These boots

Ooit zocht ik naar een diagnose…
Om me gesteund te voelen.
Om te verklaren.
Om mijn groeiende onzekerheid te helpen temmen.
Om mezelf te kunnen verantwoorden, waarom kon ik niet wat een ander kon.

Omdat ik mezelf geen raad wist.
Met de pijn die me zo vaak overviel.
Met het groeiende aantal beperkingen.
Met hoe ik moest werken met zo weinig energie, met zoveel klachten.
Met hoe ik me staande moest houden in een maatschappij die maar doorging.

Jaren heb ik gevochten. Met mezelf, en tegen mezelf. Jaren heb ik mijn leven gepauzeerd, uit onmacht. Jaren heb ik hardnekkig geprobeerd positief te blijven, te lachen, hoewel het huilen soms me soms echt wel nader stond. Dat is het ding met vechten, je gaat tegen de stroom in. En dat wringt, op enig punt.

De diagnose EDS bood me steun. Gaf me een gevoel van ergens bij horen, want ik voelde me verstoten door de gewone gemeenschap. Ik deed niet meer mee, telde niet meer mee, hoorde er niet meer bij. Al deze gevoelens, gemaskeerd door een lach. Ik omhelsde mijn aandoening, als ware hij mijn beste vriend. Tot ik hem leerde zien voor wat hij was, en langzaam leerde hem los te laten. Ik hoefde niet te voldoen aan een vast stramien. Ik ben de baas over mijn eigen leven. Ik heb de controle. Ik bepaal.

Dat klinkt simpel, zo in een alinea, maar dat is het niet. En toch ook weer wel, want mindset heeft echt enorm veel invloed, meer dan we geneigd zijn te denken. Zie je jezelf als een deelnemer van het leven of als een toeschouwer? Ik heb mezelf tien jaar lang als een toeschouwer gezien en nu doe ik weer mee.

Loopt alles op rolletjes, nu? Nee, ik worstel soms echt nog wel om mijn hoofd boven water te houden. Maar dan weet ik weer dat mezelf laten drijven op de stroom van het leven beter werkt. Soms moet je er even bij gaan liggen en jezelf de rust gunnen. En soms duurt dat even wat langer, zeg een jaar of tien.

Vandaag kreeg ik er officieel (weer) een diagnose bij. Tien jaar immobiel zijn is waarschijnlijk van grote invloed geweest op mijn botdichtheid. Tel daar een laag vitamine d gehalte bij op en je hebt een probleem in de dop. Maar het hoeft geen probleem te worden, nóg niet. Ik kan het tij nog keren en dat ga ik doen. Ik was al uiterst gemotiveerd om te blijven bewegen, dit motiveert juist extra.

Dok was enthousiast, blij dat ik deze diagnose zie als een uitdaging in plaats van als een probleem. Ik heb er genoeg, diagnoses, ze zijn uiteindelijk niet meer dan een verzameling van letters. De échte diagnose, de grote uitdaging, zit in mijn hoofd. Ik ga door op het door mij ingeslagen pad. Leren wat er te leren valt en genieten van het proces. Iedere stap vooruit is er eentje, en ik, ik loop in zevenmijlslaarzen!

Opkrabbelen

Ik schrijf wel vaker over de reis die ik maak op het gebied van manifesteren, de reis die de wet van de aantrekkingskracht heet. Die reis gaat, net als de rest van het leven, gepaard met pieken en dalen. Dagen van vol ermee bezig zijn, van plannen maken en dagen van het hele zooitje het liefst in de hoek van de kamer flikkeren. Soms staat je hoofd ernaar, en soms ook niet.

Ik zit in een groepje, een groepje van mensen die bezig zijn met dezelfde cursus als ik. Je krijgt ze er gratis bij, de winnaars en de losers. Soms voel ik me thuis bij de eerste groep, soms bij de tweede. Ik heb nog wat werk te doen, om standaard bij de winnaars te horen. Wat ok is trouwens. want als ik klaar was met leren was ik hier niet meer, denk ik. Dus ik leer nog maar even door. Ik ben sowieso nog niet klaar, want ik heb grote plannen, al weet ik nog niet wat die precies gaan zijn…

Maar goed, ik zit dus in dat groepje. En daar werd iets gedeeld door een schrijver (of schrijfster) die een boek uit gaat brengen, dat natuurlijk een groot succes gaat zijn. Zo gaat dat, in de wereld der manifestatie. Je gelooft in jezelf, in je eigen succes. En vanmorgen werd me duidelijk dat er op dat gebied nog iets schort, bij mij, niet bij hem (of haar), die had dat geloof in zichzelf.

