Het is nogal wat, vertrouwen hebben, in deze tijd. Er heerst onrust, op zijn zachts gezegd. Een Amerikaanse president die als een olifant met geelzucht door de porseleinkast dendert. Rechten van mensen schendt, zijn eigen zin erdoor drukt zonder zich druk te maken om ooit eerder afgesproken regels en censuur pleegt. Waar zagen we dat eerder?
Het is eng. Het is eng dat mensen niet verder kijken dan hun neus lang is. Niet een stapje achteruit kunnen doen om het grotere plaatje te bekijken. En dat gebeurt ook hier, onder onze eigen neus. Mooie praatjes, alles om mensen om de tuin te leiden. Welke kant op dan ook, want de verleiding kronkelt als een ware slang in het hof van Eden aan alle kanten om ons heen.
Wat is waar? En bestaat die ene, échte waarheid wel?
Wat voor mij goed is, is wellicht het tegenovergestelde voor jou. Hoe kies je dan het beste belang? Zeker als de firma List en Bedrog onder ons is.
Het kapitalisme heeft geen enkel belang bij ons welzijn, geld regeert, dat wordt de afgelopen dagen pijnlijk duidelijk. En dat doen we zelf. Wij kiezen daarvoor. We kiezen niet voor eerlijk, we hopen stiekem zelf de pot met goud te vinden. Steeds opnieuw. Terwijl het zoveel eerlijker kan. En moet, in mijn ogen. Tja, je bent een linkse idealist of je bent het niet.
En nu moet ik het vertrouwen terugvinden. In mezelf, want mijn wereld bevindt zich in mij en begint bij mij. En ik weiger te leven in angst. Ik weiger te buigen voor een doorgeslagen kapitalistisch systeem. Ik weiger míjn stem te verliezen en ik denk dat het belangrijk is ons uit te blijven spreken, want zonder woorden, met onze blik opzij gericht, kunnen hele enge dingen onder onze eigen neus zomaar gebeuren, het zal niet voor het eerst zijn…
Ik volg al jaren een pagina van een boer die, meestal met een humoristische kijk, zijn wereld beschrijft. Verfrissend, vaak, hij beschrijft (net als ik) zijn wereld vanuit zíjn perspectief. Niets mis met die blik over de weilanden, al mist die blik soms, in mijn ogen dan, wel enige nuance. En missen de reacties (zijn ze weer) van zijn volgers die zeker.
Wat is dat toch met mensen die reageren op iemand, dat ze die persoon bijna verheffen tot status van een heilige? Je ziet het ook bij bekende Nederlanders (ok, behalve bij Gordon, die mag blijkbaar bij alles wat hij zegt verbaal compleet afgemaakt worden). Ik had er ooit eentje op Facebook, zo’n bekende Nederlander, ik was zelfs door hem toegevoegd als vriend. Ik blij (understatement), sloeg ook nergens op, maar goed, ben ook maar een mens, die man blaatte echt de grootste onzin soms, maar kreeg als reactie alleen maar ‘jeetje, jij hebt ook altijd gelijk’ en meer van dat soort idioterie. Neem mij vooral niet te serieus, ik weet ook niet alles. En zelfs als ik denk wel alles beter te weten, ik blijf een eigenwijs stuk vreten, corrigeer me dan vooral als je denkt dat het anders zit, ik hou wel van een goede discussie. En hoop mijn blik toch wel open te houden, al kost het me soms wat tijd om dingen anders te gaan zien.
Goed, terug naar de boer en zijn weidse blik (pun intended).
Dit stuk ging over onderzoeken, van de overheid. Ik ga niet uitweiden over de natuur daarvan, of de uitkomst, want daar gaat het me nu even niet om. Het gaat erom dat mensen de wetenschappelijke onderzoeken zijn gaan wantrouwen. En in dat opzicht misschien wel terecht, maar (let op, best grote maar) dat wantrouwen lijkt tegenwoordig één kant op te gaan. De overheid wordt gewantrouwd. En ik snap het, echt. Ze hebben wellicht (of misschien, dat is maar hoe je het ziet) gebruik gemaakt van de tactiek die de makers van de commercial in de titel jaren geleden al gebruikten. Als je weet hoe je wilt dat de uitkomst van je onderzoek eruit gaat zien, kun je de vraag richting de onderzoekers een tikkeltje sturen door goed na te denken over de formulering van die vraag. Marketeers doen dat al jaren, maken daar gretig gebruik van om weg te komen met de zogenaamde white lies. Kwestie van slim nadenken en je kunt het geloven of niet, er werken best wat slimme koppen, daar bij de overheid. Net zoals bij de industrie. Of het ethisch is, blijft de vraag. Het is maar hoe je het naar jezelf toe vertaalt. En of je kunt leven met die uitkomst.
