De kerstgedachte

Daar liggen we dan, kerstavond 2024. Radio aan, top vierduizend net afgelopen. Queen op één, uiteraard, niet echt een verrassing, denk ik. Morgen schakelen we naar radio twee, nu luister ik naar het eerste kerstliedje van de afgelopen weken. Ik heb alle kerststations ontweken, heb een uurtje naar Sky geluisterd om een poging te doen een trip te winnen naar mijn all time favoriete magische park, Disney, maar zelfs een vooruitzicht op een mogelijke reis naar Parijs maakte de gruwelen van het luisteren naar kersthit na kersthit niet ongedaan. Ik kan ze pas aanhoren als de kerst gearriveerd is. Als ik Rudolf aan zie komen met zijn lichtende rode neus. Als ik de elfen hoor, gevolgd door de diepe stem van de kerstman.

Ho, Ho, Ho.

Ooit had Kerst zin, hoop ik. Nu niet meer. Overgenomen door commerciële doeleinden. Ieder jaar wordt de gekte groter, meer ornamenten, meer bling. En hoe groter het aanbod, hoe groter míjn weerzin. Ik ben helemaal voor regenbogen en unicorns, en alles daartussenin, maar niet in de boom. Weet je hoe groot de belasting op ons milieu is van al die China shit.

Mooie gedekte tafels, vol voedsel, waarvan zoveel wordt weggegooid, terwijl zoveel andere mensen nog geen brood kunnen betalen. Chips, nu klink ik als mijn moeder, vroeger. De kindjes in Afrika, toen. Dichterbij, nu. Cadeautjes, na black friday is dit de volgende kans de zooi te slijten. Gelukkig ben ik daar niet gevoelig meer voor, alhoewel, dat prachtige paar laarzen dat steeds omhoog komt ik mijn feed… Nee, hakken, kan ik toch niet aan, weg. Ik.ben.niet.gevoelig. Meer. Ook niet voor glitter jurkjes en mooie jassen. Oops, toch een beetje. Maar niks gekocht. Dit jaar.

Ooit had kerst zin. Hoop ik. Ooit had de kerstgedachte zin. Ooit was er hoop. Nu schieten ze elkaar overhoop. Was geloof ik in de jaren tachtig ook al, toen hielden ze een kersterige pauze. Alsof dat helpt. Als je twee dagen later weer los gaat. Vrede op aarde, tuurlijk. Ben ik wat cynisch? Misschien, dat krijg je van de nieuwsberichten. Normaal vermijd ik het nieuws, maar tussen die top zoveel door komt het voorbij. Geen ontkomen aan.

Dus, daar liggen we dan, kerstavond 2024. Klaar voor een kerstfilm, Die hard? Past wel, maar nee, ik sla over. Nu op de radio dan, Mariah Carrey. All I want for Christmas… vrede op aarde? Of is dat te groot? Ben ik te idealistisch. Als we het nu echt allemaal wensen, zou het dan?

Ik wens jullie in ieder geval wel het allerbeste, vanuit mijn hart. Goede gezondheid, mooie gesprekken. Veel liefde.

Fijne dagen iedereen!

Vuurwerk

Ik neem het me steeds opnieuw voor, me niet meer druk maken over dingen in de wereld. Over dingen waar ik geen invloed op heb. Me niet meer op laten naaien door reacties, ze zelfs niet lezen, maar helaas, net ging dat hele voornemen weer de prullenbak in. Gelukkig is het bijna nieuwjaar, kan ik het me opnieuw voornemen. Onderwerp van mijn hoge irritatiefactor laat zich raden, vuurwerk. En dan met name de onbenullige en compleet onzinnige reacties van mijn medemens (vooral die uit mijn leeftijdscategorie, voornamelijk van het mannelijke geslacht).

Het bericht ging over dieren die bang zijn voor vuurwerk, over vuurwerkvrije vakantieparken die al een jaar vóór datum volgeboekt zijn. Er komen steeds meer mensen uit voor hun ergernis aan deze traditie, maar ook voor het feit dat hun huisdier geen fan is. Mijn huisdier is ook geen fan. Ik ook niet trouwens, maar Lewis is bang. Blaft aan een stuk door en ligt onder de tafel te bibberen. Ook bij onweer trouwens. Feest hier in huis, in de nachten voor oud en nieuw, die steeds eerder lijken te beginnen en waarvan de ellende alleen maar groter wordt bij het steeds zwaardere vuurwerk in handen van, zo lijkt het, maar dat kan ook aan mij liggen, steeds jongere kinderen. Een puber kan het gevaar niet inschatten, dát kun je hen niet eens aanrekenen, het zijn de ouders die hun verstand moeten zijn. Of zouden moeten zijn. Maar ja, er zijn nogal wat ouders die zelf veranderen in complete randdebielen als het aankomt op het spelen met vuur.

Het is bijna een persoonlijke aanval, als je aan deze traditie dreigt te komen. Waarom zouden we ons druk maken om de hoeveelheid zware metalen die we de lucht in knallen? Alles voor ons eigen plezier toch? Waarom zouden we ons druk maken om de dieren die vreedzaam hun leven leiden (op deze dagen lijden) in onze natuur, die dagen later nog compleet van slag zijn, door ons vertier? Waarom zouden we ons druk maken om de paarden, koeien, schapen, huisdieren, die uit angst niet eens meer naar buiten durven om zich te ontlasten, omdat wíj het zo leuk vinden, die traditie.

