Versterken of beperken?

Het is al jaren gaande, en het wordt iedere keer erger. Als er weer een kabinet valt. Een nieuwe partij wordt opgericht. Een nieuwe schreeuwer zich aandient. 

De onrust. De verdeeldheid. De angst. 

Het nieuws dat niet, of niet helemaal klopt. Waar moet je naar kijken? Wie kun je vertrouwen? Kún je nog wel écht vertrouwen? 

De hoofdvraag lijkt: heeft de overheid wel echt het beste met ons voor?

Ik vraag me af of mensen nog wel weten wat de overheid doet. Veel mensen lijken de overheid namelijk te zien als de vijand. Die belasting heft om zichzelf, het instituut, te verrijken. Mensen lijken te vergeten dat de overheid zorgt voor de basis, nou ja, dat de overheid zou moeten zorgen voor de basis kan ik misschien beter zeggen. Het neo-liberalisme heeft dit steeds verder verschoven en heeft de visie dat de markt alles moet oplossen, maar de afgelopen jaren is keer op keer duidelijk geworden dat de markt alles duurder maakt in plaats van goedkoper. Kijk naar de zorg, de energiemarkt. Het is een zooitje.

Toen Nederland na de tweede wereldoorlog begon met haar moderne verzorgingsstaat waren er drie garanties die de overheid bood: gelijkheid van kansen, zorg en bescherming voor wie dat nodig heeft en basisvoorzieningen die iedereen delen kan. De achterliggende idealen waren: rechtvaardigheid (iedereen telt mee), betrouwbaarheid (de overheid is er als je haar nodig hebt) en publiek vertrouwen (het systeem is er voor ons allemaal).

Precies waar mijns inziens de overheid voor zou moeten staan.

De overheid heeft in beginsel nog steeds deze zelfde doelen, maar de manier waarop ze haar taken uitvoert is verschoven. Van vertrouwen naar beheersing. Controle. Wantrouwen.

Waar ooit de mens centraal stond, staat nu de regeling centraal. De overheid ging steeds meer controleren in plaats van faciliteren. Ze ging meten. Moest meer verantwoorden. Er was angst voor misbruik, maar dit leverde slechts meer bureaucratie en wantrouwen op.

Vanaf 2010 (Rutte II) werd het motto: de overheid doet minder, de burger meer. Taken werden verschoven van het rijk naar de gemeenten, zonder voldoende geld of duidelijkheid. Het gevolg, onduidelijke verantwoordelijkheid en ongelijke uitvoering tussen gemeenten. Beleid wordt gemeten in cijfers, niet in welzijn. Marktwerking verschoof het belang, van mens naar geld. Verschillen groeiden, in kansen, gezondheid en vertrouwen.

Fraudezaken (de toeslagenaffaire is een goed voorbeeld) en complexe regelgevingen ondermijnden het vertrouwen en de politiek werd reactief. Beeldvorming voor inhoud. Ambtenaren en bestuurders durven minder, houden hun mond en burgers haakten af. De situatie waar we nu in zitten dus. 

Lang verhaal, maar toch de notendop. 

De overheid is geen bedrijf. De overheid zou een belofte moeten zijn. Als het misgaat, vangen wij je op. Als het goed gaat, deel je mee. Sámen vormen we tenslotte de samenleving. We beschermen waar nodig, faciliteren en inspireren. De overheid is er niet om jouw geld in te pikken, maar om een goede basis te verzorgen. Zodat iedereen daarvan kan profiteren en niet slechts the happy few.

En dan nu de uitdaging, want wat is nu de beste manier om dit ontstane bureaucratische monster te tackelen? Hoe maak je de juiste keuze? De keuze die mensen níet uitsluit of buitensluit. De keuze die snapt dat dingen écht anders moeten, en waar iemand niet slechts met een grote bek op het pluche gaat zitten om het ego te boosten? 

Ik denk dat iedereen die zich verkiesbaar stelt dat doet vanuit de eigen waarheid, maar ik denk ook dat veel partijen in staat zijn nog meer ellende aan te richten. Kortzichtig. Slechts gericht op eigen gewin. En ik denk dat mensen vergeten dat achter iedere partijleider een grote groep mensen staat (behalve achter eentje) en dat we iets minder moeten kijken naar de persoon en iets meer naar wat ze te zeggen hebben. 

