Valse hoop?

Ik heb heel veel en vaak geschreven over hoop. Het is een prachtig woord, met een mooie betekenis. Ik zocht hem op: ‘Hoop is de gedurige verwachting dat een onzekere uitkomst gunstig zal blijken.’

Hoop vergt vertrouwen, vertrouwen dat de dingen goed zullen komen, ook al zie je dat nog niet. Wij mensen, nou ja ik zal het bij mezelf houden, ik interpreteerde het eigenlijk altijd anders. Ik dacht dat hoop meer een onzekere variant van vertrouwen was. Een soort mogelijke uitkomst. De uitkomst waar ik op hoopte, in plaats van de uitkomst die ik verwachtte.

Ik schreef het al vaker, hoop is spannend, want wat als jouw hoop nu eens valse hoop blijkt te zijn?

Valse hoop. Wat is dat eigenlijk? Een verwachting tegen beter weten in? Maar bestaat er zoiets als tegen beter weten in? Daarmee saboteer je toch eigenlijk jezelf, of erger nog de ander?

Wij mensen hebben de neiging de mening van een ander boven die van onszelf te zetten, ík heb die neiging in ieder geval. Daarmee hou ik mezelf eigenlijk klein. Daarmee leef ik vanuit angst en angst is geen vertrouwen. Stom, want als ik naar mijn eigen gevoel luister zie ik altijd eindeloze mogelijkheden en ik ben bereid er hard voor te werken. Alles te geven.

Ik heb echter ook te maken met mensen in mijn omgeving die die verwachtingen temperen. Uit bescherming, zoals ik dat vroeger ook bij zoonlief deed. Dat doe ik dus niet meer, ik stimuleer hem om groot te denken. Om te dromen en om in die dromen te geloven. Het ergste dat kan gebeuren is dat ze niet uitkomen. Dan kun je teleurgesteld zijn, maar het leert je ook een belangrijke les. Geef niet op, leer ervan en probeer het nog een keer. En nog een keer.

Dat is iets waar ik goed in ben, het is mijn superpower. Geboren uit pure eigenwijzigheid, maar dat hoe doet niet ter zake, het gaat tenslotte om het resultaat. En de weg, die is om te leren, maak het niet moeilijker dan het is.

Ergens gaandeweg mijn ‘ziek’ worden heb ik de hoop op meer laten varen. Ik durfde niet langer te vertrouwen op mezelf. De strijd met mijn lijf liet diepe sporen na op dat gebied. Ik ging op in de stilstand. Liet mijn dromen voor wat ze waren.

Zo af en toe probeerde ik weleens wat, als dat gevoel dat ik voor meer bedoeld was de kop weer opstak. Dan maakte ik een boek. Vol goede moed startte ik het proces, maar strandde bij het fysieke product. Een halfslachtige poging, want de verwachting werd dan toch getemperd door de mogelijke beren op de weg. Ik probeerde ze weg te jagen, maar dat kostte teveel energie en die energie, die had ik vaak gewoon niet.

En nu, nu brandt dat vlammetje harder dan ooit. Mijn binnenste is klaar met fluisteren, het schreeuwt. Ik sta met het zwaard in de hand, al ben ik niet van het geweld. Ik heb een innerlijk vuur dat zich niet langer laat negeren. De wilskracht is terug. Ik weet dat ik iets te vertellen heb en ik weet dat ik mensen kan helpen.

Ik ben klaar om de hoop in volle glorie te laten schijnen. De toekomst vol vertrouwen tegemoet te treden.

Er bestaat niet zoals als valse hoop. Je kunt iemand geen valse hoop geven, de hoop moet vanuit henzelf komen. Als je niet kunt geloven, niet kunt vertrouwen, dan heb je de hoop niet. De hoop komt vanuit je eigen binnenste. Hoop geef je jezelf, en als je leert vertrouwen op je intuïtie, dan wéét je of je kans van slagen hebt. Maar niets komt zomaar. Niets komt voor niets, je moet er iets voor doen. En je moet vertrouwen op die goede uitkomst. Voor jezelf, je kunt de hoop niet projecteren op een ander, dat is niet jouw plek.

Moraal van dit verhaal, vertrouw je eigen innerlijke stemmetje. Leer contact maken. Vóel. En laat anderen je niet beletten jouw dromen na te jagen, het zijn niet voor niets jóuw dromen.

