Puur geluk

Ooit was ik een vormgeefster, nee, ooit verdiende ik mijn geld als vormgeefster. Ik ben het nog steeds, ik doe het alleen niet zo vaak meer. Ik kies een aantal projecten waar ik, zonder druk, aan kan werken. Op mijn gemak, al leg ik mijzelf wel degelijk druk op. Aard van het beestje.

De afgelopen weken werkte ik aan een nieuw boek voor Charlie en dat wakkerde mijn liefde voor dit werk weer aan. Niet dat ik weer aan de slag ga, of kan, want mijn schouders zijn nog steeds geen fan en het gaat gewoon te traag om er echt iets mee te kunnen. Het is en blijft een hobby. Het gaf me wel het enthousiasme om weer een boek van en voor mijzelf te maken. Kneus -en -Co is alweer vier jaar geleden uitgekomen en ik heb columns genoeg geschreven. Ik heb wel wat lessen geleerd van de vorige edities, ik wíl wel groot denken (en kan het zeer zeker), maar groot inkopen laat ik maar achterwege. De halve zolder wordt nog steeds ingenomen door dozen vol boeken die hun eigenaar wel verdienen maar nog niet gevonden hebben. Lesje. Geleerd, hoop ik.

Gisteren ben ik maar eens gaan inventariseren, wat krijgt een plaatsje, wat niet. Het is best zinnig om op deze manier terug te kijken op de afgelopen jaren, je vergeet best veel. In mijn hoofd zitten vooral pieken, de dalen waren er ook, las ik. Als je terugleest zie je patronen, en herhalingen, niet per se hetzelfde. Ik herhaal best vaak dingen, in andere bewoordingen, het is geen ingestudeerd trucje. Soms is de boodschap net iets anders, laat in ieder geval zien dat ik leer. Ook een veelvoorkomend onderwerp trouwens. Logisch ook, het afgelopen jaar was een groot leerproces, zoals het hele leven dat is.

Ik kan me bijna niet meer voorstellen hoe mijn leven eruit zag, ben zo ver gekomen. Kwam van zo diep, fysiek. En al zeurt het stemmetje in mijn hoofd nog steeds dat er zoveel mensen zijn die er beroerder aan toe zijn, ik antwoord dat dat los staat van mij en van mijn situatie. Ik hoef niet langer te vergelijken, dat is winst. Groei.

Ik ben nog lang niet op het punt dat ik wil bereiken, ik sta nog aan het begin. Fysiek nog steeds op achterstand, ondanks die zo grote vooruitgang. Maar ik ben goed op weg en dan val ik toch weer in herhaling, want ik ben dankbaar en dat woord komt door dat hele boek terug. In hoofdletters. En dat mag, want dankbaar kunnen zijn is iets om dankbaar voor te zijn. En dat ben ik dus.

Ik kwam trouwens ook een stukje tegen over geluk, ik zette het erin en keek naast me. Wat ik daar zag was puur geluk…

Niets is ooit simpel

Ik kreeg een bericht onder ogen, een blog van iemand met ME. Ik ben er van zeer dichtbij bekend mee, mijn vader heeft het en ik zie hem er al jaren mee worstelen. De symptomen gaan op en af, maar hij heeft keuzes moeten maken om zichzelf te beschermen. Keuzes met verstrekkende gevolgen, sociale contacten zitten er al jaren bijna niet in. Teveel prikkels en de prikkelverwerking in zijn hoofd is op veel dagen niet best. Ik worstel mee, op afstand, een paar keer in de week naast hem. We praten over de dingen die er toe doen, voor ons, die voor anderen vaak moeilijk te begrijpen zijn. Bloedeerlijk, realistisch, we schuwen geen lastige onderwerpen. Onze gesprekken zijn van grote waarde, genieten zolang het kan. Maar realistisch gezien zijn mijn bezoekjes op sociaal niveau een hoogtepunt voor hem. Naast mijn broertje, mijn moeder en mij ziet hij weinig mensen. Dat was en is een bewuste keuze, maar niet een keuze die je makkelijk maakt.

Vanmorgen las ik dus een stuk van een ME patiënt die schrijft over een onderwerp dat een grote rol speelt in mijn huidige leven, hoe je denkpatroon je gezondheid beïnvloedt of kan beïnvloeden. Of hoe dat soms niet lukt eigenlijk. Wil dat iemand anders iets kan, ook automatisch zeggen dat jij het moet kunnen? Het is een lastig vraagstuk, welke rol speelt het toeval, welke rol speelt je achtergrond, je mogelijkheden, de omstandigheden? En misschien hoort de omgang met een aandoening wel op jouw pad? Het is een onderwerp waar ik ook mee worstel, vaak. Aan de ene kant vóel ik dat mijn vooruitgang voor een groot deel komt door mijn vertrouwen, maar aan de andere kant hoef ik maar achteruit te lezen op mijn eigen pagina om te zien waar ik ooit was. En ik wil daar niet naar terug. Ik geloof dat ik een deel daarvan zelf in de hand heb, maar wat zegt dat over anderen? Juist, helemaal niets.

