Op… en neer

Het gaat al een tijdje niet zo lekker, fysiek dan, want mentaal gaat het prima gelukkig. Het zonnetje schijnt, de lucht is blauw, de bloesem komt her en der tevoorschijn en mijn camera heeft er wel zin in. Dat soort dingen helpen, want heel eerlijk, je fysiek kut voelen in de regen maakt het er niet makkelijker op de zon in je hart te houden. Maar, de zon schijnt dus wél en ik zit met mijn mok koffie onder de veranda, waar de temperatuur inmiddels boven de twintig graden is. Dát is fijn!

Vorig jaar was fysiek een prima jaar. Ik kon weer stukjes lopen, had relatief weinig pijn en kon zelfs in de avond soms lang genoeg zitten om een spelletje Catan te doen met vrienden. Daar word ik wel blij van! Hoe anders is het dit jaar.

Leven met EDS is leven met pieken en dalen, want dat wankele evenwicht kan zo alles uit balans gooien, letterlijk. Wat deze periode getriggerd heeft weet ik niet zo goed. Was het de nieuwe therapie, die gemaakt heeft dat het lijkt alsof mijn bekken scheef is komen te staan en wat invloed heeft op mijn hele gestel, mijn autonome zenuwstelsel flink ontregeld heeft? Of was het de overbelasting door twee keer een lange autorit binnen te korte tijd aan te gaan? Doe (of deed) ik gewoon weer te veel? Had ik weer teveel hoop op een enigszins normaal leven?

Gisteren bracht ik toch maar een bezoekje aan dok, voor de zekerheid. Ik had een paar nachten geleden bijna 112 gebeld vanwege uitstralende pijn in mijn borstkas. Flinke pijn (en ik ben echt geen pieperd). Waarom ik het niet deed? Omdat ik bang was me toch weer aan te stellen. Omdat ik dan mensen wakker moest maken, ongerust zou maken. Ik lag me oprecht te bedenken hoe de wereld eruit zou zien zonder mij. Het zal de meeste mensen worst wezen, maar ik wil het hen die mij liefhebben toch nog lang niet aandoen. En zo tikten de minuten weg en gingen die gedachten over in een ach ik ben er nog, dus het zal wel meevallen allemaal. Toen het de volgende dag (gelukkig in mindere mate) terugkeerde heb ik dus toch maar even dok gebeld, waar ik een kwartier later al terecht kon. Hij heeft even goed naar mijn hart en mijn longen geluisterd, geconstateerd dat de bloeddruk toch weer laag is, allerlei buisjes bloed laten afnemen en me op het hart gedrukt wel aan de bel te trekken als het terugkomt. Iets met ervaringen uit het verleden.

Ik vind het lastig. Weer terug in mijn bed, ik was zo blij weer een beetje op de been te zijn. Hoopte zo dat dit geouwehoer met een week of twee weer beter zou gaan, maar het lijkt erop dat ik toch echt een flinke stap terug moet doen.

Een leven met EDS is onvoorspelbaar. Een leven met EDS is en blijft een leven op de grens. Het lijntje tussen belasten en overbelasten is zo ontzettend dun en de gevolgen van over de grens zijn zo groot soms…

Een beetje geluk

Weet je hoe vaak ik start met het typen van een reactie en na een paar regels weer stop om mijn woorden een voor een weer te verwijderen? Meestal verwijder ik ze omdat het zinloos voelt, zinloos ís. Zoveel mensen volgen klakkeloos de mening van een ander, liefst een ander die een beetje bekender is dan de gemiddelde medelander. Inlikken in iemands achterwerk, zeiden we vroeger, denk ik nog steeds. Zelf denken ze nog geen seconde na over wat ze nu eigenlijk denken, en beweren. Ik vind dat zorgwekkend.

Mijn reactie gaat vaker wel dan niet lijnrecht in tegen de mening van diegene die het bericht post. Dat kan komen omdat ik nu eenmaal van nature een nogal beterweterig en recalcitrant persoontje ben, maar het komt vooral voort uit een irritatie tegen het klakkeloze gevolg. Het eeuwige ophemelen van bepaalde personen en het vervolgens ook nog met deze persoon eens zijn. Niet omdat mensen écht zelf zo denken, maar vooral omdat ze graag laten weten hoe zeer ze die persoon bewonderen. Dan is het zelf nadenken blijkbaar niet langer aanwezig.

Regelmatig gaan mijn haren echt recht overeind staan. Typ ik een compleet epistel, om het dus uiteindelijk maar weer te wissen omdat het alleen maar een bak ellende oplevert in de vorm van simpel denkende medelanders. En van die ellende krijg ik alleen maar meer opstaande haartjes. Ik word er gewoon misselijk van, hoe sommige mensen reageren. Ik denk dat het in de lucht hangt trouwens, want gisteren en vandaag kan ik geen pagina openen zonder met mijn hakken in het zand te gaan. Hartkloppingen krijg ik ervan, serieus.

