Stemrecht

Vandaag stem ik voor de gemeenteraadsverkiezingen. Vroeger had ik er niet zoveel mee, ik had geen idee wie waarvoor stond en het zei me eigenlijk niet zoveel. De laatste jaren ben ik me er steeds meer in gaan verdiepen. Wil je iets veranderen, iets te zeggen hebben dan moet je je stem laten horen, vind ik.

Geactiveerd

Ik ga een stapje verder, ik ben het met veel dingen niet eens en schrijf dat dan meestal van me af in de vorm van een column, die ik dan opstuur aan het onderwerp van mijn irritatie. Ik lig en lees, ik heb best tijd, maar niet altijd effectief en dat hield mij tegen me als vrijwilliger aan te melden. ‘Wat hebben ze nu aan mij’ was de achterliggende gedachte. Toch heb ik mij nu aangemeld, ik heb iets te zeggen en durf het ook te zeggen. Ik wil een stukje positieve energie delen in de hoop mijn dorp een beetje mooier en toegankelijker te maken. Ik heb de ambitie en al zal het fysiek een uitdaging worden, ik denk dat ik iets toe te voegen heb.

(V)oordelen

De eerste vraag die in mijn hoofd plopt is weer ‘wat zullen mensen hiervan denken’. Ik ben afgekeurd, heb wat dat betreft rust, hoeveel mensen gaan nu weer een oordeel vellen? Als zelfs sommige vrienden niet begrijpen waarom ik dit wel zou kunnen en niet kan werken. Ik kan sommige mensen blijkbaar niet goed duidelijk maken waarom niet. En dat terwijl ik dus effectief 21 uur per dag liggend doorbreng, weinig tot niets in het huishouden kan doen en één activiteit per dag kan ondernemen, op een goede dag. Op een slechte dag kan ik net mezelf redden in huis. Het is niet dat ik niet wil, maar welke werkgever zit te wachten op iemand waarop je niet kunt bouwen?

Verbinden

De mist in mijn hoofd heb ik niet onder controle, als hij komt val ik uit, letterlijk. Het is zo makkelijk gezegd, je kunt toch wel een paar uur in de week werken. Compleet voorbijgaand aan de druk die het zou opleveren. Ik heb meestal genoeg aan mezelf, genoeg aan het proberen mezelf fysiek bij elkaar te houden. Ik heb bijna geen sociaal leven, als ik tijd aan iemand besteed kost mij dat ook. Dat geeft niet, het is een keuze. Uitgaan doe ik zelden, ik heb niet de mogelijkheid eerst te werken en dan nog iets te ondernemen. Waarom dan toch de keuze me te binden aan het meedenken? Omdat ik ondanks al mijn gebreken (of misschien wel juist door mijn gebreken) wel ambitie heb. Omdat ik ideeën heb en omdat ik mijn steentje wil bijdragen aan een socialere wereld.

Afgeschreven of uitgeschreven?

Ik kan hier op mijn bed blijven liggen en Netflix kijken of ik kan proberen mijn hoofd bij elkaar te houden en iets zinnigs te betekenen. Ik ben dan op de arbeidsmarkt afgeschreven, maar dat betekent toch niet dat ik verder niets meer kan betekenen? Waarom zijn mensen meteen veroordelend, in plaats van te zien dat ik ondanks mijn beperkingen mij toch in wil zetten voor verandering? Waarom wordt dit niet gezien als een positief iets? Ik hoef geen schouderklopje, maar het zou toch fijn zijn als ik mij niet hoef te verdedigen om de keuzes die ik maak. Ik ben dat zo zat, altijd die mensen met hun oordeel. Terwijl ze zelf op hun kont blijven zitten, moe zijn (breng eens een dag in dit lijf door) en maar klagen.

Mijn stem telt!

Daarom vind ik het belangrijk actie te ondernemen, mijn stem te laten horen. Iedere stem telt mee, kan het verschil maken. Stem je niet, dan heb je ook geen recht van spreken. Dan heb je je stem verloren laten gaan. Het smoesje ‘ze liegen allemaal’ gaat niet op, je moet alleen het kaf van het koren scheiden. En bevalt het je écht niet, dan moet je er iets aan doen. Ik laat mijn stem horen vandaag en na de verkiezingen praat ik mee. Liggend, dankzij de vele mogelijkheden vanuit mijn bed.

Mijn groene, linkse stem telt, de jouwe ook?