Ieder loopt zijn eigen pad en dealt op zijn eigen manier met de drempels.

Afgelopen week heb ik een heleboel ellende gezien, bij lotgenoten. We hebben er weer eentje verloren, een prachtig mens, nog veel te jong. Altijd positief, altijd daar voor anderen, maar het eindresultaat verandert er niet door. Weer een ster erbij.

Zoveel andere lotgenoten die het zwaar hebben, ook positief, enorme doorzetters, altijd vechtend. Je kunt niet alles wegzetten op beter je best doen, positiever denken. Coaches geven wel die indruk. Kom bij mij en alles komt goed, was het maar zo’n feest.

Geloof kan je redden? En dan heb ik het niet over religie, laat ik daar kort over zijn, want ik vind het prima hoor, geloof wat je wilt geloven, maar mijn ding is het niet. Teveel moeten en teveel druk, verwachtingen. Geloof in je eigen kracht, dat heb ik wel. Maar ik vind het ook te makkelijk gezegd dat iedereen dat kan of zou moeten kunnen. Dat geeft juist weer druk, en stress. Verwachtingen.

Als je een mogelijkheid ziet, voor jezelf, ga ervoor. Sta erachter. Probeer het. Maar laat de verwachtingen los, je weet wat je hebt en misschien, wellicht, is daar ruimte voor meer. Is dat wat accepteren is?

Ik gun iedereen alles, ik gun mijn lotgenoten, mede chronisch zieken zoveel gezondheid. Ik gun iedereen liefde, om zich heen, maar vooral voor zichzelf. Want met liefde maak je alles een beetje lichter en dat kan je door de stormen heen helpen.

Denk ik…

Op pad

Het zal inmiddels zo’n anderhalf jaar geleden zijn dat ik echt kennismaakte met het zogenaamde manifesteren. Ik had ervan gehoord, was geïntrigeerd, ging lezen, en nog meer lezen. Volgde cursussen, dure cursussen. Volgde er meer, en nog een paar meer.

Ik hou van cursussen, heb ik volgens mij al eerder geschreven, maar gek genoeg maak ik ze nooit echt helemaal af. Net over de helft ben ik mijn focus kwijt en begin ik met iets nieuws. Of iets anders, dat is niet per se hetzelfde. Maar goed, mijn aandacht voor het manifesteren vervaagt niet. De focus verandert wel, zo af en toe.

Mijn eerste cursusleider is enthousiast, right down my alley zeg maar. Maar het eind van de cursus heb ik nog steeds niet gehaald, blijkbaar zit er ergens na het midden nog een leermomentje. De YouTube video’s van nummer twee irriteren me, omdat het een constante über positieve herhaling van woorden is. Ze geven me bijna een schuldgevoel, dat het niet lukt. En cursus nummer drie geeft me de kriebels. Op de een of andere manier kan ik niet luisteren naar haar stem. Laat los, laat los, laat los. Doe mijn best, maar dit helpt mij niet.

Vorig jaar keek ik een documentaire van dr Joe Dispenza en dat klikt. Ik moest wennen aan zijn stem (die klinkt als die van de duivel aldus manlief), maar hij is mijn vaste wandelmaatje geworden. Ik loop met zijn stem op mijn oortjes en moet dan alleen denken aan míjn grensoverschrijdende gedrag om problemen te voorkomen.

Toch loslaten, een beetje dan. De geest is van grote invloed op het lijf, ik weet het, ik voel het, maar tegelijk vóel ik dat lijf. Ik heb nog een weg te gaan.

Manifesteren. Als het je lukt, als je gelóóft, als je het vóelt, als je wéét, dan is het makkelijk.

Als je voelt wat jouw weg is, is het simpel. Probleem is, je moet eerst vinden en ik zoek nog. Is het mijn enkele doel mijn fysieke gezondheid aan te pakken? Of ligt er meer op mijn weg? Dat hoop ik toch, want mijn gedachten dwalen af, mijn focus vervaagt. En ja, ik wil gezond en sterk zijn, tuurlijk wil ik dat! En ja, dat is me veel waard! Maar er ligt meer op mijn weg en ik wil daar zo graag naartoe.

