Ik kocht een boek, ik koop veel boeken, maar deze is toch bijzonder. Ik kocht een boek over wandelen, over de kracht van het wandelen. Over hoe lopen een activiteit is die de meesten van ons zonder nadenken doen. Je plaatst gewoon de ene voet voor de andere. Verandert van plek, gaat van A naar B. Gedachteloos, of met een hoofd vol gedachten die er juist uit moeten.
De meeste mensen lopen zonder te zien, zonder ervan te genieten. Terwijl je juist zo ontzettend kunt genieten van het wandelen. Dingen op een rijtje kunt zetten, gedachten uit kunt zetten. Meditatief bijna. Kunt ontstressen. Hoe ironisch dat ik de kracht van het wandelen pas echt leerde waarderen toen ik promoveerde van loper naar roller Je weet pas wat je mist als je het missen moet. Of moest, want nu ik weer stapjes kan zetten geniet ik er met meer dan volle teugen van.
Komt dat extra genieten van iedere stap doordat ik het heb moeten missen of komt het juist doordat ik iedere stap bewust moet zetten? Want dat doe ik, omdat ik op moet passen niet te struikelen, over oneffenheden in de stoep, of kuilen in het gras. Of doordat iedere stap me (nog steeds) pijn en moeite kost? Of waardeer ik het meer omdat ik bewuster weet wat ik mis?
Ik praat met de bomen, ik communiceer met de lucht. Ik wissel gedachten uit met vogels en zoek naar verdwaalde veren op de grond. Ik luister naar de kracht van de wind en vind het niet erg als het regent. Niet als ik loop. De wereld is anders, het oogpunt verschilt, letterlijk. Nooit eerder was ik mij zo bewust van de stappen die ik zette.
Dit boek geeft mij stof tot nadenken, het stelt de zogenaamde wandelvragen, zet aan tot bewustwording; hoe voelt de grond onder je voeten, hoe ruikt de omgeving, hoe voelt de zon of de regen op je gezicht?
Mijn eerste stapjes zijn groter dan groots, vanuit mijn gevoel, vanuit mijn oogpunt, vanuit het oogpunt van anderen die mij niet meer herkennen zo zonder mijn stoel. Die het niet verwachten, want hoe loopt een roller? Het zou het begin kunnen zijn van een goede grap. Word ik gedefinieerd door het feit dat ik zit, of zat, of soms zit en soms zat? De rollende wandelaar, of de ook wandelende roller.
Mijn gedachten gaan regelmatig met me op de loop, in gesprek met de mens om mij heen, met de dieren, de struiken, het water. Ik communiceer wat af op een dag. Meestal in stilte.
Ik wandel het nu in.
Ik wandel in het nu.
Ik wandel nu.
Zo nu en dan.
De lat ligt niet zo hoog, zeker niet als je hem naast de lat van een ander legt. Ik wandel geen uren, zelfs geen halven, dat is nog een stap te ver. Ik rijg al wandelend minuten aaneen.
Maar ik wandel wel.
Ik ben het struikelen voorbij.
