(H)ellebogen

Op vakantie heb ik een autodeur tegen mijn elleboog gekregen. Ik gooide de deur dicht maar vergat dat mijn arm nog niet volledig buitenboord was. Domme actie (heb er patent op), maar het is niet anders.

Op vakantie heeft mijn vriendin hem getaped (handig je eigen persoonlijke tape expert mee), maar over ging het niet.
Na de week of zes toch maar eens naar dok. Mijn ‘eigen’ was er niet dus naar de inzittende. Tennisarm was de diagnose. Nu ben ik aardig bekend met peesontstekingen (meestal zijn ze behoorlijk hardnekkig bij mij) dus rustig aan. Maar hoe doe je rustig aan met je arm als je ligt en verder alleen met je armen iets doet? Mijn telefoon vasthouden maakt het niet beter (houder ook niet, al geprobeerd) en ik schrijf in rap tempo voor al mijn verschillende blog pagina’s. Én ik bewerk mijn foto’s zo. Dat gaat toch niet?

Ik heb geprobeerd me in te houden, maar echt beter werd het niet. Sterker nog, de klachten verergerden. Nu heb ik andere plaatsen die meer pijn doen, maar irritant is het wel. Wederom naar dok, er klopt iets niet en ik wil gewoon weten wat het is. Aangezien mijn vingers en handen inmiddels ook klachten vertonen (uitval en tintelingen) vermoed hij een zenuwprobleem, niets aan te doen.
Ik ben niet iemand die zich neer kan leggen bij vermoedelijke diagnose, ik wil weten. Dok weet dat en snapt dat, ik mocht dus een echo laten maken en dat gebeurde vandaag (eh vrijdag als je dit leest).

De zenuwen zijn zichtbaar verdikt, dus dat bevestigd de diagnose. De rechterarm kliert inmiddels flink mee en toen ze ter vergelijk die ook onderzochten bleek ook daar de zenuw verdikt. Wel minder, maar toch duidelijk zichtbaar.

Opereren is geen optie (teveel negatieve ervaringen mee), dus weer een check op de ‘mee leren leven’ lijst. Een lange lijst inmiddels, maar ik weet wat het is, dat helpt. Waarschijnlijk komt er teveel druk op mijn ellebogen bij het liggen, daar moet ik dus iets op gaan verzinnen voor ik straks echt niets meer kan. Weer aanpassen en weer door, the story of my life…

Kwestie van mentaliteit

Steeds vaker erger ik me eraan, de mentaliteit van mensen tegenwoordig. Een paar voorbeelden van deze week…

Op Facebook lees ik een bericht van de politie; de tarieven van de bekeuringen zijn bekend. In de reacties een hele lading commentaar op de hoogte hiervan. Ik begrijp dit niet, het is namelijk niet zo heel ingewikkeld. Hou je aan de regels en je krijgt geen bekeuring. Als ik dat zeg ben ik het watje, het braafste meisje van de klas (ach, dat was ik ook). Maar de regels zijn er niet voor niets. Ze zijn er voor houvast, voor orde in de anders wordende chaos.

Een boete voor te hard rijden, eigen schuld. Je weet hoe hard je mag, je rijdt zelf harder. Mensen gaan dan ook nog eens schreeuwen dat het flauw is van de politie, dat het makkelijk geld binnenharken is. Feit blijft dat je wéét wat de consequenties kunnen zijn. Gewoon niet doen, wordt de wereld een stukje veiliger van en het scheelt jezelf een boel geld. Het is een kwestie van mentaliteit.

