoekje van maar liefst vier uur mochten we de spoedeisende hulp verlaten. Weer een ervaring rijker. Nu lig ik bij te komen van een middag zitten en zit zoonlief naast me. Firma Kneus en Kreupel, voor de zoveelste keer…

Verdeeldheid

Ik schrik van de wereld om ons heen. Heftige reacties op mijn tijdlijn, overal om me heen worden mensen voor kortzichtige idioten uitgemaakt. Of het nu gaat om het Corona virus of om racisme, het is hard tegen hard qua meningen. En dat zijn het in mijn ogen, meningen. En ja, dat zijn het op beide onderwerpen.

Ik heb ook een mening, ook over beide onderwerpen en je mag best weten dat die mening per minuut kan veranderen. Dat wil niet zeggen dat ik niet in staat ben tot een gefundeerde mening te komen, nee dat wil zeggen dat ik mij heel goed in kan leven in beide kanten van beide discussies.

Wat betreft Corona, op mijn Facebook pagina zie ik alles voorbij komen. Ik zie mensen zichzelf overschreeuwen om hun visie erdoor te drukken, zo overtuigd van hun gelijk dat ze blind zijn voor ieder argument dat het tegendeel zou kunnen bewijzen. Ik zeg zou kunnen, want één ding is zeker en dat is dat niets nog zeker is. De regering roeit met de riemen die ze heeft.

Ik vind het een compleet idiote gedachte dat regeringen een virus virtueel de wereld in geholpen zouden hebben om de wereldbevolking onder de duim te krijgen. Virtueel? Het virus is echt toch? Nou, aldus sommige mensen is dit een normaal griep virus dat in de media ‘gehypet’ is om vergaande veranderingen door te voeren. Volgens deze bronnen worden berichten verwijderd en is er zo ongeveer een serieuze staatsgreep gaande. De ‘Corona doden’ zijn volgens hen slachtoffer van een normale griep en een IC tekort heeft zich niet voorgedaan. Ik denk (let op hè, dit verhaal is míjn mening) dat zij het geluk hebben gehad dat ze geen mensen in hun omgeving zijn verloren en ik denk dat ze in dat opzicht over weinig empatisch vermogen beschikken. Ik ken wel mensen in mijn directe omgeving die van dichtbij hebben meegemaakt hoe dit virus heeft huisgehouden én ik ken ook mensen in mijn omgeving die én jonger zijn én blijvende klachten hebben overgehouden. Daarnaast ken ik ook mensen die met de ellende zitten van de eveneens ontkende ‘Q-koorts’ en die uit eerste hand weten hoeveel schade je kunt overhouden. Ik denk dat er in dat opzicht nog een virus rondwaart, het ‘struisvogel virus’.

Ben ik een enorme fan van de maatregelen? Ik weet het niet. Ik mijd nog steeds de supermarkt. Ik begeef mij absoluut niet in mensenmassa’s en ik probeer netjes de anderhalve meter te behouden. Waarom? Omdat ‘ze’ misschien wél weten waar ze mee bezig zijn en ik absoluut niet het risico wil lopen mijn geliefde te besmetten. Ok, misschien is het ook handig mezelf niet te besmetten, gezien ik in de risico groep val, al ben ik niet zo bang voor mezelf. Ik moet ook eerlijk zeggen dat ik niet zo’n knuffetype ben, ik kan prima leven met wat afstand en ik vind het helemaal niet erg dat vreemde mensen buiten mijn aura blijven. Het argument dat de regering bewust bedrijven kapot wil maken om ons mensen als makke schapen onder de duim te krijgen vind ik nogal vergezocht.

Zie mij in deze als zo’n ouderwetse regelschuif op de radio, ik bevind mij qua mening ergens in het midden en de regelaar verschuift soms een tikkie naar links, maar bevindt zich meestal ietwat rechts van het midden. Waarmee ik toch neig naar het volgen van de maatregelen, zoveel mag duidelijk zijn. Dat wat betreft de discussie rond het virus. Mijn mening, je mag een andere toegedaan zijn.