Manifesteren kun je leren. Manifesteren kun je. Iedereen kan het, je hebt er geen dure coach voor nodig, ergens diep in ons ligt die kennis begraven, is die al voor handen en daar maken anderen weer handig gebruik van. Welkom in de wereld van de commercie.

Als je weet wat je wilt is het niet eens zo moeilijk, het lastige is dát vinden dat bij je past. Maar wellicht is dat nu juist ons pad…

Wij van WC eend…

Ik volg al jaren een pagina van een boer die, meestal met een humoristische kijk, zijn wereld beschrijft. Verfrissend, vaak, hij beschrijft (net als ik) zijn wereld vanuit zíjn perspectief. Niets mis met die blik over de weilanden, al mist die blik soms, in mijn ogen dan, wel enige nuance. En missen de reacties (zijn ze weer) van zijn volgers die zeker.

Wat is dat toch met mensen die reageren op iemand, dat ze die persoon bijna verheffen tot status van een heilige? Je ziet het ook bij bekende Nederlanders (ok, behalve bij Gordon, die mag blijkbaar bij alles wat hij zegt verbaal compleet afgemaakt worden). Ik had er ooit eentje op Facebook, zo’n bekende Nederlander, ik was zelfs door hem toegevoegd als vriend. Ik blij (understatement), sloeg ook nergens op, maar goed, ben ook maar een mens, die man blaatte echt de grootste onzin soms, maar kreeg als reactie alleen maar ‘jeetje, jij hebt ook altijd gelijk’ en meer van dat soort idioterie. Neem mij vooral niet te serieus, ik weet ook niet alles. En zelfs als ik denk wel alles beter te weten, ik blijf een eigenwijs stuk vreten, corrigeer me dan vooral als je denkt dat het anders zit, ik hou wel van een goede discussie. En hoop mijn blik toch wel open te houden, al kost het me soms wat tijd om dingen anders te gaan zien.

Goed, terug naar de boer en zijn weidse blik (pun intended).

Dit stuk ging over onderzoeken, van de overheid. Ik ga niet uitweiden over de natuur daarvan, of de uitkomst, want daar gaat het me nu even niet om. Het gaat erom dat mensen de wetenschappelijke onderzoeken zijn gaan wantrouwen. En in dat opzicht misschien wel terecht, maar (let op, best grote maar) dat wantrouwen lijkt tegenwoordig één kant op te gaan. De overheid wordt gewantrouwd. En ik snap het, echt. Ze hebben wellicht (of misschien, dat is maar hoe je het ziet) gebruik gemaakt van de tactiek die de makers van de commercial in de titel jaren geleden al gebruikten. Als je weet hoe je wilt dat de uitkomst van je onderzoek eruit gaat zien, kun je de vraag richting de onderzoekers een tikkeltje sturen door goed na te denken over de formulering van die vraag. Marketeers doen dat al jaren, maken daar gretig gebruik van om weg te komen met de zogenaamde white lies. Kwestie van slim nadenken en je kunt het geloven of niet, er werken best wat slimme koppen, daar bij de overheid. Net zoals bij de industrie. Of het ethisch is, blijft de vraag. Het is maar hoe je het naar jezelf toe vertaalt. En of je kunt leven met die uitkomst.

Mensen vergeten dat er voor ieder gezichtspunt een andere uitkomst mogelijk is. Je kunt maatregelen richting de veehouderij zien als het pesten van de boer. Je kunt diezelfde maatregelen ook zien als een bescherming van het milieu. Of bescherming van de dieren. Het is maar van welke kant je iets wilt bekijken. En dat is ook echt wílt, want soms is het goed even een stapje achteruit te doen en te kijken naar het grotere geheel. En je te realiseren dat iedere keuze consequenties heeft. Voor mens, natuur en dier.

Terug naar die onderzoeken. In de reacties wordt gesuggereerd dat de wetenschappers de conclusie van hun onderzoek naar hun hand zetten. Ik denk dat dit in verreweg de meeste gevallen niet aan de hand is. Ik denk wél dat de belangen te groot zijn. Dat de opdrachtgevers teveel macht hebben doordat zij bepalen waar het geld naartoe gaat (en dat geld nodig is voor onderzoek) en met hun vraag de uitkomst enigszins kunnen sturen. En dat je uitkomsten die je niet aan staan kunt negeren door het onderzoek niet laten we zeggen te promoten (of gebruiken), links te laten liggen, als jou dat zo uitkomt. En ik denk dat dit op íeder gebied zo werkt, in de commerciële sector, maar ook bij de overheid. En dat de lijn tussen neutraliteit en objectiviteit misschien niet altijd even duidelijk is.

