Een middagje uit

Gistermiddag ging ik met een van mijn vriendinnen erop uit, middagje musical, Jesus Christ Superstar stond op onze agenda. Ik heb de film nooit gezien, de musical ook niet en kende slechts wat losse flarden van de muziek. Ik had er niks mee, veel geschreeuw, dácht ik. Ik had het mis…

We hadden mooie plaatsen, vooraan, konden het speeksel door de lucht zien vliegen. Dat klinkt nogal discutabel, maar zo bedoel ik het niet. Het geeft aan hoe intensief deze artiesten zich inleven, hoe kwetsbaar is het als je zo diep gaat in je gevoel dat je dit durft te laten gebeuren? Het is sowieso een hele prestatie, het publiek zit om deze voorstelling echt bijna bovenop je, doe het maar, dúrf het maar!

Het verhaal van Jezus, wie kent het niet? Ik ben ermee opgegroeid, heb op latere leeftijd gebroken met het geloof (al geloof ik wel, maar niet langer in religie), maar als kind zat ik er middenin. Zondags naar de kerk, waar ik vooral bezig was met het tellen van balken, stoelen, hoeden, jassen, alles om de tijd door te komen en niet te hoeven luisteren naar wat in mijn oren klonk als oeverloos geleuter. Tja, ik had er niet zoveel mee. Natuurlijk kreeg ik wel iets mee, helemaal oostindisch doof was ik nou ook weer niet. En het verhaal van Jezus heeft toch ook iets bijna magisch, zeker met kerst. Dus het verhaal is mij best bekend en toch, toch drong nooit eerder tot mij door wat nu wel doordrong.

Ik kan niet gewoon kijken en genieten, dat kan ik echt niet. Mijn hoofd draait tijdens zo’n voorstelling op volle toeren. Ik zie zoveel gelijkenissen met onze maatschappij en dat is knap gedaan van zowel de cast als de makers, die het verhaal vertaalt hebben naar deze tijd. En het ís een verhaal van alle tijden. De meute die wat wil van iemand en zich opdringt in hun hang naar dat beetje persoonlijke aandacht en hoe de mening van de meute zomaar om kan draaien en zich volledig tegen iemand kan keren. Dat zien we maar al te vaak gebeuren toch? De eenzaamheid van de persoon Jezus, die een enorm zware taak op zijn schouders heeft. Sterven voor de mensen die je eerst vereren en vervolgens compleet in de steek laten. Je mag dan wel geboren zijn als zoon van God, geen menselijke eigenschap is hem vreemd. Die eenzaamheid is voelbaar, net zoals het verraad en de gecompliceerde gevoelens die daarmee gepaard gaan. Echt knap neergezet!

Ik voel me al snel overweldigd, vooral door muziek en ook hier kwam die wel binnen. Het is rauw, bij tijden heftig, maar vooral ook mooi, kwetsbaar. Het is geen Disney verhaal, ik grapte al tegen mijn vriendin dat dit geen musical was voor mijn moeder, ik denk dat deze echt niet voor iedereen is, maar één ding is zeker, ik vond hem geweldig en ga later dit jaar zeker nog een keertje! Het was een zeer geslaagde middag uit!

Let the magic begin!

Ben ik een wensdenker? Ben ik een naïeve idealist? Of mag ook ik een klein onderdeel zijn, een radertje in de machine van verandering?

Raadselachtig? Welnee. Anders? Ja!

Ik voel mijn hele leven al heel sterk dat ik op bepaalde vlakken anders ben, anders denk dan anderen. Ik voel ontzettend sterk dat er meer is dan wij als mensen kunnen zien. Dat wij als mensen gevangen zitten in een systeem dat niet langer bij ons past. Een systeem dat op het punt staat te exploderen. Verklaar me voor gek, dat mag, iedereen heeft recht op zijn eigen mening, maar ik denk dat we als mensen in staat zijn tot grootse dingen.

Ik geloof dat niets voor niets gebeurt. Toeval bestaat niet, mogelijkheden komen op jouw pad omdat ze op jouw pad moeten komen. Zien we ze niet, dan komen ze opnieuw voorbij. En opnieuw. Tot we ze wel zien, pakken en leren wat we moeten leren.

Spiritueel? Ja, duidelijk. Gelovig? Nee, dat past niet bij mij. Ik geloof in de mensheid, in de kracht van de mensheid. Al is er momenteel reden genoeg om daaraan te twijfelen. De mens heeft op de een of andere manier een enorme behoefte aan controle, aan structuur, aan zekerheid. En dat heeft een bepaalde groep mensen de mogelijkheid geboden een systeem te ontwikkelen waarin we compleet verstrikt zijn geraakt. Kapitaal dat regeert, geld biedt macht. Er waren vast ooit goede bedoelingen, maar ergens in de loop der tijden is de schaduwzijde van dit web waarin we verstrikt zijn geraakt naar boven gekomen.