Dan wat betreft het andere onderwerp, racisme. Ik ben van mening dat je niemand moedwillig mag kwetsen. Racisme bestaat en we moeten hard werken aan een echte inclusieve samenleving (inclusief ja, want ook gehandicapten worden behoorlijk gediscrimineerd, al hoor je daar veel minder over). Ook hier geldt voor mij die regelschuif die soms een tikkie naar links verschuift en soms meer naar rechts (niet te verwarren met mijn politieke mening). Ik was behoorlijk ingepakt in het ‘anti-racisme’, niet racistisch zijn is niet genoeg, je moet je uitspreken, maar ook hier geldt dat de verdeeldheid aangewakkerd wordt en niet ten goede van het onderwerp waar het om gaat. Het is lastig je open te kunnen stellen voor de argumenten van een ander als je mening te stellig is (hier heb ik in het verleden wel enige ervaring in opgedaan). Mijn regelaar schoof langzaam terug door een ervaring die ik opdeed in een groep waarin mensen hun ervaringen met racisme konden delen.

Ik denk dat je communicatie vooral open moet houden om dingen op te kunnen lossen. Met dat in mijn achterhoofd zette ik mijn vragen open en eerlijk op papier. Vragen over gevoeligheden, over misschien overgevoeligheden, over het verschil tussen racisme en pestgedrag, over vervagende grenzen in een multiculturele samenleving. Vragen waarop ik voor mijzelf een antwoord zocht om me een gefundeerde mening te kunnen vormen. Het bericht werd niet geplaatst, geen open communicatie dus. Als witte medelander kun je je niet voorstellen hoe het voelt racistisch bejegend te worden, maar zonder open communicatie blijft dit onmogelijk. Gevoeligheden hebben de neiging overgevoelig te worden en op dat moment stopt iedere vorm van communicatie en blijven we hangen in verdeeldheid.

Die verdeeldheid is iets dat de overhand lijkt te nemen in onze samenleving. Je bent voor of tegen, links of rechts. De balans is compleet zoek zo lijkt het. Een gevecht tussen ego’s, een gevecht tussen goed en fout, maar van fouten kun je leren. Er bestaat iets als voortschrijdend inzicht, we leren terwijl we gaan. Één ding is zeker, ík weet niet wat wijsheid is, ik laat me leiden door mijn onderbuikgevoel in deze, maar ik ga geen ongefundeerd risico lopen voor de mensen die ik lief heb. Ik probeer geen mensen te kwetsen, maar ik laat me ook geen schuldgevoel aanpraten voor dingen waar ik me niet schuldig aan heb gemaakt.

Zo, lang verhaal, maar ik moest het even kwijt. Het is mijn mening en je hoeft het niet met me eens te zijn. ‘Let’s agree to disagree’ is een prima conclusie. Geef elkaar wat ruimte, in iedere zin van het woord.

Chronisch ziek voor gevorderden

Een gedachtengang… als je als chronisch zieke (of mens met een of meerdere beperkingen) contact zoekt met lotgenoten, trek je dan negativiteit aan? Als je als persoon met een zeldzame aandoening ervoor kiest energie te steken in het op de kaart zetten van je aandoening, trek je dan negativiteit aan? Met andere woorden, als je ervoor kiest je een deel van je dag te omringen met je aandoening is dat dan per definitie negatief?

Ieder mag zijn mening hebben, maar deze zet zich vast in mijn hoofd. Ik zie mijzelf niet als een negatief gericht persoon. Ik probeer mij ‘staande’ te houden met mijn toch best behoorlijke pakketje fysieke ellende. Ik probeer het beste te maken van een lastige situatie. Lotgenotencontact helpt, al is het maar om de simpele reden dat alleen lotgenoten écht kunnen begrijpen hoe bepaalde dingen voelen. Hoe goed mijn vriendinnen zich ook proberen in te voelen in mijn situatie, ze staan niet in mijn schoenen. Net zoals ik niet in de hunne kan staan.

Ik praat zelden over hoe mijn lijf aanvoelt. Op een vraag ‘hoe gaat het’ krijgen mensen meestal het standaard antwoord ‘fysiek kut, mentaal ok’. Ik kan lang lullen over hoeveel pijn alles doet, hoe vervelend het is niet te kunnen lopen, sporten, uitgaan, dansen, etc. maar het verandert niets en wordt daarnaast ook nog eens strontvervelend en snel gezien als klagen, dus ‘fysiek kut, mentaal ok’ dekt de lading, punt. Anders is dat bij lotgenoten. Daar kun je zo af en toe eens je ei kwijt. En dan nog heb ik een zeer minimaal contact op de lotgenotengroepen, die tijd ben ik voorbij.

