Een gesprek met God

Het afgelopen jaar heb ik mij verdiept in de wetten van het universum. Ik denk na over de wereld, over macht, ongelijkheid. Over anders zijn en buiten de hokjes vallen. Ik realiseer me steeds vaker dat we als mensheid inzetten op de verkeerde dingen. En dat we zelf ontzettend veel invloed kunnen uitoefenen op onze eigen realiteit.

De beste discussies, uiteenzettingen en overdenkingen vinden nog altijd plaats in de woonkamer van mijn ouders, waar ik (vooral met mijn vader) de wereld bespreek zoals wij die ervaren. Wij denken diep en houden ervan tegen hokjes en soms wat heilige huisjes aan te schoppen. Hij heeft wat dingen (zeker op het gebied van religie) waarvan hij nu denkt dat hij dat anders had moeten doen, ik ben blij dat mijn ouders mij en mijn broertje altijd vrij hebben gelaten overal onze eigen weg in te zoeken. En dat we open en eerlijk kunnen en mogen praten over die weg, ook als die weg een andere richting uitloopt dan verwacht, of gehoopt wellicht. Dát is vrijheid, echte vrijheid.

Niet waar ik persé heen wilde met dit verhaal, al ligt het wel op dezelfde lijn. Ik onderzoek dus, vooral mijn eigen binnenwereld. Manlief kan weinig met mijn universele gepraat, het is voor hem een brug of wat te ver, en dat geeft niet. Ik voel echter dat ik op het punt sta een grote transformatie te maken.

Ik word voor mijn schrijfsels enorm getriggerd door de dingen die ik lees, voel of hoor. Zo ook nu. Ik lees een boek van Neale Donald Walsh, ‘Wat God zei’, een boek over religie, over de tijd voor een nieuwe afslag in religie. Een gedachtengang die ik heel goed kan volgen.

Ik ben best religieus opgevoed. Van huis uit gereformeerd, bidden voor het eten, lezen uit de bijbel en op zondag naar de kerk. Mijn ene opa en oma waren zeer streng gereformeerd, de andere niet echt praktiserend. Ik voelde me eigenlijk al op jonge leeftijd verscheurd tussen dat wat ik voelde en dat wat ik leerde. Als puber had ik eindeloze discussies met onze dominee, ik begreep gewoon veel van de dogmatische regeltjes niet. Vond ze hypocriet.

Naarmate ik ouder werd kwam er steeds meer ruimte voor mijn eigen inbreng. Mijn gevoel leidde mij weg van het instituut kerk, weg van religie en op weg naar een andere vorm van spiritualiteit. Ik geloof, nee ik vertrouw op dat gevoel dat er veel meer is dan dat wij kunnen zien. We kunnen het voelen, als we ervoor open durven te staan.

Het instituut kerk predikt over liefde, maar geeft ook haat. Spreekt al over vergeving van de zonden voor er überhaupt een zonde is gepleegd, als er al zoiets als zonde bestaat. Waarom zou een almachtige God de mens zondig ter wereld laten komen? Waarom?

Wij mensen zijn bang voor het onbekende en vanuit die angst creëren we drempels. Hokjes. Muren. Religie geeft een houvast, een soort van zin aan het leven, maar religie geeft ook zin aan het zogenaamde kwaad. Al denk ik dat dat weer vooral te danken is aan de interpretatie die mensen geven aan de aloude geschriften.

Het is lastig in gesprek te gaan over religie, het ligt vaak gevoelig, veel mensen voelen weerstand, voelen een andere denkwijze als een persoonlijke aanval, maar dat is het niet. Hoe fijn zou het zijn als we respectvol zouden kunnen discussiëren, ook over een onderwerp als dit? Er is geen één duidelijke manier waarop de wereld werkt, er is niet één waarheid. Iedereen kijkt op zijn eigen unieke manier naar de wereld. Iedereen kijkt met ogen die gekleurd zijn door de eigen ervaringen. Gekleurd door opvoeding, door scholing, door de mensen die zich om je heen bevinden en hun visies. Iedereen probeert op zijn eigen manier te leven, te overleven soms. Dat maakt de wereld zo uniek. En tegelijk ook vervreemdend. En soms een beetje eng.