Hoe ontworstelen we ons uit dat systeem dat ons volledig controleert? Een systeem dat gebaseerd is op wantrouwen in plaats van vertrouwen en op haat in plaats van op liefde? Deze gedachten hielden mij gister flink bezig. Waarom word je gezien als een of andere softie als je praat over dat meest fundamentele gevoel dat bestaat op aarde, over de liefde? Is dat niet waar we allemaal naar op zoek zijn, waar ieder van ons naar verlangt? Willen we niet allemaal diep van binnen gewoon de liefde van onze medemens voelen? Gek genoeg is praten over liefde not done, zo lijkt het tenminste. Liefde is suf, het is iets wat we associeren met kasteelromannetjes. We zijn het kwijt, het is verdwaald geraakt in materialistische behoeften. Een quick fix voor de leegte in ons hart.

We kijken in onze samenleving steeds meer naar de verschillen in plaats van te kijken naar de overeenkomsten. We kijken naar wat ons uit elkaar drijft en niet naar wat ons bindt. Ergens in de geschiedenis zijn we vergeten waar het echt om draait in het leven, ergens in ons heden worden we afgeleid van dat punt. Liefde levert geen geld op en de liefde voor geld maakt ons blind. En afhankelijk.

Wie anders is wordt uitgezonderd, afgezonderd. We gaan zo op in een systeem dat polariseert dat we de basis vergeten. Het is alsof er een sluier om ons hart ligt. We weten dat de liefde bestaat, binnen de veiligheid van de muren van ons huis, maar zo gauw de deur achter ons dichtslaat lijkt die realiteit te veranderen. We slaan over en door in de tegenhanger van dat vertrouwen. Angst maakt onzeker en houdt ons gevangen in een systeem vol schijnzekerheden.

Ben ik een wensdenker? Ben ik een naïeve idealist? Of mag ik een klein onderdeel zijn, een radertje in de machine van verandering?

Mag ik het lichtje van hoop op een andere manier van denken aan anderen doorgeven?

Leesvoer… ik beval van het heelal – Tessa Smits

Onderweg

Ons hele leven zijn we onderweg. Onderweg naar school, naar het werk. Onderweg naar een vriend, of vriendin. Onderweg naar onze toekomst. We zijn altijd op weg. De reis van het leven komt pas tot stilstand als we onderweg gaan naar de overkant en zelfs dan zijn we onderweg. Denk ik.

Ik denk wat af. Mijn hoofd staat echt zelden stil, is zelden stil. Altijd zijn daar discussies. Tussen het duiveltje en het engeltje, tussen mijn linker en rechter hersenhelft. Eindeloos en oeverloos geleuter daarboven. En steeds vaker bemerk ik een derde in deze discussie. Een zacht stemmetje dat steeds sterker wordt, steeds harder durft te fluisteren. De stem van mijn hart. Had ik eerder naar moeten durven luisteren. Ik had niet gedacht dat sommige dingen zo makkelijk en zo lastig tegelijk konden zijn.

Ik ben ook onderweg. Naar een ander soort toekomst, een betere toekomst, voor mens en dier. Ik weet het, ik ben slechts een druppel op een gloeiende plaat, maar veel druppels vormen samen toch een plas, een meer, een zee. Ik wíl vegetariër worden, ben nu flexitariër, zoals dat met een mooi woord genoemd lijkt te worden. Eet minder vlees, moet naar geen. Klaar mee, dieren zijn niet gemaakt om met duizenden in een stal gehouden te worden om vervolgens zo snel mogelijk vetgemest en vol stress en angst opgepropt in een vrachtwagen naar de slacht te worden gebracht. Ook hier zijn we als mensheid compleet doorgeslagen.

Gedachteloos. Dat is denk ik het goede woord voor wat er gebeurt. Alles ligt voor het grijpen, bij de supermarkt. Stukken vlees die geen enkele connectie meer lijken te hebben met het dier dat ze ooit vormden. Ik zeg niet dat mensen geen vlees meer mogen consumeren, dat moet ieder voor zichzelf bepalen, maar het is wel goed je te realiseren wát je eet en daar toch respect voor op te brengen. Je te realiseren dat er een onderdeel van een levend wezen op jouw bord ligt. Dat bedenken doet mijn eetlust behoorlijk vergaan tegenwoordig.

