Leren

Toen ik nog op school zat, als onrustige puber, kon ik niet wachten het echte leven in te stappen. Ik wilde aan het werk, popelde om het leven van kind achter me te laten en als een heuse volwassene door het leven te gaan. Eenmaal aan het werk ontdekte om echter dat ik leren toch leuk vond. Alleen niet op een school, tussen ongemotiveerde anderen. Ik was trouwens ook altijd ongelooflijk snel afgeleid, had de concentratieboog van een vlieg. Ik deed de ene na de andere opleiding naast mijn werk en veranderde ook regelmatig van onderwerp. Zo mocht ik van mijn baas een opleiding fotografie doen naast mijn werk, omdat ik dat leuk vond. Met de basis kon ik daar wel iets, met de vervolgopleiding mode en portret niet. Maar ik werkte hard en ze gunden het me. Zo fijn!

Leren dus. Nog steeds leer ik graag. Het gaat ook nog steeds alle kanten op, ik volg online workshops Photoshop, maar heb ook een cursus communiceren met dieren, horoscopen uittekenen, schrijven en manifesteren klaarstaan. En leerde Frans en Italiaans via Duolingo. Ik ben nog een fladderdaar op dit front, ik vind echt van alles leuk, ben alleen snel mijn aandacht kwijt. Ik heb een dik half jaar echt dagelijks aan het Italiaans besteed, tot ik tegelijk Frans erbij oppakte en mijn hersenen besloten dat ik daar echt te oud voor werd. Ok, en ik bijna obsessief erin werd, ik móest de dagelijkse doelen halen (en meer). Ook dat zit in mij, ik kan echt obsessief ergens mee bezig zijn. De talen heb ik maar even naar links gegooid, om me te storten op andere cursussen, waarvan sommigen nog moeten starten.

In het manifesteren heb ik trouwens een echte match gevonden. Ik doe iedere ochtend trouw mijn meditaties en ‘s avonds hetzelfde. Een vast begin- en eindpunt van de dag, het voelt fijn. Ik lees echt alles wat ik te pakken kan krijgen op dit gebied. Het maakt me enthousiast, ik droom wat af, vooral om te ontdekken wat ik nu écht wil. Dat drong vanmorgen echt tot mij door, ik wil reizen. Ik wil fotograferen, erover schrijven, de wereld door mijn ogen laten zien. Ik wil samen met manlief en Lewis over de wereld in een campertje, zo’n Volkswagen. Ik wil de meest geweldige plekken ervaren en vastleggen en ik weet dat dit ook gaat gebeuren, ik voel het! Het hoe en wanneer laat ik los, ik heb mijn verlangen het universum ingeslingerd en vertrouw er volledig op dat het gaat gebeuren. Ik maak vol enthousiasme Pinterest borden en pak Duolingo ook maar weer op, je kunt je talen maar vast spreken toch?

Ik ben ontzettend leergierig, al merk ik dat sommige dingen te groot voor mij zijn. Ik verken mijn grenzen, door te lezen, door plaatjes te kijken, door films te kijken, documentaires. Over het oude Egypte, over de Maya’s en over vermeende oude en verloren beschavingen. Gister een docu over een kano reis van vader en zoon door Yukon (The Yukon Assignment op Netflix, aanrader!).

Leren is leuk, het houdt je hersens bezig en tegelijk maakt het je dromen waar!

Ook de wereld van de kleine beestjes is trouwens een groot leermoment 😉

Beestjes

Ik heb mijn camera weer uit de wilgen gehaald. Nou ja, in een andere vorm, want een jaar of twee geleden al ruilde ik mijn zeer geliefde professionele camera om voor een lichtere variant, maar ook deze gebruikte ik niet zo heel vaak. Daar is nu verandering in gekomen, ik heb de macrolens van paps in gebruik genomen en ben in zijn voetsporen getreden. Waar we ooit samen langs de sloot op zoek gingen naar kruipend en vliegend gespuis, doe ik dat nu samen met ofwel mijn blaffende viervoeter, ofwel met mijn lieve hulp, die ook van fotograferen houdt. Kruipend gespuis zit blijkbaar diep geworteld.

Ik rol dagelijks door het park, meestal met mijn camera op schoot. Je weet maar nooit wat voor moois je tegenkomt. Ik ben dol op het schieten van de libel, ze zijn werkelijk prachtig en als je ze observeert zie je dat ze echt mini persoonlijkheden zijn. Ze kijken je aan met hun scheve koppie alsof ze willen vragen ‘wat moet je van me?’. Ik geef ook altijd antwoord, hardop, mensen zullen wel denken, die is gek en ach, dat klopt ook. Ik ben niet langer bang voor gezoem, ik zoek het op. Alleen kikkers vind ik spannend, die zijn onvoorspelbaar, en springen zo op je af, brrr. Goed, ik zoek dus naar kruipend en vliegend gespuis. Waar ik niet op had gerekend is dat klein kruipend gespuis ook op zoek zou gaan naar mij.