Wantrouwen richting onze overheid is misschien op bepaalde vlakken logisch, maar ook gevaarlijk. Ik moet er niet aan denken dat we als land overgeleverd zijn aan alleen maar commerciële belangen. Iets met wij van WC eend…

Foto Pixabay

Een ander perspectief

Je raakt eraan gewend, aan een ander perspectief. Ik bekeek de wereld anders, de afgelopen maanden. Ik snuffelde aan een andere vorm van vrijheid. Ik vóelde mijn spieren (letterlijk vaak) en vond het heerlijk om ze te voelen (meestal dan). Ik keek vanaf grote hoogte, zonder neer te kijken op. En nu, nu moet ik weer opkijken tegen. En ik weet dat dit een golvende beweging is en zal blijven. Ik weet dat dit even tijdelijk is. Ik weet dat ik nu letterlijk even afstand moet nemen (en grotere afstanden af kan leggen), maar dat wil niet zeggen dat ik het leuk hoef te vinden toch?

Het zat er al een tijdje aan te komen, ik deed teveel. Mijn opbouwschema was er eentje van niet mauwen maar doen en daar heb ik echt al jaren ervaring mee. Geen goede trouwens, maar het voelde wél goed. Of dat is omdat het is wat mijn brein kent weet ik niet, kan maar zo. Mijn omgeving keek met samengeknepen billen toe. Ging ik niet te hard? Deed ik niet teveel? Tuurlijk wel. En uiteraard weet ik best wat ik doe, en niet goed doe. Maar ik moet altijd eerst zelf ervaren, voelen. Mij proberen tegen te houden is zinloos. Daar word ik alleen maar opstandig van. Dat weet ook iedereen om mij heen.

We gingen naar Frankrijk en ik genoot! Het gevoel van zand onder mijn wandelschoenen, het gekraak van dat zand was luid genoeg om dat van mijn knieën te overstemmen, kon ik nog even doen alsof er niets aan de hand was. Manlief vroeg regelmatig of we niet beter, of ik zelf zou aangeven wanneer, maar nee, ik kon, ik wilde, ik ging. Stapje voor stapje, zei ik, deed ik. Stapje voor stapje vooruit. Genieten, voelbaar genieten ook. Kan ik.

Ik had al een tijdje meer last van mijn knieën, maar dat was best logisch gezien dat niet bestaande schema van me dat ik toch wist te overschrijden. En die knieën voel ik mijn hele leven al, dat is niet echt alarmerend, voor mij. Dat mijn scheenbenen brandden was vervelender. En dat ze bleven branden, ook na het lopen, dat was irritant. Maandag had ik een afspraak bij mijn fysiotherapeut, ik ben nieuw voor hem, maar ik ben blijkbaar best makkelijk te lezen want hij had al vrij snel uitgevogeld hoe ik in elkaar steek. Waar ik last had van die schenen? Tja, waar niet. Overbelast, ja die had ik zelf ook al bedacht, iets met dat niet bestaande en toch overschreden schema. Ontstoken, met een beetje pech. De oplossing laat zich raden, rust. En dus is mijn perspectief veranderd, deels tenminste, want ik mag nog wel lopen, als ik maar ga voelen. En dat vind ik nog steeds lastig.

Dinsdag viel het kwartje pas echt. Ik liep het late middagrondje, een korte, want ver mag ik dus niet meer (al is ver ook een rekbaar begrip, want mijn ver is niet ver, voor de meeste mensen dan, ook kwestie van perspectief). Oortjes in, wandelmeditatie aan, loopt lekkerder. Affirmaties, ‘ik zorg goed voor mezelf’, au, letterlijk en figuurlijk. Eh nope. ‘Ik let op mijn grenzen’. Weer au, ook niet. ‘Ik geef mijn grenzen aan’. Weer een dikke nee, bij iedere stap zakte ik verder in elkaar. Het is niet nieuw voor me.

Wat wel nieuw is, is het besef. Als ik zo door ga verkloot ik het weer. Raak ik alles waar ik zo hard voor gewerkt heb weer kwijt.

Een ander perspectief. Groei gaat gepaard met vallen en opstaan. De laatste weken keek ik neer op mijn stoel, letterlijk. Ik keek ernaar en dacht dan ‘nope’, om hem het nakijken te geven. Gisteren bekeek ik hem anders, ik moest wel. Ik kan al mijn stukken van jaren geleden teruglezen, hoe de stoel mijn vrijheid betekende en ja, dat is zo, maar dat staan op mijn twee benen is zo fijn. Het letterlijk anders bekeken worden, in het park. Op ooghoogte staan, tijdens een gesprek. Wat meteen wil zeggen dat er nog veel moet veranderen, in onze samenleving. Iets waar ik probeerde mijn steentje aan bij te dragen. Zoals ik dat ook probeer te doen voor rollers die lopen. En toch ook weer rollen.

