Hormonale verschillen?

Ik krijg niets gedaan. Echt helemaal niets. Mijn hoofd is nog steeds een chaos. Ik probeer mijn gedachten te ordenen, allereerst in categorieën. Politiek, politiek (deze neemt nogal veel aandacht en tijd in beslag), visitekaartjes (bijna af, maar nog niet helemaal naar mijn zin), belastingdienst (open het programma en sluit weer af, want even geen idee), politiek, opruimen, cursus maken.

Het lege scherm op mijn laptop, waar ik inmiddels al een half uur naar aan het staren ben, irriteert me. Eigenlijk irriteert alles me. Waarom? Geen idee. Is het de stand van de maan? Is het misschien het feit dat mensen als kippen zonder kop rondrennen (mijn gevoel)? Of zijn het toch weer mijn hormonen, die wellicht een lichte tweak nodig hebben?

Ik herken het gevoel, ik had het vorig jaar ook. Toen begon ik net met het gebruik van bio-identieke hormonen. Of misschien was het net daarvoor, toen ik van zeer goedgehumeurd zo ineens om kon slaan in een heuse vuurspuwende draak. De Draak is terug. Het vuur houd ik meestal nog net op tijd binnen (tenzij het om reageren op Facebook gaat), maar het gaat wel ten koste van mijn goede humeur.

Hormonen zijn van ontzettend grote invloed op ons mensen. Ik had het niet eens zo in de gaten, toen ik er midden in zat. Het gaat geleidelijk, sluipend. De symptomen verrassen je, overvallen je, maar ze zijn er. Er wordt gelachen als vrouwen hun problemen toeschrijven aan hun hormonen, maar we worden er allemaal door gestuurd. Bestuurd misschien wel zelfs, soms.

Gisteren (of eergisteren al) liep ik een vriendin tegen het lijf. Zij spuwde ook vuur, in de vorm van een middelvinger, gevolgd door een hardop uitgesproken krachtterm richting een fietser die zonder reden een vuile blik wierp richting haar. Ik ben mezelf niet riep ze me toe. Mijn vriendin dus, niet de fietser. Tja, onze leeftijd spreekt voor ons zeg maar.

Ik ben ook mezelf niet. Of het te wijten is aan de mensen op het digitale platform waar ik me (te vaak) begeef, aan mijn hormonen of toch aan die maan weet ik niet. Dat het me in de weg zit weet ik wel. Ik bevind me te vaak in de leegte van mijn scherm. Of verdwaal in het scrollen tussen irriterende reacties, die daarmee mijn gedachten irriteren.

Fijn, zo’n neurodivergent en wellicht ook hormonaal overspannen brein…

Versterken of beperken?

Het is al jaren gaande, en het wordt iedere keer erger. Als er weer een kabinet valt. Een nieuwe partij wordt opgericht. Een nieuwe schreeuwer zich aandient. 

De onrust. De verdeeldheid. De angst. 

Het nieuws dat niet, of niet helemaal klopt. Waar moet je naar kijken? Wie kun je vertrouwen? Kún je nog wel écht vertrouwen? 

De hoofdvraag lijkt: heeft de overheid wel echt het beste met ons voor?

Ik vraag me af of mensen nog wel weten wat de overheid doet. Veel mensen lijken de overheid namelijk te zien als de vijand. Die belasting heft om zichzelf, het instituut, te verrijken. Mensen lijken te vergeten dat de overheid zorgt voor de basis, nou ja, dat de overheid zou moeten zorgen voor de basis kan ik misschien beter zeggen. Het neo-liberalisme heeft dit steeds verder verschoven en heeft de visie dat de markt alles moet oplossen, maar de afgelopen jaren is keer op keer duidelijk geworden dat de markt alles duurder maakt in plaats van goedkoper. Kijk naar de zorg, de energiemarkt. Het is een zooitje.

Toen Nederland na de tweede wereldoorlog begon met haar moderne verzorgingsstaat waren er drie garanties die de overheid bood: gelijkheid van kansen, zorg en bescherming voor wie dat nodig heeft en basisvoorzieningen die iedereen delen kan. De achterliggende idealen waren: rechtvaardigheid (iedereen telt mee), betrouwbaarheid (de overheid is er als je haar nodig hebt) en publiek vertrouwen (het systeem is er voor ons allemaal).