Valse hoop is bedacht door ons hoofd. Vanuit bescherming, maar zonder schrammen leer je niet jouw dromen te leven. Ik schreef het al eerder, de reis is de bestemming en als jr leert voelen weet je waar jouw bestemming ligt. Iedereen ervaart drempels, iedereen heeft te maken heeft gaten en hobbels in en op de weg. Iedereen moet leren omgaan met tegenslagen. Je ziet niet waar de ander mee kampt.

Laat je niet tot stilstand dwingen door je hoofd dat zegt dat je iets niet kunt, maar luister naar je hart, want dat klopt. Echt!

PS een deel van mijn dromen is dat delen, dat inspireren, anderen helpen met erkenning door het bieden van herkenning. Dat lees je ook terug in mijn nieuwe boek dat binnenkort uitkomt. Een reis met vallen en weer opstaan. Met hobbels en teleurstelling, maar ook met échte hoop. Die ik graag deel. Nu ik de voorverkoop, stuur een berichtje naar martine@eenanderperspectief.com, 17,50 kost het, en het is absoluut de moeite waard! En schrijf je in voor de nieuwsbrief, daarin deel ik updates en krijg je een uniek inkijkje in het proces van het totstandkomen van dit boek.

Inschrijven kan via de website http://www.eenanderperspectief.com

De chaos in mijn hoofd

Vanmorgen keek ik een docu over ME, twee docu’s, want de één leidde tot de ander. Artsen die ME kregen en waarvan ze vanuit een compleet ander uitgangspunt konden kijken naar hun eigen perspectief als arts. Het oogpunt van de patiënt is toch anders. 

Ik kijk al jaren naar een van de dierbaarste personen in mijn leven die worstelt met deze aandoening, mijn vader heeft ME. Ergens in de jaren negentig werd dit vastgesteld. Ook hij moest omgaan met de artsen die zeiden dat hij maar wat meer moest gaan bewegen. Cognitieve gedragstherapie, alles tussen de oren. Denk je maar wat minder moe, dan word je het ook, dat werk. 

Mijn vader vond de kracht te kiezen voor zichzelf en dat klinkt een stuk makkelijker dan dat het is. Kiezen voor jezelf betekent namelijk vaak keuzes maken die tegen de verwachting van anderen ingaan en dat is juist de lastigere keuze. Je wilt mensen niet teleurstellen. Door duidelijk te zijn in zijn keuzes deed hij dat uiteindelijk ook niet, maar daarmee stelde hij op zeker punt wel zichzelf teleur. Want het zijn geen keuzes die je wílt maken. 

Ik maak nu even een sprongetje naar mijzelf. EDS lijkt in heel veel opzichten op ME, al is het een compleet andere aandoening. Ook EDS gaat vaak gepaard met een diepe vermoeidheid. Of die vermoeidheid ergens eenzelfde soort achtergrond heeft is nog niet helemaal duidelijk. Je kunt een bepaalde mate van de vermoeidheid verklaren, doordat de spieren altijd aan het werk zijn bijvoorbeeld, maar als ik naar mezelf kijk wisselt het ook. 

Ik heb jaren gehad dat ik mijn bed niet uit kón komen. Ik sliep tot elf uur, stond op, doodmoe. Kon echt absoluut niets, zelfs eten was te veel. Kostte me zoveel energie dat ik er letterlijk ziek van werd. Koorts, hoge hartslag, zweten. Ik at liggend omdat ik mezelf niet overeind kon houden. Ik sleepte me door de dag. Als ik de mensen in de docu zie herken ik de mij van toen in hen. Ik wilde zo graag, maar mijn lijf was op. Moegestreden, overprikkeld en zo ver over de grens dat ik niets meer aankon. 

Dit typen brengt beelden in mijn hoofd, beelden van hoe ik mezelf uit bed sleepte om zoonlief toch even goeiemorgen te kunnen zeggen en uit te zwaaien op weg naar school, om vervolgens compleet uitgeput mijn bed weer op te zoeken en er tegen het middaguur nog steeds uitgeput weer uit te kruipen. Me op de bank (en later in mijn bed in de woonkamer) weer neer te laten ploffen. Die vermoeidheid is zoveel erger dan de pijn. Het niet na kunnen denken door de mistbanken die je hoofd overnemen. Je kunt het je niet voorstellen als je het niet gevoeld hebt. Zelfs de ergste vermoeidheid is geen vergelijk. Ik wéét het, en ik vergeet het. 

En nu, herinner ik het mij weer.

Ik wil niet terug naar die situatie. Al ben ik bij lange na nog niet gezond, ik ben gezegend, dat ik op het punt ben waar ik nu ben. Dat ik weer mag leven in plaats van dingen aan de zijlijn te moeten beleven. En dat beleven is een te groot woord voor wat het echt is, want je doet niet mee, telt niet mee, voor je gevoel. En ik weet het, écht!