Jouw visie hoeft de mijne niet te zijn. We zijn verdwaald geraakt in ons hoofd, overdenken alles. Trekken conclusies voor anderen, op basis van interpretaties van anderen. We zijn weggeraakt van het voelen. Weggeraakt van dat ene gevoel dat alles is. Liefde. In het boek dat ik lees staat het duidelijk omschreven ‘We zijn allemaal één. Onze manier is niet beter, onze manier is slechts een andere manier.’

Misschien moeten we eens goed nadenken over de leer die zoveel mensen aanhangen. Er is veel goeds over te zeggen, maar in de naam van al dat goeds sneuvelt er ook veel. Je hoeft alleen maar naar het nieuws te kijken om die conclusie te kunnen trekken.

Als iedereen de ander goed(s) toe zou wensen, zou er geen kwaad meer zijn. Zo simpel is het.

Het is niet nodig een ander iets te ontzeggen, te misgunnen, er is genoeg voor iedereen. We kunnen de keuze maken het anders te verdelen. Iedere gedachte genereert energie, en gedeelde gedachten vermenigvuldigen dat proces.

Laten we denken aan mooie dingen, aan goede dingen, laten we liefdevolle gedachten uitzenden. Stel je voor hoe de wereld eruit zou kunnen zien zonder oorlogen, zonder angst.

Als we dat allemaal wensen, zou het zomaar waar kunnen zijn…

Onrust

Het kan me zomaar ineens overvallen, dat steekje van onrust. Dat gevoel van dat wil ik ook, dat gevoel van waarom lukt míj dat niet. Wéér niet. En vooral dat laatste, dat doet pijn. Want het ging toch goed, het gaat toch goed. Maar wat goed voor mij is, is voor veel meer mensen nog steeds een wat mager resultaat. Terwijl ook dat magere resultaat van mij weer een enorm goed resultaat kan zijn voor anderen. Alles is relatief. Ook gezondheid.

Dat. Dus.

Ik ben een beetje rusteloos. Twee weken geleden ben ik gestart met hormoontherapie, om een week later serieus gillend de pleister weer van mijn lijf te trekken. Ik werd gek. Ziek. Dreef in het zweet, zonder ook maar een voet te verzetten, niet meer voeten dan anders tenminste. Niet. Grappig. Echt. Niet. Grappig. Dus weer gestopt. Blijkbaar was de startdosis iets te hoog voor mij. Of er speelde meer, waarschijnlijk zelfs. Prednison is ook een hormoon, en dat gebruikte ik ook. Dus eerst maar weer terug naar de basis. Wat dat dan ook maar weer is.

In mijn pogingen de gesteldheid van lijf en geest onder handen te nemen worstel ik weer eens met mijn grenzen. Ik hou van een uitdaging, zie mogelijkheden, dénk mogelijkheden, maar ontstekingen steken toch gewoon de kop op en mijn benen worden nu geteisterd door zenuwpijn. Ik vind het weer moeilijk de balans te vinden en de weer verworven stap terug voelt als een nederlaag. Hoe hard ik ook meen te geloven in het helende vermogen van mijn eigen lijf.

Lief zijn moet ik.
Lief zijn voor mijzelf.
Geduld hebben met mezelf.
Man, wat is dat lastig.

Ik heb een enorme behoefte aan bewegen, het lijkt wel alsof twaalf jaar stilstand gecompenseerd moet worden. Het willetje is er weer, maar het kunnen is nog niet ontwaakt. Bevindt zich nog in een soort van schemertoestand. Ik wil teveel. Te snel. De energie ondervindt nog blokkades.

Ik voel me rusteloos. Aan de ene kant geconfronteerd met de harde realiteit vanwege mijn ernstig zieke vriendin, waarbij weer blijkt dat je zo dankbaar mag zijn dat een haperend stel ledematen het enige is dat je mankeert en aan de andere kant de confrontatie met mensen die je festivals ziet bezoeken, of campers in ziet pakken, terwijl jij voor de zoveelste keer weer een vakantie af moet zeggen, omdat jóuw lijf het niet redt. Weer niet.

