De L in hulp

Gister was een belangrijke dag in het leven van Lewis en mij. Corona gooide afgelopen jaar veel roet in het eten, ik heb de supermarkt gemeden. Niet dat ik daar nu zo heel veel kwam, maar voor mijn gevoel was de supermarkt zo’n beetje Corona Central. Daar bleef ik dus weg, kwestie van je weet maar nooit en ik neem niet te veel risico. Inmiddels heb ik mijn prikken gehad en nu stond dan eindelijk de supermarkt op ons trainingsprogramma.

Jacqueline haalde ons op, begeleid door Fats Antonius. Lewis en Fats vinden elkaar erg leuk, dus dat was een extra uitdaging. Ik had mijn bakje met snoepjes op schoot en Lewis had er zichtbaar zin in. Lewis vind sowieso de meeste dingen zichtbaar leuk. Zijn kont gaat zo hard heen en weer dat hij er bijna afvalt. Ik heb een hond die lacht en heel eerlijk, dat past gewoon bij mij, want ik rij ook lachend door het leven. Daar doen mijn beperkingen niets aan af.

De heenweg was best een uitdaging. Lewis verdeelde zijn tijd en aandacht tussen mij en Fats. Eenmaal in de supermarkt lag zijn focus echter volledig op mij. Hij negeerde de kipfilet en de vis, de mensen om ons heen en zelfs Fats. Apetrots manoeuvreerde ik door de voor mij onbekende paden. De plaatselijke supermarkt is verbouwd en ik was er sindsdien niet meer geweest. Ook voor mij was alles nieuw. De poortjes, de kassa, Lewis onderging alles als een ware hulphond. Heel even werd zijn aandacht afgeleid door een klein meisje, maar hij kwam direct terug toen ik hem bij me riep. Ik was zo trots als een aap met zeven lullen!

Supermarkt, check! Ik had een bakje hamblokjes gekocht en Jacqueline had gehaktballetjes, waarvan ze er een aantal in mijn bakje voor Lewis gooide. Ik neem standaard te weinig mee voor mijn plannen (planning is niet mijn sterkste punt), gelukkig hielp Jacqueline me op dat front. Gehaktballen breken levert vieze vingers op en als ik ergens een hekel aan heb is dat aan vieze klauwen. Hoe lossen we dat op, door doekjes te halen bij het Kruidvat. Mooie extra oefening ook!

Gelukkig is deze Kruidvat niet zo smal opgezet als sommige anderen, maar zelfs dan is de ruimte beperkt. Lewis loopt eigenlijk altijd achter mij op smalle punten en dat moeten we aanpassen. Het is veiliger als hij voor mij loopt en daarmee in mijn zicht. Hier waren in dat opzicht oefenmomenten in overvloed. Lewis is een snelle leerling, dus ook dat deed hij zonder al te veel moeite. De ultieme les deed zich voor bij het schap met babydoekjes. Degene die ik wilde lagen onderin en ik kon er vanuit mijn rolstoel niet bij. Lewis toonde zich op en top hulphond toen hij op het commando pak de doekjes pakte en bij geef ze ook netjes aan mij gaf. Trots, trotser, trotst!

Als beloning heb ik ons allemaal op een ijsje getrakteerd. Lewis vond het heerlijk en ik genoot van deze middag! Volgens Jacqueline is hij nu echt bijna klaar. We werken nog aan twee kleine dingen, daar train ik hem nu dagelijks op en zelfs na een dag zie ik al resultaat. Wat ben ik blij en dankbaar dat Jacqueline op mijn pad is gekomen en dat ik Lewis straks mijn hulphond mag noemen. Hij zet de L van Lewis in het woordje hulp. Een hoofdletter!

PS wist je dat je alles over ons eerste jaar samen kunt lezen in mijn boek? Kneus -en- Co neemt je mee en geeft je een uniek inkijkje in ons leven. Het is een hardcover uitgave van 288 pagina’s met columns, gedichten, foto’s en unieke illustraties en kost slechts € 17,50.

Bruggen bouwen

Vanmorgen kreeg ik een stukje onder ogen over het bouwen van een nieuwe voetgangersbrug over de Waal in Nijmegen. ‘Zo kun je kilometers lang wandelen langs de Waal met steeds een ander uitzicht op Nijmegen’, aldus het persbericht. Klinkt fantastisch toch? Een architectenbureau heeft een mooi staaltje werk geleverd met een elegant, eenvoudig en slank ontwerp. ‘Met deze loopbrug is Nijmegen straks een kilometerslange, ononderbroken wandelroute rondom de Waal rijker.’

Geweldig! Toch?

Ik geef toe, het klinkt te mooi om waar te zijn en dat is het ook. Voor rollers. Wij behoren niet tot het normale voetvolk. Weer niet. De brug bestaat bij nader inzien uit, jawel, trappen. Tot zover de kilometerslange, ononderbroken wandelroute langs de Waal. Waarom zou je jezelf tot de voetgangers willen rekenen als je toch niet meer loopt? We willen gewoon te veel.

