Samen(leving)…

Chaos in mijn hoofd, serieus, complete chaos. Het is weer zo’n dag. Zo’n dag dat ik me misschien heel ver moet houden van de tv, van het nieuws en vooral van Facebook. We belandden vanmorgen al vroeg in een discussie over lonen en kosten. Ik denk dat iedereen die mij al een tijdje volgt weet hoe ik denk over de oneerlijkheid en ongelijkheid in ons mooie kikkerlandje. Ja, ik heb een socialistische inslag, niet te verwarren met een communistische inslag. Ik vind dat de sterke schouders samen zorgen voor de ‘zwakkere’ (wat is zwakker?) en kwetsbare mensen. In een samenleving zorg je voor elkaar en ja, dat betekent ook dat je accepteert dat andere mensen jou soms geld kosten. Soms zie je niet direct wat die ander inbrengt, maar leven draait om zoveel meer dan om de centen.

Gaat ze weer hoor. Het moraliserende toontje weer gevonden, Tien was vanmorgen al vroeg op dreef. Ik zat hoog op mijn stokpaardje en Facebook zorgt er voor dat ik daar nog steeds zit. Ik lees over leraren die als ZZP-er gaan werken. Blijkbaar is dat een dingetje. Zo ongeveer hetzelfde als ZZP-ers in de de zorg. Geen ellenlange vergaderingen. Geen zorgen over lastige leerlingen die niet binnen het schoolsysteem passen. Gewoon een goed salaris voor mij en verder zoekt men het maar uit. Ik chargeer? Vast, daar ben ik erg goed in. Ik scheer iedere ZZP-er over één kam? Misschien, maar hoe komt het dat we als maatschappij zo verschrikkelijk individualistisch en zelfs egoïstisch zijn geworden? Waar is ons gevoel van saamhorigheid gebleven?

Hoe zien we niet dat het bergafwaarts gaat met de mensheid? Hoe zien we niet dat we vergeten waar het om draait in een mensenleven? Hoe, wanneer, waarom heeft iets dat geen andere waarde heeft dan de waarde die wij het geven de macht compleet heeft overgenomen? Alles voor het geld, alles voor consumptie, alles voor de korte termijn bevrediging. We zijn geen musketiers meer, we zijn geen samenleving, we zijn mensen die voor zichzelf (en misschien hun kleine directe omgeving) leven en ons niet langer druk maken om de rest. Als het je niet zint druk je, net als bij de tv, op een knop. Ontvriendt, gecanceld, niet druk om maken. Iedereen op afstand.

ZZP-ers in de zorg, en nu ook in het onderwijs. Het is maar een baan. Onderhevig aan de macht van de markt. We zoeken niet langer naar stabiliteit. Het doel wordt getekend door een euroteken, de hoogste macht. Een maatschappij vol doelloosheid, dat is wat voor ons ligt. Hoe zijn we hier gekomen en vooral hoe ontkomen we aan de macht van het kapitalisme? Iedere stap voorwaarts wordt verwelkomd met de wijzende vinger van het individualisme. We maken tenslotte zelf wel uit wat goed voor ons is.

Ik weet het, ik klink weer als een moralistische bemoeial. Het is slechts omdat ik mij oprecht zorgen maak. De mensheid leert niet. De mensheid gaat opnieuw ten onder aan haar eigen genialiteit. En ik voel me zoals zo vaak een roepende in een dorre woestijn…

Foto Pixabay

Dichterbij

‘Welkom bij ‘Dichterbij’. De veelgeprezen theatershow die al tienduizenden (!) stellen én singles heeft geholpen aan die mooie relatie. Waar psychologen en theatermakers 6 jaar aan hebben gewerkt. Zodat jij als nooit tevoren ervaart hoe je de liefde krijgt waarnaar je verlangt. Tijdens een prachtige avond uit in het theater.’

Klinkt goed nietwaar?
Het wordt nog beter (in marketingland)… ik zal niet het hele verhaal delen, maar pik er een puntje uit. (Wil je hierheen gaan? Lees dan vooral niet verder, ik wil je avond niet bij voorbaat verpesten en mijn mening hoeft de jouwe natuurlijk niet te zijn…)

‘Je beleeft een onvergetelijke, unieke uitgaansavond. Vol humor, ontroering, herkenning en inzichten’

En

‘Je bent verzekerd van een enorme groei in je liefdesleven’

Ok, ik geef het toe, ik was geïntrigeerd (klinkt zo mooi in het Engels, ‘I was intruiged’) toen mijn vriendin vroeg of ik meeging naar Psychologie in het theater. Ik vind psychologie interessant, ga graag diep in gesprek met vrienden.

In serieus pokkenweer vertrokken we gisteravond naar de grote stad voor een avondje therapie, mét humor. Dat was ons tenminste beloofd, humor, inzicht, deze show maakte hét verschil. Echt iedereen zou ervan opknappen. Tips en tricks, de reviews waren zeer lovend.