Mensen vergeten dat er voor ieder gezichtspunt een andere uitkomst mogelijk is. Je kunt maatregelen richting de veehouderij zien als het pesten van de boer. Je kunt diezelfde maatregelen ook zien als een bescherming van het milieu. Of bescherming van de dieren. Het is maar van welke kant je iets wilt bekijken. En dat is ook echt wílt, want soms is het goed even een stapje achteruit te doen en te kijken naar het grotere geheel. En je te realiseren dat iedere keuze consequenties heeft. Voor mens, natuur en dier.
Terug naar die onderzoeken. In de reacties wordt gesuggereerd dat de wetenschappers de conclusie van hun onderzoek naar hun hand zetten. Ik denk dat dit in verreweg de meeste gevallen niet aan de hand is. Ik denk wél dat de belangen te groot zijn. Dat de opdrachtgevers teveel macht hebben doordat zij bepalen waar het geld naartoe gaat (en dat geld nodig is voor onderzoek) en met hun vraag de uitkomst enigszins kunnen sturen. En dat je uitkomsten die je niet aan staan kunt negeren door het onderzoek niet laten we zeggen te promoten (of gebruiken), links te laten liggen, als jou dat zo uitkomt. En ik denk dat dit op íeder gebied zo werkt, in de commerciële sector, maar ook bij de overheid. En dat de lijn tussen neutraliteit en objectiviteit misschien niet altijd even duidelijk is.
Wantrouwen richting onze overheid is misschien op bepaalde vlakken logisch, maar ook gevaarlijk. Ik moet er niet aan denken dat we als land overgeleverd zijn aan alleen maar commerciële belangen. Iets met wij van WC eend…
De zon schijnt, eindelijk. Weken lang was het grijs, grijzer en nog grijzer. Ik liep mijn vaste rondjes in de mist, of miezerige regen, maar dat maakte niet uit. Als ik kan lopen, geniet ik, met meer dan volle teugen. Voor het eerst in jaren liet ik me niet naar beneden trekken door het grijs. In mijn hoofd bleef de zon gewoon schijnen. En nu schijnt hij ook weer in de echte wereld.
Vorige week vertrokken we naar Normandië, op de vlucht voor het jaarlijkse gedoe dat oud en nieuw heet. Lewis is bang, en nee, ik hoef geen tips en trucks voor de omgang met vuurwerk, soms is het beter een Houdini te zijn. In Frankrijk doen ze niet aan deze (ver)knallende onzin. Het huisje waar we verbleven bood rust, veel rust, en ik vond het heerlijk! Geen stress, geen volle boodschappenkar, slechts een bus met mens en dier. Twee mensen en een dier, het derde mens bleef thuis bij de andere diertjes. Oppasservice.
Mijn leven bestaat momenteel vooral uit trainen, door anderen gezien als de wandelende tak. Dit wordt in mijn hoofd aangevuld door een woord dat ik onderdruk, omdat het me niet past. Ik die wandelt dus. Stap voor stap. Opnieuw en opnieuw. In mijn hoofd continu dezelfde affirmatie herhalend, mijn lichaam is sterk en gezond. Onderdeel van een vaste routine. Dat ben ik trouwens, als ik iets doe, doe ik het met volle overgave. Ik ben sterk en gezond. Iedere stap opnieuw.
Het kost moed om je leven te veranderen. Het kost moed om de eerste stap te zetten. Het kost moed om je overtuigingen onder de loep te nemen en te besluiten dat je het anders wilt.
Sommige mensen om mij heen lijken te vergeten waar ik vandaan kom, en dat kan echt heel snel gaan. Lijken te vergeten dat ik als geen ander weet hoe het voelt om pijnpatiënt te zijn, alsof de realiteit dat punt al heeft ingehaald. Verander je mindset en je verandert je leven, het is echt zo, maar het is ook vaak tegen dovemansoren gezegd. En ik begrijp het, want ik was daar ook, ooit. Dus hoe help je anderen zonder je vermogen te luisteren te verliezen? Door afstand te nemen van het altijd maar anderen willen helpen. Want je kunt niet iedereen helpen. Ieder loopt zijn eigen pad.
Ik dwaal af, weer. Deze wandelende tak heeft mooie wandelingen mogen maken de afgelopen dagen. Paden die jaren onbegaanbaar waren lagen open voor mij. Groot, groter, grootst. Genieten, met meer dan volle teugen, van iedere stap die ik mocht en nog mag gaan zetten. Met het risico in herhaling te vallen, dankbaar!
En in mijn hoofd herhalen zich diezelfde woorden, iedere stap opnieuw. Ik ben sterk en gezond.