Dat onze huisdieren ‘onnodig’ bang zijn is onze eigen schuld toch? Moeten we ze maar beter opvoeden. Want dat is met die menselijke varianten zo goed gelukt?

Weer zoeken we de schuld buiten onszelf. Weer maken we van wat inmiddels echt wel gezien kan worden als een probleem, geen probleem. Doorgeslagen gekte, zoals steeds meer in deze wereld als doorgeslagen gekte gezien kan worden. Ik word serieus zwaar geïrriteerd door de onzinnige en onbenullige reacties op deze berichten, reacties die vooral bedoeld zijn om zichzelf te verdedigen. Je zou jezelf maar niet het nieuwe jaar in mogen knallen. Dat zou toch een drama zijn. Je zou ze bijna zelf een huisdier toewensen met angst, zodat ze zien wat het doet. Maar dat wens ik geen dier toe…

Pijn zit in je brein

Een lastige uitspraak. Eentje waarbij ik vijf jaar geleden waarschijnlijk mijn telefoon naar mijn eigen hoofd had geslingerd, als ik dit mezelf had horen zeggen. Of denken maar zelfs.

Pijn zit in je brein.
Dat klinkt alsof ik zeg dat het tussen je oren zit toch?

Je binnenwereld weerspiegelt je buitenwereld. Iedere goeroe die ik volg (en dat zijn er nogal wat), zegt dit. En dat je de verantwoordelijkheid moet nemen voor dat wat je zelf gemanifesteerd hebt.

Die uitspraak maakt best wat los, niet alleen in mij, denk ik. Want, ben je zelf verantwoordelijk voor jouw aandoening? Voor de pijn in je lijf? Voor misschien wel meer? Ik denk dat het genuanceerder ligt dan dat het woord, verantwoordelijkheid, suggereert.

Wat is verantwoordelijkheid nemen voor? Is dat zeggen dat iets eigen schuld en dus dikke bult is? Of is dat zeggen, ok, dit is wat het is en nu ga ik mijn uiterste best doen er het beste van te maken! Nu stop ik met slachtoffer zijn van de situatie en neem ik de verantwoordelijkheid voor mijn eigen toekomst in mijn eigen handen. Nu neem ik de tijd mezelf, mijn gewoontes, mijn patronen, mijn voeding, mijn gezondheid, dat wat ík nodig heb, op de eerste plaats te zetten. Op een manier die bij míj past, op welke manier dan ook, én ongeacht wat iemand anders daar dan ook van vindt, want geloof mij, mensen vinden overal wel wat van. Maar dat maakt niet uit, je doet dit niet voor een ander. Je doet het voor jezelf. Omdat je het aan jezelf verplicht bent. Omdat je jezelf op de eerste plaats mág zetten. Het is jouw leven!

Dat is wat ik gedaan heb. Ik heb mezelf bevraagd. Ik heb gelezen, geleerd, mezelf dingen afgevraagd. Ik heb verschillende dingen bestudeerd, op verschillende fronten. Ik ben afgegaan van de begaanbare paden en heb geitenpaadjes gecreëerd.

Ik luister naar helende frequenties, doe kwantumtherapie, pas NLP toe, gebruik bio identieke hormonen. Ik mediteer, werk aan en met voeding (nog niet genoeg, maar het gaat steeds beter) én ik geloof in mijzelf.

En dat laatste is zeker niet het minste, ík geloof in de kracht van mijn gedachten.

Pijn zit in je brein.

Het kostte wat tijd om bovenstaande opmerking écht door te laten dringen, tot mijn eigen brein, maar ik snap het, nu. Rijkelijk laat misschien, want ik verdiep me al heel wat jaren in dat leven met pijn. Heb een revalidatietraject achter de rug, maar ik was daar op dat moment gewoon nog lang niet aan toe. Als je wereld in rap tempo kleiner wordt, ben je niet toe aan mogelijkheden, ook al denk je misschien van wel. Ik dacht altijd positief te zijn -en dat was ik waarschijnlijk ook-, maar het punt dat ik nu bereik gaat verder dan positief zijn. Veel verder.

Ik heb jaren in de overleef-stand gestaan, of gelegen. Ik deed mijn uiterste best om te gaan met mijn groeiende aantal beperkingen. Met de pijn die ermee gepaard ging, die me overviel. Met het verlies van mijn werk, mijn hobbies, het sporten. Met het verlies van mijn sociale leven. Alles werd teruggebracht tot een paar miezerige vierkante meters. Best een prestatie eigenlijk, om dan de mooie dingen nog te kunnen zien. Daar mag ik mezelf best een compliment voor geven.

Pijn zit in je brein.

Het is kort door de bocht als je het zo ziet staan, maar álles bevindt zich in je brein. Zonder je brein besta je niet, niet in deze fysieke wereld tenminste. En als pijn bestaat in je brein, dan is die pijn ook te beïnvloeden. En dat kan, door gebruik van pijnstillers, iets waar ik jaren geleden voor koos, met een fysieke verslaving als gevolg. Maar het kan ook door meditatie, door te luisteren naar bepaalde frequenties. Door te ontspannen, door rustiger te ademen.