De heenweg was uitdagend, de regen kwam met bakken uit de lucht, het was donker, ik zag geen moer en natuurlijk dat precies op dat toch al smalle stukje dat ik met mijn grote kneuzenbus moest overbruggen. Parkeren, nogal zo’n uitdaging voor mij met mijn niet al te beste ruimtelijke inzicht. De parkeergarage ter plaatse is zo smal, daar waag ik me na twee keer vastlopen niet meer aan. Aan de linkerkant van de straat zag ik slagbomen openstaan bij een gebouw, daar paste mijn bussie mooi tussen. Na wat draaien, keren en meer draaien kreeg ik de bus enigszins netjes (lees scheef zodat ik er ook weer uit kon komen) op een mooi plekje. Een man (uiteraard, die kunnen wel parkeren) met een stationwagen manoeuvreerde zich naast mijn bus. Samen keken we of we hier mochten staan en concludeerden we dat we dit een prima plek vonden. Hoe we eruit moesten komen zagen we na de show wel weer. Nu de stortregen trotseren richting theater. Mijn kapsel heeft de storm niet doorstaan, zeiknat arriveerden we. We werden in een heuse balkonloge geplaatst (rolstoelplaatsen hebben heeft toch een voordeel bij een ga-zitten-waar-je-wilt-voorstelling), onze avond uit kon beginnen!

Een man en een vrouw kwamen op toneel. Geruzie binnen de relatie, gedoe over dagelijkse dingen, verschillen tussen man en vrouw, enigszins herkenbaar zo nu en dan. Voorspelbaar, een tikkie saai, maar na de pauze zou het vast beter worden. Dan zou de humor komen, de diepe inzichten. We zaten klaar voor ontroering en verbinding, zakdoekjes paraat (bij wijze van spreken, want ik doe niet aan tassen en ook niet aan janken). We bleven…

Tja, wat zal ik ervan zeggen. De psychologen deden hun best, maar echt grappig vond ik het zelden en de nieuwe inzichten heb ik blijkbaar gemist. Ik begrijp niet zo goed waar iedereen zo lyrisch over is. Ik heb het grootste deel van de tijd besteed aan het bestuderen van de overige mensen in de zaal en ook daar bespeurde ik weinig lampjes boven hun hoofd. Of in de ogen, meer gewrijf om de slaap te verdrijven. Het was even alsof ik weer op school zat, een hoorcollege psychologie.

Ik denk dat ik van geluk mag spreken, blijkbaar ben ik als baby goed gehecht. Eigenlijk komt alles daarop neer, bijna vijftig procent van de mensen is dat niet en dat zorgt nu juist voor relatieproblemen. Ik hoor mensen nog zeggen, baby’s moet je laten huilen, goed advies om hele generaties te verkloten. Ik ben blij dat ik dat niet zo vaak heb gedaan… Eigenlijk was dit het grote inzicht, blijkbaar zijn we ons hele leven op zoek naar de veiligheid van de baarmoeder. Ik ontken niet dat veel problemen diep gewortelde trauma’s kunnen zijn. Het zal vast allemaal goed onderzocht en waar zijn, maar ik heb toch ook het gevoel dat er meer is in ons mens zijn dan dit.

Hoezeer ik ook hou van diepgravend praten en denken, dit was niet mijn ding. Manlief ziet me aankomen als ik hem tegen mijn borst trek en vraag over de trauma’s die hij al dan niet als kind heeft doorstaan. Ik geloof dan ook niet dat vooral mannen hierop zitten te wachten. Ik denk dat de marketing afdeling hier vooral heel erg zijn best op heeft gedaan. En met succes, want wij zijn er met open ogen ingetrapt…

Wensen

Ik zit in mijn stoel, kijk naar een slapende hond. Hij heeft zich geïnstalleerd op mijn bed, zijn lievelingsplekje. Hij matcht prachtig bij de dekens, ach, waar matcht hij niet bij. Rechts van mij de kerstboom, als lichtend voorbeeld, waarvan, tja, dat vraag ik me ook af. Terwijl gedachten afdwalen naar alle ellende in de wereld, tik ik mezelf op mijn vingers. Ik lees geen krant, kijk geen journaal, trek me alles teveel aan. Ik kan de wereld niet veranderen, helaas. Dat wil niet zeggen dat ik geen verantwoordelijkheid neem voor mijn eigen acties, ik hou het gewoon klein, probeer dat tenminste. Help op kleine schaal, leef steeds bewust, hoop op mijn manier toch een beetje verschil te maken in het leven van anderen.

Bijna kerst, de ellendige decembermaand is daar. Niet mijn idee hoor, wel dat van mijn mannen. Teveel dingen in een maand. Verjaardagen (mijn grote zoon is van de week eenentwintig geworden, manlief wordt vijftig, paps wordt vijfenzeventig), kerst, chaos in de winkels en verplichtingen die geen verplichting zijn, maar toch zo voelen. Voor hen, niet voor mij, nou ja, misschien een beetje toch. Ik heb weinig met de feestdagen, maar hou van de lichtjes. Hou van gezelligheid, al drukt het me met mijn neus op het feit dat ik ook graag gezellig aan tafel zou zitten. Spelletjes doen, natafelen, het zit er meestal niet in met mijn systeem. En met mijn energieniveau. Hier heb ik wel wat issues mee hoor, iets met spijt en schuldgevoel. Ik weet het, niet mijn fout, niet mijn keus, maar toch.