Mijn partij. De partij waar ik écht in geloof, die is er (nog) niet. Een partij met ballen. Die los durft te laten en opnieuw durft te kijken. Die niet bang is voor de spiegel. Die snapt dat we het samen moeten doen. Die gelooft dat als de basis op orde is, de mens kan bloeien. En gelooft in persoonlijke groei. Die afscheid durft te nemen van regels die niemand dienen. Die het bureaucratische monster in de bek durft te kijken en de controle los durft te laten om te vertrouwen op de éigen kracht van de mens. 

Niet links. Niet rechts. Niet in hokjes en omringd door lijntjes die slechts beperken. Een politiek waarin overheid en mens elkaar versterken in plaats van beperken.

Blessing in disguise?

Er zit veel in mijn hoofd, te veel. 

Ik kan niet eens hele zinnen formuleren, de een is nog niet half af of de volgende schiet naar binnen. Het is vermoeiend. Zeer vermoeiend. Ik ben het gewend te leven met een chaotisch hoofd vol ideeën, maar het afgelopen jaar leek het beter te gaan. Gestructureerder. Tot vandaag dus. 

Chaos. Totale chaos.

Ik werk aan ideeën voor de plaatselijke politieke campagne voor de partij waarbij ik mij heb aangesloten. Als het aan mij ligt gaat het complete politieke systeem op het schop, tijd voor brede hervorming, maar de wereld is vrees ik nog niet klaar voor mijn radicaal andere ideeën op dat front. Niet dat ik denk dat ik het wel even zal regelen hoor, maar ik voel toch een drang, een overtuiging dat het anders kan. En verandering moet beginnen bij jezelf. Dus werk ik aan kleine dingen, vorm ik een mini-team met ChatGPT, altijd handig, wat tegengas. 

Ik probeer mijn gedachten te ordenen op het front van mijn eigen bedrijf, waar ik ook te veel ideeën voor heb. Ik heb moeite met structuur, met planning. Ik sla compleet dicht bij alles wat er op me afkomt. Iets simpels als een mailtje sturen laat me uren naar mijn scherm staren. En ik wist echt wel waar ik aan begon, maar bepaalde reacties in mezelf had ik gewoon niet voorzien. Daar probeer ik aan te werken, maar ook dat haalt dingen overhoop in mijn hoofd. 

Contrast brengt groei. En ik denk dat ik behoorlijk moet groeien. 

Ik word getriggerd door oude trauma’s waarvan ik van sommigen niet eens wist dat ik ze had. Twijfel of ik daar weer hulp bij moet zoeken, maar dat kost energie, en tijd, die ik gewoon even niet heb. Keuzes.

Eigenlijk zou het simpel moeten zijn, kies voor jezelf, maar het is niet simpel. Niet voor mij tenminste. 

En daarnaast moet ik mij eigenlijk even overgeven aan het niets, want dat is denk ik wat mijn lijf nu van me vraagt. Of toch niet? 

We zijn een paar dagen naar Londen geweest, manlief, zoonlief en ik en de weerslag is pittig. Ik liep al op mijn tandvlees, nu is de man met de hamer daar. Hij mept flink van zich af. Zo heftig is het in jaren niet geweest. Aan de ene kant is fysiek wat actiever zijn fijn, aan de andere kant trekt mijn lijf het slecht.

Koorts, vermoeidheid, een dikke bult op mijn onderrug, bibberen en trillen, uitval en tintelingen, ook in mijn gezicht. Buikpijn en misselijkheid. Ik ken het, herken het, maar weet gewoon niet goed wat ermee te doen. Als ik ga liggen, doet alles pijn en weet ik niet meer hoe te liggen. Als ik in slaap val schiet mijn hartslag bij het wakker worden omhoog met hartkloppingen als bonus. 

Dysautonomie. Ik dacht dat het weg was, mispoes. En ik weet het: chronisch is altijd. Maar die hoop hè? Wat is wijsheid?

Dat weet uiteindelijk alleen ik, als ik mijn gevoel weet te activeren want ik val terug in mijn oude patronen. Verdoven, doorgaan, gevoel uitschakelen. En ik probeer het te veranderen, maar oude patronen zijn lastig te doorbreken. Ik signaleer het, en dat is al winst. 

