Een pleister gaf me mijn leven terug

Ik was 39 toen mijn lichaam besloot dat het genoeg was geweest. Tenminste, zo voelde het.

Een hernia-operatie, met daarna een revalidatieschema dat ik tot op de letter volgde. Ik deed precies wat de artsen zeiden. Toch ontwikkelde ik littekenweefsel. Ik luisterde naar fysiotherapeuten, bezocht specialisten, volgde een revalidatietraject.

Het ging niet beter. Het werd erger.

Mijn lijf werd een medisch puzzelboek. 

De gewrichten. De rug. Het hart. De longen. De darmen. De huid. 

Iedereen keek naar zijn eigen stukje. Niemand keek naar het geheel. 

Ik worstelde met hernia’s, met slijtage, ontstekingen, kreeg levensbedreigende longproblemen. Mijn autonome systeem sloeg volledig op hol. Ik kreeg hartkloppingen en mijn temperatuur was compleet van het padje. 

Diagnose na diagnose. 

Maar wat heb je daaraan als de hoofdoorzaak gemist wordt?

Er kwam een bed in de woonkamer en ik kwam erin. Dagen, weken, jaren. Ik lag op mijn slechtste jaren drieëntwintig uur per dag. Als ik overeind kwam, rolde ik elektrisch. 

Op een gegeven moment was ik niet meer benaderbaar. Ik hoorde nog wel, maar kon niet meer reageren op het gesprek. Complete shutdown van mijn systeem. Als ik het zo teruglees kan ik het me niet eens meer voorstellen. Gelukkig maar.

Dat was het moment dat er hulp kwam. Ik kon niets meer zelf. Er werd voor me gekookt, mijn haar werd gewassen. Ik lag erbij en keek ernaar. Hulpeloos misschien, niet hopeloos. Ik heb altijd geloofd dat het beter zou worden. Beter zou gaan. En anders, ach veel beroerder kon het niet, zo redeneerde ik. Ik heb mijn vertrouwen behouden en mijn humor ook.

De omslag kwam niet met een miraculeuze nieuwe therapie, en ook niet met een operatie. De écht grote omslag kwam met een pleister. Een hormoonpleister.

Achteraf bleek mijn lichaam terecht te zijn gekomen in een perfecte storm.

Er was bindweefselproblematiek (EDS). Er was een operatie met littekenweefsel. Er was overrevalidatie. Daarna immobiliteit. 

En precies in die periode begon ook de perimenopauze. Met al zijn hormonale chaos. 

Hormonen speelden een grote rol in dit geheel. Hormoontherapie werd uitgesloten door mijn verleden met longembolieën, maar bleek uiteindelijk de sleutel tot verbetering. Ik ontdekte dat hormonen veel meer doen dan je cyclus regelen, ze regelen ook je temperatuur, je hartslag, je hersenen en je energieniveau. Soms regelen ze je hele systeem en een gebrek eraan kan datzelfde systeem ook compleet ontregelen. 

Zeker als je kampt met bindweefselproblematiek en dysautonomie.

Toen ik startte met bioidentieke hormonen bleek herstel wonder boven wonder mogelijk. De hersenmist trok op, mijn energie kwam terug. Er bleek weer spieropbouw mogelijk, ik kon weer oefeningen doen en na veel vallen en opstaan zelfs weer meer lopen. Ik mocht weer leven in de echte wereld. 

Ik kreeg een deel van mijn leven terug…

Als ik vrouwen in eenzelfde situatie één ding mee mag geven dan is dat dit: 

Als je lichaam tussen de dertig en de veertig ineens ontspoort, dan ben je niet gek. 

En je bent zeker niet alleen.

Duik erin. Zoek het uit. Kom voor jezelf op. 

Hormonen hebben meer invloed op je systeem dan je denkt. Soms op je hele leven.

