Grapjes?

Ik hou wel van een beetje zelfspot. Heb het volgens mij ook wel in mijn arsenaal van kwaliteiten zitten. Jong geleerd is oud gedaan. Als ik uit de bocht vlieg, op welke manier dan ook, lach ik zelf het eerst. En het hardst, al is dat vaak ook om mezelf niet te sneu te laten lijken misschien. Lachen is en blijft het beste medicijn. 

Ik kan dus prima lachen om mijn eigen onvermogen en mijn eigen onhandigheden. En ik maak er ook vaak genoeg grapjes over. Als mensen vragen waarom ik soms loop en soms rol zeg ik rustig dat ik gewoon lui ben. Je hebt van die mensen die bijna om zo’n antwoord vragen. Dat voel je feilloos aan. Ook sarcasme is mij echt niet vreemd. De grote vraag is of het bedoeld is als grap of dat het toch een afweermechanisme is. 

Ik denk dat in mijn geval mijn zelfspot voor een deel voortkomt uit dat laatste, het is zelfbescherming. Als ik als eerste lach ben ik de ander voor. Dat maakt dat ze me niet uitlachen. Een eyeopener op dat front was het peilen van mijn eigen reactie op de grapjes van anderen. Als een ánder namelijk grappend zegt dat ik soms rol omdat ik geen zin heb om te lopen vind ik dat niet altijd prettig. Ook als ik prima weet dat ze het niet rot bedoelen steekt het soms. Dan komen oude overtuigingen en angsten toch weer boven. Ze zullen me toch niet echt lui vinden? Dan komt toch dat gevoel weer een beetje boven. Het woord aansteller ligt toch op de loer. 

Afrekenen met dit soort overtuigingen lijkt zo makkelijk. Ik weet inmiddels waar mijn onhandigheid vandaan komt. Ik weet dat een onderliggende aandoening verantwoordelijk is voor mijn beperkingen en ik weet ook dat deze echt zijn. Dat ik me niet aanstel en zeker niet lijd aan hypochondrie. En toch is daar nog steeds dat stemmetje. Het schreeuwt niet meer, zo ver ben ik inmiddels wel, maar het fluistert nog steeds. Ook bij zoiets onschuldigs als een grapje.

Nadenken over mijn eigen reacties maakt me steeds bewuster van de mogelijke invloed van mijn gedrag. Van mijn eigen woorden. Je kunt iets nog zo onschuldig bedoelen, de impact kan toch groot zijn. En nu hoor ik mensen bijna denken: dan kan ik toch niets meer zeggen? Maar het kost helemaal niet zoveel moeite om je even in te leven in die ander. En na te denken, als iets jou een vervelend gevoel zou kunnen geven, is de kans groot dat de ander datzelfde voelt.

Het oude spreekwoord klopt echt, als gij niet wilt wat u geschiedt…

Arbeidsvermogend?

Veertien jaar ben ik al niet meer aan het werk. Ben ik niet meer relevant in arbeidskundig opzicht. Veertien jaar geleden kreeg ik wederom een hernia, en wilde mijn lijf niet meer echt herstellen. Niet meer op arbeidsvermogen in ieder geval.

Ik hou het niet bij hoor, het stond in mijn herinneringen. Op die sociale media waar ik gisteren nog beloofde niet meer naar te kijken. Blijkbaar kreeg ik veertien jaar geleden mijn collega’s op bezoek. Ik vraag me af of ik ze nog mis, collega’s. Lange tijd zou mijn antwoord ja zijn geweest. Ik miste de gesprekken bij de koffieautomaat enorm. De dagelijkse updates, de kleine momenten. Ik hou daarvan, het persoonlijke. Maar dat is geweest.

Ik hou nog steeds van mensen, maar nu kom ik ze tegen in het park in plaats van bij de koffieautomaat. En anders heb ik ze op mijn oortjes, in de vorm van een muzikale interventie. Klinkt sneuer dan het is, ik dans door het leven. Soms letterlijk en soms figuurlijk.