Introductie ministerie van zorg

‘Zorg gaat in de eerste plaats over mensen’ en ‘Het uitgangspunt is goede zorg voor iedereen, op de juiste plek, op het juiste moment.” Dat lijkt mij een uitstekend handvat voor de komende jaren’. De eerste uitspraken die ik tegenkom als ik Google op onze zorgende hoop in bange dagen, minister Bruins.

Vogelaar

Deze minister kan plaatsnemen in het idyllische vogelhuisje van minister Koolmees, blijkbaar hebben ze hun fluittoon saampjes gereguleerd tot een trillende hoge noot. Ze wrijven zich in hun op pluche neergezeten pootjes van tevredenheid. Spinnen op een toon waar onze kater Max jaloers op zou zijn (al mag Max ze van mij onderuit halen in dit geval). Minister Bruins ziet het als een uitdaging goede zorg te leveren op de juiste plek én het juiste moment. Helaas is voor 1800 MS patiënten dit niet de juiste plek, noch het juiste moment.

Een stap is een stap

Ik heb een kennis, vriendin, iemand die ik redelijk ken. Een soort lotgenoten zuster met een andere aandoening. Twee lettertjes geven het verschil aan tussen ons, zij heeft MS. Om beter te kunnen lopen kreeg ze een medicijn voorgeschreven gekregen dat wonder boven wonder helpt. Ze rent geen marathon, loopt ook geen vierdaagse, maar ze loopt. Het middel dat zij voorgeschreven krijgt is Fampyra. Iedereen die bekend is met minder tot niet mobiel zijn weet hoeveel verschil de mogelijkheid tot beter lopen maakt. Een paar stappen extra vergroten je wereld, letterlijk. Beter lopen is een wens als je slecht loopt.

Vastloper

Onze meehuppelende minister heeft geen idee hoe dit werkt, hij kan zich zonder enige moeite door zijn gestroomlijnde budget bewegen. Oh wacht, daar zit hem nou net het probleem, hij loopt vast, hij loopt tegen grenzen aan in zijn budget. Waar beter enige vastlopers tegen te houden dan bij de toch al slecht ter been zijnden? Bij de mensen die toch al veel verloren hebben, zij zijn het toch gewend? Wat maakt het uit dat die paar patiënten nog een klein beetje meer inleveren, hij levert budgettair zo vaak in, peanuts toch?

Het mes van de minister

Wat ik vooral stuitend vind is op de stoel van de arts gaan zitten, klein verschil, jullie snijden beiden en soms moet een mes aan twee kanten snijden. Kwestie van pech zullen we maar zeggen. Onze minister bepaald in zijn rol als ‘onderzoekend arts’ dat een placebo waarschijnlijk evenveel verschil zou maken en dat is een stuk goedkoper. Misschien had u dat even met de man van Schippers moeten overleggen?

Een stap te ver

Helaas lijkt het voor deze 1800 MS patiënten nu te laat, 225 Euro kost het, per 4 weken. Er zijn veel duurdere behandelingen. Behandelingen om levens een maand te rekken, deze medicijnen en/of behandelingen zijn geen probleem. Toch is dit te duur, net een stapje te ver, letterlijk…

Voldoening

Ik ben ‘maar’ een gewone kneus, een platligger zonder doel. Qua werk dan, want ik heb wel degelijk een doel in dit leven. Ik wil mensen verder laten kijken dan hun eigen wereldje, laten zien dat er meer is dan werken. Ik wil laten begrijpen dat wij niet-werkenden ook een functie hebben, dat wij ook bestaansrecht hebben. Ik wil meetellen, meepraten en meeleven.

De man van drie miljoen

Niet het bezit van deze meneer, nee slechts het jaarsalaris. Drie miljoen om beslissingen te nemen. Drie miljoen om te doen waar je voor opgeleid wordt. Drie miljoen, niet omdat je het leven van mensen kunt redden, maar omdat je op hun centjes past. Drie miljoen, omdat je aan anderhalf miljoen nu eenmaal niet genoeg hebt.