En het gaat best goed, daar ben ik oprecht dankbaar voor. Het is anders dan een paar jaar geleden, maar toch ook weer niet. Want nog steeds is mijn hoofd optimistisch, maar heeft mijn lijf realistisch gezien nog steeds best behoorlijk wat uitdagingen. En ja, ik zíe wat ik wél kan. En ik zíe hoe fijn dat is. Maar ik voel óók de prijs van mijn grenzeloze enthousiasme. En soms is die gewoon even wat lastiger in de omgang.

Op zo’n dag als vandaag.
En dan laat ik het maar even voor wat het is.

Alle duiveltjes, alle engeltjes, de realisten en de optimisten. Ze zijn in gevecht, in mijn hoofd.

Vandaag lukt het me even niet om de stem van mijn innerlijk te horen. Vandaag voert de stem van mijn hoofd de boventoon. En vandaag mag ik even balen. Vandaag irriteert de zenuwpijn me dusdanig dat ik hem niet kan overstemmen.

Vandaag leg ik me erbij neer.
En morgen, zien we dan wel weer.

Healing day

Ik denk dat iedereen die kampt met een chronische aandoening (op welk vlak dan ook) bekend is met de ‘boetedagen’. De reactie die je lijf geeft op iets wat je gedaan hebt, meestal iets leuks, iets uitdagends. En iets uitdagends kan voor een gezond iemand iets heel simpels zijn, een klein rondje lopen bijvoorbeeld. Of een dansje van een paar minuten, even in de tuin gewerkt. Of zelfs gewoon een keer de was opgehangen of afgewassen. Kleine dingen die ons onnoemelijk trots kunnen maken, maar ook grote consequenties kunnen hebben. Die we vervolgens zien als straf. Boete. Terugvallen…

Jaren geleden al had ik hier een goed gesprek over met dok. Ik ben nogal eens grensoverschrijdend, zonder anderen daarmee lastig te vallen, tenminste niet op de manier waarop dit woord momenteel vaak de bladen haalt, maar door mijn eigen fysieke grenzen niet goed genoeg te bewaken. En ook dat is discutabel, want om je grenzen te erkennen moet je ze eerst herkennen. En het verschilt nogal eens waar die grenzen liggen, bij mij tenminste. De ene dag is de andere niet.

Ik ging best goed, nou ja, eerst een paar weken niet en toen weer wel. En nu weer niet. Nou ja, minder. Teveel en te snel op proberen te bouwen, ik werd weer eens ongeduldig. En het wisselende weer helpt ook niet mee. Dus, ontstekingen, prednison, rust. Terugval, shit happens. Niet alleen mijn gedachtengang toch?

Ik spring weer eens van de hak op de tak in dit stukje, maar zo werkt mijn brein nu eenmaal. Ik had het er dus al eens over met dok. Over die boete en vooral over mijn woordkeus in deze. Boete klinkt negatief. Dok zei dat ik beter kon omdenken, ik had namelijk iets leuks gedaan. Een keuze die ik weloverwogen gemaakt had. De consequentie is minder leuk, maar ik wist dat die er mogelijk zou kunnen zijn.

Van de week kwam in mijn cursus ook deze gedachtegang naar voren. Mijn goeroe was zelf ook chronisch ziek en gebruikte dezelfde woorden. En woorden zijn belangrijk, je woordkeuze doet ertoe. Woorden zijn energie en die energie is van invloed. In plaats van te zeggen dat je een boetedag hebt, kun je jezelf ook een healingdag gunnen. Of een healingweek (mijn lijf is niet in één dag weer op orde, dat heeft weer even tijd nodig), of maand.

Gúnnen, je lichaam heeft het nodig. Mijn lichaam heeft het nodig. En ik vind het best lastig, want terug in bed heeft consequenties. Ik werk hard om mijn spierkracht te herwinnen en je bent het zo weer kwijt. Maar ik vertrouw erop dat het uiteindelijk goed komt, als ik mijn lichaam écht leer kennen. Als ik niet grenzenloos blijf doordenderen maar echt leer luisteren naar wat het mij vertelt.

