En toen was het februari. Het lijkt een ‘dingetje’ te worden: terugkijken op maanden alsof er weer een jaar voorbij is in plaats van een maand. Op tv tenminste. Ik ga er (denk ik) geen ding van maken. Oké, heel even dan. Voor nu.
Vorige week nam ik officieel afscheid van mijn elro. Met dubbele gevoelens. Die worden vooral ingegeven door een klein restantje onzekerheid. Als je lichaam je zo hard in de steek heeft gelaten, althans, zo voelt dat, laat dat sporen na. Daar reken ik beetje bij beetje mee af. Gedachte voor gedachte. Steeds een stapje dichter bij het terugvinden van vertrouwen.
Ik hoef geen wielen te missen. Ze zijn veranderd. Geëvolueerd. Ik leer weer op eigen benen staan, in meerdere opzichten. Je bent nooit te oud om te leren.
Ik schrijf dit stukje opgevouwen in een stoel voor het raam van een vakantiehuisje, mijn gezicht in het zonnetje. Uitzicht op een gecreëerd meer. De sneeuw kleurt het landschap nog grotendeels wit, al heeft de dooi ook hier ingezet. Op tv zag ik een terugblik naar januari, daar begon dit stukje ook mee. Een mevrouw vertelde klaar te zijn met de kou, de sneeuw en het natte weer. Welkom in de winter. Witter dan we gewend zijn. Jammer alleen dat de overgang altijd gepaard gaat met natte zooi.
En zo heb ik alweer een heel stuk tekst opgelepeld zonder veel te zeggen. Soms is dat genoeg: woorden geven aan een overgang. Je zou er een programma aan kunnen wijden. Of een podcast. Kletsen met kneuzen. Iemand interesse? Weet wel: als je met mij praat, liggen filosofische gedachten altijd op de loer. Wie horen wil, zal voelen. Of niet.
Nou ja. Mijn blog. Mijn gedachten.
Ik wens jullie een zonnige dag vanuit mijn stoel voor het raam.
Maak er wat moois van vandaag.