Een sprongetje, een bruggetje, van de week kwam ik onder de douche vandaan toen ik een raar bultje zag op mijn schouder. Een wratje dacht ik, ik word ook een paar jaar ouder en die krengen verschijnen dan soms ineens. Ik dacht deze zelf wel even te kunnen verwijderen en zette zonder enig nadenken mijn nagel in mijn vel. Kreeg hem niet helemaal weg, maar dat kwam later wel, dacht ik. Ik kleedde me aan en dacht er verder niet echt over na. De volgende dag deed mijn schouder pijn, dikke rode bult. Shit, ontsteking, eigen schuld. Even naar dok? Eh, nee, komt vandaag niet zo goed uit, doe ik morgen wel,

Morgen (was gisteren) kwam, schouder deed nog een beetje meer pijn, in mijn gedachtengang doordat de rand van mijn hemdje precies op de zere plek zat. Pleister erop en klaar. Mijn hulp keek even mee, plakte de pleister en dat was dat. In de middag deed mijn schouder echter gemeen zeer, zeker als ik op het bultje lag (zat daar zeer onhandig). Toch even naar dok? Nee, geen zin, geen tijd. Morgen.

Gisteravond irriteerde mijn schouder me echt enorm, dus ik trok de pleister eraf. Eerst wilde dat niet, ik dacht dat het wratje er misschien aan vastgeplakt zat (sorry, lekker verhaal wel), trok iets harder en zag behalve bloed iets anders aan de pleister vastzitten, iets dat een stuk groter was dan het vermoedelijke en oorspronkelijke wratje. Het was best groot eigenlijk en ook soort van grijzig, das raar. Ik heb geen bril op (wat dus eigenlijk wel moet) en zie niet echt heel scherp (mooi excuus om de rimpels vaag te zien), maar dit leek me iets anders. Ik pakte mijn leesbril en zag dat dit wratje pootjes had. Brr, wriemelende pootjes die uit mijn schouder kwamen.

Nadat ik in de struiken op zoek was naar kriebelend gespuis, vond andersoortig kriebelend stuk gespuis blijkbaar mij. Een teek dus, volgezogen en wel. Met een rode, dikke schijf onder mijn huid en een bultje waar ooit een glad stuk vel zat. En ik voelde mij de hele dag al niet top, ik had spierpijn (wat ik weet aan gewoon mij zijn en een beetje teveel doen) en zag steeds zwart voor de ogen.

Toch maar even langs dok. Morgen (al was het inmiddels al morgen, vroeg). Vandaag dus, belde ik dok. Moest toch maar even komen. Het koppie zat er nog, ik had in mijn verwijder-de-wrat-die-een-teek-is-actie een onthoofding van Freddie (zo heb ik hem gedoopt) gerealiseerd. Gelukkig voelde Freddie daar weinig van grapte dok, die was high van de morfine (we hebben dezelfde humor dok en ik). Blijkbaar reageer ik net als op muggen ook wat overgevoelig op teken, gezien de flinke reactie qua bult, schijf en irritatie. Voor de zekerheid kreeg ik antibiotica, want we willen geen Lyme naast de standaard ellende die ik al heb.

Ik heb Freddie laten gaan, door het toilet gespoeld (las te laat dat je dat dus eigenlijk niet moet doen). Ik heb hem maar niet vastgelegd als model, hij moest het doen met mijn fijne DNA en een gratis shotje, dat kunnen niet alle teken zeggen. En gelukkig hebben we de andere foto’s wel. Al ben ik even genezen van expedities in de struiken…

Vertwijfeld verleerd?

Ik heb een schrijversdip en een fikse ook. Geen idee wat ik moet neerpennen. Niet dat er niets gebeurt hoor, er gebeurt genoeg. Ook genoeg om over te schrijven en toch komen de woorden niet. Ik heb meerdere columns half klaar, maar ik vind gewoon niet de juiste afsluiting of aansluiting. Wat moet ik zeggen? Over de coronapas of over de andere politieke besluitvorming. Ik denk en ik denk en kom steeds tot dezelfde conclusie. Ik weet het niet. Links, rechts of in het midden, overal vind ik scheurtjes in het oppervlak. Mijn vinger vindt de juiste letters niet en mijn hoofd kan de woorden niet rijmen. En zo gaan er dagen voorbij, weken inmiddels. Ik voel me verlaten op een bepaalde manier. Ik mis jullie in de twijfels tussen mijn oren.

Tussen die woorden draait de wereld gewoon door en ik dus ook. Ik rol mijn rondjes met Lewis en we trainen op van alles en nog wat. Hij is een eigenzinnige puber en ik heb wat steekjes laten vallen in het begin. Niet omdat ik perse tegendraads wilde zijn hoor, maar omdat ik eigenlijk stiekem genoot van alle gesprekken die een gloednieuwe pup opleverde. Nu denkt hij bij alle mensen, leuk, aandacht! En dat is lastiger af te leren dan aan te leren. Maar we zijn op de goede weg! Langzaamaan leert hij dat ik toch echt het leukst ben (en dat zijn aandacht bij mij houden hem iets meer oplevert). Ik geniet van onze rondjes en onze dagelijkse gesprekken. Al hoor ik alleen mezelf praten, in mijn hoofd geeft hij me antwoord. Het duiveltje (of engeltje) zit niet langer op mijn schouder, het loopt op vier mooie pootjes naast me.