Ik heb mijn lichaam in de steek gelaten. Het kan niet op mij vertrouwen. Mijn lichaam voelt zich niet veilig en dat heeft weer consequenties voor mijn zenuwstelsel gehad. Dat gevoel van onveiligheid, door trauma’s, op welke manier dan ook, vertaalt zich daarin.

En dus probeer ik liever te zijn. Probeer ik te luisteren in plaats van te overschreeuwen. Probeer ik mijn grenzen te bewaken in plaats van door te denderen. En probeer ik in andere bewoordingen te denken, want ook taal is energie. Jouw woordkeuze is belangrijk.

Nu kun je denken dat dit bullshit is en dat snap ik, maar ik zou zeggen probeer het eens. Wat je altijd gedaan hebt heeft je niet geholpen, anders was je niet waar ik ook ben. Ik ben ervan overtuigd dat ik een grote stap kan en mag gaan maken, maar daarvoor moet ik eerst met mezelf aan het werk. En dit is een eerste stap.

Ik heb dus geen boetedagen. Ik gun mezelf healingdagen. Dagen waarin ik de rust kan en mág nemen. Waarin ik extra lief voor mijn lijf mag zijn. Gewoon even mag Netflixen en niet hóef te lopen (ik ben nogal dwangmatig in mijn vooruit moeten en willen gaan). Dagen waarin ik niets moet en van alles mag. Dagen waarin ik de tijd mag nemen om te herstellen.

Denk eraan, álles is energie…

Loslaten

Het is een terugkerend thema in mijn leven. Loslaten. Ik schreef al eerder dat ik diep in mezelf duik. Ik ben op reis, een reis door mijn innerlijke belevingswereld.

Leerzaam. Hoopvol. Lastig. Mooi.

Langzaam maar zeker laat ik mijn onzekerheden los. Laat ik mijn bijna dwangmatige hang naar controle los. Onderzoek ik waarom ik zo’n behoefte voel naar erkenning -lastig in een tijd die je afhankelijk wil maken van likes-. De vraag of ik wel goed genoeg ben heeft lang genoeg mijn gedachten beheerst. Het is tijd om ze los te laten. Het is tijd te vertrouwen op mezelf.

Ik las net een gedicht van een soort van lotgenoot, een pijngenoot zeg maar. Chronische pijn doet iets met je. Het maakt je onzeker, bang, een staat van zijn die ontvangen lastig maakt. Je moet eerst de tekorten loslaten voor je open kunt staan voor overvloed. Ook als het gaat om gezondheid. Ik weet hoe het werkt en ik weet hoe het klinkt. Ik heb het zelf ervaren, al had ik een paar jaar geleden dit soort antwoorden direct doorverwezen naar het rijk der fabelen.

Vanmorgen had ik een goed gesprek met dok. Gisteren had ik een terugval en een flinke ook. Mijn benen lieten het volledig afweten, zenuwpijn, bliksem, rug vastgeslagen, ik kon geen kant op. Terug mijn bed in, balen, de onzekerheid sloeg toe, probeerde zijn klauwen weer in mijn hoofd te zetten. Ik pakte mijn cursus er maar weer bij.

Loslaten, dat is de sleutel. De onzekere gevoelens geen kans geven, ze mogen er even zijn, om ze vervolgens weer te laten gaan. Ik mag mezelf ook rust gunnen. Ik mag mijn lijf rust gunnen. Rome is ook niet in één dag gebouwd, helen kost tijd. Dok is trots op me, ik ben ook trots. Ik doe het, ik ga vooruit en ja, soms val ik terug. Soms moet ik eerst weer drie stappen achteruit en dat is prima. Het mag er zijn, ik mag het er laten zijn om het vervolgens weer los te laten.

Ik ben helemaal ok met mijn lijf. Ook als dit het is, weet ik dat ik het red. En juist het feit dat ik dat kan accepteren maakt dat er vooruitgang mogelijk is. Ik weet dat het ontzettend wazig klinkt. Dat het te mooi lijkt om waar te zijn, maar dat is het niet. Loslaten is de sleutel. De verwachtingen loslaten. De angsten loslaten. Vertrouwen op de toekomst. Vertrouwen op jezelf, in jezelf. We zijn niet gemaakt om ziek te zijn. We zijn gemaakt om groots te zijn. En ook ik ben daarvoor gemaakt. Er is ergens een blokkade gekomen, en die mag ik loslaten.