En dit is nog maar een heel klein deel van alles dat mijn hoofd overspoelt. Terug in de tijd en dan back to the future, terug naar bewustere keuzes. Terug naar dat wat ik herwonnen had. Even een pas op de plaats, in mijn cocon, zonder moeten.

Ik moet slechts van mezelf. Van niemand anders. 

Eigenlijk zijn dit soort terugslagen een zogenaamde blessing in disguise, ze dwingen je na te denken over keuzes die je maakt. Bewust te kijken naar je reacties. Uiteindelijk zal ik ze bedanken, en loslaten.

Ik heb het eerder gedaan, dus ik weet dat ik het kan.

Een wond van ongeloof

Soms heb je van die dagen. Dat het universum je binnen een week ineens confronteert met dingen waarvan je dacht dat je ermee afgerekend had. Niet dus. Contrast brengt groei. Nou, dit was een weekje vol contrast, zeg maar.

Het kan in kleine dingen zitten. Slechts één klein woord kan je binnenwereld al behoorlijk op zijn kop zetten.

Laat ik het even stukje bij beetje proberen te verwoorden. Wat ik deel is zeer persoonlijk en daarmee ook heel kwetsbaar. Ik heb het vast eerder geschreven, maar zoals hierboven vermeld: ik dacht dat ik er klaar mee was. Boy, was I wrong. Er is nog wat werk aan de winkel.

Jaren geleden, op Klimmendaal, vertelde mijn psycholoog dat ik een vorm van PTSS had. Ik vond dat onzin: ik heb geen oorlogen gezien (behalve op tv) en heb een prima leven, op mijn aandoening(en) na. Hoe kon ik nou trauma hebben? Je hoeft echter geen oorlogen meegemaakt te hebben om PTSS te krijgen. Zelfs zoiets ‘simpels’ als jaren niet geloofd worden, zeker door artsen, kan dit tot gevolg hebben. Ik was het vergeten, had het blijkbaar ergens weggestopt, achter één van de vele luikjes in mijn hoofd. En nu kom ik erachter dat het niet weg is. Nu word ik er aan alle kanten mee geconfronteerd.

Een voorbeeld. Een simpel berichtje, en de reacties daarop, bleken een trigger. Mensen die ziek zijn ‘faken’. Voor aandacht. Of geld. Het is een ding, blijkbaar. ‘Sickfluencen’, maar dan zonder echt wat te mankeren (in mijn ogen mankeer je dan wél wat, maar goed). Een televisieprogramma over uitkeringstrekkers. Ik hoef die reacties niet eens te lezen om te weten wat daarop staat. En dan een item op Facebook over die ‘sickfluencers’. En de reacties van mensen daarop. Reacties van mensen die zélf ziek zijn. Keihard.

Ik klap dicht, in angst. Is dit hoe mensen mij ook zien? Moet ik opnieuw gaan bewijzen dat ik écht iets mankeer?

Mijn hoofd functioneert niet langer rationeel als het in deze stand terechtkomt. Mijn hartslag schiet omhoog, mijn hart zit in mijn keel. Tranen zitten hoog. Paniek, onrust. Ik schiet tien jaar terug in de tijd.

Vorige week had ik een gesprek met mijn WMO-consulente. Soortgelijke reacties van mensen maakten dat ik bang was dat ze mijn hulpmiddelen zouden afpakken. Ik heb alles besproken, openheid is je beste vriend, denk ik. Maar waar de één openheid ziet als eerlijkheid, leest de ander er misschien iets heel anders in. En dan schiet ik terug naar het invullen voor een ander. En naar de angst dat mensen juist denken dat je de boel belazert. Terug naar onzekerheid. En niet omdat het zo ís, maar omdat je een half leven hebt moeten vechten. Om overeind te blijven. Om geloofd te worden. En dat laat sporen na die mensen die dat niet hebben meegemaakt, niet begrijpen. Of die het op een andere manier hebben meegemaakt, het niet kúnnen begrijpen.

Waarom voelen mensen (zelfs mensen die zélf chronisch ziek zijn) de neiging een ander aan te vallen, te beschuldigen van het faken van een aandoening? Is het angst? Dat ze zelf niet geloofd worden? Is het een vorm van controle? Is het jaloezie?