Bij sommige mensen gebeurt het in het moment, de verandering en bij anderen kost het tijd. Het maakt niet uit, iedere stap is er eentje en al die stappen samen rijgen zich aaneen tot een heuse wandeling. Op het pad van het leven (zie, ik klink al als een goeroe).
Het kost moed, om die eerste stap te zetten. Het kost moed om de verandering in te zetten.
Tijd voor een terugblik, naar een jaar waarin het onmogelijke mogelijk bleek. Een jaar waarin ik de sleutel vond naar een vorm van, ja wat, herstel? Ik weet niet of dat het juiste woord is eigenlijk. Dok zei het treffend, laatst. Hij zei dat mijn lijf nog even, of misschien iets minder dan even, brak is, nog even uitdagend is, dat is een beter woord. Wat is veranderd, is mijn omgang met dat lijf. Het is mijn hoofd dat is veranderd, en dat heeft iets in werking gezet in mijn lijf.
En laten we de hormoontekorten die mijn lijf, met dank aan de overgang, doormaakte niet vergeten, want ook de impact daarvan bleek levensveranderend, voor mij. Achteraf gezien had ik het kunnen weten. Moeten weten misschien zelfs, maar zo werkt dat met dat achteraf, je weet het niet tijdens. Mijn hormonen gaan al heel mijn leven met me op de loop. Tijdens mijn zwangerschap had ik het er lastig mee, en na de bevalling bleken de veranderingen in mijn hormoonspiegel ook niet echt top te zijn, voor mij. Ook de verschillende pillen en spiraaltjes waren van grote invloed op mijn systeem. Dus ik had het kunnen weten. Maar ik wist het niet, niet bewust, want dan was ik tien jaar eerder al wel gestart met HST. Dan had ik gevochten voor die hormonen, en daarmee voor mijn leven, want echt, het doet zo ontzettend veel voor mij!
Ik schreef ooit dat ik het gevoel had dat mijn leven gepauzeerd was, zo voelde het. En nu, dít jaar, werd de ‘spelen’ knop weer ingedrukt. Mocht ik weer, gáán!
En terwijl ik dit schrijf schieten de gedachten weer door mijn hoofd. Die van het verkeerd begrepen worden, want dat ik ga, alsof ik geen grenzen meer heb, dat lijkt misschien zo. Voor mensen die mijn leven niet leven. Die niet dichtbij mij, in dit leven, leven. Voor hen die slechts stukjes ervan zien, lezen, horen. En dat vind ik zo ontzettend spannend. Dat ik moet vertrouwen op het feit dat mensen geen conclusies trekken op basis van minuten, meters, gemaakt in euforie en enthousiasme. Als je slechts afgaat op de brede glimlach op mijn gezicht, die zo graag waar maakt wat soms nog niet helemaal is, maar wel zo ontzettend gewenst is. En voelt, steeds vaker. Maar er zijn ook nog maren. Nóg wel.
Ik laat het los. Maak me los. Van de maren.
Het afgelopen jaar was levensveranderend. Voor mij. Ik ben dankbaar. Zo ontzettend, ongelooflijk dankbaar. Ik had dit nooit durven hopen, durven dromen. De stappen die ik zet, op mijn eigen benen, ze worden steeds zekerder. Ík word steeds zekerder. Durf eindelijk te vertrouwen op mijzelf. In meer opzichten dan slechts die benen trouwens.
Dit was een jaar van leren. Van proberen. Van leren weer te proberen. Van leren vertrouwen. Een wankel evenwicht, in het begin. Een voorzichtige balans, nu richting het einde van het jaar.
En nu ga ik op weg naar een nog mooier jaar. Ik ga op weg naar nog meer vertrouwen. Naar meer dromen, naar meer geloven. En naar dromen uit laten komen, want het kan, dat weet ik zeker!
Daar liggen we dan, kerstavond 2024. Radio aan, top vierduizend net afgelopen. Queen op één, uiteraard, niet echt een verrassing, denk ik. Morgen schakelen we naar radio twee, nu luister ik naar het eerste kerstliedje van de afgelopen weken. Ik heb alle kerststations ontweken, heb een uurtje naar Sky geluisterd om een poging te doen een trip te winnen naar mijn all time favoriete magische park, Disney, maar zelfs een vooruitzicht op een mogelijke reis naar Parijs maakte de gruwelen van het luisteren naar kersthit na kersthit niet ongedaan. Ik kan ze pas aanhoren als de kerst gearriveerd is. Als ik Rudolf aan zie komen met zijn lichtende rode neus. Als ik de elfen hoor, gevolgd door de diepe stem van de kerstman.
Ho, Ho, Ho.