Het is maf, de mate waarin ik met heel mijn wezen vóel dat het zo werkt, terwijl mijn hoofd nog wat tegensputtert. Beren op mijn weg zet. Ik laat mijn hoofd maar kletsen. Terugvallen zullen er zijn, en ik zal ze keer op keer liefdevol accepteren en weer loslaten. Ze mogen er zijn, ik mag ze voelen. En dan weer laten gaan. Op naar de volgende piek, want ook die gaat er zijn. En daar mag ik ultiem van genieten en dan ook die loslaten op weg naar de volgende.

Het nummer van Frozen is mijn lijflied geworden, laat het los, laat het gaan…

Hard werken

Ik las net een stukje over een tv programma, het ging over mensen die een slordige miljoen te besteden hadden aan een huis. Op de vraag hoe ze dat fijne bedrag bij elkaar gekregen hadden was het antwoord ‘met hard werken’. En dat harde werken, daar wil ik het even over hebben.

Wie van mijn generatie is niet opgegroeid met de overtuiging dat veel geld verdienen gepaard gaat met hard werken? De vraag is wat hard werken nu eigenlijk inhoudt, wie bepaalt wat hard werken is? Als je doet wat je leuk vindt, hoef je nooit een dag te werken, werk je dan hard? Stel je werkt op kantoor, stuurt mensen aan, vergadert veel, bent vaak onderweg. Auto met chauffeur, laptop op schoot, werk je dan harder dan iemand die de hele dag op zijn knieën zit om bijvoorbeeld een straat te leggen? Is hard werken gerelateerd aan fysiek werk of juist aan mentaal werk? Is hard werken eigenlijk überhaupt gerelateerd aan werk? Wat heeft uiteindelijk meer waarde, wie genereert meer waarde. De discussie laait steeds weer op, is het de manager of degene die het ‘echte’ werk doet. Mijn linkse gevoel denkt er vaak het zijne van, maar de maatschappij bepaalt in deze door de markt gereguleerde samenleving de vastgestelde waarde.

Ik studeer levenskunst, ja ja, het een serieuze studie. Het gaat gepaard met inzichten over mijzelf, over wat ik onbewust allemaal heb opgepikt, uitzend, aantrek. Niet ieder inzicht is leuk, ieder inzicht is wel zinnig. Ik begrijp beter waarom ik reageer zoals ik reageer op bepaalde situaties. Probeer te ontdekken wie ik nu echt ben, probeer alles wat ik niet ben los te laten. Klinkt makkelijker dan het is trouwens, je hebt geen idee hoeveel angst en zorgen we dagelijks met ons meeslepen. Onze onbewuste overtuigingen beheersen een groot deel van ons zijn.

Ik studeer dus, en het is hard werken, al denk ik niet dat de maatschappij het zo zal betitelen. Ik verkeer in de ‘luxe’ positie hier tijd voor te hebben. Hoe ik daar gekomen ben was ook hard werken trouwens, al had het niets met wat de maatschappij als werken bestempeld te maken. In dat proces kreeg ik meerdere malen te maken met het stempeltje ‘uitkeringsgerechtigd’. Wanneer je met een blijvende invaliditeitsuitkering in dit hokje terechtkomt, ben je uitgewerkt, met alle mentale gevolgen van dien. Me proberen te ontworstelen aan die gevolgen is misschien wel het zwaarste werk dat ik ooit gedaan heb. De meeste mensen hebben hier (gelukkig!) geen idee van. Zij denken dat afgekeurd zijn makkelijk is. Gratis geld. Ze weten niet hoeveel dat gratis geld je echt kost.

Het meest wrange aan deze situatie is nog wel dat je met een beetje geluk (en dus eigenlijk veel pech) levenslang krijgt. Je wordt veroordeeld, door jezelf én door de maatschappij. Heen en weer geslingerd tussen een gevoel van euforie als je op het gebied van gezondheid enige vooruitgang boekt en tegelijk angst voor wat de mensen daar wel niet van zullen denken. Je veroordeelt jezelf, en dat laatste kan je maar zo weer onbewust tegenhouden in de vooruitgang.

