Onderweg

Ik loop.
Twee kleine woorden.
Kleine woorden, met grote impact.

Twee woorden maar, maar twee woorden waarvan ik vier jaar geleden niet had durven dromen dat ik ze ooit nog als waarheid zou kunnen zeggen. Nou ja, een echte leugen was het ook niet, want ik liep nog wel. Ik liep (of strompelde) in huis, en ik ben me echt wel bewust van het verschil tussen dat nog kunnen en dat niet meer kunnen, maar waren ook dagen dat dat lopen amper ging. Ik liep op pure eigenwijsheid. Ik kan het me bijna niet meer voorstellen, nu, maar ik lees het terug, in mijn herinneringen, in mijn boek. En ik zie het terug, in de foto’s op mijn telefoon. Mijn bed, pontificaal in de woonkamer, met mij erin.

Mijn lijf brak, steeds een beetje meer, en nu, nu wordt langzaam weer heel.

Dit schrijven geeft een dubbel gevoel. Aan de ene kant is daar een ongekend gevoel van vrijheid. Een onbeschrijfelijk gevoel, een gevoel dat ik echt iedereen gun. Dat zelfs alles waar ik door ben gegaan waard is. En geloof mij, dat was niet niets, maar dit gevoel, het is groots! Dít is dat licht dat schijnt aan het eind van die tunnel. Dít is dat wat ze groei noemen. Dít is een van de lessen die ik moest leren in dit leven, denk ik. Voel ik.

En ik kan niets anders dan dankbaar zijn. Diep, ontzettend dankbaar.

En dan is daar is ook die andere kant. Een sluimerend gevoel van schuld. Schuldgevoel over dat ik mag herstellen, terwijl een ander achteruit gaat. Dat ik mij niet zo mag voelen terwijl een ander moet vechten. Alsof mijn winst bij een ander een verlies veroorzaakt. Alsof er niet genoeg ‘gezondheid’ is in de wereld. Alsof ik het dan opmaak. En blijkbaar vind ik dan een ander belangrijker dan mijzelf.

Dat gevoel van schuld wordt veroorzaakt door een overtuiging, die ergens in mijn systeem is terechtgekomen, zoveel weet ik inmiddels. Dat is dan het voordeel van zoveel lezen, luisteren en studeren. Je snapt waar dingen vandaan komen en anders vogel je dat uit. Het antwoord zit in jezelf, altijd. Waarom mag ik niet blij zijn met mijn vooruitgang? Waarom mag ik het niet van de daken schreeuwen? Wat maakt dat ik mij schuldig voel, wat veroorzaakt de angst dat mijn plussen bij een ander voor een min zorgen? Waarom voel ik mij schuldig voor anderen? Waarom moet ik altijd verantwoording afleggen, voor mijn gevoel?

Als je wilt leren wat jou drijft zijn dit de vragen die je moet durven stellen, en die je ook moet durven beantwoorden, open en eerlijk. Houdt me weer even bezig dus.

Maar ik leer.
Ik schrijf het, nog een keer, ik loop!

En ik ga de neiging die in me opkomt om me te verantwoorden, om alle dingen die het me kost, onderdrukken, want die doen niet ter zake. Dit is groot, groots! En ik hou het bij die dankbaarheid, want nogmaals, dat ben ik, dankbaar.

Ik kom er wel.
Ik kom er weer.
Als mijzelf, steeds meer mijzelf.

Ik loop!!!

(en dat is zelfs met black friday niet te koop 😉)

Aanstellerij

Als we dan toch bezig zijn met het ontleden van oude overtuigingen, dan hoort bovenstaande er ook bij, aanstellerij. Een bijzonder hardnekkige, in mijn geval tenminste. Een heel groot deel van mijn leven heb ik mij een aansteller gevoeld, een gevoel dat denk ik herkenbaar is voor veel chronisch zieken. Als je meer mankeert dan gemiddeld, en dan ook nog niet echt de vinger kunt leggen op de oorzaak, dan zijn er altijd mensen die jou (onbewust!) dat gevoel kunnen geven. En die mensen kunnen overal op de loer liggen. Meestal ligt er onbegrip aan ten grondslag. Soms ook onwil. Vaker is het een niet weten hoe om te gaan met al het ongemak dat de ander ervaart.

EDS is een lastige aandoening, zoals veel multisysteemaandoeningen lastig zijn. Je kunt je als normaal functionerende, gezonde persoon bijna niet voorstellen hoeveel verschillende kwalen zich kunnen manifesteren binnen één enkele persoon. Het is voor de persoon zélf al een uitdaging de verschillende symptomen serieus te nemen, hoe moet een ander dat dan kunnen? En veel dingen zijn of voelen vaag, en ook dat helpt niet mee. De ene dag zit de pijn in de knie en de volgende dag kan het maar zo in de schouders zitten. Eigenlijk zit het bijna altijd overal, maar meld je hetgeen dat de boventoon voert. Iets dat voor de meeste mensen niet te begrijpen is. Lastig dus. En dan is de diagnose aansteller al snel gesteld. Niemand heeft (of kan) zoveel klachten tegelijk op zoveel verschillende fronten ervaren. Denkt men.