Ooit had Kerst zin, hoop ik. Nu niet meer. Overgenomen door commerciële doeleinden. Ieder jaar wordt de gekte groter, meer ornamenten, meer bling. En hoe groter het aanbod, hoe groter míjn weerzin. Ik ben helemaal voor regenbogen en unicorns, en alles daartussenin, maar niet in de boom. Weet je hoe groot de belasting op ons milieu is van al die China shit.
Mooie gedekte tafels, vol voedsel, waarvan zoveel wordt weggegooid, terwijl zoveel andere mensen nog geen brood kunnen betalen. Chips, nu klink ik als mijn moeder, vroeger. De kindjes in Afrika, toen. Dichterbij, nu. Cadeautjes, na black friday is dit de volgende kans de zooi te slijten. Gelukkig ben ik daar niet gevoelig meer voor, alhoewel, dat prachtige paar laarzen dat steeds omhoog komt ik mijn feed… Nee, hakken, kan ik toch niet aan, weg. Ik.ben.niet.gevoelig. Meer. Ook niet voor glitter jurkjes en mooie jassen. Oops, toch een beetje. Maar niks gekocht. Dit jaar.
Ooit had kerst zin. Hoop ik. Ooit had de kerstgedachte zin. Ooit was er hoop. Nu schieten ze elkaar overhoop. Was geloof ik in de jaren tachtig ook al, toen hielden ze een kersterige pauze. Alsof dat helpt. Als je twee dagen later weer los gaat. Vrede op aarde, tuurlijk. Ben ik wat cynisch? Misschien, dat krijg je van de nieuwsberichten. Normaal vermijd ik het nieuws, maar tussen die top zoveel door komt het voorbij. Geen ontkomen aan.
Dus, daar liggen we dan, kerstavond 2024. Klaar voor een kerstfilm, Die hard? Past wel, maar nee, ik sla over. Nu op de radio dan, Mariah Carrey. All I want for Christmas… vrede op aarde? Of is dat te groot? Ben ik te idealistisch. Als we het nu echt allemaal wensen, zou het dan?
Ik wens jullie in ieder geval wel het allerbeste, vanuit mijn hart. Goede gezondheid, mooie gesprekken. Veel liefde.
Ik neem het me steeds opnieuw voor, me niet meer druk maken over dingen in de wereld. Over dingen waar ik geen invloed op heb. Me niet meer op laten naaien door reacties, ze zelfs niet lezen, maar helaas, net ging dat hele voornemen weer de prullenbak in. Gelukkig is het bijna nieuwjaar, kan ik het me opnieuw voornemen. Onderwerp van mijn hoge irritatiefactor laat zich raden, vuurwerk. En dan met name de onbenullige en compleet onzinnige reacties van mijn medemens (vooral die uit mijn leeftijdscategorie, voornamelijk van het mannelijke geslacht).
Het bericht ging over dieren die bang zijn voor vuurwerk, over vuurwerkvrije vakantieparken die al een jaar vóór datum volgeboekt zijn. Er komen steeds meer mensen uit voor hun ergernis aan deze traditie, maar ook voor het feit dat hun huisdier geen fan is. Mijn huisdier is ook geen fan. Ik ook niet trouwens, maar Lewis is bang. Blaft aan een stuk door en ligt onder de tafel te bibberen. Ook bij onweer trouwens. Feest hier in huis, in de nachten voor oud en nieuw, die steeds eerder lijken te beginnen en waarvan de ellende alleen maar groter wordt bij het steeds zwaardere vuurwerk in handen van, zo lijkt het, maar dat kan ook aan mij liggen, steeds jongere kinderen. Een puber kan het gevaar niet inschatten, dát kun je hen niet eens aanrekenen, het zijn de ouders die hun verstand moeten zijn. Of zouden moeten zijn. Maar ja, er zijn nogal wat ouders die zelf veranderen in complete randdebielen als het aankomt op het spelen met vuur.
Het is bijna een persoonlijke aanval, als je aan deze traditie dreigt te komen. Waarom zouden we ons druk maken om de hoeveelheid zware metalen die we de lucht in knallen? Alles voor ons eigen plezier toch? Waarom zouden we ons druk maken om de dieren die vreedzaam hun leven leiden (op deze dagen lijden) in onze natuur, die dagen later nog compleet van slag zijn, door ons vertier? Waarom zouden we ons druk maken om de paarden, koeien, schapen, huisdieren, die uit angst niet eens meer naar buiten durven om zich te ontlasten, omdat wíj het zo leuk vinden, die traditie.
Dat onze huisdieren ‘onnodig’ bang zijn is onze eigen schuld toch? Moeten we ze maar beter opvoeden. Want dat is met die menselijke varianten zo goed gelukt?
