Bijzonder

Is dat eigenlijk niet alles wat we willen? Bijzonder gevonden worden door iemand. Door meerdere ‘iemanden’?

Een bericht op Facebook heeft me doen nadenken. Gister was er een dingetje, ik merk dat ik een irritatiepuntje heb bij een roep om aandacht. Waarom heb ik dat, waarom irriteert het me als mensen in de slachtofferrol kruipen. Ik wil gezien worden als een sterke persoonlijkheid, ik verfoei zwakte. Is het omdat ik bang ben zwak te zijn? Is dat de achterliggende psychologie?

Sterk zijn

Ik ben sterk, ik kan alles alleen en dat maakt dat ik soms mensen juist van me afstoot. Ik blijf in dat opzicht een beetje hangen in de peuterpubertijd, ‘ik ben twee en ik zeg nee’, ‘zelluf doen’. Is het de angst voor zwakte? Nee, eigenlijk het tegenovergestelde, het is angst voor afwijzing. Als je sterk bent, als je het alleen doet kan niemand je afwijzen.

Het grootste nadeel van sterk lijken is dat niemand er bij stilstaat dat je ook weleens een arm nodig hebt. Angst voor zwakte slaat door in nooit laten merken dat je niet altijd maar sterk kunt zijn. Sterke mensen zijn zelfverzekerd, maar wat als er onder dat masker eigenlijk onzekerheid schuil gaat? Tegen anderen roep ik dat het ok is toe te geven aan een slechte dag. Maar voor mezelf ben ik hard, te hard denk ik.

Issues

Ik heb issues (en niet alleen met mijn tissues 😉). Hele gesprekken met verschillende psychologen lossen de kronkels in mijn brein niet op. Wat je het meest irriteert vertelt je iets. Ik haat het vragen om aandacht, het irriteert me in hoge mate. Het voelt zwak (voor mij he, ik wil niemand veroordelen).

Iedereen is bijzonder

Ik kom terug op de titel; bijzonder. Wil niet iedereen eigenlijk bovenal bijzonder zijn. Wil niet iedereen graag horen dat je meetelt, dat je belangrijk bent, dat je ertoe doet, dat je mooi bent? Dat je een bijzonder mens bent…

Horen dat je meetelt, iets voorstelt, bijzonder bent is fijn, het is menselijk en daar is niets zwaks aan, dus kom maar op, ik geef het goede voorbeeld; jij bent een bijzonder mooi mens!

Tijdgebrek

Langzaam maar zeker word ik gek. Ik word een beetje wanhopig van mezelf. Hele dagen ben ik thuis, hele dagen de tijd, ik hoef niet te werken, ik heb tijd zat. Zou je denken…

Overspannen zenuwstelsel

Ik heb dan wel tijd zat, maar ik ben mijn lijf ook zat. Ik weet niet meer welke houding aan te nemen. Zitten lukt niet, de vlammen slaan uit mijn hoofd, het staat op ontploffen en liggen is de enige remedie. ‘Je bent in de overgang’, roept men dan, maar dat is het niet. Het is die verrekte dysautonomie, het is mijn overspannen zenuwstelsel dat me parten speelt.

In de herhaling

Aangezien ik ook niet kan staan of een rondje lopen, mijn knieën heb ik ook iets teveel belast, blijft liggen over. Ja, ik weet het, ik val in herhaling. Maar enig idee hoe vervelend dat is? Mijn rug voelt beurs, de prinses op de erwt is terug, ieder bobbeltje en elke hobbel doet pijn. Het matras voelt te hard, mijn lijf wil gewoon niets en niets is geen optie. Kon ik maar gewoon zweven, zonder enig contact met een matras en toch ondersteund zijn. Dat zou even geweldig aanvoelen!

Hulp

Waar ik nog het meest van baal is dat ik steeds mijn ouders moet lastig vallen. Ze doen het graag, maar ik zou het zo graag zelf doen. Ieder dingetje wat ik doe moet ik plannen. Woensdag staat er een fotoshoot op het programma, van mij dit keer. We hebben super ideeën, een geweldige locatie, maar ik moet nog wat dingetjes regelen en dat vergt tijd. Tijd die ik niet heb, mijn dagen zijn ingeklemd door dagelijkse activiteiten als opstaan, eten en koken. Door fysio en door dat verrekte liggen.