Waarom is die laatste stap om afscheid te nemen van dat vlees dan toch zo lastig? Omdat het erin zit als normaal. Er moeten zich nieuwe verbindingen vormen in mijn hersenen. Mijn hart probeert dat weggetje breder te maken. Het breekt mij van binnenuit open. Ik voel steeds vaker dat ik hier iets mee moet, mee wil. Ik droom van dat stukje land, om varkens vrij te laten zijn. Om geitjes op te vangen, een veilige haven te kunnen zijn voor een aantal van de dieren die door mensen zo gedachteloos aan de kant worden gezet.

Vanmorgen zag ik een bericht voorbij komen. Red de boer, consumeer zoveel mogelijk zuivel en vlees. Red de boer, vreet nog meer dieren op dan nodig. Ik begrijp het niet. Is dit serieus waar het heen gaat met de mensheid? Vraatzucht ten koste van. Dit gaat niet meer om een normale portie om gezond te blijven. Dit gaat over een punt maken, ten koste van. Dit laat zien dat mensen echt compleet van het padje zijn.

Er is ruimte genoeg voor de boer. Er blijft ruimte genoeg. Maar het moet wel anders in mijn ogen. De consument heeft hier de grootste stem in, vraag en aanbod. Het begint allemaal met onze keuze.

En dus ben ik onderweg. Naar een droom, naar het punt waar ik de knoop eindelijk doorhak en mijn hart eindelijk voluit en hardop laat spreken.

Ps, dit ben ik, als klein meisje al dol op de schaapjes. Bij opa en oma, het boerenbedrijf van toen, niet meer te vergelijken met wat er in deze tijd van overconsumptie gebeurt… en niet iedere boer hoeft zich aangesproken te voelen…

De kramp

Hoe vaak lees of hoor je het niet: ‘krijg de kramp’. Welke kramp is niet gezegd, de boodschap is duidelijk genoeg zonder verdere uitleg. Ik denk dat iemand hem mij heeft toegewenst, ik heb hem nog gekregen ook. Buikkramp in mijn geval. Te danken aan ofwel die wens, ofwel mijn fysio (ik reageer nogal heftig op mijn nieuwe therapie), ofwel het eten van gisteravond. Ik rende gisteravond en vanmorgen in ieder geval heen en weer tussen toilet en bed. Het is een onwelkome afwisseling van het andere uiterste, het leed dat verstopping heet (gevalletje gebrek aan beweging en morfine). Mijn lijf doet niet aan een normale tussenweg, zoveel is wel weer duidelijk.

Even terug naar optie nummer één, over de rest zal ik mijn mond houden, dat duidelijker maken zal jullie eetlust niet ten goede komen. Ik had een mening over een bericht, dat heb ik wel vaker. Dat ik de drang had te reageren is ook geen verrassing bij mij, ik voel soms onrecht in een bericht en tja, ik vind het nu eenmaal moeilijk dan niet te reageren. Zo gezegd, niet zomaar gedaan, want ik voelde al aan dat hier enige weerstand op zou komen. Afwegen dan maar, is het me dat waard. Ik bezit nogal contrasterende eigenschappen op dat front. Aan de ene kant ben ik namelijk best heel gevoelig, terwijl ik aan de andere kant toch die drang heb om te reageren. De drang won het van het gevoel en ter reactie kreeg ik een compleet epistel in mijn mail. En een nogal onvriendelijke reactie als weerwoord op mijn reactie. De persoon in kwestie houdt niet van enige tegenspraak, dat is overduidelijk.

Ik nam de moeite nogmaals uit te leggen waar mijn (echt niet onvriendelijke) reactie vandaan kwam, maar kreeg nu in reactie een mail met de niet te missen boodschap dat deze persoon één, niet om mijn mening had gevraagd, twee, er ook niet op zat te wachten en drie, sowieso geen tegenspraak duldde op de eigen pagina. Duidelijk. Ik heb in reactie per direct een punt gezet achter deze ‘vriendschap’.

Wat rest is een gevoel, een gevoel dat ik zo’n negatieve woordenwisseling gewoon niet prettig vind. Ik heb mijn reacties én mails tig keer overgelezen en kan echt achter de mijne staan, vierkant zelfs. En toch steekt het. Het krampt, niet alleen in mijn buik. Als je mensen keer op keer online beschuldigt van bepaald gedrag moet je ook in de spiegel durven kijken naar je eigen gedrag en daar ontbreekt het nogal eens aan in onze samenleving.