Ik herinner me de vreugde toen het VN verdrag voor mensen met een beperking er kwam. Eindelijk zouden wij ook meetellen, echt meetellen. Eindelijk zou er in de bouw van nieuwe projecten ook aan ons mensen op wielen gedacht worden. Eindelijk zouden we echte bruggen bouwen.Think again…

Weet je, ik snap echt wel dat ik met mijn wielen niet ieder historisch gebouw binnen kan. We zijn ontzettend creatief geworden en overwinnen veel obstakels. Maar bij een nieuw gebouw, bij een nieuwe brug zou je toch verwachten dat er rekening gehouden zou worden met een groot deel van de maatschappij. Mensen met een beperking worden op deze manier steeds terug verwezen naar hun plekje achter de geraniums.

Participeren roept de politiek, maar hoe verwacht men dat je dat moet doen als je er keer op keer op gewezen wordt dat er geen plaats is voor jou? Samenleving. Een participatie maatschappij. Iedereen moet mee kunnen doen, maar echte bruggen bouwen is blijkbaar nog steeds een brug te ver…

Beeldmateriaal gemeente Nijmegen

Irritaties

Met de stijging van de warmte stijgt ook het aantal irritatiepuntjes. Ik moet eerlijk zeggen dat ik mij vooral erger aan de ergernissen van sommige andere mensen. Met name op het gebied van honden bemerk ik momenteel een groot aantal ergernissen bij andere baasjes en daarmee ook bij mezelf. Het lijkt wel alsof iedere vorm van empathie en begrip voor anderen verdwenen is.

Ook onder hondenbaasjes geldt een bepaald ‘ras’ en een daarmee gepaard gaande hiërarchie. Je hebt bijvoorbeeld de ietwat onzekere dit-is-mijn-eerste-hond-baasjes (deze kunnen ook komen in de overdreven zelfverzekerde variant), de ik-weet-alles-beter-alleskunners, de jouw-hond-is-van-een-irritante-soort-beterweters, de ik-vind-iedere-hond-leuk-varianten en de blijf-van-mijn-lijf-grauwende-chagrijnen.

Ik ben van de ik-vind-iedere-hond-leuk soort. Honden zijn heerlijke wezens en ik hou van elke soort. Niet elke soort houdt van mij, maar dat is in het echte leven ook zo. Ik ben zeg maar de labrador onder de honden. Ik vind alles en iedereen leuk en verwacht dat dat andersom ook zo is. Ik kom inderdaad regelmatig van een koude kermis thuis, maar ik laat mijn enthousiasme niet meer bederven door slechtgehumeurde chagrijnen. Ze nemen me maar zoals ik ben en anders lopen ze maar met een grote boog om me heen.

Terug naar de irritaties. Ik lees het op Facebook en maak het mee in het park. De reacties van de hondenbaasjes. De hondenbaasjes die de dolenthousiaste labradors niet kunnen waarderen. Die niet blij worden van de hevig op en neer gaande bips bij het zien van een potentieel leuke hond en/of baas. Zij zien slechts een irritant en losgeslagen beest dat als een dolle stier op hun goed afgerichte hond af komt denderen. De goed afgerichte hond staat strak onder appél (let op, een hond is geen levend wezen, maar een verlengstuk van de baas die op elk en ieder moment als een robot moet doen wat de baas hem opdraagt) en geeft een waarschuwing dat hij geen contact wenst. Hier ontstaat een netelige situatie, voor elke hondenbaas. Het kan goed aflopen als de enthousiaste hond de taal van de andere hond goed leest, maar helaas is dit niet altijd het geval en wordt de mening van de baas bevestigd. Het baasje van de enthousiaste labrador is geen knip voor de neus waard en labradors zijn vervelende honden.

Ik erger mij dus groen en geel aan het commentaar van deze laatstgenoemden. Als blije baas van zo’n heerlijk enthousiaste lab rol ik door het park. Ik doe mijn uiterste best hem zo goed mogelijk op te voeden. Ik heb hiervoor training gehad (en heb dat nog steeds) en ik leer goed kijken naar wat mijn hond aangeeft. Ik geef hem het vertrouwen en hij vertrouwt op mij. En ja, ik maak fouten. Laatst stormde Lewis dolenthousiast op een klein kind af dat net om de hoek (buiten mijn zicht) op een paadje fietste. Kind schrok en viel, ik schrok nog harder. Ik heb geprobeerd rustig uit te leggen aan het kind hoe te reageren op de hond. Om te voorkomen dat het kind een angst voor honden oploopt. Uiteraard zijn er legio hondenbaasjes (en moeders) die klaar staan met het veroordelende vingertje.