Wel dus. Toen ik nog hele dagen plat lag waren mijn klachten voor mensen beter te begrijpen. Nu ik me weer meer op de openbare weg begeef, wordt het lastiger. Want hoe kan dat? Waren al die problemen wel echt daar? Ik zie het sommige mensen denken, of dat denk ik, want ik weet niet of ze dat wel echt denken. Of dat ík vooral die conclusie trek. Over mijzelf. Ingewikkeld hoor, de psychologie achter de, ja wat, klacht? Overtuiging?

En toch weet ik dat dát is wat mensen denken, of dachten in ieder geval. Ik zie nog de blik van de neuroloog voor me, jaren geleden. Ik was amper twintig en had een dubbele hernia. Pijn in mijn onderrug, beide benen én mijn SI gewrichten, jaja, dacht de neuroloog, die is rijp voor de psycholoog. En die werd ook daadwerkelijk opgeroepen, aan mijn ziekenhuisbed, waar ik twee weken plat moest liggen, voor die hernia. Gelukkig keek de psycholoog verder dan zijn neus lang was en verklaarde hij me mentaal meer dan gezond. Maar dit akkefietje liet wel sporen na.

Aansteller.
Tja, schud dat maar eens af dan.

Werkgevers, collega’s, leraren, teamgenoten, artsen, overal trok wel iemand een wenkbrauw op bij mijn algehele kneuzerigheid. Bij de krukken en de spalken. Bij mijn toch weer uitvallen.

En ook díe blikken lieten sporen na. Ik voel ze nog, maar laat ze achter me, bij en met het schrijven van dit stukje. Want ik mag het achter me laten. Ik bén geen aansteller, ik ben eerder het tegenovergestelde. En als je me dan een keer hoort zeggen dat iets in mijn lijf pijn doet, denk dan maar aan al die onderdelen die ik niet noem, want geloof mij, daar zijn er nog steeds veel meer van. En dat zeg ik niet om medelijden te krijgen, want dat hoef ik niet. Maar het is wel de realiteit.

Wat ik wel wil zeggen is, denk goed na voordat je een oordeel over iemand velt. Want je hebt vaak werkelijk geen idee wat zich afspeelt achter het masker van de lach. Of zelfs achter de traan.

En dat woord, aansteller, laat sporen na.
Altijd.

Op zoek naar mezelf

Het is dé zoektocht van het leven, de zoektocht naar jezelf. En toch is lang niet iedereen ermee bezig. De meeste mensen laten zich overrompelen, meeslepen. Beginnen hun dag zoals ze iedere dag beginnen. Gaan naar hun werk, of naar school, sporten, koken, kijken tv en gaan naar bed. Zonder ook maar een enkele gedachte te wijden aan wie ze nu eigenlijk echt zijn. Wat ze willen in dit leven. Waarom ze hier zijn. Ze doen hun ding, gaan naar bed, staan weer op en gaan verder waar ze gebleven zijn. Zonder zich druk te maken over het waarom. En dat is prima, dat mag, maar het is niet mijn weg. Niet meer.

Eigenlijk ben ik al jaren op zoek, al wist ik het niet. De meer spirituele kant van het leven heeft me altijd al aangetrokken, ik wist diep van binnen dat er meer was, maar ik wist niet wat. Of waar het te vinden. Het leven vond zijn weg tussen mijn gedachten door. Ik las wat over dit onderwerp, keek wat documentaires, of series, maar echt doordringen deed het niet. Tot ik een jaar geleden in aanraking kwam met de wet van aantrekking. Ik was geïntrigeerd, hoe werkt dit en hoe kan ik mijn situatie ombuigen? Ik begon te lezen, volgde een aantal cursussen op dit vlak. Er ging een wereld voor me open.

Het klinkt zo mooi. Vraag en er wordt gegeven, maar zo simpel is het niet. Tenminste, zo simpel is het voor mij niet, er zitten namelijk wat dingen in de weg. In mijn hoofd. Er is een heleboel voorbij gekomen het afgelopen jaar. Ik heb veel geleerd, over mijzelf, over mijn denkpatronen, over hoe ik het leven zie. Wat begon met een voorzichtige interesse is uitgelopen op een heuse studie, een studie naar wie ík nu eigenlijk ben. Ik leer over het menselijk brein, over hoe we denken, hoe we dat denken kunnen beïnvloeden, over hoe het universum werkt en hoe we veel zelf in de hand hebben. En dat botst soms met dat wat ik altijd heb geloofd.

Hoe je het wendt of keert, dat wat we geloven heeft ontzettend veel invloed op onze realiteit. We zijn geen slachtoffer van het leven, van onze situatie. We hebben altijd een keuze. Deze manier van denken heeft invloed op hoe ik nu in het leven sta. Over hoe ik mijn omgang met EDS ervaar. Over hoe ik omga met andere mensen. Als je blijft doen wat je altijd deed verandert je leven nooit en ik wil gezond zijn. Ik bén gezond, al laat mijn lichaam me soms anders voelen. En toch is deze andere manier van denken het begin van iets groots. Voor mij. En de mensen om mij heen zien deze verandering ook.