Ook zoiets ogenschijnlijk simpels als je gezondheid kan heel hard werken zijn.

Wat is nu de moraal van dit verhaal? Laten we proberen ons te ontworstelen van de overtuiging dat veel geld verdienen hard werken is. Laten we dat oordelen over anderen sowieso eens achterwege laten. Iedereen doet zijn best, iedereen werkt hard op zijn eigen manier en volgt de lessen van het leven op zijn eigen tempo.

Hard werken is zoals zoveel andere dingen slechts een kwestie van interpretatie.

Loslaten

Het afgelopen jaar heb ik ontzettend veel geleerd. Over mezelf, onder andere, maar ook over het leven met mijn aandoening. Nu dacht ik over dat laatste best wat te weten, maar ik had het op heel veel fronten fout. Weet ik nu. Daar waar ik tien jaar geleden zocht en dacht te vinden, vind ik mezelf nu weer opnieuw uit. Ik had het mis, maar ik had dat mis hebben nodig om daar te komen waar ik nu ben. En verder, want er ligt nog veel moois in het vooruitzicht, daar ben ik van overtuigd!

Vorig jaar, ik denk ergens rond deze tijd, begon ik met een cursus manifesteren. Ik had er nog niet eerder van gehoord, maar wist intuïtief dat ik het eerder had gedaan, onbewust. Ik wilde (en wil) leren dit bewust(er) te gaan doen. Het klinkt simpel, manifesteren is bestellen, loslaten en verwachten. Het ís simpel, maar ons hoofd maakt het ons moeilijk, door in ons oor te tetteren dat het nooit zo eenvoudig kan zijn. Ons hoofd zaait twijfel en trekt ons in de richting van wat we dachten te weten. En zo kan iets dat simpel is moeilijk worden.

Cryptisch?
Misschien, maar verdiep je er eens in, het is een interessante reis. Wellicht leer je iets over jezelf, heb ik wel gedaan.

Ik ben er nog lang niet, en toch heb ik mega grote stappen gezet. Ik probeer mijn leven te veranderen, niet omdat ik zo ontevreden ben, want ik heb een prima leven. Ik ben gelukkig, kan genieten van de kleine dingen, maar toch verlang ik ook naar meer.

Het lastigste is het uitvinden waar je dan eigenlijk precies naar verlangt. Als je grenzeloos mag kiezen wat je wilt, wat wil je dan? Daar, in dat zinnetje, komen de grenzen van het hoofd boven. Onmogelijk, zegt het, want de wereld is niet grenzeloos, maar stel dat jouw hoofd het mis heeft?

Ik ben dus niet ongelukkig, zeker niet. Toch heb ik wel wat dromen, een boerderijtje, wat dieren, moestuin, ruimte, vrijheid. Dichtbij de natuur (heel belangrijk in deze), ja, daar gaat mijn hart wel sneller van kloppen. Een camper, beetje reizen, lijkt me ook geweldig. Mensen inspireren, iets dat ik altijd al heb gewild (en al jaren probeer trouwens), ook. En, misschien wel de belangrijkste in het geheel, gewoon gezond zijn.

Jaren heb ik gevochten met mijn lijf, tegen mijn lijf. Jaren heb ik getracht dat te accepteren wat ik eigenlijk niet wilde accepteren. Jaren heb ik geprobeerd te begrijpen wat ik mankeerde, moest ik voor mijn gevoel andere mensen overtuigen van het feit dat ik me niet aanstelde. Ik zocht naar het hokje waar ik in paste en toen ik dat hokje eindelijk vond gebeurde er van alles. Steeds meer leek mijn leven zich aan te passen aan dat hokje. Ik zal nooit weten in hoeverre het een het ander nu écht beïnvloedt, maar ik denk dat er zeker een verband is tussen de twee.