Mei is voor de zeldzame ziekten, voor de mensen die lijden aan die zeldzame ziekten. Die vergeten worden door de wereld. Die lijden in stilte, langs de zijlijn. Die zo graag ook vol in het leven willen staan. En ja, ik hoor daarbij. Mijn vader hoort daarbij. Mijn zoon hoort daarbij. 

ME verdient aandacht. EDS verdient aandacht, zodat er misschien een oplossing komt en de levens van onze toekomstige lotgenoten iets minder zwaar hoeven te zijn.

PS wil je meer lezen over mijn persoonlijke zoektocht naar gezondheid? Mijn boek ‘een ander perspectief’ is nu in de voorverkoop, laat een berichtje achter via http://www.eenanderperspectief.com

Fotografie Mirella de Jong

De meeste mensen deugen

Geen EDS blog vandaag, ik wens deze Moederdag even de pijn te vergeten. I wish… deze pijn wordt trouwens snel vervangen door een andere, misschien wel grotere pijn. De pijn die het me doet als ik zie hoe mensen op hun medemensen reageren. Op kinderen, die niets meer verdienen dan een dak boven hun hoofd en eten in hun buik. Dankbaar zijn moet je en verder je mond houden. Pijnlijk vind ik dat.

Je hoeft het niet met me eens te zijn, denkt mijn rationele zelf, maar in mijn binnenste schreeuwt iets, iets dat zegt hoe kun je het nu niet met me eens zijn? Wat is er in jouw leven gebeurd dat je een ander zijn geluk niet gunt, zelfs als dat geluk maar een dagje duurt? Want maak je maar geen illusies, het geluk voor een vluchteling zit niet in dat dak en die maaltijden, daar zullen ze blij mee zijn (moeten zijn tettert Facebook in mijn oor), maar dat is niets meer dan een basisbehoefte van ieder mens, het geluk zit in hoe ze behandeld worden. Behandel iemand als een derderangs persoon en ze zullen jou ook zo behandelen. En zeggen dat ze (vooral dat je, zé) maar blij moeten zijn met dat dak en dat eten, is niet iemand behandelen zoals je zelf behandeld wilt worden. Dat getuigt niet van enig respect, zelfs niet van een beetje vriendelijkheid. En dan ook nog roepen dat iedere vluchteling misbruik maakt van het systeem, dat maakt dat je je goed voelt om hier te mogen zijn.

Geen vluchteling kiest voor oorlog. Geen vluchteling kiest ervoor te moeten vluchten, zijn land en de mensen om zich heen achter te moeten laten om veilig te kunnen zijn. Gelukszoekers, komt dan weer boven, maar dat zijn er toch allemaal? Ieder mens zoekt naar geluk, voor zichzelf, maar vooral voor hun geliefden, voor hun kinderen. Dat zou je zelf ook doen. En dat geluk wordt hen niet gegund, omdat het geld kost. Gelukkig zijn er medelanders die die wel inzien en die graag een tientje afstaan voor het geluk van de ander. En dan komt de grootste dooddoener van alles, maar er zijn zoveel medelanders die ook niet naar de Efteling kunnen. Eerlijk? Ook dat is een keuze, ook een keuze van jezelf, want als we het kunnen regelen voor een vluchteling, kan iemand het ook regelen voor een medelander. En ja, soms kan het niet, maar dan nog bevind je je hier in een betere uitgangspositie dan de mensen die hiernaartoe gevlucht zijn.

En dan kom ik terug op dat voor mij zo belangrijke punt. Dit is een dag. Eén dag, waarop kínderen (jongeren zijn ook kinderen) even kunnen proberen te vergeten waar ze vandaan komen. Hoe ze moeten leven. Met een beetje geluk een paar minuten hun trauma kunnen vergeten. Gewoon even kind kunnen zijn. En dat wordt ze misgunt, want dat is het, een bewuste keuze ze dit te misgunnen. Omdat ze het hebben geflikt geboren te zijn in een tijd en land waar oorlog is. Waar grote mannen met kleine pikkies vechten over hún hoofd. En bommen gooien. Geen dag veilig, zelfs niet waar je veilig zou moeten zijn. Want de mensen moeten je niet en reken maar dat je dat voelt, ook al spreek je de taal niet. Energie is universeel.