Precies waar mijns inziens de overheid voor zou moeten staan.

De overheid heeft in beginsel nog steeds deze zelfde doelen, maar de manier waarop ze haar taken uitvoert is verschoven. Van vertrouwen naar beheersing. Controle. Wantrouwen.

Waar ooit de mens centraal stond, staat nu de regeling centraal. De overheid ging steeds meer controleren in plaats van faciliteren. Ze ging meten. Moest meer verantwoorden. Er was angst voor misbruik, maar dit leverde slechts meer bureaucratie en wantrouwen op.

Vanaf 2010 (Rutte II) werd het motto: de overheid doet minder, de burger meer. Taken werden verschoven van het rijk naar de gemeenten, zonder voldoende geld of duidelijkheid. Het gevolg, onduidelijke verantwoordelijkheid en ongelijke uitvoering tussen gemeenten. Beleid wordt gemeten in cijfers, niet in welzijn. Marktwerking verschoof het belang, van mens naar geld. Verschillen groeiden, in kansen, gezondheid en vertrouwen.

Fraudezaken (de toeslagenaffaire is een goed voorbeeld) en complexe regelgevingen ondermijnden het vertrouwen en de politiek werd reactief. Beeldvorming voor inhoud. Ambtenaren en bestuurders durven minder, houden hun mond en burgers haakten af. De situatie waar we nu in zitten dus. 

Lang verhaal, maar toch de notendop. 

De overheid is geen bedrijf. De overheid zou een belofte moeten zijn. Als het misgaat, vangen wij je op. Als het goed gaat, deel je mee. Sámen vormen we tenslotte de samenleving. We beschermen waar nodig, faciliteren en inspireren. De overheid is er niet om jouw geld in te pikken, maar om een goede basis te verzorgen. Zodat iedereen daarvan kan profiteren en niet slechts the happy few.

En dan nu de uitdaging, want wat is nu de beste manier om dit ontstane bureaucratische monster te tackelen? Hoe maak je de juiste keuze? De keuze die mensen níet uitsluit of buitensluit. De keuze die snapt dat dingen écht anders moeten, en waar iemand niet slechts met een grote bek op het pluche gaat zitten om het ego te boosten? 

Ik denk dat iedereen die zich verkiesbaar stelt dat doet vanuit de eigen waarheid, maar ik denk ook dat veel partijen in staat zijn nog meer ellende aan te richten. Kortzichtig. Slechts gericht op eigen gewin. En ik denk dat mensen vergeten dat achter iedere partijleider een grote groep mensen staat (behalve achter eentje) en dat we iets minder moeten kijken naar de persoon en iets meer naar wat ze te zeggen hebben. 

Mijn partij. De partij waar ik écht in geloof, die is er (nog) niet. Een partij met ballen. Die los durft te laten en opnieuw durft te kijken. Die niet bang is voor de spiegel. Die snapt dat we het samen moeten doen. Die gelooft dat als de basis op orde is, de mens kan bloeien. En gelooft in persoonlijke groei. Die afscheid durft te nemen van regels die niemand dienen. Die het bureaucratische monster in de bek durft te kijken en de controle los durft te laten om te vertrouwen op de éigen kracht van de mens. 

Niet links. Niet rechts. Niet in hokjes en omringd door lijntjes die slechts beperken. Een politiek waarin overheid en mens elkaar versterken in plaats van beperken.

Blessing in disguise?

Er zit veel in mijn hoofd, te veel. 

Ik kan niet eens hele zinnen formuleren, de een is nog niet half af of de volgende schiet naar binnen. Het is vermoeiend. Zeer vermoeiend. Ik ben het gewend te leven met een chaotisch hoofd vol ideeën, maar het afgelopen jaar leek het beter te gaan. Gestructureerder. Tot vandaag dus. 

Chaos. Totale chaos.