Weer zoeken we de schuld buiten onszelf. Weer maken we van wat inmiddels echt wel gezien kan worden als een probleem, geen probleem. Doorgeslagen gekte, zoals steeds meer in deze wereld als doorgeslagen gekte gezien kan worden. Ik word serieus zwaar geïrriteerd door de onzinnige en onbenullige reacties op deze berichten, reacties die vooral bedoeld zijn om zichzelf te verdedigen. Je zou jezelf maar niet het nieuwe jaar in mogen knallen. Dat zou toch een drama zijn. Je zou ze bijna zelf een huisdier toewensen met angst, zodat ze zien wat het doet. Maar dat wens ik geen dier toe…
Van de week schreef ik over geloven, niet in een religie, maar in jezelf. Ik geloof dat geloven in jezelf de sleutel tot genezing bevat.
De grote vraag is, in hoeverre is genezing mogelijk? Is de ziekte, of aandoening het gevolg van, of iets waarop je invloed uit kunt oefenen? Of is het daar op jouw pad met een reden? Moet je er iets van leren en kan het herstellen als die les geleerd is? Of blijft de les dit leven lang bij jou, als trouwe en soms misschien wel geliefde, of gehate, metgezel? Die vraag is er eentje die ik niet kan beantwoorden en waar ik ook niet echt uit kom.
Ik geloof niet in een God, als in een ‘persoon’ of grootheid die de regie voert over mens, dier en natuur. Ik geloof wél in een kracht die groter is dan onszelf, ik noem deze kracht ‘source’. Bron, de bron waaruit wij allemaal zijn ontstaan. Allemaal vanuit uiteindelijk dezelfde energie. Met krachten die groter zijn dan de meesten van ons zelfs maar kunnen vermoeden. Ik geloof dat, ík. Dat wil niet zeggen dat dit de waarheid is, slechts dat het míjn waarheid is.
Geloven in jezelf zegt dat jij altijd van invloed bent op de situatie, welke situatie dan ook, en dat is eng voor heel veel mensen. Het roept vragen op, zoals ben ik schuldig aan het ontstaan van een situatie? Nee, niet altijd, denk ik. Vervelende dingen gebeuren. Ze horen bij het leven. Je hebt niet altijd invloed op het ontstaan van een situatie, maar, je hebt wel invloed op de manier waarop je ergens mee omgaat. Je hebt invloed op jouw reactie erop. Je hebt een keuze, je bent geen slachtoffer van de situatie. Dat legt de verantwoordelijkheid bij jezelf. En maakt dat je je niet kunt verschuilen achter een excuus. En dat is best eng.
Wat is waar? Ik geloof in mezelf, ik doe mijn best te geloven in mezelf. Lukt dat altijd? Nee, ook dit is een proces, het gaat met vallen en opstaan, zoals dat bij alles zo gaat. Ik kan slechts spreken voor mezelf, en probeer dat ook te doen, maar ja, soms wil dat zeggen dat ik erg enthousiast praat, of schrijf, over iets waar ik in geloof. Ik denk dat dat menselijk is. Je kunt het zien als iemand willen overtuigen, maar ik denk dat dat helemaal niet altijd het geval is. Al kan ik best overtuigend zijn, weet ik. Het is in ieder geval nooit mijn insteek iemand anders van mening te doen veranderen, ik ben slechts enthousiast over iets dat ik gehoord of gelezen heb. En verwerk informatie in mijn hoofd door erover te praten. Ik hou van een ‘goed’ gesprek, met diepgang, en ja, ook met discussie. En ik kan best fel zijn, als ik ergens in geloof, maar ik weet heel goed dat dat waar ík in geloof niets anders is dan míjn waarheid. En dat zijn geen loze woorden, die ik napraat, al zal ik ze vast napraten, van iemand.
De echte waarheid bestaat niet. Het is een combinatie van ervaringen, van hoe jouw brein de informatie verwerkt en van welke informatie tot jou is gekomen, en op welk moment, in jouw leven. Van hoe jij je voelde toen je die informatie tot je nam, want ook dat is van invloed op hoe jij iets interpreteert. Er zijn ontzettend veel factoren verweven in dat ene woordje, dat in onze maatschappij zo belangrijk is. Misschien is het woord zelf wel een illusie. De echte waarheid wordt tenslotte vaak ingehaald door de realiteit. Die ook weer verdwijnt met het voortgaan van de tijd.
Je kunt wat denken, zo op een maandagmorgen.
Als ik schrijf over mijn ervaringen met mijn lijf en mijn manier van omgang met, is dat slechts de manier waarop ik het op dat moment zie, mijn laten we zeggen tijdelijke waarheid, die geen waarheid is of hoeft te zijn voor jou.
