Niet langer klein

Gisteren mocht ik mijn officiële boekpresentatie houden. Dat klinkt stukken groter als dat het was en tegelijk was (en is) het groots. Voor mij.

Dat vergt misschien enige uitleg.

Ik heb vijf boeken geschreven en ook uitgebracht. Alles in eigen beheer. Twee dichtbundels en drie boeken die geen standaard boeken zijn (geen roman), maar een verzameling van columns, gedichten en foto’s. Drie boeken, waarvan de laatste twee echt voelen als ík.

Alles deed ik zelf: tekst, vormgeving, het drukproces. Ik geef weinig uit handen, hou zelf heel graag de controle. Een valkuil.

Geen van mijn eerdere boeken had een boekpresentatie. Altijd was er wel een excuus: van geen tijd of geen energie tot corona. Uitstel is mijn beste vriend. En van uitstel komt ook meestal afstel. Dat dit nieuwste boek dus een heuse boekpresentatie kreeg was al een enorme overwinning op mijzelf.

In de zoektocht naar een stukje om voor te lezen las ik zelf mijn boek nog eens door en gek genoeg verraste ik mezelf. Het boek is niet alleen mooi, het is ook nog eens goed. En ik weet dat ik misschien niet de objectiefste ben, maar ik ben wel ongelooflijk kritisch. Zeker op mijn eigen werk.

Ik vind het ontzettend moeilijk om gewoon trots te zijn op iets dat ik gedaan heb. Of gemaakt heb. Dus toegeven dat ik trots mag zijn is voor mij een mega hoge drempel overgaan.

Groei, dat is misschien wel het beste woord.

Ik sta aan de basis van een transformatie. Ik maak ruimte voor meer en dat proces voelt nu nog heel oncomfortabel. Ik ben gewend mezelf klein te houden. Onzichtbaar te maken. Bang om de aandacht te trekken, maar iets in mij zegt dat het tijd is daar verandering in aan te brengen. Ik wil meer dan alleen zichtbaar zijn vanachter een scherm. Ik kán meer dan dat.

En dus was die boekpresentatie meer dan het aan de man (of vrouw) proberen te brengen van een product. Het was een stap richting meer zichtbaar zijn. Het was ruimte maken, voor mij als persoon.

Het is het begin van een voorzichtige droom…