Ik kan nog alinea’s typen, over dat Nederlandse jongeren op een kermis zich ook misdragen, niet alleen op een kermis trouwens. Dat wij ons zelf als jongeren ook niet altijd voorbeeldig gedroegen. Ook de nodige rotzooi hebben getrapt. En dat zonder groot trauma.

Je mag je eigen mening hebben, zegt mijn rationeel zelf. En tegelijk komt álles in mij in opstand, omdat één dagje proberen weer kind te zijn mensen misgund wordt…

Dankbaar!

En toen was ik jarig… 53 alweer, time flies. Ik ben dankbaar, zoveel mensen die het niet halen. Ik had de 44 bijna niet gehaald, dus dit voelt toch als een bonus. Hoe ouder je wordt, hoe meer je stilstaat bij de mooie dingen, ik tenminste wel. Het leven is te mooi om het het te leven. De wereld is te mooi om hem niet te zien. De vogels fluiten te mooi om ze niet te horen. Al maken we er ook een zooitje van, collectief. Ik verkies het om dat niet te zien, ik kan er weinig mee. Doe wat ik kan, op micro niveau.

Ik denk vandaag na over kortzichtige dingen, cadeaus bijvoorbeeld. Ik hou er best van, zo nu en dan, al gaat het meer om het denken aan. Ik ben al heel blij met een reep chocola. Maar vanmorgen dacht ik, wat zou nou het ultieme cadeau zijn? Een voldoende voor zoonlief, voor de toets die zijn propedeuse bepaalt, zou ik geweldig vinden. Een goedkeuring voor de aanvraag van mijn nieuwe rolstoel, want dat zou meer vrijheid inhouden voor mij, zou ik ook fantastisch vinden. Minder pijn, nee, geen pijn, want dat heeft zoveel impact op mijn leven. Dat gun ik iedereen trouwens. Minder oordelen, van anderen, al maak ik mezelf er ook best schuldig aan soms. Staat op het ‘nog aan werken’ lijstje.

Het mooie aan ouder worden is dat triviale dingen je minder kunnen schelen. Ik zie de rimpels verschijnen op mijn decolleté als ik mijn cadeautje van manlief (een nieuw hangertje aan mijn ketting die al jaren op mijn nachtkastje ligt) omdoe. Mét bril, want zonder lijkt alles glad (maar dan zie ik de ketting niet), daarom gaan je ogen achteruit als je ouder wordt, heeft moeder natuur expres gedaan, wordt de schok minder groot. Ach, ik mag er best zijn, de rimpels horen erbij, ik ga ze niet glad strijken, net zoals ik mijn mindere eigenschappen (aldus anderen) niet langer glad probeer te strijken. Je neemt me maar zoals ik ben, en anders lekker niet, jouw keuze.

Ik leer van mezelf houden. Ik leer mezelf goed genoeg vinden, nee, meer dan dat. Ik werk aan nieuw werk, maak weer een boek (kopen mag, voorverkoop start, stuur me een berichtje), fotografeer weer een beetje, leer op zoveel gebieden nog zo ontzettend veel. Wil nog zoveel meer leren, zoveel meer zien, zoveel meer doen.

Ik zeg het nog maar een keer, ik ben dankbaar, voor mogelijkheden en ogenschijnlijke onmogelijkheden, want die bieden uitdagingen. Ik ben dankbaar dat ik mag zijn, híer mag zijn, we hebben het zo slecht nog niet. Ik ga voor mijn dromen, er zijn er nog zat. En spreek bij deze die wens uit, gezondheid, een voldoende voor zoonlief en ja, die rolstoel zou ook fijn zijn!

En echt, koop mijn boek, een cadeautje voor jezelf, voor mijn verjaardag 😉

Doelmatig?

De wereld wordt steeds harder, ook ons land, alles draait om de pegels. In de wereld van de commercie is dat te snappen. Probleem is dat deze commercie langzaam maar zeker de wereld over heeft genomen. Je snapt al waar ik naartoe wil denk ik, de invloed van het kapitalisme in de zorg. Ja, ook hier heeft het de boel overgenomen, met de nodige consequenties, zeker voor chronisch zieken.

Vandaag las ik een berichtje, nou ja, zeg maar noodkreet, van een lotgenootje. Grote fysieke problemen, vijf buikoperaties gehad, een stoma, meerdere sondes, chronische pijn, instabiele gewrichten, rolstoelafhankelijk. EDS is s bitch. Wij die lijden aan deze aandoening weten dat, voelen dat iedere dag, ook als je het niet ziet.

