Bruggen bouwen

Vanmorgen kreeg ik een stukje onder ogen over het bouwen van een nieuwe voetgangersbrug over de Waal in Nijmegen. ‘Zo kun je kilometers lang wandelen langs de Waal met steeds een ander uitzicht op Nijmegen’, aldus het persbericht. Klinkt fantastisch toch? Een architectenbureau heeft een mooi staaltje werk geleverd met een elegant, eenvoudig en slank ontwerp. ‘Met deze loopbrug is Nijmegen straks een kilometerslange, ononderbroken wandelroute rondom de Waal rijker.’

Geweldig! Toch?

Ik geef toe, het klinkt te mooi om waar te zijn en dat is het ook. Voor rollers. Wij behoren niet tot het normale voetvolk. Weer niet. De brug bestaat bij nader inzien uit, jawel, trappen. Tot zover de kilometerslange, ononderbroken wandelroute langs de Waal. Waarom zou je jezelf tot de voetgangers willen rekenen als je toch niet meer loopt? We willen gewoon te veel.

Ik herinner me de vreugde toen het VN verdrag voor mensen met een beperking er kwam. Eindelijk zouden wij ook meetellen, echt meetellen. Eindelijk zou er in de bouw van nieuwe projecten ook aan ons mensen op wielen gedacht worden. Eindelijk zouden we echte bruggen bouwen.Think again…

Weet je, ik snap echt wel dat ik met mijn wielen niet ieder historisch gebouw binnen kan. We zijn ontzettend creatief geworden en overwinnen veel obstakels. Maar bij een nieuw gebouw, bij een nieuwe brug zou je toch verwachten dat er rekening gehouden zou worden met een groot deel van de maatschappij. Mensen met een beperking worden op deze manier steeds terug verwezen naar hun plekje achter de geraniums.

Participeren roept de politiek, maar hoe verwacht men dat je dat moet doen als je er keer op keer op gewezen wordt dat er geen plaats is voor jou? Samenleving. Een participatie maatschappij. Iedereen moet mee kunnen doen, maar echte bruggen bouwen is blijkbaar nog steeds een brug te ver…

Beeldmateriaal gemeente Nijmegen

Hyper en dieper

Ik heb wat last van stemmingswisselingen. Het vliegt van bijna hyper blij naar stront chagrijnig, een lastige combinatie kan ik jullie vertellen. De hyper buien zijn het gevolg van zulke lieve hulptroepen! Ze betreffen mijn komende boek, waar ik nu al echt trots op ben. Er zijn mensen die in mij geloven, die geloven in wat ik gemaakt heb en dat doet me zo ontzettend goed. Dat gevoel van niet meedraaien in de maatschappij blijft bij mij toch echt wel een dingetje hoor.

Daarnaast speelt het feit dat ik niet alleen met Lewis naar buiten kan. De wegen hier zijn gewoon onbegaanbaar voor een rolstoel. Manlief gaat mee, daar ben ik echt wel blij mee hoor, maar ik wil gewoon zelf mijn rondje maken. Nu merk ik weer hoezeer ik aangewezen ben op de hulp van anderen. Dit was het enige dat ik gewoon zelf kon ondernemen en nu dat wegvalt ga ik onderuit. Ik moet er wel bij zeggen dat mijn medicijnen een enorme invloed blijken te hebben op mijn gestel. Ik was gister vergeten mijn morfinepleister te wisselen en werd overvallen door een serieus verschrikkelijke irritatiemodus. Ik kon iedereen wel schieten en zij mij ook. Gisteravond viel het kwartje. Nadat ik een extra pilletje had geslikt verdween de ergernis als sneeuw voor de zon. Ik baal er nog steeds van dat ik er niet uit kan, maar ik heb mezelf weer onder controle. Ik vind sneeuw echt mooi, maar de voordelen wegen, voor mij dan, niet echt op tegen de nadelen.