En pijn is te beïnvloeden door je hersenen voor de gek te houden. Interessant! Nu ga ik een experimentje aan, in overleg met dok. Ik heb hem denk ik het meest vreemde verzoek gedaan, dat hij ooit gehad heeft. Ik heb hem gevraagd om een placebo. Ik wil pillen die in alles lijken op mijn oxycodon pillen. Dezelfde kleur en dezelfde grootte, het liefst zelfs dezelfde verpakking. Dezelfde pillen, maar dan zonder de werkzame stoffen, want daar wil ik van af.

Uit onderzoek blijkt dat je je lijf voor de gek kunt houden, zélfs als je weet dat je je lijf voor de gek gáát houden.

Dat vind ik een interessante, want de werking, zonder de zooi, win-win toch? Ik wil dat wel proberen, en ook dok is geïnteresseerd, in dit experiment. Misschien is dit wel dé manier voor mij om dit stukje van mijn verslaving te verslaan. Ik durf die uitdaging wel aan, ik heb niks te verliezen in deze, want pijn. komt uiteindelijk vanuit het brein…

Een beetje aandacht

Gisteren had ik een gesprek op het gemeentehuis, met een stagiaire op de afdeling WMO. Een goed gesprek was het. Uiteraard was ik veel aan het woord, ik hou van praten en als je mij vragen stelt krijg je antwoorden. Veel antwoorden.

Het gesprek ging vooral over EDS en de rol die de WMO hierbij kan spelen. Ik kan natuurlijk alleen voor mijzelf spreken, maar ik heb mijn best gedaan mijn ervaring zo goed mogelijk te vertalen naar wat je met een aandoening als EDS nodig kunt hebben, hoe een medewerker dit het beste kan verifiëren (lastige!) en hoe zoiets het best te benaderen. Ik heb aangegeven dat ík het ontzettend belangrijk vind dat ze me serieus nemen. Dat de drempel naar de aanvraag voor hulpmiddelen voor mij ontzettend hoog was. En dat ik ontzettend bang was om weer voor aansteller uitgemaakt te worden.

Ik was eerlijk, bloedeerlijk, over alles. En dat vond ik best heel eng. Ik heb dus ook eerlijk gezegd dat ik weer loop. En dat ik daarmee direct bang ben dat ze mij mijn rolstoel zouden afnemen. En mijn parkeerkaart. Want dat ik loop, zegt niet dat ik niet rol. En dat is lastig te begrijpen voor veel mensen. Dat het een naast het ander kan bestaan. Tegelijk. Dat ik het ene moment prima uit de voeten kan en een volgend niet eens meer van mijn parkeerplaats naar de winkel, of huis, kan komen. Dat EDS grillig is en het voor mijzelf al moeilijk in te schatten is hoe het zich kan gedragen. En dat het dus zo goed als onmogelijk is voor een ander dat te kunnen.

Ik heb verteld dat ik bang ben voor de mening van artsen. Daarmee vooral doelend op keuringsartsen, die zien dat je de honderd meter (zonder horden) makkelijk haalt, en oordelen dat je daarmee niet in aanmerking komt voor het hulpmiddel dat je toch echt zo hard nodig bent. Ik heb gezegd dat mensen je zien als je je goed voelt, en niet als dat niet het geval is. Maar dat diezelfde mensen je wél beoordelen op dat goede moment. En dat veel van mijn lotgenoten, net als ik, vervelende ervaringen hebben op dat gebied van niet serieus genomen worden.

Dat zeg ik, EDS is grillig, en onvoorspelbaar.

Het is lastig om beide kanten te zien, als een medewerker van de WMO noodgedwongen tegenover je zit heb je het echt nodig, denk ík, omdat ik het nog steeds echt nodig ben. Maar blijkbaar zijn er mensen die op grote schaal misbruik maken van deze voorzieningen. En het daarmee verpesten voor de mensen die het wél nodig hebben. Maar een maatschappij die uitgaat van wantrouwen staat mij niet aan. Een wankele balans.

We (eh, ik) hebben het gehad over de bizarre prijzen, want laten we eerlijk zijn, marktwerking heeft ook hier veel invloed. Over hoe ik aankijk tegen de regeltjes (en geloof mij, dat kost wat tijd). Over hoe we dit kunnen verbeteren, over EDS en op welk front dit allemaal invloed heeft. Zij koos EDS binnen de WMO als onderwerp en daar ben ik haar (en haar stagebegeleider) dankbaar voor. Het is een lastige aandoening in deze. Ik hoop dat ik een goed beeld heb kunnen schetsen van waar wij tegenaan lopen, of rollen.

Ik heb goede hoop. De jeugd heeft de toekomst en staat (nog) open voor een andere kijk.

Ik mocht een beetje aandacht geven aan een belangrijk onderwerp, een beetje extra aandacht aan EDS, van álle kanten. En ook al wordt mijn leven niet meer beheerst door mijn aandoening, het is niet weg, daar ben ik me echt nog wel van bewust (al richt ik mijn bewustzijn liever op mijn intentie; gezond en sterk zijn). Een dik compliment voor deze stagiair, en haar begeleidster. Sámen maken we de samenleving mooier, effectiever en beter voor iedereen!

Op zoek naar mezelf

Het is dé zoektocht van het leven, de zoektocht naar jezelf. En toch is lang niet iedereen ermee bezig. De meeste mensen laten zich overrompelen, meeslepen. Beginnen hun dag zoals ze iedere dag beginnen. Gaan naar hun werk, of naar school, sporten, koken, kijken tv en gaan naar bed. Zonder ook maar een enkele gedachte te wijden aan wie ze nu eigenlijk echt zijn. Wat ze willen in dit leven. Waarom ze hier zijn. Ze doen hun ding, gaan naar bed, staan weer op en gaan verder waar ze gebleven zijn. Zonder zich druk te maken over het waarom. En dat is prima, dat mag, maar het is niet mijn weg. Niet meer.