Drempels

Verkeersdrempels, ook zoiets, onze wijken liggen er vol mee, variërend van de letterlijke bult in de weg drempels tot wegversmallingen. Als je het mij vraagt maken deze drempels onze wegen niet veiliger. Mensen hebben haast en zijn geïrriteerd, rijden juist harder tussen de drempels. Fietsers kunnen geen kant meer op bij de versmallingen, ik hou mijn hart vast. Ook hier geldt het, kwestie van mentaliteit. Het is ikke, ikke, ikke. Ik heb haast, ik wil eerst. Het meest valt het me op bij de straten waar mensen van die poppen neerzetten dat ze op moeten letten op spelende kinderen. Dezelfde mensen racen met hun kind veilig op de achterbank door dezelfde straat of over de weg bij het schoolplein. Ikke, ikke en nog eens ikke. Geen rekening houden met een ander dan jezelf. Waarom is een bordje ’30’ niet genoeg, waarom moeten er dan drempels, omdat de weg zo vraagt om harder rijden? Je hebt toch hersens, kunt toch het bord lezen?

Milieu

Volgende voorbeeld; de plastic soep in de oceaan. Er is een fantastisch nieuw initiatief om te voorkomen dat het in zee terecht komt. Maar eigenlijk is het toch te zot voor woorden dat mensen te lamlendig zijn om hun eigen zooi op te ruimen? Ik heb als kind geleerd dingen in de prullenbak te gooien, is er geen, dan stop ik het in mijn zak en gooi ik het thuis weg. Het is bij mij zelfs zo erg dat ik op een festival mijn bekertje niet op de grond kan gooien. Blokkeert gewoon, kan ik niet, voelt niet goed.

Lokaal

Wij hebben een hier een ook zo’n mooi initiatief, ‘Go clean’, mensen die door het dorp gaan en het vuil van een ander opruimen. Ik juich ze toe, met heel mijn hart, maar kom op, het zou niet nodig moeten zijn. We mogen leven op een prachtige planeet en we verknoeien het, door onnadenkendheid, door egoïsme, door luiheid en door een gebrek aan mentaliteit. Er moet een ommekeer komen in hoe we omgaan met onze planeet en met elkaar.

En ik?

Ben ik perfect? Vast niet, zeker niet, maar ik ben me er wel van bewust en ik hou mezelf daarmee meer in acht. Het begint namelijk bij jezelf, ik wil een betere wereld voor de volgende generatie, jij ook?

Dag van de mantelzorg

Er zijn inmiddels veel dagen van het één of ander in leven geroepen. Vandaag een vind ik toch wel belangrijke, ‘de dag van de mantelzorg’. Niet belangrijk in het kader van de commercie (zoals momenteel veel dagen), nee in het kader van even stilstaan bij…

Mantelzorger, iets waar ontzettend veel mensen mee in aanraking komen. Het bekendst zijn denk ik mensen die mantelzorger zijn voor een dementerende ouder, een ouder iemand die zorg nodig heeft of een kind met een beperking. Nooit had ik gedacht een jonger iemand te worden die mantelzorg nodig heeft. Mantelzorg klinkt heftig, klinkt afhankelijk van, klinkt niet alsof dat ik nodig heb en toch is de realiteit anders.

Ik heb meerdere mantelzorgers; mijn man en zoon kunnen het niet alleen af (ik ben ook nogal veeleisend ;-)). Nee, manlief heeft zijn werk en is daarmee zo’n 50.uur per week van huis. Daarnaast draait hij het grootste deel van het huishouden (maakt dat ik mij weleens schuldig voel als de simpelste dingen weer niet lukken), best druk dus. Wist je dat dat ook onder mantelzorg valt?

Zoonlief moet ook helpen, af en toe even stofzuigen, keer de droger aanzetten, de afwasmachine, een boodschap doen, de hond uitlaten. Het lijken normale klusjes, maar het wordt echt een ander verhaal als het ‘moet’ omdat moeders de kneus het niet kan. Nog lastiger is het voor hem (én ons) dat hij zelf ook de nodige fysieke ongemakken heeft.