Dus ja, ik ben weer eens in de valkuil gedonderd, die van tegen beter weten in toch reageren. Ik had misschien beter naar mijn onderbuik kunnen luisteren, dan was me misschien deze kramp bespaard gebleven, maar toch heb ik geen spijt, tenslotte leert het leven ons wijze lessen. Ook als ze minder leuk zijn. Ik hou voor niets en niemand mijn mond meer en zeker niet voor de lieve vrede. Karma vindt zijn weg uiteindelijk toch wel. En anders is daar altijd nog de kramp.

Afbeelding Pixabay

Spinazietoon

Ik begin deze dag met een Libelle, ik lig weer eens achter met mijn zogenaamde lijfblad en moet nodig even bijlezen. Ik bevind mij ergens tussen kerst en Klaas, zie nog net geen foto’s van grote, mooi gedekte kersttafels vol perfectie en lees nog grappige kinderweetjes over Klaas.

Ik heb niet zoveel met kerst meer en nog minder met Klaas, dus beide sla ik over. Daarbij is het geweest, is het gelukkig januari en mag ik weer gewoon normaal doen. Heerlijk!

Ik lees met wat meer interesse een artikel over het aangeven van grenzen. Qua ergernis en irritatie in dit geval, niveautje collega die teveel praat (goh, denk zomaar dat ik dat type collega was) en harde muziek in de trein. Hoe ga ik om met asociaal gedrag, dat werk. Ik lees dat je beter je mond open kunt doen dan als een boer met kiespijn, met de ogen rollend, te zwijgen. Ik ben meer type botte boer die alles benoemt, dus dat probleem heb ik niet. Ik hoor wel dat mensen mij soms te direct schijnen te vinden. Ach, ik ben te oud voor zinloos meepraten, die tijd heb ik gehad. Ik gooi er meestal gewoon uit wat me dwarszit. Ik hoop op een niet te vervelende toon, al weet ik dat er mensen zijn die mij en mijn soms ietwat beterwetende toon uitermate vervelend en irritant vinden. En ja, ik kan ontzettend irritant zijn, zoveel zelfkennis heb ik nog wel.

Ik lees in deze Libelle (niet psycholoog magazine, maar meer psycholoog in mini magazine) over een compleet nieuwe toon, de spinazietoon. Kende jij hem al? Het schijnt de toon te zijn waarop je iemand hardop (ja, het moet wel hardop zijn) toefluistert dat hij spinazie tussen zijn tanden heeft. Ik frons mijn wenkbrauwen, ik heb hem nog nooit gehoord, die toon. Nou eet ik ook nooit spinazie, dus misschien is dat het, maar hardop fluisteren, hmmmm.

Ik ben niet zo goed in dat fluisteren. Samenzweerderderig ook nog, lees ik, alsof we een geheimpje delen. Hey, pssst, ik vind jou nu even niet zo aardig, je leest me de les, kappen daarmee graag. Door dit toontje aan te slaan kun je je ook iets fermere taal permitteren. ‘Hey klojo, even dimmen’. Maar wel hardop gefluisterd. Ik fluister ofwel te zacht, of roep het hardop. Ik associeer fluisteren eigenlijk sowieso niet met iets positiefs. Als je het niet hardop kunt zeggen is het zelden aardig. Of het sluit mensen buiten, laat duidelijk voelen dat dit niet voor hun oortjes bedoelt is (het handgebaar dat bij dat fluisteren hoort draagt daar ook aan bij, de hand naast de mond), het voelt als, en is vaak ook, roddelen. Ik ben er geen fan van, al zal ik het zelf vast weleens gedaan hebben. Waarschijnlijk om een geheimpje te delen, over een ander, dat niet voor andermans oren bedoeld was, oh toch roddelen dus. Niet kwaadspreken, dat doe ik gewoon hardop, als mensen er niet bij zijn, hoef ik ze ook niet te storen.

De spinazietoon, hij was nieuw voor mij. Ik moet eerlijk zeggen dat ik een psycholoog die me dit advies zou geven niet echt serieus zou nemen. Ik denk namelijk dat een tikje op iemands arm en dan een gebaartje richting voortanden maken veel effectiever is, iets dat minder mensen ongemakkelijk maakt ook nog. Ik zou je dan ook adviseren niet al teveel waarde te hechten aan het advies. En als je ooit over mij wilt roddelen, doe het dan vooral als ik daar niet bij ben en niet op de spinazietoon. Of gewoon recht in mijn gezicht, dan doe ik dat bij jou ook.