PEM

Toen ik een jaar of twintig was, werd mijn vader gediagnosticeerd met ME. Het hoofdsymptoom: een diepe, allesoverheersende vermoeidheid die maar niet overging. Ik zag hem achteruitgaan, zag hoe dingen die ooit vanzelfsprekend waren, werk, sociale activiteiten, simpelweg leven, langzaam onhaalbaar werden. Hij moest keuzes maken. Minder mensen zien, minder doen. Alles draaide om het beetje energie dat hij nog had. Eén activiteit kon al een terugval veroorzaken, dus stelde hij grenzen. Voor zichzelf, maar ook voor de mensen om hem heen.

Rond diezelfde tijd begon mijn eigen lijf steeds vaker mankementen te vertonen. Mijn rug protesteerde, mijn schouders en polsen raakten overbelast, en ik was altijd moe. Heel diep moe. Pas eind veertig kreeg ik mijn diagnose: Ehlers-Danlos. En daarbovenop CVS, het chronisch vermoeidheidssyndroom. Ik sleepte mezelf door het leven. Van werk naar huis. Tussendoor op het toilet even mijn ogen sluiten om de dag door te komen. Daar, ergens, begonnen de processen waar ik inmiddels al tien jaar over schrijf.

Waar ik nooit eerder over schreef, is de titel van dit blog: PEM. Post Exertional Malaise.
In gewoon Nederlands: een verergering van klachten na inspanning.

Mijn vader had er last van. Ik dus ook. En inmiddels weten we dat PEM voorkomt bij ME, bij EDS en steeds vaker wordt gezien bij Long COVID. Goed dat er eindelijk aandacht voor komt.

Ik vond het vroeger altijd vreemd. Ik ging naar de fysio en voelde daar weinig van. En twee dagen later lag ik volledig in de kreukels. Niet een beetje, maar compleet. Niet kunnen bewegen, het gevoel hebben dat je door een stadsbus bent overreden. Ik legde nooit de koppeling met die ene activiteit en toen ik dat wél deed, vonden artsen dat ik overdreef. Dus hield ik mijn mond. Blijkbaar kon ik mijn eigen lijf niet vertrouwen.

Het heeft lang geduurd voordat ik die gedachte los kon laten.

PEM voelt alsof je griep hebt. Een flinke griep. Je lichaam voelt koortsig zonder koorts te hebben. Pijn overal. Je benen voelen alsof ze een marathon achter de rug hebben voordat je zelfs maar uit bed bent gekomen. De uitputting is zo diep, zo zwaar dat het niet in verhouding staat tot wat je gedaan hebt. Soms had ik nog geen tien keer mijn been opgetild.

Ben ik ervan nu af?

Nee. Maar het is minder heftig geworden, zolang ik niet te gek doe. Na een paar dagen Londen ging mijn systeem weer volledig op tilt. En zo’n aanval is niet met één dag liggen opgelost. Soms duurt het weken. Soms maanden. Na onze reis naar Amerika duurde het meer dan een jaar voordat ik weer een beetje op mijn oude niveau zat.

Ik doe niet aan spijt. Ik weet inmiddels wat de consequenties zijn van mijn keuzes, en ik maak ze bewust, ook als ze heftig zijn. Dat betekent niet dat ik er niet van baal.

En ik heb geluk: de afgelopen jaren is de hevigheid afgenomen. Hoe dat kan, kun je lezen in mijn laatste boek (interesse? Stuur me een berichtje). Ik weet niet of ik mentaal nog terug zou kunnen naar die periode van 23 uur per dag liggen. Dat was écht veel. Al weet ik ook dat het altijd nog erger kan.

PEM is zwaar.
En zwaar onderschat.

Het is niet te begrijpen als je het nooit hebt gevoeld, en ik gun het niemand.

Het is goed dat er steeds meer aandacht komt voor dit fenomeen. Het wordt namelijk gigantisch onderschat, door artsen, door de omgeving, maar vooral ook door de mensen die het zelf overkomt.