Ik heb geleerd van mijn fouten en ik leer elke dag meer. Lewis en ik ontwikkelen ons tot een goed en fijn team. Hij doet het geweldig en ik groei als hondenbaasje. Ik heb geleerd Lewis al vroeg los te laten. Om dit vertrouwen te bewerkstelligen. Lewis heeft geleerd dat niet iedere hond met hem wil spelen. Ja, daar is weleens een grauw aan te pas gekomen van een andere hond. Inmiddels is hij wat afwachtender geworden, maar hij blijft in de basis open en enthousiast.

Als ik een hond aan zie komen die aan de lijn is in een losloopgebied lijn ik Lewis aan, maar ik zit ook weleens niet op te letten en ik ben ook weleens te laat. Ik vind echter ook dat deze persoon ook ergens anders in het park kan gaan wandelen. Er is slechts een klein deel losloopgebied, waarom moet je dan juist daar met je hond gaan lopen?

Het is een beetje geven en nemen. Iedereen moet een beetje rekening houden met elkaar. Probeer je ook eens te verplaatsen in de ander in plaats van direct het vingertje in de lucht te steken. Oh en kijk eens naar de hond als individu in plaats van ieder ras over een kam te scheren. Niet iedere stafford is agressief en niet iedere labrador is een ongeleid projectiel.

Inclusie

Wat is inclusie? Ik denk dat een inclusieve samenleving een complete samenleving is. Een diverse samenleving. Een samenleving waarin iedereen zijn of haar eigen plekje inneemt en we het samen doen, samen kunnen doen. Een inclusieve samenleving is een samenleving waarin iedereen mag zijn wie hij (of zij of geen van bei) is. Een samenleving waarin gekeken wordt naar de mens achter het uiterlijk. Naar de mens achter de beperkingen, dat ook.

Ik vraag me met enige regelmaat af hoe je dit kunt bereiken. Is het goed de aandacht op bijvoorbeeld de beperkingen te richten of bereik je daarmee juist het tegenovergestelde? Neem een prachtige foto van een meisje met een handicap. In het geval van deze bewuste foto was deze geselecteerd voor een prijs. In de reacties stond dat ‘speciale mensen ‘in’ waren en ze daarom wel zou winnen’. De foto zelf was prachtig: mooi licht, goede styling, echt gewoon een mooie foto. Zou de foto dan toch winnen door de handicap en de medelijden factor of omdat het gewoon een mooie foto is? Of misschien wel door een combinatie van beide? De medelijden factor is altijd aanwezig, speelt eigenlijk hoe dan ook mee. Dat ervaar ik zelf ook.

Moet je om inclusie te bereiken hier nu de nadruk op leggen of juist niet? Eerlijk is eerlijk, het is makkelijker scoren. Neem een foto van een mooie vrouw zonder arm of been, of een mooie vrouw in een rolstoel. Hoe je het wendt of keert, niet iets waar de gemiddelde medelander dagelijks mee in aanraking komt. De medelijden, of medeleven (ander woord, groot verschil) factor is daar, ligt om de hoek. Geen sociaal verantwoorde zin misschien, maar vaak wel waar. Om inclusie voor elkaar te krijgen moeten er meer mensen met een beperking in het zicht komen van deze gemiddelde medelander. Zo wordt het een normaal beeld en niet langer een uitzondering.

Hoe bereik je naast het meer en beter in beeld brengen van mensen met een beperking, in de breedste zin van het woord, een inclusieve samenleving? We moeten ons denk ik allereerst bewust worden van onze omgang met verschillende mensen. Hoe zou jij het vinden om keer op keer dezelfde geintjes te horen? Over je handicap of over bijvoorbeeld je haarkleur? Ik werd vroeger simpel van de domme blondjes grapjes, onschuldig, maar toch vaak met een venijnig, denigrerend ondertoontje.

We leven in een kleurrijk land in vele opzichten. We leven gelukkig ook in een vrij land. Je mag overal over discussiëren, tot vervelens toe. Links, rechts, homo, hetero, bi, kleur, handicap, we heen iets gemeen. We zijn allemaal mens. Mensen met hoop, mensen met dromen. Mensen met verdriet, met vreugde en bovenal mensen met een hart. Om samen te slagen moet je je openstellen voor de ander. Je moet je inleven in de ander. Inleven in een situatie die voor jou misschien volkomen normaal is, maar voor de ander niet.

Inclusie is mooi. Inclusie is een plaats voor iedereen. Voor alle vormen en alle maten. Voor alle kleuren, geaardheden en handicaps. samen vormen we het complete beeld.