Eigenlijk ben ik al jaren op zoek, al wist ik het niet. De meer spirituele kant van het leven heeft me altijd al aangetrokken, ik wist diep van binnen dat er meer was, maar ik wist niet wat. Of waar het te vinden. Het leven vond zijn weg tussen mijn gedachten door. Ik las wat over dit onderwerp, keek wat documentaires, of series, maar echt doordringen deed het niet. Tot ik een jaar geleden in aanraking kwam met de wet van aantrekking. Ik was geïntrigeerd, hoe werkt dit en hoe kan ik mijn situatie ombuigen? Ik begon te lezen, volgde een aantal cursussen op dit vlak. Er ging een wereld voor me open.

Het klinkt zo mooi. Vraag en er wordt gegeven, maar zo simpel is het niet. Tenminste, zo simpel is het voor mij niet, er zitten namelijk wat dingen in de weg. In mijn hoofd. Er is een heleboel voorbij gekomen het afgelopen jaar. Ik heb veel geleerd, over mijzelf, over mijn denkpatronen, over hoe ik het leven zie. Wat begon met een voorzichtige interesse is uitgelopen op een heuse studie, een studie naar wie ík nu eigenlijk ben. Ik leer over het menselijk brein, over hoe we denken, hoe we dat denken kunnen beïnvloeden, over hoe het universum werkt en hoe we veel zelf in de hand hebben. En dat botst soms met dat wat ik altijd heb geloofd.

Hoe je het wendt of keert, dat wat we geloven heeft ontzettend veel invloed op onze realiteit. We zijn geen slachtoffer van het leven, van onze situatie. We hebben altijd een keuze. Deze manier van denken heeft invloed op hoe ik nu in het leven sta. Over hoe ik mijn omgang met EDS ervaar. Over hoe ik omga met andere mensen. Als je blijft doen wat je altijd deed verandert je leven nooit en ik wil gezond zijn. Ik bén gezond, al laat mijn lichaam me soms anders voelen. En toch is deze andere manier van denken het begin van iets groots. Voor mij. En de mensen om mij heen zien deze verandering ook.

Ik ben op zoek naar mezelf. En daarvoor moet ik mezelf eerlijk bekijken. En nee, ik vind niet alles leuk wat ik zie, maar dat geeft niet. Het onder ogen zien is nodig, om het te kunnen veranderen. Ik mag mezelf zijn. Ik hoef me niet constant aan te passen om in het perfecte plaatje te passen. Want wat is perfect? Dat wat de maatschappij ervan vindt? Ik doe er niet langer aan mee.

Ik ben op zoek naar wie ík ben, en van daaruit ga ik op zoek naar wat bij mij past. En daarvoor zet ik mijzelf op de eerste plaats. Zet ik mijn gezondheid op de eerste plaats. Het is een mooi proces. Het is een waardevol proces. Het is een leuk proces. Ik ben opnieuw een student, aan de leerschool van het leven.

The only way is…

Afgelopen zaterdag had ik een uitje, een festival, een event, het is maar hoe je het noemen wilt. Het klonk veelbelovend, op papier. Iconen, goeroe’s, alles en iedereen op dezelfde plek. De uitnodiging beloofde dat de frequentie hoog zou zijn, en dat deze dag je lang bij zou blijven. Ik was een tikkeltje gespannen, wat te verwachten? High vibes, hét toverwoord, en een woord waar ik gevoelig voor ben, blijkbaar.

Ik ben ook redelijk (eh misschien zelfs ietsje meer dan redelijk) gevoelig voor influencers, van een bepaalde soort tenminste. Die van de cursussen om precies te zijn, de teller staat inmiddels op drieëntwintig stuks. En ik doe ze allemaal tegelijk. Ik wil alles weten, stort me erin, en erop, tot mijn interesse weer langzaam wegebt en ik me in en op de volgende stort (ik heb het nog steeds over cursussen, dat dat maar even duidelijk mag zijn). En ik voel meer dan een kern van waarheid in de laat ik het ‘heel jezelf varianten’ noemen, maar de puzzelstukjes passen nog steeds niet helemaal goed in elkaar. En dus leer ik door, met vallen en opstaan. En blijf ik geïnteresseerd. En vatbaar dus, voor, je raadt het al, meer cursussen, online vooral.

Veel van mijn, laat ik ze even voorbeelden noemen, waren aanwezig, afgelopen zaterdag. Dat vind ik spannend. Slaat nergens op, zijn gewoon mensen, maar toch, zij staan op dat podium, en ik zit ervoor. Zij spreken hun waarheid en ik hang aan hun lippen, als een waar tienermeisje met een fan-complex. Ook dat slaat nergens op, maar ja, ik zei het al, ik ben er gevoelig voor, voor die influencers (en hun boodschap).

De opening was interessant, een grootschalige meditatie door master Oh, ik moet zeggen, dat was wel bijzonder. Al werd ik behoorlijk afgeleid door de muziek en de stemmen vanuit de garderobe, achter mij, en door langs- en loslopende fotografen (die vooral zichzelf erg interessant leken te vinden). Hierna waren er lezingen van verschillende grote namen op het gebied van manifesteren. Helaas was er maar weinig tijd per persoon en bleef daardoor alles heel oppervlakkig. Hier konden de mensen op dat podium weinig aan doen, maar jammer was het wel.