Beide mannen zijn echter niet altijd thuis en ik ben dan wel geen 24-uurs zorg benodigd hulpeloos vogeltje, mijn vleugeltjes zijn toch vaak behoorlijk lamgeslagen. Daar komen mijn lieve ouders om de hoek kijken. Mijn vader die trouw tussen de middag met de hond loopt (omdat dit zeer eigenzinnige beessie punt één, niet met zoonlief mee wil, althans niet verder dan de hoek van de straat en dat is niet ver genoeg voor deze luiaard (tja, gaat steeds meer op ‘t vrouwtje lijjken)) en punt twee het hem zelf vaak niet lukt door overknikkende knieën en een luxerende schouder. Daarnaast is mijn vader mijn steun en toeverlaat bij mijn ziekenhuisbezoekjes; vanmiddag staat er weer eentje op het programma.

Moeders fietst aardig wat op en neer, pendelt heen en weer tussen de zorg behoevende kneus (even een vergeten boodschap doen, even helpen met het grotere schoonmaakwerk, een ovenschotel op een slechte dag) en oppaswerkzaamheden bij het andere kind en de kids. Ook druk hier dus.

Ik ben een gezegend mens met deze groep persoonlijke zorgverleners om mij heen. Er is eigenlijk altijd wel iemand aanwezig om mij te ondersteunen en anders kan ik ook nog terecht bij mijn vriendinnen. Toch vind ik het lastig, ik ben dankbaar, echt! Maar het is eigenlijk van de zotte dat ik mijn ouders moet ‘lastigvallen’ met huishoudelijke taken die ik gewoon niet uit kan voeren en waar manlief echt geen tijd voor heeft.

Onze zorgmaatschappij verandert in hard tempo. Wij liggen, zitten, lopen in de weg , zijn kosten verslinders en de mensen die zo hard werken voor hun centjes vinden het steeds minder nodig dat er voor ons gezorgd wordt. We kosten teveel en leveren te weinig; de bijwerking van het marktgerichte beleid waar veel Nederlanders voor kiezen.

Daarom ben ik blij met deze dag, een dag om even extra aandacht te geven aan de mensen die er alijd voor ons zijn. Die daar niet voor betaald krijgen, die dat doen met liefde. Mantelzorg wordt onderschat, niet door diegene die het nodig heeft, niet door de mantelzorgers zelf, maar wel door de rest van de maatschappij. Ik kan ze in ieder geval niet missen, dus bij deze een groot dank-je-wel voor mijn toppers!

​Het hooi en de vork

Nee ik werk niet op een boerderij (al zou ik willen dat ik het kon, lekker buiten met beestjes werken), maar ik ben wel van het type dat nogal eens teveel hooi op haar te kleine vork neemt. 

Het is weer eens zover, ik loop met kop en kont tegen de glazen wand, de grens was al bereikt, maar ik voel me als Rupsje Nooit genoeg, IK.WIL.MEER

Van het weekend heb ik de dochter van mijn vriendin gefotografeerd, ik doe graag mee met de thuisopdracht van ‘Het perfecte plaatje’. Ik moest aan de bak met een kunstzinnig portret, zo leuk! Alle fotomeuk in de bus geladen en hun huis omgebouwd tot studio. Ik genoot (en mijn kleine modelletje ook), heb (vind ik) prachtige foto’s gemaakt en dan kriebelt het weer!

Bewerken doe ik tegenwoordig op mijn telefoon, dan kan het namelijk liggend. Druk daarmee dus én met nieuwe ideeën, ik pluk verdorde blaadjes uit de tuin en leef me uit. Probleem is wederom dat ik te weinig tijd heb, te weinig effectieve tijd. Ik moet (eh wil) mijn hobbyhok opruimen want ik zie tussen de zooi mijn plotter niet meer. Ik wil mijn kneuzenlijn uitbreiden, ik heb ideeën voor nieuwe kaarten én ik heb er weer een pagina bij om voor te bloggen (eentje met heel veel volgers!).

Ik heb foto’s te bewerken, ik wil schrijven, ik heb teveel ideeën en veel te weinig tijd. Ik heb veel hooi en ik heb een te kleine vork. Enig idee hoe vreselijk frustrerend dat is? En het ergste is dat die frustratie compleet zinloos is en ook nog weer energie kost die ik al niet heb!