Veel van ons EDS’ers zijn gebaat bij fysiotherapie, nee dat zeg ik niet goed, we hebben het nodig, al levert het niet altijd zichtbaar iets op. Dat botst met de instelling van de kapitalisten die over de zorg gaan, de zorgverzekeraars. Er moet een doel zijn. Zonder doelen wordt de wereld onoverzichtelijk voor hen. Er moet sprake zijn van enige vooruitgang, om het kapitaal te beschermen. Ziek zijn is duur, chronisch ziek zijn kost de maatschappij bakken met geld. Het kost de chronisch zieke zelf veel meer, in kapitaal, maar ook in kwaliteit van leven. En die kwaliteit van leven staat nu op het spel. Soms is stabiliteit het hoogst haalbare. Soms is voorkomen van verdere achteruitgang een doel op zich. Maar dat gaat niet samen met kapitalisme. Blijkbaar.

Zie hier het probleem. OHRA, de zorgverzekeraar in dit geval, wil de fysiotherapie van mijn lotgenoot niet vergoeden. De therapie is ‘niet doelmatig genoeg’. Kwaliteit van leven, het voorkomen van verdere achteruitgang is dus niet doelmatig genoeg. Te duur, met andere woorden. Mijn lotgenoot heeft alles geprobeerd, er is een medisch dossier waar je U tegen zegt, er zijn brieven van artsen, van fysiotherapeuten, er is een onderbouwing vanuit de patiëntenvereniging, maar OHRA weigert stelselmatig. Tot groot verdriet van mijn lotgenoot.

Chronisch zieken willen ook gewoon leven. Hebben het récht gewoon te moeten kunnen leven. Het leven als chronisch zieke kost al genoeg, dit deel van ons leven moet toch gewoon toegankelijk zijn? Het is al te vaak overleven.

Zorg mag geen strijd zijn…

Delen mag, graag zelfs, laten we onze stem laten horen!

Re(a)geren

Vorige week heb ik besloten mij aan te sluiten bij een van de twee plaatselijke politieke partijen. Ik probeerde het al eerder, vijf jaar geleden, bij een landelijke partij, maar op de een of andere manier miste ik iets. Kan ook aan mij gelegen hebben hoor, het was niet de juiste plek op de juiste tijd, laat ik het daar op houden.

Nu volg ik volledig mijn gevoel en ik vind het toch leuk! Voor het eerst in jaren voel ik mij weer alsof ik een beetje meedoe in de maatschappij. Dat klinkt misschien een beetje pathetisch, maar zo voel ik het oprecht. Ik bemoei me graag met dingen en durf inmiddels prima voor mijn mening te gaan staan, en om dingen te veranderen moet je iets doen, niet blijven liggen en mauwen. Ik ben dus een doener geworden.

Ik heb niet de ambitie om te regeren, ik ben meer van het reageren. Altijd al geweest. Ik merk steeds vaker dat er meerdere wegen zijn die leiden naar Rome en dat er meerdere manieren zijn om tegen zaken aan te kijken. Jouw waarheid versus de mijne. Het één is niet meer waar(d) dan het ander. Al denken we soms van wel.

Nu ik van dichterbij zie hoe discussies lopen en hoe zaken daarmee soms de verkeerde kant op dreigen te lopen (voor wie? Goede vraag…), merk ik steeds meer op hoe ingewikkeld het eigenlijk is een dorp te begeleiden, laat staan dat je een heel land van het beste moet proberen te voorzien.

Dat woord begeleiden kies ik bewust, want dat zou het denk ik moeten zijn. Leiden ontaardt al snel in een bewust gekozen route die je standvastig volgt. Eentje die misschien voor best veel mensen goed is, maar voor andere mensen totaal de verkeerde richting uitgaat. Kijk naar de sociale richting waarin ons land gestuurd wordt. Mooi voor de kapitalisten, maar met forse consequenties voor de laten we zeggen meer gemiddelde medelander. Er waren al een paar grote ‘jongens’ die het probeerden, dat leiden, in het verleden. In veel landen om ons heen zie je het weer gebeuren. Een échte leider, grote woorden, nog grotere visie. Make it great, for the happy few. Mooie leider ben je dan.

Ik ben dus meer van dat begeleiden. Begeleid mensen naar de beste versie van zichzelf. Degene die gelukkig is en dat geluk uit kan stralen. Door kan geven. En soms vergt dat regeren, een beetje leiding, een beetje bijsturen, en maar vaker vergt dat reageren. Luisteren naar wat de mensen nu écht zeggen. En onthouden dat we het sámen moeten doen.

Lastige taak, dat re(a)geren…

Foto Pixabay

Keuzes

Doe niet mee aan oorlog.
Doe niet mee aan verdeeldheid.