Om het pad in te slaan van genezing, moet je eerst geloven in die genezing. Moet je dúrven geloven in heling, en moet je kúnnen geloven, in een positieve uitkomst.
Bovenstaande klinkt eenvoudiger dan het is, en niet eens omdat je het zelf niet wilt of kunt geloven. Je loopt aan tegen een samenleving, waarin heel veel mensen hier niet in kunnen (of willen) geloven. En geloof het of niet, dit is van grote invloed op het eigen vertrouwen. Zie maar eens overeind te blijven, als zoveel mensen je met gefronste wenkbrauwen aankijken.
Ik heb geluk, ik heb veel mensen om me heen die mij steunen. Die wel in mij geloven, al zijn er echt wel de nodige sceptische blikken. Meestal niet recht in mijn gezicht, denk ik, deze veronderstelling speelt zich natuurlijk ook vooral af in mijn brein. Ik vul graag in voor anderen.
Vertrouwen op je eigen kracht is best ingewikkeld, vooral door de reacties, van anderen, vermoed of onvermoed. En ik blijf hierover schrijven, omdat er nog veel onwetendheid is, als het om dit onderwerp gaat. En omdat het, zeker bij mensen als ik, die zo ontzettend vaak in aanraking gekomen zijn met de term aanstelleritus, gevoelig ligt.
Gisteren ging ik een middagje uit, met een van mijn oudste vriendinnen (als in een van de langste vriendschappen). Ze kent mij al een jaar of dertig, is meegegroeid in mijn hele proces. Ze weet waar ik vandaan kom, maar snapt het niet. Ze ziet mijn vooruitgang en denkt dat daarmee alle problemen zijn opgelost. Klaar om de wereld volledig en onbeperkt weer tegemoet te treden. En dan volgt een voor mij lastig dilemma, want, volgens de theorie die ik aanhang, moet ik blijven geloven in de versie van mijzelf die op dit moment al gezond is, ook al is dat nog verre van het geval. En die laatste toevoeging, die moet ik dus niet denken, want dan richt ik mijn bewustzijn op dat wat ik nog wél mankeer.
Ik wil uitleggen, ik gá uitleggen. Ik hoor mij vertellen hoe ik al mijn energie stop in de taak van de dag die ik voor mij zie. Ik hoor me mijzelf toch weer verantwoorden, voor het feit dat ál mijn energie gaat zitten in dat lopen, met Lewis. Dok zei het van de week treffend wat dat betreft, meneer Ehlers Danlos is er nog, de problemen met mijn gewrichten zijn er nog, het is mijn omgang mét die veranderd is. En ik weet niet goed welk standpunt ik in deze kán, of moet innemen. Ik voel mijn schouders nog steeds subluxeren, ik voel mijn lijf, maar probeer mijn aandacht hier zo min mogelijk op te richten. Zonder de grens te overschrijden, al blijft dat voor mij een dingetje. Op het moment dat je je aandacht erop richt, is de pijn terug, zo werkt het écht. En dus heb je invloed, door je bewustzijn te sturen. En ik geloof écht dat ik de grootste problemen zelf kan overwinnen.
Maar dan moet ik wel af van dat woordje ‘maar’. Én van dat mezelf moeten willen verantwoorden.
Ik hoop dat mensen kunnen begrijpen dat ik midden in een proces zit. En dat al dat onbegrip, hoe goed bedoeld ook, mij niet helpt. Laat mij maar gewoon even gaan. Laat alle, hoe goedbedoeld ook, adviezen maar even. Ik moet zelf mijn weg vinden tussen wat wel kan, en wat niet. Maar ik móet mijn hoofd, en hart, vrij houden van twijfel, want die gaat mij niet helpen.
Om te kúnnen geloven, moet je eerst dúrven geloven. En dat gaat niet gepaard met moeten en maren. Dat kost tijd. Dok zag het goed, dankzij het team zorgverleners dat ik om mij heen heb verzameld, dankzij al die hulp, dankzij de hulpmiddelen die er zijn als ik ze wél nodig heb, dankzij dát kan ik het ook loslaten. Wetend dat mocht ik vallen, ik ook weer opgeraapt wordt. Noem het mijn vangnet.
Zie mij als de acrobaat, daar hoog boven in de lucht, op het slappe koord. Iedereen kijkt, ademloos, naar de toeren die ze uithaalt. De tanden op elkaar geklemd, hopend dat ze niet valt. Maar als ze zou vallen, dan is daar dat net, om die val te breken. En áls ze valt, dan klimt ze weer omhoog, om het nogmaals te proberen. Net zolang tot het lukt.
Eén ding is zeker, om te slagen, moet ze geloven. In zichzelf.