Waarheen, waarvoor

Ik ben zo langzamerhand de weg kwijt, ik begrijp het niet meer. Een Minister President, verantwoordelijk voor een heel land, verdient een schijntje in vergelijking met deze bankdirecteur. Deze in mijn ogen zwaar overbetaalde directeur verdient maar een schijntje in vergelijking met een voetballer van hoog niveau. Een voetballer die van zijn hobby zijn werk heeft kunnen maken en daar een slordige paar miljoen mee binnensleept. En dan kijk ik naar de ‘gewone’ man of vrouw. Iemand die met zijn handen werkt, hard werkt, zijn lijf in de strijd gooit om een huis te bouwen, iemand die zichzelf letterlijk sloopt om iets op te bouwen voor een ander. Dan kijk ik naar de secretaresse, die de afspraken bijhoudt voor meneer de directeur, de jongen of het meisje achter de toonbank van de bank. De persoon in de winkel die de schappen vult. De boer die de koeien melkt, of de bloemkool van het land haalt. De verzorger van Oma of Opa, van de vader of moeder. Allemaal mensen die samen deze maatschappij draaiend houden. Op een hongerloontje als je het vergelijkt met de drie miljoen van de bankdirecteur.

Verschil mag er wezen

Ik begrijp best dat er een verschil is. Een verschil in opleiding, in veranwoordelijkheid. Ik snap dat een chirurg, die letterlijk het leven van iemand in zijn handen houdt meer compensatie mag verwachten dan het meisje achter de kassa. Ik snap dat de President, verantwoordelijk voor een land, meer compensatie verdient dan de loodgieter. Wat ik niet snap is dat het verschil zo enorm groot moet zijn. Hoeveel heb je nodig om normaal te kunnen leven. Hoeveel huizen moet je hebben, hoeveel auto’s?

Het leven draait om geld

Onze wereld draait niet langer om waar het zou moeten draaien. Je wordt afgerekend op geld, op materialistische dingen. Wil ik later als ik er niet meer ben bekend staan om de hoeveelheid auto’s die ik heb nagelaten? Om het feit dat ik in een Mercedes rijdt (wel een oudje, maar toch)? Of wil ik herinnerd worden om de goede dingen die ik heb gedaan, om het feit dat ik als platliggend lid van de firma Kneus en Kreupel iets heb kunnen betekenen voor mijn mede-kneuzen. Dat ik iemand heb kunnen inspireren, dat ik misschien wel het verschil heb kunnen maken in iemands leven. Dat iemand door mij inzag dat het leven ook voor ons de moeite waard is?

Iemand werd niemand

Ik ben geen bankdirecteur, ook geen chirurg. Ik ben zelfs geen fotografe meer, ik ben in de ogen van veel mensen een niemand. Ik ben een uitkeringstrekker, iemand die leeft op het geld van de belastingbetaler. En toch ben ik zoveel meer dan de man van drie miljoen. Ik snap misschien niets van de waarde van zijn bedrijf, van de dingen die hij opgeeft, van de redenen achter zijn drie miljoen. Maar ik snap de waarde van de mens, ik snap de waarde van liefde, van eenheid, van samen leven en van eerlijkheid. Ik snap de waarde van mijn leven, van dankbaarheid.

Ik begrijp niet veel, maar samen delen geeft meer dan drie miljoen per jaar ooit zou geven.

Vrouw’lui’

Als paddestoelen duiken ze op op Social Media; de berichten over de luie Nederlandse vrouwen. Te weinig van onze vrouwen zijn ambitieus en financieel onafhankelijk. Ze werken parttime in plaats van fulltime, foei!

Het wijzende vingertje

Menig ‘topvrouw’ wijst oordelend met het vingertje. Dit is niet waar we zo hard voor hebben gevochten als vrouw lijkt de boodschap. Ik begrijp dit niet zo goed. Ik denk dat er is gevochten voor vrijheid van keuze, het moet toch je eigen keuze zijn? Is dat niet waar alles om draait, of zou moeten draaien?

Ambitieus meisje

Ik was wel een ambitieus meisje (al kwam het misschien wat later op), ik heb tijdens mijn werk nog een zooitje opleidingen gedaan. Gedeeltelijk ‘gedwongen’ door mijn fysieke uitdagingen, maar ook omdat ik het leuk vond en wilde blijven werken. Parttime werken was geen bewuste keuze, ik was niet degene die thuis zou blijven, ik vond werken echt leuk. De keuze tot minder werken (en later niet meer werken) werd gemaakt door mijn niet werkende lijf.

Financiēle onafhankelijkheid

Financiële onafhankelijkheid is nooit een punt geweest in mijn keuze tot werken. Manlief en ik werkten alletwee en toen onze zoon geboren werd was de keuze voor mij om parttime te gaan werken al gemaakt door mijn lijf. Waar ik vooral moeite mee had waren de opmerkingen als ‘je was toch wel gestopt als er kinderen kwamen’. Ten eerste was dat niet de bedoeling en ten tweede is mij de keuze tot ooit weer fulltime werken ontnomen, de rest van deze parttime moeders kan weer aan de gang als de kids groot genoeg zijn. Dat is toch een groot verschil.