Gisteren kwam het door meerdere berichten. Over de paarden die niet langer op de draaimolens mogen. Onzin, denk ik, er zijn echt wel belangrijke dingen om je druk over te maken. Dat vond een zekere bekende Nederlander ook, maar die sprak zich uit tegen iedereen die zich ook maar een beetje onder de categorie wereldverbeteraar schaarde. Tja, dan voel ik mij aangesproken. Ik ben namelijk een trotse wereldverbeteraar, zouden we eigenlijk allemaal moeten zijn. Is diegene ook, maar die is niet ‘woke’, ik blijkbaar wel, al vind ik dat er meerdere tinten grijs zijn in de woke-heid. Ik denk dat veel mensen het ook eigenlijk niet helemaal eens zijn met de bekende, maar de hartjes vliegen je altijd om de oren. Weinig mensen zeggen wat ze écht denken als de beroemdheid stijgt.

De tweede ergernis kwam bij de bloederige post van Anouk, die het nodig vond haar vrouwelijkheid te bewijzen en haar mening te verkondigen over de in haar ogen schijnvrouwelijkheid van een transgender vrouw. Ik begrijp het eigenlijk niet zo goed, voel je je dan bedreigd in je eigen vrouw zijn? Waarom deze weerstand? Als je met eigen ogen hebt gezien hoe een trans persoon lijdt, waarom en hoe kun je dan zo denken? Duidelijk dus, zij kent ze niet. Heeft geen weet van de aandoening die genderdysforie heet. Laat mensen trouwens sowieso gewoon met rust, ga uit de weerstand en kijk naar de innerlijke mens. Hoe moeilijk kan het zijn? En van de transfobe reacties op haar post én de aandacht die deze krijgt in de media word ik gewoon misselijk.

En dan vandaag. Een boot vol asielzoekers brandt af en rascistisch Nederland gaat los. Het is onbegrijpelijk en ongelooflijk hoe mensen denken te kunnen rechtvaardigen wat ze zeggen. En áls iemand het dan waagt genuanceerder te reageren, dan gaan ze compleet los. Dat diegene dan maar asielzoekers moet opvangen in het eigen huis, dat die dan maar voor restauranthouder moet spelen. Want dat is de discussie? Want zíj doen persoonlijk iets om de crisis in Nederland op te lossen? Nee, rechts vindt dat links de oorzaak is en als je het waagt genuanceerd en empatisch te denken, dan ben jij de oorzaak van het probleem. Rechts wil gewoon rustig het eigen, makkelijke leventje leiden, zonder geconfronteerd te worden met de problemen van een ander. Misselijk.

Laat het los zegt mijn moeder, dit is niet iets dat jij zomaar verandert. Dat zal, maar ik kán het niet, dat loslaten. Ik trek me iets aan van hoe de samenleving met elkaar omgaat, van de haat naar de medemens, die niets anders probeert te doen dan een beetje fatsoenlijk overleven.

Op zoek naar geluk, zoals íedereen op zoek is naar geluk.

Klagen of aandacht vragen?

Ik vond gisteren een heel lief berichtje in mijn messenger box. Iemand die zich gesteund voelde in mijn schrijfsels en zelf ook graag even van zich af wilde schrijven. ‘Sorry voor mijn geklaag’, las ik, iets dat een luikje opende in mijn hoofd.

Wat is klagen? Wanneer klagen we? En vooral, is het klagen als je gewoon iets deelt over jouw dagelijkse realiteit?

Kun je als chronisch zieke, als iemand die altijd kampt met pijn, nog wel eerlijk en open zijn terwijl veel mensen je met een blik van ofwel frustratie (want ze kunnen er weinig tot niets mee) ofwel medelijden (of medeleven) aankijken?

Wat is het verschil, wanneer klaag je en wanneer wil je gewoon even een beetje extra aandacht omdat het leven met een aandoening die veel van je vergt soms best zwaar is…

Ik persoonlijk vind dit een lastig onderwerp. Ik probeer niet te klagen, reageer daar zelf sowieso vaak ietwat allergisch op. Het is echt niet dat ik vind dat mensen die minder klachten hebben niet mogen praten over hun klachten, echt niet. Nou ja, soms misschien, want sommige mensen kunnen echt enorm miepen (ja, ik weet het, je voelt niet wat een ander voelt en ik tik mezelf ook direct op mijn vingers als dat gevoel de kop opsteekt), maar ik probeer mezelf ook dan echt wel in te leven in hun situatie. Dat lukt me niet altijd, maar ik doe wel mijn best. En ik weet dat het voor een normaal, gezond persoon lastig is om zich in te leven in een bestaan waarin pijn altijd aanwezig is. Je leert daar wel soort van mee omgaan, en de ene dag gaat dat beter dan de andere, maar altijd is daar wel ergens een zeurend, dan wel pijnlijk lichaamsdeel. Altijd. Geen pauze, geen vakantie, gewoon altijd aanwezig. En ja, soms loopt die emmer van slikken en doorgaan even over. Soms valt er gewoon even niet te slikken. Soms moet je even luchten om er niet in te stikken.

Is dat dan klagen?