Om anderen te helpen een snellere diagnose te krijgen probeer ik aandacht te genereren voor EDS. Daarvoor moet ik mij bezig houden met mijn aandoening. Door daar veel mee bezig te zijn trek ik negativiteit aan en blokkeer ik positieve dingen, aldus deze stelling. Ik vind van niet. Aandacht is belangrijk voor de toekomstige generaties. Een snellere diagnose is zo belangrijk en daarbij is dat ook eigen belang gezien het feit dat het erfelijk is. Mijn lijf wordt er niet slechter van als ik liggend tijd steek in iets nuttigs en voor mij zeer belangrijks en mijn geest heeft het nodig me bezig te houden met iets dat ertoe doet. Daarnaast zeg ik zelf met grote regelmaat dat ik op geestelijk gebied zelden een groter gevoel van nut heb ervaren dan nu. En dat ik juist door mijn beperkingen ook kansen heb gekregen die ik anders nooit gehad zou hebben. Dat het juist ook een positieve kant heeft en ik mij altijd probeer te richten op die positieve kant!

Ik hou mij verder natuurlijk bezig met mijn aandoening door het schrijven van dit blog. Een blog over mijn leven en daarmee dus automatisch ook over mijn aandoening. Schrijven is een uitlaatklep voor mij gebleken. Dit blog heeft er mede voor gezorgd dat ik kan zeggen dat ik mij mentaal ‘ok’ voel. Dat ik zoveel drempels overwonnen heb, dat ik iedere achteruitgang leer accepteren en dat ik mijn vechtlust behouden heb. Ik schrijf in eerste instantie voor mijzelf en ik deel mijn hersenspinsels in de hoop anderen een soort (h)erkenning te bieden. Daarnaast doen de vele hartverwarmende reacties mij ook ontzettend goed. Ik bespaar zo kosten voor de psycholoog en voel mij beter. Win-win, positief lijkt mij dus.

Even terug naar de mening ‘door bezig te zijn met je aandoening trek je negativiteit aan’. Ik probeer te begrijpen hoe ik dat moet zien, ik bedoel, ik leef met een hele lading beperkingen. Ze zijn er als ik wakker word en ze zijn er nog steeds als ik naar bed ga. Om eraf te komen moet ik tussen zes planken gaan liggen en dat ben ik voorlopig toch echt nog niet van plan (dus hoezo negatief?). Ik ben best een goede struisvogel gebleken in mijn leven, maar ik kan mijn kop zo diep in het zand graven dat hij in China weer boven komt en dan nog word ik wakker met mijn beperkingen. Pijn, geen moment zonder, vermoeidheid, check, altijd aanwezig. Vastlopen op eigenlijk alles, ja in dat opzicht loopt het vloeiend, dat dan weer wel. Geen moment van de dag ontkom ik aan mijn aandoening. Hoe moet ik dat anders ombuigen naar iets positiefs dan op de manier waarop ik dat nu doe?

Iedereen heeft zijn eigen gevecht en iedereen moet zijn eigen manier kiezen om daarmee om te gaan. Ik kies ervoor om van mijn ‘vijand’ mijn vriend te maken, of dat in ieder geval te proberen. EDS bepaalt mijn leven voor een heel groot deel. Dat is niet positief, noch negatief, het is slechts hoe het is. Mijn beperkingen gaan niet weg als ik mijzelf in gedachten omring met regenbogen en eenhoorns. Ik blijf dromen en ik blijf ze najagen en ja, een aantal van die dromen kruisen mijn aandoening op een voor mij positieve manier. Dat is waar het om draait. Niet om hoe een ander dat ziet, maar om hoe ik dat zélf zie. Ik verdien een gouden ster in hulpverlening, al zeg ik het zelf.

EDS, het is Elke Dag Strijd, Elke Dag Stomvervelend en Elke Dag Slopend, maar het maakt me ook Elke Dag Strijdvaardig en Elke Dag Sterk en dat mijn vrienden is verre van negatief.

Herinneringen

Ik blader door de herinneringen op Facebook. Dit is zo’n dag waarop meerdere herinneringen elkaar kruisen. Een bijzondere dag, de eerste herinnering misschien (of wellicht 😉) wel eentje die ik als celgedeeld wezentje onbewust mocht meemaken? Wie weet, ik mag het denken, niet hardop zeggen (oops doe ik dat toch). Het is de trouwdag van mijn ouders, negenenveertig jaar, een hele prestatie! Van harte pap en mam 😘. Dat we nog maar veel jaren erbij mogen tellen!