Ik ben het gemis te boven gekomen. Ik ben inmiddels oké met mijn eigen gezelschap. Luister naar mijn eigen gezwets, in mijn hoofd en soms ook gewoon hardop. Vroeger had ik gezelschap van mijn collega’s, nu kan ik in gesprek gaan met mijzelf. Dat is eigenlijk pure winst. Oké zijn met jezelf is namelijk zo gek nog niet.

Verdwaald tussen scrollen en… scrollen?

Ik moet rust houden. Moet? Ja, moet, nou ja, het is beter, denk ik. Of niet? Misschien is doorgaan wel veel beter. Gewoon even de kiezen op elkaar houden. Daar krijg je wel overbelaste kaken van, als je niet oppast. Oké geen kiezen op elkaar dus. Doorgaan dan, wel? Of toch niet? Liggen misschien?

Bovenstaande discussie vindt dagelijks plaats in mijn hoofd en in het hoofd van andere EDS’ers, schat ik zo in. Ik probeer een goede balans te vinden. Ik kan inmiddels best lopen, maar niet te ver want dan laat mijn lijf me overduidelijk voelen dat ik niet goed geluisterd heb. Dat luisteren blijft sowieso lastig, want als ik gá, dan ga ik. Dan ben ik geneigd het voelen uit te schakelen. Dat ben ik zo gewend, overblijfsel van het ‘stel je niet aan, gewoon even doorgaan’. Iets dat zich heel lastig laat corrigeren.

Ik heb Londen nog in de benen (en de rug, nek en schouders). We gingen een paar dagen weg, manlief, zoonlief en ik. Het was heerlijk, maar uiteraard ook weer een beetje (meer dan een beetje) over mijn grens. Zeker na Frankrijk, en Zeeland, want ook die gingen er al over. Maar, ik kan op mijn kiezen bijten (jawel, met kramp in de kaken tot gevolg). Dat is een talent dat wij hyperflexibelen hebben. Bijten tot we erbij neervallen. Vrij letterlijk vaak, in mijn geval.

Ik moet even rustig aan doen. Om mijn lijf de kans te geven te herstellen. Alleen doet liggen net zoveel pijn als zitten. En als lopen. En ik loop en zit liever, dus doe ik dat vaker. Met consequenties, waardoor ik moet gaan liggen. Wat pijn doet… snap je het cirkeltje waar ik mij in bevind?

Het is een luxe probleem, voor de één. En een nachtmerrie, voor de ander. Ik ervaar allerlei gevoelens daartussen, maar een nachtmerrie, ach ik ben erger gewend en een luxe is het nou ook weer niet. Ik kan van alles, liggend, want liggen is toch het verstandigst. Denk ik. Dat deed ik tenslotte jaren.

Ik kan dus van alles, maar doe eigenlijk niks. Ik scroll. Ik ga van Facebook naar Instagram en weer terug. Zoekend naar nieuws dat geen nieuws is. Kijkend naar moois dat niet mooi is. En toch doe ik het.

Ik scroll. En ik scroll. En ik scroll nog wat meer. Minuten, uren verdoe ik mijn tijd aan niets. Met niets. Nou ja, met mijn telefoon, noem het maar niets. Zinloos geweld zou ik bijna zeggen. Naar mijn brein, dat meer kan en zo weinig doet.

Het is misschien tijd om afscheid te nemen van sociale media. Dat weinig sociaal meer is. Denk ik, terwijl ik verder scroll.

Zo jammer dit…

De wereld van morgen

Al twee columns schreef ik over ditzelfde onderwerp. Schreef, ik plaatste ze niet. Ik weet eigenlijk niet goed waarom niet. Waren ze te scherp? Of juist niet scherp genoeg? Te genuanceerd? Of niet genuanceerd genoeg? Ik probeer in woorden te vangen wat onrust geeft in mijn hoofd. En niet alleen in mijn hoofd, denk ik. De stemming van woensdag hangt als een zwaard van Damocles boven het hoofd van heel veel mensen.