Bijna kerst, bijna nieuwjaar. Alweer eentje bijna voorbij. Tijd om te reflecteren en om even na te denken over hoe verder. Plannen, dromen, ze zijn er, beide. Ik droom al jaren van een boek. Ik ben trots op de exemplaren die ik al geschreven heb, maar zou zo graag een écht boek schrijven. Een roman ofzo. Ik lees graag, al wil ik zoveel doen op een dag dat het vaak allen blijft bij dat uurtje lezen in bed, terwijl mijn ogen bijna dichtvallen, maar mijn boek zo spannend is dat ik het liefst de hele nacht doorlees. Zo’n boek wil ik schrijven. Een boek dat je gewoon uit wilt hebben, maar waarvan je baalt als het uit is. Zo’n boek waar de hoofdpersonen voelen als vrienden (of vijanden, afhankelijk van hun rol in het boek). Daar droom ik van. Een hele opgave met een vreselijk chaotisch hoofd dat zich niet eens kan herinneren wat ik de dag ervoor heb geschreven. Ik schrijf niet voor niets liever columns. Nog zo’n droom trouwens, iets doen met die columns. De droom te schrijven voor Libelle of Margriet, ze weten niet wat ze missen (en dat klinkt dan voor mijn gevoel weer zo arrogant). Hoe wring je je ergens tussen als je geen bekende naam of bekend hoofd hebt?

Ik mag de vormgeving doen voor een paar boeken, ontzettend leuk! In mijn hoofd klinkt overigens direct de stem van een keuringsarts (met bril op het puntje van haar neus, mij daaroverheen aankijkend met een verwijtend gezicht), en dat kun je wel? Krijg ik direct het gevoel me te moeten verantwoorden. Ik ga dat niet doen, dit doe ik omdat ik dat leuk vindt. Het kost me twintig keer zo lang omdat ik alles in hele kleine stukjes moet hakken en tussendoor veel pauze (in de vorm van dagen, geen minuten) moet houden. En dan doe ik het dus toch, dat me verantwoorden. Iets dat dat hele proces van ziek worden, afgekeurd worden met je doet. Dat gaat nooit meer over. Altijd kijk je figuurlijk over je schouder.

Ik kijk vooruit, niet achteruit. Al is het verwerken van alles wat er de afgelopen zomer is gebeurd nog echt niet klaar. Zit ik nog met samengeknepen billen als ik op het scherm van mijn mobiel de naam van zoonlief zie. Die angst, die onzekerheid zit diep, dat is niet zomaar weg. Vertrouwen moet je weer opbouwen en dan nog kan dat met een aandoening als epilepsie nooit echt. Je kunt als ouder slechts toekijken en hopen dat alles goed gaat. Je moet je kinderen hun eigen weg laten ontdekken. Mag ze niet (teveel) begrenzen, dat moeten ze zelf leren. Ik worstel daar soms echt mee, help waar ik dat kan. Een ding is zeker, als hij valt zijn wij daar om hem te helpen weer op te krabbelen. Iets dat niet ieder kind heeft, helaas.

Kerst, een periode van lichtjes, van lichtpuntjes, van hoop, van liefde. De hoop op vrede in de wereld moet ik vrees ik laten varen, maar dat doe ik niet. Wie weet, ooit, worden we wijzer. Zien we in dat liefde echt het potentieel heeft de wereld te veranderen. Voor iedereen, en voor mij? Ik wens iedereen fijne dagen, vanuit de grond van mijn hart, maak er iets moois van!

Helden

Idolen, helden, wie heeft ze niet? Als jongeling was ik groot fan van George Michael, van Michael Jackson, wilde een beetje als Madonna zijn. Posters aan de muur, buttons op mijn spijkerjack. MTV aan zo gauw ik thuis was. De artiest op een huizenhoog voetstuk geplaatst, ik lag aan hun voeten, letterlijk.

Zaterdag ging ik met vriendin en gevolg naar de Ziggodome voor de avond van de filmmuziek. We hadden rolstoelplaatsen, dat wil zeggen ik had een rolstoelplaats en vriendin mocht op een klapstoeltje naast mij zitten. Weggemoffeld aan de zijkant, maar wel met uitzicht op de ‘artiesteningang’. Geen sjieke bedoening, ze moesten gewoon wachten op eenzelfde klapstoeltje als vriendin. We zagen Lakshmi, leunend tegen een muurtje, we zagen opera grootheid Tania Cross, Waylon, Iris Hond met glitterpumps in de hand en sneakers aan haar voeten en een wat zo maar een metoo moment had kunnen zijn bij Ellen ten Damme, toen het koorknaapje zijn hand van haar rug naar haar billen af liet glijden. Dat zeg ik, geen sjieke bedoening. Idolen, helden, recht(s) voor onze neus. Gewoon zichzelf zijnde. Zich opwarmend voor hún moment. Naast de coulissen.

Wij, gewoon gepeupel, zetten onze idolen op een huizenhoog voetstuk. Idoliseren hen die op een podium staan. Zij doen hun werk, gebruiken hún talent, alleen staan zij hiermee in de spotlights en aanbidden wij hen daarom. We vergeten dat zij ook maar gewoon mensen zijn. Mensen met talenten, met goede, mooie eigenschappen, maar ook met eigenaardigheden en vervelende trekjes. Mensen die hun hand weleens laten afglijden en mensen met een perfectionistische inslag en wellicht bij tijden een te kort lontje.

