De schroom van invaliditeit

Gisteravond liep ik een rondje met Lewis. Acda en De Munnik in mijn oren en dus ook in mijn hoofd. Een Spaanse moslim groet zijn God. De stem van Thomas Acda, en dan met name in dit nummer, doet iets met mij. Steeds opnieuw. Misschien is het de zin met de rolstoel, die in mijn eigen leven toch ook best een grote rol speelt. Zelfs nu ik weer loop.

De schroom van invaliditeit. Een gedachte die zomaar opkwam.

De schroom van invaliditeit. Het is een thema in mijn leven. Ik vraag me af of dat voor meer mensen geldt. Ik denk van wel. Het is onderdeel van hoe wij als maatschappij de behoefte voelen om mensen in hokjes te proppen. Ingekaderde gedachten die weinig ruimte laten. 

Het is hoe ik mijn chronisch ziek zijn ervaar. Ik ben niet ziek, ik vóél mij nochtans niet zo. Ik voel mij over het algemeen niet eens direct beperkt. Niet meer. Mijn dagelijks leven heeft zich daaromheen gevormd. Maar ik bén het wel, zeker als je het vergelijkt met anderen. 

Steeds meer leer ik dat los te laten en me te richten op mijn eigen werkelijkheid.

De maatschappij heeft behoefte aan grenzen. Mensen hebben behoefte aan inkadering. Of misschien ben ik het wel zelf. Misschien heb ik in mijn grenzeloze verlangen naar vrijheid mezelf wel bepaalde beperkingen opgelegd.

Ik heb in de afgelopen jaren gemerkt dat de schroom om te lopen voor mij als roller best groot was. Ik wil niet uitleggen, maar heb toch altijd ergens de neiging me te moeten verantwoorden.

Waarom rolt zij als ze ook loopt?

Niet zwart en niet wit. Een loper die rolt, een roller die kan lopen. Wel beperkt, niet altijd zichtbaar. Het brein wil controle. Het brein wil comfort. Het brein wil zich vasthouden aan dat wat het kent. Ik waag steeds vaker de sprong richting het onbekende. Laat de kaders die ik ken volledig los om in de ruimte te ervaren of onmogelijkheden misschien toch mogelijk zijn.

Het kostte me een jaar of twee, maar ik laat langzaam de schroom van de invaliditeit los. Om wat vloeiender door het leven te gaan.