Deze maand is trouwens, ondanks dat ik de winter wel weer zat ben, een bijzondere maand. Vijf jaar geleden startte ik dit blog. Ik zette voorzichtige stapjes op weg naar wat inmiddels een groot deel van mijn leven is geworden. Als ik teruglees bemerk ik grote frustraties. Frustraties over de werking van het UWV, over hoe mensen met je omgaan als je lijf het af laat weten. Ik had toen niet kunnen voorspellen hoe mijn leven er nu uit ziet. Misschien maar goed ook. We accepteren in kleine stapjes. Op dit pad heb ik echter best grote stappen gemaakt.

En er is mijn lieve Lewis. Hij is inmiddels al een jaar bij ons en ik kan hem niet meer missen. Hij fungeert momenteel als soort van sledehond. Hij trekt mijn rolstoel uit de sneeuw. Niet bewust, maar hij helpt wel. Al is dat soms ook van de wal in de sloot en ja, ook bijna letterlijk. We zijn avontuurlijk aangelegd en nemen onbegaanbare wegen. Het is een vast stramien, ik rij ergens waar het eigenlijk niet kan en manlief fungeert als redder in nood. Gister kwam er een aardige mevrouw ons tegemoet met een sneeuwschep om ons te helpen. Ze zijn er nog, de mensen met aandacht voor anderen. Maandag werden we ook al geholpen door een voorbijganger. Ik zat weer eens muurvast, nu op een helling.

Ach, we komen er altijd wel weer uit. Ook ik kom er wel weer uit. Als de zo’n erdoor komt en de sneeuw weer smelt. Voor nu gun ik iedereen de sneeuwpret en kijk ik toe vanuit mijn warme bed. Even volhouden nog, mijn tijd komt.

Rollende rakker

Ik ben een lopende roller of een rollende loper, het is maar hoe je er tegenaan kijkt. Mensen denken vaak dat je alleen in een rolstoel zit als je een dwarslaesie hebt, als je echt geen stap kunt lopen, maar ook hier zitten vijftig tinten tussen zwart en wit.

Er zijn ontzettend veel redenen voor het gebruik van een rolstoel (zelfs voor misbruik ervan trouwens). De bekendste is het niet kunnen gebruiken van je benen, maar er is ook zoiets als het niet goed kunnen gebruiken van je benen, of het niet lang kunnen gebruiken van je benen. Ik kan bijvoorbeeld prima lopen in huis, nou ja, ik doe aan de pinguïnhop, of de wiebelpophop bij vlagen, maar in mijn ogen is dat soort van lopen. Ik mis stabiliteit, ik heb mijn gewrichten soort van de ruimte gegeven en daardoor hang ik in mijn banden als de Nederlandse Amerikaan; van voor naar achter, van links naar rechts. Ik ben als zo’n tuimelclowntje, ik wiebel, de ene keer iets meer, de andere wat minder. Hoe dan ook, ik loop, niet zo ver en niet zo lang, vandaar de stoel.

Je hebt dus niet-lopers en een-beetje-lopers (soort van niet-compleet-lopers). Daarnaast heb je de mensen die graag willen, maar niet zover kunnen. Dit hoeft niet noodzakelijkerwijs in de benen te zitten, ook een gebrek aan energie kan een reden zijn voor een rolstoel. Of een gebrek aan lucht, of niet kunnen staan door bijvoorbeeld een op hol slaand hart of een sterk wisselende bloeddruk. Er zijn tig redenen voor het gebruik van een rolstoel.

Er is ook een ruime keuze in stoelen, je kunt zelf rollen, geduwd moeten worden, gedeeltelijk aangedreven of misschien volledig elektrisch, of alles daartussen. De keuze is reuze, al ben je wel afhankelijk van hulp van buitenaf, een rolstoel is geen goedkope ‘accessoire’. Logisch, dan wil iedere luiaard zo’n hip item onder z’n kont (al is het maar voor het fijne parkeren of de vermeende voorrang in de pretparken). Nee, alle gekheid op mijn stokje, je gaat er niet inzitten voor de lol (of de luiheid). De overstap van lopen naar rollen gaat gepaard met een heel acceptatieproces.

