Oud en nieuw

Raar, het is eigenlijk gewoon een dag, maar toch voelt het anders. Weer een jaar voorbij, de tijd vliegt, ik kan het tempo niet bijhouden. Als de dag van gister voel ik hoe ik uitkeek naar de vakantie, maar die is al lang weer voorbij. De tijd haalt je onverbiddelijk in, wat rest zijn herinneringen, gedachten, foto’s, momenten.

Filosofisch momentje

Op deze dag word ik altijd wat filosofisch, denk ik na over de zin van het leven, de zin van mijn leven. De tijd vliegt en ik vlieg erachteraan, wanhopig proberend hem vast te pakken, ik voel hem tussen de top van mijn vinger en mijn kromme duim. Weer vliegt hij net te ver voor mij uit. Te ver, te snel, ik ben de kameel op kromme pootjes, die al struikelend het gevecht probeert aan te gaan. Die probeert niet teveel terug te kijken, slechts genoeg om te leren, die niet te ver vooruit kijkt, die leeft in het nu.

Nu is wat we hebben, nu is waar we zijn, nu is waar we alles uit proberen te halen. Dromend over een betere toekomst voor zoveel mensen. Hopend op wijsheid voor de mensen die écht iets te vertellen hebben. Biddend voor hen die het zwaar hebben (ik weet niet in hoeverre ik daarin nog geloof, maar ik geloof wel dat goede en positieve gedachten een verschil kunnen maken). Leven in het nu, genieten in het nu, denkend over morgen…

Een nieuwe start

Morgen, weer een nieuwe dag, soort van een nieuw begin, een nieuw jaar. Een jaar vol mooie plannen, vol mooie dromen, vol ideeën. Een spannend jaar, waarin zoonlief examen moet gaan doen. Ik hoop vooral op een liefdevol jaar voor iedereen, al vrees ik dat dat een utopie is.

Knallend uiteinde

Terwijl ik dit schrijf knalt het om me heen, ligt een ineengedoken hoopje kat naast me angstig om zich heen te kijken en heeft de hond zich verstopt. Hij weet niet wat hij ermee aanmoet, vliegt het liefst luid blaffend op al het vuurwerk af (slecht idee). Knallend het ene jaar uit en het andere in. Ik behoor tot de groep zeurpieten die het liefst één groot vuurwerkfestijn ziet op het dorpsplein (kun je zelf kiezen of het je genoeg boeit ervoor de kou in te gaan). Een uur voor 12 uur knallen en een uur erna vind ik ook prima, maar het dagenlang rinkelende ruiten hoeft van mij niet. Hoefde ik vroeger ook niet trouwens. Ik behoor met deze mening tot de zeikerds, de azijnpissers die mensen hun lolletje niet gunnen. So be it, knal lekker ergens waar mijn beessies er geen last van hebben.

Vooruit kijken

Ik dwaal af, niet blijven hangen in het knallende nu, voor deze keer kijk ik even graag vooruit naar morgen. Of nog beter overmorgen, wanneer de rust is wedergekeerd. Dit jaar ga ik proberen te houden van januari, ga ik enthousiast aan de slag met leuke plannen, grootste plannen. Dit jaar word míjn jaar en naar ik hoop ook jullie jaar. Ik gun iedereen een fantastisch jaar!

Goede jaarwisseling en tot volgend jaar!

Utopie?

Een blog over EDS, HSD, hypermobiliteit. Een blog over verschillen en over gelijkenis, over kriebels die over mijn rug lopen én over de opstand in mijn binnenste. Het raakt mij enorm, ik heb zo lang moeten vechten voor mijn diagnose en nog steeds word ik in twijfel getrokken, door mijzelf, door verhalen en door de artsen…

Ingewikkeld verhaal, part one: EDS

Voor de niet-lotgenoot in het kort (nou ja, echt kort zal niet lukken, het blijft verwarrend); EDS (Ehlers Danlos Syndromes) is een bindweefselaandoening, het bindweefsel is niet goed aangelegd. Dit uit zich bij het hypermobiele type in te ruime banden (hypermobiliteit), maar vaak ook in problemen in de organen (darmen, maag, maar ook de ophanging van bijvoorbeeld de baarmoeder) en/of de huid (ook die bestaat voor een groot deel uit bindweefsel). EDS heeft een groot aantal varianten, bij een groot aantal is het gen defect gelokaliseerd, maar bij mijn type (het hypermobiele type) nog niet.