Een lastige uitspraak. Eentje waarbij ik vijf jaar geleden waarschijnlijk mijn telefoon naar mijn eigen hoofd had geslingerd, als ik dit mezelf had horen zeggen. Of denken maar zelfs.
Pijn zit in je brein. Dat klinkt alsof ik zeg dat het tussen je oren zit toch?
Je binnenwereld weerspiegelt je buitenwereld. Iedere goeroe die ik volg (en dat zijn er nogal wat), zegt dit. En dat je de verantwoordelijkheid moet nemen voor dat wat je zelf gemanifesteerd hebt.
Die uitspraak maakt best wat los, niet alleen in mij, denk ik. Want, ben je zelf verantwoordelijk voor jouw aandoening? Voor de pijn in je lijf? Voor misschien wel meer? Ik denk dat het genuanceerder ligt dan dat het woord, verantwoordelijkheid, suggereert.
Wat is verantwoordelijkheid nemen voor? Is dat zeggen dat iets eigen schuld en dus dikke bult is? Of is dat zeggen, ok, dit is wat het is en nu ga ik mijn uiterste best doen er het beste van te maken! Nu stop ik met slachtoffer zijn van de situatie en neem ik de verantwoordelijkheid voor mijn eigen toekomst in mijn eigen handen. Nu neem ik de tijd mezelf, mijn gewoontes, mijn patronen, mijn voeding, mijn gezondheid, dat wat ík nodig heb, op de eerste plaats te zetten. Op een manier die bij míj past, op welke manier dan ook, én ongeacht wat iemand anders daar dan ook van vindt, want geloof mij, mensen vinden overal wel wat van. Maar dat maakt niet uit, je doet dit niet voor een ander. Je doet het voor jezelf. Omdat je het aan jezelf verplicht bent. Omdat je jezelf op de eerste plaats mág zetten. Het is jouw leven!
Dat is wat ik gedaan heb. Ik heb mezelf bevraagd. Ik heb gelezen, geleerd, mezelf dingen afgevraagd. Ik heb verschillende dingen bestudeerd, op verschillende fronten. Ik ben afgegaan van de begaanbare paden en heb geitenpaadjes gecreëerd.
Ik luister naar helende frequenties, doe kwantumtherapie, pas NLP toe, gebruik bio identieke hormonen. Ik mediteer, werk aan en met voeding (nog niet genoeg, maar het gaat steeds beter) én ik geloof in mijzelf.
En dat laatste is zeker niet het minste, ík geloof in de kracht van mijn gedachten.
Pijn zit in je brein.
Het kostte wat tijd om bovenstaande opmerking écht door te laten dringen, tot mijn eigen brein, maar ik snap het, nu. Rijkelijk laat misschien, want ik verdiep me al heel wat jaren in dat leven met pijn. Heb een revalidatietraject achter de rug, maar ik was daar op dat moment gewoon nog lang niet aan toe. Als je wereld in rap tempo kleiner wordt, ben je niet toe aan mogelijkheden, ook al denk je misschien van wel. Ik dacht altijd positief te zijn -en dat was ik waarschijnlijk ook-, maar het punt dat ik nu bereik gaat verder dan positief zijn. Veel verder.
Ik heb jaren in de overleef-stand gestaan, of gelegen. Ik deed mijn uiterste best om te gaan met mijn groeiende aantal beperkingen. Met de pijn die ermee gepaard ging, die me overviel. Met het verlies van mijn werk, mijn hobbies, het sporten. Met het verlies van mijn sociale leven. Alles werd teruggebracht tot een paar miezerige vierkante meters. Best een prestatie eigenlijk, om dan de mooie dingen nog te kunnen zien. Daar mag ik mezelf best een compliment voor geven.
Pijn zit in je brein.
Het is kort door de bocht als je het zo ziet staan, maar álles bevindt zich in je brein. Zonder je brein besta je niet, niet in deze fysieke wereld tenminste. En als pijn bestaat in je brein, dan is die pijn ook te beïnvloeden. En dat kan, door gebruik van pijnstillers, iets waar ik jaren geleden voor koos, met een fysieke verslaving als gevolg. Maar het kan ook door meditatie, door te luisteren naar bepaalde frequenties. Door te ontspannen, door rustiger te ademen.
En pijn is te beïnvloeden door je hersenen voor de gek te houden. Interessant! Nu ga ik een experimentje aan, in overleg met dok. Ik heb hem denk ik het meest vreemde verzoek gedaan, dat hij ooit gehad heeft. Ik heb hem gevraagd om een placebo. Ik wil pillen die in alles lijken op mijn oxycodon pillen. Dezelfde kleur en dezelfde grootte, het liefst zelfs dezelfde verpakking. Dezelfde pillen, maar dan zonder de werkzame stoffen, want daar wil ik van af.