Mijn reactie op de stoel, een jaar of zes geleden was ‘nooit ga ik erin!’ en dat meende ik! Wat ik toen nog niet wist is dat ik langzaam zou gaan verpieteren achter de geraniums. Mijn wereld werd steeds een beetje kleiner, het begon met niet meer ‘uit’ kunnen. ‘Uit’ als in dagje winkelen, dierentuin, dat soort dingen. Ik liep van bankje naar bankje. Was uitgeput, zere benen, zware boetes. Het ging niet meer, mijn gewrichten konden mij niet meer dragen. Ik betrapte mijzelf op enige jaloezie richting een rolstoelgebruiker in het revalidatiecentrum en dat was de eerste stap. Langzaam kwam het besef dat ik dan misschien nog wel een stukje kon lopen, maar dat ik daarmee het huis niet meer uitkwam. Ik legde mijn observaties neer bij mijn fysio en samen kwamen we tot de conclusie dat ik toch echt wielen nodig had, onder mijn kont, een linkse en een rechtse.

De eerste uitstapjes waren spannend, een lomp leengevaarte, ik schaamde me rot. Maar ik kwam weer buiten, ik ben eerlijk, de schaamte overheerste. Toen kwam mijn Quickie, mijn mooie, stoere, hippe stoeltje. Wat was ik blij! Van een leien dakje ging het nog niet, mijn aangedreven wielen bleken zeer storingsgevoelig en zo werd ik te vaak geduwd naar mijn eigenzinnige zin. Ik overschreed de drempels en leerde accepteren. In het begin durfde ik mijn stoel niet uit, bang voor wat mensen zouden zeggen, voor oordelen. Dan kun je lopen en durf je niet. Dat doen mensen met je, ze maken onzeker.

Inmiddels is er een compleet wagenpark. Heb ik naast mijn Quickie een scoot (versierd met bloemen) en Alex (mijn elektrische rolstoel). Ik loop nog steeds, in huis, maar ook in winkels. Ik stap in- en uit, ik ben niet verantwoordelijk voor wat een ander vindt en denkt. Ik leef mijn eigen leven, zonder schaamte. Ik geniet op wielen en ben er dankbaar voor. Mijn wielen zijn mijn benen, nee, ze zijn beter dan mijn benen en dat geeft niks. Ik ben weer compleet!

In de herhaling…

De Kneus goes – eropuit –

We hebben vakantie, manlief en ik. Zoonlief loopt stage en is dus gewoon aan het werk. De afgelopen twee weken heeft manlief inhaalwerkzaamheden uitgevoerd; huis geschilderd, tuin gedaan, achterstallig poetswerk, opruimwerkzaamheden, dat soort werk.

Wat dat laatste betreft zit ik hem met mijn hamstergedrag, gecombineerd met mijn moeite dingen los te laten, nogal in de weg trouwens. Ik zal dat even uitleggen, ik verzamel alles wat los en vast zit om mij heen. Uiteindelijk belandt het meeste in een doos op zolder. Ooit dacht manlief slim te zijn en die dozen op te ruimen terwijl ik naar mijn werk was, opgeruimd staat netjes is zijn motto. De bananendozen vol troep zette hij buiten neer. Hij had geen rekening gehouden met mijn drang dingen onder controle te houden en trof mij ‘s avonds aan op straat, zittend tussen de dozen. Ik haalde de helft van de zooi weer naar binnen, nadat ik eerst herinneringen ophaalde door alles minutieus te bekijken.

Opruimen kost mij serieus dagen. Ik ga echt overal doorheen om uiteindelijk te besluiten dat het meeste gewoon niet weg mag. Manlief roept dat alles wat al een jaar op zolder staat niet gemist wordt, maar ik denk daar anders over. Stel je voor dat je het ineens nodig bent? Dat kan gebeuren toch? Inmiddels staan er tien (!) dozen klaar voor de stort, met mijn toestemming welteverstaan. Op zolder resten er nog een stuk of 20, daar moet ik echt zelf doorheen. Maar niet nu, dat komt later.

