Een wond van ongeloof

Soms heb je van die dagen. Dat het universum je binnen een week ineens confronteert met dingen waarvan je dacht dat je ermee afgerekend had. Niet dus. Contrast brengt groei. Nou, dit was een weekje vol contrast, zeg maar.

Het kan in kleine dingen zitten. Slechts één klein woord kan je binnenwereld al behoorlijk op zijn kop zetten.

Laat ik het even stukje bij beetje proberen te verwoorden. Wat ik deel is zeer persoonlijk en daarmee ook heel kwetsbaar. Ik heb het vast eerder geschreven, maar zoals hierboven vermeld: ik dacht dat ik er klaar mee was. Boy, was I wrong. Er is nog wat werk aan de winkel.

Jaren geleden, op Klimmendaal, vertelde mijn psycholoog dat ik een vorm van PTSS had. Ik vond dat onzin: ik heb geen oorlogen gezien (behalve op tv) en heb een prima leven, op mijn aandoening(en) na. Hoe kon ik nou trauma hebben? Je hoeft echter geen oorlogen meegemaakt te hebben om PTSS te krijgen. Zelfs zoiets ‘simpels’ als jaren niet geloofd worden, zeker door artsen, kan dit tot gevolg hebben. Ik was het vergeten, had het blijkbaar ergens weggestopt, achter één van de vele luikjes in mijn hoofd. En nu kom ik erachter dat het niet weg is. Nu word ik er aan alle kanten mee geconfronteerd.

Een voorbeeld. Een simpel berichtje, en de reacties daarop, bleken een trigger. Mensen die ziek zijn ‘faken’. Voor aandacht. Of geld. Het is een ding, blijkbaar. ‘Sickfluencen’, maar dan zonder echt wat te mankeren (in mijn ogen mankeer je dan wél wat, maar goed). Een televisieprogramma over uitkeringstrekkers. Ik hoef die reacties niet eens te lezen om te weten wat daarop staat. En dan een item op Facebook over die ‘sickfluencers’. En de reacties van mensen daarop. Reacties van mensen die zélf ziek zijn. Keihard.

Ik klap dicht, in angst. Is dit hoe mensen mij ook zien? Moet ik opnieuw gaan bewijzen dat ik écht iets mankeer?

Mijn hoofd functioneert niet langer rationeel als het in deze stand terechtkomt. Mijn hartslag schiet omhoog, mijn hart zit in mijn keel. Tranen zitten hoog. Paniek, onrust. Ik schiet tien jaar terug in de tijd.

Vorige week had ik een gesprek met mijn WMO-consulente. Soortgelijke reacties van mensen maakten dat ik bang was dat ze mijn hulpmiddelen zouden afpakken. Ik heb alles besproken, openheid is je beste vriend, denk ik. Maar waar de één openheid ziet als eerlijkheid, leest de ander er misschien iets heel anders in. En dan schiet ik terug naar het invullen voor een ander. En naar de angst dat mensen juist denken dat je de boel belazert. Terug naar onzekerheid. En niet omdat het zo ís, maar omdat je een half leven hebt moeten vechten. Om overeind te blijven. Om geloofd te worden. En dat laat sporen na die mensen die dat niet hebben meegemaakt, niet begrijpen. Of die het op een andere manier hebben meegemaakt, het niet kúnnen begrijpen.

Waarom voelen mensen (zelfs mensen die zélf chronisch ziek zijn) de neiging een ander aan te vallen, te beschuldigen van het faken van een aandoening? Is het angst? Dat ze zelf niet geloofd worden? Is het een vorm van controle? Is het jaloezie?

Hebben mensen énig idee wat ze kunnen aanrichten met vage insinuaties? Wantrouwen boven vertrouwen. Het zegt vooral veel over jezelf, denk ik.

Mijn manier om om te gaan met dit soort vragen is erover schrijven. Als ik praat, sla ik dicht. Trauma. PTSS.