Ik ben op zoek naar mezelf. En daarvoor moet ik mezelf eerlijk bekijken. En nee, ik vind niet alles leuk wat ik zie, maar dat geeft niet. Het onder ogen zien is nodig, om het te kunnen veranderen. Ik mag mezelf zijn. Ik hoef me niet constant aan te passen om in het perfecte plaatje te passen. Want wat is perfect? Dat wat de maatschappij ervan vindt? Ik doe er niet langer aan mee.

Ik ben op zoek naar wie ík ben, en van daaruit ga ik op zoek naar wat bij mij past. En daarvoor zet ik mijzelf op de eerste plaats. Zet ik mijn gezondheid op de eerste plaats. Het is een mooi proces. Het is een waardevol proces. Het is een leuk proces. Ik ben opnieuw een student, aan de leerschool van het leven.

The only way is…

Afgelopen zaterdag had ik een uitje, een festival, een event, het is maar hoe je het noemen wilt. Het klonk veelbelovend, op papier. Iconen, goeroe’s, alles en iedereen op dezelfde plek. De uitnodiging beloofde dat de frequentie hoog zou zijn, en dat deze dag je lang bij zou blijven. Ik was een tikkeltje gespannen, wat te verwachten? High vibes, hét toverwoord, en een woord waar ik gevoelig voor ben, blijkbaar.

Ik ben ook redelijk (eh misschien zelfs ietsje meer dan redelijk) gevoelig voor influencers, van een bepaalde soort tenminste. Die van de cursussen om precies te zijn, de teller staat inmiddels op drieëntwintig stuks. En ik doe ze allemaal tegelijk. Ik wil alles weten, stort me erin, en erop, tot mijn interesse weer langzaam wegebt en ik me in en op de volgende stort (ik heb het nog steeds over cursussen, dat dat maar even duidelijk mag zijn). En ik voel meer dan een kern van waarheid in de laat ik het ‘heel jezelf varianten’ noemen, maar de puzzelstukjes passen nog steeds niet helemaal goed in elkaar. En dus leer ik door, met vallen en opstaan. En blijf ik geïnteresseerd. En vatbaar dus, voor, je raadt het al, meer cursussen, online vooral.

Veel van mijn, laat ik ze even voorbeelden noemen, waren aanwezig, afgelopen zaterdag. Dat vind ik spannend. Slaat nergens op, zijn gewoon mensen, maar toch, zij staan op dat podium, en ik zit ervoor. Zij spreken hun waarheid en ik hang aan hun lippen, als een waar tienermeisje met een fan-complex. Ook dat slaat nergens op, maar ja, ik zei het al, ik ben er gevoelig voor, voor die influencers (en hun boodschap).

De opening was interessant, een grootschalige meditatie door master Oh, ik moet zeggen, dat was wel bijzonder. Al werd ik behoorlijk afgeleid door de muziek en de stemmen vanuit de garderobe, achter mij, en door langs- en loslopende fotografen (die vooral zichzelf erg interessant leken te vinden). Hierna waren er lezingen van verschillende grote namen op het gebied van manifesteren. Helaas was er maar weinig tijd per persoon en bleef daardoor alles heel oppervlakkig. Hier konden de mensen op dat podium weinig aan doen, maar jammer was het wel.

Tussen de bedrijven door liep alles vrij rond, iconen in het wild dus. Veel zelfverzekerde mensen, dressed to impress, blik op oneindig, borst vooruit. Ik zat, een hele verdieping lager, en keek aan tegen een zee van goedgevormde (en minder goedgevormde), deinende achterwerken. Vooral vrouwelijk, gehuld in voornamelijk kleurige pakken (fashionably), paars, roze en rood. Zoals gezegd, blik op oneindig, en daarmee over mij heen. Elkaar omhelzend, een ons-kent-ons gevoel verspreidend, een ons-kent-ons waar ik overduidelijk niet bij hoorde.

Voor mij voelde deze dag vooral verwarrend, daar waar de boodschap eigenlijk ‘wees jezelf, voel je goed in je eigen vel en leef je mooiste leven’ zou zijn, voelde ik mij vooral buitengesloten, niet de moeite waard en voelde ik mij zelfs letterlijk steeds kleiner worden. Blijkbaar pas ik in het echte leven niet binnen de grenzen van de te manifesteren mogelijkheden. Dit gevoel werd vooral veroorzaakt doordat de blikken echt óver mij heen gericht waren. De grote namen in de kramen namen totaal nul notie van mij. Niet vóór hen, niet naast hen. Gewoon nul, bewust of onbewust, niet bestaand. In dik tien jaar rollen heb ik dit nog nooit eerder zó ervaren. De ultieme high vibe voelde zo voor mij toch een heel stuk lager.

Ik ga door op het door mij ingeslagen pad. Ik blijf leren wat er te leren valt. Ik blijf open en geïnteresseerd, vooral naar andere mensen. In deze realiteit leven we tenslotte met mensen, naast mensen. Mensen die (te) vaak over het hoofd gezien worden. Mensen die al deze dure shit niet kunnen betalen, maar de kennis zo goed kunnen gebruiken.