Ingewikkeld verhaal, part two: HSD

HSD (Hypermobility Spectrum Disorders) is een aandoening waar hypermobiliteit op de voorgrond staat, hypermobiliteit die gepaard gaat met veel (dezelfde) klachten (langer dan 3 maanden pijn in meerdere gewrichten, maar ook hier is vaak sprake van interne problematiek).

Gewoon hypermobiel

En dan is er nog ‘gewone’ hypermobiliteit; één op de tien mensen is hypermobiel in één of meerdere gewrichten. Dit is geen defect maar een eigenschap, net als de kleur van de ogen. Het kan handig zijn (denk aan balletdansers), en kan in dit geval geen kwaad.

Zebra voor zeldzaam

Over hypermobiliteit bestaan veel verschillende opvattingen. Als één op de tien mensen hypermobiel is, komt het behoorlijk vaak voor. EDS komt volgens schatting bij één op de 5000 mensen voor, een stuk minder dus. Er wordt gezegd dat er gemiddeld één patiënt per huisartsenpraktijk zou zijn. Het is dan ook niet heel raar dat de arts zich slecht raad weet met deze patiënt; er is weinig vergelijkingsmateriaal. Daarbij komt ook nog dat iedere EDS-ser anders is, het uit zich anders. Een arts moet in deze dan ook echt vertrouwen op de patiënt. De mijne heeft dit gelukkig geleerd en weet inmiddels dat ik mij echt niet voor niets meld. Er is een groot verschil tussen een beetje hypermobiel zijn en EDS hebben, het heeft mij dertig jaar vechten gekost voor mijn artsen mij eindelijk serieus namen. Het grote probleem hierin zat het hem in mijn huid.

Nog meer uitleg

Dit vergt weer een uitleg, ergens zwevend tussen hypermobiliteit en EDS bevindt zich nog een aandoening, HSD. De hypermobiliteit mét klachten, serieuze klachten, dezelfde klachten als EDS met vaak één klein verschil; de huid. Vóór de nieuwe richtlijnen ter diagnose van EDS was dit het grootste verschil, het maakte hét verschil tussen serieus genomen worden en als aansteller versleten worden. Drie letters die je leven kunnen veranderen, aldus mijn eigen ervaring.

Het zachte huidje

De huid dus, een EDS huid is zacht en kwetsbaar. Een zacht huidje heb ik altijd al gehad, een kwetsbare huid ook, snel wondjes die slecht genezen, redelijk snel blauwe plekken, maar volgens reumatoloog nummer twee niet snel genoeg voor EDS. Ik werd in het toenmalige HMS hoekje gestopt (inmiddels dus aangepast naar HSD, volg je me nog?). Ik bleef jaren in dit hokje, niet serieus genomen door artsen en therapeuten. Ik was een beetje hypermobiel en moest vooral wat harder trainen. Ik trainde me suf, ging achteruit maar moest me vooral niet aanstellen.

Eindelijk een stempel

Tot er een fout plekje op mijn bovenlijf werd ontdekt dat verwijderd moest worden en een lelijk, breed litteken achterliet. Toen werd duidelijk dat mijn huid wel degelijk meedeed in de problematiek en kreeg ik het stempeltje EDS. Eindelijk werd ik serieus genomen, eindelijk telde ik mee, eindelijk had ik mijn diagnose, of toch niet?

Richtlijnen

Er zijn nieuwe richtlijnen (de zogenaamde nosologie), richtlijnen om te bepalen of je behoort tot de EDS-sers of toch tot de groep HSD-ers. Belangrijk punt is nu de erfelijkheid; bij mij is nogal onduidelijk waar de EDS vandaan komt, ik lijk een zogenaamde spontane mutatie (ik zeg lijk, want zeker weten doen we dat niet). Zoonlief daarentegen heeft overduidelijk mijn genen geërfd, al voldoet ook hij niet aan de standaard richtlijnen (we zijn gewoon niet standaard). En zo begint daar eenzelfde gevecht, wederom moeten we de strijd met artsen aan voor een diagnose, voor de juiste hulp, het is frustrerend!