Het was er weer voor, voor de grote opruiming. Naast alle werkzaamheden gingen we zo af en toe ook een paar uurtjes ‘uit’, dagje sauna, dierentuin en de tattooshop vormden week één. Week twee stond in het teken van de herstelwerkzaamheden (lees herstel voor mij en werkzaamheden voor manlief) en in week drie (deze week) gingen we een paar dagen ertussenuit. Vorige week boekte ik een huisje in de Biesbosch en maandag vertrokken we met Lewis richting Dordrecht. Zonder haast reden we langs allerlei leuke plaatsjes (Nederland is echt wel mooi!) richting zuid-west Holland (mijn geografische kennis is bijzonder slecht zo bleek). We stopten in Ottoland bij een ontzettend leuke B&B (als ik dat had geweten had ik daar geboekt!) voor een kop thee met taart. Een leuk gesprek met de gastvrouw in de boomgaard, een rondleiding en een paar echte schapenwollen sloffen rijker reden we verder naar ons vakantiehuisje.

Eenmaal daar moest ik plat, Lewis snapte weinig van onze volksverhuizing en trippelde wat ongemakkelijk heen en weer. Dit was zijn eerste ‘weekendje’ weg en dat is natuurlijk best even wennen! We hadden ontzettend veel geluk met het prachtige weer, echt mijn temperatuur. We hebben veel gewandeld met Lewis. Helaas lag het park tussen de snelweg en het water in, waardoor je eigenlijk alleen met de auto van het park kunt, maar verder hebben we ons prima vermaakt. Het park ligt aan een jachthaven dus heb ik maar vast een bootje besteld bij het universum terwijl we keken naar de zonsondergang bij het water.

Dinsdag hebben we de Biesbosch buitenrand verkend. Wij zijn nogal avontuurlijk van aard en laten ons niet snel uit het veld slaan. We namen de eerste de beste wandelroute en die leidde ons over het grasland naar een hek. De meeste mensen zouden concluderen dat de rolstoel daar niet doorheen kan en teleurgesteld afdruipen, maar manlief is niet voor één gat te vangen. Hij verwijderde de deur uit het hekwerk en zo pasten Alex en ik er precies door, geen zorgen hij ging het hem daarna weer netjes terug. Ik heb het getroffen met manlief, hij is echt mijn redder in nood op zoveel vlakken!

Na ons bos-avontuur zijn we doorgereden naar Kinderdijk. Ooit was ik ‘Zoomer’; ik plaatste foto’s op ‘Zoom’ en ik behoorde tot een van de eerdere zeer actieve leden en een van de andere leden plaatste altijd foto’s van de molens daar. Ik dacht dat de dijk zo heette, maar het bleek dus een plaats te zijn. Ik wil hier al jaren een keer naar toe om te fotograferen, maar het kwam er nooit van. Nu stond dit hoog op mijn lijstje. De zonsondergang ging hem niet worden (het was één uur ‘s middags), maar er foto moest lukken. Het was er keidruk en door de Corona maatregelen moest je reserveren. Daarnaast hoefde ik de molens niet ik en was Lewis moe dus namen we de achteringang, een doodlopende straat ergens achteraf. Ik dacht dat het een meter of vijftig was naar de eerste molen, dus dat kon ik wel lopen dacht ik. Het bleek een meter of honderdvijftig schat ik, heen ging nog wel, maar terug ging minder goed. In mijn hoofd kan ik nog prima zover lopen, in het echt bleek dat mijn rug- en nekspieren mij gewoonweg niet meer overeind kunnen houden. Met mijn neus op mijn knieën, als de gebochelde Quasimodo, stiefelde ik terug richting bus. Voetje voor voetje, me vastgrijpend aan ieder paaltje en uiteindelijk met mijn voorhoofd tegen het raam bereikte ik hem. Dankbaar plofte ik neer om niet meer op te kunnen.