Ik wil een grotere vork, ik denk dat dat dan meteen mijn volgende shirt wordt, een tekening van een mega hooivork met de tekst ‘vork gezocht voor teveel hooi’. Ik ben een zak hooi, ik moet mezelf leren beheersen. Maar hoe doe je dat als je zoveel wilt en zoveel niet kunt?

Eindigend met een positieve noot; deze foto is het geworden en dit pruts ik met de dorre roos… oh en de eerste foto wordt ondersteund door deze tekst…

één klein moment
bevroren in tijd

met het oog op de toekomst
van verleden geen spijt

op dit ene moment
leg ik jou vast, ‘t beeld verstild

met de hoop dat jouw leven
alles brengt wat jij wilt

Aanstelleritus

Het is zo’n dag, gister te lang op, vandaag is dus prut. Met een mist waar ik niet doorheen lijk te kunnen prikken probeer ik dan maar een beetje tv te kijken, heb zat in te halen. Op het programma staat nu ‘het roer om’, altijd leuk, mensen die hun droom waar maken of het in ieder geval proberen.

Ik heb onwijs veel respect voor de man van deze aflevering. Na een motorongeluk met heel veel breuken, pinnen en letsel heeft hij opnieuw leren lopen en gaat hij nu voor zijn droom. Hij heeft pijn, maar zet door, een topper!

En dan komt in mijn hoofd weer dat stemmetje boven, dat stemmetje dat vraagt of ik me niet aanstel, of ik niet overdrijf. Of ik niet toch weer moet proberen, iets meer moet geven. En ik weet best dat het met mijn aandoening anders werkt. Ik moet mezelf niet vergelijken met een ander, zelfs niet met een lotgenoot omdat EDS zich bij iedereen anders manifesteert. En toch lijken mijn hersenen dit anders te interpreteren, ze blijven me pesten met zulke vragen.

Waarom is dat toch, waarom kan ik me mentaal zo slecht neerleggen bij iets dat ik gevoelsmatig toch al geaccepteerd heb? Waarom dat vergelijken? Ik denk dat het er hier in onze samenleving ingebakken zit. Als een ander het kan, kun jij het ook. Maar het is appels en peren, het is niet zo simpel. Hoe vaak ik niet gehoord heb ‘ik heb artrose, je moet gewoon bewegen’ of ‘van liggen wordt je niet beter, rust roest’. Ja, het zal en toch kán ik niet anders. Mijn lijf heeft het wél nodig (hoor je me mezelf overtuigen) en geloof me dat vind ik erg moeilijk

Het blijft lastig, het went nooit. Het scheelt dat zelfs de held van het roer het moeilijk heeft en tijdelijk af moet haken vanwege pijn en stijfheid. Ook hij blijkt een mens en moet luisteren naar zijn lichaam. Ik moet dat ook, mijn lijf schreeuwt maar mijn hoofd schreeuwt harder. Jaren heb ik mijn lijf genegeerd, ik luister steeds vaker. Ik leer nee zeggen, leer beter plannen, leer rekening houden met. En af en toe luister ik naar mijn overschreeuwende hoofd. Soms moet dat, soms moet je even iets doen om mentaal gezond te blijven, soms zijn grenzen er om ze te overschrijden. 

Ik kan in elk geval.concluderen dat ik niet lijdt aan aanstelleritus. Ik kan concluderen dat ik het goed doe te luisteren en toe te geven aan de grillen van mijn lijf. En mijn hoofd, past zich steeds een beetje beter aan.

Ambitie

Wie had vijfentwintig jaar gedacht dat mijn leven er zo anders uit zou komen te zien. Ik was ambitieus en voorzag een mooie carrière voor mezelf. Ik heb veel opleidingen gedaan, een lading ervaring opgedaan, nooit rekening houdend met mijn fysiek zwakke gestel. Had ik kunnen voorzien dat mijn bed mijn basis zou worden? 