Dé drie letters

Drie lettertjes met een enorm gevolg. De klachten van EDS en HSD zijn grotendeels dezelfde, maar waar je bij de één kunt rekenen op hulp, heeft de ander vaak een gevecht voor de boeg. In mijn ogen zeer oneerlijk! Helaas is er zelfs onder lotgenoten jaloezie en gedoe over de ernst van de aandoening. Er is gezegd dat beide aandoeningen even ernstig kunnen uitpakken, maar de onrust blijft. Totdat er écht gevonden wordt waar het probleem zit, wat de beste oplossing is zal deze onrust blijven bestaan. Reden temeer voor goed onderzoek, niet alleen naar EDS, maar zeker ook naar HSD. Reden temeer voor mij om de aandacht te blijven vestigen op mijn aandoening (wil de ware opstaan), reden temeer te blijven vechten.

Onbekend maakt onbemind

Onbekend maakt onbemind; de slogan van het EDS fonds, een stichting die zich inzet voor meer bekendheid. Ik sluit me hierbij aan, alle beetjes helpen, zo ook mijn verhalen (denk ik, hoop ik). Help ons door te delen, door je verhaal te blijven vertellen, ook al word je er zelf ook weleens moe van, het wéér uitleggen. Hou vol, ik strijd met je mee!

* Als je geen EDS of HSD hebt en dit hele stuk hebt gelezen, chapeau! Ik ben je dankbaar, want iedereen met een beetje kennis geeft ons een beetje hoop op meer bekendheid en een snellere diagnose… *

Ik mis mij…

Geen spiritueel, mindfull blog (al ben ik best van het zweverige type), nee ik blijf nu met beide pootjes op de grond. Ik ben mezelf kwijt, ergens tussen de kerststallen en eenhoornpegels ben ik mezelf verloren. Lang leve de december maand, de maand waarin iedereen in feestelijke stemming hoort te zijn. Ik heb het niet dit jaar, of nog niet misschien, ik hou alle opties open.

Kerst met rozen

Terwijl de radio de ene na de andere kersthit uitspuugt leef ik nog in oktober ofzo. Of misschien ben ik de tijd al wel voorbij, leef ik al in januari (ik haat januari, weg met lampjes, wat rest is kou). In ons huis staat geen boom, onze kater Max vind kerstballen om mee te voetballen en onze hond rent daar in volle seniorenvaart achteraan, zonder te remmen. Een boom is dus niet de juiste keuze. Daarnaast is een bed in de woonkamer al een mega sta-inde-weg, daar past een boom niet bij. Om mezelf te versieren is ook zo sneu, wij hebben dus de kersttak-aan-het-plafond versie. Zonder ballen dit jaar, kerst met rozen én vogeltjes. En toch mis ik iets.

De magie ontbreekt

Ik heb lampjes, ik heb muziek, maar ik heb geen kerstgevoel. Ik voel de jingle balls nog niet in mijn buik fladderen. Ieder jaar lijkt een stukje kerst te vervallen. Waar ik Kerst als kind als magisch ervoer vervliegt de magie. Het laat zich overweldigen door de werkelijkheid, door de nare kanten van de mensheid. En zo wordt mijn magische Kerst verduisterd. Misschien is het een gebrek aan zonlicht, of het weer (ik kom nu eenmaal weinig buiten in de winter). Eén ding weet ik wel, ik mis de magie, de schittering, ik wil hem terug!