Ik werk aan ideeën voor de plaatselijke politieke campagne voor de partij waarbij ik mij heb aangesloten. Als het aan mij ligt gaat het complete politieke systeem op het schop, tijd voor brede hervorming, maar de wereld is vrees ik nog niet klaar voor mijn radicaal andere ideeën op dat front. Niet dat ik denk dat ik het wel even zal regelen hoor, maar ik voel toch een drang, een overtuiging dat het anders kan. En verandering moet beginnen bij jezelf. Dus werk ik aan kleine dingen, vorm ik een mini-team met ChatGPT, altijd handig, wat tegengas. 

Ik probeer mijn gedachten te ordenen op het front van mijn eigen bedrijf, waar ik ook te veel ideeën voor heb. Ik heb moeite met structuur, met planning. Ik sla compleet dicht bij alles wat er op me afkomt. Iets simpels als een mailtje sturen laat me uren naar mijn scherm staren. En ik wist echt wel waar ik aan begon, maar bepaalde reacties in mezelf had ik gewoon niet voorzien. Daar probeer ik aan te werken, maar ook dat haalt dingen overhoop in mijn hoofd. 

Contrast brengt groei. En ik denk dat ik behoorlijk moet groeien. 

Ik word getriggerd door oude trauma’s waarvan ik van sommigen niet eens wist dat ik ze had. Twijfel of ik daar weer hulp bij moet zoeken, maar dat kost energie, en tijd, die ik gewoon even niet heb. Keuzes.

Eigenlijk zou het simpel moeten zijn, kies voor jezelf, maar het is niet simpel. Niet voor mij tenminste. 

En daarnaast moet ik mij eigenlijk even overgeven aan het niets, want dat is denk ik wat mijn lijf nu van me vraagt. Of toch niet? 

We zijn een paar dagen naar Londen geweest, manlief, zoonlief en ik en de weerslag is pittig. Ik liep al op mijn tandvlees, nu is de man met de hamer daar. Hij mept flink van zich af. Zo heftig is het in jaren niet geweest. Aan de ene kant is fysiek wat actiever zijn fijn, aan de andere kant trekt mijn lijf het slecht.

Koorts, vermoeidheid, een dikke bult op mijn onderrug, bibberen en trillen, uitval en tintelingen, ook in mijn gezicht. Buikpijn en misselijkheid. Ik ken het, herken het, maar weet gewoon niet goed wat ermee te doen. Als ik ga liggen, doet alles pijn en weet ik niet meer hoe te liggen. Als ik in slaap val schiet mijn hartslag bij het wakker worden omhoog met hartkloppingen als bonus. 

Dysautonomie. Ik dacht dat het weg was, mispoes. En ik weet het: chronisch is altijd. Maar die hoop hè? Wat is wijsheid?

Dat weet uiteindelijk alleen ik, als ik mijn gevoel weet te activeren want ik val terug in mijn oude patronen. Verdoven, doorgaan, gevoel uitschakelen. En ik probeer het te veranderen, maar oude patronen zijn lastig te doorbreken. Ik signaleer het, en dat is al winst. 

En dit is nog maar een heel klein deel van alles dat mijn hoofd overspoelt. Terug in de tijd en dan back to the future, terug naar bewustere keuzes. Terug naar dat wat ik herwonnen had. Even een pas op de plaats, in mijn cocon, zonder moeten.

Ik moet slechts van mezelf. Van niemand anders. 

Eigenlijk zijn dit soort terugslagen een zogenaamde blessing in disguise, ze dwingen je na te denken over keuzes die je maakt. Bewust te kijken naar je reacties. Uiteindelijk zal ik ze bedanken, en loslaten.

Ik heb het eerder gedaan, dus ik weet dat ik het kan.

Diepgang als moedertaal

Al heel mijn leven hoor ik dat ik alles op mezelf betrek. Dat ik niet zo moeilijk moet doen. Dat ik op moet houden alles te analyseren. Dat ik dingen los moet leren laten. Me niet zo druk moet maken over dingen. En dat ik veel ben. Van alles, in alles.

Mijn hoofd staat nooit stil. Is nooit stil.