Verder ben ik nog steeds in training. Het gaat goed, we vorderen gestaag. Ik vind het heerlijk weer iets van oefeningen te doen. Ik begin een duidelijk ritme te krijgen in de dagelijkse dingen. Mijn haar wassen doe ik niet langer zelf, dat laat ik over aan een pro. Dat scheelt me aan energie, plus mijn armen en schouders zijn me er dankbaar voor. Win, win, het zit nog beter ook. Laten we de dingen positief bekijken.

Van het weekend heb ik mijn camera weer even uit de la onder het bed gehaald. Mijn schoonzus maakt de meest prachtige jurken (cosplay) en samen trokken we naar Arnhem om daar in een mooie kerk (Eusebiuskerk) foto’s te maken. We trokken de aandacht, zij in haar prachtige zwarte jurk en de rollende fotograaf, die, surprise!, toch ook bleek te lopen. Het is mega zwaar, maar oh zo heerlijk weer even te fotograferen! Mijn handen en polsen hadden het zwaar, mijn knieën ook, maar dat heb ik er voor over! De vrijwilligers daar waren zeer behulpzaam en enthousiast, alles kon, echt super! En van het bewerken word ik ook echt blij. Nu mijn enthousiasme beteugelen om het lijf verder te sparen, want uiteraard is de boete daar. Deze week een beetje dimmen. Het zonnetje lonkt, maar ik lig braaf op mijn goede matras. Ik las dat er herfst vannacht zijn intrede doet, dan is er tijd genoeg om te liggen. Zo heeft ieder nadeel toch echt zijn voordeel.

Geen zorgen, ik ben er nog, voor wie mijn schrijfsels gemist heeft. Jullie zijn nog niet van mij af! En de schone dame op deze foto’s is dus mijn schoonzus 😉.

Het was stil in mij

Van de week kreeg ik het boek met bovenstaande titel van Mirella de Jong en Rianke Lubberding in de bus. Een boek vol foto’s en met een indrukwekkend verhaal. Een verhaal vol verlies, maar ook een verhaal dat troost biedt en hoop.

Ik ken Mirella van een aantal fotoshoots. Ze is, net als ik, fotografe. We hebben beide een diploma van de fotovakschool en hebben een voorliefde voor Photoshop. We willen kunst maken, iets creëren. We hadden direct een klik. Ik heb een aantal keer voor haar camera mogen staan en ik mocht een aantal gedichten schrijven voor in dit boek.

Ik heb eerst de foto’s gekeken, daarna het verhaal gelezen. Ik kende de strekking, het lezen was echter een andere ervaring. Hoeveel ellende kan een mens verdragen? Daarin heb je geen keuze. Ik denk altijd dat je niet meer krijgt dan je aankunt. Of misschien is dat de hoop. Het houdt mij in ieder geval op de been.

Dit boek is de moeite waard, dat is zeker. Of je nu houdt van lezen of van kunstwerkjes bekijken. Of van beide natuurlijk. Een boek over verwerking, over rouw, over verlies, over jezelf bij elkaar rapen en weer opstaan. En uiteindelijk over winnen, overwinnen.

Ik heb geprobeerd het boek te vatten in een aantal zinnen. Ik hoop dat ik het recht doe…

De Kneus goes – eropuit –

We hebben vakantie, manlief en ik. Zoonlief loopt stage en is dus gewoon aan het werk. De afgelopen twee weken heeft manlief inhaalwerkzaamheden uitgevoerd; huis geschilderd, tuin gedaan, achterstallig poetswerk, opruimwerkzaamheden, dat soort werk.

Wat dat laatste betreft zit ik hem met mijn hamstergedrag, gecombineerd met mijn moeite dingen los te laten, nogal in de weg trouwens. Ik zal dat even uitleggen, ik verzamel alles wat los en vast zit om mij heen. Uiteindelijk belandt het meeste in een doos op zolder. Ooit dacht manlief slim te zijn en die dozen op te ruimen terwijl ik naar mijn werk was, opgeruimd staat netjes is zijn motto. De bananendozen vol troep zette hij buiten neer. Hij had geen rekening gehouden met mijn drang dingen onder controle te houden en trof mij ‘s avonds aan op straat, zittend tussen de dozen. Ik haalde de helft van de zooi weer naar binnen, nadat ik eerst herinneringen ophaalde door alles minutieus te bekijken.

Opruimen kost mij serieus dagen. Ik ga echt overal doorheen om uiteindelijk te besluiten dat het meeste gewoon niet weg mag. Manlief roept dat alles wat al een jaar op zolder staat niet gemist wordt, maar ik denk daar anders over. Stel je voor dat je het ineens nodig bent? Dat kan gebeuren toch? Inmiddels staan er tien (!) dozen klaar voor de stort, met mijn toestemming welteverstaan. Op zolder resten er nog een stuk of 20, daar moet ik echt zelf doorheen. Maar niet nu, dat komt later.