Wiebelende stapjes

Ik mis mijn oude ik, die zich jaarlijks in een feestjurk hees, die zelfs op hakken het huis verliet (al was het gewiebel vooral ter vermaak van anderen). Dit jaar blijven de lichtjes binnenshuis, blijven de gordijnen dicht en de joggingbroek aan (bij wijze van spreken want ik bezit geen joggingbroek). Dit jaar kijken we ‘Friends’, van begin tot eind. Dit jaar trekken we niks uit de kast, slechts gemak en rust. Sluiten we ons af van de buitenwereld, even geen realiteit, maar ‘family’ tijd. En misschien kijk ik even over mijn schouder naar mijn oude ik, die is ingehaald op weg naar een nieuw jaar. Een mooi jaar, met plannen en ideeën, in plaats van kerstmannen en feeën…

* Dit schreef ik van de week. Vandaag lees ik het blog van mijn justlive blog-genootje Ankie, een blog over een eenzame Kerst. Zonder haar geliefden, zelfs zonder beessies omdat eruit gaan voor haar niet gaat. En dan besef ik mij dat ik helemaal niets te klagen heb (dat wist ik overigens al lang), dan voel ik mij weer dankbaar, want alles draait om de dierbare mensen om ons heen. Dát telt en wat ben ik ontzettend blij dat ik die mensen nog om mij heen heb!

Ik voel zo mee met Ankie en alle mensen die deze dagen alleen zijn, kon ik maar iets betekenen. Er gaat zoveel verdriet schuil achter onbekende deuren. Waarom kunnen we met z’n allen niet iets doen? Waarom zijn we zo met onszelf bezig en missen we waar het om draait? Ik gun iedereen meer dan een paar mooie dagen, ik wens iedereen alle geluk van de wereld. Ik zou je leven veranderen als ik het kon… 

Overmoed

Ik heb er vaker last van, overmoed. Ik denk vaak meer te kunnen dan dat ik daadwerkelijk kan. In mijn hoofd ren ik nog (ongeveer net zo als Soundos in Robinson, maar ik kom vooruit), ik kan best een halve marathon lopen (denk ik dan hè). Ik kan ook best een korfbalwedstrijd spelen, denk ik als ik aan de kant zit te kijken, vergetend dat ik niet eens één bal kan schieten met mijn lijf)…

Grote hoogte

Ik ben dus nogal eens overmoedig. Meestal hou ik me in (ok, dat komt ook doordat de mensen om mij heen me kennen en me tegen mezelf beschermen, soms tot grote irritatie van mezelf), maar vandaag steeg ik tot grote hoogte (jawel en dat al voor tien uur ‘s morgens… normaal kom ik dan net uit bed). Het zit zo, onze kater Max is ziek. Hij eet niet, drinkt niet, spint niet en ligt alleen maar in z’n hokje. Gister keken we het aan, maar vanmorgen zat ik al om half zeven naast zijn mandje om hem nog steeds suffig om zich heen te zien kijken. Max moest naar de dierenarts.

De dieren dok

Manlief moest werken, zoonlief naar school en ik belde met de dieren dok. Het kattenspreekuur was al volgeboekt, dus ik moest naar het inloopspreekuur. De dierenarts zit hier schuin tegenover, ik dacht dat is hooguit 50 meter, daar kan ik niet de bus voor starten. De scoot had een lege accu en Alex heeft in de bus overnacht (en krijg ik er niet alleen uit, de oprijplaat is te zwaar voor mij), dus ik dacht braces om en lopen. Dat kan ik best, dat moet lukken.

Zo gezegd, zo gedaan, schoenen aan, kniebraces om, kat in het bakkie en lopen maar. Aan het eind van het blok kwamen de twijfels, maar ik was al op de helft. Al is Max een klein katertje, hij is best zwaar voor mij (ik hield de bak al in beide handen voor mijn borst). Ik stond te trillen op mijn pootjes toen ik bij wijze van ‘shortcut’ mij een weg door de struiken en over het gras baande (het pad loopt eromheen en dat was echt een stapje te ver voor mij). Binnen ben ik op een stoel geploft als een hijgend hert (conditie lik me vestje), wachtend op onze beurt.

100 meter horden

Max blijkt een fikse ontsteking te hebben en heeft antibiotica en een pijnstillende prik gekregen. Toen kwam de weg terug. Met inmiddels trillende handjes én pootjes begaf ik mij naar buiten. Max deed verschillende pogingen te ontsnappen (zat inmiddels blazend in zijn mand, proberend met zijn koppie en pootjes door de tralies te komen) en ik moest zo de wiebelende mand en mijn wiebelende ledematen onder controle proberen te houden. Onderwijl Max toesprekend zich vooral in te houden, we waren er bijna (hij kent de weg daar waarschijnlijk beter als ik, het is zijn territorium).