Tussen de bedrijven door liep alles vrij rond, iconen in het wild dus. Veel zelfverzekerde mensen, dressed to impress, blik op oneindig, borst vooruit. Ik zat, een hele verdieping lager, en keek aan tegen een zee van goedgevormde (en minder goedgevormde), deinende achterwerken. Vooral vrouwelijk, gehuld in voornamelijk kleurige pakken (fashionably), paars, roze en rood. Zoals gezegd, blik op oneindig, en daarmee over mij heen. Elkaar omhelzend, een ons-kent-ons gevoel verspreidend, een ons-kent-ons waar ik overduidelijk niet bij hoorde.

Voor mij voelde deze dag vooral verwarrend, daar waar de boodschap eigenlijk ‘wees jezelf, voel je goed in je eigen vel en leef je mooiste leven’ zou zijn, voelde ik mij vooral buitengesloten, niet de moeite waard en voelde ik mij zelfs letterlijk steeds kleiner worden. Blijkbaar pas ik in het echte leven niet binnen de grenzen van de te manifesteren mogelijkheden. Dit gevoel werd vooral veroorzaakt doordat de blikken echt óver mij heen gericht waren. De grote namen in de kramen namen totaal nul notie van mij. Niet vóór hen, niet naast hen. Gewoon nul, bewust of onbewust, niet bestaand. In dik tien jaar rollen heb ik dit nog nooit eerder zó ervaren. De ultieme high vibe voelde zo voor mij toch een heel stuk lager.

Ik ga door op het door mij ingeslagen pad. Ik blijf leren wat er te leren valt. Ik blijf open en geïnteresseerd, vooral naar andere mensen. In deze realiteit leven we tenslotte met mensen, naast mensen. Mensen die (te) vaak over het hoofd gezien worden. Mensen die al deze dure shit niet kunnen betalen, maar de kennis zo goed kunnen gebruiken.

Ergens ga ik een manier vinden om daar iets mee te doen. Als ik dan alles kan manifesteren wat ik wil, dan wil ik deze kennis delen, zonder duur en mooi verdienmodel, zodat we er allemaal iets aan kunnen hebben. Samen maken we de wereld tenslotte mooi.

Maar eerst richt ik mijn blik maar eens naar binnen. Ik moet eerst mijn eigen trauma’s helen, mijn eigen lijf helen (en mijn zelfvertrouwen opvijzelen). Als ik daarmee klaar ben, kijkt niemand meer over mij heen. En zal ik op niemand neerkijken…

(R)overheid?

Dat er iets grondig mis is met het systeem in Nederland lijkt mij duidelijk. Het rammelt aan alle kanten, álle kanten. De zorg is een puinhoop, de energieprijzen rijzen de pan uit, het onderwijs is een zooitje, het openbaar vervoer gaat niet, de WMO heeft geld tekort, net als jeugdzorg, wat gaat er eigenlijk nog wel goed? Na lang denken moet ik zorgelijk concluderen, niets.

Politici geven elkaar de schuld, mensen geven de overheid de schuld. Hoe vaak ik niet lees dat de roverheid mensen van hun geld afhelpt… Ik heb een eigen visie, eentje die die overheid hard nodig heeft, maar op een fatsoenlijke manier. Eentje die niet zegt dat onze politici fantastisch werk doen, want laten we eerlijk zijn, dat doen ze niet. Al jaren is het een puinhoop in politiek Nederland. Zijn het marionetten? Misschien wel, marionetten van het kapitalisme, van het hyperkapitalisme. Nederland besturen alsof het een bedrijf is laat dan misschien economisch een mooier plaatje zien, ze vergeten dat het de mensen zijn in een land die je er uiteindelijk op afrekenen. Dat laat overigens ook goed zien waarom de VVD-ers nog steeds redelijk gelukkig zijn. En het nog steeds voor het zeggen hebben, al vraag ik mij af hoe je hier nog gelukkig van kunt worden.

Onze (r)overheid. Een instantie die, mijns inziens, nodig is. Let wel, niet als hoe dit systeem momenteel functioneert. In mijn visie (dit hoef je echt niet met me eens te zijn) is de overheid verantwoordelijk voor de basis. Zorg, onderwijs, openbaar vervoer, energie. Zaken die voor iedereen gelijk moeten zijn, geld of geen geld. Eigenlijk is dat wat we hadden voor we het te grabbel gooiden aan het kapitalisme.

Marktwerking zou de prijzen stabiliseren. De kosten in de zorg liepen uit de klauwen, marktwerking zou zorgen dat deze controleerbaarder werden. Het ziekenfonds werd afgeschaft en de zorgverzekeraar kreeg het voor het zeggen. Met alle gevolgen van dien. Personeelstekort, mensen werken zich uit de naad voor een loon dat én de rekening niet kan betalen én vreselijk oneerlijk verdeeld is. De bureaucratie heeft de zorg overgenomen. Alles is niet beter en duidelijker, het is juist andersom. Nieuwe regeltjes vinden dat personeel hoger opgeleid moet zijn voor werk dat deze mensen al jaren meer dan prima doen. Mijn vriendin, werkend in de zorg, is gevraagd een extra opleiding te doen, maar de consequentie daarvan is dat ze dan meer verslagen moet schrijven en nog minder tijd heeft voor dat wat ze wil doen, mensen helpen. Zorgen. Idiotie dus.