Buiten de spotlights is het idool, is de held, gewoon een mens, gewoon zoals jij en ik. Buiten de spotlights gaan de glitterpumps uit en gaat het gewone leven door, maar dat lijken wij te vergeten. Artiesten, politici, beroemdheden, ‘bazen’, allemaal gewoon mensen. We moeten ophouden deze mensen op een huizenhoog voetstuk te plaatsen. We moeten mensen aan te durven spreken op hun gedrag. Niet bang zijn dat ze weglopen, niet te bang zijn voor de consequenties. De ene mens is niet beter dan de andere.

Geld, macht, aanzien, ieder mens is in de basis gelijk, maar we maken zélf de een iets meer gelijk dan de ander…

Ps op de foto een van mijn helden, Sir Lewis 😉

Schrijvers

Het moet ergens vorig jaar zijn geweest dat ik kennis maakte met de schrijfsels van Charlie. Een power vrouw, aldus sommigen. Ik heb een bloedhekel aan dat woord. Power vrouw, wat zegt dat nou? Is niet iedere vrouw op haar manier een power vrouw? Iedere vrouw (man ook trouwens, maar het gaat nu even over de vrouw) heeft haar goede en slechte kanten, wat maakt dat dat woordje power ervoor moet of mag staan? Maakt niet uit, ik noem haar bij deze gewoon een échte vrouw. Zo eentje die durft toe te geven wat haar zogezegd mindere kanten zijn. Die zichzelf aardig kent en gewoon bloedje eerlijk is. En soms een beetje hypocriet (ben ik ook, hoort ook bij de echte wereld). Klinkt niet aardig, is het wel. Zij bedoel ik. Zit in mijn hart al ken ik haar niet eens heel goed. Geeft niet, wilde ik ook helemaal niet heen met dit stukje tekst.

Ik wil wel even een zijstapje maken voor wat betreft dat power vrouw. Ik krijg daar dus oprecht jeuk van. Ik ben een voorstander van vrouwen die vrouwen steunen, al zou je dat soms misschien niet zeggen. Wat is dat toch, dat vrouwen elkaar altijd afvallen? Elkaar bekritiseren. Op Facebook vinden complete slachtpartijen plaats, meestal met vrouwen in de hoofdrol. Ergens in mijn binnenste zit zo’n klein irritatie triggertje dat beide kanten op door kan slaan. Aan de ene kant richting die vrouwen empowerment (ook zo’n woord waar ik de kriebels van krijg) en aan de andere kant op dat slachthuisgedrag. Ik zet in deze niet altijd mijn beste beentje voor en betrap mezelf er soms op dat ik met een gevoel van aan relnichterigheid grenzend verlangen de reacties open, om ze vervolgens na het lezen van de eersten weer gruwend te sluiten. Ik wil het niet lezen, wil zeer zeker niet zo zijn en toch, ergens zit het. Dat gedrag dat ik zo verafschuw, zit ook in mij. Diep verborgen, dat wel. Ik loop er niet voor weg, maar onderzoek het, van alle kanten (heb ik gelezen, psychologie uit de vrouwenbladen). Ik wil dus de vrouwen steunen, maar sla aan en over bij het gebruik van de vaak Engelse termen die gebezigd worden. Raar hoe dit vrouwmens in elkaar steekt.

Goed, terug naar Charlie, al gaat dit niet zo zeer over haar als schrijfster of persoonlijkheid (beide meer dan prima overigens). Sinds ik kennismaakte met digitale Charlie (en mezelf zomaar naar voren schoof als helper in haar team ‘Charlie schrijft een boek’), heb ik kennis gemaakt met meerdere schrijvers. En zo lees ik ineens filosofische stukken, psychologische stukken en zelfs historische stukken. Het mooie aan deze zijwegen is dat ze je, ieder op hun eigen manier, laten nadenken over het leven. Ze laten je de wereld bekijken vanuit meerdere oogpunten. Je draait hem (of haar, heeft de wereldbol een gender aanduiding en waarom zie ik dan weer alles als mannelijk of moet ik gewoon stoppen hierover na te denken) als het ware steeds opnieuw rond in je hoofd. Linksom, rechtsom, door het midden. En zo kan de kennismaking met de één een wereld van andere openen. Een wereld vol power vrouwen én mannen. En al heb ik een bloedhekel aan het woord, het dekt in dit geval even wel de lading.

Foto Pixabay

(R)overheid?

Dat er iets grondig mis is met het systeem in Nederland lijkt mij duidelijk. Het rammelt aan alle kanten, álle kanten. De zorg is een puinhoop, de energieprijzen rijzen de pan uit, het onderwijs is een zooitje, het openbaar vervoer gaat niet, de WMO heeft geld tekort, net als jeugdzorg, wat gaat er eigenlijk nog wel goed? Na lang denken moet ik zorgelijk concluderen, niets.

Politici geven elkaar de schuld, mensen geven de overheid de schuld. Hoe vaak ik niet lees dat de roverheid mensen van hun geld afhelpt… Ik heb een eigen visie, eentje die die overheid hard nodig heeft, maar op een fatsoenlijke manier. Eentje die niet zegt dat onze politici fantastisch werk doen, want laten we eerlijk zijn, dat doen ze niet. Al jaren is het een puinhoop in politiek Nederland. Zijn het marionetten? Misschien wel, marionetten van het kapitalisme, van het hyperkapitalisme. Nederland besturen alsof het een bedrijf is laat dan misschien economisch een mooier plaatje zien, ze vergeten dat het de mensen zijn in een land die je er uiteindelijk op afrekenen. Dat laat overigens ook goed zien waarom de VVD-ers nog steeds redelijk gelukkig zijn. En het nog steeds voor het zeggen hebben, al vraag ik mij af hoe je hier nog gelukkig van kunt worden.