Foto Pixabay

Onacceptabel

Ik zou mijn eerste blog dit jaar graag gestart zijn met een oprecht en enthousiast Gelukkig Nieuwjaar, maar eerlijk gezegd is het dit jaar eigenlijk vooral gelukkig, nieuwjaar! Negatief? Misschien, of wellicht, in welke volgorde dan ook. Het is volledig inherent aan de bui van de dag, die misschien, of wellicht, ook ingegeven wordt door enige irritatie vanwege de overbelasting die ons vluchtgedrag van afgelopen week afgeroepen heeft over mijn lijf.

Vluchtgedrag? Tja, wij zijn op de vlucht gegaan voor de fantastische traditie die vuurwerk heet. Ik geloof dat steeds meer medelanders deze geweldige traditie ontvluchten, de vuurwerkvrije parken zitten steeds sneller vol (ondanks torenhoge prijzen). Wij vluchtten richting het zuiden, staken er wel twee landsgrenzen voor over. Gingen richting overblijfselen van eerder oorlogsgebied zelfs. Maf, het lijkt in ons land tegenwoordig wel oorlogsgebied, gezien de inmiddels steeds zwaardere bommen die gebruikt worden door steeds jongere kinderen. Vuurwerk waarmee geldautomaten opgeblazen kunnen worden, in de handen van mensen wiens hersenen nog lang niet volgroeid zijn. Jongeren die geïnfecteerd zijn met het vuurwerkvirus door ouders wiens hersenen waarschijnlijk ergens in hun tienerjaren gestopt zijn qua ontwikkeling. Ach, ik heb een ietwat sarcastische en hoogst geïrriteerde bui, dat schreef ik al toch? Je kunt ook eigenlijk niet anders dan cynisch reageren op het nieuws dat je ter oren komt.

Een man die doodgeslagen wordt omdat hij kinderen aanspreekt op hun gedrag. Mensen reageren geschokt. Onacceptabel, dat is het. En vervolgens halen we massaal onze schouders op en gaan verder tot de orde van de dag. Gelukkig nieuwjaar buur!

Achttien zware ongevallen binnengebracht in het Rotterdamse oogziekenhuis. Onder de slachtoffers ook omstanders van vuurwerk. Onacceptabel, vind ik. Ach, achttien maar, dat valt wel mee, vindt iemand die ik spreek. We halen onze schouders op en gaan over tot de orde van de dag. Gelukkig nieuwjaar andere buur!

Zwaar vuurwerk, gegooid naar agenten, hulpverleners worden belaagd door randdebielen (mijn woorden). Ooit (in mijn jeugd nog) was er sprake van respect, haalde je het niet in je hoofd een agent een grote bek te geven. Misschien een bijdehante opmerking, als je in een hele stoere bui was, maar daar hield het wel bij op. Moet je zien hoe er tegenwoordig omgegaan wordt met deze beroepsgroep. Onacceptabel, roepen we massaal, maar er iets aan doen is niet zo eenvoudig meer. Je loopt een bepaald risico en dus haalt menig volwassene ook nu de schouders op en loopt door. Gelukkig nieuwjaar overbuur.

Ik vind oud en nieuw al een paar jaar niet zo leuk meer. Op oudjaarsdag laat ik het uit mijn hoofd door het park te rollen, het is er een aaneenschakeling van teringherrie. Ergens in de afgelopen jaren is het compleet uit de hand gelopen met dat vuurwerk. Het moest steeds harder, steeds gekker, steeds eerder. Waar is het misgegaan? Wanneer is de grens overschreden en vooral hoe gaan we dit nog terugdraaien? Kunnen we het überhaupt nog terugdraaien? Wanneer is de grens van het toelaatbare bereikt? Wanneer houden we op met het roepen dat iets onacceptabel is en gaan we er daadwerkelijk iets aan doen?

Ik ben blij dat ik de mogelijkheid had een paar dagen te verkassen richting rust en stilte. Vooral voor Lewis, die doe ik echt geen plezier met al dat geknal hier. Daar heb ik die dagen overbelasting van mijn lijf wel voor over. Al foeter ik (verre van in stilte) gewoon sarcastisch het nieuwe jaar in.

Onacceptabel dit…

Foto Pixabay

Kerstwens

Eerste kerstdag, 2023 (nee, geen kerstverhaal dat speelt in een lied ergens in de jaren zestig). Ik zit op de draaistoel, voeten op het bijbehorende bankje. Geruite legging met kersttrui aan mijn lijf, Lewis aan mijn voeten, radio op de top 2000. Kopje koffie naast me (cappuccino, we doen het goed deze kerstochtend).