Maar goed, daar gaat het niet om, financiële onafhankelijkheid moet dus een doel zijn voor iedere vrouw. Ik kan dit begrijpen als je begint met werken, alleen bent, op jezelf. Maar dan komt er een liefde in je leven, je gaat samen wonen, samen een huishouden voeren. Idealiter zou je samen werken en samen puin ruimen, maar veelal komt dat toch op de vrouw neer (uitzonderingen zoals hier thuis daargelaten, ik heb namelijk een unieke man, eentje die vroeger al het huishouden deed).

Huishouden & kids

Van vrouwen wordt vaak nog steeds verwacht dat zij het grootste deel van het huishouden doen, de kinderen opvoeden en ja, dan is de keuze voor parttime werken (of stoppen met werken) logisch toch? Daarmee gepaard gaat dan het verlies van je financiële onafhankelijkheid, maar kom op iemand moet het doen toch? Nee, volgens deze mevrouwen moeten we gewoon altijd fulltime werken, we moeten minder lui worden en aan de bak, want we doen de hele dag niets, behalve Netflixen (voor mij klopt dat wel maar ik vind het geen aanrader). Waar deze vrouwen compleet aan voorbij gaan is het gezinsleven, er zijn namelijk ook mensen die de kids niet willen laten opgroeien bij de kinderopvang, die graag zélf hun kids groot willen zien worden.

Kwestie van keuze

Tuurlijk kan een man dat ook, maar dat is een keuze, dat is hún keuze, niet die van de statistieken, niet die van de carrièremiepen, de keuze van de man én de vrouw samen. Dus so what dat we achterlopen bij andere landen, wij zijn toch geen meelopers? Financiële onafhankelijkheid staat haaks op het vertrouwen in elkaar, in samen een gezin runnen, samen de verantwoording nemen voor de opvoeding en voor elkaar. We doen het sámen, we lossen het sámen op. En als een jonge vrouw ervoor kiest één dag in de week vrij te nemen voor zichzelf is dat nog steeds haar keuze, als zij daar gelukkig van wordt is dat toch prima?

* Een andere kant van dit verhaal is dat van een bedrijf dat ervan uitgaat dat een vrouw parttime werkt en een man fulltime, dat vrouwen geen keuzemogelijkheid geeft. Keuze is key… *

Een klein jeugdtrauma

‘De Luizenmoeder’

Op zondagavond zit ik voor de buis, kijkend naar klappen- en zingende juf Ank en de ouderperikelen op- en rond het schoolplein van ‘de Luizenmoeder’. Ik hou wel van dit soort series, heerlijk herkenbaar, de rangen van de middelbare school tellen op het schoolplein van de basisschool, onder de moeders, gewoon weer door.

Back to the nineties

Zingende juf Ank doet mij denken aan een soort van falende periode in mijn leven, de PABO. Ik heb na mijn HAVO diploma behaald te hebben een poging gedaan tot het worden van basisschoollerares. Juf Ank bleek echter niet in mijn DNA te zitten, zelfs niet in onderdrukte mate. Om leraar te worden moet je stage lopen en dat begint al in het eerste schooljaar. Ik had er zin in, al blokfluitend en zingend liep ik met een klasgenootje van het station naar school, we hadden grote schik (de mensen in en om de trein iets minder). Ik kon dit, ik was best goed met kinderen, dit was leuk!

Knutselen met kleuters

Mijn opleiding verliep de eerste twee maanden prima, lessen als knutselen met kleuters en taal gingen best (al bleek ik niet erg handig met vouwblaadjes). Opnieuw leren rekenen ging ook best en psychologie vond ik heel interessant. De ‘problemen’ begonnen in het muzieklokaal, zingen bleek niet slechts nodig in de muziekles (waar wij vroeger een leuke muziekleraar voor hadden), nee zingen bij de kleuters gaat de hele dag door; bij het binnenkomen, als je ze bij elkaar roept, bij het eten en drinken, schoonstampen van de schoenen én bij het weggaan. Dat had ik niet ingecalculeerd bij mijn opleidingskeuze.