Hebben mensen énig idee wat ze kunnen aanrichten met vage insinuaties? Wantrouwen boven vertrouwen. Het zegt vooral veel over jezelf, denk ik.

Mijn manier om om te gaan met dit soort vragen is erover schrijven. Als ik praat, sla ik dicht. Trauma. PTSS.

Gisteren, in een gesprek met mijn vriendin, kwamen een aantal van die trauma’s aan bod. Mijn verloren zelfvertrouwen, dat zij nooit verwacht had en ook niet gezien heeft. Het schuldgevoel, waar ik klaarblijkelijk nog steeds mee worstel, en de tegenstrijdigheid van bepaalde dingen. Het leven is niet zwart-wit. Het zo graag willen, maar nog steeds niet echt kunnen. Al kan er meer dan drie jaar geleden. De angst om afgerekend te worden op de kwetsbaarheid van mijn openheid. Zeker als mensen, door dit soort berichten te delen, anderen in een ander of misschien zelfs verkeerd daglicht gaan bekijken, bewust of onbewust.

Ik denk dat niemand precies weet wat er speelt achter iemands voordeur. En ik denk dat we heel voorzichtig moeten zijn met ons oordeel.

Ik probeer me maar gewoon bezig te houden met mezelf, met mijn eigen leven. Dat blijkt al ingewikkeld genoeg.

Niet(s) gevonden

Mijn vorige blog dateert van twee weken geleden. Ik zocht de palmboom, die me moest herinneren aan het feit dat geluk soms niet meer is dan een zacht briesje, of de regen die tikt op het glazen dak van onze veranda.

Ik vond hem, dacht ik, die dag. Ik hield hem vast, onderweg naar Frankrijk. Maar eenmaal thuis, is hij weer kwijt.

Dat doet het met je, leven in de realiteit.

Wat is waar? Ik spring van de hak op de tak. Kan niet anders, mijn hoofd is chaos.

Komt het door het nog zo jonge jochie, dat gister vanaf het viaduct over de snelweg ons de Hitlergroet bracht? Of komt het door het nieuws, dat zwaait met eenzelfde soort vaandels, aangevuld met rellen? Is dit de realiteit?

Wat ís waar?

Ik maak me druk. Dat is waar.
Ik maak me zorgen. Ook dat is waar.

Ik wil me niet druk maken.
En ik wil me geen zorgen maken.
Ook dat is waar.

Als dé waarheid niet bestaat, en dat geloof ik, is onze realiteit dan wel écht?

Zijn er mensen die mij nog kunnen volgen, want ik volg mezelf niet meer.

Ik wil niet leven in een wereld vol waanzin. Een wereld waarin mensen elkaar afmaken voor een stukje land. Een wereld waarin mensen elkaar het licht in de ogen niet gunnen, uit, wat? Angst? Komt wantrouwen uiteindelijk niet daaruit voort?

Maakt het niet zien van deze realiteit haar minder echt?

Ik ga maar weer op zoek. Naar die palmboom, die ik had, maar ook weer kwijtraakte. Uit mijn zicht. Met mijn blik naar buiten gericht. Niets dan gedoe, daar op tv. Ik kan en wil daar niet in mee.

Law of attraction

Twee jaar geleden alweer (tijd vliegt!) kwam ik op Instagram Kim Munnecom tegen. Een zeer enthousiaste dame die met grote bevlogenheid sprak over de voor mij nog mysterieuze wet van aantrekking. Op de een of andere manier voelde het alsof ze het tegen mij persoonlijk had. Ze raakte iets in mij, dromen, die ik ver van mij af had gezet, kwamen boven drijven.

Zou het mogelijk zijn?
Zou dit ook voor mij werken?

Ik ben nogal gevoelig voor dit soort dingen, voor dit soort cursussen. Ik wil leren, veel leren. Voor ik het wist had ik dan ook op de knop gedrukt en schreef ik me in. Een investering, in mijzelf. Een cadeautje. Het bleek nog zoveel meer dan dat. Deze cursus was het begin van een compleet ander leven, een leven waar ik toen niet eens van durfde te dromen.

Ik maakte de cursus niet af, deed een module of drie en haakte af. Niks geks bij mij, ik ben nogal snel afgeleid. Ik ga van nul naar honderd in twee seconden en net zo hard weer terug. Er is altijd wel een ander project dat mijn aandacht trekt, zo ook nu. Toch bleef het in mijn achterhoofd, ik luisterde naar podcasts, las boeken, schreef dankbaarheidsdagboeken vol en zette intenties. Volgde nog een cursus en nog eentje. Half, als ik al zover kwam.