De echte problemen begonnen al in de pubertijd; enkels, knieën, polsen en onderrug. Chronische peesproblemen wisselden elkaar af, evenals orthopeden. Nooit heb ik gedacht dat dit een serieus probleem zou opleveren. Ook niet na mijn tweede WAO (af)keuring. Ik bleef vechten voor een carrière, bleef omscholen en bijscholen.

Op vakantiefoto’s zie je mij al jong met braces, knietjes in de steigers en polsen met versteviging. Ik hield van wandelen, maar berg af kon ik op mijn 25-ste al niet meer. Geen probleem, dan lopen we wel berg op, doen wat je wél kunt leerde ik al vroeg. Denken in mogelijkheden, niet in problemen. 

Helaas stapelden die problemen zich wel op, de schouders wilden er letterlijk niet meer onder, ze bleken te zwak, fysiek in elk geval. Al voor mijn dertigste bleek rechts slijtage te vertonen, met meer en meer sub-luxaties en peesontstekingen als gevolg. Computerwerk werd lastig, geen handig gevolg voor een vormgever. Daarna gooiden de handen ook de handdoek in de ring, jammer als fotograaf. Het niet kunnen zitten gaf de doodsteek aan mijn werkende leven. 

Toch blijf ik denken in mogelijkheden, mijn hoofd draait door en daaruit komen ideeën. Het zijn er alleen zoveel… Ik heb moeite met de uitwerking, het is één grote chaos en daarin probeer ik een weg te vinden. Ik probeer kansen te creëren, ik schrijf nog steeds naar alles en iedereen die ik kan bedenken om aandacht te genereren voor EDS en ik probeer mensen bewust te maken van het feit dat een beperking je niet minder mens maakt. Ik probeer op mijn manier het verschil te maken. 

Ik ben nog steeds ambitieus, ik doe wat ik kan met mijn eigen mogelijkheden. Ik heb inmiddels wat dingetjes lopen, ik mag misschien blogger worden voor een groot platform, ik ben dan wel niet langer werkend, maar dat wil niet zeggen dat ik geen prestatie drang meer heb. Ik wil mijn steentje bijdragen, ik wil ook meetellen en ik wil naam maken. Ik ben en blijf een ambitieuze kneus 😉!

#metoo

Heel veel mensen hebben onder #metoo de wereld laten weten dat ze op de een of andere manier te maken hebben gehad met ongewenste intimiteiten. Het is niet ok, mensen (mannen én vrouwen) horen hun handen thuis te houden. Ik denk dat het vaker voorkomt dan je denkt en ik weet ook hoe dun het lijntje is. Het is hoe dan ook een probleem en het verdient een oplossing.

#metoo, ja, ook ik heb helaas ervaring hiermee. Geen namen, dat vind ik niet nodig. Laten we het erop houden dat er sprake was van een vorm van machtsmisbruik, al was het waarschijnlijk niet eens zo bedoeld. 

Ik geef een paar ‘onschuldige’ voorbeelden. Als jonge en onzekere vrouw is het lastig nee zeggen als iemand van hogere rang meer van je wil dan alleen maar werk. Zeker als diegene na meerdere duidelijke afwijzingen aan blijft dringen. Je vraagt je af of het je je baan gaat kosten, je voelt je niet veilig meer op de werkvloer, het is gewoon vervelend. En het is niet eerlijk, je voelt altijd een innerlijke strijd, waar kan ik heen, zullen ze me wel geloven en overdrijf ik niet? 

Ander voorbeeld, je loopt in de stad en krijgt een tik op je billen, of wordt ongevraagd bij je achterwerk gepakt, het lijkt onschuldig, maar je voelt je op z’n minst ongemakkelijk. Een collega maakt opmerkingen over je figuur, is dit ok of gaat het te ver? Ik denk dat het afhangt van de situatie, van de een kun je nu eenmaal meer hebben dan van de ander. Bij de ene collega weet je dat het kan, bij de andere krijg je een vervelend gevoel. 