Ik wil ook weer een boek maken, gewoon omdat ik dat leuk vind. En omdat ik best geloof in mijn eigen schrijfkwaliteiten. Ook in mijn vormgeefkunsten trouwens, niets mis mee. En toch geloof ik er niet genoeg in, anders lagen er niet nog dozen vol boeken op zolder (niet zo stille hint dit). Ik wil een succesvolle schrijfster zijn. Zo, als het nog niet duidelijk was, is het dat nu wel. Zo eentje die succesvolle boekpresentaties geeft, die uitgenodigd wordt bij tv programma’s, die in de landelijke krant komt én in tijdschriften, met een eigen column. Niet omdat mijn hoofd bekend is, maar omdat ik het kán.

Tot zover werkt het, dat geloven in mijzelf.

En dan is daar dat andere stemmetje, dat stemmetje dat zich ermee wil bemoeien. Dat stemmetje dat in mijn oor fluistert, maar jij hebt geen van beide. Je hebt én geen bekend hoofd, én kunt helemaal niet zo goed schrijven. Je bent best aardig, maar dat is niet goed genoeg.

Niet goed genoeg.

Dat is wat zoveel mensen van zichzelf denken. En ik lees in al die manifestatie boeken dat dat dus niet goed is. Nog iets dat niet goed genoeg is.

Ik heb nog iets te overwinnen voor ik op dat podium sta, met die succesvolle boekpresentatie. En toch voel ik het wel, dat succes. Ik slinger het bij deze dus nog maar een keer het universum in.

Ik.wil.het.

Ik ben op weg naar die succesvolle versie van mezelf, al is de huidige versie ook echt niet verkeerd.

Ik ben aan het opkrabbelen, in iedere zin van het woord. Ik zie mogelijkheden, ook hier op meerdere fronten. Ik krabbel op, voor een nieuw boek. Een boek vol inspiratie, vol hoop. Er is altijd hoop, en hoop is beter dan leven in angst.

Ik krabbel op, ik schrijf en beschrijf, mijn pieken en mijn dalen. Belerend, soms, en bij vlagen. Lerend, altijd, en het vallen niet of nooit verlerend.

Ik krabbel op. Letterlijk.
Mijn lopen verbeterd, ik val en sta weer op.

Ik schrijf mijn eigen leven, en ik geloof in mijn eigen mogelijkheden. Op ieder front.

Ik geloof.
Ik moet geloven.
Ik ga geloven.

Ik krabbel op, zoveel weet ik zeker!

Vangnet?

Vandaag is het tien jaar geleden dat ik werd afgekeurd. Voor het ‘echie’ deze keer. Ik had al wat proefperiodes achter de rug, mijn lijf was al vaker een beetje lastig, maar tien jaar geleden ‘mocht’ ik eraan geloven. Ik mocht op mijn lauweren gaan rusten. Ik mocht me volledig overgeven aan mijn taak in dit leven, leuke dingen doen. Maar wacht, is dat wat veel mensen denken van leven met een uitkering wel echt zo?

Ik schreef wat af in die tijd. Poëtische probeersels vooral. Rijmelarij van een niveau dat jij mag bepalen. Ik bundelde mijn woorden, probeerde op die manier uiting te geven aan mijn gevoel. Aan mijn frustraties. Aan dat gevoel dat me eigenlijk nog steeds overvalt als ik het woord dat bij deze periode hoort goed tot mij door laat dringen.

Afgekeurd.

Van de week had ik een meningsverschilletje met een soort van lotgenoot. Ik schreef in een drie-regelige reactie ergens op dat het vangnet dat het UWV biedt voor mij vaak voelt als een dwangnet. Dat ik mij opgesloten voel in mijn uitkering. Dat ik wil, al kan ik niet. Dat ik worstel met mijn mogelijkheden, al heb ik ze vaak niet. Ik zou nog steeds zo graag, maar de hokjes zijn zo krap. Ik voel me opgesloten.