Het lijkt me heerlijk, gewoon een film of serie kunnen kijken zonder dat je hoofd honderd en één connecties legt. Een boek kunnen lezen zonder te bedenken wat de schrijver hier nu precies mee bedoelt en allerlei linkjes te leggen naar verleden, heden én toekomst. Gewoon, lezen wat er staat, gewoon kijken en genieten, zonder vragen en zonder antwoorden.

Werkelijk álles wat ik doe, zie of hoor vraagt om extra uitleg, om verdere verklaring. Ik heb bijna overal een eigen visie op. Of ik wil meer weten om die visie te kunnen vormen. Het maakt dat mijn interesse breed is en mijn gedachten alle kanten op vliegen. Dat ik duizend en één dingen opzoek op internet en behoorlijk wat bestel bij de boekenwinkel.

Ik wil weten, ik wil alles weten. En ik leg verbanden, ook als ik ze niet wíl zien.

Ik hou van praten, maar wil ook luisteren. Niet naar oppervlakkigheden, ik wil de diepte in. Ik wil horen wat mensen écht denken. Echt voelen. En ik voel ook. Ik voel mee. Lees tussen de regels door, al vindt niet iedereen dat even prettig. Ik pik de kleine woorden op, voel de intonatie, die me onbewust zicht geeft op achterliggende gedachten, die zo wellicht onbedoeld hun weg naar buiten vinden.

Uit alles wat ik hoor, zie en voel trek ik conclusies. Altijd, met mijzelf als uitgangspunt. Ik weet niet hoe ik de wereld anders moet interpreteren.

Misschien maakt dat dat ik soms dingen analyseer die helemaal niets met mij te maken hebben. Misschien maakt dat dat ik soms dingen aan elkaar knoop die los van elkaar zouden moeten blijven (be)staan. En misschien betrek ik zaken op mezelf die niets met mij te maken hebben.

Het is wie ik ben.

Het is de ik die denkt als een filosoof, voelt als een dichter en schrijft als een mens.

Met diepgang als moedertaal.

Een wond van ongeloof

Soms heb je van die dagen. Dat het universum je binnen een week ineens confronteert met dingen waarvan je dacht dat je ermee afgerekend had. Niet dus. Contrast brengt groei. Nou, dit was een weekje vol contrast, zeg maar.

Het kan in kleine dingen zitten. Slechts één klein woord kan je binnenwereld al behoorlijk op zijn kop zetten.

Laat ik het even stukje bij beetje proberen te verwoorden. Wat ik deel is zeer persoonlijk en daarmee ook heel kwetsbaar. Ik heb het vast eerder geschreven, maar zoals hierboven vermeld: ik dacht dat ik er klaar mee was. Boy, was I wrong. Er is nog wat werk aan de winkel.

Jaren geleden, op Klimmendaal, vertelde mijn psycholoog dat ik een vorm van PTSS had. Ik vond dat onzin: ik heb geen oorlogen gezien (behalve op tv) en heb een prima leven, op mijn aandoening(en) na. Hoe kon ik nou trauma hebben? Je hoeft echter geen oorlogen meegemaakt te hebben om PTSS te krijgen. Zelfs zoiets ‘simpels’ als jaren niet geloofd worden, zeker door artsen, kan dit tot gevolg hebben. Ik was het vergeten, had het blijkbaar ergens weggestopt, achter één van de vele luikjes in mijn hoofd. En nu kom ik erachter dat het niet weg is. Nu word ik er aan alle kanten mee geconfronteerd.

Een voorbeeld. Een simpel berichtje, en de reacties daarop, bleken een trigger. Mensen die ziek zijn ‘faken’. Voor aandacht. Of geld. Het is een ding, blijkbaar. ‘Sickfluencen’, maar dan zonder echt wat te mankeren (in mijn ogen mankeer je dan wél wat, maar goed). Een televisieprogramma over uitkeringstrekkers. Ik hoef die reacties niet eens te lezen om te weten wat daarop staat. En dan een item op Facebook over die ‘sickfluencers’. En de reacties van mensen daarop. Reacties van mensen die zélf ziek zijn. Keihard.

Ik klap dicht, in angst. Is dit hoe mensen mij ook zien? Moet ik opnieuw gaan bewijzen dat ik écht iets mankeer?