Dezelfde mens. Een ander perspectief.

Moed

De zon schijnt, eindelijk. Weken lang was het grijs, grijzer en nog grijzer. Ik liep mijn vaste rondjes in de mist, of miezerige regen, maar dat maakte niet uit. Als ik kan lopen, geniet ik, met meer dan volle teugen. Voor het eerst in jaren liet ik me niet naar beneden trekken door het grijs. In mijn hoofd bleef de zon gewoon schijnen. En nu schijnt hij ook weer in de echte wereld. 

Vorige week vertrokken we naar Normandië, op de vlucht voor het jaarlijkse gedoe dat oud en nieuw heet. Lewis is bang, en nee, ik hoef geen tips en trucks voor de omgang met vuurwerk, soms is het beter een Houdini te zijn. In Frankrijk doen ze niet aan deze (ver)knallende onzin. Het huisje waar we verbleven bood rust, veel rust, en ik vond het heerlijk! Geen stress, geen volle boodschappenkar, slechts een bus met mens en dier. Twee mensen en een dier, het derde mens bleef thuis bij de andere diertjes. Oppasservice.

Mijn leven bestaat momenteel vooral uit trainen, door anderen gezien als de wandelende tak. Dit wordt in mijn hoofd aangevuld door een woord dat ik onderdruk, omdat het me niet past. Ik die wandelt dus. Stap voor stap. Opnieuw en opnieuw. In mijn hoofd continu dezelfde affirmatie herhalend, mijn lichaam is sterk en gezond. Onderdeel van een vaste routine. Dat ben ik trouwens, als ik iets doe, doe ik het met volle overgave. Ik ben sterk en gezond. Iedere stap opnieuw.

Het kost moed om je leven te veranderen. Het kost moed om de eerste stap te zetten. Het kost moed om je overtuigingen onder de loep te nemen en te besluiten dat je het anders wilt.

Sommige mensen om mij heen lijken te vergeten waar ik vandaan kom, en dat kan echt heel snel gaan. Lijken te vergeten dat ik als geen ander weet hoe het voelt om pijnpatiënt te zijn, alsof de realiteit dat punt al heeft ingehaald. Verander je mindset en je verandert je leven, het is echt zo, maar het is ook vaak tegen dovemansoren gezegd. En ik begrijp het, want ik was daar ook, ooit. Dus hoe help je anderen zonder je vermogen te luisteren te verliezen? Door afstand te nemen van het altijd maar anderen willen helpen. Want je kunt niet iedereen helpen. Ieder loopt zijn eigen pad.

Ik dwaal af, weer. Deze wandelende tak heeft mooie wandelingen mogen maken de afgelopen dagen. Paden die jaren onbegaanbaar waren lagen open voor mij. Groot, groter, grootst. Genieten, met meer dan volle teugen, van iedere stap die ik mocht en nog mag gaan zetten. Met het risico in herhaling te vallen, dankbaar! 

En in mijn hoofd herhalen zich diezelfde woorden, iedere stap opnieuw. Ik ben sterk en gezond. 

Bij sommige mensen gebeurt het in het moment, de verandering en bij anderen kost het tijd. Het maakt niet uit, iedere stap is er eentje en al die stappen samen rijgen zich aaneen tot een heuse wandeling. Op het pad van het leven (zie, ik klink al als een goeroe). 

Het kost moed, om die eerste stap te zetten. Het kost moed om de verandering in te zetten.

Maar, man, wat is dit pad de moeite waard!

Bijna nieuwjaar…

Tijd voor een terugblik, naar een jaar waarin het onmogelijke mogelijk bleek. Een jaar waarin ik de sleutel vond naar een vorm van, ja wat, herstel? Ik weet niet of dat het juiste woord is eigenlijk. Dok zei het treffend, laatst. Hij zei dat mijn lijf nog even, of misschien iets minder dan even, brak is, nog even uitdagend is, dat is een beter woord. Wat is veranderd, is mijn omgang met dat lijf. Het is mijn hoofd dat is veranderd, en dat heeft iets in werking gezet in mijn lijf.