‘Zangtalent’

Ik kan dus niet zingen, mijn kraaienzang is niet alleen vals, ik ben ook nog eens niet toonvast, echt niet. Tot mijn veertiende had ik daar geen enkel probleem mee (of niemand had mij er nog op gewezen). Ik zong altijd en overal. Dit eindigde tijdens de muziekles op de middelbare school, waar mijn muziekleraar mijn zangkunsten openbaar de grond in trapte. Wij hadden een leraar die zijn bril scheef op zijn neus zette als jouw stemgeluid hem niet aanstond en tja, dat was bij mij het geval. Zingen voor een cijfer (ik vind dat nog steeds een vorm van mentale mishandeling) leverde mij een onvoldoende op. Alsof ik er iets aan kan doen dat ik niet gezegend ben met de stem van Whitney Houston.

Een fobie-tje is geboren

Mijn leraar heeft één ding voor elkaar gekregen, ik durfde mijn kaken in het openbaar niet meer van elkaar te trekken en laat dat nu precies wel de bedoeling zijn gebleken bij het beroep (kleuter)juf. Resultaat was dat ik bij muziekles schitterde in afwezigheid en tijdens de stage mijn kaken stijf op elkaar hield. Ik wilde best juf worden, maar geen zingende.

Geen juf Ank

Verder bleek mijn carrière als juf Ank sowieso geen lang leven beschoren; het onder de duim houden van 25 kinderen bleek mij niet op het lijf geschreven en ik zat letterlijk in de vlekken (bleek stress te zijn). Ik ben dan ook maar gestopt op het hoogtepunt en heb eieren voor mijn (leer)geld gekozen. Er is dus geen juf Ank aan mij verloren gegaan, ik bekijk haar liever van afstand, op de tv 😉.

Sweet sixteen

Vandaag 16 jaar geleden werd ons toen kleine jochie geboren. Inmiddels is hij een enorme kerel van 1.86, maar hij blijft mijn kleine jochie.

In gedachten ga je op zo’n dag toch even terug in de tijd. Mijn zwangerschap was verre van gemakkelijk; met drie maanden zat ik al thuis vanwege een klierend, instabiel bekken (toen nog zonder diagnose) en met een stel rugspieren die constant in krampstand verkeerden (autorijden werd te gevaarlijk daardoor). Achteraf best te verklaren, maar toen begreep ik niets van mijn lijf.

Een waggelende walvis

Ik zat al in de ziektewet voor ik zwanger raakte vanwege RSI, hoogste klasse (achteraf bleek de schouder toen al versleten). Ik moest me voor mijn schouder melden bij het UWV, de beste keuringsarts verwachtte geen waggelende pinguïn met formaatje walvis en keurde mij ter plekke tijdelijk af. De makkelijkste keuring in mijn loopbaan bij het UWV was dat.

De ‘roze’ wolk

De bevalling verliep ook niet vlekkeloos, zoonlief lag in aangezichtsligging en dat paste niet, richting ziekenhuis dus (dag thuisbevalling). Aldaar besloot hij dat het beter was mee te werken en draaide gelukkig zodat de vacuümpomp ons bespaard bleef (nu was ik slechts degene met een punthoofd ervan 😉). Wel geknipt en gehecht (ook daar een ‘aha erlebniss’; verdovingen en EDS zijn een dingetje, dus van de ‘dat hechten daar voel je niets van’ kwam niks terecht). Ik was niet ‘de moeder op de roze wolk,’ ik was het ‘help wat moet ik nu’ geval. Ik voelde me hopeloos, schopte iedereen de deur uit (behalve mijn moeder, die wist in ieder geval wat er moest gebeuren). Nee, de roze wolk, daar was ik tijdens de zwangerschap al afgeflikkerd en de ladder weer terug naar boven was kapot.

Weken heb ik aangemodderd, vooral proberend mezelf staande te houden tussen de gierende hormonen en goede adviezen. Ik lag overhoop met het consultatiebureau over borstvoeding (wat dus ook niet wilde) en lengte/gewicht verhoudingen. Op een gegeven moment heb ik het losgelaten, ze konden me de boom in, het was míjn kind en ik deed het hoe ik het goed achtte. Ik vond mijn draai uiteindelijk toch, heb andere moeders die ook de roze wolk niet hadden kunnen laten weten dat niet iedereen direct weet hoe het moet, maar dat het goedkomt.