De persoon aan de andere kant van het beeldscherm dacht op basis van drie regels te kunnen concluderen dat ik niet dankbaar was en wel dankbaar zou moeten zijn. Drie regels tekst veroordeelden mij tot een ondankbaar sujet. Hoe fout kun je zitten.

Ik ben ontzettend dankbaar dat we in een land leven waar we een vangnet als dit hebben. Zonder zou ik dik in de problemen zijn geraakt. Maar verwar deze dankbaarheid niet met hoe dit vangnet ook voelt als een gevangenis. Eentje zonder kans op vrijlating. Geen verlaat de gevangenis zonder te betalen kaart voor ons. Geen promoties meer. Zelfs geen complimenten voor een job well done. Altijd vast op hetzelfde niveau. En ik wil nog steeds zo graag meer. Zoveel mislukte projecten en in mijn binnenste borrelt het nog steeds. Dat gevoel dat ik ben voorbestemd voor zoveel meer dan deze eeuwigdurende stilstand.

Ik heb zo vaak geschreven dat ik heb geaccepteerd, maar ik denk dat dat niet bestaat, dat er niet zoiets is als complete acceptatie. Je evolueert, ook binnen je aandoening en beperkingen. En accepteren geeft een soort eindpunt weer. Ik rijs en ik daal. Steeds opnieuw. Mogelijkheden veranderen, ook als je niet geschikt meer bent voor betaald werk. En je wilt altijd meetellen. Als mens, als iemand met mogelijkheden, die er ook altijd zijn. Maar ze passen niet binnen het systeem dat wij hier bedacht hebben.

Dat mag je dus niet zeggen.
Dan ben je niet dankbaar.

Ik ben echt oprecht ontzettend dankbaar. Maar ik voel me tegelijk gevangen. Binnen de hokjes van het systeem. Dat is niet ondankbaar.

Een vangnet kan voelen als een dwangnet.
Waar je dan wel eeuwig dankbaar voor moet zijn…

Zonder woorden. Het gebeurt me niet vaak, maar er zijn van die momenten dat woorden absoluut tekort schieten. Deze week zit vol van die momenten…

Waar te beginnen? Het begin was ergens vorig jaar, oktober om precies te zijn. Een telefoontje van mijn vriendin. We hadden elkaar al een tijdje niet gezien, zo gaat dat soms in een vriendschap. Zij had net een nieuwe baan, en een nieuwe liefde, dan lopen levens even niet synchroon en dat geeft niet. Er is tijd genoeg om de banden weer aan te trekken. Later. Denk je.

Het is een lang verhaal, dat zich afspeelde in slechts een paar maanden tijd. Ze was ziek. Ernstig ziek. Ze heeft ontzettend veel moeten doorstaan, maar ze vocht als een leeuw. Kuur na kuur bleef ze positief, het was nog geen tijd, ze was nog te jong.

Het valt je misschien al op, ik schrijf in de verleden tijd. Zo snel gaat dat soms, zo snel haalt het iemand in. Zaterdag werd ik gebeld, of ik haar nog wilde zien. Hoe doe je zoiets? Afscheid nemen, wat zeg je tegen iemand die gaat sterven? Iemand die slechts anderhalve week daarvoor nog vol vechtlust zat? Ik snap het volledig, de keuze te stoppen met de behandelingen. Een mens kan veel verdragen, maar er komt een moment dat het klaar is. En dat moment was daar. Zo kom je ‘gewoon’ op bezoek en zo sta je een week later aan iemands sterfbed.

Gisteren is ze overleden, 48 jaar jong. Mijn lieve, sterke, stoere vriendin. Ik heb een dubbel gevoel, het is beter zo. Het is goed. Ze heeft genoeg geleden, ze heeft rust. En tegelijk is daar natuurlijk dat andere gevoel. Dat gevoel dat je overvalt als je haar naam ziet in je whatsapp lijst. Die naam zal steeds verder naar onder zakken, er gaan geen berichten meer komen. Tenzij ze dat voor elkaar krijgt, ze heeft altijd gezegd dat ze zou komen spoken.

Op deze momenten word je met je neus op de feiten gedrukt, je moet genieten van het leven. Iedere dag je momenten kiezen. En we weten het allemaal, we vergeten het alleen in de dagelijkse beslommeringen. Leef nu. Geniet nu. Je weet nooit wanneer jouw tijd op is…

Lief vriendinnetje, tot ooit ❤️

Loslaten

Het is een terugkerend thema in mijn leven. Loslaten. Ik schreef al eerder dat ik diep in mezelf duik. Ik ben op reis, een reis door mijn innerlijke belevingswereld.