En laten we de hormoontekorten die mijn lijf, met dank aan de overgang, doormaakte niet vergeten, want ook de impact daarvan bleek levensveranderend, voor mij. Achteraf gezien had ik het kunnen weten. Moeten weten misschien zelfs, maar zo werkt dat met dat achteraf, je weet het niet tijdens. Mijn hormonen gaan al heel mijn leven met me op de loop. Tijdens mijn zwangerschap had ik het er lastig mee, en na de bevalling bleken de veranderingen in mijn hormoonspiegel ook niet echt top te zijn, voor mij. Ook de verschillende pillen en spiraaltjes waren van grote invloed op mijn systeem. Dus ik had het kunnen weten. Maar ik wist het niet, niet bewust, want dan was ik tien jaar eerder al wel gestart met HST. Dan had ik gevochten voor die hormonen, en daarmee voor mijn leven, want echt, het doet zo ontzettend veel voor mij!

Ik schreef ooit dat ik het gevoel had dat mijn leven gepauzeerd was, zo voelde het. En nu, dít jaar, werd de ‘spelen’ knop weer ingedrukt. Mocht ik weer, gáán!

En terwijl ik dit schrijf schieten de gedachten weer door mijn hoofd. Die van het verkeerd begrepen worden, want dat ik ga, alsof ik geen grenzen meer heb, dat lijkt misschien zo. Voor mensen die mijn leven niet leven. Die niet dichtbij mij, in dit leven, leven. Voor hen die slechts stukjes ervan zien, lezen, horen. En dat vind ik zo ontzettend spannend. Dat ik moet vertrouwen op het feit dat mensen geen conclusies trekken op basis van minuten, meters, gemaakt in euforie en enthousiasme. Als je slechts afgaat op de brede glimlach op mijn gezicht, die zo graag waar maakt wat soms nog niet helemaal is, maar wel zo ontzettend gewenst is. En voelt, steeds vaker. Maar er zijn ook nog maren. Nóg wel.

Ik laat het los. Maak me los. Van de maren.

Het afgelopen jaar was levensveranderend. Voor mij. Ik ben dankbaar. Zo ontzettend, ongelooflijk dankbaar. Ik had dit nooit durven hopen, durven dromen. De stappen die ik zet, op mijn eigen benen, ze worden steeds zekerder. Ík word steeds zekerder. Durf eindelijk te vertrouwen op mijzelf. In meer opzichten dan slechts die benen trouwens.

Dit was een jaar van leren. Van proberen. Van leren weer te proberen. Van leren vertrouwen. Een wankel evenwicht, in het begin. Een voorzichtige balans, nu richting het einde van het jaar.

En nu ga ik op weg naar een nog mooier jaar. Ik ga op weg naar nog meer vertrouwen. Naar meer dromen, naar meer geloven. En naar dromen uit laten komen, want het kan, dat weet ik zeker!

De kerstgedachte

Daar liggen we dan, kerstavond 2024. Radio aan, top vierduizend net afgelopen. Queen op één, uiteraard, niet echt een verrassing, denk ik. Morgen schakelen we naar radio twee, nu luister ik naar het eerste kerstliedje van de afgelopen weken. Ik heb alle kerststations ontweken, heb een uurtje naar Sky geluisterd om een poging te doen een trip te winnen naar mijn all time favoriete magische park, Disney, maar zelfs een vooruitzicht op een mogelijke reis naar Parijs maakte de gruwelen van het luisteren naar kersthit na kersthit niet ongedaan. Ik kan ze pas aanhoren als de kerst gearriveerd is. Als ik Rudolf aan zie komen met zijn lichtende rode neus. Als ik de elfen hoor, gevolgd door de diepe stem van de kerstman.

Ho, Ho, Ho.

Ooit had Kerst zin, hoop ik. Nu niet meer. Overgenomen door commerciële doeleinden. Ieder jaar wordt de gekte groter, meer ornamenten, meer bling. En hoe groter het aanbod, hoe groter míjn weerzin. Ik ben helemaal voor regenbogen en unicorns, en alles daartussenin, maar niet in de boom. Weet je hoe groot de belasting op ons milieu is van al die China shit.

Mooie gedekte tafels, vol voedsel, waarvan zoveel wordt weggegooid, terwijl zoveel andere mensen nog geen brood kunnen betalen. Chips, nu klink ik als mijn moeder, vroeger. De kindjes in Afrika, toen. Dichterbij, nu. Cadeautjes, na black friday is dit de volgende kans de zooi te slijten. Gelukkig ben ik daar niet gevoelig meer voor, alhoewel, dat prachtige paar laarzen dat steeds omhoog komt ik mijn feed… Nee, hakken, kan ik toch niet aan, weg. Ik.ben.niet.gevoelig. Meer. Ook niet voor glitter jurkjes en mooie jassen. Oops, toch een beetje. Maar niks gekocht. Dit jaar.