Het was er weer voor, voor de grote opruiming. Naast alle werkzaamheden gingen we zo af en toe ook een paar uurtjes ‘uit’, dagje sauna, dierentuin en de tattooshop vormden week één. Week twee stond in het teken van de herstelwerkzaamheden (lees herstel voor mij en werkzaamheden voor manlief) en in week drie (deze week) gingen we een paar dagen ertussenuit. Vorige week boekte ik een huisje in de Biesbosch en maandag vertrokken we met Lewis richting Dordrecht. Zonder haast reden we langs allerlei leuke plaatsjes (Nederland is echt wel mooi!) richting zuid-west Holland (mijn geografische kennis is bijzonder slecht zo bleek). We stopten in Ottoland bij een ontzettend leuke B&B (als ik dat had geweten had ik daar geboekt!) voor een kop thee met taart. Een leuk gesprek met de gastvrouw in de boomgaard, een rondleiding en een paar echte schapenwollen sloffen rijker reden we verder naar ons vakantiehuisje.

Eenmaal daar moest ik plat, Lewis snapte weinig van onze volksverhuizing en trippelde wat ongemakkelijk heen en weer. Dit was zijn eerste ‘weekendje’ weg en dat is natuurlijk best even wennen! We hadden ontzettend veel geluk met het prachtige weer, echt mijn temperatuur. We hebben veel gewandeld met Lewis. Helaas lag het park tussen de snelweg en het water in, waardoor je eigenlijk alleen met de auto van het park kunt, maar verder hebben we ons prima vermaakt. Het park ligt aan een jachthaven dus heb ik maar vast een bootje besteld bij het universum terwijl we keken naar de zonsondergang bij het water.

Dinsdag hebben we de Biesbosch buitenrand verkend. Wij zijn nogal avontuurlijk van aard en laten ons niet snel uit het veld slaan. We namen de eerste de beste wandelroute en die leidde ons over het grasland naar een hek. De meeste mensen zouden concluderen dat de rolstoel daar niet doorheen kan en teleurgesteld afdruipen, maar manlief is niet voor één gat te vangen. Hij verwijderde de deur uit het hekwerk en zo pasten Alex en ik er precies door, geen zorgen hij ging het hem daarna weer netjes terug. Ik heb het getroffen met manlief, hij is echt mijn redder in nood op zoveel vlakken!

Na ons bos-avontuur zijn we doorgereden naar Kinderdijk. Ooit was ik ‘Zoomer’; ik plaatste foto’s op ‘Zoom’ en ik behoorde tot een van de eerdere zeer actieve leden en een van de andere leden plaatste altijd foto’s van de molens daar. Ik dacht dat de dijk zo heette, maar het bleek dus een plaats te zijn. Ik wil hier al jaren een keer naar toe om te fotograferen, maar het kwam er nooit van. Nu stond dit hoog op mijn lijstje. De zonsondergang ging hem niet worden (het was één uur ‘s middags), maar er foto moest lukken. Het was er keidruk en door de Corona maatregelen moest je reserveren. Daarnaast hoefde ik de molens niet ik en was Lewis moe dus namen we de achteringang, een doodlopende straat ergens achteraf. Ik dacht dat het een meter of vijftig was naar de eerste molen, dus dat kon ik wel lopen dacht ik. Het bleek een meter of honderdvijftig schat ik, heen ging nog wel, maar terug ging minder goed. In mijn hoofd kan ik nog prima zover lopen, in het echt bleek dat mijn rug- en nekspieren mij gewoonweg niet meer overeind kunnen houden. Met mijn neus op mijn knieën, als de gebochelde Quasimodo, stiefelde ik terug richting bus. Voetje voor voetje, me vastgrijpend aan ieder paaltje en uiteindelijk met mijn voorhoofd tegen het raam bereikte ik hem. Dankbaar plofte ik neer om niet meer op te kunnen.

Dit was direct het einde van de reis. Mijn rug voelt sindsdien bij iedere beweging aan alsof er spit inschiet en ik loop dus nog steeds als een negentig-plusser. We zijn gister dan ook maar via de snelste route terug naar huis gereden. De rest van de week staat voor mij weer in het teken van herstelwerkzaamheden, het is niet anders. Het waren twee mooie dagen en we zijn er toch eventjes uit geweest. Lewis heeft het geweldig gedaan en heeft een boel indrukken opgedaan. En de kneus gaat er vast wel weer een keer op uit.

Herinneringen

Ik blader door de herinneringen op Facebook. Dit is zo’n dag waarop meerdere herinneringen elkaar kruisen. Een bijzondere dag, de eerste herinnering misschien (of wellicht 😉) wel eentje die ik als celgedeeld wezentje onbewust mocht meemaken? Wie weet, ik mag het denken, niet hardop zeggen (oops doe ik dat toch). Het is de trouwdag van mijn ouders, negenenveertig jaar, een hele prestatie! Van harte pap en mam 😘. Dat we nog maar veel jaren erbij mogen tellen!

Verder in de herinneringen, vorig jaar een dagje Wildlands. Ik heb iets met dat park. Ik vind het prima te doen met Alex, ik kan echt uren kijken naar de vlinders en de loslopende maki’s en de apenrots. Vorig jaar was er een jong olifantje dat in het water speelde, ik ben fan. Als ik dichterbij woonde nam ik een abonnement. Wij wonen in de buurt van Burgers Zoo en daar hebben we jaren een abonnement gehad. Gewoon even een uurtje naar Bush of de Ocean (ik verkies de ‘warme’ hal, woon wat dat betreft echt in het verkeerde land). Ik vraag me wel altijd af in hoeverre dieren in die parken gelukkig zijn. Ze weten niet beter, maar ze horen gewoon in het wild. Wij mensen hebben veel te veel invloed en vinden het maar vanzelfsprekend dat we overal moeten kunnen wonen. Het is hoog tijd dat daar verandering in komt, dat we de natuur de ruimte geven, maar dat is mijn mening en ik kan daar hele epistels over schrijven. Dat ga ik nu niet doen, terug naar de herinneringen.