Dit was direct het einde van de reis. Mijn rug voelt sindsdien bij iedere beweging aan alsof er spit inschiet en ik loop dus nog steeds als een negentig-plusser. We zijn gister dan ook maar via de snelste route terug naar huis gereden. De rest van de week staat voor mij weer in het teken van herstelwerkzaamheden, het is niet anders. Het waren twee mooie dagen en we zijn er toch eventjes uit geweest. Lewis heeft het geweldig gedaan en heeft een boel indrukken opgedaan. En de kneus gaat er vast wel weer een keer op uit.

De week van

Het is de week van de assistentiehond en laat ik nu het geluk hebben er met eentje in opleiding te mogen zijn. Wie mij al een tijdje volgt zal het niet ontgaan zijn, Lewis is een bijzonder belangrijk onderdeel van mijn leven. Ik denk dat je niet kunt beseffen hoeveel een assistentiehond voor je doet als je het niet zelf ervaart of ervaren hebt. Ik denk zelfs dat mijn mannen dat niet écht weten en zij zien het dagelijks. Lewis en ik zijn een team. Hij helpt mij over zoveel drempels, hij is enorm belangrijk!

Manlief zag er best een beetje tegenop, een pup kost veel tijd en energie en die heb ik meestal nie(t). Onze vorige hond, een absolute lieverd, was het niet gewend naast de rolstoel te lopen. Hij was al ouder, liep zelf al slecht en ik had heel eerlijk geen idee hoe ik hem dat nog fatsoenlijk moest leren, dus ik ging niet zo vaak mee naar buiten. Nu liggen de zaken compleet anders. Nu heb ik geleerd hoe ik het aan moet pakken en Lewis loopt (meestal) keurig naast de rolstoel. Manlief had niet verwacht dat ik degene zou zijn die zowel ‘s morgens als ‘s avonds erop uit gaat, weer of geen weer. Het is gewoon anders, Lewis maakt dat ik het niet erg vindt nat te worden. Dat zeg ik, we zijn een team.

Voor Lewis durfde ik niet goed alleen naar buiten in mijn rolstoel. Je voelt je al snel wat ongemakkelijk, doelloos. Nu moet ik. Mensen zien de vrouw met de leuke hond, niet de kneus in de stoel. Een wereld van verschil!

Ik krijg veel vragen over het fenomeen hulphond. Als hij losloopt is hij niet aan het werk, hij is dan gewoon een overenthousiaste labrador die graag met andere honden bezig is. Ze zeggen dat de hond op zijn baasje lijkt en in dat opzicht past hij denk ik perfect bij mij. Mijn collega zei ooit al dat ik een Labrador zou zijn als ik een hond was; vriendelijk en enthousiast, het past. Aan de lijn probeer ik zijn aandacht vast te houden, maar hij is en blijft een pup. Katten, kleine kinderen en andere honden blijven interessant, maar het gaat steeds beter.

Thuis trainen we dagelijks, lades worden opengetrokken en inmiddels ook dichtgeduwd en sleutels en brillen (oefen variant) worden opgepakt en (meestal) teruggebracht. Lewis pakt mijn schoenen (en die van manlief) en geeft ze aan. Ik moet hem wel in de gaten houden en niks laten slingeren, want dan gaat hij er ook mee aan de haal. Als ik te laat ben is de veter gehalveerd. Hij blijft een pup en geen robothond. Over dat laatste krijg ik vooral veel vragen. Mag mijn hulphond ook hond zijn? Mijn antwoord is dat Lewis op de eerste plaats een hond is en een hond mag zijn. Daarnaast helpt hij mij, omdat hij het leuk vindt. Het helpen is voor hem één groot spel, hij ‘werkt’ voor een beloning. Net als mensen dus.