Dan het onderwijs. We hebben inmiddels 3192 studies op hbo/wo niveau. 3192! We hebben een enorme behoefte aan personeel dat daadwerkelijk de handen laat wapperen, maar ze slingeren de meest onzinnige opleidingen de wereld in. Vrijetijdsmanagement, een heuse opleiding, echt waar! Nederland wemelt van de managers. Een manager die luistert naar een andere manager en die weer anderen aanstuurt. Die papierwerk (digitaal, maar toch) doorzet, veel praat en weinig doet. Sorry als ik chargeer, maar kom op, hebben we echt meer behoefte aan meer managers? Ze leren vooral hoe ze zo snel mogelijk geld kunnen verdienen met zo min mogelijk inspanning. Waarom zou je iets leren waarmee je je inzet voor de maatschappij als je je ook in kunt zetten voor jezelf? Er is een chronisch tekort aan leerkrachten omdat ze geleid worden door regeltjes. Omdat ze door de bureaucratische rompslomp niet meer toekomen aan dat wat ze willen doen, onderwijzen.

Het onderwijs moet een probleem zijn van de staat. Goed onderwijs moet voor iedereen beschikbaar zijn. Punt.

Het openbaar vervoer is een zooitje. Schiphol is een zooitje. Stakingen op de werkvloer, waar echte mensen voor een schijntje, vergeleken met wat de managers verdienen, het echte werk doen.

Ik zie overeenkomsten, Den Haag blijkbaar niet. Nog nooit eerder stonden ze daar zo ver af van de gewone mens. Energieprijzen die onbetaalbaar zijn geworden doordat ze overgelaten worden aan de vrije markt. Het kapitalisme is geweldig voor een kleine groep mensen, maar een hel voor de rest.

Als ik dit zeg, vindt men mij een communist. Maar wees nou eens eerlijk, dingen als energie, zorg, onderwijs en openbaar vervoer moeten toch voor iedereen toegankelijk zijn? Voor een normale en eerlijke prijs? Wil jij bakken met geld verdienen aan fastfood, aan bloempotten of aan woonaccessoires, be my guest, leef je uit, maar de basis, van gezonde voeding tot onderwijs en van energie tot openbaar vervoer, moet toegankelijk zijn voor iedereen. Dat is geen hardcore communisme, dat is gewoon een sociaal en gezond verstand in een ‘gaaf’ land. Ik zou willen dat ze dat in Den Haag zouden begrijpen.

Zelfzorg

Ik lees en volg veel zogenaamde ‘verlichte’ pagina’s. Ik hou wel van een tikkeltje zweverigheid in mijn aardse bestaan. Niet dat ik op wil stijgen naar hogere sferen, nog niet, maar er is zoveel meer tussen hemel en aarde en ik probeer hier mijn weg in te vinden. Volg wat bijzondere therapieën, lees veel spirituele boeken en krijg heel veel mails op dit gebied. Eén ding, dat als een rode draad door deze noem het maar zoektocht heenloopt, is de zorg voor jezelf. Zelfzorg is het belangrijkste soort zorg. En ik was er niet zo goed in.

Even een paar stappen terug. Ik heb, net als ontzettend veel andere vrouwen, van huis uit meegekregen dat je klaarstaat voor een ander. Mijn moeder is hier werkelijk een superster in. Altijd kun je een beroep op haar doen, ze laat (meestal) alles uit haar handen vallen om als een ware redder in nood mensen te helpen. Ik heb nooit deze staat van zorg voor anderen bereikt, ik had er de energie niet voor. Letterlijk, en misschien ook wel figuurlijk. Ik ben altijd al een tikkeltje lui geweest, aard van het beestje. Ergens in mij heeft echter altijd wel een soort van bewondering gezeten voor deze eigenschap. Jezelf opzij zetten voor een ander, volledige toewijding, ik vond het nogal wat. Ik vind er ook wel wat van dat ik dat niet kon. Niet deed.

Vónd. Want het lijkt zo’n mooi voorbeeld, altijd klaarstaan voor een ander. Het ís ook mooi, maar (en dit is een behoorlijke maar) je kunt er pas echt zijn voor een ander, als je jezelf op de eerste plaats durft te zetten. En dat is iets dat ik niet echt goed geleerd heb.

Het is een eeuwigdurend gevecht in mijn hoofd, er willen zijn voor anderen, maar je handen zo vol hebben aan jezelf. En misschien is het juist daarom wel mijn gevecht, is dit een heel belangrijke les voor mij. Ik wil dus ook klaarstaan voor iedereen, op mijn manier. Ik maakte altijd tijd, ook als het eigenlijk niet ging. En tegelijk voelde het als mijn tekortkoming. Nooit kon ik voldoen aan de hoeveelheid zorg die mijn moeder anderen gaf en geeft. Die andere vrouwen anderen geven. Daar zat ik weer, gevangen in het cirkeltje van niet goed genoeg. Zoveel vrouwen lachen dit weg, terwijl ze er zelf ook in gevangen zitten.