De tijd ging voort en beetje bij beetje kwamen de veranderingen. Mijn gezondheid ging vooruit, ik kon beter lopen, kreeg meer energie, vond oplossingen voor problemen waarvan ik niet eens wist dat ze een probleem vormden. De juiste mensen kwamen op mijn pad. Anderen verlieten juist mijn leven.

Ik ging van overleven naar leven.

Afgelopen jaar pakte ik de cursus weer op. Nou ja, oppakken, ik begon eigenlijk opnieuw en dit keer maakte hem af. Het leek wel alsof het kwartje viel, alsof ik de afgelopen twee jaar nodig had om bepaalde dingen vanuit meerdere hoeken te bekijken. Te onderzoeken, erover te praten en te lezen.

Achteraf kun je pas zien hoe ver je gekomen bent. Twee jaar geleden had ik niet durven dromen weer te kunnen lopen. Twee jaar geleden had ik niet durven dromen dat ik zelfs weer voor mezelf zou durven beginnen. Twee jaar geleden zag mijn wereld er ontzettend anders uit, kleiner, krapper.

Daar, bij die ene oproep op Instagram, bij die aankondiging voor de Law of Attraction Mastery zette ik de eerste stappen op dit pad. Dit pad dat mij vreemd was, maar ergens toch ook zo logisch voelde. Ik gaf mezelf zonder me dit te realiseren een ontzettend groot cadeau. De kans op een ander leven.

Ik ben dankbaar dat ik bij Kim ben terechtgekomen. Ik luister nog steeds naar haar Podcasts en probeer de live-sessies in de groep eigenlijk altijd te volgen.

Vanavond om 20:00 uur opende ze haar deuren voor deze cursus. Het is een investering, maar wel een investering in jezelf. Als je voelt dat dit misschien iets voor jou is, dan zeg ik gun het jezelf. Je bent het waard!

Mocht je deze week via mijn link instappen, dan steun je mij ook, een win-win. Wil je weten of dit iets voor jou is?

Klik dan hier:

https://kimmunnecom.plugandpay.nl/r?id=hux4JKFr

Last

Ik draag de last van de wereld op mijn schouders. Altijd al gedaan ook. De zorgen van anderen maak ik tot de mijne. Niet omdat ik me zo graag zorgen maak, maar omdat ik zo graag een wereld zou zien waar minder zorgen hoefden te zijn. Waar we een beetje liever zijn naar elkaar.

Als we situaties dichter naar ons toe halen hebben we meer compassie. Zijn we empathischer. Hebben we veel meer begrip.

Een groot deel van onze samenleving zoekt naar oplossingen voor problemen door een ander de schuld te geven. Het is de schuld van de buitenlanders dat onze kinderen geen huis kunnen krijgen. Hoe vaak hoor je dat niet?

Als je inzoomt op de situatie van één van die ‘buitenlanders’ komt er begrip. Tegelijk wordt die situatie tot een uitzondering bestempeld. Terwijl de meeste situaties erop lijken.

De groep wordt een getal en het getal heeft geen gezicht.

Hetzelfde geldt voor mensen met een uitkering. Iedereen wordt over dezelfde kam geschoren, maar uitzonderingen bevestigen de regel. Kijk naar de mens achter de situatie.

Die grote aantallen vormen een probleem met een dieper liggende maatschappelijke achtergrond. Een probleem dat ‘we’ niet kunnen oplossen. Denken we.

Veel leiders in ons land wíllen het niet, dat oplossen. Het is makkelijker om de zondebok aan te houden en de problemen door te schuiven. Probleem in een doos, strik erom en doorgeven aan de volgende generatie. Het gebeurt al jaren.

Ik draag de last van de wereld op mijn schouders. Maar het helpt niet. Het brengt mij geen steek verder. Het maakt dat ik te vaak mijn schaarse tijd en energie steek in zaken die ik niet kan veranderen. En toch blijf ik schrijven. Erover praten. In de hoop dat ergens iemand de boodschap hoort.