Ergens ga ik een manier vinden om daar iets mee te doen. Als ik dan alles kan manifesteren wat ik wil, dan wil ik deze kennis delen, zonder duur en mooi verdienmodel, zodat we er allemaal iets aan kunnen hebben. Samen maken we de wereld tenslotte mooi.

Maar eerst richt ik mijn blik maar eens naar binnen. Ik moet eerst mijn eigen trauma’s helen, mijn eigen lijf helen (en mijn zelfvertrouwen opvijzelen). Als ik daarmee klaar ben, kijkt niemand meer over mij heen. En zal ik op niemand neerkijken…

These boots

Ooit zocht ik naar een diagnose…
Om me gesteund te voelen.
Om te verklaren.
Om mijn groeiende onzekerheid te helpen temmen.
Om mezelf te kunnen verantwoorden, waarom kon ik niet wat een ander kon.

Omdat ik mezelf geen raad wist.
Met de pijn die me zo vaak overviel.
Met het groeiende aantal beperkingen.
Met hoe ik moest werken met zo weinig energie, met zoveel klachten.
Met hoe ik me staande moest houden in een maatschappij die maar doorging.

Jaren heb ik gevochten. Met mezelf, en tegen mezelf. Jaren heb ik mijn leven gepauzeerd, uit onmacht. Jaren heb ik hardnekkig geprobeerd positief te blijven, te lachen, hoewel het huilen soms me soms echt wel nader stond. Dat is het ding met vechten, je gaat tegen de stroom in. En dat wringt, op enig punt.

De diagnose EDS bood me steun. Gaf me een gevoel van ergens bij horen, want ik voelde me verstoten door de gewone gemeenschap. Ik deed niet meer mee, telde niet meer mee, hoorde er niet meer bij. Al deze gevoelens, gemaskeerd door een lach. Ik omhelsde mijn aandoening, als ware hij mijn beste vriend. Tot ik hem leerde zien voor wat hij was, en langzaam leerde hem los te laten. Ik hoefde niet te voldoen aan een vast stramien. Ik ben de baas over mijn eigen leven. Ik heb de controle. Ik bepaal.

Dat klinkt simpel, zo in een alinea, maar dat is het niet. En toch ook weer wel, want mindset heeft echt enorm veel invloed, meer dan we geneigd zijn te denken. Zie je jezelf als een deelnemer van het leven of als een toeschouwer? Ik heb mezelf tien jaar lang als een toeschouwer gezien en nu doe ik weer mee.

Loopt alles op rolletjes, nu? Nee, ik worstel soms echt nog wel om mijn hoofd boven water te houden. Maar dan weet ik weer dat mezelf laten drijven op de stroom van het leven beter werkt. Soms moet je er even bij gaan liggen en jezelf de rust gunnen. En soms duurt dat even wat langer, zeg een jaar of tien.

Vandaag kreeg ik er officieel (weer) een diagnose bij. Tien jaar immobiel zijn is waarschijnlijk van grote invloed geweest op mijn botdichtheid. Tel daar een laag vitamine d gehalte bij op en je hebt een probleem in de dop. Maar het hoeft geen probleem te worden, nóg niet. Ik kan het tij nog keren en dat ga ik doen. Ik was al uiterst gemotiveerd om te blijven bewegen, dit motiveert juist extra.

Dok was enthousiast, blij dat ik deze diagnose zie als een uitdaging in plaats van als een probleem. Ik heb er genoeg, diagnoses, ze zijn uiteindelijk niet meer dan een verzameling van letters. De échte diagnose, de grote uitdaging, zit in mijn hoofd. Ik ga door op het door mij ingeslagen pad. Leren wat er te leren valt en genieten van het proces. Iedere stap vooruit is er eentje, en ik, ik loop in zevenmijlslaarzen!

(R)overheid?

Dat er iets grondig mis is met het systeem in Nederland lijkt mij duidelijk. Het rammelt aan alle kanten, álle kanten. De zorg is een puinhoop, de energieprijzen rijzen de pan uit, het onderwijs is een zooitje, het openbaar vervoer gaat niet, de WMO heeft geld tekort, net als jeugdzorg, wat gaat er eigenlijk nog wel goed? Na lang denken moet ik zorgelijk concluderen, niets.

Politici geven elkaar de schuld, mensen geven de overheid de schuld. Hoe vaak ik niet lees dat de roverheid mensen van hun geld afhelpt… Ik heb een eigen visie, eentje die die overheid hard nodig heeft, maar op een fatsoenlijke manier. Eentje die niet zegt dat onze politici fantastisch werk doen, want laten we eerlijk zijn, dat doen ze niet. Al jaren is het een puinhoop in politiek Nederland. Zijn het marionetten? Misschien wel, marionetten van het kapitalisme, van het hyperkapitalisme. Nederland besturen alsof het een bedrijf is laat dan misschien economisch een mooier plaatje zien, ze vergeten dat het de mensen zijn in een land die je er uiteindelijk op afrekenen. Dat laat overigens ook goed zien waarom de VVD-ers nog steeds redelijk gelukkig zijn. En het nog steeds voor het zeggen hebben, al vraag ik mij af hoe je hier nog gelukkig van kunt worden.