Depri modus

Het is weer zover, ik ben het beu. Wat heb je aan tijd als je er niks zinnigs mee kunt doen. Zelfs dit schrijven gaat lastig omdat mijn ellebogen niet meewerken. Ze doen pijn en dat is een teken van, jawel daar is hij weer, overbelasting. Ik haat klagen, maar deze dagen halen het slechtste in mij boven. Het voelt zinloos, nutteloos, het voelt als januari, bah!

Oud en nieuw

Raar, het is eigenlijk gewoon een dag, maar toch voelt het anders. Weer een jaar voorbij, de tijd vliegt, ik kan het tempo niet bijhouden. Als de dag van gister voel ik hoe ik uitkeek naar de vakantie, maar die is al lang weer voorbij. De tijd haalt je onverbiddelijk in, wat rest zijn herinneringen, gedachten, foto’s, momenten.

Filosofisch momentje

Op deze dag word ik altijd wat filosofisch, denk ik na over de zin van het leven, de zin van mijn leven. De tijd vliegt en ik vlieg erachteraan, wanhopig proberend hem vast te pakken, ik voel hem tussen de top van mijn vinger en mijn kromme duim. Weer vliegt hij net te ver voor mij uit. Te ver, te snel, ik ben de kameel op kromme pootjes, die al struikelend het gevecht probeert aan te gaan. Die probeert niet teveel terug te kijken, slechts genoeg om te leren, die niet te ver vooruit kijkt, die leeft in het nu.

Nú

Nu is wat we hebben, nu is waar we zijn, nu is waar we alles uit proberen te halen. Dromend over een betere toekomst voor zoveel mensen. Hopend op wijsheid voor de mensen die écht iets te vertellen hebben. Biddend voor hen die het zwaar hebben (ik weet niet in hoeverre ik daarin nog geloof, maar ik geloof wel dat goede en positieve gedachten een verschil kunnen maken). Leven in het nu, genieten in het nu, denkend over morgen…

Een nieuwe start

Morgen, weer een nieuwe dag, soort van een nieuw begin, een nieuw jaar. Een jaar vol mooie plannen, vol mooie dromen, vol ideeën. Een spannend jaar, waarin zoonlief examen moet gaan doen. Ik hoop vooral op een liefdevol jaar voor iedereen, al vrees ik dat dat een utopie is.

Knallend uiteinde

Terwijl ik dit schrijf knalt het om me heen, ligt een ineengedoken hoopje kat naast me angstig om zich heen te kijken en heeft de hond zich verstopt. Hij weet niet wat hij ermee aanmoet, vliegt het liefst luid blaffend op al het vuurwerk af (slecht idee). Knallend het ene jaar uit en het andere in. Ik behoor tot de groep zeurpieten die het liefst één groot vuurwerkfestijn ziet op het dorpsplein (kun je zelf kiezen of het je genoeg boeit ervoor de kou in te gaan). Een uur voor 12 uur knallen en een uur erna vind ik ook prima, maar het dagenlang rinkelende ruiten hoeft van mij niet. Hoefde ik vroeger ook niet trouwens. Ik behoor met deze mening tot de zeikerds, de azijnpissers die mensen hun lolletje niet gunnen. So be it, knal lekker ergens waar mijn beessies er geen last van hebben.

Vooruit kijken

Ik dwaal af, niet blijven hangen in het knallende nu, voor deze keer kijk ik even graag vooruit naar morgen. Of nog beter overmorgen, wanneer de rust is wedergekeerd. Dit jaar ga ik proberen te houden van januari, ga ik enthousiast aan de slag met leuke plannen, grootste plannen. Dit jaar word míjn jaar en naar ik hoop ook jullie jaar. Ik gun iedereen een fantastisch jaar!

Goede jaarwisseling en tot volgend jaar!

Utopie?

Een blog over EDS, HSD, hypermobiliteit. Een blog over verschillen en over gelijkenis, over kriebels die over mijn rug lopen én over de opstand in mijn binnenste. Het raakt mij enorm, ik heb zo lang moeten vechten voor mijn diagnose en nog steeds word ik in twijfel getrokken, door mijzelf, door verhalen en door de artsen…

Ingewikkeld verhaal, part one: EDS

Voor de niet-lotgenoot in het kort (nou ja, echt kort zal niet lukken, het blijft verwarrend); EDS (Ehlers Danlos Syndromes) is een bindweefselaandoening, het bindweefsel is niet goed aangelegd. Dit uit zich bij het hypermobiele type in te ruime banden (hypermobiliteit), maar vaak ook in problemen in de organen (darmen, maag, maar ook de ophanging van bijvoorbeeld de baarmoeder) en/of de huid (ook die bestaat voor een groot deel uit bindweefsel). EDS heeft een groot aantal varianten, bij een groot aantal is het gen defect gelokaliseerd, maar bij mijn type (het hypermobiele type) nog niet.