Drie jaar geleden was vandaag een grote dag. Drie jaar geleden vlogen we naar Amerika voor een van de mooiste reizen van ons leven. Ik vlak andere reizen die ik heb mogen maken niet uit, maar deze was een droom waarvan ik nooit meer had gedacht dat die uit zou komen. Drie weken Amerika met mijn gestel, het zou een opgave worden. Dromen zijn er om uit te laten komen en met die gedachte stapte ik in het vliegtuig richting San Fransisco. De reis was pittig, maar als ik één ding goed kan is dat mijn blik op oneindig zetten, het verstand op nul, de kiezen op elkaar en gewoon gaan. Het was zo mooi, we hebben zoveel gezien! Ik heb hier op deze pagina een verslag bij gehouden en kreeg zoveel leuke reacties. Iedere dag was een feestje!

Het heeft me wel wat gekost, ik ben niet weer op het niveau gekomen van voor Amerika. Het ‘herstel’ heeft me acht maanden gekost en toch zou ik zo weer in het vliegtuig stappen. Dát is wat telt, dromen zijn er om te beleven en dat is wat ik probeer te doen. Ik denk met een grote glimlach terug aan alles wat we gezien en gedaan hebben en ooit ga ik terug. Het gaat zo snel, voor je het weet ben je weer thuis. Met een rugzak vol herinneringen en de foto’s als bewijs. Even terug in je hoofd, nu ben ik blij dat ik zoveel fotografeer 😉.

Vijf jaar geleden kreeg mijn bed een vaste plek in ons interieur. De hoekbank werd terug gebracht tot een tweezitter en mijn bed paste er zo net naast. Ik heb de hoop dat het bed verdwijnt uit onze woonkamer opgegeven. Het liggen hoort bij mij, het is niet anders. Ik heb het geaccepteerd, soort van, want de wil om meer te kunnen verdwijnt nooit. Ik heb er een soort van vrede mee, meestal. Het is niet anders, het went, al went het nooit. Dubbel? Zeker, maar zo is het leven soms nu eenmaal.

En dan de laatste herinnering van vandaag. Terug naar 2014, dé dag van de landelijke herdenking van de slachtoffers van MH17. Vanuit mijn herinneringen lacht Barbara me tegemoet. Een gedeeld artikel uit de ‘Telegraaf’. Een foto die ik heb gemaakt, een foto die me direct terugbrengt naar dat moment. Een mooie herinnering, gestapeld op de rauwe pijn van verlies. Het heeft een plekje gekregen, de herinnering blijft.

Elke dag herinnert Facebook me aan het verleden. Ik kijk, denk terug, maar ik blijf er niet in hangen. Het leven is te mooi om niet te leven, dus maak ik er iets van. Niet iedereen krijgt die kans. Leer van het verleden, geloof in de toekomst en leef in het heden.

Iets met de hoed (en de rand)

Gek is dat. Er gaat zoveel om in mijn hoofd en tegelijk kan ik niet op de woorden komen om te schrijven wat ik voel. Ik kijk naar een knipperende cursor op mijn schermpje en mijn gedachten dwalen af. Naar de hoed op de foto. De hoed van de moeder van mijn vriendin. Bij bijzondere gelegenheden droeg ze een hoed. Stijlvol gekleed, ze liep met een zelfverzekerdheid waar ik jaloers op was. Maar ik weet inmiddels ook dat achter een houding veel schuil kan gaan, ‘be careful what you wish for’.

De moeder van mijn vriendin is niet meer. De hoed is een van de dingen die ik van mijn vriendin meekreeg als herinnering. Ook al hadden we niet veel contact, ze zit in mijn hart, bij zoveel meer mooie mensen. Deze hoed herinnert mij aan de trouwdag van mijn vriendin. Ik was haar getuige, in mijn hoofd speelt zich een film af van mijn vriendin die de trap af komt lopen in haar jurk. Verpletterend mooi, een model voor een dag, net als ik op deze foto’s, maar dan zoveel mooier. De hoed herinnert mij aan een mooie zomerdag in de achtertuin van haar ouders, een spelletje ‘Triviant’, een potje ‘Canasta’. Of aan de keukentafel waar ik samen met haar moeder een Duitse catalogus bestudeerde. Beide in ademnood van het lachen om de kitsch met hoofdletter K. Mooi is dat, hoe een simpel gebruiksvoorwerp zoveel herinneringen met zich mee kan dragen.