Ik begrijp best dat dit lastig is, verwarrend ook. Hoe weet je bij wie je wat kunt zeggen? Het is een gevoel en niet iedereen weet feilloos op te pikken hoe ver je kunt gaan. Sommige mensen missen die antenne. Ook op scholen is dit lastig, ik had meiden in mijn klas die serieus hun knoopjes van hun bloesje ietsje verder open knoopten als ze iets nodig hadden van de leraar (niet dat daar nu veel te zien was, maar toch). Dit soort dingen kwam echt niet in mij op (had daar ook niet bepaald het figuur voor vroeger), later wel, ik moet eerlijk bekennen dat ook ik best eens mijn charmes in de strijd gooide als ik iets nodig had van een mannelijke collega. 

Waar ligt de grens? Ik denk dat we allemaal gebruik maken van onze charmes en ja, als je er goed uit ziet is dat iets makkelijker. Toch heeft dat ook een keerzijde, je loopt ook meer risico dat mensen je verkeerd begrijpen of dat iemand meer van je wil dan dat jij wilt geven. En dan is daar het meest krachtige woord dat we kennen, een woord dat de daad (of dat nu de hand op je achterwerk of iets anders is) in één enkel ogenblik moet stoppen; nee.

En dat is waar we in de opvoeding meer aandacht aan moeten besteden. Bij jongens én bij meisjes, nee is nee. Wanneer het gezegd wordt maakt niet uit, nee is een grens aangeven. We moeten ze leren dat je je grens mág aangeven en we moeten ze leren de grenzen van een ander te accepteren. Gaat iemand te ver, dan zeg je nee. Voelt iemand de grens niet aan, dan zeg je nee. En je luistert naar de grens van die ander. 

We leven in een maatschappij waarin alles maar moet kunnen, waar we constant geconfronteerd worden met onze mogelijkheden. Maar het wordt tijd dat we ook gaan letten op onmogelijkheden, rekening houden met de ander. Laten we dat onze kinderen bijbrengen, laten we ze laten opgroeien met beide kanten van het leven. 

#metoo, het heeft mij sterker gemaakt, een zeer wijze les geleerd. Maar het heeft me ook veel onzekerheid gekost, ik heb getwijfeld over mezelf, maar ik was geen schuldige, het is me overkomen. Het heeft me mijn onbevangenheid ontnomen, het maakt je anders in je omgang met mensen en dat is jammer. Het moet veranderen, dat is zeker, dus deel je verhaal en laat de wereld weten dat het vaker voorkomt dan je denkt.

Langs de zijlijn

Leven met een uitkering, veel mensen hebben er een mening over. Het is ook een groot punt van (ver)oordeling, lees maar eens de reakties op veel berichten, de ‘uitkeringstrekkers’ zijn lui en willen een makkelijk leventje op kosten van de werkende bevolking. Ik schets hierbij maar eens even een realistisch beeld van één van deze uitkeringstrekkers, van mij…

Drie jaar geleden werd ik voor de derde keer afgekeurd. Ik leef met een lijf dat niet geschikt is om te werken, nu ook (weer) officieel bepaald door de heren en dames van het UWV. Er zijn geen banen te vinden die ik kan uitvoeren met mijn beperkingen. Nog steeds vind ik dit moeilijk, ik mis mijn collega’s, ik mis mijn werk, maar vooral mis ik het gevoel deel uit te maken van deze samenleving. Ik lig langs de zijlijn, ik tel in veel opzichten niet mee. 