Ik zag zorgen altijd als een fysiek klaarstaan. Iemand is ziek, je brengt soep. Pakt de stofzuiger, de zeemleren lap om de ramen die het zicht naar buiten verduisteren weer te laten blinken. Dat kon ik niet. Dat kan ik niet. Maar klaarstaan voor een ander is zoveel meer dan dat. Het is ook de tijd nemen voor een kopje koffie, voor een goed gesprek. Er zijn als iemand je nodig heeft. En dat doe ik wél. Dat deed ik wel. Ook als het eigenlijk niet uitkwam, niet ging. Ook als ik zelf bijna verzoop. (Goed) voorbeeld doet (goed) volgen.

Ik lees het al jaren, op die pagina’s, in die boeken. Sterker nog, ik roep het al jaren, naar vriendinnen. Je moet eerst voor jezelf zorgen, voor je voor een ander kunt zorgen. En toch zag ik het bij mijzelf als egoïsme. Zoveel deed ik toch niet, ik lag maar te liggen, dat kostte toch geen energie? Wat bracht ik nou in als waarde in deze maatschappij? En dus zag ik het als mijn plicht iets terug te doen. Had ik altijd wel een of ander projectje. En vergat ik mezelf. Want ik deed niks en moest zoveel.

Misschien is het wel een van de redenen waarom ik op dit pad van beperkt zijn ben beland. Ik moet het leren. Ik moet leren mezelf op de eerste plaats te zetten. En het gaat steeds beter. Ik kan tegenwoordig mijn telefoon laten rinkelen zonder hem op te nemen. Om vervolgens wel terug te bellen, want helemaal negeren is nog een stapje te ver. Ik kan een appje even laten zonder hem te openen. Ik hoef niet 24/7 voor mensen klaar te staan. Ik leer dat nee ook een antwoord is en dat ik het mag gebruiken, al vind ik dat nog steeds best lastig.

Het is waar. Om er echt voor een ander te kunnen zijn, moet je er eerst voor jezelf zijn. Dat is niet egoïstisch, dat is nodig.

Vangnet?

Vandaag is het tien jaar geleden dat ik werd afgekeurd. Voor het ‘echie’ deze keer. Ik had al wat proefperiodes achter de rug, mijn lijf was al vaker een beetje lastig, maar tien jaar geleden ‘mocht’ ik eraan geloven. Ik mocht op mijn lauweren gaan rusten. Ik mocht me volledig overgeven aan mijn taak in dit leven, leuke dingen doen. Maar wacht, is dat wat veel mensen denken van leven met een uitkering wel echt zo?

Ik schreef wat af in die tijd. Poëtische probeersels vooral. Rijmelarij van een niveau dat jij mag bepalen. Ik bundelde mijn woorden, probeerde op die manier uiting te geven aan mijn gevoel. Aan mijn frustraties. Aan dat gevoel dat me eigenlijk nog steeds overvalt als ik het woord dat bij deze periode hoort goed tot mij door laat dringen.

Afgekeurd.

Van de week had ik een meningsverschilletje met een soort van lotgenoot. Ik schreef in een drie-regelige reactie ergens op dat het vangnet dat het UWV biedt voor mij vaak voelt als een dwangnet. Dat ik mij opgesloten voel in mijn uitkering. Dat ik wil, al kan ik niet. Dat ik worstel met mijn mogelijkheden, al heb ik ze vaak niet. Ik zou nog steeds zo graag, maar de hokjes zijn zo krap. Ik voel me opgesloten.

De persoon aan de andere kant van het beeldscherm dacht op basis van drie regels te kunnen concluderen dat ik niet dankbaar was en wel dankbaar zou moeten zijn. Drie regels tekst veroordeelden mij tot een ondankbaar sujet. Hoe fout kun je zitten.

Ik ben ontzettend dankbaar dat we in een land leven waar we een vangnet als dit hebben. Zonder zou ik dik in de problemen zijn geraakt. Maar verwar deze dankbaarheid niet met hoe dit vangnet ook voelt als een gevangenis. Eentje zonder kans op vrijlating. Geen verlaat de gevangenis zonder te betalen kaart voor ons. Geen promoties meer. Zelfs geen complimenten voor een job well done. Altijd vast op hetzelfde niveau. En ik wil nog steeds zo graag meer. Zoveel mislukte projecten en in mijn binnenste borrelt het nog steeds. Dat gevoel dat ik ben voorbestemd voor zoveel meer dan deze eeuwigdurende stilstand.

Ik heb zo vaak geschreven dat ik heb geaccepteerd, maar ik denk dat dat niet bestaat, dat er niet zoiets is als complete acceptatie. Je evolueert, ook binnen je aandoening en beperkingen. En accepteren geeft een soort eindpunt weer. Ik rijs en ik daal. Steeds opnieuw. Mogelijkheden veranderen, ook als je niet geschikt meer bent voor betaald werk. En je wilt altijd meetellen. Als mens, als iemand met mogelijkheden, die er ook altijd zijn. Maar ze passen niet binnen het systeem dat wij hier bedacht hebben.

Dat mag je dus niet zeggen.
Dan ben je niet dankbaar.

Ik ben echt oprecht ontzettend dankbaar. Maar ik voel me tegelijk gevangen. Binnen de hokjes van het systeem. Dat is niet ondankbaar.

Een vangnet kan voelen als een dwangnet.
Waar je dan wel eeuwig dankbaar voor moet zijn…

Een gesprek met God

Het afgelopen jaar heb ik mij verdiept in de wetten van het universum. Ik denk na over de wereld, over macht, ongelijkheid. Over anders zijn en buiten de hokjes vallen. Ik realiseer me steeds vaker dat we als mensheid inzetten op de verkeerde dingen. En dat we zelf ontzettend veel invloed kunnen uitoefenen op onze eigen realiteit.