Onze (r)overheid. Een instantie die, mijns inziens, nodig is. Let wel, niet als hoe dit systeem momenteel functioneert. In mijn visie (dit hoef je echt niet met me eens te zijn) is de overheid verantwoordelijk voor de basis. Zorg, onderwijs, openbaar vervoer, energie. Zaken die voor iedereen gelijk moeten zijn, geld of geen geld. Eigenlijk is dat wat we hadden voor we het te grabbel gooiden aan het kapitalisme.

Marktwerking zou de prijzen stabiliseren. De kosten in de zorg liepen uit de klauwen, marktwerking zou zorgen dat deze controleerbaarder werden. Het ziekenfonds werd afgeschaft en de zorgverzekeraar kreeg het voor het zeggen. Met alle gevolgen van dien. Personeelstekort, mensen werken zich uit de naad voor een loon dat én de rekening niet kan betalen én vreselijk oneerlijk verdeeld is. De bureaucratie heeft de zorg overgenomen. Alles is niet beter en duidelijker, het is juist andersom. Nieuwe regeltjes vinden dat personeel hoger opgeleid moet zijn voor werk dat deze mensen al jaren meer dan prima doen. Mijn vriendin, werkend in de zorg, is gevraagd een extra opleiding te doen, maar de consequentie daarvan is dat ze dan meer verslagen moet schrijven en nog minder tijd heeft voor dat wat ze wil doen, mensen helpen. Zorgen. Idiotie dus.

Dan het onderwijs. We hebben inmiddels 3192 studies op hbo/wo niveau. 3192! We hebben een enorme behoefte aan personeel dat daadwerkelijk de handen laat wapperen, maar ze slingeren de meest onzinnige opleidingen de wereld in. Vrijetijdsmanagement, een heuse opleiding, echt waar! Nederland wemelt van de managers. Een manager die luistert naar een andere manager en die weer anderen aanstuurt. Die papierwerk (digitaal, maar toch) doorzet, veel praat en weinig doet. Sorry als ik chargeer, maar kom op, hebben we echt meer behoefte aan meer managers? Ze leren vooral hoe ze zo snel mogelijk geld kunnen verdienen met zo min mogelijk inspanning. Waarom zou je iets leren waarmee je je inzet voor de maatschappij als je je ook in kunt zetten voor jezelf? Er is een chronisch tekort aan leerkrachten omdat ze geleid worden door regeltjes. Omdat ze door de bureaucratische rompslomp niet meer toekomen aan dat wat ze willen doen, onderwijzen.

Het onderwijs moet een probleem zijn van de staat. Goed onderwijs moet voor iedereen beschikbaar zijn. Punt.

Het openbaar vervoer is een zooitje. Schiphol is een zooitje. Stakingen op de werkvloer, waar echte mensen voor een schijntje, vergeleken met wat de managers verdienen, het echte werk doen.

Ik zie overeenkomsten, Den Haag blijkbaar niet. Nog nooit eerder stonden ze daar zo ver af van de gewone mens. Energieprijzen die onbetaalbaar zijn geworden doordat ze overgelaten worden aan de vrije markt. Het kapitalisme is geweldig voor een kleine groep mensen, maar een hel voor de rest.

Als ik dit zeg, vindt men mij een communist. Maar wees nou eens eerlijk, dingen als energie, zorg, onderwijs en openbaar vervoer moeten toch voor iedereen toegankelijk zijn? Voor een normale en eerlijke prijs? Wil jij bakken met geld verdienen aan fastfood, aan bloempotten of aan woonaccessoires, be my guest, leef je uit, maar de basis, van gezonde voeding tot onderwijs en van energie tot openbaar vervoer, moet toegankelijk zijn voor iedereen. Dat is geen hardcore communisme, dat is gewoon een sociaal en gezond verstand in een ‘gaaf’ land. Ik zou willen dat ze dat in Den Haag zouden begrijpen.

Pijn.

Ik schrijf niet zoveel meer over pijn, of over (mijn) leven met pijn. Waarom niet? Omdat ik heel hard probeer me te focussen op andere dingen. Leukere dingen. Fijnere dingen. Mooiere dingen. Waar je je aandacht op richt trek je aan. Of je dat gelooft of niet maakt niet uit, ik geloof dat het zo werkt, in ieder geval werkt het voor mij, soort van, mijn geloof op dit vlak ligt namelijk nog weleens overhoop met mijn realiteit.