Onze (r)overheid. Een instantie die,mijne inziens, nodig is. Let wel, niet als hoe dit systeem momenteel functioneert. In mijn visie (dit hoef je echt niet met me eens te zijn) is de overheid verantwoordelijk voor de basis. Zorg, onderwijs, openbaar vervoer, energie. Zaken die voor iedereen gelijk moeten zijn, geld of geen geld. Eigenlijk is dat wat we hadden voor we het te grabbel gooiden aan het kapitalisme.

Marktwerking zou de prijzen stabiliseren. De kosten in de zorg liepen uit de klauwen, marktwerking zou zorgen dat deze controleerbaarder werden. Het ziekenfonds werd afgeschaft en de zorgverzekeraar kreeg het voor het zeggen. Met alle gevolgen van dien. Personeelstekort, mensen werken zich uit de naad voor een loon dat én de rekening niet kan betalen én vreselijk oneerlijk verdeeld is. De bureaucratie heeft de zorg overgenomen. Alles is niet beter en duidelijker, het is juist andersom. Nieuwe regeltjes vinden dat personeel hoger opgeleid moet zijn voor werk dat deze mensen al jaren meer dan prima doen. Mijn vriendin, werkend in de zorg, is gevraagd een extra opleiding te doen, maar de consequentie daarvan is dat ze dan meer verslagen moet schrijven en nog minder tijd heeft voor dat wat ze wil doen, mensen helpen. Zorgen. Idiotie dus.

Dan het onderwijs. We hebben inmiddels 3192 studies op hbo/wo niveau. 3192! We hebben een enorme behoefte aan personeel dat daadwerkelijk de handen laat wapperen, maar ze slingeren de meest onzinnige opleidingen de wereld in. Vrijetijdsmanagement, een heuse opleiding, echt waar! Nederland wemelt van de managers. Een manager die luistert naar een andere manager en die weer anderen aanstuurt. Die papierwerk (digitaal, maar toch) doorzet, veel praat en weinig doet. Sorry als ik chargeer, maar kom op, hebben we echt meer behoefte aan meer managers? Ze leren vooral hoe ze zo snel mogelijk geld kunnen verdienen met zo min mogelijk inspanning. Waarom zou je iets leren waarmee je je inzet voor de maatschappij als je je ook in kunt zetten voor jezelf? Er is een chronisch tekort aan leerkrachten omdat ze geleid worden door regeltjes. Omdat ze door de bureaucratische rompslomp niet meer toekomen aan dat wat ze willen doen, onderwijzen.

Het onderwijs moet een probleem zijn van de staat. Goed onderwijs moet voor iedereen beschikbaar zijn. Punt.

Het openbaar vervoer is een zooitje. Schiphol is een zooitje. Stakingen op de werkvloer, waar echte mensen voor een schijntje, vergeleken met wat de managers verdienen, het echte werk doen.

Ik zie overeenkomsten, Den Haag blijkbaar niet. Nog nooit eerder stonden ze daar zo ver af van de gewone mens. Energieprijzen die onbetaalbaar zijn geworden doordat ze overgelaten worden aan de vrije markt. Het kapitalisme is geweldig voor een kleine groep mensen, maar een hel voor de rest.

Als ik dit zeg, vindt men mij een communist. Maar wees nou eens eerlijk, dingen als energie, zorg, onderwijs en openbaar vervoer moeten toch voor iedereen toegankelijk zijn? Voor een normale en eerlijke prijs? Wil jij bakken met geld verdienen aan fastfood, aan bloempotten of aan woonaccessoires, be my guest, leef je uit, maar de basis, van gezonde voeding tot onderwijs en van energie tot openbaar vervoer, moet toegankelijk zijn voor iedereen. Dat is geen hardcore communisme, dat is gewoon een sociaal en gezond verstand in een ‘gaaf’ land. Ik zou willen dat ze dat in Den Haag zouden begrijpen.

Onbewezen zorg

‘Het kabinet wil de onbewezen zorg uit het basispakket schrappen’, zo lees ik op de pagina van de NOS. Dit wereldidee komt uit de koker van onze nieuwe minister met verstand van zorgzaken (eh…) Ernst Kuipers. Weer een minister die bestuurt alsof het (in dit geval de zorg) slechts een onderdeel van een bedrijf is. Of een virus (met een vastomlijnd randje?), waar de oorzaak en het gevolg overduidelijk zijn. Of werkte dat met virussen ook niet zo?

Onbewezen zorg. Mooie letters, die samen een kuil graven voor een meer natuurlijke aanpak, zo ik je brom.

Onbewezen zorg. Vallen wij daar ook onder vraag ik me af. Wij met een subsoort van een aandoening die wetenschappelijk nog niet aantoonbaar is?

Onbewezen zorg. Volgens mij is dit weer slechts een mooie verwoording, een excuus om een bezuiniging erdoor te drukken. Bedacht door iemand achter een bureau. Zoals zoveel zaken vanachter een bureau bedacht worden. In overleg met hen die slechts winst willen maken op onze aandoeningen. Onbewezen aandoeningen, liefst.