Leerzaam. Hoopvol. Lastig. Mooi.

Langzaam maar zeker laat ik mijn onzekerheden los. Laat ik mijn bijna dwangmatige hang naar controle los. Onderzoek ik waarom ik zo’n behoefte voel naar erkenning -lastig in een tijd die je afhankelijk wil maken van likes-. De vraag of ik wel goed genoeg ben heeft lang genoeg mijn gedachten beheerst. Het is tijd om ze los te laten. Het is tijd te vertrouwen op mezelf.

Ik las net een gedicht van een soort van lotgenoot, een pijngenoot zeg maar. Chronische pijn doet iets met je. Het maakt je onzeker, bang, een staat van zijn die ontvangen lastig maakt. Je moet eerst de tekorten loslaten voor je open kunt staan voor overvloed. Ook als het gaat om gezondheid. Ik weet hoe het werkt en ik weet hoe het klinkt. Ik heb het zelf ervaren, al had ik een paar jaar geleden dit soort antwoorden direct doorverwezen naar het rijk der fabelen.

Vanmorgen had ik een goed gesprek met dok. Gisteren had ik een terugval en een flinke ook. Mijn benen lieten het volledig afweten, zenuwpijn, bliksem, rug vastgeslagen, ik kon geen kant op. Terug mijn bed in, balen, de onzekerheid sloeg toe, probeerde zijn klauwen weer in mijn hoofd te zetten. Ik pakte mijn cursus er maar weer bij.

Loslaten, dat is de sleutel. De onzekere gevoelens geen kans geven, ze mogen er even zijn, om ze vervolgens weer te laten gaan. Ik mag mezelf ook rust gunnen. Ik mag mijn lijf rust gunnen. Rome is ook niet in één dag gebouwd, helen kost tijd. Dok is trots op me, ik ben ook trots. Ik doe het, ik ga vooruit en ja, soms val ik terug. Soms moet ik eerst weer drie stappen achteruit en dat is prima. Het mag er zijn, ik mag het er laten zijn om het vervolgens weer los te laten.

Ik ben helemaal ok met mijn lijf. Ook als dit het is, weet ik dat ik het red. En juist het feit dat ik dat kan accepteren maakt dat er vooruitgang mogelijk is. Ik weet dat het ontzettend wazig klinkt. Dat het te mooi lijkt om waar te zijn, maar dat is het niet. Loslaten is de sleutel. De verwachtingen loslaten. De angsten loslaten. Vertrouwen op de toekomst. Vertrouwen op jezelf, in jezelf. We zijn niet gemaakt om ziek te zijn. We zijn gemaakt om groots te zijn. En ook ik ben daarvoor gemaakt. Er is ergens een blokkade gekomen, en die mag ik loslaten.

Het is maf, de mate waarin ik met heel mijn wezen vóel dat het zo werkt, terwijl mijn hoofd nog wat tegensputtert. Beren op mijn weg zet. Ik laat mijn hoofd maar kletsen. Terugvallen zullen er zijn, en ik zal ze keer op keer liefdevol accepteren en weer loslaten. Ze mogen er zijn, ik mag ze voelen. En dan weer laten gaan. Op naar de volgende piek, want ook die gaat er zijn. En daar mag ik ultiem van genieten en dan ook die loslaten op weg naar de volgende.

Het nummer van Frozen is mijn lijflied geworden, laat het los, laat het gaan…

Moed

Veel van mijn stukjes zijn geïnspireerd op dingen die iemand zegt. Of iets dat ik lees, een quote, een column. Of een foto of iets op tv dat ergens in mijn brein een vakje opent. Of een laatje. Ik zie mijn brein vaak voor me als zo’n oude apothekerskast, heel veel laatjes en soms ben je even de connectie met het juiste laatje kwijt. Of een jukebox, die soms halverwege even blijft hangen, als je twijfelt tussen nummers. Of een typemachine, wanneer je drie toetsen tegelijk indrukt (was ik goed in) en de staafjes met lettertjes in elkaar blijven hangen. Mijn brein functioneert meestal prima, maar zit vaak ook overvol, dan gebeuren dit soort dingen.