Ooit had kerst zin. Hoop ik. Ooit had de kerstgedachte zin. Ooit was er hoop. Nu schieten ze elkaar overhoop. Was geloof ik in de jaren tachtig ook al, toen hielden ze een kersterige pauze. Alsof dat helpt. Als je twee dagen later weer los gaat. Vrede op aarde, tuurlijk. Ben ik wat cynisch? Misschien, dat krijg je van de nieuwsberichten. Normaal vermijd ik het nieuws, maar tussen die top zoveel door komt het voorbij. Geen ontkomen aan.

Dus, daar liggen we dan, kerstavond 2024. Klaar voor een kerstfilm, Die hard? Past wel, maar nee, ik sla over. Nu op de radio dan, Mariah Carrey. All I want for Christmas… vrede op aarde? Of is dat te groot? Ben ik te idealistisch. Als we het nu echt allemaal wensen, zou het dan?

Ik wens jullie in ieder geval wel het allerbeste, vanuit mijn hart. Goede gezondheid, mooie gesprekken. Veel liefde.

Fijne dagen iedereen!

A christmas miracle?

Gisteren kreeg ik een appje van een vriendin, zij kreeg weer een appje van een buurvrouw, of die vrouw aan het eind van de straat, die met die labrador, weer liep? Die vrouw was ik dus, niet die buurvrouw, maar die eerst rollende en nu lopende. Ik ben een parttime lopende, trouwens, wat anderen niet weten, weet ik wel. Wil ik niet weten trouwens, want ik doe heel hard mijn best om dat te vergeten. Niet in mijn bewustzijn, niet in mijn leven. Denk ik. Hoop ik. Ik grapte terug dat het een wonder was, waarop mijn vriendin weer grapte dat het een christmas miracle was. Ja, Tiny Tim, dat is het!

Mijn rolstoel staat in de schuur. Ook buiten dat bewustzijn. Als ik hem niet zie, hoef ik er ook niet in te zitten. Dat werk. Maf, hoe dat werkt. Ooit bevond ik mij op een lijn, zo’n parabool zeg maar, lopen ging minder goed en ik ging soort van verlangen naar de stoel. Dan kon ik weer naar buiten. Ik wende langzaam aan het idee mijn dagen in de stoel te slijten. Omarmde de stoel, zag mogelijkheden, maakte die eigen. Op het ‘hoogtepunt’ in deze werd ik een roller. Ok, ik liep gelukkig in huis nog wel, maar mijn benen verloren hun kracht. Merkbaar. Zichtbaar ook. Ik kon niet meer dansen, zelfs geen vijf minuten meer gek doen, op dagen. Veel dagen. Ik accepteerde dat verlies, uiteindelijk. En toen kwam de ommekeer.

Na jaren van rust, na jaren van herstellen, na de acceptatie van alle achteruitgang, kwam het moment dat ik weer kon klimmen. De weg was zwaar, maak je geen illusies. Ik moest diep gaan, dieper dan heel veel mensen gemerkt hebben. Het masker van de lach deed zijn werk, maar de lichtjes ontbraken, vaak. Ik bleef denken in mogelijkheden, waarschijnlijk vooral omdat ik gewoon stronteigenwijs ben, soms is dat een voordeel. Maar ik weet dat ik het best zwaar heb gehad, die afgelopen jaren. En nu ben ik terug, op de weg terug. Het voelt zo ontzettend groot, soms té groot, om onder woorden te brengen. Het gevoel van herwonnen vrijheid, van het staan op die twee benen. Weer leunen op mezelf, mijn lijf weer leren vertrouwen. Het is zo ontzettend fijn, ik voel me zo ontzettend vrij!

En tegelijk beperkt het me, vliegt het me soms aan. Want nu ik weer geroken heb aan die vrijheid, wil ik meer! En dat is mijn grootste valkuil. Want als ik ga, dan ga ik ook. De wil is sterk, dat merkten mijn ouders al toen ik nog een peuter was. Volgens mijn human design behoor ik tot die mensen die zich letterlijk het graf in vechten als ze ergens in geloven. En ik geloof hierin. Maar wil dat graf nog even leeg laten. Ik wil genieten van die herwonnen vrijheid, zonder mitsen en maren. Maar, die maar is er nog wel en die vóel ik ook. Ik wíl hem niet voelen trouwens, maar gezondheid manifesteren is echt niet zo makkelijk als de duurbetaalde goeroe’s je willen laten geloven.