Ok, genoeg daarover. Laat ik het hebben over een volgend stukje tekst in het artikel. Een werkelijk briljant plan. Dat het nog niet eerder verzonnen is…

‘Het schrappen van de ‘onbewezen’ zorg is onderdeel van een bredere strategie om de instroom van patiënten te beperken, nu en in de toekomst. Er is immers niet genoeg personeel om de verwachte explosie aan zorgvraag adequaat aan te pakken. Het kabinet wil niet dat in de toekomst nog meer mensen in de zorg gaan werken dan nu het geval is. Voorkomen moet worden dat de zorg als het ware het schaarse personeel steelt van andere sectoren. Daarnaast moet het zorgbudget binnen de perken blijven.’

Het kabinet wil voorkomen dat de zorg personeel steelt van andere sectoren. Stel, je bent jaren naar school gegaan omdat het jouw droom is mensen te helpen. Mensen in nood. Mensen die zichzelf (even) niet kunnen redden. Jij wilt iets goeds doen voor deze mensen. Mensen die jarenlang hun zorgpremie hebben betaald. Mensen die zorg gemeden hebben omdat ze zich niet ziek wilden melden wellicht. Mensen die geboren zijn met een defect. Al zijn deze niet altijd direct zichtbaar, dat zie je wel aan een aantal mensen in ons kabinet. Maar goed, jij bent naar school gegaan en je wilt werken in de zorg. Mag niet. Je hoort thuis in een andere sector. Eentje die geld genereert in plaats van eentje die alleen maar geld kost. Dát is wat hij bedoelt, maar niet mag zeggen.

De minister die zijn roem te danken heeft aan een niet volledig duidelijk beleid betreffende een bepaalde tak van zorg in het verleden, neemt het op zich de strijd tegen de onbewezen zorg aan te gaan. Hij wordt daarbij geholpen door ene Xander Koolman, gezondheidseconoom verbonden aan de Vrije Universiteit. Gezondheidseconoom, daar kun je dus voor doorleren blijkbaar. Tja, daar is meer behoefte aan dan aan handen aan het bed. Laatstgenoemde neemt het op zich een beeld te schetsen van een oudere in een 24-uur luier, want ‘redelijk goede zorg voor twee personen gaat boven uitmuntende zorg voor één.’ Alsof die zorg nu zo uitmuntend is. Ik denk dat deze bewuste meneer zelf nog nooit voet heeft gezet in de echte wereld.

Verderop, nog zo’n perfecte oneliner: ‘Digitalisering in de zorg moet verlichting brengen op de kostendruk.’ Ja, we zien bij de belastingdienst hoe geweldig dat uitpakt. Digitalisering, hét antwoord op úw probleem.

Het kabinet stevent linea recta af op een volgend ellende dossier. ‘Als fysiek contact tussen zorgverlener en patiënt niet noodzakelijk is gebeurt dat niet meer.’ Want fysiek contact t tussen zorgverlener en patiënt is slechts bijzaak in de zorg. Laten we in plaats van een zorgverlener een computertje naast een dementerende persoon zetten. Dan geven we daarmee op gezette tijden een toontje dat hij of zij haar medicijnen niet moet vergeten. Oh, wacht…

Ik ben niet boos als ik dit typ, ik ben teleurgesteld. Ik wil nog steeds niet geloven dat er een master plan is dat ons mensen naar de gallemiezen wil helpen, maar serieus?! Hoe verzin je zoiets?! Ik stel bij deze voor dat als dit plan op Prinsjesdag gepresenteerd wordt we allemaal gewoon een maand onze zorgpremie niet betalen. Vanwege onbewezen effect van toekomstplannen. Of vanwege teveel onzinnigheid. Vanwege het niet serieus nemen van mensen die zorg nodig hebben. Onbewezen zorg.

Mag ik de mensen die het verzonnen hebben daarnaast ook een onbewezen aandoening toewensen? Niets ernstigs hoor, gewoon iets dat hen een paar dagen een 24-uur luier garandeert. Misschien iets dat besmettelijk is, slechts bij kabinetsleden. Een computer kan hen dan verder de weg wel wijzen binnen het systeem. Digitalisering werkt tenslotte fantastisch.

Foto Pixabay

Earth overschoot day

Ik had er nog nooit van gehoord, maar dat zegt meer over mij dan over deze dag. Earth overshoot day, de dag waarop de aarde blut is. Voor dit jaar tenminste. De grondstoffen die we hebben voor dit jaar zijn op, pleite, verbruikt. Iets om om te lachen vinden sommige mensen gezien de emoticons die als reactie te boek staan. Onzin vinden anderen, de aarde heeft voldoende. Er zijn zelfs mensen die reageren dat we geen overbevolking hebben, maar dat er in Europa te weinig mensen zijn. Tegen zoveel onzin kan ik niet op.