De beste discussies, uiteenzettingen en overdenkingen vinden nog altijd plaats in de woonkamer van mijn ouders, waar ik (vooral met mijn vader) de wereld bespreek zoals wij die ervaren. Wij denken diep en houden ervan tegen hokjes en soms wat heilige huisjes aan te schoppen. Hij heeft wat dingen (zeker op het gebied van religie) waarvan hij nu denkt dat hij dat anders had moeten doen, ik ben blij dat mijn ouders mij en mijn broertje altijd vrij hebben gelaten overal onze eigen weg in te zoeken. En dat we open en eerlijk kunnen en mogen praten over die weg, ook als die weg een andere richting uitloopt dan verwacht, of gehoopt wellicht. Dát is vrijheid, echte vrijheid.

Niet waar ik persé heen wilde met dit verhaal, al ligt het wel op dezelfde lijn. Ik onderzoek dus, vooral mijn eigen binnenwereld. Manlief kan weinig met mijn universele gepraat, het is voor hem een brug of wat te ver, en dat geeft niet. Ik voel echter dat ik op het punt sta een grote transformatie te maken.

Ik word voor mijn schrijfsels enorm getriggerd door de dingen die ik lees, voel of hoor. Zo ook nu. Ik lees een boek van Neale Donald Walsh, ‘Wat God zei’, een boek over religie, over de tijd voor een nieuwe afslag in religie. Een gedachtengang die ik heel goed kan volgen.

Ik ben best religieus opgevoed. Van huis uit gereformeerd, bidden voor het eten, lezen uit de bijbel en op zondag naar de kerk. Mijn ene opa en oma waren zeer streng gereformeerd, de andere niet echt praktiserend. Ik voelde me eigenlijk al op jonge leeftijd verscheurd tussen dat wat ik voelde en dat wat ik leerde. Als puber had ik eindeloze discussies met onze dominee, ik begreep gewoon veel van de dogmatische regeltjes niet. Vond ze hypocriet.

Naarmate ik ouder werd kwam er steeds meer ruimte voor mijn eigen inbreng. Mijn gevoel leidde mij weg van het instituut kerk, weg van religie en op weg naar een andere vorm van spiritualiteit. Ik geloof, nee ik vertrouw op dat gevoel dat er veel meer is dan dat wij kunnen zien. We kunnen het voelen, als we ervoor open durven te staan.

Het instituut kerk predikt over liefde, maar geeft ook haat. Spreekt al over vergeving van de zonden voor er überhaupt een zonde is gepleegd, als er al zoiets als zonde bestaat. Waarom zou een almachtige God de mens zondig ter wereld laten komen? Waarom?

Wij mensen zijn bang voor het onbekende en vanuit die angst creëren we drempels. Hokjes. Muren. Religie geeft een houvast, een soort van zin aan het leven, maar religie geeft ook zin aan het zogenaamde kwaad. Al denk ik dat dat weer vooral te danken is aan de interpretatie die mensen geven aan de aloude geschriften.

Het is lastig in gesprek te gaan over religie, het ligt vaak gevoelig, veel mensen voelen weerstand, voelen een andere denkwijze als een persoonlijke aanval, maar dat is het niet. Hoe fijn zou het zijn als we respectvol zouden kunnen discussiëren, ook over een onderwerp als dit? Er is geen één duidelijke manier waarop de wereld werkt, er is niet één waarheid. Iedereen kijkt op zijn eigen unieke manier naar de wereld. Iedereen kijkt met ogen die gekleurd zijn door de eigen ervaringen. Gekleurd door opvoeding, door scholing, door de mensen die zich om je heen bevinden en hun visies. Iedereen probeert op zijn eigen manier te leven, te overleven soms. Dat maakt de wereld zo uniek. En tegelijk ook vervreemdend. En soms een beetje eng.

Jouw visie hoeft de mijne niet te zijn. We zijn verdwaald geraakt in ons hoofd, overdenken alles. Trekken conclusies voor anderen, op basis van interpretaties van anderen. We zijn weggeraakt van het voelen. Weggeraakt van dat ene gevoel dat alles is. Liefde. In het boek dat ik lees staat het duidelijk omschreven ‘We zijn allemaal één. Onze manier is niet beter, onze manier is slechts een andere manier.’

Misschien moeten we eens goed nadenken over de leer die zoveel mensen aanhangen. Er is veel goeds over te zeggen, maar in de naam van al dat goeds sneuvelt er ook veel. Je hoeft alleen maar naar het nieuws te kijken om die conclusie te kunnen trekken.

Als iedereen de ander goed(s) toe zou wensen, zou er geen kwaad meer zijn. Zo simpel is het.

Het is niet nodig een ander iets te ontzeggen, te misgunnen, er is genoeg voor iedereen. We kunnen de keuze maken het anders te verdelen. Iedere gedachte genereert energie, en gedeelde gedachten vermenigvuldigen dat proces.

Laten we denken aan mooie dingen, aan goede dingen, laten we liefdevolle gedachten uitzenden. Stel je voor hoe de wereld eruit zou kunnen zien zonder oorlogen, zonder angst.

Als we dat allemaal wensen, zou het zomaar waar kunnen zijn…