Gisteren dacht ik uitgeknobbeld te hebben wat het grootste probleem van deze wereld is. Ja, dat kan ik, zoiets ingewikkelds terugbrengen tot een paar woorden. Het gebrek aan zelfreflectie. Het gebrek aan eigen verantwoordelijkheid.

Mensen schuiven de problemen tegenwoordig het liefst af op een ander en waar kun je beter iets op afschuiven dan op de politiek? Zíj zijn verantwoordelijk voor het welzijn van álle mensen, dus zíj moeten het maar regelen. Je ziet het steeds vaker en ook steeds breder.

Laat ik een paar voorbeelden noemen.

Assielbeleid. We willen graag mensen in ons land die de klusjes opknappen waar wij Nederlanders ofwel geen zin in hebben (werken in een slachterij) ofwel ons te goed voor voelen (bollen pellen). We willen wel graag dat deze klusjes opgeknapt worden, er kan tenslotte flink geld verdiend worden aan de export van deze producten. Dat waar deze mensen wonen deel uitmaakt van de asieldiscussie, kniesoor die daarnaar kijkt. Bepaalde figuren in Den Haag kunnen die cijfers altijd een beetje oppoetsen, zo lijkt het alsof asielzoekers het grootste probleem zijn. Marketing is je beste vriend, ook bij probleemoplossing. Het is niet ‘onze’ schuld dat er te weinig huizen zijn.

Klimaat, ook een mooie. Ik ga even voorbij aan het veronderstelde stikstofprobleem, want daar heb ik de ballen verstand van. Ik zie wel met eigen ogen dat ons klimaat in rap tempo verandert. Of je dit wílt zien is een keuze. Je kunt er heel goed voor kiezen je ogen te sluiten en je kop diep in het zand te steken. Heb je ook geen last van die stikstof misschien. Hoe vaak lees je het niet bij de zoveelste code oranje: ‘hier hebben we nergens last van gehad’. Alsof de hele wereld bestaat uit ‘hier’. Narrow minded heet dat volgens mij met een mooi woord in het Engels. Struisvogelpolitiek is breed toepasbaar.

Uitkeringstrekkers, ook zo’n mooi voorbeeld. Wordt op tv momenteel flink uitgemolken door ene Rutger (Rutger en de uitkeringstrekkers), met een weinig visionair beeld van, in het hoofd van veel mensen, luilakken die voor diezelfde tv liggend geld binnenharken. De makkelijkste conclusie is en blijft natuurlijk dat er een grote groep mensen is die profiteert van de mensen die wél hard willen werken. Kan niet ligt op het kerkhof en wil niet ligt ernaast. Dat dezezelfde spreuk ook opgaat voor empathisch vermogen willen veel mensen liever niet zien.

Het is altijd makkelijker om het probleem af te schuiven en de schuld aan een ander toe te kennen. Het WEF bijvoorbeeld. De Agenda 2030 staat volgens sommige mensen toch al vast, dus wat zou je je druk maken? De elite wil dat zij alles bezitten en de rest gelukkig is met niets. Ach, geluk is niet te koop, dus als ze dat kunnen bewerkstelligen is dat misschien beter dan schreeuwen om de pegels.

Geld is ooit bedacht als eerlijk ruilmiddel, maar eerlijk is het al lang niet meer. Zolang het bezit ervan een doel op zich is en de hoogte van de bankrekening status, zal er weinig veranderen. Dat je gelukkiger wordt van geven dan van nemen is een wijsheid die voor velen utopisch blijft. Jammer, want er valt zoveel mee te winnen.