Twee regels. Klinkt zo simpel, en tegelijk lijkt het zo moeilijk. Maar dat is het niet, niet echt.

Doe niet mee aan oorlog.

Ik lees het, in een reactie op iets dat ik deelde, maar het spookt al dagen, weken, maanden, jaren zelfs door mijn hoofd. Doe niet mee aan oorlog. We (of ze zo je wilt) laten het klinken alsof we geen keuze hebben. We hebben altijd een excuus. Of zoeken een excuus misschien eerder. Wil het feit dat een ander je de oorlog verklaart zeggen dat je mee moet doen? Aan moet sluiten?

Is geweld de oplossing? Is meer geweld een oplossing? Of hebben we altijd een keuze? Kunnen we op ieder moment zeggen, nee, zo moet het niet. Dit willen we niet. Niet langer. Is er geweld nodig om een punt te maken?

Doe niet aan verdeeldheid.

Ook een zin die al dagen, weken, maanden, jaren zelfs door mijn hoofd spookt. In corona tijd bereikte het een hoogtepunt. Iemand die ik hoog had zitten verzette zich met hand en tand tegen de maatregelen, en verzet zich nu tegen de zogenaamde klimaatdrammers. Waarschijnlijk ben ik er eentje, ik voel me tenminste aangesproken. Stom, want het enige dat ik ‘verkeerd’ doe is me zorgen maken om de effecten van ons gedrag op het klimaat, iets met de toekomst en de aarde en al haar bewoners liefhebben. Alsof dat een fout is. Het is maar vanuit wel perspectief je het bekijkt.

De mensen met de grootste bek zorgen voor verdeeldheid. De menigte volgt, je ziet het overal. En ja, ook diegenen die al dan niet door gebruik van zeer sarcastische humor hun mond opentrekken zorgen daarvoor. De pot en de ketel, je ontkomt er nooit aan. En dan heb ook ik mijn aandeel, vanuit mijn perspectief. Ook ik trek heel graag mijn mond open, om mijn visie toe te voegen. Schreeuw ik daarmee net zo hard? Ben ik ook zo’n pot die de ketel verwijt?

Doe niet aan oorlog.
Doe niet aan verdeeldheid.

Als we willen dat het stopt moeten we een keuze maken.

Ik geloof niet dat geweld geweld oplost. Nooit. Ik geloof dat vrede niet geboren kan worden vanuit oorlog. Er is niet zoiets als gedwongen rust, we zien dat op ieder continent zo’n beetje mislukken. Gespannen verhoudingen tussen mensen die elkaar niet (kunnen) begrijpen. We zijn mijlen ver verwijderd van enige vorm van begrip, van vertrouwen.

Maar als we willen dat het stopt moeten we een stap zetten, als individu, als groep en als samenleving.

Doe niet mee aan oorlog.
Doe niet mee aan verdeeldheid.

Stook het vuurtje niet op. Dat is ook een keuze. Een keuze die eenieder voor zichzelf kan maken…

Verdeeldheid

Ik wist het, ik was al gewaarschuwd en een gewaarschuwd mens… en toch trap ik er weer in. Toch laat ik het nieuws weer mondjesmaat toe in mijn leven. Lees het en laat me verleiden tot het lezen van reacties. Om maar te zwijgen (eh niet dus) over de gedeelde berichten op Facebook, van vrienden die in dit opzicht niet vriendelijk zijn, voor mij, want de irritatie stijgt. En ik weet het, ik sta erachter, iedereen mag vinden wat hij vindt, maar soms kan ik niet anders dan me afvragen of ik het nu zo verkeerd zie, of dat zij dat doen. En precies dat ene woordje, zij, is als je het mij vraagt het grootste probleem in de wereld.

Ik doe mijn uiterste best mijn mening voor me te houden en berichten en reacties uit te pluizen en vanuit meerdere hoeken te bekijken alvorens ik mijn (best grote) mond lostrek. Niet altijd eenvoudig, want met mijn hormonen uit balans heb ik de neiging vol uit te halen tegen iedereen die anders denkt. Terwijl ik best hou van anders denkenden. Alleen irriteert het me enorm dat mensen zo egoïstisch lijken. Ik zeg lijken, want ik probeer echt te vertrouwen op de goedheid in de mens. In de meeste mensen nochtans. Al bevestigen uitzonderingen de regel, niet voor niets een spreekwoordelijk gezegde.