Adolescent

En nu, nu is dat kleine jochie uitgegroeid tot een mooie kerel op weg naar volwassenheid. Wat gaat het hard, wat herinner ik me als de dag van gisteren hoe het was. Voor je gevoel is het pas zo kort geleden, tot je de foto’s ziet, wat was ik een jong en onzeker mutsje (als was ik al dertig). Zo raar, het gaat zo ongemerkt voorbij, voor je het weet ben je oud, ik voel me nog steeds niet ouder dan die dertig (ok, mijn lijf daarbuiten, dat voelt soms als tachtig). Een beetje nostalgisch word je ervan, ik kijk op deze dag toch even terug in het foto album (dat toch zo waardevol blijkt).

Zestien, ik weet nog hoe ik was op die leeftijd. Een uitproberende puber, gek op beessies (dat is nooit veranderd). Zo verlegen buitenshuis, maar één grote flapuit daarbinnen. Ik ben trots op onze grote zoon, die sterk in zijn schoenen staat. Die ook het nodige voor zijn kiezen krijgt. Ik wens hem een prachtige toekomst, met veel geluk en wijsheid!

Tijd

Blog geschreven voor Boobs & Bubbles…

Het is alweer December, tijd om terug te kijken, om vooruit te kijken en om stil te staan bij dingen. Weer een jaar omgevlogen, weer een jaar ouder en weer een jaar wijzer.
Tijd is een raar iets, het ene moment vliegt het voorbij, het volgende moment lijkt het stil te staan. Ieder jaar komen beide momenten voorbij; moeilijke momenten, maar ook mooie. Ieder jaar neem ik mij voor de tijd te nemen ervan te genieten en ieder jaar betrap ik mezelf erop dat het weer niet helemaal gelukt is. Ik laat me afleiden door stomme dingen, door een appje, door Facebook. Mijn telefoon neemt teveel van mijn tijd in beslag.

Ieder jaar heb ik ook weer goede voornemens. Minder snoepen, gezonder eten, maar iedere keer blijkt dat lastig. Als je eigenlijk maar effectief tijd hebt voor één ding, schiet koken er vaak bij in. Ik zou moeten kiezen voor koken, maar ik ben niet zo’n keukenprinses. Op onze bruiloft was het zelfs een item tijdens het stukje van mijn collega’s; wij hadden geen afzuigkap, ik kookte toch nooit. Nu heb ik hem wel, maar gebruik ik hem zelden (er is nooit een fatsoenlijk filter in gekomen). Vaak is ‘s avonds de energie meer dan op en kan ik amper op mijn pootjes staan. Gelukkig heb ik een super lieve moeder die soms even een lekkere ovenschotel om de hoek schuift, of heerlijke gehaktballen.

Bewegen is ook zo’n voornemen. Ieder jaar hoop ik op vooruitgang, hoop ik dat ik misschien een klein beetje kan gaan trainen. Vóór de vakantie was ik aardig op weg, maar helaas ben ik ver van dat niveau verwijderd geraakt. Dat is het lastigste van mijn aandoening, je moet keuzes maken die echt verregaande gevolgen kunnen hebben. Ik heb drie weken lang genoten, maar ben drie jaar terug gezet in revalidatie. Ik ben terug op liggen, liggen en nog meer liggen. Mijn trainen bestaat weer uit het aanspannen van spieren, zonder écht te belasten. Belasten is eigenlijk direct overbelasten en dat is waardeloos. Maar het was het waard, de val was hard, maar ik vecht me wel weer terug.

Grappig eigenlijk, ik vecht mij terug zeg ik. We hebben het dan nog over een niveau waar de meeste mensen van gruwelen. Ik vecht voor 100 meter lopen (zonder tijdlimiet), ik vecht voor een paar goede buikspieroefeningen, voor twee minuten hoepelen. Dat zijn voor mij echt dingen waar ik van droom, voor mij is dat serieus sporten. Het lastigste is op tijd ophouden. Doorgaan kan ik wel, mezelf vriendelijk lachend voorbij lopen is niet zo moeilijk. Mezelf in acht nemen en zo erger voorkomen is een uitdaging. Zoveel mensen hebben een hekel aan de sportschool, wat zou ik graag weer gaan. Ik mis de fysieke uitlaatklep, ik zou willen boksen, maar mijn armen laten het niet toe. Ach, ik train in stilte voor de Wii fit, mijn Mii staat beter in haar sportschoenen dan ik.