Het doet me pijn dat mensen dit zo voelen, maar als ik eerlijk ben naar mezelf is dit voor mij een van de redenen dat ik niet echt veel en vaak praat over wat mij nu weer mankeert. Tenzij het nieuw is, dan ontsnapt er echt weleens een auwtje of twee. En dan voelt dat als klagen, want extra pijn op altijd al pijn loopt gewoon sneller over.

Hoe is je dag? Een eerlijk antwoord is al snel pijnlijk, het is maar hoe je deze zin opvat. Dus ja, mijn eerlijke antwoord kan al snel opgevat worden als geklaag. En dat wil ik niet. Dus zet ik een lach op en ‘vergeet’. Zowel vraag als antwoord wordt even buiten spel gezet.

De gezonde mens mag door, in de veronderstelling dat alles wel meevalt.

Eerlijkheid heeft zijn grenzen.

NEE!!!

Zo dan, schreeuwende titel, en dat terwijl ik helemaal niet zo van het schreeuwen ben, in geen enkel opzicht. Ten eerste willen mijn stembanden niet schreeuwen, als ik dat probeer eindig ik hoestend en proestend (ik moet niesen als ik moet hoesten) in een soort benauwende Gerard Joling lach en ten tweede heb ik er een hekel aan, schreeuwen is toch soort van onmachtig. Ik doe dus niet zo aan schreeuwen, ook niet in de vorm van hoofdletters (die daar voor mij voor staan). Mijn lijf is het echter momenteel op dit front niet met mij eens. Dat fluistert niet, praat niet normaal meer met me, maar schreeuwt. Met hoofdletters. Én uitroeptekens.

Even een jaartje terug in de tijd. Januari 2023, we gingen (net als dit jaar) naar Disneyland Parijs. Ik ben er dus dol op, maar dat schreef ik al eerder. Ik had mij ingesteld op een paar weken platliggen na deze uitspatting, maar mijn lichaam verbaasde me, het ging best goed. Liep ik een vierdaagse? Nee, maar ik lag ook geen tweeëntwintig uur plat en dat had ik wel verwacht. Het viel mee dus en dat was zo fijn! Ik boekte langzaam maar zeker eindelijk wat vooruitgang na jaren van rust. Mijn leven speelde zich wat vaker af buiten mijn bed en ik kon zelfs af en toe weer een avondje uit.

Mentaal maakte dit een wereld van verschil! Ik werkte flink aan mezelf, mediteerde, was extra dankbaar en mocht zelfs nog wat extra stappen zetten. Het voelde alsof ik vloog! Mooier nog, de vooruitgang hield aan, al bleef de overmoed altijd op de loer liggen. Balans was en bleef het sleutelwoord.

Ik genoot van de zomer, kon weer wat fotograferen, volgde daarna de herfstkleuren en ging vol goede moed de winter in. Niet mijn beste seizoen, maar ik had er vertrouwen in. De oplettende lezer ziet dat de tegenwoordige tijd hier overgaat in verleden tijd, helaas.

Ergens rond november begon ik hoopvol en enthousiast met een nieuwe therapie. Waarom niet, nu was de tijd om verdere stappen te zette . De eerste behandeling was op zijn zachts gezegd pittig, zeer pittig. Ik voelde me alsof ik was overreden door een Arnhemse trolleybus, het harmonica model ook nog. Twee volle weken werd ik geplaagd door een zwaar ontregeld zenuwstelsel. Opvliegers, zweetaanvallen, hartkloppingen, en pijn, heel veel pijn. Na twee weken stabiliseerde mijn lijf enigszins, een beetje. Een volgende behandeling stond op het programma en ik ging hoopvol verder, mijn lijf reageert nu eenmaal wel vaker wat overdreven op nieuwigheden.

Behandeling twee hielden we heel rustig, het resultaat viel gelukkig ook mee. Geen gekkigheid deze keer, helaas ging bij behandeling drie mijn lijf weer volledig met de hakken in het zand. De trolleybus was terug en de klachten hielden deze keer langer aan. Behandeling vier had hetzelfde resultaat. Ik behoor blijkbaar tot die ene procent die heel heftig reageert op deze manier van behandelen. De meeste EDS-ers reageren juist goed. Dat ik het nodig vond maar liefst twee keer binnen vier weken naar Frankrijk te gaan hielp natuurlijk ook niet echt.

En nu? Nu is mijn lijf er helemaal klaar mee. Mijn therapeut opperde al dat mijn lijf niet doet aan fluisteren, waarschijnlijk omdat ik toch niet luister. Iets met jaren ervaring in mijn klachten uiterst vakkundig negeren, met alle gevolgen van dien. Mijn zenuwstelsel moet echt keihard in mijn oor toeteren om mijn aandacht te trekken. En dat heeft nu dus nogal heftige consequenties. Mijn zenuwstelsel is totaal overprikkeld, het schreeuwt in de vorm van een verdriedubbeling van de pijn. En ik, ben weer bijna terug bij af. De pijnmedicatie kruipt weer omhoog naar het niveau van begin vorig jaar, als ik de medicatie op het lagere niveau houdt, schreeuwt mijn zenuwstelsel in de vorm van misselijkheid en complete ontregeling. Instant sauna, gevolgd door een bibberende bende van ellende. Gelukkig herken ik na jaren van ervaring de signalen en weet ik inmiddels een beetje wat wel en niet werkt. Ik kom er wel weer, maar moet voor nu echt even terug mijn bed in, weer een paar flinke stappen terug.