Vooral dat laatste doet pijn, ik heb niet gekozen voor mijn aandoening, ik heb er nooit voor gekozen niet meer te kunnen werken. Ik denk dat mensen die zo makkelijk roepen dat de uitkeringstrekkers lui zijn en gewoon niet willen werken geen idee hebben van deze achterliggende pijn. Buiten het feit dat je moet leven met een lijf dat niet doet wat jij wilt, buiten het feit dat je moet leven met de bijbehorende pijn moet je ook nog leven met de veroordeling van de werkende mens. ‘Je kunt toch wel íets doen?’, lang gaf deze vraag mij een schuldgevoel. Ik kan wel iets, ik kan een uurtje per dag overeind zijn (daarin valt ook de koffie met een vriendin) én ik kan met een beetje mazzel koken. Zou ik dat ene uurtje gaan werken dan zou niet alleen de rest van mijn dag voor mij niets meer zijn, er speelt nog iets, wie zit er te wachten op iemand voor een uurtje, die niet eens áltijd dat uurtje iets kan.

En toch speelt dit in je hoofd, altijd dat schuldgevoel naar jezelf. Je doet niet mee, je staat aan de zijlijn en je voelt je daar ronduit k*t over. Werken loont, dat weten wij arbeidsongeschikten als geen ander. We leverden allemaal enorm in, niet alleen financieel, maar misschien nog wel meer op sociaal vlak. Ik zou nooit gekozen hebben voor deze optie als ik een keuze had gehad. Zou ik nog kunnen werken is niet langer een vraag, het kan niet, het gaat niet, het is klaar. Ik lig langs de zijlijn en vecht op mijn eigen manier voor mijn bestaansrecht. 

Ik wil ook meetellen, ik vind dat ik ook recht heb op mijn plaats in deze maatschappij. Ik wil niet gezien worden als een uitkeringstrekker! Ik ben een deelnemer, ik heb altijd gewerkt voor mijn geld, ik ben blij met het vangnet, maar ik maak me zorgen over de toekomst. Deze maatschappij draait om geld, op geld. Mensen doen er niet langer toe. Wij chronisch zieken zijn lastig, zijn een last en dat verdienen we niet. Ik denk dat niemand (al zullen er altijd een paar uitzonderingen zijn) kiest voor een uitkeringssituatie en ik hoop dat mensen eens nadenken voordat ze zo makkelijk oordelen over iets waar ze geen moer van weten.

Kwetsend taalgebruik

Ik las een blog over de verandering van het taalgebruik ten aanzien van mindervaliden, gehandicapten, beperkten of hoe je het dan ook noemen wilt. De naam die ik mezelf geef is vanuit dat oogpunt natuurlijk helemaal ‘not done’. Het gaat erom dat we een minder kwetsend taalgebruik aan zouden moeten leren.

Ik ben het hier niet mee eens. Ik bedoel, linksom of rechtsom, ik heb een beperking, eentje die opvalt door mijn gebruik van de verschillende hulpmiddelen. Ik ben dus ‘anders’, dat is een feit en dat boeit me ook niet. Waarom zou het? Ik ben een mens met een beperking, ik bén niet mijn beperking, maar ik heb hem wel. Wil ik meedraaien in de maatschappij? Ja! Natuurlijk wil ik dat! Maar ik kan door mijn beperking niet alles. Mensen zullen dus rekening moeten houden met mijn verminderde mogelijkheden.

Dat geeft niet, niemand is hetzelfde, niemand is perfect, we zullen moeten leren rekening te houden met elkaars plus- en minpunten. En ik denk niet dat dat zozeer zit in taalgebruik an sich (eh, misschien wel in de toon van dat taalgebruik), ik denk dat het zit in respectvol met elkaar omgaan. Het zit in gedrag, in hoe je kijkt naar de ander, hoe je omkijkt naar de ander. Iemand zonder beperking is niet beter dan ik (of als mij 😉), ik ben niet minder, ik ben ánders.

Dus ik blijf lekker roepen dat ik een kneus ben. Een leuke kneus, een vriendelijke kneus, een slimme kneus, een kneus met haar eigen talenten. En of je me nu gehandicapt vindt, beperkt noemt of mindervalide, het zal me een worst wezen; als je me bovenal maar ziet en behandelt als mens!