Daar wilde ik het niet over hebben, zie, dat heb je met zo’n brein dat dwaalt langs zoveel verschillende opties. Iedere optie biedt weer een mogelijkheid op een stukje tekst, ieder woord geeft zelfs een andere optie, en zo fladderen er duizenden potentiële columns door mijn hoofd. Soms vermoeiend, soms inspirerend. Afhankelijk van de staat van de dag volgt er een samenhangend geheel, of niets, kan ook. Vandaag probeer ik te gaan voor het samenhangende geheel.

Ik lees de Libelle, het is zondagochtend en daar horen bij mij een kopje koffie en de Libelle bij. Roos is een van mijn favoriete columnisten, scherp met humor, love it. Vandaag schrijft ze over een tripje naar Rome. Vandaag is overigens al weken geleden, want ik loop ietwat achter met mijn leeswerk. Haar laatste zin triggert iets in mijn brein: ‘We zijn thuis en dat blijven we voorlopig, omdat het niet anders kan. Dat erkennen vereist ook moed.’

Hoe vaak heb ik dit soort zinnen niet door mijn hoofd laten spoken? Hoe vaak heb ik ze niet al eerder op papier gezet zelfs? Hoe vaak hebben manlief en ik over de jaren niet vakanties af moeten zeggen, concerten voorbij laten gaan, afspraken verzet? Thuis moeten blijven? Keuzes maken moet iedereen, maar dit soort dingen voelen niet als een keuze. Het voelt alsof je gedwongen wordt je leven op pauze te zetten en misschien is dat ook wel zo. En toch begint alles wat je besluit uiteindelijk wel met een keuze. En soms is dat misschien wel de moeilijkste keuze, kiezen voor jezelf. Kiezen voor jezelf voelt vaak als egoïstisch, alsof je door te kiezen voor jezelf de ander iets ontzegt. Ik voelde me vaak schuldig, alsof ik weer eens iets verpestte, voor de ander, maar uiteindelijk is het is dé beste keuze. Het kostte wat tijd, voor ik het zo kon zien, maar het is wel ontzettend belangrijk.

Het is waar wat ze zegt, het erkennen vereist moed, maar het moet. Erkennen dat je bestaat. Erkennen dat je ertoe doet. Besluiten dat je de moeite waard bent.

Kiezen voor jezelf kost altijd moed. Besluiten dat je het waard bent, moet!

Hard werken

Ik las net een stukje over een tv programma, het ging over mensen die een slordige miljoen te besteden hadden aan een huis. Op de vraag hoe ze dat fijne bedrag bij elkaar gekregen hadden was het antwoord ‘met hard werken’. En dat harde werken, daar wil ik het even over hebben.

Wie van mijn generatie is niet opgegroeid met de overtuiging dat veel geld verdienen gepaard gaat met hard werken? De vraag is wat hard werken nu eigenlijk inhoudt, wie bepaalt wat hard werken is? Als je doet wat je leuk vindt, hoef je nooit een dag te werken, werk je dan hard? Stel je werkt op kantoor, stuurt mensen aan, vergadert veel, bent vaak onderweg. Auto met chauffeur, laptop op schoot, werk je dan harder dan iemand die de hele dag op zijn knieën zit om bijvoorbeeld een straat te leggen? Is hard werken gerelateerd aan fysiek werk of juist aan mentaal werk? Is hard werken eigenlijk überhaupt gerelateerd aan werk? Wat heeft uiteindelijk meer waarde, wie genereert meer waarde. De discussie laait steeds weer op, is het de manager of degene die het ‘echte’ werk doet. Mijn linkse gevoel denkt er vaak het zijne van, maar de maatschappij bepaalt in deze door de markt gereguleerde samenleving de vastgestelde waarde.

Ik studeer levenskunst, ja ja, het een serieuze studie. Het gaat gepaard met inzichten over mijzelf, over wat ik onbewust allemaal heb opgepikt, uitzend, aantrek. Niet ieder inzicht is leuk, ieder inzicht is wel zinnig. Ik begrijp beter waarom ik reageer zoals ik reageer op bepaalde situaties. Probeer te ontdekken wie ik nu echt ben, probeer alles wat ik niet ben los te laten. Klinkt makkelijker dan het is trouwens, je hebt geen idee hoeveel angst en zorgen we dagelijks met ons meeslepen. Onze onbewuste overtuigingen beheersen een groot deel van ons zijn.

