Een weekje ‘werken’

Het voelt bijna als werken. Meestal zeggen mensen dit op een negatieve manier, maar in mijn ogen is deze zin positief. Ik zou willen dat ik het kon, ik mis het!

Het voelt bijna als werken, ik mocht een foto opdracht doen. Vijf dagen kids fotograferen, een paar uurtjes per dag. Ik had het helemaal uitgestippeld, opgedeeld in fases, in hapklare brokjes, dan moest dit me lukken! Je snapt het al, hier spreekt een regelmatig wederkerend woord, bijna een werkwoord als het door mij wordt gebruikt; overschatting.

Ik wil het gewoon, ik wil het gevoel hebben weer mee te doen, ik wil me weer een beetje normaal voelen. Maar wat is normaal? Kan ik niet beter accepteren dat ik dit eigenlijk gewoon niet kan? Waarom overstijgt mijn eigenwijze willetje nog steeds mijn kunnen? Omdat ik soms nog steeds het gevoel mis écht te leven, mee te doen. Hoe heerlijk is het te horen dat je iets goed gedaan hebt?

Maandag

Ik begon enthousiast, het liep ietwat uit (ik vind het gewoon leuk), geen probleem ik ben flexibel (😉). Ik wil gaan voor het best haalbare en als dat betekent dat ik iets langer door moet, dan doe ik dat. Uiteraard voel ik best dat mijn fragiele gestel het hier niet mee eens Is, ik voel mijn brandende knieën, mijn schokkende schouders en mijn stekende rug, maar ik ben een absolute kei in negeren; we zullen doorgaan…

Eenmaal thuis voelde ik de heftigheid van de grens, ik stortte weer eens sierlijk neer op mijn bed en bleef daar, de rest van de dag. Gelukkig heb ik altijd macaroni in huis en hoefde ik daar niet lang mee bezig te zijn. Ik was blij dat ik kon slapen en probeerde een beetje bij te tanken, want dinsdag was de tweede ronde.

Dinsdag

Weer op tijd (voor mijn doen echt op tijd) op pad. Mét gezelschap van een lieftallige assistente die mij een dagje volgde in mijn bezigheden (de juiste dag want van de hele dag liggen en een beetje typen op mijn telefoon leer je niet zoveel) voor haar opleiding (tot verpleegkundige, echt top, aandacht voor EDS, zeer blij mee!). Ik hou van kinderen, maar merk dat ik zeer snel overprikkeld ben, dat is lastig. Mijn bips deed zeer, mijn ingebracede knieën nog meer (kinderen moet je laag fotograferen en dat vindt mijn lijf niet fijn). De leidsters moesten mij af en toe van de vloer plukken, als ik op de grond zit kom ik niet meer overeind. Gelukkig had mijn moeder goed ingeschat dat mijn dag meer dan vol was en had ons eten voor deze avond al klaargemaakt, dat scheelt enorm!

Woensdag

Woensdag (het is net als dat stripverhaal in de Donald Duck; een weekje…) kreeg ik het serieus zwaar. Mijn lijf voelde aan alsof een vrachtauto ermee in botsing was gekomen; alles deed pijn, nog veel meer als normaal. Maar daar gaan we weer; we zullen doorgaan. Ik merk aan de kwaliteit van de foto’s dat ik moe ben. Ik ga fouten maken, stomme foutjes, een verkeerde ISO die ik vergeet te veranderen. Een te lange sluitertijd, bewogen foto dus. Dingen die ik normaal automatisch doe gaan nu mis. Gelukkig zijn de meeste foto’s goed, maar toch.

Donderdag

Het gaat het mis. ik kan niet meer, ik barst bijna in tranen uit als iets niet gaat volgens mijn idee, ik frustreer mezelf door domme dingetjes. Tijd voor pauze en een bakkie thee, ik moet mezelf ook daar de tijd voor geven. Dit was niet mijn dag, ik begreep mijn eigen camera niet meer…

Vrijdag

Vandaag, de laatste dag. Fysiek een opluchting, mentaal een ander verhaal. Het is gelukt, ik heb het gedaan. De eerste reacties zijn goed (ik blijf onzeker terwijl dat niet nodig is, ik kan dit). De laatste groepsfoto en klaar. De kids hebben een prachtig knutselwerk voor me gemaakt, zo lief! Ik heb het naar mijn zin gehad, het is zwaar geweest, maar het heeft me weer even laten voelen hoe het is mee te draaien in de gewone wereld en mentaal heb ik dat gewoon af en toe even nodig. Nu rustig bewerken en dan mag ik nog een keertje terug om ze af te geven. Ik ga ze nog missen ook…