Het is tijd dat we ons beseffen dat de wereld van ons allemaal is. Dat we sámen verantwoordelijk zijn voor onze omgang daarmee. Dat we zuinig moeten zijn met de grondstoffen die ons gratis en voor niets aangereikt worden en dat die grondstoffen voor álle aardbewoners zijn en niet voor degene die toevallig dat stukje land ooit heeft ingepikt. De brutaalsten hadden en hebben nog steeds de wereld.

Het is ieders eigen verantwoordelijkheid om te zien naar een ander en niet slechts te leven voor zichzelf. Jíj bent baas over je leven, niemand anders. Jíj bent verantwoordelijk voor jouw gedachten en voor jouw acties. Het is echt tijd dat we beseffen dat ónze keuze van invloed is op hoe de wereld van morgen eruitziet.

Blessing in disguise?

Er zit veel in mijn hoofd, te veel. 

Ik kan niet eens hele zinnen formuleren, de een is nog niet half af of de volgende schiet naar binnen. Het is vermoeiend. Zeer vermoeiend. Ik ben het gewend te leven met een chaotisch hoofd vol ideeën, maar het afgelopen jaar leek het beter te gaan. Gestructureerder. Tot vandaag dus. 

Chaos. Totale chaos.

Ik werk aan ideeën voor de plaatselijke politieke campagne voor de partij waarbij ik mij heb aangesloten. Als het aan mij ligt gaat het complete politieke systeem op het schop, tijd voor brede hervorming, maar de wereld is vrees ik nog niet klaar voor mijn radicaal andere ideeën op dat front. Niet dat ik denk dat ik het wel even zal regelen hoor, maar ik voel toch een drang, een overtuiging dat het anders kan. En verandering moet beginnen bij jezelf. Dus werk ik aan kleine dingen, vorm ik een mini-team met ChatGPT, altijd handig, wat tegengas. 

Ik probeer mijn gedachten te ordenen op het front van mijn eigen bedrijf, waar ik ook te veel ideeën voor heb. Ik heb moeite met structuur, met planning. Ik sla compleet dicht bij alles wat er op me afkomt. Iets simpels als een mailtje sturen laat me uren naar mijn scherm staren. En ik wist echt wel waar ik aan begon, maar bepaalde reacties in mezelf had ik gewoon niet voorzien. Daar probeer ik aan te werken, maar ook dat haalt dingen overhoop in mijn hoofd. 

Contrast brengt groei. En ik denk dat ik behoorlijk moet groeien. 

Ik word getriggerd door oude trauma’s waarvan ik van sommigen niet eens wist dat ik ze had. Twijfel of ik daar weer hulp bij moet zoeken, maar dat kost energie, en tijd, die ik gewoon even niet heb. Keuzes.

Eigenlijk zou het simpel moeten zijn, kies voor jezelf, maar het is niet simpel. Niet voor mij tenminste. 

En daarnaast moet ik mij eigenlijk even overgeven aan het niets, want dat is denk ik wat mijn lijf nu van me vraagt. Of toch niet? 

We zijn een paar dagen naar Londen geweest, manlief, zoonlief en ik en de weerslag is pittig. Ik liep al op mijn tandvlees, nu is de man met de hamer daar. Hij mept flink van zich af. Zo heftig is het in jaren niet geweest. Aan de ene kant is fysiek wat actiever zijn fijn, aan de andere kant trekt mijn lijf het slecht.

Koorts, vermoeidheid, een dikke bult op mijn onderrug, bibberen en trillen, uitval en tintelingen, ook in mijn gezicht. Buikpijn en misselijkheid. Ik ken het, herken het, maar weet gewoon niet goed wat ermee te doen. Als ik ga liggen, doet alles pijn en weet ik niet meer hoe te liggen. Als ik in slaap val schiet mijn hartslag bij het wakker worden omhoog met hartkloppingen als bonus. 

Dysautonomie. Ik dacht dat het weg was, mispoes. En ik weet het: chronisch is altijd. Maar die hoop hè? Wat is wijsheid?