Onze problemen zijn niet de schuld van een andere groep mensen. We kunnen het niet oplossen met nog meer haat en geweld. Zelfs dénken met geweld lost niets op. Elkaar haat toeschuiven maakt de dingen er echt niet beter op.

Dus blijf ik proberen. Blijf ik schrijven. Blijf ik mezelf aansporen niet te denken in schuldigen. Uit te zoomen. De mens te zien, de unieke mens. Het goede in die mens.

Misschien red ik zo niet de wereld, maar ik red wel mijn blik erop. Soms is dat genoeg.

Vrij

Ik heb de afgelopen negen jaar hele epistels gepend over schuldgevoel. Wat vond ik het lastig, mezelf de vooruitgang gunnen terwijl anderen worstelden met achteruitgang. 

Überhaupt, mezelf dingen te gunnen terwijl anderen worstelden. 

Ik vond het altijd nodig mezelf te verantwoorden. Mijn vooruitgang goed te praten door te zeggen dat het niet altijd goed ging. Maar daarmee hou je juist verdere vooruitgang tegen. Iets dat ik niet snapte, maar steeds beter begin te begrijpen.

De maatschappij verwacht dat ik rol, want ik heb een rolstoel. Jarenlang liet ik die blik van buitenaf mijn realiteit bepalen. Ik propte me in het keurslijf, vormde me naar het hokje en ging mee in de lijn der verwachtingen. Niet dat ik fysiek alles kon, ik had zeker mijn uitdagingen, maar ik zie nu ook dat de invloed van het onderwerp schuldgevoel zwaarder woog dan ik dacht.

De maatschappij heeft bepaalde verwachtingen. Zit je in een rolstoel? Dan kun je niet lopen. Punt. 

Onzin. 

Met EDS kun je in een rolstoel zitten én ook lopen. Soms strompel je van stoel naar stoel. Soms zet je voorzichtige stappen. Soms gaat lopen prima. En op de momenten dat het níet gaat, is daar de stoel die je benen vervangt. Precies waar een hulpmiddel voor is.

De wereld van een chronisch zieke is niet zwart-wit. De grijstinten voeren de boventoon.

Ik wandel weer. En ik geniet met volle teugen van mijn herwonnen vrijheid. Zonder schuldgevoel richting anderen. Het is míjn leven. Ik ben ontzettend dankbaar dat ik de stoute schoenen aan heb durven trekken. 

En ja, nog steeds voel ik die neiging me te moeten verantwoorden. Nog steeds wil ik erbij zeggen dat wandelen niet betekent dat ik daarna fluitend de dag door huppel. Het herstellen ervan kost tijd. Het stemmetje van de verantwoording zit diep. Maar ik ga het loslaten! 

Ooit ben ik vrij. Vrij van schuld en vrij van verwachtingen. En misschien is dát wel de echte vrijheid die ons wacht. 

De gedroomde toekomst

Het mag dan wat stil zijn op mijn blog, in mijn hoofd is van alles gaande. Tegelijk. Zoals veel dingen in mijn leven zich vaak tegelijk afspelen. Op de een of andere manier komen ideeën of niet, of allemaal ineens…

Ik schreef al eerder dat ik voor mezelf ben begonnen. Hiervoor krijg ik hulp van een coach, duik ik in mezelf. Wie ben ik, wat wil ik en hoe ga ik dat bereiken? Wie ik ben heb ik steeds beter in beeld, wie ik wil zijn is soms nog een vraag. Mezelf, met wat extra’s. Iets om van te dromen, maar dan moet je eerst helder hebben waarvan je precies wilt dromen.

Ik wil veel. Lezen, leren, maar ook veel doen. Ervaren. Ik leer met vallen en opstaan, altijd al gedaan. Niemand vertelt mij wat ik wel en niet kan doen, ik moet het vóelen. Doorvoelen, doorleven en beleven. Vind ik het iets, of vind ik het niets. Time will tell.

Ook nu doe ik meerdere dingen tegelijk. Mijn boek is klaar, klaar om de wereld in te gaan, alleen de promotie laat op zich wachten. Ik weet niet hoe. Ik weet niet wie en ik weet niet waar. Maar ik weet wel dat het de moeite waard is. Ik geloof in wat ik heb gemaakt. Heb geschreven. En ik geloof ook dat het goed komt, dat het de investering waard is. Het hoe laat ik dan ook maar even los, want er staan meer plannen en ideeën klaar in de wachtrij die mijn hoofd heet.