Ingewikkeld verhaal, part two: HSD

HSD (Hypermobility Spectrum Disorders) is een aandoening waar hypermobiliteit op de voorgrond staat, hypermobiliteit die gepaard gaat met veel (dezelfde) klachten (langer dan 3 maanden pijn in meerdere gewrichten, maar ook hier is vaak sprake van interne problematiek).

Gewoon hypermobiel

En dan is er nog ‘gewone’ hypermobiliteit; één op de tien mensen is hypermobiel in één of meerdere gewrichten. Dit is geen defect maar een eigenschap, net als de kleur van de ogen. Het kan handig zijn (denk aan balletdansers), en kan in dit geval geen kwaad.

Zebra voor zeldzaam

Over hypermobiliteit bestaan veel verschillende opvattingen. Als één op de tien mensen hypermobiel is, komt het behoorlijk vaak voor. EDS komt volgens schatting bij één op de 5000 mensen voor, een stuk minder dus. Er wordt gezegd dat er gemiddeld één patiënt per huisartsenpraktijk zou zijn. Het is dan ook niet heel raar dat de arts zich slecht raad weet met deze patiënt; er is weinig vergelijkingsmateriaal. Daarbij komt ook nog dat iedere EDS-ser anders is, het uit zich anders. Een arts moet in deze dan ook echt vertrouwen op de patiënt. De mijne heeft dit gelukkig geleerd en weet inmiddels dat ik mij echt niet voor niets meld. Er is een groot verschil tussen een beetje hypermobiel zijn en EDS hebben, het heeft mij dertig jaar vechten gekost voor mijn artsen mij eindelijk serieus namen. Het grote probleem hierin zat het hem in mijn huid.

Nog meer uitleg

Dit vergt weer een uitleg, ergens zwevend tussen hypermobiliteit en EDS bevindt zich nog een aandoening, HSD. De hypermobiliteit mét klachten, serieuze klachten, dezelfde klachten als EDS met vaak één klein verschil; de huid. Vóór de nieuwe richtlijnen ter diagnose van EDS was dit het grootste verschil, het maakte hét verschil tussen serieus genomen worden en als aansteller versleten worden. Drie letters die je leven kunnen veranderen, aldus mijn eigen ervaring.

Het zachte huidje

De huid dus, een EDS huid is zacht en kwetsbaar. Een zacht huidje heb ik altijd al gehad, een kwetsbare huid ook, snel wondjes die slecht genezen, redelijk snel blauwe plekken, maar volgens reumatoloog nummer twee niet snel genoeg voor EDS. Ik werd in het toenmalige HMS hoekje gestopt (inmiddels dus aangepast naar HSD, volg je me nog?). Ik bleef jaren in dit hokje, niet serieus genomen door artsen en therapeuten. Ik was een beetje hypermobiel en moest vooral wat harder trainen. Ik trainde me suf, ging achteruit maar moest me vooral niet aanstellen.

Eindelijk een stempel

Tot er een fout plekje op mijn bovenlijf werd ontdekt dat verwijderd moest worden en een lelijk, breed litteken achterliet. Toen werd duidelijk dat mijn huid wel degelijk meedeed in de problematiek en kreeg ik het stempeltje EDS. Eindelijk werd ik serieus genomen, eindelijk telde ik mee, eindelijk had ik mijn diagnose, of toch niet?

Richtlijnen

Er zijn nieuwe richtlijnen (de zogenaamde nosologie), richtlijnen om te bepalen of je behoort tot de EDS-sers of toch tot de groep HSD-ers. Belangrijk punt is nu de erfelijkheid; bij mij is nogal onduidelijk waar de EDS vandaan komt, ik lijk een zogenaamde spontane mutatie (ik zeg lijk, want zeker weten doen we dat niet). Zoonlief daarentegen heeft overduidelijk mijn genen geërfd, al voldoet ook hij niet aan de standaard richtlijnen (we zijn gewoon niet standaard). En zo begint daar eenzelfde gevecht, wederom moeten we de strijd met artsen aan voor een diagnose, voor de juiste hulp, het is frustrerend!