Niets is zo veranderlijk als een lijf met EDS. Het blijft een kwestie van balans. De hoop is nog niet vervlogen, ik heb tenslotte mogen zien en voelen wat er mogelijk is! Ik vraag me echter wel ernstig af of deze therapie wel echt zo geschikt is voor mij. Een zeer lastige afweging, want ik wil zo ontzettend graag vooruit. Voor nu is het even geduld, weer terug naar die basis.

Luisteren naar het fluisteren…

De vijver van ja maren

Gisteravond keek ik naar een docu over Daan, een jongen die helaas niet meer onder ons is. Hij kon niet langer leven in deze samenleving, werd als kind buitengesloten, gepest, voelde zich niet gehoord, niet gezien, ging ten onder in de strubbelingen van het leven. Een ontzettend triest verhaal, en helaas een verhaal dat niet op zichzelf staat. We leven in een samenleving waarin ontzettend veel jongeren met zichzelf in de knoop zitten. Schrijnende verhalen van mensen wiens leven nog moet beginnen.

Het verhaal van Daan zette me aan het denken. Hoe kan het dat zoveel mensen zich niet gezien of gehoord voelen? Waar gaat het mis? Waarom zien leraren deze kinderen niet? Of zien ze ze wel, maar weten ze niet hoe ze ermee om moeten gaan? Let wel, ik leg geen schuld, bij niemand. Niet bij de pester, niet bij de gepeste. Niet bij de ouders en niet bij de leraren. Ik zet wel vraagtekens bij ons als samenleving, want ik denk dat dit probleem er eentje is die we als samenleving moeten aanpakken en oplossen.

Ik kijk even naar mezelf, ik bemerk soms dat ik mij niet prettig voel bij bepaalde groepen mensen, iets waar ik op de middelbare school ook al last van had. Groepsdruk. Verkeerde ‘grapjes’, plagerijtjes die voor de persoon in kwestie behoorlijk vervelend kunnen uitpakken. Zeker als de hele groep meelacht (sommigen als een boer met kiespijn, maar toch). Het gebeurt overal, op de werkvloer, op school, verenigingen. Mensen worden (onbewust) buitengesloten, gepest (ook al is het soms onder het motto van plagen). Hoe vaak lachen we niet mee om dingen die niet grappig zijn om zelf maar vooral niet het volgende onderwerp van spot te worden? Daar begint het al, we laten ons regeren door angst en verschuiven de grenzen van het toelaatbare. Onbewust geven we ruimte aan gedrag dat we eigenlijk niet zouden moeten accepteren. Uit angst, onzekerheid.

Hoe komt het dat we ons vaak onbewust onprettig voelen bij wat mensen wegzetten als dat gezever over leven in liefde, terwijl de wereld vooral baat heeft bij een beetje meer liefde? Waarom wordt zachtheid en kwetsbaarheid gezien als een zwakte, terwijl leven vanuit ons hart juist zo belangrijk is? Waarom ben je een watje als je liefdevol bent en waarom is sterk (en hard) zijn de maat van waaruit alles gemeten wordt? Hoe zijn we vergeten dat wij mensen groepsdieren zijn? Waar is het mis gegaan, waar zijn we de connectie met elkaar kwijtgeraakt?

Zouden we op school niet bij een vak als maatschappijleer met elkaar in gesprek moeten gaan, écht met elkaar in gesprek? Zouden we niet moeten bespreken hoe het leven werkt en zou dat niet veel belangrijker moeten zijn dan het uit het hoofd leren van zinloze feitjes en data? Zou een geschiedenisles niet vooral moeten bestaan uit het nadenken over en bedenken van lessen die we uit deze geschiedenis zouden moeten leren? Moeten we daarin niet veel meer ruimte maken voor het gesprek? Sowieso denk ik dat er meer ruimte moet komen voor echte interactie tussen de verschillende generaties. Hoe ouder we worden, hoe meer we vergeten hoe we zelf ook dachten toen we jong waren, we kunnen zoveel van elkaar leren. We vergeten te delen, vergeten het belang van de kunst van het leven. Voor jong én voor oud. We verzuipen in het individualisme.

Ik denk dat het tijd is onze samenleving eens goed onder de loep te nemen en daarin ook eens goed in de spiegel te kijken. Roept niet iedereen weleens een excuus om eigen gedrag te vergoelijken, kijken we niet bijna allemaal eerst naar een ander voor we naar onze eigen minpuntjes durven kijken?