Mijn hoofd functioneert niet langer rationeel als het in deze stand terechtkomt. Mijn hartslag schiet omhoog, mijn hart zit in mijn keel. Tranen zitten hoog. Paniek, onrust. Ik schiet tien jaar terug in de tijd.

Vorige week had ik een gesprek met mijn WMO-consulente. Soortgelijke reacties van mensen maakten dat ik bang was dat ze mijn hulpmiddelen zouden afpakken. Ik heb alles besproken, openheid is je beste vriend, denk ik. Maar waar de één openheid ziet als eerlijkheid, leest de ander er misschien iets heel anders in. En dan schiet ik terug naar het invullen voor een ander. En naar de angst dat mensen juist denken dat je de boel belazert. Terug naar onzekerheid. En niet omdat het zo ís, maar omdat je een half leven hebt moeten vechten. Om overeind te blijven. Om geloofd te worden. En dat laat sporen na die mensen die dat niet hebben meegemaakt, niet begrijpen. Of die het op een andere manier hebben meegemaakt, het niet kúnnen begrijpen.

Waarom voelen mensen (zelfs mensen die zélf chronisch ziek zijn) de neiging een ander aan te vallen, te beschuldigen van het faken van een aandoening? Is het angst? Dat ze zelf niet geloofd worden? Is het een vorm van controle? Is het jaloezie?

Hebben mensen énig idee wat ze kunnen aanrichten met vage insinuaties? Wantrouwen boven vertrouwen. Het zegt vooral veel over jezelf, denk ik.

Mijn manier om om te gaan met dit soort vragen is erover schrijven. Als ik praat, sla ik dicht. Trauma. PTSS.

Gisteren, in een gesprek met mijn vriendin, kwamen een aantal van die trauma’s aan bod. Mijn verloren zelfvertrouwen, dat zij nooit verwacht had en ook niet gezien heeft. Het schuldgevoel, waar ik klaarblijkelijk nog steeds mee worstel, en de tegenstrijdigheid van bepaalde dingen. Het leven is niet zwart-wit. Het zo graag willen, maar nog steeds niet echt kunnen. Al kan er meer dan drie jaar geleden. De angst om afgerekend te worden op de kwetsbaarheid van mijn openheid. Zeker als mensen, door dit soort berichten te delen, anderen in een ander of misschien zelfs verkeerd daglicht gaan bekijken, bewust of onbewust.

Ik denk dat niemand precies weet wat er speelt achter iemands voordeur. En ik denk dat we heel voorzichtig moeten zijn met ons oordeel.

Ik probeer me maar gewoon bezig te houden met mezelf, met mijn eigen leven. Dat blijkt al ingewikkeld genoeg.

Niet(s) gevonden

Mijn vorige blog dateert van twee weken geleden. Ik zocht de palmboom, die me moest herinneren aan het feit dat geluk soms niet meer is dan een zacht briesje, of de regen die tikt op het glazen dak van onze veranda.

Ik vond hem, dacht ik, die dag. Ik hield hem vast, onderweg naar Frankrijk. Maar eenmaal thuis, is hij weer kwijt.

Dat doet het met je, leven in de realiteit.

Wat is waar? Ik spring van de hak op de tak. Kan niet anders, mijn hoofd is chaos.

Komt het door het nog zo jonge jochie, dat gister vanaf het viaduct over de snelweg ons de Hitlergroet bracht? Of komt het door het nieuws, dat zwaait met eenzelfde soort vaandels, aangevuld met rellen? Is dit de realiteit?

Wat ís waar?

Ik maak me druk. Dat is waar.
Ik maak me zorgen. Ook dat is waar.

Ik wil me niet druk maken.
En ik wil me geen zorgen maken.
Ook dat is waar.

Als dé waarheid niet bestaat, en dat geloof ik, is onze realiteit dan wel écht?

Zijn er mensen die mij nog kunnen volgen, want ik volg mezelf niet meer.

Ik wil niet leven in een wereld vol waanzin. Een wereld waarin mensen elkaar afmaken voor een stukje land. Een wereld waarin mensen elkaar het licht in de ogen niet gunnen, uit, wat? Angst? Komt wantrouwen uiteindelijk niet daaruit voort?