Pijn dus. Ik ben het afgelopen jaar best behoorlijk vooruit gegaan. Ik loop weer stukjes, ben meer overeind en voel me beter. Zie er ook beter uit (zegt men), zit absoluut en zonder enige twijfel beter in mijn vel. Wat dit veroorzaakt, vragen mensen zich af. Ik denk een combinatie van factoren. Ik volg (zoals ik al vaker schreef) verschillende cursussen op mentaal gebied, doe touch of matrix therapie (Google maar eens) en heb bio-identieke hormoontherapie (en dat doet mij erg goed). Het maakt me tot een ander mens, die toch op bepaalde fronten echt nog kampt met dezelfde problemen. Op het gebied van (chronische) pijn bijvoorbeeld.

Dat ik nog steeds pijn heb wordt nog wel eens vergeten, door mensen die mij zien lopen in plaats van rollen. Ikzelf verkies het soms trouwens ook, die pijn te vergeten, ik verplaats het weer naar mijn achterhoofd, en probeer het daar ook te houden.

Gister kwam ik op Facebook onderstaande afbeeldingen tegen, en ik denk dat het toch de moeite waard is ze te delen (voor meer zie Instagram how.u.feeling). Het is weer september, en september is ook de maand voor aandacht voor het leven met chronische pijn. Er bestaan nogal wat misverstanden over dat subjectieve gevoel dat pijn heet. En zeker over chronische pijn.

Iedereen die leeft met chronische pijn kent wel iemand die denkt dat hij of zij weet hoe het voelt om ermee te leven. Iedereen heeft tenslotte weleens ergens pijn, maar dat is toch iets anders dan de impact die constant pijn hebben heeft op je leven. Chronische pijn is er namelijk altijd. Soms irritant, ietwat zeurend en op de achtergrond. Soms schreeuwend en op de voorgrond. Altijd is het er echter wel ergens.

Altijd. Laat dat even tot je doordringen.

Geen pauze, geen vakantie, geen weekje rust. Het is vermoeiend. Het laat je bij tijden twijfelen aan je eigen gevoel. Het heeft consequenties voor alles wat je doet, voor de keuzes die je maakt. Sommige soorten pijn kun je (leren) negeren, maar sommige vereisen ook je directe aandacht, vereisen bijvoorbeeld rust. Je moet leren welke soort waarbij hoort. Acuut of chronisch, grenzen verder verkennen of ze herkennen en erkennen. Op de plaats rust, terug naar bed of bank of doorbikkelen. Wel of niet een pilletje extra om te helpen de pijn te verdoven.

Ik ben het afgelopen jaar vooruit gegaan, mensen zien me nu een aantal keer per week een rondje lopen met Lewis. Ook dat is een keuze. En die keuze gaat (nog) gepaard met pijn. Iedere stap die ik zet voel ik, soms wat meer, soms wat minder, maar pijnloos is het nooit (nog niet tenminste). Ik kies ervoor dit door te zetten. Verleg mijn grenzen, iedere dag opnieuw. Ik ben ontzettend dankbaar dat dit lukt, onvoorstelbaar dankbaar. De grote grijns op mijn gezicht is oprecht, het voelt zo ontzettend goed, maar er is ook een andere kant.

Iedere stap die ik zet is een keuze. En die ene stap gaat ten koste van iets anders. En doet pijn. Ik kamp nog steeds met een heleboel fysieke uitdagingen. Ik ga die uitdagingen niet uit de weg, die tijd heb ik gehad. Ik heb geleerd en geaccepteerd. Ik zie wel waar het schip strandt (of niet). En de pijn? Die zal altijd wel ergens aanwezig zijn…

Zelfzorg

Ik lees en volg veel zogenaamde ‘verlichte’ pagina’s. Ik hou wel van een tikkeltje zweverigheid in mijn aardse bestaan. Niet dat ik op wil stijgen naar hogere sferen, nog niet, maar er is zoveel meer tussen hemel en aarde en ik probeer hier mijn weg in te vinden. Volg wat bijzondere therapieën, lees veel spirituele boeken en krijg heel veel mails op dit gebied. Eén ding, dat als een rode draad door deze noem het maar zoektocht heenloopt, is de zorg voor jezelf. Zelfzorg is het belangrijkste soort zorg. En ik was er niet zo goed in.

Even een paar stappen terug. Ik heb, net als ontzettend veel andere vrouwen, van huis uit meegekregen dat je klaarstaat voor een ander. Mijn moeder is hier werkelijk een superster in. Altijd kun je een beroep op haar doen, ze laat (meestal) alles uit haar handen vallen om als een ware redder in nood mensen te helpen. Ik heb nooit deze staat van zorg voor anderen bereikt, ik had er de energie niet voor. Letterlijk, en misschien ook wel figuurlijk. Ik ben altijd al een tikkeltje lui geweest, aard van het beestje. Ergens in mij heeft echter altijd wel een soort van bewondering gezeten voor deze eigenschap. Jezelf opzij zetten voor een ander, volledige toewijding, ik vond het nogal wat. Ik vind er ook wel wat van dat ik dat niet kon. Niet deed.

Vónd. Want het lijkt zo’n mooi voorbeeld, altijd klaarstaan voor een ander. Het ís ook mooi, maar (en dit is een behoorlijke maar) je kunt er pas echt zijn voor een ander, als je jezelf op de eerste plaats durft te zetten. En dat is iets dat ik niet echt goed geleerd heb.