Gisteren, in een gesprek met mijn vriendin, kwamen een aantal van die trauma’s aan bod. Mijn verloren zelfvertrouwen, dat zij nooit verwacht had en ook niet gezien heeft. Het schuldgevoel, waar ik klaarblijkelijk nog steeds mee worstel, en de tegenstrijdigheid van bepaalde dingen. Het leven is niet zwart-wit. Het zo graag willen, maar nog steeds niet echt kunnen. Al kan er meer dan drie jaar geleden. De angst om afgerekend te worden op de kwetsbaarheid van mijn openheid. Zeker als mensen, door dit soort berichten te delen, anderen in een ander of misschien zelfs verkeerd daglicht gaan bekijken, bewust of onbewust.

Ik denk dat niemand precies weet wat er speelt achter iemands voordeur. En ik denk dat we heel voorzichtig moeten zijn met ons oordeel.

Ik probeer me maar gewoon bezig te houden met mezelf, met mijn eigen leven. Dat blijkt al ingewikkeld genoeg.

Interpretatie

Twee mensen, die dezelfde zin lezen en er iets totaal anders uithalen.

Interpretatie. Onze wereld is gebouwd op cultuur. Op normen en waarden, die niet gedefinieerd zijn door de complete mensheid, maar die verschillen per land, streek of soms zelfs straat of huis. Kamer zelfs misschien. Normen en waarden die dus op punten verschillen, sterk verschillen. Een voorbeeld: Twee geloven op een kussen, daar slaapt beslist de duivel tussen, of zoiets. Ik geloof daar niet in, maar het geeft heel goed het verschil in cultuur aan. Valt geloof trouwens onder de noemer cultuur? Het valt niet onder natuur, dus ja, ik denk het wel.

Er is een boek, een dik boek. Het bevat verhalen van lang geleden. Er zijn verschillende varianten van het boek, verschillende waarheden. Soort van wie van de drie, zo je wilt, wil de echte opstaan? Al is deze zin voor sommigen misschien als vloeken in de kerk. Verschillende geloven, gestoeld op grotendeels hetzelfde boek. Dezelfde hoofdpersonen, al dragen ze misschien een andere naam. Fictie of werkelijkheid? Of misschien zelfs een tussenweg? Misschien, of wellicht, is het geschrevene gebaseerd op een waargebeurd verhaal. Misschien, of wellicht, zelfs met wat dichterlijke vrijheid, zoals vaker gebeurt in verhalen? De vraag rijst of de vertaling of vertelling dan exact dat (be)schrijft wat er stond. Misschien zijn er woorden verdwaald of verloren geraakt in de, daar is hij weer, interpretatie? Misschien gebeurt dat keer op keer, steeds opnieuw.

Wanneer ik een verhaal vertel aan mijn vriendin, ziet zij mijn gezicht, hoort ze mijn stem. Mijn gezicht is vrij expressief en geeft kleur aan mijn verhaal. Ben ik enthousiast of verdrietig, klinkt mijn stem hard of juist zacht en ingetogen. Ben ik blij, boos, furieus. Het is in een geschreven stuk niet terug te vinden en zo wordt het dus overgelaten aan de interpretatie. Met het risico dat de intentie verdwijnt in de geschreven letters. De zin blijft de zin, al wordt hij daarmee soms juist onzin.

Zo veel verschillende mensen, zo veel verschillende meningen, zo veel verschillende interpretaties. Of het nu gaat om het geloof, om hoe de wereld eruit zou moeten zien. Over de ideale toekomst. De verschillen zijn soms mooi, soms ook niet. Het zijn verschillende visies, variaties. Ingekleurd met eigen ervaringen. Verschillen in vormen, beelden en geluiden. Het een is niet altijd beter dan het ander. De verschillen zijn slechts dat laatste, anders. Allemaal afhankelijk van de interpretatie.

Foto Pixabay