Van de week stond er een oproep van onze gemeente over de ruimplicht betreffende hondenpoep, echt, bijna alle reacties vervielen in excuses, in ja maren. Over anderen die het ook niet doen, over katten die ook poepen waar ze maar willen, maar als wij als volwassenen niet het goede voorbeeld geven, gaan onze kinderen dit ook niet volgen. Als ik zie hoe wij als volwassenen omgaan met onze wereld, snap ik wel dat onze kinderen niet begrijpen of en wat ze dan fout doen. Als je als ouder de verkeersregels aan je laars lapt (door tegen het verkeer in te fietsen, want dat is sneller, of door daar te hard te rijden, want je hebt nu even haast), hoe denk je dan dat jouw kind hiermee om gaat gaan? Ik ben niet roomser dan de paus en ik heb ook echt de nodige dingen verkloot in mijn leven, maar het is toch nooit te laat om naar je eigen gedrag te kijken?

We leven in een excuus maatschappij, vissen volop in een vijver van ja maren. We durven het gesprek niet aan te gaan uit angst voor een verschil van mening, maar juist die zijn zo leerzaam. We weten best dat die betere wereld begint bij onszelf, maar we zijn te lui om die stap te zetten. De prijs van het gemak is hoog, te hoog, denk ik.

En zo geeft dit stukje een klein inkijkje in wat er momenteel omgaat in mijn hoofd. Ik vraag me af hoe ik kan bijdragen aan deze verandering, want ik denk dat iedereen op zijn eigen manier een bijdrage kán leveren aan een wereld waarin iedereen gezien kan en mag worden. Waarin mensen zich weer gehoord en vooral geliefd genoeg voelen om zichzelf te kunnen en mogen zijn. Waarin jong en oud elkaar aanvoelen en aanvullen. En waarin iedereen een rol kan en mag vervullen. Sámen moeten we dat voor elkaar kunnen krijgen, daar geloof ik in. Schuif die droom niet weg met een excuus, met een ja maar, maar ga de uitdaging met mij aan…

Een vleugje magie

Vorige week togen we weer naar Frankrijk, nu voor een tripje naar Disneyland Parijs. Vorig jaar waren we daar ook rond deze tijd en afgelopen voorjaar besloten we dat nog een keer te doen. Gewoon, omdat het kan. Er zijn heel veel jaren geweest dat dit soort dingen niet konden. Financieel niet, maar vooral niet omdat mijn gezondheid dat absoluut niet toeliet. Hoe bijzonder is het dat ik het nu weer kan!

We gingen voor de tweede keer met dezelfde vrienden, de kids, en een vriend van zoonlief sloot ook weer aan. We namen er wederom de tijd voor, gingen een dag eerder op pad om op een uurtje van Parijs te kunnen overnachten, zonder deze extra stop houdt mijn lijf het absoluut niet vol. We vonden vorig jaar een ontzettend leuk huisje en daar brachten we ook nu de nacht weer door.

De eerste dag begon minder prettig voor mijn vriendin, die bracht de hele nacht door op het toilet. Gelukkig hield haar buik zich verder rustig, dat is toch wel fijn als je de halve dag in de auto door moet brengen.

De eerste dag Disney begon ook met een hobbel trouwens, ik bleek een lekke band te hebben met mijn rolstoel. Gelukkig waren de mannen voorbereid en hadden ze zelf een tweetal bandensets samengesteld en meegenomen. En zijn ze handig, de band was in no-time verwisseld. Fijn, want RSR komt niet naar Frankrijk denk ik. De kids hadden we vast het park ingestuurd, die vermaken zich ook prima zonder de ouwelui.

Ik ben echt een enorme Disney fan, nergens vind je de magie die je daar vindt. Ik weet niet waar het nu precies in zit, in de muziek, de entourage of de figuren (ik denk dat laatste, er is volgens mij geen mooiere baan dan in een Mickey pak in Disney werken), maar als ik door Disney rol voel ik me gewoon weer even een klein meisje. Ik dompel me compleet en volledig onder in de Disney magie, geweldig!

Dit was mijn tweede keer Disney in rolstoel en ik moet zeggen dat het allemaal echt top geregeld is daar. Met de priority kaart hoef ik nergens lang te wachten (staan) en de medewerkers waren ook nu weer allemaal even vriendelijk. Het was druk bij de check-in bij de Davy Crocket ranch, maar toen ik mijn GPK liet zien mocht ik direct doorlopen naar een vrije balie. Toch fijn, want ik loop en sta inmiddels best ok, maar een rij van drie kwartier red ik echt niet.

Het was sowieso een tripje met hobbels, we hadden te maken met a) het onvoorspelbare lijf van ondergetekende, b) zoonlief met ingegroeide en zwaar ontstoken teennagels (die inmiddels gelukkig middels de zoveelste ingreep weer verwijderd zijn), c) vriend met rugproblemen en d) maar liefst drie dames die spugend boven het toilet hingen (en waarvan er ook nog eentje flauwviel in een van de restaurants). Ik verloor mijn priority kaart in een achtbaan (en kon gelukkig een nieuwe ophalen) en had dus die lekke band met mijn rolstoel. Én we hadden nog een spannend moment op de terugweg, toen de bus te maken kreeg met een serieus gat midden op de snelweg. Gelukkig bleef de schade beperkt tot een deuk in de velg en daarmee een trilling als je onder de tachtig km/uur rijdt. Daar doen we later wel iets mee. De wieldop vloog sierlijk door de lucht, en die van ons was zeker niet de enige die langs de weg lag. Ondanks deze hobbels was het weer een geweldige trip. Wat ben ik dankbaar dat deze dagen weer tot de mogelijkheden behoren!