Tijd om het terugkijken te stoppen, het vooruitkijken te beteugelen. Ik leef met de dag, ik ga mijn telefoon meer laten liggen, ik geniet van mijn mensen, van de mooie projecten die staan te gebeuren. Ik geniet van een mooi boek, van een leuke serie, een mooi blog. Ik geniet van het feit dat ik mag zijn, dat er mensen voor mij zijn. Ik geniet van mogelijkheden en ik proost als het tijd is op een goed nieuwjaar. Het is tijd om te genieten, altijd!

Weg met het woord

Het irritantste woord van het jaar is weer gekozen en het is (tromgeroffel) ‘genderneutraal’. Ik vraag mij werkelijk af waarom mensen zich zo druk kunnen maken om een woord. Of is het de gedachte achter deze letters?

Genderneutrale kleding

De Hema wakkerde het aan met hun genderneutrale kleding. Eigenlijk was het niet meer dan de labels ‘jongen’ of ‘meisje’ eruit halen, maar door het woord ging heel Nederland uit zijn dak. Ik zelf zie het probleem niet zo, ik snap best dat een jongen geen leuke trui of leuk shirt aan zou trekken als daar een label ‘meisje’ in zou staan. Andersom is dat vaak minder een issue. Ik was ook geen meisje-meisje; ik haatte roze, trok echt geen maillot aan (kwamen toch alleen maar gaten in) en rokjes en jurkjes, nee daar hield ik niet zo van. Ik heb ook jaren gelopen in spijkerbroeken en truien van manlief, aangevuld met een paar stoere gympen van mezelf (omdat manlief een iets andere schoenmaat heeft).

Geen roze en glitter

Ik was niet genderneutraal, maar er is meer in het leven van meisjes dan roze en glitter, in het leven van dit meisje wel in elk geval. Ik speelde met jongens (meisjes zijn vaak toch lastiger), voetbalde en bouwde hutten. Barbies kwamen pas in de pubertijd en daarmee werden geen kleine meisjes dingen meer mee gedaan… (ik knipte de haren en gaf ze make-up 😉). Ik had lange tijd een voorkeur voor makkelijke kleding en een grote mannen trui is toch heerlijk?

Labels

Genderneutraal, ik heb geen moeite met mijn geslacht, maar denk dat geen mens zich druk had gemaakt om de labels als ze het woord achterwege hadden gelaten. Het is verworden tot een oproer woord, iemand op de kast, gooi hiermee. Maak je druk om dingen die er toe doen, niet om het naampje. Als ik dan echt een woord irritant vindt is dat wel ‘droeftoeter’, ik vind het een non-woord. Je bent een droeftoeter lees ik regelmatig in reakties, gefeliciteerd, ook ergens een mooi woord gelezen dat is blijven hangen in je brein? Ik vind het een sneu woord, zeg eens iets zinnigs of hou je mond, maar dat is mijn mening.

Laten we ons druk maken over échte problemen, genderneutraliteit is voor veel mensen een reëel probleem. Je kunt een hekel hebben aan het woord, je kunt je afvragen waarom mensen het zo voelen, maar veel mensen lijden aan een identiteitscrisis en die is echt. Wees blij dat je er zelf geen last van hebt…

Idealist

Ik ben een idealist, zo iemand die hoopt dat mensen om andere mensen geven. Die hoopt dat er ooit een moment komt dat mensen zich realiseren dat we een taak hebben. Dat we met z’n allen het geluk hebben op deze mooie planeet te mogen wonen. Dat we daar dus ook met z’n allen voor moeten zorgen.

Ik kan toch niet de enige zijn die inziet dat het zo niet werkt? Dat het maf is dat we geld belangrijker vinden dan het welzijn van anderen? Hoe kan het dat ik al zo lang ik leef reclamespotjes zie die bedelen om geld voor waterpompen in de arme landen. In die veertig jaar hadden we toch het probleem op moeten kunnen lossen? Waarom zijn mensen zo machtsbelust, zit het in hun DNA?

Wereldverbeteraar

Ik maak me zorgen, het moet anders, maar we lijken alleen voor onszelf te leven. Ach, dat zie je al in de verschillende landen. Het is ieder voor zich, niet één voor allen. Ik ben de zogenaamde ‘linkse rakker’, zo noemen ze dat in de reacties vaak. De ‘rechtse rakkers’ houden vooral van geld, en ja, ik ben zo’n gevalletje idealistische wereldverbeteraar.