Maakt het niet zien van deze realiteit haar minder echt?

Ik ga maar weer op zoek. Naar die palmboom, die ik had, maar ook weer kwijtraakte. Uit mijn zicht. Met mijn blik naar buiten gericht. Niets dan gedoe, daar op tv. Ik kan en wil daar niet in mee.

Doorbraak?

Gisteren meldde mijn wandel app dat ik ‘0 dagen mijn doel heb behaald’. Nul dus.

Al wandelend reeg ik meters aaneen. Ik ging geweldig, tot ik niet meer ging. En zo ineens stond ik weer op nul. Weg reeks. Reeks doorbroken.

Ik heb een beetje een haat-liefde verhouding met ‘aansporende’ apps. Ik ben namelijk gezegend met een bovengemiddelde, haast ongezonde dosis doorzettingsvermogen. Grenzend aan het obsessieve zeg maar. Als ik iets wíl dan dóe ik het. Ook als ik het beter niet zou kunnen doen.

Dit soort apps hielpen mij eerder al van de wal in de sloot. Fysiotherapeuten hadden er ook een handje van trouwens. Ze moeten in hun vak mensen vaker aansporen dan ontmoedigen, maar bij mij werkte dat aansporen averechts. Ik ga door tot ik erbij neerval. Letterlijk vaak.

Maar, die reeks van mij dus. Die is doorbroken. Ik sta weer op nul.

Ooit zou dat aangevoeld hebben als falen, met hoofdletters, maar ik ben veranderd! En die nul op mijn app is het bewijs. Ik kan het! Eindelijk!

Want ja, ik ben trots! Trots op het feit dat ik rust heb ingelast. Rust om mijn scheenbeen te laten herstellen. Rust voor mijn hele onderstel, want ik liep misschien toch wat hard van stapel. Wilde wellicht toch weer meer dan ik eigenlijk kon. Maar ik trok aan de rem en dat is wat telt!

Ik zit, tot grote schrik van de mensen in mijn omgeving, dagelijks weer meerdere rondjes met Lewis in mijn stoel. Maar dat is geen verlies. Dat is pure winst. Het feit dat ik mijn reeks-obsessies overwin laat namelijk zien dat ik groei.

Hopelijk is dit niet alleen het einde van een reeks, maar ook het begin van een echte doorbraak!

Law of attraction

Twee jaar geleden alweer (tijd vliegt!) kwam ik op Instagram Kim Munnecom tegen. Een zeer enthousiaste dame die met grote bevlogenheid sprak over de voor mij nog mysterieuze wet van aantrekking. Op de een of andere manier voelde het alsof ze het tegen mij persoonlijk had. Ze raakte iets in mij, dromen, die ik ver van mij af had gezet, kwamen boven drijven.

Zou het mogelijk zijn?
Zou dit ook voor mij werken?

Ik ben nogal gevoelig voor dit soort dingen, voor dit soort cursussen. Ik wil leren, veel leren. Voor ik het wist had ik dan ook op de knop gedrukt en schreef ik me in. Een investering, in mijzelf. Een cadeautje. Het bleek nog zoveel meer dan dat. Deze cursus was het begin van een compleet ander leven, een leven waar ik toen niet eens van durfde te dromen.

Ik maakte de cursus niet af, deed een module of drie en haakte af. Niks geks bij mij, ik ben nogal snel afgeleid. Ik ga van nul naar honderd in twee seconden en net zo hard weer terug. Er is altijd wel een ander project dat mijn aandacht trekt, zo ook nu. Toch bleef het in mijn achterhoofd, ik luisterde naar podcasts, las boeken, schreef dankbaarheidsdagboeken vol en zette intenties. Volgde nog een cursus en nog eentje. Half, als ik al zover kwam.

De tijd ging voort en beetje bij beetje kwamen de veranderingen. Mijn gezondheid ging vooruit, ik kon beter lopen, kreeg meer energie, vond oplossingen voor problemen waarvan ik niet eens wist dat ze een probleem vormden. De juiste mensen kwamen op mijn pad. Anderen verlieten juist mijn leven.

Ik ging van overleven naar leven.