Wij mensen zijn grootverbruikers en de aarde is onze Makro. We betalen voor onze boodschappen (denken we) en eigenen onszelf daarmee het recht toe met deze grondstoffen te doen wat we willen. Gebruiken en achteloos wegwerpen. Iets waar we goed in zijn geworden. Ik zeg wij, maar er zijn uiteraard uitzonderingen op de regel. Daar bedoel ik niet persé mezelf mee trouwens, ik heb genoeg zelfkennis om te weten dat ook ik op heel veel punten nog heel veel kan verbeteren. Ruimte genoeg om te groeien. Ik word me wel steeds meer bewust van mijn eigen voetafdruk en probeer deze te verkleinen. En al dat gaat soms met kleine stapjes, en terugval, ik ben me er echt wel van bewust.

Mensen (ok, ook dit geldt natuurlijk weer niet voor iedereen) lijken te denken dat alles wat henzelf betreft het belangrijkste is. Ze denken boven en onder de wet te staan en ze denken dat de grondstoffen die de aarde heeft onuitputtelijk zijn. De aarde heeft echter geen hoofdleverancier, ze ís de hoofdleverancier. Op is op. Punt.

Het baart me zorgen. Veel zorgen. De reacties van mensen die dit soort berichten weglachen en afdoen als nepnieuws baren me misschien nog wel meer zorgen. Met hun kop diep in het zand beschuldigen ze anderen ervan te slapen. Zien ze zelfs in dit soort berichten complotten. Denken ze dat deze berichten geplaatst worden om de zin van de kapitalisten door te drukken.

We gaan als een malle door de grondstoffen heen die de aarde ons biedt en zoeken naar excuses. Excuses om ons gedrag vooral niet aan te hoeven passen. Dat je iets niet direct ziet (al moet je dan inmiddels toch echt wel oogkleppen op hebben) wil niet zeggen dat iets niet bestaat.

Earth overshoot day. De dag waarop de aarde blut is, de dag dat we op de pof leven. Ik heb in mijn leven geleerd dat dit hoe dan ook ooit gepaard gaat met het betalen van een boete. In dit geval eentje die onze kinderen moeten gaan betalen. Maar als ik naar de lachende emoticons kijk vrees ik dat ik geen slapende honden wakker maak.

Foto Pixabay

Vervangbaar?

Het is een terugkerend ding in mijn heden, iets dat al speelde in mijn verleden. Misschien is het een belangrijke les in mijn leven. Misschien moet ik het leren los te laten. Misschien moet ik leren met een ander, minder kritisch, oog naar mezelf te kijken. Grappig, terwijl ik dit typ loopt er een jongen door het gangetje achter ons huis. Hij zegt in een telefoongesprek dat het misschien iets belangrijks is om te leren. Toeval bestaat niet, het universum knikt me toe, blijkbaar.

De mens lijdt het meest aan het lijden dat hij vreest. Ik lijf aan vervangingsangst. Is dat een woord, is het echt een ding? Bij mij wel dus. Ik maak mij het liefst onmisbaar. Wil alles zelf doen en in eigen hand houden. Ik had eigenlijk niet eens zo door waarom ik zo ontzettend irritant controlfreakerig ben, tot ik vanmorgen met mijn eigen gedrag geconfronteerd werd en het kwartje viel.

Vervangingsangst. Angst om vervangen te worden. Als vriendin, als werknemer, als vormgeefster, fotografe en als blogger. Ik ben uitermate competitief, terwijl ik ook dolgraag samenwerk. Maar tijdens dat samenwerken altijd het gevoel heb (en had) niet goed genoeg te zijn.

Ooit, lang geleden, -dit lijkt het begin van een sprookje, maar is het niet- hadden Opa en Oma een geweldige hond, een Duitse herder. Ik was ontzettend dol op hem! De hond was sowieso een geweldig dier, zo eentje die waaks was, maar verder echt iedereen aardig vond. Zo ook mijn vriendin en ik, ik was gewoon jaloers. Dacht ik. Nu weet ik dat ik bang was dat de hond mij niet lief genoeg vond. Triest eigenlijk.

Er zijn altijd mensen die succesvoller zijn. Die ontdekt worden, bekend worden. Onze maatschappij geeft hen het stempeltje geslaagd. Omdat ze beter zijn, harder werken, mooier zijn? Bekendheid geeft mensen het valse gevoel dat ze beter zijn. Hoger staan, meer waard zijn. Het plaatst ze op een voetstuk, met alle voor- en nadelen van dien. Helaas voor mij spiegel ik mij altijd aan anderen, ten nadele van mezelf. Ik heb mezelf altijd vervloekt om die verrekte onzekerheid. Altijd was daar op de achtergrond die angst. Die angst om vervangen te worden. Ingeruild. Voor betere vriendinnen, voor betere werknemers, voor betere mensen. Perfectionisme komt zo vaak voort uit onzekerheid.

Hoe vaak ik ook van anderen hoor dat ik ergens goed (genoeg) in ben, ik geloof het maar zelden. Het kan altijd beter. Ík kan altijd beter. En nu is dat klaar. Moet het klaar zijn. Is het tijd dat ik eens lief ga zijn voor mezelf. Ik doe genoeg en ik ben genoeg. Ik ben genoeg als vriendin. Ik ben genoeg als hobbymatig vormgeefster en fotografe. Ik ben genoeg als baasje van Lewis. Ik ben gewoon goed genoeg.

Kon ik maar terug naar mijn jongere zelf. Kon ik haar maar vertellen dat ze het prima deed. Dat ze er prima uitzag en dat ze meer verdiende dan die hang naar perfectie. Dat juist haar imperfecties haar mooi maakten.