Gisteren werd ik steeds opnieuw geconfronteerd met een idee over een verenigd links, in Nederland. Waar ik dit een goed idee vind reageren mijn niet-linkse Facebook vrienden (die ik veel vaker in beeld krijg dan mijn wel linkse vrienden, hoe dat algoritme werkt is me een raadsel) dit lachwekkend. Hoe verenig je mensen die onverenigbaar lijken. Spot tegen de leider van het stel, nou ja, de voorgestelde leider, want er is feitelijk gewoon nog niks, niets, niemand bekend. Verdeeldheid zaaien voor het idee voet aan de grond kan krijgen, daar lijkt het op.

De ene groep is te socialistisch, de ander te groen. De een te elitair, de ander teveel richting midden. Dat zeg ik, verdeeld.

Ik denk dat een verenigd links de enige mogelijkheid is poot aan de grond te krijgen in het huidige naar rechts neigende politieke landschap. De versplintering leidt tot niets. We zullen moeten zoeken naar dat wat ons bindt, naar de overeenkomsten. En die zijn er, genoeg. Alleen is het kapitalisme niet gebaat bij overeenkomsten, de markt is gebouwd op competitie, op verschillen. Maar een land is geen markt. Een land is geen bedrijf, of zou het niet moeten zijn, in mijn visie.

Marktwerking is prima, het is geen vies woord, maar de basis zou er een van gelijkheid moeten zijn. In mensen, in zorg, in openbaar vervoer en nutsvoorzieningen. We kunnen toch allemaal concluderen dat marktwerking op dit front een catastrofe is gebleken? Maar ja, je zal moeten toegeven dat je dat verkeerd hebt ingeschat. En ja, er speelt veel momenteel, op wereldlijk niveau, maar gaan wij daar enige invloed op hebben? Kunnen we niet beter zorgen dat we de boel in ons eigen land onder controle hebben? En dat wil niet zeggen dat we de andere kant op moeten kijken, maar wel dat we de neuzen richting de toekomst moeten zetten. Hou op met elkaar zwart maken, daar is niemand bij gebaat. Zoek de overeenkomsten, die verschillen weten we nu wel.

En dan nog iets, mensen lijken bang te zijn dat een socialistischere blik leidt tot een nieuw China, of Rusland, maar een eerlijke basis voor iedereen, word je daar slechter van? Als jouw antwoord hierop ja is, dan zegt dat iets over jezelf. Over de angst die jij blijkbaar hebt dat mensen iets pakken waarvan je denkt dat het van jou is. En dat vind ik oprecht triest.

Een samenleving die gebouwd is op wantrouwen, is een ongelukkige samenleving.

En het resultaat daarvan zien we dagelijks.
In het nieuws.

Vertrouwen

Het is nogal wat, vertrouwen hebben, in deze tijd. Er heerst onrust, op zijn zachts gezegd. Een Amerikaanse president die als een olifant met geelzucht door de porseleinkast dendert. Rechten van mensen schendt, zijn eigen zin erdoor drukt zonder zich druk te maken om ooit eerder afgesproken regels en censuur pleegt. Waar zagen we dat eerder?

Het is eng. Het is eng dat mensen niet verder kijken dan hun neus lang is. Niet een stapje achteruit kunnen doen om het grotere plaatje te bekijken. En dat gebeurt ook hier, onder onze eigen neus. Mooie praatjes, alles om mensen om de tuin te leiden. Welke kant op dan ook, want de verleiding kronkelt als een ware slang in het hof van Eden aan alle kanten om ons heen.

Wat is waar?
En bestaat die ene, échte waarheid wel?

Wat voor mij goed is, is wellicht het tegenovergestelde voor jou. Hoe kies je dan het beste belang? Zeker als de firma List en Bedrog onder ons is.

Het kapitalisme heeft geen enkel belang bij ons welzijn, geld regeert, dat wordt de afgelopen dagen pijnlijk duidelijk. En dat doen we zelf. Wij kiezen daarvoor. We kiezen niet voor eerlijk, we hopen stiekem zelf de pot met goud te vinden. Steeds opnieuw. Terwijl het zoveel eerlijker kan. En moet, in mijn ogen. Tja, je bent een linkse idealist of je bent het niet.