We hebben het gered (Max in zijn mand en ik op mijn rubber aanvoelende benen met het zweet in de bilnaad). Ik zag eruit alsof ik daadwerkelijk de halve marathon had gelopen in plaats van de honderd meter horden. Rood hoofd, bezweet lijf en hijgend als een molenpaard, maar hé, ik heb het gedaan!

Gelukkig lijkt Max iets beter, hij eet nog steeds niet, maar drinkt gelukkig wel weer wat en knort weer. En ik? Ik lig nu trillend op bed, wat ik al schreef, overmoed en ik gaan niet goed samen. Ach ook overmoed komt met rust wel goed (hoop ik 🤔).

Tijd

Blog geschreven voor Boobs & Bubbles…

Het is alweer December, tijd om terug te kijken, om vooruit te kijken en om stil te staan bij dingen. Weer een jaar omgevlogen, weer een jaar ouder en weer een jaar wijzer.
Tijd is een raar iets, het ene moment vliegt het voorbij, het volgende moment lijkt het stil te staan. Ieder jaar komen beide momenten voorbij; moeilijke momenten, maar ook mooie. Ieder jaar neem ik mij voor de tijd te nemen ervan te genieten en ieder jaar betrap ik mezelf erop dat het weer niet helemaal gelukt is. Ik laat me afleiden door stomme dingen, door een appje, door Facebook. Mijn telefoon neemt teveel van mijn tijd in beslag.

Ieder jaar heb ik ook weer goede voornemens. Minder snoepen, gezonder eten, maar iedere keer blijkt dat lastig. Als je eigenlijk maar effectief tijd hebt voor één ding, schiet koken er vaak bij in. Ik zou moeten kiezen voor koken, maar ik ben niet zo’n keukenprinses. Op onze bruiloft was het zelfs een item tijdens het stukje van mijn collega’s; wij hadden geen afzuigkap, ik kookte toch nooit. Nu heb ik hem wel, maar gebruik ik hem zelden (er is nooit een fatsoenlijk filter in gekomen). Vaak is ‘s avonds de energie meer dan op en kan ik amper op mijn pootjes staan. Gelukkig heb ik een super lieve moeder die soms even een lekkere ovenschotel om de hoek schuift, of heerlijke gehaktballen.

Bewegen is ook zo’n voornemen. Ieder jaar hoop ik op vooruitgang, hoop ik dat ik misschien een klein beetje kan gaan trainen. Vóór de vakantie was ik aardig op weg, maar helaas ben ik ver van dat niveau verwijderd geraakt. Dat is het lastigste van mijn aandoening, je moet keuzes maken die echt verregaande gevolgen kunnen hebben. Ik heb drie weken lang genoten, maar ben drie jaar terug gezet in revalidatie. Ik ben terug op liggen, liggen en nog meer liggen. Mijn trainen bestaat weer uit het aanspannen van spieren, zonder écht te belasten. Belasten is eigenlijk direct overbelasten en dat is waardeloos. Maar het was het waard, de val was hard, maar ik vecht me wel weer terug.

Grappig eigenlijk, ik vecht mij terug zeg ik. We hebben het dan nog over een niveau waar de meeste mensen van gruwelen. Ik vecht voor 100 meter lopen (zonder tijdlimiet), ik vecht voor een paar goede buikspieroefeningen, voor twee minuten hoepelen. Dat zijn voor mij echt dingen waar ik van droom, voor mij is dat serieus sporten. Het lastigste is op tijd ophouden. Doorgaan kan ik wel, mezelf vriendelijk lachend voorbij lopen is niet zo moeilijk. Mezelf in acht nemen en zo erger voorkomen is een uitdaging. Zoveel mensen hebben een hekel aan de sportschool, wat zou ik graag weer gaan. Ik mis de fysieke uitlaatklep, ik zou willen boksen, maar mijn armen laten het niet toe. Ach, ik train in stilte voor de Wii fit, mijn Mii staat beter in haar sportschoenen dan ik.