Ik studeer dus, en het is hard werken, al denk ik niet dat de maatschappij het zo zal betitelen. Ik verkeer in de ‘luxe’ positie hier tijd voor te hebben. Hoe ik daar gekomen ben was ook hard werken trouwens, al had het niets met wat de maatschappij als werken bestempeld te maken. In dat proces kreeg ik meerdere malen te maken met het stempeltje ‘uitkeringsgerechtigd’. Wanneer je met een blijvende invaliditeitsuitkering in dit hokje terechtkomt, ben je uitgewerkt, met alle mentale gevolgen van dien. Me proberen te ontworstelen aan die gevolgen is misschien wel het zwaarste werk dat ik ooit gedaan heb. De meeste mensen hebben hier (gelukkig!) geen idee van. Zij denken dat afgekeurd zijn makkelijk is. Gratis geld. Ze weten niet hoeveel dat gratis geld je echt kost.

Het meest wrange aan deze situatie is nog wel dat je met een beetje geluk (en dus eigenlijk veel pech) levenslang krijgt. Je wordt veroordeeld, door jezelf én door de maatschappij. Heen en weer geslingerd tussen een gevoel van euforie als je op het gebied van gezondheid enige vooruitgang boekt en tegelijk angst voor wat de mensen daar wel niet van zullen denken. Je veroordeelt jezelf, en dat laatste kan je maar zo weer onbewust tegenhouden in de vooruitgang.

Ook zoiets ogenschijnlijk simpels als je gezondheid kan heel hard werken zijn.

Wat is nu de moraal van dit verhaal? Laten we proberen ons te ontworstelen van de overtuiging dat veel geld verdienen hard werken is. Laten we dat oordelen over anderen sowieso eens achterwege laten. Iedereen doet zijn best, iedereen werkt hard op zijn eigen manier en volgt de lessen van het leven op zijn eigen tempo.

Hard werken is zoals zoveel andere dingen slechts een kwestie van interpretatie.

Tijd

Een bijzonder iets, tijd. Niemand heeft meer dan dit moment, dan dit moment in het nu. Gisteren ligt achter ons, morgen is nog niet gearriveerd -niemand weet trouwens of morgen voor ons wel zal arriveren-, nu is wat we hebben en toch gaan we bijna achteloos om met dat nu. We leven in het verleden, of al in de toekomst. We vergeten het nu, vergeten te genieten, vergeten dat we nu belangrijke beslissingen kunnen nemen. Steeds weer opnieuw, want iedere seconde geeft ons een nieuwe kans.

Er is veel geschreven over het fenomeen dat tijd heet. Bestaat tijd echt of speelt alles zich altijd af in dat nu? Alles tegelijk, op dit moment, verleden, toekomst, heden, allemaal gaande terwijl ik dit typ. Gek idee, maar volgens de kwantumfysica precies hoe het is. Mensen zijn gebonden aan tijd, tijd is een cadeautje, of toch niet? Iedereen zal dit anders ervaren. De één rent altijd achter de tijd aan, voelt de druk, wil van alles, maar redt het nooit. De ander zit zijn tijd uit, kan niet wachten tot hij om is. En weer een ander leeft voor het moment. Leeft in het moment. Hopelijk genietend van dat moment.

Zondagochtend is de perfecte tijd voor dit soort filosofische gedachten. Kopje koffie in het zonnetje, leerzaam boek op schoot, dan schieten dit soort gedachten door mijn hoofd. Ik vraag me met enige regelmaat af of ik mijn tijd niet zit te verdoen. Schreef het al eerder, dat gevoel dat mijn leven gepauzeerd is. Daar waar ik dat -tot kort geleden zelfs- zag als een soort straf, vraag ik me vandaag af of het niet eerder een zegen is geweest. Al die uren, minuten en seconden die ik na heb gedacht, over mijn doel, over mijn leven als arbeidsongeschikte. De strijd die ik heb gevoerd, hoe ik dit alles zag als nutteloos, mezelf zag als nutteloos. Hoe mijn beeld over de wereld, de maatschappij is veranderd. Iedereen heeft een doel en niemand is nutteloos. De maatschappij ziet de dingen zo zwart/wit en slechts in een economisch perspectief. Er is meer dan dat, veel meer.