En nu moet ik het vertrouwen terugvinden. In mezelf, want mijn wereld bevindt zich in mij en begint bij mij. En ik weiger te leven in angst. Ik weiger te buigen voor een doorgeslagen kapitalistisch systeem. Ik weiger míjn stem te verliezen en ik denk dat het belangrijk is ons uit te blijven spreken, want zonder woorden, met onze blik opzij gericht, kunnen hele enge dingen onder onze eigen neus zomaar gebeuren, het zal niet voor het eerst zijn…

Wij van WC eend…

Ik volg al jaren een pagina van een boer die, meestal met een humoristische kijk, zijn wereld beschrijft. Verfrissend, vaak, hij beschrijft (net als ik) zijn wereld vanuit zíjn perspectief. Niets mis met die blik over de weilanden, al mist die blik soms, in mijn ogen dan, wel enige nuance. En missen de reacties (zijn ze weer) van zijn volgers die zeker.

Wat is dat toch met mensen die reageren op iemand, dat ze die persoon bijna verheffen tot status van een heilige? Je ziet het ook bij bekende Nederlanders (ok, behalve bij Gordon, die mag blijkbaar bij alles wat hij zegt verbaal compleet afgemaakt worden). Ik had er ooit eentje op Facebook, zo’n bekende Nederlander, ik was zelfs door hem toegevoegd als vriend. Ik blij (understatement), sloeg ook nergens op, maar goed, ben ook maar een mens, die man blaatte echt de grootste onzin soms, maar kreeg als reactie alleen maar ‘jeetje, jij hebt ook altijd gelijk’ en meer van dat soort idioterie. Neem mij vooral niet te serieus, ik weet ook niet alles. En zelfs als ik denk wel alles beter te weten, ik blijf een eigenwijs stuk vreten, corrigeer me dan vooral als je denkt dat het anders zit, ik hou wel van een goede discussie. En hoop mijn blik toch wel open te houden, al kost het me soms wat tijd om dingen anders te gaan zien.

Goed, terug naar de boer en zijn weidse blik (pun intended).

Dit stuk ging over onderzoeken, van de overheid. Ik ga niet uitweiden over de natuur daarvan, of de uitkomst, want daar gaat het me nu even niet om. Het gaat erom dat mensen de wetenschappelijke onderzoeken zijn gaan wantrouwen. En in dat opzicht misschien wel terecht, maar (let op, best grote maar) dat wantrouwen lijkt tegenwoordig één kant op te gaan. De overheid wordt gewantrouwd. En ik snap het, echt. Ze hebben wellicht (of misschien, dat is maar hoe je het ziet) gebruik gemaakt van de tactiek die de makers van de commercial in de titel jaren geleden al gebruikten. Als je weet hoe je wilt dat de uitkomst van je onderzoek eruit gaat zien, kun je de vraag richting de onderzoekers een tikkeltje sturen door goed na te denken over de formulering van die vraag. Marketeers doen dat al jaren, maken daar gretig gebruik van om weg te komen met de zogenaamde white lies. Kwestie van slim nadenken en je kunt het geloven of niet, er werken best wat slimme koppen, daar bij de overheid. Net zoals bij de industrie. Of het ethisch is, blijft de vraag. Het is maar hoe je het naar jezelf toe vertaalt. En of je kunt leven met die uitkomst.

Mensen vergeten dat er voor ieder gezichtspunt een andere uitkomst mogelijk is. Je kunt maatregelen richting de veehouderij zien als het pesten van de boer. Je kunt diezelfde maatregelen ook zien als een bescherming van het milieu. Of bescherming van de dieren. Het is maar van welke kant je iets wilt bekijken. En dat is ook echt wílt, want soms is het goed even een stapje achteruit te doen en te kijken naar het grotere geheel. En je te realiseren dat iedere keuze consequenties heeft. Voor mens, natuur en dier.

Terug naar die onderzoeken. In de reacties wordt gesuggereerd dat de wetenschappers de conclusie van hun onderzoek naar hun hand zetten. Ik denk dat dit in verreweg de meeste gevallen niet aan de hand is. Ik denk wél dat de belangen te groot zijn. Dat de opdrachtgevers teveel macht hebben doordat zij bepalen waar het geld naartoe gaat (en dat geld nodig is voor onderzoek) en met hun vraag de uitkomst enigszins kunnen sturen. En dat je uitkomsten die je niet aan staan kunt negeren door het onderzoek niet laten we zeggen te promoten (of gebruiken), links te laten liggen, als jou dat zo uitkomt. En ik denk dat dit op íeder gebied zo werkt, in de commerciële sector, maar ook bij de overheid. En dat de lijn tussen neutraliteit en objectiviteit misschien niet altijd even duidelijk is.

Wantrouwen richting onze overheid is misschien op bepaalde vlakken logisch, maar ook gevaarlijk. Ik moet er niet aan denken dat we als land overgeleverd zijn aan alleen maar commerciële belangen. Iets met wij van WC eend…

Foto Pixabay