Ik probeer mijn vervangingsangst los te laten. Ik hoef niet meer, ik mag. Anders is niet beter en perfectie bestaat niet. Ik hoef niet leuker, slanker, beter te zijn. Als het erop aankomt is iedereen vervangbaar in zijn werk, maar is iedereen onvervangbaar als zichzelf.

Op m’n klompen

Ik had ze, vroeger, échte klompen. Ze passen me niet. Ze staan me niet. Ze zitten me niet. Niet dat ik ze haat, integendeel. Ik haat al zeker niet waar ze voor staan, al denken mensen dit wel misschien. Omdat ze me niet kennen. Omdat ze mijn verleden niet kennen, niet weten waar ik vandaan kom. Of omdat ze niet willen luisteren naar wat ik zeg. Ik kan wellicht dan ook op mijn klompen aanvoelen dat de mening van deze zogenaamde linkse deuger, of linkse elitair niet zo heel goed valt, maar dat zij dan maar zo. Bij deze, een stukje over de boer.

Ik ken er een aantal van redelijk dichtbij. Heb een groot deel van mijn jeugd doorgebracht op de boerderij. Bij Opa op de trekker, achter of naast de koeien. In de hooischuur, op de stal. Ik hou van het boerenleven, maar ik ben ook objectief genoeg om te zien dat we niet de goede kant op gaan. Niet qua regering en hun maatregelen, maar ook niet qua manier van protesteren van de boeren. Je punt maken voor het grote publiek is prima, maar je punt te ver doordrijven lijkt op het gedrag van een dreinende en stampvoetende peuter in de supermarkt. Hoe denk je dat dit af gaat lopen? Wat zal er gebeuren als de boze boeren burger beweging haar zin krijgt? Wat voor signaal geef je af aan een stampvoetende peuter in een overvolle supermarkt als je hem zijn zin geeft? Hoe zullen al die andere groepen die in de clinch liggen met Den Haag hun punt dan gaan maken?

Onze maatschappij heeft de nodige problemen en ik denk dat we deze problemen zelf veroorzaakt hebben. We willen alleen de gevolgen van ons eigen egocentrische gedrag liever niet onder ogen zien en dus sluiten we ze. Die ogen. We leven op de groei. Zichtbaar zelfs. Alles moet alsmaar meer. Groter. Beter. Duurder. Meer auto’s, meer verre vakanties. Meer kleding. Meer consumeren. Meer vervuilen. Bergen vol rotzooi laten we achter. Microplastics in de oceanen. Rotzooi in het riool. Dieren die stoned door het leven gaan, verslaafd aan onze verslavingen. Een afvalberg in Afrika die de Tafelberg gaat overtreffen. Kabelbanen door de rotzooi, onze achter-achter-kleinkinderen zullen zo trots op ons zijn als ze waden door de achtergelaten weelde van deze platina eeuw. Dollartekens in de ogen van de mensen achter het kapitaal. Meer, meer, meer! Groter, sneller, beter! Alles voor en op de groei.

Terug naar de klompen, want daar gaat dit stukje over. Mijn opa’s en oma’s hadden een mooi bedrijf. Een familiebedrijf, zo eentje waar een aantal boeren nu voor vechten. Ze hadden een dertigtal koeien, een paar varkens en wat schapen. Wat land erbij. Geen overdreven luxe, maar wel een goed bestaan. Met hard werken en hart voor de dieren. Dertig koeien, kun je het je voorstellen? Genoeg om normaal van te kunnen leven. Toen werd er nog een normale prijs betaald voor de melk. Inmiddels zijn veel boerenbedrijven veranderd in fabrieken. Je maakt mij niet wijs dat een boer in hart en nieren kiest voor een bestaan als voedselproducent in een vorm die steeds meer lijkt op een enorme voedselfabriek. Niet voor ons eten, maar voor de centen. Teveel schakels tussen de boer en de consument die geld willen verdienen aan dat proces. Het liefst zonder daar daadwerkelijk arbeid aan te verrichten. Iets dat we graag doen in deze maatschappij, geld verdienen zonder te werken. En dan zeuren op de uitkeringsgerechtigden, maar dat is een andere discussie. Resultaat? Veel mensen verdienen er genoeg aan en de boer mag op een houtje bijten. Steeds meer producerend voor een steeds kleinere marge. Zij krijgen de maatregelen op hun dak, de aandeelhouders lachen in hun vuist vol Euro’s.

Er spelen een heleboel factoren die de meeste mensen -ik inclusief- niet kunnen overzien. Het gaat niet slechts om stikstof, dat is slechts een deel van het grote geheel. Ik weet niet hoe dit op te lossen, maar ik weet wel dat we een oprecht probleem hebben in de wereld. Halsstarrig onze kont tegen de strobaal gooien gaat het niet oplossen. Voor communicatie zijn twee kanalen nodig en die kanalen zitten vol met ruis.

Ik ben niet tegen de boeren. Ik begrijp waar ze vandaan komen, al begrijp ik de manier waarop niet meer. De frustratie weer wel, maar ik denk niet dat het platgooien van een land zoals mensen ongenuanceerd roepen ook maar iets positiefs op zal leveren. Dat er meer problemen van gaan komen kan ik wel op mijn klompen aanvoelen.