Dat weet uiteindelijk alleen ik, als ik mijn gevoel weet te activeren want ik val terug in mijn oude patronen. Verdoven, doorgaan, gevoel uitschakelen. En ik probeer het te veranderen, maar oude patronen zijn lastig te doorbreken. Ik signaleer het, en dat is al winst. 

En dit is nog maar een heel klein deel van alles dat mijn hoofd overspoelt. Terug in de tijd en dan back to the future, terug naar bewustere keuzes. Terug naar dat wat ik herwonnen had. Even een pas op de plaats, in mijn cocon, zonder moeten.

Ik moet slechts van mezelf. Van niemand anders. 

Eigenlijk zijn dit soort terugslagen een zogenaamde blessing in disguise, ze dwingen je na te denken over keuzes die je maakt. Bewust te kijken naar je reacties. Uiteindelijk zal ik ze bedanken, en loslaten.

Ik heb het eerder gedaan, dus ik weet dat ik het kan.

Diepgang als moedertaal

Al heel mijn leven hoor ik dat ik alles op mezelf betrek. Dat ik niet zo moeilijk moet doen. Dat ik op moet houden alles te analyseren. Dat ik dingen los moet leren laten. Me niet zo druk moet maken over dingen. En dat ik veel ben. Van alles, in alles.

Mijn hoofd staat nooit stil. Is nooit stil.

Het lijkt me heerlijk, gewoon een film of serie kunnen kijken zonder dat je hoofd honderd en één connecties legt. Een boek kunnen lezen zonder te bedenken wat de schrijver hier nu precies mee bedoelt en allerlei linkjes te leggen naar verleden, heden én toekomst. Gewoon, lezen wat er staat, gewoon kijken en genieten, zonder vragen en zonder antwoorden.

Werkelijk álles wat ik doe, zie of hoor vraagt om extra uitleg, om verdere verklaring. Ik heb bijna overal een eigen visie op. Of ik wil meer weten om die visie te kunnen vormen. Het maakt dat mijn interesse breed is en mijn gedachten alle kanten op vliegen. Dat ik duizend en één dingen opzoek op internet en behoorlijk wat bestel bij de boekenwinkel.

Ik wil weten, ik wil alles weten. En ik leg verbanden, ook als ik ze niet wíl zien.

Ik hou van praten, maar wil ook luisteren. Niet naar oppervlakkigheden, ik wil de diepte in. Ik wil horen wat mensen écht denken. Echt voelen. En ik voel ook. Ik voel mee. Lees tussen de regels door, al vindt niet iedereen dat even prettig. Ik pik de kleine woorden op, voel de intonatie, die me onbewust zicht geeft op achterliggende gedachten, die zo wellicht onbedoeld hun weg naar buiten vinden.

Uit alles wat ik hoor, zie en voel trek ik conclusies. Altijd, met mijzelf als uitgangspunt. Ik weet niet hoe ik de wereld anders moet interpreteren.

Misschien maakt dat dat ik soms dingen analyseer die helemaal niets met mij te maken hebben. Misschien maakt dat dat ik soms dingen aan elkaar knoop die los van elkaar zouden moeten blijven (be)staan. En misschien betrek ik zaken op mezelf die niets met mij te maken hebben.

Het is wie ik ben.

Het is de ik die denkt als een filosoof, voelt als een dichter en schrijft als een mens.

Met diepgang als moedertaal.

Een wond van ongeloof

Soms heb je van die dagen. Dat het universum je binnen een week ineens confronteert met dingen waarvan je dacht dat je ermee afgerekend had. Niet dus. Contrast brengt groei. Nou, dit was een weekje vol contrast, zeg maar.

Het kan in kleine dingen zitten. Slechts één klein woord kan je binnenwereld al behoorlijk op zijn kop zetten.

Laat ik het even stukje bij beetje proberen te verwoorden. Wat ik deel is zeer persoonlijk en daarmee ook heel kwetsbaar. Ik heb het vast eerder geschreven, maar zoals hierboven vermeld: ik dacht dat ik er klaar mee was. Boy, was I wrong. Er is nog wat werk aan de winkel.