Dat laatste is een gevaarlijke uitspraak, gevaarlijk omdat mensen de noodzaak voelen je in je hokje te houden. Gevaarlijk omdat ze al snel roepen dat al je fysieke problemen dus toch altijd tussen je oren hebben gezeten. Dat je je dus toch hebt aangesteld (dat waar je juist zo hard voor moest vechten, om dat te ontkrachten). Alles waar je zo hard voor gevochten hebt teruggebracht naar een simpele conclusie, maar zo eenvoudig is het gewoon niet. De beperkingen zijn echt, maar tegelijk zijn ze niet onomkeerbaar. En dus heeft het hoofd invloed, meer dan je denkt zelfs.

Hoofd, ego, geest, lichaam, alles staat met elkaar in verband, heeft invloed op elkaar. Ik weet niet hoe het precies zit, maar ik weet wel dat er meer mogelijk is dan ik ooit voor mogelijk had gehouden. De hokjes die me ooit steun boden, bieden nu juist het tegenovergestelde. Ze willen me op mijn plaats houden, binnen de grenzen van wat mijn hoofd voor mogelijk houdt en dat is zonde.

Ik laat me niet meer begrenzen, door niets of niemand en zeker niet door mijn eigen hoofd. Alleen ík voel wat er echt mogelijk is en ik weet dat het veel is. En alles wat daarvoor nodig is, is erin geloven…

Afrekenen

Ooit, hopelijk duurt het nog even, want ik ben nog lang niet klaar, komt hij, de rekening van ons leven. Dat moment dat we terugkijken en ons leven aan ons voorbij flitst. Welke keuzes hebben we gemaakt, wat waren de consequenties ervan en wie hebben we ermee geraakt (of gekraakt, want dat kan ook).

Een leven is een optelsom, we hebben allemaal plussen én minnen. Iedereen, echt iedereen, heeft goede en minder goede kanten. In de basis zijn we allemaal goed, alleen kunnen de keuzes die we maken veel richtingen op gaan. En ze kunnen daarmee anders uitpakken dan verwacht, of voorzien. Aan het einde van de rit zien we ze terug, zien we wat we geleerd hebben en moeten we daarmee in het reine komen. Dat denk ik tenminste.

Het houdt me bezig, niet de afloop, want ik denk dat mijn tijd nog lang niet gekomen is. Dat hoop ik in ieder geval, want er zijn nog wel wat dromen waarvan ik hoop dat ik ze uit mag laten komen. De tijd gaat zo snel voorbij, voor je het weet is het later. Als ik nog dingen wil is het nu de tijd het te gaan doen. Daarvoor moet ik wel afrekenen met wat beperkingen trouwens, maar ik denk dat dat kan. Ik denk dat mensen tot veel meer in staat zijn dan ze denken, dat de geest, je innerlijke ik, dat ze samen in staat zijn veel te helen. Ik geloof ook dat ik daarvoor goed in de spiegel moet kijken. Dat ik de confrontatie met mijn eigen ik aan moet gaan. En dan juist niet de strijd aan moet gaan, maar de liefdevolle benadering moet zoeken.

Gek genoeg vinden veel mensen dat lastig. We vinden vechten makkelijker dan elkaar en onszelf liefdevol behandelen, ergens gaat iets ontzettend mis. Misschien is het een verwrongen manier van zelfbescherming, jezelf openstellen en kwetsbaar opstellen is eng, want stel dat je hart gebroken wordt? We leven in angst voor dingen die juist gebeuren doordat we in angst leven. We moeten weer leren vertrouwen, op elkaar en op de kracht die groter is dan onszelf.

Ik worstel al jaren met het zogenaamde willen ‘pleasen’. Ik kan moeilijk nee zeggen. Het gaat beter, ik leer bijvoorbeeld steeds beter luisteren naar mijn lijf, maar nog altijd gaat dat gepaard met een ongemakkelijk gevoel. Mistermindset vertelde daar iets heel moois over, hij zei dat je beter eerst nee kunt zeggen en dat dan later alsnog kunt veranderen naar een ja, dan andersom. Met het ja zeggen geef je namelijk een belofte, ga je als het ware een verplichting aan. Als je eerst nee zegt, kun je altijd nog ja zeggen. Dan zijn mensen blij als je wel komt. Zeg je eerst ja en moet je vervolgens alsnog afzeggen, dan breek je een belofte. Met gevolgen voor beide partijen. Zo had ik het nooit bekeken, maar dat maakt natuurlijk dat je je zo rot voelt als je iets af moet zeggen. Een hele goede om in het achterhoofd te houden denk ik!