Ik wil een cursus maken en ik wil een roman schrijven. En ik werk aan beide, in dat hoofd.

Daarnaast gaan we op reis! Manlief heeft tien maanden geklust en heeft een bedrijfsbus omgebouwd tot camper. Ons huisje op wielen, aangepast op mijn beperkingen. Op vakantie gaan, écht op vakantie, was er al jaren niet meer bij. Mijn lijf gooide steeds opnieuw roet in het eten. Jaar op jaar moesten we annuleren, ik kon niet zitten en zonder zitten kom je nergens. Nu kunnen we stoppen als mijn lijf het niet meer volhoudt. We hebben ons eigen bed bij ons en ook mijn stoel kan mee. Niet mijn elro, die is te groot, maar dan laat ik mij maar rijden. Wie weet lost ook dat probleem zich vanzelf op. Het zou niet voor het eerst zijn dat het leven me verrast.

Dat zeg ik, veel dingen tegelijk. Leren, lezen, schrijven en ontdekken. Ooit komt alles samen, in dat leven dat mijn droomleven heet. En tot die tijd ontdek ik waar mijn echte dromen leven. En misschien hoef ik mijn dromen niet eens te zoeken in de toekomst, misschien moet ik ze leren herkennen in het nu.

Geloof het, of niet

Zoals zo vaak las ik iets op het internet (Facebook), iets waar ik over na moest denken. Iets dat ik moest verwerken en zoals zo vaak doe ik dat schrijvend. Mijn brein zet op deze manier de dingen op een rijtje.

Het stuk ging over de huidige gezondheidszorg, over hoe artsen en therapeuten al snel verwijzen naar korte termijn oplossingen: medicijnen, operaties. Over hoe we als samenleving het vertrouwen in ons eigen lichaam zijn kwijtgeraakt.

In het geschreven stuk zat een stukje dat me irriteerde en ik vroeg me af waarom. Het was wat kort door de bocht geschreven, eigenwijs en koppig. Als een ‘ik geloof je niet en ik doe het niet’ richting artsen, ik voelde nog net de opgestoken middelvinger niet, en hoewel ik zelf vaak precies zo in elkaar zit, maakte juist de toon nu dat ik mijn hakken diep in mijn voetenbankje zette. Er was iets aan de manier van schrijven dat me mateloos irriteerde, terwijl ik het eigenlijk best met de schrijfster eens was.

Wat maakte mijn reactie zo instinctief tegendraads? Ik geloof dat je eigen reactie altijd iets zegt over jezelf. Mijn weerstand wilde mij iets vertellen en het was niet dat ik de boodschap niet vond kloppen, want daar was ik het dus eigenlijk best mee eens. Het was meer de stelligheid waarmee het geschreven werd die me irriteerde. Er kwam een soort verdedigingsmechanisme op gang, iets dat het wilde opnemen voor de artsen en de therapeuten. Dat is iets waar ik wel vaker last van heb. Als iemand een ander afvalt, in dit geval de artsen en therapeuten, krijg ik de onbedwingbare neiging het voor die ander op te nemen. Ook als ik het helemaal niet met die ander eens ben.

Het psychologische effect daarvan is echter voer voor een andere column, het ging me hier om de boodschap. In de huidige gezondheidszorg zoeken we vaak naar snelle en makkelijke oplossingen. Ik heb ze ook gezocht, en ik heb ze niet gevonden. De meest positieve veranderingen in mijn leven kwamen pas toen ik mijzelf leerde accepteren. Toen ik mezelf rust gunde. Toen ik leerde vertrouwen op mijn eigen lichaam en écht naar mezelf durfde te luisteren. Op alle fronten, want ik was de connectie met mezelf behoorlijk kwijt.

Ik geloof dat de diepere oplossing voor veel gezondheidsproblemen in jezelf zit, maar ik geloof óók dat het ingewikkelder is dan veel coaches en verlichte therapeuten doen voorkomen. Ik geloof dat ieder zijn eigen pad moet volgen. Het pad dat goed voelt. Wat bij de één past kan de ander volledig laten verdwalen. De quick fix bestaat niet, ook niet in het woud der verlichten. En precies dat laatste stoorde mij in het bericht. Dat veroorzaakte de weerstand.