De foto hieronder is een paar weken geleden gemaakt tijdens een fotoshoot met Mirella. Ik wilde al vaker iets doen met de hoed, maar wist niet goed hoe het te combineren. Ik ben geen hoeden of petjesmens, maar dit ‘matchte’. Om te proberen of ik als 48-jarige misschien nog wel als model aan de bak kan heb ik mij ingeschreven bij een kleinschalig modellenbureau. Hiervoor had ik foto’s nodig en Mirella wilde mij wel helpen. Nathalie wilde de visagie verzorgen en zo hadden we een ‘team’. Het was een leuke en ontspannen middag. Grappig detail in de foto’s zijn mijn handen trouwens. Alhoewel ik de pijn en de vermoeidheid terug zie in mijn gezicht kun je aan mijn handen pas echt goed zien hoeveel moeite het me kost te blijven staan.

Mijn gedachten dwalen naar een volgende shoot die gepland stond. Ik mocht een heus model zijn voor duurzame kleding en wat had ik daar veel zin in! Helaas gooide mijn lijf zoals zo vaak roet in het eten. Ik voelde op maandag al wel dat dit wellicht op vrijdag een probleem zou gaan opleveren en moest een dag later toch echt afzeggen. Ik kon gelukkig helpen met het zoeken naar een nieuw model en dat is ook gelukt. Een lotgenoot van me die het geweldig heeft gedaan! Ik gun het haar van harte, maar ergens diep in mij klikte op het moment dat ik hoorde hoe blij ze met haar waren weer het schakelaartje van onzekerheid. Ik ging terug naar de stand waar ik jaren in heb gezeten. De overtuiging dat ik niet geschikt ben (sowieso niet als model) kwam vol binnen. Al het opgebouwde zelfvertrouwen veegde mijn eigen hoofd vakkundig weer van tafel. Een hoofd kan gekke dingen doen.

Gelukkig wil de ontwerpster nog steeds ook met mij een shoot doen om haar kleding aan de man te brengen. Niet omdat ik zielig ben, maar omdat mijn uitstraling haar aanstaat. Aan de ene kant helpt de rolstoel me soms aan leuke dingen (denk aan een leuk artikel in de Libelle of Margriet) en aan de andere kant geeft het me een bepaalde mate van onzekerheid. Ik wil geen liefdadigheidsproject zijn. Dubbel, want zonder die stoel (of mijn aandoening) was ik waarschijnlijk altijd op de achtergrond gebleven. Gek genoeg heeft juist het altijd maar vechten me over de drempel geholpen. Ik ben geworden wie ik ben door de weg die ik moest afleggen en nee, ik zou niet terug willen naar mijn vroegere zelf.

Zie hier, een poging de gedachten van een moment te vangen in woorden. Hersenspinsels, gelijk de titel van mijn eerste dichtbundel. Goed gekozen, hij past nog steeds…

Fotografie Mirella de Jong, mua Nathalie Brouwer

Dromen

Ik heb wat dromen gehad, sinds mijn kindertijd. Ik was niet als het ‘standaard’ meisje, ach wat is dat ook eigenlijk, standaard. Ik wilde geen kapster worden, of juf. Ik droomde van een leven als advocaat of straaljagerpiloot. Later wilde ik hotelmanager worden, samen met mijn buurmeisje had ik ‘mijn’ hotel al ingericht. Ik wilde naar de universiteit, rechten studeren, nergens in mijn hoofd kwam ‘beroepskneus’ op. Het kan anders lopen… of rollen.

Ik doorliep de HAVO met enige vertraging en ging daarna naar de PABO. Niet omdat ik me in de wieg gelegd voelde als juf, maar omdat ik het gewoon echt niet wist en ik na een jaar HBO over kon stappen naar de universiteit. Advocaat zat nog steeds in mijn hoofd, met dank aan ‘Matlock’. De PABO was een ‘geweldige’ opleiding. Ik fröbelde met vouwblaadjes (echt iets voor mij met mijn kromme klauwtjes), drukte de snor bij muziek (iets met een solo zang complex), liet anderen voor mij tekenen bij de hoorcollege’s en de leraar godsdienst heb ik nooit ontmoet. Wat deed ik wel? Ouwehoeren met klasgenoten, het was zeer gezellig! Na een half jaar werd mij vriendelijk verzocht de opleiding te verlaten. Ik was een gezellige studente, maar werkte demotiverend op de rest van de klas. Aan het werk dus.

Ik belandde fulltime in de supermarkt waar ik vanachter de vleeswarenbalie een fijn uitzicht had op het goed gevormde achterwerk van mijn collega (die ik inmiddels manlief mag noemen). Ik werd een manusje van alles; deed brood/kaas/vleeswaren en slagerij, sprong in waar nodig. Kassa wilde ik wel maar mocht ik niet van de baas. Iets met lange rijen en té gezellig. Ik heb een halfjaar gewerkt en ging daarna terug de schoolbanken in.

Naar de MEAO, ik werd secretaresse. Niet dat ik daar een toekomst in zag, maar je moest toch wat doen. Ik sloeg het eerste jaar over en haalde zonder moeite mijn diploma. De droom van de rechtbank liet ik varen, ik was soort van verdwaald en verloren. Ik ging aan het werk, werd gebruikt om het stoffige archief op te ruimen bij een notaris (waar ik ook niet paste) en verliet enigszins gedesillusioneerd de wereld van het notariaat.