Dé drie letters

Drie lettertjes met een enorm gevolg. De klachten van EDS en HSD zijn grotendeels dezelfde, maar waar je bij de één kunt rekenen op hulp, heeft de ander vaak een gevecht voor de boeg. In mijn ogen zeer oneerlijk! Helaas is er zelfs onder lotgenoten jaloezie en gedoe over de ernst van de aandoening. Er is gezegd dat beide aandoeningen even ernstig kunnen uitpakken, maar de onrust blijft. Totdat er écht gevonden wordt waar het probleem zit, wat de beste oplossing is zal deze onrust blijven bestaan. Reden temeer voor goed onderzoek, niet alleen naar EDS, maar zeker ook naar HSD. Reden temeer voor mij om de aandacht te blijven vestigen op mijn aandoening (wil de ware opstaan), reden temeer te blijven vechten.

Onbekend maakt onbemind

Onbekend maakt onbemind; de slogan van het EDS fonds, een stichting die zich inzet voor meer bekendheid. Ik sluit me hierbij aan, alle beetjes helpen, zo ook mijn verhalen (denk ik, hoop ik). Help ons door te delen, door je verhaal te blijven vertellen, ook al word je er zelf ook weleens moe van, het wéér uitleggen. Hou vol, ik strijd met je mee!

* Als je geen EDS of HSD hebt en dit hele stuk hebt gelezen, chapeau! Ik ben je dankbaar, want iedereen met een beetje kennis geeft ons een beetje hoop op meer bekendheid en een snellere diagnose… *

Ik mis mij…

Geen spiritueel, mindfull blog (al ben ik best van het zweverige type), nee ik blijf nu met beide pootjes op de grond. Ik ben mezelf kwijt, ergens tussen de kerststallen en eenhoornpegels ben ik mezelf verloren. Lang leve de december maand, de maand waarin iedereen in feestelijke stemming hoort te zijn. Ik heb het niet dit jaar, of nog niet misschien, ik hou alle opties open.

Kerst met rozen

Terwijl de radio de ene na de andere kersthit uitspuugt leef ik nog in oktober ofzo. Of misschien ben ik de tijd al wel voorbij, leef ik al in januari (ik haat januari, weg met lampjes, wat rest is kou). In ons huis staat geen boom, onze kater Max vind kerstballen om mee te voetballen en onze hond rent daar in volle seniorenvaart achteraan, zonder te remmen. Een boom is dus niet de juiste keuze. Daarnaast is een bed in de woonkamer al een mega sta-inde-weg, daar past een boom niet bij. Om mezelf te versieren is ook zo sneu, wij hebben dus de kersttak-aan-het-plafond versie. Zonder ballen dit jaar, kerst met rozen én vogeltjes. En toch mis ik iets.

De magie ontbreekt

Ik heb lampjes, ik heb muziek, maar ik heb geen kerstgevoel. Ik voel de jingle balls nog niet in mijn buik fladderen. Ieder jaar lijkt een stukje kerst te vervallen. Waar ik Kerst als kind als magisch ervoer vervliegt de magie. Het laat zich overweldigen door de werkelijkheid, door de nare kanten van de mensheid. En zo wordt mijn magische Kerst verduisterd. Misschien is het een gebrek aan zonlicht, of het weer (ik kom nu eenmaal weinig buiten in de winter). Eén ding weet ik wel, ik mis de magie, de schittering, ik wil hem terug!

Wiebelende stapjes

Ik mis mijn oude ik, die zich jaarlijks in een feestjurk hees, die zelfs op hakken het huis verliet (al was het gewiebel vooral ter vermaak van anderen). Dit jaar blijven de lichtjes binnenshuis, blijven de gordijnen dicht en de joggingbroek aan (bij wijze van spreken want ik bezit geen joggingbroek). Dit jaar kijken we ‘Friends’, van begin tot eind. Dit jaar trekken we niks uit de kast, slechts gemak en rust. Sluiten we ons af van de buitenwereld, even geen realiteit, maar ‘family’ tijd. En misschien kijk ik even over mijn schouder naar mijn oude ik, die is ingehaald op weg naar een nieuw jaar. Een mooi jaar, met plannen en ideeën, in plaats van kerstmannen en feeën…

* Dit schreef ik van de week. Vandaag lees ik het blog van mijn justlive blog-genootje Ankie, een blog over een eenzame Kerst. Zonder haar geliefden, zelfs zonder beessies omdat eruit gaan voor haar niet gaat. En dan besef ik mij dat ik helemaal niets te klagen heb (dat wist ik overigens al lang), dan voel ik mij weer dankbaar, want alles draait om de dierbare mensen om ons heen. Dát telt en wat ben ik ontzettend blij dat ik die mensen nog om mij heen heb!