Jaren geleden, op Klimmendaal, vertelde mijn psycholoog dat ik een vorm van PTSS had. Ik vond dat onzin: ik heb geen oorlogen gezien (behalve op tv) en heb een prima leven, op mijn aandoening(en) na. Hoe kon ik nou trauma hebben? Je hoeft echter geen oorlogen meegemaakt te hebben om PTSS te krijgen. Zelfs zoiets ‘simpels’ als jaren niet geloofd worden, zeker door artsen, kan dit tot gevolg hebben. Ik was het vergeten, had het blijkbaar ergens weggestopt, achter één van de vele luikjes in mijn hoofd. En nu kom ik erachter dat het niet weg is. Nu word ik er aan alle kanten mee geconfronteerd.

Een voorbeeld. Een simpel berichtje, en de reacties daarop, bleken een trigger. Mensen die ziek zijn ‘faken’. Voor aandacht. Of geld. Het is een ding, blijkbaar. ‘Sickfluencen’, maar dan zonder echt wat te mankeren (in mijn ogen mankeer je dan wél wat, maar goed). Een televisieprogramma over uitkeringstrekkers. Ik hoef die reacties niet eens te lezen om te weten wat daarop staat. En dan een item op Facebook over die ‘sickfluencers’. En de reacties van mensen daarop. Reacties van mensen die zélf ziek zijn. Keihard.

Ik klap dicht, in angst. Is dit hoe mensen mij ook zien? Moet ik opnieuw gaan bewijzen dat ik écht iets mankeer?

Mijn hoofd functioneert niet langer rationeel als het in deze stand terechtkomt. Mijn hartslag schiet omhoog, mijn hart zit in mijn keel. Tranen zitten hoog. Paniek, onrust. Ik schiet tien jaar terug in de tijd.

Vorige week had ik een gesprek met mijn WMO-consulente. Soortgelijke reacties van mensen maakten dat ik bang was dat ze mijn hulpmiddelen zouden afpakken. Ik heb alles besproken, openheid is je beste vriend, denk ik. Maar waar de één openheid ziet als eerlijkheid, leest de ander er misschien iets heel anders in. En dan schiet ik terug naar het invullen voor een ander. En naar de angst dat mensen juist denken dat je de boel belazert. Terug naar onzekerheid. En niet omdat het zo ís, maar omdat je een half leven hebt moeten vechten. Om overeind te blijven. Om geloofd te worden. En dat laat sporen na die mensen die dat niet hebben meegemaakt, niet begrijpen. Of die het op een andere manier hebben meegemaakt, het niet kúnnen begrijpen.

Waarom voelen mensen (zelfs mensen die zélf chronisch ziek zijn) de neiging een ander aan te vallen, te beschuldigen van het faken van een aandoening? Is het angst? Dat ze zelf niet geloofd worden? Is het een vorm van controle? Is het jaloezie?

Hebben mensen énig idee wat ze kunnen aanrichten met vage insinuaties? Wantrouwen boven vertrouwen. Het zegt vooral veel over jezelf, denk ik.

Mijn manier om om te gaan met dit soort vragen is erover schrijven. Als ik praat, sla ik dicht. Trauma. PTSS.

Gisteren, in een gesprek met mijn vriendin, kwamen een aantal van die trauma’s aan bod. Mijn verloren zelfvertrouwen, dat zij nooit verwacht had en ook niet gezien heeft. Het schuldgevoel, waar ik klaarblijkelijk nog steeds mee worstel, en de tegenstrijdigheid van bepaalde dingen. Het leven is niet zwart-wit. Het zo graag willen, maar nog steeds niet echt kunnen. Al kan er meer dan drie jaar geleden. De angst om afgerekend te worden op de kwetsbaarheid van mijn openheid. Zeker als mensen, door dit soort berichten te delen, anderen in een ander of misschien zelfs verkeerd daglicht gaan bekijken, bewust of onbewust.