Tijd om het terugkijken te stoppen, het vooruitkijken te beteugelen. Ik leef met de dag, ik ga mijn telefoon meer laten liggen, ik geniet van mijn mensen, van de mooie projecten die staan te gebeuren. Ik geniet van een mooi boek, van een leuke serie, een mooi blog. Ik geniet van het feit dat ik mag zijn, dat er mensen voor mij zijn. Ik geniet van mogelijkheden en ik proost als het tijd is op een goed nieuwjaar. Het is tijd om te genieten, altijd!

Helder Geluid

Een nieuw initiatief, een andere stem die opgaat, een bijdrage aan een normale samenleving voor iedereen. Een ‘helder geluid’; mooie oneliners, hai ku’s en zinnige teksten, een verandering in denkpatroon.

De tijd is rijp om van ons te laten horen. Eén op de acht mensen in Nederland leeft met een beperking. Beperkingen gaan verder dan zitten in een rolstoel, denk aan een beperking in zien, in horen. Denk aan hersenletsel, aan depressiviteit, aan darmproblemen of aan een beperking waar je mee geboren wordt. Er zijn zoveel onzichtbare aandoeningen, zoveel mensen die leven met een beperking en zoveel mensen die daar problemen van ondervinden.

Niet serieus genomen worden, als aansteller versleten, niet gehoord worden. Het is vooral vervelend dat mensen je niet meer voor 100% aanzien. Mensen denken dat je niet meer meetelt. Je geen waarde meer hebt. Ieder mens heeft waarde, ieder mens voegt op zijn eigen manier iets toe aan deze samenleving. Ieder mens heeft recht op leven.

Om gehoord te worden moet je van je laten horen, dat is het idee achter ‘Helder Geluid’. Zullen we ons eens massaal op de sociale kaart zetten?

https://www.facebook.com/Helder-Geluid-303488973478901/

Weg met het woord

Het irritantste woord van het jaar is weer gekozen en het is (tromgeroffel) ‘genderneutraal’. Ik vraag mij werkelijk af waarom mensen zich zo druk kunnen maken om een woord. Of is het de gedachte achter deze letters?

Genderneutrale kleding

De Hema wakkerde het aan met hun genderneutrale kleding. Eigenlijk was het niet meer dan de labels ‘jongen’ of ‘meisje’ eruit halen, maar door het woord ging heel Nederland uit zijn dak. Ik zelf zie het probleem niet zo, ik snap best dat een jongen geen leuke trui of leuk shirt aan zou trekken als daar een label ‘meisje’ in zou staan. Andersom is dat vaak minder een issue. Ik was ook geen meisje-meisje; ik haatte roze, trok echt geen maillot aan (kwamen toch alleen maar gaten in) en rokjes en jurkjes, nee daar hield ik niet zo van. Ik heb ook jaren gelopen in spijkerbroeken en truien van manlief, aangevuld met een paar stoere gympen van mezelf (omdat manlief een iets andere schoenmaat heeft).

Geen roze en glitter

Ik was niet genderneutraal, maar er is meer in het leven van meisjes dan roze en glitter, in het leven van dit meisje wel in elk geval. Ik speelde met jongens (meisjes zijn vaak toch lastiger), voetbalde en bouwde hutten. Barbies kwamen pas in de pubertijd en daarmee werden geen kleine meisjes dingen meer mee gedaan… (ik knipte de haren en gaf ze make-up 😉). Ik had lange tijd een voorkeur voor makkelijke kleding en een grote mannen trui is toch heerlijk?

Labels

Genderneutraal, ik heb geen moeite met mijn geslacht, maar denk dat geen mens zich druk had gemaakt om de labels als ze het woord achterwege hadden gelaten. Het is verworden tot een oproer woord, iemand op de kast, gooi hiermee. Maak je druk om dingen die er toe doen, niet om het naampje. Als ik dan echt een woord irritant vindt is dat wel ‘droeftoeter’, ik vind het een non-woord. Je bent een droeftoeter lees ik regelmatig in reakties, gefeliciteerd, ook ergens een mooi woord gelezen dat is blijven hangen in je brein? Ik vind het een sneu woord, zeg eens iets zinnigs of hou je mond, maar dat is mijn mening.