Fotografie Petra Hoogerbrug voor Libelle

Meer lezen over o.a. inclusie?
Leestip Kneus-en-Co.
Nu verkrijgbaar voor 17,50 via martine@kneus-en-co.com

Over Paskamers en desillusies

Vanmorgen mocht ik even op stap met zoonlief. Er moest een fatsoenlijke korte broek gekocht (van mij, niet zozeer van hem) en moeders (ik dus) trakteerde. Zoonlief wilde best mee winkelen. Zelfs toen ik opperde ook voor mijzelf toch even te willen kijken naar een leuk jurkje. Het is tenslotte zomer (al vind ik het vandaag weer ronduit koud). Zo trokken we er vanochtend op uit richting een overdekt winkelcentrum in de buurt.

De korte broek was snel gekocht. De eerste winkel had een prima exemplaar en hij is niet van het twijfelachtige soort. Dat kun je van mij niet zeggen, zeker de laatste tijd niet. Ik heb moeite met het maken van keuzes. Ik twijfel echt uren over het simpelste dingetje. Wat eten we vandaag is al een dagtaak, laat staan het kiezen van een jurk of paar sneakers. Na de vierde winkel was zoonlief het wel zat. Ik vond ofwel niet wat ik zocht ofwel het was er niet in mijn maat. Oh er was daar trouwens nog een derde optie, de mening van zoonlief. De kleding die ik uitzocht was ofwel te ouwelullig of ik was geen twintig meer. Zoonlief heeft een duidelijke mening dus…

Bij de laatste etalage op de weg terug zag ik een potentieel geschikt jurkje. De goede kleur, de juiste maat, dus op naar de paskamer. Ik trok mijn shirt over mijn hoofd en staarde per ongeluk in de spiegel. Ingesloten in dat kleine hokje keek ik in het ongenadige harde licht naar wat ik niet anders kan omschrijven als de overblijfselen van een lijf dat geteisterd wordt door de overgang en het niet langer kunnen trainen. Wat bezielt winkels om zulke verlichting op te hangen? Niemand, zelfs Doutzen niet, wordt hier gelukkig van! Ieder vlekje, iedere beginnende rol wordt ongenadig blootgelegd. En het feest stopt daar niet. Als je het lef hebt je blik naar boven te verleggen word je geconfronteerd met de blauwe kringen onder je ogen en het haar dat langs het lelijke mondkapje piekt.

Geen goede reclame, geef mij onze eigen badkamer met getint licht maar. Hij verdoezelt dan misschien de waarheid, maar ik leef toch liever af en toe in mijn eigen fantasiewereld. Het leven is al hard genoeg zonder het ongenadige witte licht en de desillusie der paskamers.

Het jurkje heb ik trouwens wel gekocht. De kleur past bij mijn ogen en bij de wallen, die zijn even blauw…

Utopie

Een blog over EDS, HSD, hypermobiliteit. Een blog over verschillen en over gelijkenis, over kriebels die over mijn rug lopen én over de opstand in mijn binnenste. Het raakt mij enorm, ik heb zo lang moeten vechten voor mijn diagnose en nog steeds word ik in twijfel getrokken, door mijzelf, door verhalen en door de artsen…

Voor de niet-lotgenoot in het kort (nou ja, echt kort zal niet lukken, het blijft verwarrend); EDS (Ehlers Danlos Syndromes) is een bindweefselaandoening, het bindweefsel is niet goed aangelegd. Dit uit zich bij het hypermobiele type in te ruime banden (hypermobiliteit), maar vaak ook in problemen in de organen (darmen, maag, maar ook de ophanging van bijvoorbeeld de baarmoeder) en/of de huid (ook die bestaat voor een groot deel uit bindweefsel). EDS heeft een groot aantal varianten, bij een groot aantal is het gen defect gelokaliseerd, maar bij mijn type (het hypermobiele type) nog niet.

HSD (Hypermobility Spectrum Disorders) is een aandoening waar hypermobiliteit op de voorgrond staat, hypermobiliteit die gepaard gaat met veel (dezelfde) klachten (langer dan 3 maanden pijn in meerdere gewrichten, maar ook hier is vaak sprake van interne problematiek).

En dan is er nog ‘gewone’ hypermobiliteit; één op de tien mensen is hypermobiel in één of meerdere gewrichten. Dit is geen defect maar een eigenschap, net als de kleur van de ogen. Het kan handig zijn (denk aan balletdansers), en kan in dit geval geen kwaad.

Over hypermobiliteit bestaan veel verschillende opvattingen. Als één op de tien mensen hypermobiel is, komt het behoorlijk vaak voor. EDS komt volgens schatting bij één op de 5000 mensen voor, een stuk minder dus. Er wordt gezegd dat er gemiddeld één patiënt per huisartsenpraktijk zou zijn. Het is dan ook niet heel raar dat de arts zich slecht raad weet met deze patiënt; er is weinig vergelijkingsmateriaal. Daarbij komt ook nog dat iedere EDS-ser anders is, het uit zich anders. Een arts moet in deze dan ook echt vertrouwen op de patiënt. De mijne heeft dit gelukkig geleerd en weet inmiddels dat ik mij echt niet voor niets meld. Er is een groot verschil tussen een beetje hypermobiel zijn en EDS hebben, het heeft mij dertig jaar vechten gekost voor mijn artsen mij eindelijk serieus namen. Het grote probleem hierin zat het hem in mijn huid.