Het is een eeuwigdurend gevecht in mijn hoofd, er willen zijn voor anderen, maar je handen zo vol hebben aan jezelf. En misschien is het juist daarom wel mijn gevecht, is dit een heel belangrijke les voor mij. Ik wil dus ook klaarstaan voor iedereen, op mijn manier. Ik maakte altijd tijd, ook als het eigenlijk niet ging. En tegelijk voelde het als mijn tekortkoming. Nooit kon ik voldoen aan de hoeveelheid zorg die mijn moeder anderen gaf en geeft. Die andere vrouwen anderen geven. Daar zat ik weer, gevangen in het cirkeltje van niet goed genoeg. Zoveel vrouwen lachen dit weg, terwijl ze er zelf ook in gevangen zitten.

Ik zag zorgen altijd als een fysiek klaarstaan. Iemand is ziek, je brengt soep. Pakt de stofzuiger, de zeemleren lap om de ramen die het zicht naar buiten verduisteren weer te laten blinken. Dat kon ik niet. Dat kan ik niet. Maar klaarstaan voor een ander is zoveel meer dan dat. Het is ook de tijd nemen voor een kopje koffie, voor een goed gesprek. Er zijn als iemand je nodig heeft. En dat doe ik wél. Dat deed ik wel. Ook als het eigenlijk niet uitkwam, niet ging. Ook als ik zelf bijna verzoop. (Goed) voorbeeld doet (goed) volgen.

Ik lees het al jaren, op die pagina’s, in die boeken. Sterker nog, ik roep het al jaren, naar vriendinnen. Je moet eerst voor jezelf zorgen, voor je voor een ander kunt zorgen. En toch zag ik het bij mijzelf als egoïsme. Zoveel deed ik toch niet, ik lag maar te liggen, dat kostte toch geen energie? Wat bracht ik nou in als waarde in deze maatschappij? En dus zag ik het als mijn plicht iets terug te doen. Had ik altijd wel een of ander projectje. En vergat ik mezelf. Want ik deed niks en moest zoveel.

Misschien is het wel een van de redenen waarom ik op dit pad van beperkt zijn ben beland. Ik moet het leren. Ik moet leren mezelf op de eerste plaats te zetten. En het gaat steeds beter. Ik kan tegenwoordig mijn telefoon laten rinkelen zonder hem op te nemen. Om vervolgens wel terug te bellen, want helemaal negeren is nog een stapje te ver. Ik kan een appje even laten zonder hem te openen. Ik hoef niet 24/7 voor mensen klaar te staan. Ik leer dat nee ook een antwoord is en dat ik het mag gebruiken, al vind ik dat nog steeds best lastig.

Het is waar. Om er echt voor een ander te kunnen zijn, moet je er eerst voor jezelf zijn. Dat is niet egoïstisch, dat is nodig.

Opkrabbelen

Ik schrijf wel vaker over de reis die ik maak op het gebied van manifesteren, de reis die de wet van de aantrekkingskracht heet. Die reis gaat, net als de rest van het leven, gepaard met pieken en dalen. Dagen van vol ermee bezig zijn, van plannen maken en dagen van het hele zooitje het liefst in de hoek van de kamer flikkeren. Soms staat je hoofd ernaar, en soms ook niet.

Ik zit in een groepje, een groepje van mensen die bezig zijn met dezelfde cursus als ik. Je krijgt ze er gratis bij, de winnaars en de losers. Soms voel ik me thuis bij de eerste groep, soms bij de tweede. Ik heb nog wat werk te doen, om standaard bij de winnaars te horen. Wat ok is trouwens. want als ik klaar was met leren was ik hier niet meer, denk ik. Dus ik leer nog maar even door. Ik ben sowieso nog niet klaar, want ik heb grote plannen, al weet ik nog niet wat die precies gaan zijn…

Maar goed, ik zit dus in dat groepje. En daar werd iets gedeeld door een schrijver (of schrijfster) die een boek uit gaat brengen, dat natuurlijk een groot succes gaat zijn. Zo gaat dat, in de wereld der manifestatie. Je gelooft in jezelf, in je eigen succes. En vanmorgen werd me duidelijk dat er op dat gebied nog iets schort, bij mij, niet bij hem (of haar), die had dat geloof in zichzelf.

Ik wil ook weer een boek maken, gewoon omdat ik dat leuk vind. En omdat ik best geloof in mijn eigen schrijfkwaliteiten. Ook in mijn vormgeefkunsten trouwens, niets mis mee. En toch geloof ik er niet genoeg in, anders lagen er niet nog dozen vol boeken op zolder (niet zo stille hint dit). Ik wil een succesvolle schrijfster zijn. Zo, als het nog niet duidelijk was, is het dat nu wel. Zo eentje die succesvolle boekpresentaties geeft, die uitgenodigd wordt bij tv programma’s, die in de landelijke krant komt én in tijdschriften, met een eigen column. Niet omdat mijn hoofd bekend is, maar omdat ik het kán.

Tot zover werkt het, dat geloven in mijzelf.