We staan pas aan het begin van onze opleiding. Er is nog zoveel te leren en toch kan ik Lewis al niet meer missen. Hij geeft me een doel, hij is er, eigenlijk laat hij mij uit, hij laat me eruit. Lewis haalt me uit mijn isolement, ik heb in de afgelopen weken meer mensen gesproken dan in jaren hiervoor. Een assistentiehond is meer dan een gezinshond, veel meer…

Verhalende dromen

Vorige week las ik met tranen in mijn ogen het krantenbericht van Marc de Hond (Volkskrant). Zijn laatste interview, zijn woorden raakten me diep. Ik voel ergens een verwantschap en tegelijk realiseer ik me dat zijn schoenen zoveel groter zijn dan de mijne. Hij was en is nog steeds een inspiratie voor zoveel mensen. Inspiratie op macro niveau, hij heeft een blijvende indruk gemaakt. Ik probeer soortgelijk iets, alleen opereer ik op micro niveau. Hij inspireerde mij, niet dat ik nu een ernstige ziekte ambieer, maar dat ambieerde hij ook niet. Ik herken het gevoel dat je beperking je een verhaal geeft om te vertellen. Iets dat de mensen moeten horen en als ze je grapjes dan niet waarderen is daar toch nog onderliggend dat verhaal. Je beperking maakt dat je ineens interessant bent. Je beperking geeft je mogelijkheden.

Ik heb me weer iets in mijn kop gehaald, ik wil proberen of ik niet een beetje model kan spelen. Niet te vaak, dat kan mijn kneuzerige lijf niet aan, maar gewoon zo af en toe. Rolstoelers moeten meer in beeld. Ik heb me een aantal bladen ten doel gesteld; Margriet, Libelle, Vrouw, daar pas ik best denk ik. Als het dan als columnist niet lukt, dan maar als model.

Om dit voor elkaar te kunnen krijgen heb ik een portfolio nodig. Nu heb ik wel een portfolio, maar dat is er eentje als fotograaf. Daarin staan foto’s van anderen, niet zo geschikt voor dit doel. Om een goed en afwisselend portfolio op te bouwen heb ik een team nodig; fotograaf, visagiste, stylist misschien. Ik deed hiervoor een oproep en was zeer aangenaam verrast over het aantal lieve en behulpzame mensen.

Ik ben enthousiast, ik vind dit leuk. Mijn lijf vindt het allemaal wat minder geslaagd, maar mentaal heb ik dit soort dingen soms gewoon echt even nodig. Om te laten zien dat ik nog mee tel misschien? Of om een stiekeme jeugddroom te verwezenlijken? Ik droomde vroeger weg bij Miss Universe en Miss world, maar had noch het lijf noch het gezicht van een Miss. Terugkijkend naar foto’s van een jongere ik was ik een stuk minder lelijk dan ik dacht, maar Miss materiaal was ik niet. Mijn beperkingen geven me in dat opzicht nu mogelijkheden en ik heb gek genoeg meer zelfvertrouwen als vroeger. De rolstoel maakt me niet langer onzeker, hij is meer een soort toegevoegde waarde. Ik ben meer dan een aardig snuutje, ik heb een verhaal te vertellen en ik heb een missie!

Dankzij mijn oproep mag ik nu onderdeel gaan uitmaken van een aantal toffe concepten. En niet omdat mensen medelijden hebben, nee omdat ze echt iets in mij zien! Zo mag ik een onderdeel zijn van een heuse campagne, eentje met een doel (daarover later meer). Mag ik met een paar fijne fotografen werken. Zijn er mensen die onderdeel uit willen maken van ‘team Kneus’.

Gelukkig heb ik ook thuis een team dat mij hierin steunt, want zonder hun hulp ben ik nergens en kom ik ook nergens. Als ik altijd maar toegeef aan de grillen van mijn lijf bestaat mijn leven uit wachten op leven en dat vertik ik. Het is niet altijd makkelijk, het gaat niet zonder consequenties, maar sommige dromen komen uit en daar ga ik voor!