Dit vergt weer een uitleg, ergens zwevend tussen hypermobiliteit en EDS bevindt zich nog een aandoening, HSD. De hypermobiliteit mét klachten, serieuze klachten, dezelfde klachten als EDS met vaak één klein verschil; de huid. Vóór de nieuwe richtlijnen ter diagnose van EDS was dit het grootste verschil, het maakte hét verschil tussen serieus genomen worden en als aansteller versleten worden. Drie letters die je leven kunnen veranderen, aldus mijn eigen ervaring.

De huid dus, een EDS huid is zacht en kwetsbaar. Een zacht huidje heb ik altijd al gehad, een kwetsbare huid ook, snel wondjes die slecht genezen, redelijk snel blauwe plekken, maar volgens reumatoloog nummer twee niet snel genoeg voor EDS. Ik werd in het toenmalige HMS hoekje gestopt (inmiddels dus aangepast naar HSD, volg je me nog?). Ik bleef jaren in dit hokje, niet serieus genomen door artsen en therapeuten. Ik was een beetje hypermobiel en moest vooral wat harder trainen. Ik trainde me suf, ging achteruit maar moest me vooral niet aanstellen.

Tot er een fout plekje op mijn bovenlijf werd ontdekt dat verwijderd moest worden en een lelijk, breed litteken achterliet. Toen werd duidelijk dat mijn huid wel degelijk meedeed in de problematiek en kreeg ik het stempeltje EDS. Eindelijk werd ik serieus genomen, eindelijk telde ik mee, eindelijk had ik mijn diagnose, of toch niet?

Er zijn nieuwe richtlijnen (de zogenaamde nosologie), richtlijnen om te bepalen of je behoort tot de EDS-sers of toch tot de groep HSD-ers. Belangrijk punt is nu de erfelijkheid; bij mij is nogal onduidelijk waar de EDS vandaan komt, ik lijk een zogenaamde spontane mutatie (ik zeg lijk, want zeker weten doen we dat niet). Zoonlief daarentegen heeft overduidelijk mijn genen geërfd, al voldoet ook hij niet aan de standaard richtlijnen (we zijn gewoon niet standaard). En zo begint daar eenzelfde gevecht, wederom moeten we de strijd met artsen aan voor een diagnose, voor de juiste hulp, het is frustrerend!

Drie lettertjes met een enorm gevolg. De klachten van EDS en HSD zijn grotendeels dezelfde, maar waar je bij de één kunt rekenen op hulp, heeft de ander vaak een gevecht voor de boeg. In mijn ogen zeer oneerlijk! Helaas is er zelfs onder lotgenoten jaloezie en gedoe over de ernst van de aandoening. Er is gezegd dat beide aandoeningen even ernstig kunnen uitpakken, maar de onrust blijft. Totdat er écht gevonden wordt waar het probleem zit, wat de beste oplossing is zal deze onrust blijven bestaan. Reden temeer voor goed onderzoek, niet alleen naar EDS, maar zeker ook naar HSD. Reden temeer voor mij om de aandacht te blijven vestigen op mijn aandoening (wil de ware opstaan), reden temeer te blijven vechten.

Alle beetjes helpen, zo ook mijn verhalen (denk ik, hoop ik). Ook jij kunt ons helpen, door te delen. En door je verhaal te blijven vertellen. Iedere lotgenoot geeft EDS een gezicht, samen vormen we hét gezicht.

Acceptatie

Mijn rolstoel heb ik geaccepteerd, Alex is inmiddels vervangen door Maximus V (een Permobil M5, ik sta open voor een betere naam voor deze compagnon) en ook deze is een belangrijk onderdeel van mijn leven. Hij maakt mijn leven makkelijker, toegankelijker, geeft me vrijheid. Dat ik de rolstoel heb geaccepteerd is iets anders dan het accepteren van mijn aandoening. Daar heb ik namelijk een behoorlijke haat/liefde verhouding mee.

Ik was een jaar of 14 toen de échte klachten zich aandienden. Achteraf heb ik als kind ook wel wat ‘gekke’ dingetjes gehad, maar die hoorden gewoon bij mij. Je groeit ermee op, denkt dat ze normaal zijn, weet niet beter (al is er dat stemmetje in je achterhoofd dat zich afvraagt waarom anderen er geen last van hebben). Op mijn 22ste werd de kneus een serieuze kneus, het ging van kwaad tot erger en ik begon mijn zoektocht langs de artsen.