Mijn lijf stond op pauze, mijn hoofd draaide op vol vermogen door. Ik kijk niet langer door dezelfde bril naar deze wereld. Mijn blik richt zich meer en meer naar binnen, als daar alles klopt, vertaalt zich dat vanzelf naar buiten. Ze zeggen niet voor niets dat geluk niet gebonden is aan een plaats, je vindt het in jezelf. Ook zoiets dat je gaandeweg leert. Ieder op zijn eigen tijd.

Je leven kan zomaar veranderen, door een verrassende foto, een gelezen of geschreven gedicht, door de glimlach van een vreemde. Zomaar in een enkele seconde, compleet onverwacht. Maar alleen als je ervoor openstaat, in het nu. De toekomst is altijd onderweg, het verleden ligt voor eeuwig achter ons. Omarm het nu, bewust en aanwezig.

Minuten gaan voorbij, maar het nu duurt voor altijd voort.

Afrekenen

Ooit, hopelijk duurt het nog even, want ik ben nog lang niet klaar, komt hij, de rekening van ons leven. Dat moment dat we terugkijken en ons leven aan ons voorbij flitst. Welke keuzes hebben we gemaakt, wat waren de consequenties ervan en wie hebben we ermee geraakt (of gekraakt, want dat kan ook).

Een leven is een optelsom, we hebben allemaal plussen én minnen. Iedereen, echt iedereen, heeft goede en minder goede kanten. In de basis zijn we allemaal goed, alleen kunnen de keuzes die we maken veel richtingen op gaan. En ze kunnen daarmee anders uitpakken dan verwacht, of voorzien. Aan het einde van de rit zien we ze terug, zien we wat we geleerd hebben en moeten we daarmee in het reine komen. Dat denk ik tenminste.

Het houdt me bezig, niet de afloop, want ik denk dat mijn tijd nog lang niet gekomen is. Dat hoop ik in ieder geval, want er zijn nog wel wat dromen waarvan ik hoop dat ik ze uit mag laten komen. De tijd gaat zo snel voorbij, voor je het weet is het later. Als ik nog dingen wil is het nu de tijd het te gaan doen. Daarvoor moet ik wel afrekenen met wat beperkingen trouwens, maar ik denk dat dat kan. Ik denk dat mensen tot veel meer in staat zijn dan ze denken, dat de geest, je innerlijke ik, dat ze samen in staat zijn veel te helen. Ik geloof ook dat ik daarvoor goed in de spiegel moet kijken. Dat ik de confrontatie met mijn eigen ik aan moet gaan. En dan juist niet de strijd aan moet gaan, maar de liefdevolle benadering moet zoeken.

Gek genoeg vinden veel mensen dat lastig. We vinden vechten makkelijker dan elkaar en onszelf liefdevol behandelen, ergens gaat iets ontzettend mis. Misschien is het een verwrongen manier van zelfbescherming, jezelf openstellen en kwetsbaar opstellen is eng, want stel dat je hart gebroken wordt? We leven in angst voor dingen die juist gebeuren doordat we in angst leven. We moeten weer leren vertrouwen, op elkaar en op de kracht die groter is dan onszelf.

Ik worstel al jaren met het zogenaamde willen ‘pleasen’. Ik kan moeilijk nee zeggen. Het gaat beter, ik leer bijvoorbeeld steeds beter luisteren naar mijn lijf, maar nog altijd gaat dat gepaard met een ongemakkelijk gevoel. Mistermindset vertelde daar iets heel moois over, hij zei dat je beter eerst nee kunt zeggen en dat dan later alsnog kunt veranderen naar een ja, dan andersom. Met het ja zeggen geef je namelijk een belofte, ga je als het ware een verplichting aan. Als je eerst nee zegt, kun je altijd nog ja zeggen. Dan zijn mensen blij als je wel komt. Zeg je eerst ja en moet je vervolgens alsnog afzeggen, dan breek je een belofte. Met gevolgen voor beide partijen. Zo had ik het nooit bekeken, maar dat maakt natuurlijk dat je je zo rot voelt als je iets af moet zeggen. Een hele goede om in het achterhoofd te houden denk ik!