Ik loop inmiddels dagelijks mijn rondje door de wijk. Ik heb een aantal demonen in de vorm van beperkende overtuigingen overwonnen. Ik vind de reacties spannend, bang voor consequenties die buiten mijn controle liggen. Ik heb mijn verhaal open, kwetsbaar en eerlijk verteld, en voor de rest vertrouw ik maar op het universum, dat het beste met ons voorheeft. Ik ben ultiem dankbaar, dat de kracht in mijn lijf langzaam maar zeker terugkomt. Geen zorgen, er zijn nog zat hordes te overwinnen, dus dat graf hoop ik echt nog wel even op afstand te houden. Mijn stoel staat in de schuur, zolang ik hier in de buurt wandel, mag hij daar blijven, voor rondes groter dan het rondje met het hondje heb ik hem nog steeds nodig.

Het is raar, want daar wilde ik dus heen eigenlijk, waar die lijn met rolstoel eerst omhoog ging, met dat zittende hoogtepunt (niet te verwarren met een andere variant), gaat de lijn nu de andere kant op. En gaan de gevoelens gek genoeg ook de andere kant op. Ook een soort acceptatieproces.

Eigenlijk is het hele leven gewoon één groot acceptatieproces. Hoe zeggen ze dat ook alweer, surfen op de golven van het leven. Ik surf, ik durf, want ook surfen, is voor een heel groot deel durven…

Vuurwerk

Ik neem het me steeds opnieuw voor, me niet meer druk maken over dingen in de wereld. Over dingen waar ik geen invloed op heb. Me niet meer op laten naaien door reacties, ze zelfs niet lezen, maar helaas, net ging dat hele voornemen weer de prullenbak in. Gelukkig is het bijna nieuwjaar, kan ik het me opnieuw voornemen. Onderwerp van mijn hoge irritatiefactor laat zich raden, vuurwerk. En dan met name de onbenullige en compleet onzinnige reacties van mijn medemens (vooral die uit mijn leeftijdscategorie, voornamelijk van het mannelijke geslacht).

Het bericht ging over dieren die bang zijn voor vuurwerk, over vuurwerkvrije vakantieparken die al een jaar vóór datum volgeboekt zijn. Er komen steeds meer mensen uit voor hun ergernis aan deze traditie, maar ook voor het feit dat hun huisdier geen fan is. Mijn huisdier is ook geen fan. Ik ook niet trouwens, maar Lewis is bang. Blaft aan een stuk door en ligt onder de tafel te bibberen. Ook bij onweer trouwens. Feest hier in huis, in de nachten voor oud en nieuw, die steeds eerder lijken te beginnen en waarvan de ellende alleen maar groter wordt bij het steeds zwaardere vuurwerk in handen van, zo lijkt het, maar dat kan ook aan mij liggen, steeds jongere kinderen. Een puber kan het gevaar niet inschatten, dát kun je hen niet eens aanrekenen, het zijn de ouders die hun verstand moeten zijn. Of zouden moeten zijn. Maar ja, er zijn nogal wat ouders die zelf veranderen in complete randdebielen als het aankomt op het spelen met vuur.

Het is bijna een persoonlijke aanval, als je aan deze traditie dreigt te komen. Waarom zouden we ons druk maken om de hoeveelheid zware metalen die we de lucht in knallen? Alles voor ons eigen plezier toch? Waarom zouden we ons druk maken om de dieren die vreedzaam hun leven leiden (op deze dagen lijden) in onze natuur, die dagen later nog compleet van slag zijn, door ons vertier? Waarom zouden we ons druk maken om de paarden, koeien, schapen, huisdieren, die uit angst niet eens meer naar buiten durven om zich te ontlasten, omdat wíj het zo leuk vinden, die traditie.

Dat onze huisdieren ‘onnodig’ bang zijn is onze eigen schuld toch? Moeten we ze maar beter opvoeden. Want dat is met die menselijke varianten zo goed gelukt?

Weer zoeken we de schuld buiten onszelf. Weer maken we van wat inmiddels echt wel gezien kan worden als een probleem, geen probleem. Doorgeslagen gekte, zoals steeds meer in deze wereld als doorgeslagen gekte gezien kan worden. Ik word serieus zwaar geïrriteerd door de onzinnige en onbenullige reacties op deze berichten, reacties die vooral bedoeld zijn om zichzelf te verdedigen. Je zou jezelf maar niet het nieuwe jaar in mogen knallen. Dat zou toch een drama zijn. Je zou ze bijna zelf een huisdier toewensen met angst, zodat ze zien wat het doet. Maar dat wens ik geen dier toe…