Die weg leidde naar dit moment. Het moment dat ik compleet met diagnoses op bed lig en me realiseer dat dit het is voor mij. Ik hoop op stabiliteit, en dat is al heel wat. Ik heb jaren achter de rug van hoop en vrees, van pieken en dalen. Ik heb mijn grenzen gezocht, gevonden en vele malen overschreden. Iemand vroeg mij hoe ik dit geaccepteerd had. Niet denk ik, want hoe kun je iets accepteren dat je niet wilt accepteren? Ik heb mijn hulpmiddelen geaccepteerd, omdat zij mij vrijheid geven. Zonder lig ik hier achter het raam, achter de zogenaamde geraniums. De rolstoel helpt me op weg, letterlijk.

Mijn aandoening is niet te accepteren. Hoe accepteer ik het feit dat ik misschien nog wel 45 jaar platlig? Ik heb er een zekere mate van vrede mee, dat wel. Zolang ik in staat ben enigszins normaal na te kunnen denken (brainfog zal helaas ook blijven bestaan), nog af en toe mee te kunnen naar buiten, zelf nog iéts te kunnen in huis kan ik het overzien. Hou ik hoop op een beetje vooruitgang (en kan ik nog iets verprutsen ter compensatie).

Ik blijf altijd vechten met en tegen mijn grenzen, dat zit in mij en ik denk dat dat goed is. Ik wil mij namelijk niet neerleggen bij mijn situatie. Neerleggen betekent stilstand en daar doe ik niet aan. Ik heb ambitie, ik heb geldingsdrang en ik wil iets betekenen, iets nalaten. Is accepteren je ergens bij neerleggen? Of is accepteren begrijpen dat het is zoals het is en daarmee proberen om te gaan? Ik denk dat het dat laatste is. Ik weet wat ik mankeer, ik weet dat mijn fysieke leven altijd gepaard zal gaan met dalen, maar ik weet ook dat er pieken kunnen zijn. Dat heeft onze vakantie naar Amerika laten zien. Het was loodzwaar, het heeft me fysiek veel gekost (meer dan ik had voorzien), maar ik zou het er weer voor over hebben! De pieken maken dat je voelt dat je leeft, ze maken de dalen dragelijk. Ze maken dat ik hoop hou, dat ik mogelijkheden zie voor mijn toekomt. Geen piek zonder dal, dat is het leven en zeker het leven van een chronisch zieke. Maar denk nooit dat het leven niet de moeite waard is, iedereen heeft waarde, iedereen heeft iets wat het leven de moeite waard maakt, je moet het alleen kunnen zien.

Ik weet het, ik lijk echt een aartsoptimist en dat ben ik misschien ook wel. Ik ben gelukkig geboren met de zon in mijn hart. Ik ben zo dankbaar voor alle mooie dingen, voor alle mooie mensen om mij heen. Ik hou van het leven en ik omarm het. Maar dat wil niet zeggen dat ik geen tegenslagen ken. Dat ik niet moet vechten. Dat er geen dagen zijn dat ik het even niet meer zonnig zie. Wij hebben een aantal zware jaren achter de rug, maar ik geloof in de reden achter mijn bestaan. Dát geeft mij hoop, dat geeft dit leven zin. Het maakt dat ik het tot op zekere hoogte kan accepteren. Stoppen met vechten zal ik echter nooit. Mijn grenzen klakkeloos accepteren ook niet. Dat is een gevecht op zich.

Tussen de oren

Het begint bijna te koken tussen mijn op Spock lijkende oren bij het horen van deze tekst. Het zit tussen je oren. Hoe vaak heb ik het niet aan moeten horen? Mijn (dubbele) hernia zat tussen mijn oren. Een scan toonde het probleem aan, medisch objectiveerbaar noemen ze dat, maar nee hoor, ze zaten vooral tussen mijn oren. De pijn in mijn rug en benen was het gevolg van een rijke fantasie, aldus de neurochirurg. Gelukkig bevond de psycholoog alles tussen mijn oren prima in orde en werd ik door de invalarts wel serieus genomen en vervolgens behandeld volgens hernia protocol.

Het is niet de enige arts waar ik mee overhoop heb gelegen in mijn rijke ervaring met artsen. Ook met zoonlief liep ik tegen de vooroordelen over hypermobieltjes met klachten aan. De zin het zit tussen je oren maakt dus dat er bij mij stoom uit diezelfde oren komt. Ik ben er misschien wat overgevoelig voor geworden, net als veel lotgenoten van me.

Vorige week mocht ik mijn vaccinatie in ontvangst nemen. Ik kreeg te maken met een bijzondere bijwerking, ik had ineens energie. Ik heb nooit een overschot aan energie gehad, als kind begreep ik al niet hoe andere kinderen zoveel konden doen. Ik was kapot na een dag school en hield aan sporten vooral een doodmoe lijf over. Ik liep de marathon in een halve wedstrijd en voelde me ook op dat gebied een kneus. Eentje zonder conditie, iets waar ik echt wel mijn best voor deed, maar het lukte gewoon niet. Ik was moe en bleef moe. Altijd.