Life on wheels

Vandaag vier ik mijn vrijheid. Vandaag vier ik dat ik zeven jaar geleden mijn eerste eigen rolstoel kreeg, een jubileum. De meeste mensen zullen dit niet begrijpen, want hoe kun je nu vieren dat je de rest van je leven een stel wielen onder je kont hebt? Zou je niet liever leven zonder die wielen? Het antwoord daarop is ja en nee…

Ja, ik zou liever hebben dat mijn lijf gewoon functioneerde. Ja, ik zou liever gewoon rondlopen zonder pijn, zonder nagestaard te worden, zonder de medelijdende blik, zonder drempels, zonder van te voren na te hoeven denken of ik ergens wel binnenkom en vooral zonder hulp. Dus ja, in dat opzicht zou ik natuurlijk liever lopen. Maar dat is geen optie.

Zonder wielen zou ik gevangen zijn tussen de muren (en schuttingen) van ons huis en onze tuin. Zonder wielen kan ik niet naar de winkel en niet naar het park. De wielen zijn mijn benen. De wielen geven mij vrijheid. De wielen zijn mijn weg naar buiten. Eigenlijk begrijp ik de angst en de weerzin voor de wielen niet zo goed. Begrijp me niet verkeerd, ooit riep ik dat ik nooit in een rolstoel ging zitten. De rolstoel was een schrikbeeld, een drempel waarvan ik dacht dat die aan mij voorbij zou gaan. En toen kwam het moment dat ik mij realiseerde dat mijn wereld wel heel klein werd. Ik vergeet het nooit, ik liep in de dierentuin en moest op ieder bankje gaan zitten. Mijn knieën en heupen deden zoveel pijn, ik kon niet meer. Winkelen, dagjes uit, het ging niet langer.

Ik revalideerde op Klimmendaal en zag daar iedere vrijdag een meisje in een Ti-lite rolstoel. Dat is de eerste stap trouwens, dat moment dat je met enige jaloezie kijkt naar de roller in de hippe stoel. Een kanteling in mijn gedachten, nooit werd misschien ooit. Ik keek op internet naar rolstoelen en vroeg mijn fysiotherapeut of ik er misschien niet toch eentje nodig had. Waar ik het meeste moeite mee had was hoe anderen tegen mij aan zouden kijken. Zouden ze denken dat ik erin ging zitten omdat ik aandacht wilde? Was dat zo? Wilde ik aandacht? Nee, niet om die reden. Had ik hem wel echt nodig? Ik zocht bevestiging, maar schrok toch toen ik die kreeg. Er ging nog wat tijd overheen, we gingen eens kijken bij een rolstoelfabrikant, even proberen. Manlief probeerde mee, ook voor hem was dit een proces.

Het is anders als je niet langer kunt lopen door een dwarslaesie, dan is het duidelijk, zonder kun je niet. Als nog lopende roller krijg je te maken met een enorme lading vooroordelen. Toch zijn er veel, rollers die nog lopen. We rollen om verschillende redenen. Ik loop nog kleine stukjes, in huis bijvoorbeeld. Er zijn ook mensen die op zich prima kunnen lopen maar om verschillende redenen de energie niet hebben. Door COPD bijvoorbeeld, of door hartproblemen, door Lyme of ME. Rollen wil niet per definitie zeggen dat je niet meer kunt lopen.

Ik kreeg vandaag, zeven jaar geleden mijn eerste Quicky. Ietwat voorzichtig, bang voor reakties, bang voor wat anderen zouden denken en ietwat onzeker rolde ik naar het park. Te ver voor een eerste keer met brakke schouders, maar wat een overwinning. Het was een omslagpunt, het maakte de weg vrij voor een ander leven.

Stukje bij beetje accepteerde ik mijn beperkingen. Inmiddels rol ik met pookje, weer een stap qua acceptatie én zelfbeeld, want het doet wel iets met je, elektrisch rollen, vooral mentaal. Het is hoog tijd dat we die beeldvorming veranderen. Rollers zijn gewoon mensen, zijn gewoon een onderdeel van de maatschappij en horen ook gewoon in beeld. Hoe vaker je ons ziet, hoe normaler het is. Er zijn veel voorvechters van inclusie en ik hoop dat ook ik daar mijn steentje in bijdraag. Op dat vlak komen er een paar leuke projectjes aan!

Vandaag vier ik in ieder geval mijn vrijheid, lang leve mijn wielen!