Via via belandde ik in de wereld van de kippenslachtmachines. Ik begon als Verkoopmedewerkster en ging uiteindelijk via allerlei opleidingen naast mijn werk weg als vormgeefster. Een nieuwe uitdaging in Barneveld, maar niet langer in de kippenindustrie. Ik werd de inkoopmedewerkster die geen inkoop deed. Ik bleek beter op mijn plaats bij het vormgeefteam en van daaruit mocht ik de fotovakschool gaan doen. Ik was inmiddels de dertig ruim gepasseerd en vond mijn droom in de wereld der fotografie. Eindelijk wist ik wat ik wilde worden als ik later groot was!

Hoe wreed kan het lot zijn. Mijn eigen studio, die ik naast mijn werk runde, heeft denk ik een jaar of vier bestaan. Toen ik eindelijk mooie opdrachten kreeg moest ik de boel opdoeken om weer mijn dromen te laten varen. Ik werd beroepskneus. Ik doe het prima, verdien mijn salaris en meer, maar ‘shit happens’ en je moet er het beste van maken. Ik schrijf wat en fotografeer met mijn telefoon. Probeer nog steeds mooie dingen te creeëren en dat brengt mij eindelijk op de titel van vandaag.

Dromen zijn er om je houvast te geven. Ik droom altijd groot, ik wil iets achterlaten in deze wereld. Ik wil een stempel drukken, ik wil dat mijn kinderen en achterkleinkinderen (mocht ik die krijgen) trots op mij zijn. Ik wil trots op mezelf kunnen zijn! En ik wil dingen doen met hart en ziel, creëren, voelen dat je leeft (al voel ik dat al jaren op een pijnlijkere manier). Nu ik niet, of weinig, meer áchter de camera kan wil ik er wel voor. En als ik ergens aan begin wil ik ook wel kijken hoe ver het me kan brengen. En zo meldde ik mij aan bij een modellenbureau. Niet dat ik zit te wachten op veel opdrachten, zeker niet met de staat van vandaag zeg maar, maar ik wil gewoon weten of ik het kán.

En zo vroeg ik om hulp om een portfolio op te bouwen. Daaruit volgde een keileuke fotoshoot met Mirella de Jong, die ik al kende vanuit een shoot voor de stichting. Onderstaande foto komt uit haar creatieve koker en ik ben er blij mee! Er zijn er meer en die volgen ook later, maar deze kan ik zeker toevoegen. Ik ga voor het echie, ik heb een contract bij een klein bureau. Gewoon voor de ‘fun’, want ik vind het echt leuk. Het kost me bakken energie, maar als ik dan zulke foto’s krijg weer ik waarvoor ik het doe.

Dromen zijn er om na te leven, of het in ieder geval te proberen. Blijf dromen, hoe klein ze ook zijn. Voor nu ben ik al blij dat ik met Lewis buiten kom, maar ook dat zijn dromen.

  • Ik ben het heden –
  • Gemaakt door het verleden –
  • Nu toekomstgericht –

Kleinkunst

Ik ben al een tijdje actief op Instagram, ik vind het vooral leuk om gewoon een beetje gedachteloos plaatjes te kijken. Ik heb een eigen account als kneus en een account voor mijn fotografie (al is daar niet echt veel actie momenteel). Ik kijk graag naar collega fotografen en dan vooral naar de wat creatievere fotografen. Er is ontzettend veel moois te zien en ik vind dat kijken naar wat andere mensen maken ontzettend inspirerend!

Ik vind Instagram dus leuk, maar het heeft ook een aantal andere kanten. Hoewel ik de foto’s van anderen dus zeer inspirerend vind, heb ik soms toch wat moeite met het feit dat ik ook zelf zo ontzettend graag aan de slag wil. Ik zou zo graag meer fotograferen! Ik wil voor de camera, heb een aantal leuke projecten in het vooruitzicht maar dan moet mijn lijf wel meewerken. Ik loop zo aan tegen de grenzen van mijn kunnen, het blijft lastig te accepteren dat er steeds minder mogelijk is. Ik zit niet bij de pakken neer, ik denk in oplossingen, niet in problemen maar ook daar loop je op een gegeven moment tegen grenzen aan.

Terwijl ik dit stukje schrijf hoor ik een nummer van de JS’s op Spotify. ‘Alles kan anders, alles kan’, een stukje verderop in dit nummer gevolgd door ‘we vonden onszelf tussen dromen en werkelijkheid’, Dulles zingt en ik denk. Alles kan anders, alles kan. Alles moet anders, maar het kan. Omdat ik het wil, denken in mogelijkheden, want die zijn er. Is het makkelijk? Nee, verre van. Het vergt aanpassingsvermogen, veel aanpassingsvermogen, maar dat heb ik. Ik heb door de jaren heen vaak genoeg bewezen dat ik het kan. Vertrouwen in mezelf, op mezelf. Ik bevind mijzelf tussen die dromen en de werkelijkheid.

Ik begon dit stukje met het idee te schrijven over een andere kant van Instagram trouwens, ik dwaal enorm af. Gek hoe je hoofd soms werkt, ik spring van de hak op de tak. Maar goed, de andere kant van Instagram. Het foto’s kijken als fotograaf vind ik dus geweldig, wat ik al schreef, inspirerend. Op mijn eigen account kijk ik vooral naar de foto’s die een inkijkje geven in het echte leven van mensen, van echte mensen. Daar valt me op dat het leven van de echte mens gepolijst lijkt te zijn. De echte levens worden opgepoetst, geüpgraded bijna, geperfectioneerd. Het leven is niet altijd mooi, soms doet het leven pijn. Daar zie je, een aantal uitzonderingen daargelaten, bijna niets van. Het lijkt alsof we op een podium staan, het echte leven vindt plaats achter de schermen.