Verder in de herinneringen, vorig jaar een dagje Wildlands. Ik heb iets met dat park. Ik vind het prima te doen met Alex, ik kan echt uren kijken naar de vlinders en de loslopende maki’s en de apenrots. Vorig jaar was er een jong olifantje dat in het water speelde, ik ben fan. Als ik dichterbij woonde nam ik een abonnement. Wij wonen in de buurt van Burgers Zoo en daar hebben we jaren een abonnement gehad. Gewoon even een uurtje naar Bush of de Ocean (ik verkies de ‘warme’ hal, woon wat dat betreft echt in het verkeerde land). Ik vraag me wel altijd af in hoeverre dieren in die parken gelukkig zijn. Ze weten niet beter, maar ze horen gewoon in het wild. Wij mensen hebben veel te veel invloed en vinden het maar vanzelfsprekend dat we overal moeten kunnen wonen. Het is hoog tijd dat daar verandering in komt, dat we de natuur de ruimte geven, maar dat is mijn mening en ik kan daar hele epistels over schrijven. Dat ga ik nu niet doen, terug naar de herinneringen.

Drie jaar geleden was vandaag een grote dag. Drie jaar geleden vlogen we naar Amerika voor een van de mooiste reizen van ons leven. Ik vlak andere reizen die ik heb mogen maken niet uit, maar deze was een droom waarvan ik nooit meer had gedacht dat die uit zou komen. Drie weken Amerika met mijn gestel, het zou een opgave worden. Dromen zijn er om uit te laten komen en met die gedachte stapte ik in het vliegtuig richting San Fransisco. De reis was pittig, maar als ik één ding goed kan is dat mijn blik op oneindig zetten, het verstand op nul, de kiezen op elkaar en gewoon gaan. Het was zo mooi, we hebben zoveel gezien! Ik heb hier op deze pagina een verslag bij gehouden en kreeg zoveel leuke reacties. Iedere dag was een feestje!

Het heeft me wel wat gekost, ik ben niet weer op het niveau gekomen van voor Amerika. Het ‘herstel’ heeft me acht maanden gekost en toch zou ik zo weer in het vliegtuig stappen. Dát is wat telt, dromen zijn er om te beleven en dat is wat ik probeer te doen. Ik denk met een grote glimlach terug aan alles wat we gezien en gedaan hebben en ooit ga ik terug. Het gaat zo snel, voor je het weet ben je weer thuis. Met een rugzak vol herinneringen en de foto’s als bewijs. Even terug in je hoofd, nu ben ik blij dat ik zoveel fotografeer 😉.

Vijf jaar geleden kreeg mijn bed een vaste plek in ons interieur. De hoekbank werd terug gebracht tot een tweezitter en mijn bed paste er zo net naast. Ik heb de hoop dat het bed verdwijnt uit onze woonkamer opgegeven. Het liggen hoort bij mij, het is niet anders. Ik heb het geaccepteerd, soort van, want de wil om meer te kunnen verdwijnt nooit. Ik heb er een soort van vrede mee, meestal. Het is niet anders, het went, al went het nooit. Dubbel? Zeker, maar zo is het leven soms nu eenmaal.

En dan de laatste herinnering van vandaag. Terug naar 2014, dé dag van de landelijke herdenking van de slachtoffers van MH17. Vanuit mijn herinneringen lacht Barbara me tegemoet. Een gedeeld artikel uit de ‘Telegraaf’. Een foto die ik heb gemaakt, een foto die me direct terugbrengt naar dat moment. Een mooie herinnering, gestapeld op de rauwe pijn van verlies. Het heeft een plekje gekregen, de herinnering blijft.

Elke dag herinnert Facebook me aan het verleden. Ik kijk, denk terug, maar ik blijf er niet in hangen. Het leven is te mooi om niet te leven, dus maak ik er iets van. Niet iedereen krijgt die kans. Leer van het verleden, geloof in de toekomst en leef in het heden.