Ik dwaal weer eens af, maar wat maakt het uit, het is mijn stukje. Ik bepaal de route, van mijn stukjes én van mijn leven. Het is tenslotte mijn rekening straks, eentje die ik helemaal zelf in de hand heb. En nee, ik heb niet alles in de hand voor wat betreft wat er gebeurt, maar het is wel ikzelf die bepaalt hoe ik omga met dat wat ik op mijn pad tref. Ik kan ervoor kiezen een slachtoffer te zijn van de gebeurtenissen, of ik kan ervoor kiezen mijn hoofd hoog te houden en zoveel mogelijk te genieten van de mooie momenten. En te leren van de rest. Te letten op wat ik doe en zeg. Rekening te houden met anderen en liefdevol om te gaan met mens, dier en natuur. Een bron van inspiratie te zijn voor anderen. Zodat ik eindig in een dikke plus, voor mezelf én voor alles dat leeft.

Theaterwijsheid

Gisteravond ging ik met een van mijn vriendinnen naar theater, Michael Pilarczyk stond klaar om ons te helpen met wat rust in het hoofd.

Ik was er al eerder geweest, vorig jaar. Eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik de helft van zijn waardevolle lessen blijkbaar weer verstopt had, ergens in mijn achterhoofd. Raar eigenlijk, ik ben nu een jaar bezig met het traject dat ga je mooiste leven leven heet. Ik lees, ik studeer, maar echt doordringen doen dingen blijkbaar op hun eigen tempo.

Gister heb ik geluisterd, beter geluisterd, écht geluisterd. Ooit leer ik het wel, mezelf afsluiten voor de innerlijke criticus die mijn ego heet.

Vorig jaar begon ik met het bijhouden van een dankbaarheidsdagboek, maar aangezien ik daar eigenlijk iedere dag hetzelfde in schreef ben ik er maar weer mee opgehouden. Als alle dagen hetzelfde zijn verandert er weinig. Het liet me zien hoe klein mijn wereld is geworden en begrijp me niet verkeerd, ik ben ontzettend dankbaar voor heel veel dingen in mijn leven, maar tegelijk is dat wat het is. Ik ben wel vooruit gegaan op een aantal gebieden, ik werk hard aan het afscheid nemen van mijn zinloze schuldgevoel bijvoorbeeld. Het dient mij niet. Het zat me enorm in de weg zelfs.

Ik las net een column terug van vorig jaar, eentje waar ik zelf van schrok. Soms leg ik de vinger serieus duidelijk op de zere plek. Ik worstelde er enorm mee, met dat schuldgevoel. Ik vond het ontzettend moeilijk mezelf op de eerste plaats te zetten. Het gevoel egoïstisch te zijn gaf (en geeft) me stress. Ik, die serieus volledige preken hou tegen vriendinnen, dat ze zichzelf op de eerste plaats moeten zetten, dat ze eerst van zichzelf moeten houden, die ik, die legt haar eigen wijsheid naast zich neer en voelt zich er zelfs schuldig over. Nou ja, voelde kan ik bijna zeggen. Ik ben er nog niet, maar ik ben wel op de goede weg en daarvoor ben ik mistermindset dankbaar, want vorig jaar, in het theater zag ik mezelf voor het eerst voorzichtig staan, daar in het middelpunt van mijn eígen leven.

Ik leef niet voor een ander, hoezeer ik die ander ook liefheb. Ik ben hier voor mezelf en het is hoog tijd om de touwtjes van mijn eigen leven wat strakker in handen te nemen. De afgelopen tien jaar heeft mijn leven stilgestaan. Ik heb mezelf mijn dromen afgepakt. Hoe positief ik dan ook mag zijn, ik heb in mijn zoektocht naar acceptatie ook mijn leven gepauzeerd. Dat is nu klaar. Het is tijd om weer op play te drukken. Het is tijd om te gaan ontdekken wat ík wil, wat ík uit dit leven wil halen. De mogelijkheden zijn er, ik moet ze alleen gaan zien, en er iets mee gaan doen.

Ik heb zo vaak geschreven dat ik niet afgeschreven ben, nu is het tijd om dat echt ook zo te gaan zien, te gaan ontdekken.

Ik ben klaar voor een nieuw begin. Ik ga mezelf herontdekken, met de kennis van alle boeken die ik heb verslonden, van alle cursussen die ik heb gedaan in mijn knapzak. Ik ga als een ware Douwe Dabbert de wereld ontdekken en in dat proces ontdek ik vooral mijzelf…