Ik denk dat niemand precies weet wat er speelt achter iemands voordeur. En ik denk dat we heel voorzichtig moeten zijn met ons oordeel.

Ik probeer me maar gewoon bezig te houden met mezelf, met mijn eigen leven. Dat blijkt al ingewikkeld genoeg.

Niet(s) gevonden

Mijn vorige blog dateert van twee weken geleden. Ik zocht de palmboom, die me moest herinneren aan het feit dat geluk soms niet meer is dan een zacht briesje, of de regen die tikt op het glazen dak van onze veranda.

Ik vond hem, dacht ik, die dag. Ik hield hem vast, onderweg naar Frankrijk. Maar eenmaal thuis, is hij weer kwijt.

Dat doet het met je, leven in de realiteit.

Wat is waar? Ik spring van de hak op de tak. Kan niet anders, mijn hoofd is chaos.

Komt het door het nog zo jonge jochie, dat gister vanaf het viaduct over de snelweg ons de Hitlergroet bracht? Of komt het door het nieuws, dat zwaait met eenzelfde soort vaandels, aangevuld met rellen? Is dit de realiteit?

Wat ís waar?

Ik maak me druk. Dat is waar.
Ik maak me zorgen. Ook dat is waar.

Ik wil me niet druk maken.
En ik wil me geen zorgen maken.
Ook dat is waar.

Als dé waarheid niet bestaat, en dat geloof ik, is onze realiteit dan wel écht?

Zijn er mensen die mij nog kunnen volgen, want ik volg mezelf niet meer.

Ik wil niet leven in een wereld vol waanzin. Een wereld waarin mensen elkaar afmaken voor een stukje land. Een wereld waarin mensen elkaar het licht in de ogen niet gunnen, uit, wat? Angst? Komt wantrouwen uiteindelijk niet daaruit voort?

Maakt het niet zien van deze realiteit haar minder echt?

Ik ga maar weer op zoek. Naar die palmboom, die ik had, maar ook weer kwijtraakte. Uit mijn zicht. Met mijn blik naar buiten gericht. Niets dan gedoe, daar op tv. Ik kan en wil daar niet in mee.

Doorbraak?

Gisteren meldde mijn wandel app dat ik ‘0 dagen mijn doel heb behaald’. Nul dus.

Al wandelend reeg ik meters aaneen. Ik ging geweldig, tot ik niet meer ging. En zo ineens stond ik weer op nul. Weg reeks. Reeks doorbroken.

Ik heb een beetje een haat-liefde verhouding met ‘aansporende’ apps. Ik ben namelijk gezegend met een bovengemiddelde, haast ongezonde dosis doorzettingsvermogen. Grenzend aan het obsessieve zeg maar. Als ik iets wíl dan dóe ik het. Ook als ik het beter niet zou kunnen doen.

Dit soort apps hielpen mij eerder al van de wal in de sloot. Fysiotherapeuten hadden er ook een handje van trouwens. Ze moeten in hun vak mensen vaker aansporen dan ontmoedigen, maar bij mij werkte dat aansporen averechts. Ik ga door tot ik erbij neerval. Letterlijk vaak.

Maar, die reeks van mij dus. Die is doorbroken. Ik sta weer op nul.

Ooit zou dat aangevoeld hebben als falen, met hoofdletters, maar ik ben veranderd! En die nul op mijn app is het bewijs. Ik kan het! Eindelijk!

Want ja, ik ben trots! Trots op het feit dat ik rust heb ingelast. Rust om mijn scheenbeen te laten herstellen. Rust voor mijn hele onderstel, want ik liep misschien toch wat hard van stapel. Wilde wellicht toch weer meer dan ik eigenlijk kon. Maar ik trok aan de rem en dat is wat telt!