Het voelt niet als kerst dit jaar. Ligt dat aan de ontbrekende kerstboom? Of misschien aan de beroerde voorbereiding, last minute een pakje toastjes gehaald in een lege en kaalgeplukte failliete groothandel om verder totaal overprikkeld en onverrichter zake dat pand ook weer te verlaten en vervolgens om een paar minuten voor negen toch nog even de plaatselijke Jumbo een beetje te sponsoren. Geen idee wat te moeten of te willen ook. Een luxe probleem, dat realiseer ik me echt wel.

Ik weet niet wat het is, ik heb het gevoel dat hoe ouder ik word, hoe minder ik heb met deze ‘verplichte’ ‘feest’dagen. Oorlogen en andere ellende in de wereld helpen hard mee aan dat gevoel, evenals vriendinnen met grote zorgen. Als ik een kerstwens zou mogen doen zou ik geen cadeaus wensen, slechts een goede gezondheid voor mezelf en de mensen om me heen, voor iedereen eigenlijk. En wereldvrede, lijk ik toch nog een beetje op Miss Universe. Ik vrees echter dat de mensheid zelden verder verwijderd was van die vrede, luister maar eens naar de mening van veel landgenoten. Dat laatste stemt me triest, we zullen het als mensen toch met elkaar moeten rooien. Zonder teveel schade aan de natuur en met aandacht voor al dat leeft. Al denken veel mensen ook hier blijkbaar anders over.

Zouden we als mensheid de wereld kunnen veranderen met positieve gedachten? Ik denk van wel, als iedereen elkaar nu eens het beste toe zou wensen, dan zou de wereld er heel anders uitzien. Als mensen elkaar iets zouden gunnen, als mensen de wereld vanuit een ander perspectief zouden kunnen bekijken. Als ze iets meer vanuit ‘samen’ zouden kunnen denken en iets minder vanuit ‘ik’.

Voor deze eerste kerstochtend zit ik hier in ieder geval in mijn geruite legging de wereld het beste toe te wensen. Misschien helpt het als we dat allemaal eventjes doen. Gewoon heel even onze energie sturen, oprecht iedereen het beste gunnen.

Ik wens jullie in ieder geval het beste voor deze dagen en voor alle dagen die mogen volgen. In goede gezondheid, in vrede, vol liefde en met aandacht voor elkaar. Voor iedereen, mens, dier en natuur.

Fijne dagen allemaal.

Regels

Vanmorgen, een bericht van de gemeente op sociale media. Een oproepje voor ideeën om een bepaalde weg in ons dorp veiliger te maken. Deze weg ‘vraagt’ om harder rijden, zou niet ingericht zijn voor de schamele snelheid van dertig km/uur. Ik heb nog nooit een weg horen ‘vragen’ om harder te rijden. Ik heb wel mensen horen mopperen, dat het niet opschiet, dat dertig rijden. Naarmate de auto’s stiller zijn geworden, comfortabeler ook, de mensen meer op hun agenda hebben staan en daarmee ook ongeduldiger worden, en het verkeer steeds drukker, lijkt het alsof het ongeduld in het verkeer toeneemt. En flink ook.

Ik begeef mij steeds minder vaak op de weg, in de auto dan. Vind het ook helemaal niet leuk meer, dat autorijden. Dat kan te maken hebben met het feit dat mijn prikkelverwerking veranderd is. Of met het feit dat ik dus minder rij en daarmee minder routineus over het asfalt stuur. Maar ik denk dat ook de drukte op de weg meespeelt. En dat ongeduld van mensen. Ik rij als een omaatje, denk ik, al kan ik volgens zoonlief het gaspedaal nog best vinden. Over het algemeen heb ik alle tijd en maak ik me volgens mij niet schuldig aan het gebruiken van de weg als een racecircuit.

Maar goed, dertig rijden, de inrichting van de weg, daar gaat dit over. Waarom is een bordje dat de snelheid aangeeft niet langer genoeg? Waarom moet de weg ingericht worden met irritante verkeersdrempels en obstakels om mensen te laten zien (en voelen) dat je ergens dertig mag? Mijns inziens maken al deze obstakels de weg niet veiliger, zeker niet voor andere weggebruikers. Sterker nog, het maakt het verkeer onveiliger. De mensen die harder willen rijden, blijven namelijk harder rijden. Die geven tussen die verrekte drempels wat extra gas om de verloren tijd in te halen.