Uit onderzoek blijkt dat je je lijf voor de gek kunt houden, zélfs als je weet dat je je lijf voor de gek gáát houden.
Dat vind ik een interessante, want de werking, zonder de zooi, win-win toch? Ik wil dat wel proberen, en ook dok is geïnteresseerd, in dit experiment. Misschien is dit wel dé manier voor mij om dit stukje van mijn verslaving te verslaan. Ik durf die uitdaging wel aan, ik heb niks te verliezen in deze, want pijn. komt uiteindelijk vanuit het brein…
Gisteren had ik een gesprek op het gemeentehuis, met een stagiaire op de afdeling WMO. Een goed gesprek was het. Uiteraard was ik veel aan het woord, ik hou van praten en als je mij vragen stelt krijg je antwoorden. Veel antwoorden.
Het gesprek ging vooral over EDS en de rol die de WMO hierbij kan spelen. Ik kan natuurlijk alleen voor mijzelf spreken, maar ik heb mijn best gedaan mijn ervaring zo goed mogelijk te vertalen naar wat je met een aandoening als EDS nodig kunt hebben, hoe een medewerker dit het beste kan verifiëren (lastige!) en hoe zoiets het best te benaderen. Ik heb aangegeven dat ík het ontzettend belangrijk vind dat ze me serieus nemen. Dat de drempel naar de aanvraag voor hulpmiddelen voor mij ontzettend hoog was. En dat ik ontzettend bang was om weer voor aansteller uitgemaakt te worden.
Ik was eerlijk, bloedeerlijk, over alles. En dat vond ik best heel eng. Ik heb dus ook eerlijk gezegd dat ik weer loop. En dat ik daarmee direct bang ben dat ze mij mijn rolstoel zouden afnemen. En mijn parkeerkaart. Want dat ik loop, zegt niet dat ik niet rol. En dat is lastig te begrijpen voor veel mensen. Dat het een naast het ander kan bestaan. Tegelijk. Dat ik het ene moment prima uit de voeten kan en een volgend niet eens meer van mijn parkeerplaats naar de winkel, of huis, kan komen. Dat EDS grillig is en het voor mijzelf al moeilijk in te schatten is hoe het zich kan gedragen. En dat het dus zo goed als onmogelijk is voor een ander dat te kunnen.
Ik heb verteld dat ik bang ben voor de mening van artsen. Daarmee vooral doelend op keuringsartsen, die zien dat je de honderd meter (zonder horden) makkelijk haalt, en oordelen dat je daarmee niet in aanmerking komt voor het hulpmiddel dat je toch echt zo hard nodig bent. Ik heb gezegd dat mensen je zien als je je goed voelt, en niet als dat niet het geval is. Maar dat diezelfde mensen je wél beoordelen op dat goede moment. En dat veel van mijn lotgenoten, net als ik, vervelende ervaringen hebben op dat gebied van niet serieus genomen worden.
Dat zeg ik, EDS is grillig, en onvoorspelbaar.
Het is lastig om beide kanten te zien, als een medewerker van de WMO noodgedwongen tegenover je zit heb je het echt nodig, denk ík, omdat ik het nog steeds echt nodig ben. Maar blijkbaar zijn er mensen die op grote schaal misbruik maken van deze voorzieningen. En het daarmee verpesten voor de mensen die het wél nodig hebben. Maar een maatschappij die uitgaat van wantrouwen staat mij niet aan. Een wankele balans.
We (eh, ik) hebben het gehad over de bizarre prijzen, want laten we eerlijk zijn, marktwerking heeft ook hier veel invloed. Over hoe ik aankijk tegen de regeltjes (en geloof mij, dat kost wat tijd). Over hoe we dit kunnen verbeteren, over EDS en op welk front dit allemaal invloed heeft. Zij koos EDS binnen de WMO als onderwerp en daar ben ik haar (en haar stagebegeleider) dankbaar voor. Het is een lastige aandoening in deze. Ik hoop dat ik een goed beeld heb kunnen schetsen van waar wij tegenaan lopen, of rollen.
Ik heb goede hoop. De jeugd heeft de toekomst en staat (nog) open voor een andere kijk.
Ik mocht een beetje aandacht geven aan een belangrijk onderwerp, een beetje extra aandacht aan EDS, van álle kanten. En ook al wordt mijn leven niet meer beheerst door mijn aandoening, het is niet weg, daar ben ik me echt nog wel van bewust (al richt ik mijn bewustzijn liever op mijn intentie; gezond en sterk zijn). Een dik compliment voor deze stagiair, en haar begeleidster. Sámen maken we de samenleving mooier, effectiever en beter voor iedereen!