Iets met de hoed (en de rand)

Gek is dat. Er gaat zoveel om in mijn hoofd en tegelijk kan ik niet op de woorden komen om te schrijven wat ik voel. Ik kijk naar een knipperende cursor op mijn schermpje en mijn gedachten dwalen af. Naar de hoed op de foto. De hoed van de moeder van mijn vriendin. Bij bijzondere gelegenheden droeg ze een hoed. Stijlvol gekleed, ze liep met een zelfverzekerdheid waar ik jaloers op was. Maar ik weet inmiddels ook dat achter een houding veel schuil kan gaan, ‘be careful what you wish for’.

De moeder van mijn vriendin is niet meer. De hoed is een van de dingen die ik van mijn vriendin meekreeg als herinnering. Ook al hadden we niet veel contact, ze zit in mijn hart, bij zoveel meer mooie mensen. Deze hoed herinnert mij aan de trouwdag van mijn vriendin. Ik was haar getuige, in mijn hoofd speelt zich een film af van mijn vriendin die de trap af komt lopen in haar jurk. Verpletterend mooi, een model voor een dag, net als ik op deze foto’s, maar dan zoveel mooier. De hoed herinnert mij aan een mooie zomerdag in de achtertuin van haar ouders, een spelletje ‘Triviant’, een potje ‘Canasta’. Of aan de keukentafel waar ik samen met haar moeder een Duitse catalogus bestudeerde. Beide in ademnood van het lachen om de kitsch met hoofdletter K. Mooi is dat, hoe een simpel gebruiksvoorwerp zoveel herinneringen met zich mee kan dragen.

De foto hieronder is een paar weken geleden gemaakt tijdens een fotoshoot met Mirella. Ik wilde al vaker iets doen met de hoed, maar wist niet goed hoe het te combineren. Ik ben geen hoeden of petjesmens, maar dit ‘matchte’. Om te proberen of ik als 48-jarige misschien nog wel als model aan de bak kan heb ik mij ingeschreven bij een kleinschalig modellenbureau. Hiervoor had ik foto’s nodig en Mirella wilde mij wel helpen. Nathalie wilde de visagie verzorgen en zo hadden we een ‘team’. Het was een leuke en ontspannen middag. Grappig detail in de foto’s zijn mijn handen trouwens. Alhoewel ik de pijn en de vermoeidheid terug zie in mijn gezicht kun je aan mijn handen pas echt goed zien hoeveel moeite het me kost te blijven staan.

Mijn gedachten dwalen naar een volgende shoot die gepland stond. Ik mocht een heus model zijn voor duurzame kleding en wat had ik daar veel zin in! Helaas gooide mijn lijf zoals zo vaak roet in het eten. Ik voelde op maandag al wel dat dit wellicht op vrijdag een probleem zou gaan opleveren en moest een dag later toch echt afzeggen. Ik kon gelukkig helpen met het zoeken naar een nieuw model en dat is ook gelukt. Een lotgenoot van me die het geweldig heeft gedaan! Ik gun het haar van harte, maar ergens diep in mij klikte op het moment dat ik hoorde hoe blij ze met haar waren weer het schakelaartje van onzekerheid. Ik ging terug naar de stand waar ik jaren in heb gezeten. De overtuiging dat ik niet geschikt ben (sowieso niet als model) kwam vol binnen. Al het opgebouwde zelfvertrouwen veegde mijn eigen hoofd vakkundig weer van tafel. Een hoofd kan gekke dingen doen.

Gelukkig wil de ontwerpster nog steeds ook met mij een shoot doen om haar kleding aan de man te brengen. Niet omdat ik zielig ben, maar omdat mijn uitstraling haar aanstaat. Aan de ene kant helpt de rolstoel me soms aan leuke dingen (denk aan een leuk artikel in de Libelle of Margriet) en aan de andere kant geeft het me een bepaalde mate van onzekerheid. Ik wil geen liefdadigheidsproject zijn. Dubbel, want zonder die stoel (of mijn aandoening) was ik waarschijnlijk altijd op de achtergrond gebleven. Gek genoeg heeft juist het altijd maar vechten me over de drempel geholpen. Ik ben geworden wie ik ben door de weg die ik moest afleggen en nee, ik zou niet terug willen naar mijn vroegere zelf.