Het is de mens die heropgevoed moet worden. De mens die totaal geen zin heeft zich aan regels te houden die hen, in hun ogen, slechts beperken. De ongeduldige, haastige ouder, die zich (met het eigen kind veilig op de achterbank) langs het door de buurt geplaatste gele poppetje haast om het kind op tijd op school af te leveren (en ja, ook ik heb mij daar vroeger vast schuldig aan gemaakt), om vervolgens snel door te rijden naar het werk. De jongeling die, met het rijbewijs net op zak, met ongekende souplesse stoer tussen de drempels door stuurt. Of de zakenman die zich ergert aan dat trage omaatje voor zich en toch nog even snel aan haar voorbij gaat, tijd is geld tenslotte. Het zijn de mensen die bewust of onbewust vinden dat zij net iets meer haast hebben dan een ander, vandaag toch in ieder geval, en het recht hebben de snelheidsmeter een klein beetje op te jagen. Een beetje maar, voor dat beetje tijdswinst.

Het is tijd om de mens te onderwijzen, ze te wijzen op de consequenties van hun gedrag, zeker in het verkeer. Niet door nog meer drempels neer te leggen, obstakels te plaatsen, maar door bewustzijn te creëren. En door te handhaven. Zet maar flitspalen neer, laat ze het maar voelen in de portemonnee (liefst inkomensafhankelijk om het wat eerlijker te verdelen dan ook).

Een bord is een bord, een regel een regel. Het is tijd dat mensen weer leren dat die regels er zijn voor een reden, niet alleen om hen te pesten. En dat ze niet alleen zijn op de wereld. Verre van zelfs.

Bubbels

Trek de champagne maar open, de verkiezingen zijn voorbij. We zijn (voor nu in ieder geval) even verlost van de mooie verkiezingsbeloften, kunnen ons opmaken voor het achterliggende gedachtengoed. Geert hoeft hiervoor in ieder geval geen masker af te doen. Geen wolf in schaapskleren, maar een gewone wolf. In plain sight. Hij mag blij zijn, hij heeft het geflikt en dat is wel knap. Al zegt het ook veel over ons land. Een land dat de hakken in het zand zet en flink ook. Klaar met het gezeik van de heersende club. Ach, dat ben ik ook. Dat deel snap ik wel.

Ik begrijp dat het een zooitje is. Ik begrijp de zorgen om het huidige assielbeleid. Om de boeren, om onze ouderen, om de zorg, het onderwijs en de veiligheid. Ik snap dat. Écht!

Maar ik maak me ook zorgen, want mensen uitsluiten kan nooit de oplossing zijn. Ik lees het verkiezingsprogramma van de PVV, je kunt niet roepen dat iets waardeloos is zonder iets gelezen te hebben en weet direct waarom ik het hier zo intrinsiek niet mee eens ben.

Klimaatwaanzin roept het. Tja. Het is waanzin dat mensen niet inzien dat er iets goed mis gaat met het klimaat, als je het mij vraagt. De mens heeft absoluut invloed op dat klimaat, dat wisten we in de jaren tachtig al. Je kunt er voor kiezen dit als onzin te bestempelen, maar waar zadelen we onze kinderen dan mee op? De natuur lijdt onder de invloed van de mens, op íeder vlak. Ik vind dat we daar onze verantwoordelijkheid voor moeten nemen. De PVV, en de kiezers, denken daar blijkbaar anders over.

Diversiteit, ook zo’n heikel punt. Gender-maatregelen, diversiteitsgeneuzel, lees ik. Weet je, het is zo makkelijk praten als je er zelf niet direct mee te maken hebt. Ik ken meerdere mensen met genderdysforie, heb er ook al vaker over geschreven. Dat afdoen als geneuzel is denigrerend. Is onzinnig! Mensen lijden hieronder, mensen kiezen dit niet als het nieuwste speeltje, het is een aandoening. Ik begrijp best dat mensen de weg een beetje kwijtraken in alle hokjes en termen die ons momenteel om de oren vliegen, en heel eerlijk, ik denk dat dat ook best met wat minder afkan, maar om dan álles op dat vlak af te doen met geneuzel is niet ok.

Einde aan de linkse haat tegen helden uit onze geschiedenis, ook zo eentje waar ik de rillingen van krijg, excuses voor het slavernijverleden intrekken. Doen alsof het niet gebeurd is? Het is wél gebeurd, het was fout! Kom daarvoor uit, dan kun je het bespreekbaar maken en kunnen we samen stappen vooruit zetten.

‘Een held (mannelijk) of heldin (vrouwelijk) is een bestaand, fictief of historisch persoon die, wanneer geconfronteerd met gevaar en rampspoed of vanuit een zwakke positie, moed en de bereidheid tot zelfopoffering betoont voor een grotere zaak. Aanvankelijk had dit heldendom vaak te maken met strijd of het uitblinken in iets, maar later werd dit uitgebreid tot een meer algemeen moreel uitblinken’

Wat een helden, mensen onderdrukken, tot slaaf maken, voor eigen gewin. Ik snap waarom dat voor sommige mensen helden zijn, past zo bij andere partijen aan de rechterkant van het politieke spectrum.