Laten we ons druk maken over échte problemen, genderneutraliteit is voor veel mensen een reëel probleem. Je kunt een hekel hebben aan het woord, je kunt je afvragen waarom mensen het zo voelen, maar veel mensen lijden aan een identiteitscrisis en die is echt. Wees blij dat je er zelf geen last van hebt…

G.P.K.

Ik las net een interessante discussie over de GPK; de Gehandicapten Parkeer Kaart. Ik vind dit wel een blog-waardig punt, er heerst namelijk nogal wat onenigheid hierover.

Deze beruchte en graag gewilde kaart (er zijn nogal wat mensen jaloers op ons slecht ter been zijnden) krijg je (volgens de regels) als je minder dan 100 meter kunt lopen. Zoals met veel dingen in ons land zijn de regels ter interpretatie van de meneer of mevrouw van de WWZ (bij ons in ieder geval wel). De ene gemeente gelooft je op je mooie blauwe ogen, de andere heeft voor deze beslissing keuringsartsen. Lijkt me erg lastig om voor een ander te bepalen of hij of zij hierin een loopje met je neemt, maar goed, zij hebben daar blijkbaar voor gestudeerd.

Rolstoel als ‘fashion statement’?

In onze gemeente is het aanvragen van een rolstoel genoeg bewijs dat je slecht ter been bent. Het is dan ook niet echt een fashion statement, zo’n stoel op wielen (al vind ik mijn inmiddels met gebruikssporen gehavende Quickie nog steeds erg mooi). Ik heb ‘m dus, de kaart, en mag daarmee op de, zoals ik ze noem, ‘kneuzenplekken’ parkeren. Dat is niet alleen prettig om het feit dat ze dichterbij de ingang liggen (wel weer om het zit moment voor mij zo kort mogelijk te houden), nee, het is vooral prettig omdat deze plaatsen breder zijn. Onze bus krijg ik alleen fatsoenlijk in een normaal parkeervak als beide plaatsen ernaast vrij zijn (parkeren met bus is nu eenmaal niet mijn sterkste punt).

Als de Quickie meegaat is het ook fijn, want anders kan hij niet uit de auto. Daarbij heb ik ook extra ruimte nodig bij het in- en uitstappen, het gaat allemaal niet zo soepel meer zeg maar. Tot zover niet echt een discussie, al ik vind het wel apart dat de prijzen van deze kaart (ja lieve lezers, we krijgen hem niet voor Sinterklaas) zover uit elkaar liggen (bij gemeenten met een keuring komen de kosten dáárvoor er nog bovenop).

De discussie

Het punt van discussie zit hem in het volgende. Hier in Nederland hebben we keuze uit maar liefst twee soorten gehandicapten parkeer kaarten; de zogenaamde ‘P’ kaart en de ‘B’ kaart. Het verschil is de plaats die je inneemt in de auto, niet je handicap. Een ‘B’ kaart krijg je als bestuurder van de auto en de ‘P’ als passagier (de benaming is best logisch). Volgens de regels (zo is het aan mij uitgelegd) krijg je slechts een passagierskaart als je niet in staat bent ‘afgezet te worden en daar alleen te kunnen blijven wachten tot de bestuurder de auto heeft weggezet’. In dat opzicht zouden slechts een paar mensen hier recht op hebben, het overgrote deel van ons slecht ter been zijnden kan best even alleen zíjn. Lastig wordt het als je wordt afgezet, daar staand moet blijven wachten (terwijl je een kaart hebt omdat je slecht ter been bent) op je partner in crime. Dat vind ik dus voor interpretatie vatbaar.

Mijn issues

Ik heb een ‘B’ kaart, geen probleem, ik stuur meestal nog best (al kom ik daar weer in botsing met een ander nieuw stukje wet, maar dat is voor een later blog). Maar wat als ik heen nog prima gestuurd heb en terug mezelf geen betrouwbaar chauffeuse meer vind? Dan ben ik volgens de regel van de wet in overtreding. Daar ging de discussie over, je zit in een rolstoel, daarvoor heb je de kaart en dan nog voel je je schuldig als je op een kneuzenplek parkeert. Omdat je niet rijdt maar ernaast zit. Dat is toch echt enorme Bull Sh*t?! Zie je het voor je, drukke winkelavond, manlief rijdt omdat ik mij niet goed voel, moet onze bus voor de winkel neerzetten (compleet het verkeer blokken), uitrijplaat op de weg, mij uitladen, bus in de drukte op de te smalle parkeerplaats manoeuvreren (gelukkig kan hij dat beter als ik), teruglopen naar mij, boodschappen doen, bus halen, mij halen en dat alleen maar omdat hij rijdt en ik een plaatsje ben opgeschoven?