Ik voel zo mee met Ankie en alle mensen die deze dagen alleen zijn, kon ik maar iets betekenen. Er gaat zoveel verdriet schuil achter onbekende deuren. Waarom kunnen we met z’n allen niet iets doen? Waarom zijn we zo met onszelf bezig en missen we waar het om draait? Ik gun iedereen meer dan een paar mooie dagen, ik wens iedereen alle geluk van de wereld. Ik zou je leven veranderen als ik het kon… 

Tijd

Blog geschreven voor Boobs & Bubbles…

Het is alweer December, tijd om terug te kijken, om vooruit te kijken en om stil te staan bij dingen. Weer een jaar omgevlogen, weer een jaar ouder en weer een jaar wijzer.
Tijd is een raar iets, het ene moment vliegt het voorbij, het volgende moment lijkt het stil te staan. Ieder jaar komen beide momenten voorbij; moeilijke momenten, maar ook mooie. Ieder jaar neem ik mij voor de tijd te nemen ervan te genieten en ieder jaar betrap ik mezelf erop dat het weer niet helemaal gelukt is. Ik laat me afleiden door stomme dingen, door een appje, door Facebook. Mijn telefoon neemt teveel van mijn tijd in beslag.

Ieder jaar heb ik ook weer goede voornemens. Minder snoepen, gezonder eten, maar iedere keer blijkt dat lastig. Als je eigenlijk maar effectief tijd hebt voor één ding, schiet koken er vaak bij in. Ik zou moeten kiezen voor koken, maar ik ben niet zo’n keukenprinses. Op onze bruiloft was het zelfs een item tijdens het stukje van mijn collega’s; wij hadden geen afzuigkap, ik kookte toch nooit. Nu heb ik hem wel, maar gebruik ik hem zelden (er is nooit een fatsoenlijk filter in gekomen). Vaak is ‘s avonds de energie meer dan op en kan ik amper op mijn pootjes staan. Gelukkig heb ik een super lieve moeder die soms even een lekkere ovenschotel om de hoek schuift, of heerlijke gehaktballen.

Bewegen is ook zo’n voornemen. Ieder jaar hoop ik op vooruitgang, hoop ik dat ik misschien een klein beetje kan gaan trainen. Vóór de vakantie was ik aardig op weg, maar helaas ben ik ver van dat niveau verwijderd geraakt. Dat is het lastigste van mijn aandoening, je moet keuzes maken die echt verregaande gevolgen kunnen hebben. Ik heb drie weken lang genoten, maar ben drie jaar terug gezet in revalidatie. Ik ben terug op liggen, liggen en nog meer liggen. Mijn trainen bestaat weer uit het aanspannen van spieren, zonder écht te belasten. Belasten is eigenlijk direct overbelasten en dat is waardeloos. Maar het was het waard, de val was hard, maar ik vecht me wel weer terug.

Grappig eigenlijk, ik vecht mij terug zeg ik. We hebben het dan nog over een niveau waar de meeste mensen van gruwelen. Ik vecht voor 100 meter lopen (zonder tijdlimiet), ik vecht voor een paar goede buikspieroefeningen, voor twee minuten hoepelen. Dat zijn voor mij echt dingen waar ik van droom, voor mij is dat serieus sporten. Het lastigste is op tijd ophouden. Doorgaan kan ik wel, mezelf vriendelijk lachend voorbij lopen is niet zo moeilijk. Mezelf in acht nemen en zo erger voorkomen is een uitdaging. Zoveel mensen hebben een hekel aan de sportschool, wat zou ik graag weer gaan. Ik mis de fysieke uitlaatklep, ik zou willen boksen, maar mijn armen laten het niet toe. Ach, ik train in stilte voor de Wii fit, mijn Mii staat beter in haar sportschoenen dan ik.

Tijd om het terugkijken te stoppen, het vooruitkijken te beteugelen. Ik leef met de dag, ik ga mijn telefoon meer laten liggen, ik geniet van mijn mensen, van de mooie projecten die staan te gebeuren. Ik geniet van een mooi boek, van een leuke serie, een mooi blog. Ik geniet van het feit dat ik mag zijn, dat er mensen voor mij zijn. Ik geniet van mogelijkheden en ik proost als het tijd is op een goed nieuwjaar. Het is tijd om te genieten, altijd!