Nu thuis is het weer bijkomen, mijn zenuwstelsel (dat toch al behoorlijk overbelast was) doet zijn naam eer aan, het werkt me op mijn zenuwen, maar dat hoort er nu eenmaal bij. Het is tijd om bij te komen. Tijd om weer even braaf terug te keren naar mijn bed. Het komt weer goed, daar heb ik inmiddels vertrouwen in. En dankzij mijn rolstoel en de rust die ik mijn lijf de afgelopen tien jaar heb gegeven zie ik langzaam maar zeker weer mogelijkheden. Dat geeft me een onbeschrijfelijk gevoel van geluk.

De kramp

Hoe vaak lees of hoor je het niet: ‘krijg de kramp’. Welke kramp is niet gezegd, de boodschap is duidelijk genoeg zonder verdere uitleg. Ik denk dat iemand hem mij heeft toegewenst, ik heb hem nog gekregen ook. Buikkramp in mijn geval. Te danken aan ofwel die wens, ofwel mijn fysio (ik reageer nogal heftig op mijn nieuwe therapie), ofwel het eten van gisteravond. Ik rende gisteravond en vanmorgen in ieder geval heen en weer tussen toilet en bed. Het is een onwelkome afwisseling van het andere uiterste, het leed dat verstopping heet (gevalletje gebrek aan beweging en morfine). Mijn lijf doet niet aan een normale tussenweg, zoveel is wel weer duidelijk.

Even terug naar optie nummer één, over de rest zal ik mijn mond houden, dat duidelijker maken zal jullie eetlust niet ten goede komen. Ik had een mening over een bericht, dat heb ik wel vaker. Dat ik de drang had te reageren is ook geen verrassing bij mij, ik voel soms onrecht in een bericht en tja, ik vind het nu eenmaal moeilijk dan niet te reageren. Zo gezegd, niet zomaar gedaan, want ik voelde al aan dat hier enige weerstand op zou komen. Afwegen dan maar, is het me dat waard. Ik bezit nogal contrasterende eigenschappen op dat front. Aan de ene kant ben ik namelijk best heel gevoelig, terwijl ik aan de andere kant toch die drang heb om te reageren. De drang won het van het gevoel en ter reactie kreeg ik een compleet epistel in mijn mail. En een nogal onvriendelijke reactie als weerwoord op mijn reactie. De persoon in kwestie houdt niet van enige tegenspraak, dat is overduidelijk.

Ik nam de moeite nogmaals uit te leggen waar mijn (echt niet onvriendelijke) reactie vandaan kwam, maar kreeg nu in reactie een mail met de niet te missen boodschap dat deze persoon één, niet om mijn mening had gevraagd, twee, er ook niet op zat te wachten en drie, sowieso geen tegenspraak duldde op de eigen pagina. Duidelijk. Ik heb in reactie per direct een punt gezet achter deze ‘vriendschap’.

Wat rest is een gevoel, een gevoel dat ik zo’n negatieve woordenwisseling gewoon niet prettig vind. Ik heb mijn reacties én mails tig keer overgelezen en kan echt achter de mijne staan, vierkant zelfs. En toch steekt het. Het krampt, niet alleen in mijn buik. Als je mensen keer op keer online beschuldigt van bepaald gedrag moet je ook in de spiegel durven kijken naar je eigen gedrag en daar ontbreekt het nogal eens aan in onze samenleving.

Dus ja, ik ben weer eens in de valkuil gedonderd, die van tegen beter weten in toch reageren. Ik had misschien beter naar mijn onderbuik kunnen luisteren, dan was me misschien deze kramp bespaard gebleven, maar toch heb ik geen spijt, tenslotte leert het leven ons wijze lessen. Ook als ze minder leuk zijn. Ik hou voor niets en niemand mijn mond meer en zeker niet voor de lieve vrede. Karma vindt zijn weg uiteindelijk toch wel. En anders is daar altijd nog de kramp.

Afbeelding Pixabay

Spinazietoon

Ik begin deze dag met een Libelle, ik lig weer eens achter met mijn zogenaamde lijfblad en moet nodig even bijlezen. Ik bevind mij ergens tussen kerst en Klaas, zie nog net geen foto’s van grote, mooi gedekte kersttafels vol perfectie en lees nog grappige kinderweetjes over Klaas.

Ik heb niet zoveel met kerst meer en nog minder met Klaas, dus beide sla ik over. Daarbij is het geweest, is het gelukkig januari en mag ik weer gewoon normaal doen. Heerlijk!