Afgelopen jaar pakte ik de cursus weer op. Nou ja, oppakken, ik begon eigenlijk opnieuw en dit keer maakte hem af. Het leek wel alsof het kwartje viel, alsof ik de afgelopen twee jaar nodig had om bepaalde dingen vanuit meerdere hoeken te bekijken. Te onderzoeken, erover te praten en te lezen.

Achteraf kun je pas zien hoe ver je gekomen bent. Twee jaar geleden had ik niet durven dromen weer te kunnen lopen. Twee jaar geleden had ik niet durven dromen dat ik zelfs weer voor mezelf zou durven beginnen. Twee jaar geleden zag mijn wereld er ontzettend anders uit, kleiner, krapper.

Daar, bij die ene oproep op Instagram, bij die aankondiging voor de Law of Attraction Mastery zette ik de eerste stappen op dit pad. Dit pad dat mij vreemd was, maar ergens toch ook zo logisch voelde. Ik gaf mezelf zonder me dit te realiseren een ontzettend groot cadeau. De kans op een ander leven.

Ik ben dankbaar dat ik bij Kim ben terechtgekomen. Ik luister nog steeds naar haar Podcasts en probeer de live-sessies in de groep eigenlijk altijd te volgen.

Vanavond om 20:00 uur opende ze haar deuren voor deze cursus. Het is een investering, maar wel een investering in jezelf. Als je voelt dat dit misschien iets voor jou is, dan zeg ik gun het jezelf. Je bent het waard!

Mocht je deze week via mijn link instappen, dan steun je mij ook, een win-win. Wil je weten of dit iets voor jou is?

Klik dan hier:

https://kimmunnecom.plugandpay.nl/r?id=hux4JKFr

Last

Ik draag de last van de wereld op mijn schouders. Altijd al gedaan ook. De zorgen van anderen maak ik tot de mijne. Niet omdat ik me zo graag zorgen maak, maar omdat ik zo graag een wereld zou zien waar minder zorgen hoefden te zijn. Waar we een beetje liever zijn naar elkaar.

Als we situaties dichter naar ons toe halen hebben we meer compassie. Zijn we empathischer. Hebben we veel meer begrip.

Een groot deel van onze samenleving zoekt naar oplossingen voor problemen door een ander de schuld te geven. Het is de schuld van de buitenlanders dat onze kinderen geen huis kunnen krijgen. Hoe vaak hoor je dat niet?

Als je inzoomt op de situatie van één van die ‘buitenlanders’ komt er begrip. Tegelijk wordt die situatie tot een uitzondering bestempeld. Terwijl de meeste situaties erop lijken.

De groep wordt een getal en het getal heeft geen gezicht.

Hetzelfde geldt voor mensen met een uitkering. Iedereen wordt over dezelfde kam geschoren, maar uitzonderingen bevestigen de regel. Kijk naar de mens achter de situatie.

Die grote aantallen vormen een probleem met een dieper liggende maatschappelijke achtergrond. Een probleem dat ‘we’ niet kunnen oplossen. Denken we.

Veel leiders in ons land wíllen het niet, dat oplossen. Het is makkelijker om de zondebok aan te houden en de problemen door te schuiven. Probleem in een doos, strik erom en doorgeven aan de volgende generatie. Het gebeurt al jaren.

Ik draag de last van de wereld op mijn schouders. Maar het helpt niet. Het brengt mij geen steek verder. Het maakt dat ik te vaak mijn schaarse tijd en energie steek in zaken die ik niet kan veranderen. En toch blijf ik schrijven. Erover praten. In de hoop dat ergens iemand de boodschap hoort.

Onze problemen zijn niet de schuld van een andere groep mensen. We kunnen het niet oplossen met nog meer haat en geweld. Zelfs dénken met geweld lost niets op. Elkaar haat toeschuiven maakt de dingen er echt niet beter op.

Dus blijf ik proberen. Blijf ik schrijven. Blijf ik mezelf aansporen niet te denken in schuldigen. Uit te zoomen. De mens te zien, de unieke mens. Het goede in die mens.

Misschien red ik zo niet de wereld, maar ik red wel mijn blik erop. Soms is dat genoeg.