De schrijfster deed het voorkomen alsof niets in de huidige gezondheidszorg oké is. Alsof elke kwaal zonder medicijnen simpelweg, poef, zou kunnen verdwijnen en zo simpel is het gewoon niet. Niet altijd en niet voor iedereen. En door het zo stellig te zeggen, creëer je juist afstand. Je verwijdert mensen van het doel dat je waarschijnlijk voor ogen hebt. Ook met betrekking tot dit onderwerp geldt: het is niet zwart-wit.

Oplossingen zijn geen eenheidsworst. Ieder moet zijn eigen weg zoeken en die weg, hoe zwaar soms ook, blijkt uiteindelijk vaak ook ergens goed voor te zijn geweest. Achteraf. Geloof het, of niet.

Wandelschoenen

Twee jaar geleden kocht ik een paar wandelschoenen. Niks bijzonders, voor de meeste mensen, voor mij wel. Ik werd wat raar bekeken, een rolstoeler, een elektrische roller, die wandelschoenen gaat passen. Die opstaat en wegwandelt. Dat kan natuurlijk niet, dat past niet in het plaatje dat de meeste mensen in hun hoofd hebben.

Ik was nog niet zo ver dat ik dit zonder enig bijgevoel kon doen. Ik voelde me een bedrieger. Ik voelde me schuldig zelfs, tegenover rollers die niet lopen, alsof ik hen iets afnam. En het was nog niet eens echt lopen, toen. Toch maakten die paar stappen veel los in mij. En ook in de toeschouwers dus.

Twee jaar geleden dacht ik de schoenen niet eens in te kunnen lopen. Waarom kocht ik ze dan? Nou, ik wilde wat meer fotograferen en wat minder in de drek staan met mijn gympen. Hoge schoenen houden daarnaast mijn enkels beter op zijn plek, dit was dus een goede keuze. Minder zwaar dan orthopedisch schoeisel en betere bescherming dan mijn gympen. Inmiddels zitten er aangepaste zolen in ook, want ik wandel dus.

Nooit verwacht, wel gehoopt.

Toen ik de schoenen kocht bleef het bij dromen van lopen. Ik droeg ze zo nu en dan. Wankelde een paar stappen, een paar meter, een halve ronde veld, een hele ronde veld. Ik viel terug, lag plat, hervond mijn balans. Vallen en weer opstaan, en weer vallen. Uren, dagen, weken in mijn stoel. En er toch weer uit.

Schuldgevoel, weer, voor anderen, door mezelf. In mijn hoofd werd ik voor van alles dat lelijk was uitgemaakt, aansteller (die kwam het vaakst voorbij), nep-invalide. Ik zag de blikken (die er misschien helemaal niet waren). Ik hoorde de oordelen. Ik veroordeelde mezelf.

Ik zette door. Leerde omgaan met de stemmen in mijn hoofd, met het duiveltje op mijn schouder dat mij op mijn plaats wilde houden. Comfortabel. Bekend. Veilig.

Ik hou niet van veilig, tenminste, ik schop er vaak tegenaan. Tegendraads geboren, mijn kleine babyvoetjes zetten zich in de baarmoeder al schrap. Misschien is dat wel mijn grootste kracht, die verrekte eigenwijsheid. Doorzetten, altijd kansen zien. Mogelijkheden.

Maar, die wandelschoenen dus. Inmiddels zijn ze ingelopen. De ene dag loop ik, de andere niet. En dat is oké. Ik heb geleerd daar oké mee te zijn. Soms loop ik, soms rol ik. Het is niet te snappen, voor een buitenstaander, maar dat hoeft ook niet. Het is míjn leven en ík weet hoe het zit.

Ik ben een ander geen verantwoording schuldig, niet meer. Ik denk dat dat is wat ze accepteren noemen. Dat je het zelf snapt. Ook als je delen ervan lastig vindt. En het misschien niet wílt accepteren, maar wel begrijpt. Het waarom begrijpt. En weet hoe je ermee om kunt gaan. Dan hoef je het niet leuk te vinden, of volledig te omarmen. Je weet hoe je ermee kunt leven.

Twee jaar geleden kocht ik wandelschoenen en ik liep nog niet. Nu wandel ik op mijn eigen manier de toekomst in.