Ik lees met wat meer interesse een artikel over het aangeven van grenzen. Qua ergernis en irritatie in dit geval, niveautje collega die teveel praat (goh, denk zomaar dat ik dat type collega was) en harde muziek in de trein. Hoe ga ik om met asociaal gedrag, dat werk. Ik lees dat je beter je mond open kunt doen dan als een boer met kiespijn, met de ogen rollend, te zwijgen. Ik ben meer type botte boer die alles benoemt, dus dat probleem heb ik niet. Ik hoor wel dat mensen mij soms te direct schijnen te vinden. Ach, ik ben te oud voor zinloos meepraten, die tijd heb ik gehad. Ik gooi er meestal gewoon uit wat me dwarszit. Ik hoop op een niet te vervelende toon, al weet ik dat er mensen zijn die mij en mijn soms ietwat beterwetende toon uitermate vervelend en irritant vinden. En ja, ik kan ontzettend irritant zijn, zoveel zelfkennis heb ik nog wel.

Ik lees in deze Libelle (niet psycholoog magazine, maar meer psycholoog in mini magazine) over een compleet nieuwe toon, de spinazietoon. Kende jij hem al? Het schijnt de toon te zijn waarop je iemand hardop (ja, het moet wel hardop zijn) toefluistert dat hij spinazie tussen zijn tanden heeft. Ik frons mijn wenkbrauwen, ik heb hem nog nooit gehoord, die toon. Nou eet ik ook nooit spinazie, dus misschien is dat het, maar hardop fluisteren, hmmmm.

Ik ben niet zo goed in dat fluisteren. Samenzweerderderig ook nog, lees ik, alsof we een geheimpje delen. Hey, pssst, ik vind jou nu even niet zo aardig, je leest me de les, kappen daarmee graag. Door dit toontje aan te slaan kun je je ook iets fermere taal permitteren. ‘Hey klojo, even dimmen’. Maar wel hardop gefluisterd. Ik fluister ofwel te zacht, of roep het hardop. Ik associeer fluisteren eigenlijk sowieso niet met iets positiefs. Als je het niet hardop kunt zeggen is het zelden aardig. Of het sluit mensen buiten, laat duidelijk voelen dat dit niet voor hun oortjes bedoelt is (het handgebaar dat bij dat fluisteren hoort draagt daar ook aan bij, de hand naast de mond), het voelt als, en is vaak ook, roddelen. Ik ben er geen fan van, al zal ik het zelf vast weleens gedaan hebben. Waarschijnlijk om een geheimpje te delen, over een ander, dat niet voor andermans oren bedoeld was, oh toch roddelen dus. Niet kwaadspreken, dat doe ik gewoon hardop, als mensen er niet bij zijn, hoef ik ze ook niet te storen.

De spinazietoon, hij was nieuw voor mij. Ik moet eerlijk zeggen dat ik een psycholoog die me dit advies zou geven niet echt serieus zou nemen. Ik denk namelijk dat een tikje op iemands arm en dan een gebaartje richting voortanden maken veel effectiever is, iets dat minder mensen ongemakkelijk maakt ook nog. Ik zou je dan ook adviseren niet al teveel waarde te hechten aan het advies. En als je ooit over mij wilt roddelen, doe het dan vooral als ik daar niet bij ben en niet op de spinazietoon. Of gewoon recht in mijn gezicht, dan doe ik dat bij jou ook.

Foto Pixabay

Onacceptabel

Ik zou mijn eerste blog dit jaar graag gestart zijn met een oprecht en enthousiast Gelukkig Nieuwjaar, maar eerlijk gezegd is het dit jaar eigenlijk vooral gelukkig, nieuwjaar! Negatief? Misschien, of wellicht, in welke volgorde dan ook. Het is volledig inherent aan de bui van de dag, die misschien, of wellicht, ook ingegeven wordt door enige irritatie vanwege de overbelasting die ons vluchtgedrag van afgelopen week afgeroepen heeft over mijn lijf.

Vluchtgedrag? Tja, wij zijn op de vlucht gegaan voor de fantastische traditie die vuurwerk heet. Ik geloof dat steeds meer medelanders deze geweldige traditie ontvluchten, de vuurwerkvrije parken zitten steeds sneller vol (ondanks torenhoge prijzen). Wij vluchtten richting het zuiden, staken er wel twee landsgrenzen voor over. Gingen richting overblijfselen van eerder oorlogsgebied zelfs. Maf, het lijkt in ons land tegenwoordig wel oorlogsgebied, gezien de inmiddels steeds zwaardere bommen die gebruikt worden door steeds jongere kinderen. Vuurwerk waarmee geldautomaten opgeblazen kunnen worden, in de handen van mensen wiens hersenen nog lang niet volgroeid zijn. Jongeren die geïnfecteerd zijn met het vuurwerkvirus door ouders wiens hersenen waarschijnlijk ergens in hun tienerjaren gestopt zijn qua ontwikkeling. Ach, ik heb een ietwat sarcastische en hoogst geïrriteerde bui, dat schreef ik al toch? Je kunt ook eigenlijk niet anders dan cynisch reageren op het nieuws dat je ter oren komt.

Een man die doodgeslagen wordt omdat hij kinderen aanspreekt op hun gedrag. Mensen reageren geschokt. Onacceptabel, dat is het. En vervolgens halen we massaal onze schouders op en gaan verder tot de orde van de dag. Gelukkig nieuwjaar buur!