Ik wil vol in het leven staan, ik wil niet leven achter de schermen. Ik stá op het toneel, maar wel als mezelf. Ik wil vol in mijn leven staan. Mijn beperkingen omarmd, ze horen bij mij, ze maken mij, hebben mij gevormd. Ik ben prima zoals ik ben, ik ben geen perfect plaatje. Ik ben een plaat met de nodige krassen. Grijsgedraaid, als de geliefde elpee van het leven. Er zullen best wat krassen bijkomen, dat betekent dat ik leef en dat is waar we hiervoor zijn. Voor mij geen perfect plaatje. Ik ben wie ik ben, ik leef mijn leven op het podium des levens, kleinkunst voor kneuzen…

Voldoening

Ik ben ‘maar’ een gewone kneus, een platligger zonder doel. Qua werk dan, want ik heb wel degelijk een doel in dit leven. Ik wil mensen verder laten kijken dan hun eigen wereldje, laten zien dat er meer is dan werken. Ik wil laten begrijpen dat wij niet-werkenden ook een functie hebben, dat wij ook bestaansrecht hebben. Ik wil meetellen, meepraten en meeleven.

De man van drie miljoen

Niet het bezit van deze meneer, nee slechts het jaarsalaris. Drie miljoen om beslissingen te nemen. Drie miljoen om te doen waar je voor opgeleid wordt. Drie miljoen, niet omdat je het leven van mensen kunt redden, maar omdat je op hun centjes past. Drie miljoen, omdat je aan anderhalf miljoen nu eenmaal niet genoeg hebt.

Waarheen, waarvoor

Ik ben zo langzamerhand de weg kwijt, ik begrijp het niet meer. Een Minister President, verantwoordelijk voor een heel land, verdient een schijntje in vergelijking met deze bankdirecteur. Deze in mijn ogen zwaar overbetaalde directeur verdient maar een schijntje in vergelijking met een voetballer van hoog niveau. Een voetballer die van zijn hobby zijn werk heeft kunnen maken en daar een slordige paar miljoen mee binnensleept. En dan kijk ik naar de ‘gewone’ man of vrouw. Iemand die met zijn handen werkt, hard werkt, zijn lijf in de strijd gooit om een huis te bouwen, iemand die zichzelf letterlijk sloopt om iets op te bouwen voor een ander. Dan kijk ik naar de secretaresse, die de afspraken bijhoudt voor meneer de directeur, de jongen of het meisje achter de toonbank van de bank. De persoon in de winkel die de schappen vult. De boer die de koeien melkt, of de bloemkool van het land haalt. De verzorger van Oma of Opa, van de vader of moeder. Allemaal mensen die samen deze maatschappij draaiend houden. Op een hongerloontje als je het vergelijkt met de drie miljoen van de bankdirecteur.

Verschil mag er wezen

Ik begrijp best dat er een verschil is. Een verschil in opleiding, in veranwoordelijkheid. Ik snap dat een chirurg, die letterlijk het leven van iemand in zijn handen houdt meer compensatie mag verwachten dan het meisje achter de kassa. Ik snap dat de President, verantwoordelijk voor een land, meer compensatie verdient dan de loodgieter. Wat ik niet snap is dat het verschil zo enorm groot moet zijn. Hoeveel heb je nodig om normaal te kunnen leven. Hoeveel huizen moet je hebben, hoeveel auto’s?

Het leven draait om geld

Onze wereld draait niet langer om waar het zou moeten draaien. Je wordt afgerekend op geld, op materialistische dingen. Wil ik later als ik er niet meer ben bekend staan om de hoeveelheid auto’s die ik heb nagelaten? Om het feit dat ik in een Mercedes rijdt (wel een oudje, maar toch)? Of wil ik herinnerd worden om de goede dingen die ik heb gedaan, om het feit dat ik als platliggend lid van de firma Kneus en Kreupel iets heb kunnen betekenen voor mijn mede-kneuzen. Dat ik iemand heb kunnen inspireren, dat ik misschien wel het verschil heb kunnen maken in iemands leven. Dat iemand door mij inzag dat het leven ook voor ons de moeite waard is?

Iemand werd niemand

Ik ben geen bankdirecteur, ook geen chirurg. Ik ben zelfs geen fotografe meer, ik ben in de ogen van veel mensen een niemand. Ik ben een uitkeringstrekker, iemand die leeft op het geld van de belastingbetaler. En toch ben ik zoveel meer dan de man van drie miljoen. Ik snap misschien niets van de waarde van zijn bedrijf, van de dingen die hij opgeeft, van de redenen achter zijn drie miljoen. Maar ik snap de waarde van de mens, ik snap de waarde van liefde, van eenheid, van samen leven en van eerlijkheid. Ik snap de waarde van mijn leven, van dankbaarheid.

Ik begrijp niet veel, maar samen delen geeft meer dan drie miljoen per jaar ooit zou geven.