Ongemakkelijke waarheid

Vanmorgen liep ik mijn rondje met Lewis, er zat een stukje park in mijn route. Op de hoek  bij de vijver stond een man, jongen meer eigenlijk. Kleurtje (zou niet uit moeten maken, maar doet het in dit huidige politieke klimaat wel), rugzak, fiets. Weifelende houding, ogenschijnlijk zenuwachtig heen en weer lopend, vooral langslopende vrouwen iets te lang volgend met zijn ogen. Ik werd aangesproken door twee andere wandelaars (met hond), dat ik hier op dit moment niet alleen met de hond zou moeten lopen. 

Klaarlichte dag, jongeman, angst. Moest ik bang zijn? Geen idee, ík voelde geen dreiging, maar wat weet ik er nu van? Ik ben nogal naïef van aard, wil graag het goede zien in mensen. De politie werd toch maar gebeld, voor de zekerheid. Geen spoed, maar wel een waarschuwing, het zekere voor het onzekere.

Ik denk dat de politie er druk mee is, momenteel. Waarschijnlijk is dat ook waarom ze mij aanspraken vanmorgen. De dood van een jong meisje hakt er bij iedereen zwaar in. Maakt mensen alert. 

Veiligheid van vrouwen vormt het gesprek van de dag, voor even dan, want ook deze aandacht zal vervagen. Zoals het dat al decennia doet. Ik denk dat vrouwen zich nog nooit echt veilig hebben gevoeld op straat, in de avond en in de nacht. Het duister biedt de perfecte schuilplaats voor dingen die het licht niet verdragen en dat is helaas niets nieuws.

Onveiligheid gaat om veel meer dan geweld, het is een gevoel. 

Nafluiten. Naschreeuwen. Een tik op je billen. Een kus waar je niet om vroeg.  Een onschuldige opmerking over het uiterlijk. Voor de ene vrouw voelt het als een compliment, of gewoon irritante afleiding, voor de ander voelt het bedreigend. Allemaal afhankelijk van de plaats, het tijdstip, de machtsverhouding en eerdere ervaringen. 

Het moment dat ik mij in mijn leven het meest geïntimideerd voelde door een man vond plaats op de werkvloer, bij het kopieerapparaat. Waar ik veilig had moeten zijn, gingen de handen van mijn toenmalige chef naar plaatsen waar ze niets te zoeken hadden. Mensen die je vertrouwt kunnen je ergste vijand blijken. Geweld naar vrouwen komt vaak uit de hoek van bekenden, van mensen van wie je het niet verwacht: vrienden, echtgenoten, collega’s. 

De me too beweging zette iets in gang, dachten we, maar ook die lijkt alweer vergeten. Opmerkingen ogen soms onschuldig, maar toch kan de dreiging daar al beginnen. Bij dat gevoel dat je niets meer bent dan een stel mooie benen. Een lustobject, voor mannen.

Hoe moeten jonge jongens leren dat het niet oké is om op die manier naar vrouwen te kijken als bladen waarin vrouwen precies zo geportretteerd worden gewoon in de supermarkt voor het grijpen liggen? Als videoclips en TikTok filmpjes hen constant verleiden met jonge bloedmooie vrouwen. In houdingen waar ik al een kleur van krijg?

Veiligheid voor vrouwen moet gaan over meer dan gekken die vrouwen fysiek belagen op straat. Veiligheid voor vrouwen moet ook gaan over veiligheid achter de voordeur. Over veiligheid op het werk, op school. Over hoe mannen met vrouwen omgaan én over hoe vrouwen omgaan met mannen. Het moet gaan over opvoeding, over normen en waarden. 

Het gaat al mis in de basis en daar moeten we eerlijk over durven zijn. Veiligheid gaat ook over taalgebruik. Over ogen die nét te lang blijven hangen op bepaalde plaatsen van het lichaam. En over weerbaarheid, over de verschillen in cultuur. 

Het gaat niet om incidenten, het is een patroon. Een patroon dat blijft bestaan. Misschien is dat wel de ongemakkelijke waarheid. Dat we allemaal opnieuw moeten leren kijken. Naar elkaar. Naar onszelf. Niet morgen. Nu.