Achttien zware ongevallen binnengebracht in het Rotterdamse oogziekenhuis. Onder de slachtoffers ook omstanders van vuurwerk. Onacceptabel, vind ik. Ach, achttien maar, dat valt wel mee, vindt iemand die ik spreek. We halen onze schouders op en gaan over tot de orde van de dag. Gelukkig nieuwjaar andere buur!

Zwaar vuurwerk, gegooid naar agenten, hulpverleners worden belaagd door randdebielen (mijn woorden). Ooit (in mijn jeugd nog) was er sprake van respect, haalde je het niet in je hoofd een agent een grote bek te geven. Misschien een bijdehante opmerking, als je in een hele stoere bui was, maar daar hield het wel bij op. Moet je zien hoe er tegenwoordig omgegaan wordt met deze beroepsgroep. Onacceptabel, roepen we massaal, maar er iets aan doen is niet zo eenvoudig meer. Je loopt een bepaald risico en dus haalt menig volwassene ook nu de schouders op en loopt door. Gelukkig nieuwjaar overbuur.

Ik vind oud en nieuw al een paar jaar niet zo leuk meer. Op oudjaarsdag laat ik het uit mijn hoofd door het park te rollen, het is er een aaneenschakeling van teringherrie. Ergens in de afgelopen jaren is het compleet uit de hand gelopen met dat vuurwerk. Het moest steeds harder, steeds gekker, steeds eerder. Waar is het misgegaan? Wanneer is de grens overschreden en vooral hoe gaan we dit nog terugdraaien? Kunnen we het überhaupt nog terugdraaien? Wanneer is de grens van het toelaatbare bereikt? Wanneer houden we op met het roepen dat iets onacceptabel is en gaan we er daadwerkelijk iets aan doen?

Ik ben blij dat ik de mogelijkheid had een paar dagen te verkassen richting rust en stilte. Vooral voor Lewis, die doe ik echt geen plezier met al dat geknal hier. Daar heb ik die dagen overbelasting van mijn lijf wel voor over. Al foeter ik (verre van in stilte) gewoon sarcastisch het nieuwe jaar in.

Onacceptabel dit…

Foto Pixabay

Kerstwens

Eerste kerstdag, 2023 (nee, geen kerstverhaal dat speelt in een lied ergens in de jaren zestig). Ik zit op de draaistoel, voeten op het bijbehorende bankje. Geruite legging met kersttrui aan mijn lijf, Lewis aan mijn voeten, radio op de top 2000. Kopje koffie naast me (cappuccino, we doen het goed deze kerstochtend).

Het voelt niet als kerst dit jaar. Ligt dat aan de ontbrekende kerstboom? Of misschien aan de beroerde voorbereiding, last minute een pakje toastjes gehaald in een lege en kaalgeplukte failliete groothandel om verder totaal overprikkeld en onverrichter zake dat pand ook weer te verlaten en vervolgens om een paar minuten voor negen toch nog even de plaatselijke Jumbo een beetje te sponsoren. Geen idee wat te moeten of te willen ook. Een luxe probleem, dat realiseer ik me echt wel.

Ik weet niet wat het is, ik heb het gevoel dat hoe ouder ik word, hoe minder ik heb met deze ‘verplichte’ ‘feest’dagen. Oorlogen en andere ellende in de wereld helpen hard mee aan dat gevoel, evenals vriendinnen met grote zorgen. Als ik een kerstwens zou mogen doen zou ik geen cadeaus wensen, slechts een goede gezondheid voor mezelf en de mensen om me heen, voor iedereen eigenlijk. En wereldvrede, lijk ik toch nog een beetje op Miss Universe. Ik vrees echter dat de mensheid zelden verder verwijderd was van die vrede, luister maar eens naar de mening van veel landgenoten. Dat laatste stemt me triest, we zullen het als mensen toch met elkaar moeten rooien. Zonder teveel schade aan de natuur en met aandacht voor al dat leeft. Al denken veel mensen ook hier blijkbaar anders over.

Zouden we als mensheid de wereld kunnen veranderen met positieve gedachten? Ik denk van wel, als iedereen elkaar nu eens het beste toe zou wensen, dan zou de wereld er heel anders uitzien. Als mensen elkaar iets zouden gunnen, als mensen de wereld vanuit een ander perspectief zouden kunnen bekijken. Als ze iets meer vanuit ‘samen’ zouden kunnen denken en iets minder vanuit ‘ik’.

Voor deze eerste kerstochtend zit ik hier in ieder geval in mijn geruite legging de wereld het beste toe te wensen. Misschien helpt het als we dat allemaal eventjes doen. Gewoon heel even onze energie sturen, oprecht iedereen het beste gunnen.

Ik wens jullie in ieder geval het beste voor deze dagen en voor alle dagen die mogen volgen. In goede gezondheid, in vrede, vol liefde en met aandacht voor elkaar. Voor iedereen, mens, dier en natuur.

Fijne dagen allemaal.