Ik snap echt niet waarom mensen daar zo op afgeven, waarom zou je het alleen maar goed willen voor jezelf? Wat is er mis met zorgen voor die ander? En nee, ik ben niet geswitcht van mening toen ik afgekeurd werd, ik was altijd al zo. Ooit werkte ik ergens, het bedrijf kwam in de problemen, reorganisatie was het gevolg. Ik was lid van de vakbond (ook al zoiets waar veroordelend op werd gereageerd) en er was een bijeenkomst. Op de vraag ‘wil je één procent loon inleveren om iedereen aan het werk te houden’ werd door een minderheid positief gereageerd. Dat stelde me teleur, het laat duidelijk de mentaliteit zien van je collega’s. Ik ben belangrijker dan jij.

Mentaliteit

Dát is de mentaliteit van een groot deel van de mensen. Als je het ze rechtstreeks vraagt is dat anders. Als ik vraag of ik recht heb op een uitkering is het antwoord van de meesten ‘ja natuurlijk, jij hebt écht wat’. Maar de meeste mensen in mijn situatie hebben écht wat. En zijn er uitzonderingen, altijd, maar die groep is denk ik kleiner dan je denkt. Ze hebben alleen geen gezicht, ze zijn anoniem en dat maakt het zoveel makkelijker te oordelen.

Domme idealist

De mens is egoïstisch, misschien een overblijfsel uit de oertijd, toen het een overlevingsinstinkt was. Dat ligt in het verleden, je hebt geen zes auto’s voor de deur nodig om te overleven. De mensen in Afrika hebben wél drinkwater nodig om te overleven. Waarom gaat eigen rijkdom voor het helpen van anderen. Waarom is drie keer een normaal salaris om te kunnen leven niet genoeg, waarom moet het verschil zo groot zijn? Omdat ik een hbo opleiding heb werk ik harder? Verdien ik zoveel meer dan een lageropgeleide?

Ik begrijp echt niet waarom we ons zo druk maken om geld, om eigen luxe in het gekke, waarom we de rest van de mensen laten vechten voor hun bestaan. Ik snap het niet, maar ik ben ook maar een domme, linkse idealist…

Zwart, zwarter, zwartst…

De nieuwe traditie, Sinterklaasje pesten, Pietje wegpesten. Ieder jaar laait de discussie weer op en ieder jaar irriteert het me meer. Ik luister met stijgende verbazing naar wat zelfs mensen om me heen uitkramen. Mensen van wie ik bepaalde uitspraken absoluut niet verwacht. En ieder jaar neem ik me voor me vooral niet te mengen in deze discussie zonder eind, maar ik doe het nu dus toch.

Communicatie

Een discussie zonder eind, als mensen niet communiceren, niet naar elkaar wíllen luisteren is dit hele gezeik zinloos. Het gaat niet eens meer om iets oplossen, het gaat om volwassen mensen die hun grens bereikt hebben en nu stomweg hun poot stijf houden. Het is ontaard in peuterspeelzaal gedrag, er mag niéts veranderen, punt! Tja, dat is echt een volwassen standpunt…

Mij maakt het heel eerlijk gezegd geen ene moer uit, ik heb er niets mee, nooit echt gehad ook. Het voorliegen van kinderen, de cadeautjes zijn leuk, het plezier van het uitpakken, ach, geef mij maar kerst, maar dat is mijn mening. Normaal gesproken zou ik dat gewoon mogen zeggen, maar tegenwoordig krijg je een hele horde mensen op je dak. Ok, laat Sinterklaas blijven, laat de Pieten fiks onder het roet zitten, prima toch? Paarse Pieten vind ik niks, maar roet zwart? Prima toch? Nee, dan verpest je een kinderfeest.

Irritatie

Weet je wanneer je een kinderfeest verpest? Door ieder jaar de discussie aan te laaien, neem een beslissing en klaar mee! Sinterklaas wordt steeds meer een irritatiepunt en het gaat al lang niet meer om het oorspronkelijke punt (waar ik overigens begrip voor heb, ik vind dat geen één mens, volwassen of kind, gekwetst hoeft te worden), het is verworden tot een kinderachtig welles/nietes. Niemand wil een stapje doen richting midden en daarachter ligt het échte probleem.

Heftige reacties

Waarom schrijf ik dit? Omdat ik steeds meer schrik van de heftige reacties, als iemand reageert met ‘een Piet mag van mij roze zijn’ is dat haar mening en dat mag. Als de reactie daarop is dat degene ‘gedekt is door een bruintje’, dan word ik serieus boos. Doe toch verrek eens allemaal normaal! Volwassenen verpesten het en dat is de schuld van beide partijen.

Grow up!