Zie hier, een poging de gedachten van een moment te vangen in woorden. Hersenspinsels, gelijk de titel van mijn eerste dichtbundel. Goed gekozen, hij past nog steeds…

Fotografie Mirella de Jong, mua Nathalie Brouwer

Dromen

Ik heb wat dromen gehad, sinds mijn kindertijd. Ik was niet als het ‘standaard’ meisje, ach wat is dat ook eigenlijk, standaard. Ik wilde geen kapster worden, of juf. Ik droomde van een leven als advocaat of straaljagerpiloot. Later wilde ik hotelmanager worden, samen met mijn buurmeisje had ik ‘mijn’ hotel al ingericht. Ik wilde naar de universiteit, rechten studeren, nergens in mijn hoofd kwam ‘beroepskneus’ op. Het kan anders lopen… of rollen.

Ik doorliep de HAVO met enige vertraging en ging daarna naar de PABO. Niet omdat ik me in de wieg gelegd voelde als juf, maar omdat ik het gewoon echt niet wist en ik na een jaar HBO over kon stappen naar de universiteit. Advocaat zat nog steeds in mijn hoofd, met dank aan ‘Matlock’. De PABO was een ‘geweldige’ opleiding. Ik fröbelde met vouwblaadjes (echt iets voor mij met mijn kromme klauwtjes), drukte de snor bij muziek (iets met een solo zang complex), liet anderen voor mij tekenen bij de hoorcollege’s en de leraar godsdienst heb ik nooit ontmoet. Wat deed ik wel? Ouwehoeren met klasgenoten, het was zeer gezellig! Na een half jaar werd mij vriendelijk verzocht de opleiding te verlaten. Ik was een gezellige studente, maar werkte demotiverend op de rest van de klas. Aan het werk dus.

Ik belandde fulltime in de supermarkt waar ik vanachter de vleeswarenbalie een fijn uitzicht had op het goed gevormde achterwerk van mijn collega (die ik inmiddels manlief mag noemen). Ik werd een manusje van alles; deed brood/kaas/vleeswaren en slagerij, sprong in waar nodig. Kassa wilde ik wel maar mocht ik niet van de baas. Iets met lange rijen en té gezellig. Ik heb een halfjaar gewerkt en ging daarna terug de schoolbanken in.

Naar de MEAO, ik werd secretaresse. Niet dat ik daar een toekomst in zag, maar je moest toch wat doen. Ik sloeg het eerste jaar over en haalde zonder moeite mijn diploma. De droom van de rechtbank liet ik varen, ik was soort van verdwaald en verloren. Ik ging aan het werk, werd gebruikt om het stoffige archief op te ruimen bij een notaris (waar ik ook niet paste) en verliet enigszins gedesillusioneerd de wereld van het notariaat.

Via via belandde ik in de wereld van de kippenslachtmachines. Ik begon als Verkoopmedewerkster en ging uiteindelijk via allerlei opleidingen naast mijn werk weg als vormgeefster. Een nieuwe uitdaging in Barneveld, maar niet langer in de kippenindustrie. Ik werd de inkoopmedewerkster die geen inkoop deed. Ik bleek beter op mijn plaats bij het vormgeefteam en van daaruit mocht ik de fotovakschool gaan doen. Ik was inmiddels de dertig ruim gepasseerd en vond mijn droom in de wereld der fotografie. Eindelijk wist ik wat ik wilde worden als ik later groot was!

Hoe wreed kan het lot zijn. Mijn eigen studio, die ik naast mijn werk runde, heeft denk ik een jaar of vier bestaan. Toen ik eindelijk mooie opdrachten kreeg moest ik de boel opdoeken om weer mijn dromen te laten varen. Ik werd beroepskneus. Ik doe het prima, verdien mijn salaris en meer, maar ‘shit happens’ en je moet er het beste van maken. Ik schrijf wat en fotografeer met mijn telefoon. Probeer nog steeds mooie dingen te creeëren en dat brengt mij eindelijk op de titel van vandaag.

Dromen zijn er om je houvast te geven. Ik droom altijd groot, ik wil iets achterlaten in deze wereld. Ik wil een stempel drukken, ik wil dat mijn kinderen en achterkleinkinderen (mocht ik die krijgen) trots op mij zijn. Ik wil trots op mezelf kunnen zijn! En ik wil dingen doen met hart en ziel, creëren, voelen dat je leeft (al voel ik dat al jaren op een pijnlijkere manier). Nu ik niet, of weinig, meer áchter de camera kan wil ik er wel voor. En als ik ergens aan begin wil ik ook wel kijken hoe ver het me kan brengen. En zo meldde ik mij aan bij een modellenbureau. Niet dat ik zit te wachten op veel opdrachten, zeker niet met de staat van vandaag zeg maar, maar ik wil gewoon weten of ik het kán.