Ik had dus energie, zo ineens, gratis en voor niets. Dolblij stuiterde ik door het huis. Als dit door dat vaccin kwam wilde ik wel een wekelijkse dosis! Ik vroeg mij af of ik de enige was met deze bijzondere ervaring en plaatste een oproep op een tweetal groepen. Al snel volgden er reacties van meer lotgenoten met deze zelfde ervaring. Toeval? Daar geloof ik niet zo in. Wie weet is er wel een component in dat vaccin dat ons kan helpen? Naast de welkome herkenning waren daar ook de reacties die een lichte irritatie in mij opriepen. De bijwerking zou tussen, jawel daar is hij weer, mijn oren zitten. Ik zou, door de opluchting weer alles te kunnen doen, mijn hele energieprobleem opgelost hebben. Jippie! Ik hoorde de interne fluitketel al tekeer gaan.

Hoe kun je oordelen over een situatie terwijl je de ballen verstand hebt van het onderwerp? Je weet niet wat er in het vaccin zit. Je weet geen ene moer van mijn aandoening en van mijn achtergrond en toch durf je de woorden uit te spreken. Het zit tussen je oren. Er zitten veel issues tussen mijn oren, maar mijn energieprobleem is er niet een van. Ik hoop dat de energie blijft. En ik hoop dat er een niet eerder ontdekte component in het vaccin zit dat ons kan helpen ons dat beetje beter te laten voelen. Ook al lost het de pijn en de beperkingen niet op, het maakt het iets makkelijker ze te hanteren!

Oh en hou de opmerking het zit tussen je oren maar tussen je eigen oren!

Filosoferen

Even een filosofisch momentje, even nadenken over de basis. Wat hebben we nu eigenlijk écht nodig om gelukkig te zijn? Ik zag ooit een documentaire over de kuif-gibbon in Borneo. Deze apen leven volledig in vrede door een overvloed aan eten. Wat heb je in de basis meer nodig dan voldoende eten, een dak boven je hoofd en liefde? Is dat niet de basisbehoefte van ieder mens?

Ik ben sowieso wat filosofisch. Ik kan uren met mijn vriendin of mijn vader praten over de zin van ons bestaan. Over hoe wij de wereld zien. Ik hou ervan, de diepzinnige gesprekken over het leven. Waar gaat het mis? Waarom vinden mensen het zo moeilijk te delen? Waarom wordt iedereen in een hokje gepropt? Waarom laten we elkaar niet wat meer vrij?

Mijn conclusie is dat het leven in onze samenleving gedomineerd wordt door angst. Angst om te doen wat je hart je ingeeft. Angst om buiten de lijntjes te kleuren. Als je anders bent val je buiten de boot, dat merk je al jong op school. Al op de kleuterschool worden groepjes gevormd. Als je anders bent loop je het risico buitengesloten te worden. Als kind was ik dol op toneel spelen, in de huid van een ander kruipen. Op de Havo hadden we een toneelgroep, maar ik durfde me niet aan te sluiten. Ik liet me leiden door angst.

Ook bij het kiezen van een beroep speelt angst al een rol. Je moet werken om geld te verdienen, dus moet je een beroep kiezen met een realistische kans op werk. Maar wat als je nou ontzettend goed kunt schilderen? Wat als dat jouw passie is? Zou je niet veel gelukkiger zijn als je die droom kunt naleven? Niet iedereen is gemaakt voor een -laat ik het standaard- leven noemen. Ik zou dan ook voor het basisinkomen zijn. Ik denk dat dat voor een aantal mensen veel beter zou zijn. Toch overheerst dan ook bij veel mensen die angst. Angst dat zij betalen voor anderen. Mensen die misschien wel lanterfanten van hun centen. Maar wat boeit dat, wat maakt jou dat uit? Gaat het niet om jouw leven? Doe wat jou gelukkig maakt.

Gelukkige mensen kunnen leven in vrede, gunnen anderen ook hun geluk. Geluk bereik je niet door materiële zaken. Geluk zit in jezelf. Mensen worden tegenwoordig geleid door materie. Worden geleid door macht, door geld. Er is genoeg op deze planeet voor iedereen, als we het delen. Als we onze kinderen leren dat geluk zit in kleine dingen, niet in hoeveel spelletjes je hebt.

Ik zie mijn zoon graag opgroeien in vrijheid, in ongekende mogelijkheden. Met onze steun als ouders in zijn rug, altijd. Zoals ik altijd de steun van mijn ouders in mijn rug voel. Niet geleid door angst. Niet in een hokje gepropt. Ik zie hem graag geleid door zijn hart. Ok, ik klink misschien als een oude hippie en de hippies sloegen door, maar nu slaat de maatschappij ook volledig door.