Ik zit, tot grote schrik van de mensen in mijn omgeving, dagelijks weer meerdere rondjes met Lewis in mijn stoel. Maar dat is geen verlies. Dat is pure winst. Het feit dat ik mijn reeks-obsessies overwin laat namelijk zien dat ik groei.

Hopelijk is dit niet alleen het einde van een reeks, maar ook het begin van een echte doorbraak!

Law of attraction

Twee jaar geleden alweer (tijd vliegt!) kwam ik op Instagram Kim Munnecom tegen. Een zeer enthousiaste dame die met grote bevlogenheid sprak over de voor mij nog mysterieuze wet van aantrekking. Op de een of andere manier voelde het alsof ze het tegen mij persoonlijk had. Ze raakte iets in mij, dromen, die ik ver van mij af had gezet, kwamen boven drijven.

Zou het mogelijk zijn?
Zou dit ook voor mij werken?

Ik ben nogal gevoelig voor dit soort dingen, voor dit soort cursussen. Ik wil leren, veel leren. Voor ik het wist had ik dan ook op de knop gedrukt en schreef ik me in. Een investering, in mijzelf. Een cadeautje. Het bleek nog zoveel meer dan dat. Deze cursus was het begin van een compleet ander leven, een leven waar ik toen niet eens van durfde te dromen.

Ik maakte de cursus niet af, deed een module of drie en haakte af. Niks geks bij mij, ik ben nogal snel afgeleid. Ik ga van nul naar honderd in twee seconden en net zo hard weer terug. Er is altijd wel een ander project dat mijn aandacht trekt, zo ook nu. Toch bleef het in mijn achterhoofd, ik luisterde naar podcasts, las boeken, schreef dankbaarheidsdagboeken vol en zette intenties. Volgde nog een cursus en nog eentje. Half, als ik al zover kwam.

De tijd ging voort en beetje bij beetje kwamen de veranderingen. Mijn gezondheid ging vooruit, ik kon beter lopen, kreeg meer energie, vond oplossingen voor problemen waarvan ik niet eens wist dat ze een probleem vormden. De juiste mensen kwamen op mijn pad. Anderen verlieten juist mijn leven.

Ik ging van overleven naar leven.

Afgelopen jaar pakte ik de cursus weer op. Nou ja, oppakken, ik begon eigenlijk opnieuw en dit keer maakte hem af. Het leek wel alsof het kwartje viel, alsof ik de afgelopen twee jaar nodig had om bepaalde dingen vanuit meerdere hoeken te bekijken. Te onderzoeken, erover te praten en te lezen.

Achteraf kun je pas zien hoe ver je gekomen bent. Twee jaar geleden had ik niet durven dromen weer te kunnen lopen. Twee jaar geleden had ik niet durven dromen dat ik zelfs weer voor mezelf zou durven beginnen. Twee jaar geleden zag mijn wereld er ontzettend anders uit, kleiner, krapper.

Daar, bij die ene oproep op Instagram, bij die aankondiging voor de Law of Attraction Mastery zette ik de eerste stappen op dit pad. Dit pad dat mij vreemd was, maar ergens toch ook zo logisch voelde. Ik gaf mezelf zonder me dit te realiseren een ontzettend groot cadeau. De kans op een ander leven.

Ik ben dankbaar dat ik bij Kim ben terechtgekomen. Ik luister nog steeds naar haar Podcasts en probeer de live-sessies in de groep eigenlijk altijd te volgen.

Vanavond om 20:00 uur opende ze haar deuren voor deze cursus. Het is een investering, maar wel een investering in jezelf. Als je voelt dat dit misschien iets voor jou is, dan zeg ik gun het jezelf. Je bent het waard!

Mocht je deze week via mijn link instappen, dan steun je mij ook, een win-win. Wil je weten of dit iets voor jou is?

Klik dan hier:

https://kimmunnecom.plugandpay.nl/r?id=hux4JKFr