En zo vroeg ik om hulp om een portfolio op te bouwen. Daaruit volgde een keileuke fotoshoot met Mirella de Jong, die ik al kende vanuit een shoot voor de stichting. Onderstaande foto komt uit haar creatieve koker en ik ben er blij mee! Er zijn er meer en die volgen ook later, maar deze kan ik zeker toevoegen. Ik ga voor het echie, ik heb een contract bij een klein bureau. Gewoon voor de ‘fun’, want ik vind het echt leuk. Het kost me bakken energie, maar als ik dan zulke foto’s krijg weer ik waarvoor ik het doe.

Dromen zijn er om na te leven, of het in ieder geval te proberen. Blijf dromen, hoe klein ze ook zijn. Voor nu ben ik al blij dat ik met Lewis buiten kom, maar ook dat zijn dromen.

  • Ik ben het heden –
  • Gemaakt door het verleden –
  • Nu toekomstgericht –

Veertjes

Wie mij een beetje kent weet dat ik iets heb met veren. Niet dat ik ze continu in mijn achterste wil steken, nee verre van dat (al is een compliment op zijn tijd best fijn).

Ik ben een spiritueel mens. Ik geloof dus in boodschappen van boven, in dat engelen met ons communiceren. Manlief is nuchter en verklaart me met enige regelmaat compleet voor gek, maar ik ben ervan overtuigd dat er meer is tussen hemel en aarde. Veel meer.

Ik ben niet religieus, sterker nog, ik denk dat religie verdeeldheid zaait, maar dat is mijn mening. Ik respecteer de mening van anderen. Ik ben behoorlijk gelovig opgevoed en ken dus de andere kant. Mijn mening is niet gebaseerd op niets, maar het geloof past mij niet. Spiritualiteit is meer dan geloven in een wereld naast de onze. Het is een diep gevoel van weten en ik ben heel dankbaar daarvoor. Het houdt mij namelijk op de been. Ik denk dat ik hier ben met een reden en ik denk dat ook mijn aandoening daar niet voor niets is. Dat geeft mij enige mate van rust.

Dit is overigens niet waar ik heen wilde met dit stukje, maar het is wel de inleiding. Vandaag is het alweer zes jaar geleden dat mijn ‘spiergoeroe’ Rob met zijn vriendin en kinderen in MH17 stapte. Een dag die in mijn geheugen gegrift staat. Een dag die zoveel impact had op zoveel mensen. Een dag die de wereld leek te veranderen. Ik zeg leek omdat de wereld ondanks alle beloften toch altijd weer op eenzelfde manier door lijkt te draaien. Alles lijkt anders en toch ook weer niet. Voor mij stopte hij even met draaien. Ik zat even vast in de tijd.

Zes jaar. Rob en Barbara zijn denk ik twee jaar in mijn leven geweest. Het lijkt niets en toch kunnen die twee jaar zoveel betekenen. Ze zijn al drie keer langer weg dan dat ik ze kende en toch gaat er geen dag voorbij dat ze even in mijn gedachten zijn. Sommige mensen hebben die impact.

Terug naar het begin van dit blog. Wie mij kent weet dat ik iets heb met veertjes. Veren brengen een boodschap met zich mee. Als je een witte veer vindt, zegt dat dat de engelen bij je zijn. Een groet van boven. Volgens manlief betekent het niets meer dan dat een vogel aan het ‘ververen’ is, of geslacht is door een ander dier, maar waarom moet je alles logisch verklaren? Ik geloof dus in de boodschappen van boven en vandaag werd mijn pad geplaveid met veertjes. Van thuis tot de begraafplaats lagen ze er om de paar meter. De laatste bij de ingang van de begraafplaats. Een klein, teer wit veertje. Ik heb hem meegenomen, het was de laatste die ik zag.

Een groet van boven, juist vandaag. Altijd zijn ze bij me. Zoals ik net las op Instagram: ‘liefde houdt niet op waar het leven eindigt’.

Voor altijd in mijn hart 💖

I.M. Rob en Barbara MH17