Er is een plaats voor iedereen! Verschillen zijn niet eng, verschillen zijn juist mooi. Ze geven het leven kleur. Onze wereld is zo mooi, maar we gaan maar door hem te verpesten. Misschien ben ik naïef. Misschien ben ik een idealist, een dromer, maar dit is niet hoe het bedoeld is. Een gelukkig mens hoeft geen oorlog te voeren. Leef en laat leven. Sta open voor anderen. Leef in liefde in plaats van haat en vooral dat eerste, leef…

Het leven is een avontuur

Mooie zin, kwam ik net tegen op een groep. Het leven is een avontuur. Ja, dat geldt ook voor mij. Mijn leven is een groot avontuur, met een heleboel uitdagingen. Mijn leven is ook een mooi avontuur. Ik hou van uitdagingen, van uitdagingen groei je. Dat wil niet zeggen dat ik de mindere dingen in het leven altijd leuk vind, maar achteraf zeg je juist bij de dingen die je echt hebt moeten overwinnen dat je er het meeste van hebt geleerd.

Mijn leven is een avontuur. Ik probeer de dingen tegenwoordig bewust te beleven. Bewuster dan ik vroeger deed. De tijd gaat zo bizar snel! Veel dingen gaan langs me heen, gingen langs me heen. Ik heb er niet genoeg van genoten, denk ik achteraf. Ik ga proberen de dingen bewuster te beleven. Bewuster in het leven te staan.

Vanmorgen heb ik heel bewust genoten van Lewis. Onze training werpt vruchten af! We gaan bijna dagelijks naar de Hema om boekjes weg te brengen, een mooie oefening. De eerste paar keer was Lewis erg onrustig als we het winkelcentrum ingingen. Inmiddels loopt hij netjes naast me en gaat hij zitten als ik stil sta. Ook bij de Hema gedraagt hij zich voorbeeldig. Hij kijkt niet naar anderen, hij is volledig gericht op mij en dat vind ik zo knap! Er zijn zoveel prikkels voor hem. Oefening baart kunst, we blijven oefenen. Deze week staat de Jumbo op het programma. Ik vind dat nog best spannend, het zijn voor mij namelijk ook veel prikkels.

Het leven is een avontuur. Ook de mindere dingen horen daarbij. Dit weer heeft ontzettend veel invloed op mijn lijf. Ik slik medicijnen tegen zenuwpijn, maar de zenuwpijn in mijn benen is alles behalve onder controle. Staan levert me bliksemflitsen op en ook zitten is extra pijnlijk. Zelfs liggen gaat gepaard met stekende pijnscheuten. Ik doe mijn best de pijn te omarmen, neem een pilletje als het echt niet anders wil en twijfel over de gang naar dok. Het is mei, de zon wil maar niet komen en de kou eist zijn tol. Ik vermoed dat er weer ontstekingen zitten in de onderrug, maar twijfel of ik wel aan de Prednison wil. Ik probeer het uit te zingen tot eind van de week, al reageer ik vaak ook heftig op weersveranderingen en die komen er (hoop ik toch) echt aan.

Het leven is een avontuur. Vorige week ben ik gevaccineerd. Net na de vaccinatie voelde ik me raar. Ik had tintelingen die optrokken via mijn voeten en handen richting mijn kaak. Voor de zekerheid heb ik dit gemeld bij de EHBO, ze stonden toch al voor mijn neus. De beste man dacht dat het spanningen waren, maar ik ken mijn lijf en hyperventilatie voelt toch echt anders. Het trok na een minuut of twintig weer weg en toen mocht ik het pand verlaten. De beste man wees me op het afritje en op het feit dat ik met mijn rolstoel beter achterstevoren daar af kon rijden. Ik kan slecht tegen bemoeienis, ik vind hulp aanbieden echt geen probleem, maar bij sommige mensen triggert het toontje iets tegendraads bij mij, zo ook hier. Ik maak zelf wel uit hoe ik dat aanpak. Ik ga in zo’n geval nog liever voorover de struiken in dan dat ik luister. Tja, het leven is een avontuur.

Na de vaccinatie kreeg ik overigens te maken met een vreemde, maar super fijne bijwerking. Ik heb energie! Het is echt opvallend, normaal ben ik al moe als ik opsta en nu is mijn hoofd helder en tintelt de wil als nooit tevoren. Ook gevaarlijk, want die grenzen zijn niet veranderd. Het lijf blijft ongewijzigd. Ik omarm de energie, ik geniet ervan! Qua lijf is de huidige status dus nog steeds we bikkelen door. De kou doet me geen goed, maar ooit wordt het warmer en tot die tijd probeer ik bewust te genieten van de dingen die ik wel kan. Ik pruts een beetje met verf, oefen met Lewis en laat me zeiknat regenen om hem buiten te laten rennen. De kou verdrijf ik door te badderen en verder is Netflix nog steeds mijn beste vriend. Ook een liggend leven is een groot avontuur!