Laten we gewoon, net als in de rest van Europa, één kaart uitgeven. Als de kneus maar mee is is dat toch prima? Een veel groter probleem is het neerzetten op de bewuste plek zonder kaart, of met de kaart van tante Tien die er niet bij is (wat hier dus écht een no-go is). 

Zo, dat is eruit, ik moest het even kwijt…

Minder waard

Als tiener begon het, het gevoel minder waard te zijn. Geen idee waarom, geen idee waar het vandaan komt, maar het gevoel blijft de kop op steken. Als ik dingen onderneem beland ik in een gevecht met mijn perfectionistische ik.

Half werk

Een voorbeeld; ik maak nu nog af en toe foto’s. Ik probeer altijd het beste uit mezelf te halen, maar ondervind veel hinder van mijn gestel. Dat punt ergert mij, zelfs het opschrijven ervan is een irritatiefactor. Het voelt alsof ik een excuus maak voor het feit dat bepaalde dingen niet meer kunnen. Ik moet van mezelf daar dan een oplossing voor vinden. Of ik moet stoppen met mijn inmiddels hobby die ooit onderdeel van mijn werk was. Ik accepteer dus geen half werk, niet van mezelf. Als het een ander betreft ben ik heel anders. Waarom maak ik het mezelf altijd zo moeilijk?

Falen

Ik word blij (heel blij) van positieve reakties, maar een negatieve haalt me direct naar beneden. Ook al staan er veel meer positieve tegenover. Waarom kan ik dat niet langs me heen laten gaan? Ik word soms serieus gewoon moe van mezelf. Het voelt als falen, steeds opnieuw. Ik doe zo graag dingen, zet me zo hard in voor dingen en nog overstijgt het moeten in mijn hoofd de rust die mijn lijf nodig heeft.

Onzekerheid

Ik haat het perfectionistische deel in mijzelf. Ik ben te kritisch, durf dingen niet uit handen te geven. Altijd ligt de onzekerheid op de loer, altijd vraag ik me af of het wel goed genoeg is. Of ik wel goed genoeg ben. Ik dacht dat ik van me afgeschud had toen ik moest stoppen met werken, maar helaas, hoe meer ik onderneem, hoe harder het terugkomt.

Ik wil niet stoppen met mijn plannen, ik wil wel leren hoe ik mezelf kan accepteren. Ik wil het perfecte plaatje loslaten, want het bestaat niet. Wat voor de één perfect is is voor de ander een ramp in wording. Ik weet het best, maar mijn gevoel is zo dwars in deze. Ik doe mijn best, meer kan ik niet doen. Waarom is mijn best dan toch niet goed genoeg?

Hoe overleef ik mezelf

Ik lig, lijf lijkt in soort van rust, maar mijn hoofd gaat als een razende tekeer. Ik moet mijn gedachten ordenen, ik moet opschrijven wat ik denk, mijn digitale pennetje raast over mijn toetsenbord op mijn telefoon en mijn lijf gaat in serieus protest…

Mijn ellebogen branden, mijn hand trilt, mijn schouder steekt. Ik moet liggend de spieren in mijn benen aanspannen om mijn lijf bij elkaar te houden, maar ik moet door, anders word ik gek. Teveel gedachten, te weinig mogelijkheden ze uit te werken. Waarom raast mijn kop zo door, waarom kan ik het denken niet gewoon even uitzetten?

Mijn hoofd overruled mijn mogelijkheden en dat doet pijn, letterlijk. Ik weet wat hier de gevolgen van zullen zijn, maar ik moet door, ik moet. 

Het is de frustratie van mijn leven. Het hoofd in overdrive, het lijf in protest. Het is mijn wereld, het is mijn strijd, het is mijn valkuil en het is het enige wat mij op de been houdt…