K.N.E.U.S

Het heeft wat discussie gegeven, de naam van mijn blog. Er zijn de mensen die het begrijpen en de mensen die het niet begrijpen. Er zijn mensen die vinden dat ik mijzelf tekort doe door mezelf als kneus te bestempelen en er zijn mensen die zich afvragen waar ik het lef vandaan haal hen als kneus te bestempelen. Dat laatste zegt meer over de persoon in kwestie dan over mij vind ik; dat ik mezelf een kneus noem is een vorm van zelfspot, met een snufje sarcasme. Ik neem mezelf niet altijd zo serieus (waarmee absoluut niet gezegd is dat mijn beperkingen dat niet zijn of dat ik mijn pijn daarmee bagetalliseer, die zijn echt en ook echt wel serieus), ik kan er zo nu eenmaal beter mee omgaan.

Als je het woord ‘kneus’ opzoekt op het internet  (woordenboek is ietwat te zwaar voor mijn handjes) kom je tot de volgende vertaling(en): 

1) Beetje zielig persoon – tja dat klopt eigenlijk wel, er zijn zat mensen die medelijden met mij hebben (overigens compleet onnodig, ik kan mij best redden, medeleven mag, medelijden liever niet).

2) Beschadigde plek – klopt ook, plekken zelfs, in veel, meervoud, er zijn meer beschadigde plekken op en in mijn lijf te vinden dan onbeschadigde vermoed ik.

3) Beschadigde vrucht – dat zal ik dan zijn, een fysiek beschadigd vruchtje, al in aanleg, ach beter zo dan in de andere betekenis (van ‘bijzonder’ vruchtje, al ben ik dat volgens sommige mensen waarschijnlijk ook).

4) Beurse plek – zie uitleg beschadigde plek.

5) Een van die vogeltjes was niet best – (serieus gevonden!) eh ja iets als dat vruchtje?

6) Gekneusd ei – ok, nu worden we ietwat beledigend, terug naar het vruchtje dan maar.

7) Klungel – ik denk dat groep twee zich aan deze benaming stoort, ik ben slechts realistisch; iemand die geen deurpost kan passeren zonder opstootje te veroorzaken…

8) Kluns – ik ben het, van de firma Kluns & Klungel.

9) Kneuzing – ook die zijn mij niet vreemd.

10) Knuppel – nee, die ligt meestal thuis, matcht niet met mijn Alex. 

11) Letsel – in ruime mate aanwezig.

12) Mislukkeling – worden we persoonlijk? Alhoewel… eigenlijk heb ik me best zo gevoeld.

13) Mislukt iemand – moeilijk he, originaliteit.

14) Persoon die niet goed mee kan komen – dat is een feit, ik rij meestal ergens achteraan (kan ik de rest op de hakken rijden).

15) Slechte auto – nee hoor, ik heb een prima exemplaar op maat.

16) Slechte tweedehands auto – een echte Mercedes met dank aan de heren Ehlers en Danlos.

17) Sukkel – sukkeldrafje? Nee, daar doe ik niet meer aan, ik rij liever.

18) Slecht exemplaar – we vallen in herhaling (brainfog zeker?).

Is de benaming van mijn blog zo wereldschokkend? Ik vind hemzelf aardig realistisch; ooit voelde ik mij een kneus, inmiddels ben ik gepromoveerd, in verband met de komende 27 april kroon ik mijzelf maar tot ‘Koningin der Kneuzen’ (met hoofdletters én kroon). Ik ben dus realistisch, met enige zelfspot. Het leven is nu eenmaal soms hard, de dingen zijn mooier als je ze meteen lach kunt bekijken.

Maar voor de mensen die er moeite mee hebben, bekijk het eens van een andere kant, omdenken noemen ze dat geloof ik; denk van nu af aan maar aan deze ‘K.N.E.U.S’ Kijkend Naar Elke Unieke Situatie. Het past tenslotte zoals het meet 😉.