En dan is er nog de haat jegens bepaalde groepen mensen. Ook daar kan ik helemaal niks mee, het uitgaan van wantrouwen tegen bepaalde groepen mensen. Gewoon roepen, zonder enige nuance. Daar win je zieltjes mee. En verkiezingen blijkbaar.

Dit zijn maar een paar regels uit dit programma. Regels die ik niet zomaar aan de kant kan schuiven als linkse idealist. Het is niet allemaal slecht, er staat hier en daar best wat goeds tussen, maar ik kan bovenstaande punten als voorbeeld niet negeren.

Ik zat te denken over oplossingen en kwam eigenlijk maar tot één conclusie. Wilders moet om tafel met Omtzigt en met Timmermans. Samen. Dit zijn de drie grootste winnaars. Dit is waar het land voor gekozen heeft. Niet alleen voor de PVV en dat programma. Ga maar zitten. Blijf daar zitten tot je eruit bent. Verzin eens iets creatiefs. Een beetje van links, een snufje van midden en een beetje rechts. Dan kom je pas echt op voor al onze medelanders. Dan is Nederland pas echt van ons allemaal.

Kiezersstrijd-tijd

Het is weer zo ver, de strijd om de zetels, om de kiezer, is begonnen. Het is hier inmiddels net Amerika, het gaat in deze strijd niet om wat echt telt, ons land, het gaat om zo goed mogelijk je best doen een perfectig plaatje neer te zetten.

Marketeers zoeken door middel van focus groepen uit welke woorden het beste landen en met deze teksten uit het hoofd geleerd gaan de hoopvolle acteurs hun première tegemoet. Op naar het premierschap. Het is één groot toneelstuk op nationale televisie. Wie is er het beste in staat het voorgeschreven praatje te verkondigen. Wie is de grote winnaar op het strijdtoneel der politiek?

Het irriteert me, ik erger me. Bij berichten op Facebook die de ene na de andere ‘grappige’ illustratie uitspugen van een ietwat te zware linkse ‘rakker’. Het raakt me dat ook hier het uiterlijk blijkbaar moet spreken, terwijl de boodschap compleet verloren gaat.

Dat de eerste vrouwelijke premier ineens een kans moet krijgen, terwijl haar partij ons land al dertien jaar lang onderdompelt in kapitalistische ellende. Want weet je, dat is wat het is, ze hebben ons land, met een zorgstelsel dat ooit een voorbeeld was voor dat grote Amerika, verkwanseld voor geld. En toch lukt het haar op de een of andere manier om die boodschap aan de kant te schuiven.

Ik sta voor u klaar, tuurlijk, jij wel. Met praatjes die exact zo geschreven zijn dat ze het volk aanspreken. En verder hou je gewoon je mond. Laat je anderen praten en zichzelf vastlullen in de modderpoel die politiek heet. Ook dat is een kunst.

Het probleem van de linkse politiek is dat ze te veel nuance zien. Dat las ik ooit ergens en dat klopt. De linkse kiezer trekt zich het leed van de wereld aan en wil graag helpen. De rechtse kiezer helpt vooral zichzelf. Ziet geen grijstinten tussen zwart en wit. Makkelijker denken, makkelijker praten. Makkelijker om met precisie geplaatste oneliners de verder niet geïnteresseerde kiezer over de streep te trekken. Geen ja maar, het is wat het is.

Zeg eens eerlijk? Lees jij het verkiezingsprogramma van A tot Z? Of laat je je leiden door één persoon, die een bepaald schandaal aan het licht bracht, zich als een ware pitbull vastbeet om iets wat hij heel goed kan (daarover heb ik geen enkele twijfel!) tot een goed eind probeerde te brengen. Dat iemand daarin uitblinkt zegt niets over zijn verdere ideeën. Zegt niets over zijn capaciteiten op andere vlakken. Zegt niets over dat partijprogramma, dat ontzettend conservatief is. En ben jij als kiezer dat ook, prima hè? Maar heel veel mensen zijn dat niet en kijken gewoon niet verder dan die persoon aan het hoofd van die partij.

Hoe kunnen mensen vergeten dat een bepaalde partij al dertien jaar (!) werkt aan een steeds groter wordende kloof tussen arm en rijk. En hoe kunnen mensen daar vervolgens links de schuld van geven? Want hoe dan ook heeft links het gedaan.

Een ding is zeker, in een kapitalistische markt is het niet de aanhouder, maar de aandeelhouder die uiteindelijk wint…

Afbeelding Pixabay