En dan is daar dat andere stemmetje, dat stemmetje dat zich ermee wil bemoeien. Dat stemmetje dat in mijn oor fluistert, maar jij hebt geen van beide. Je hebt én geen bekend hoofd, én kunt helemaal niet zo goed schrijven. Je bent best aardig, maar dat is niet goed genoeg.

Niet goed genoeg.

Dat is wat zoveel mensen van zichzelf denken. En ik lees in al die manifestatie boeken dat dat dus niet goed is. Nog iets dat niet goed genoeg is.

Ik heb nog iets te overwinnen voor ik op dat podium sta, met die succesvolle boekpresentatie. En toch voel ik het wel, dat succes. Ik slinger het bij deze dus nog maar een keer het universum in.

Ik.wil.het.

Ik ben op weg naar die succesvolle versie van mezelf, al is de huidige versie ook echt niet verkeerd.

Ik ben aan het opkrabbelen, in iedere zin van het woord. Ik zie mogelijkheden, ook hier op meerdere fronten. Ik krabbel op, voor een nieuw boek. Een boek vol inspiratie, vol hoop. Er is altijd hoop, en hoop is beter dan leven in angst.

Ik krabbel op, ik schrijf en beschrijf, mijn pieken en mijn dalen. Belerend, soms, en bij vlagen. Lerend, altijd, en het vallen niet of nooit verlerend.

Ik krabbel op. Letterlijk.
Mijn lopen verbeterd, ik val en sta weer op.

Ik schrijf mijn eigen leven, en ik geloof in mijn eigen mogelijkheden. Op ieder front.

Ik geloof.
Ik moet geloven.
Ik ga geloven.

Ik krabbel op, zoveel weet ik zeker!

Vangnet?

Vandaag is het tien jaar geleden dat ik werd afgekeurd. Voor het ‘echie’ deze keer. Ik had al wat proefperiodes achter de rug, mijn lijf was al vaker een beetje lastig, maar tien jaar geleden ‘mocht’ ik eraan geloven. Ik mocht op mijn lauweren gaan rusten. Ik mocht me volledig overgeven aan mijn taak in dit leven, leuke dingen doen. Maar wacht, is dat wat veel mensen denken van leven met een uitkering wel echt zo?

Ik schreef wat af in die tijd. Poëtische probeersels vooral. Rijmelarij van een niveau dat jij mag bepalen. Ik bundelde mijn woorden, probeerde op die manier uiting te geven aan mijn gevoel. Aan mijn frustraties. Aan dat gevoel dat me eigenlijk nog steeds overvalt als ik het woord dat bij deze periode hoort goed tot mij door laat dringen.

Afgekeurd.

Van de week had ik een meningsverschilletje met een soort van lotgenoot. Ik schreef in een drie-regelige reactie ergens op dat het vangnet dat het UWV biedt voor mij vaak voelt als een dwangnet. Dat ik mij opgesloten voel in mijn uitkering. Dat ik wil, al kan ik niet. Dat ik worstel met mijn mogelijkheden, al heb ik ze vaak niet. Ik zou nog steeds zo graag, maar de hokjes zijn zo krap. Ik voel me opgesloten.

De persoon aan de andere kant van het beeldscherm dacht op basis van drie regels te kunnen concluderen dat ik niet dankbaar was en wel dankbaar zou moeten zijn. Drie regels tekst veroordeelden mij tot een ondankbaar sujet. Hoe fout kun je zitten.

Ik ben ontzettend dankbaar dat we in een land leven waar we een vangnet als dit hebben. Zonder zou ik dik in de problemen zijn geraakt. Maar verwar deze dankbaarheid niet met hoe dit vangnet ook voelt als een gevangenis. Eentje zonder kans op vrijlating. Geen verlaat de gevangenis zonder te betalen kaart voor ons. Geen promoties meer. Zelfs geen complimenten voor een job well done. Altijd vast op hetzelfde niveau. En ik wil nog steeds zo graag meer. Zoveel mislukte projecten en in mijn binnenste borrelt het nog steeds. Dat gevoel dat ik ben voorbestemd voor zoveel meer dan deze eeuwigdurende stilstand.

Ik heb zo vaak geschreven dat ik heb geaccepteerd, maar ik denk dat dat niet bestaat, dat er niet zoiets is als complete acceptatie. Je evolueert, ook binnen je aandoening en beperkingen. En accepteren geeft een soort eindpunt weer. Ik rijs en ik daal. Steeds opnieuw. Mogelijkheden veranderen, ook als je niet geschikt meer bent voor betaald werk. En je wilt altijd meetellen. Als mens, als iemand met mogelijkheden, die er ook altijd zijn. Maar ze passen niet binnen het systeem dat wij hier bedacht hebben.

Dat mag je dus niet zeggen.
Dan ben je niet dankbaar.

Ik ben echt oprecht ontzettend dankbaar. Maar ik voel me tegelijk gevangen. Binnen de hokjes van het systeem. Dat is niet ondankbaar.

Een vangnet kan voelen als een dwangnet.
Waar je dan wel eeuwig dankbaar voor moet zijn…