Ik dwaal weer eens af, maar wat maakt het uit, het is mijn stukje. Ik bepaal de route, van mijn stukjes én van mijn leven. Het is tenslotte mijn rekening straks, eentje die ik helemaal zelf in de hand heb. En nee, ik heb niet alles in de hand voor wat betreft wat er gebeurt, maar het is wel ikzelf die bepaalt hoe ik omga met dat wat ik op mijn pad tref. Ik kan ervoor kiezen een slachtoffer te zijn van de gebeurtenissen, of ik kan ervoor kiezen mijn hoofd hoog te houden en zoveel mogelijk te genieten van de mooie momenten. En te leren van de rest. Te letten op wat ik doe en zeg. Rekening te houden met anderen en liefdevol om te gaan met mens, dier en natuur. Een bron van inspiratie te zijn voor anderen. Zodat ik eindig in een dikke plus, voor mezelf én voor alles dat leeft.

Theaterwijsheid

Gisteravond ging ik met een van mijn vriendinnen naar theater, Michael Pilarczyk stond klaar om ons te helpen met wat rust in het hoofd.

Ik was er al eerder geweest, vorig jaar. Eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik de helft van zijn waardevolle lessen blijkbaar weer verstopt had, ergens in mijn achterhoofd. Raar eigenlijk, ik ben nu een jaar bezig met het traject dat ga je mooiste leven leven heet. Ik lees, ik studeer, maar echt doordringen doen dingen blijkbaar op hun eigen tempo.

Gister heb ik geluisterd, beter geluisterd, écht geluisterd. Ooit leer ik het wel, mezelf afsluiten voor de innerlijke criticus die mijn ego heet.

Vorig jaar begon ik met het bijhouden van een dankbaarheidsdagboek, maar aangezien ik daar eigenlijk iedere dag hetzelfde in schreef ben ik er maar weer mee opgehouden. Als alle dagen hetzelfde zijn verandert er weinig. Het liet me zien hoe klein mijn wereld is geworden en begrijp me niet verkeerd, ik ben ontzettend dankbaar voor heel veel dingen in mijn leven, maar tegelijk is dat wat het is. Ik ben wel vooruit gegaan op een aantal gebieden, ik werk hard aan het afscheid nemen van mijn zinloze schuldgevoel bijvoorbeeld. Het dient mij niet. Het zat me enorm in de weg zelfs.

Ik las net een column terug van vorig jaar, eentje waar ik zelf van schrok. Soms leg ik de vinger serieus duidelijk op de zere plek. Ik worstelde er enorm mee, met dat schuldgevoel. Ik vond het ontzettend moeilijk mezelf op de eerste plaats te zetten. Het gevoel egoïstisch te zijn gaf (en geeft) me stress. Ik, die serieus volledige preken hou tegen vriendinnen, dat ze zichzelf op de eerste plaats moeten zetten, dat ze eerst van zichzelf moeten houden, die ik, die legt haar eigen wijsheid naast zich neer en voelt zich er zelfs schuldig over. Nou ja, voelde kan ik bijna zeggen. Ik ben er nog niet, maar ik ben wel op de goede weg en daarvoor ben ik mistermindset dankbaar, want vorig jaar, in het theater zag ik mezelf voor het eerst voorzichtig staan, daar in het middelpunt van mijn eígen leven.

Ik leef niet voor een ander, hoezeer ik die ander ook liefheb. Ik ben hier voor mezelf en het is hoog tijd om de touwtjes van mijn eigen leven wat strakker in handen te nemen. De afgelopen tien jaar heeft mijn leven stilgestaan. Ik heb mezelf mijn dromen afgepakt. Hoe positief ik dan ook mag zijn, ik heb in mijn zoektocht naar acceptatie ook mijn leven gepauzeerd. Dat is nu klaar. Het is tijd om weer op play te drukken. Het is tijd om te gaan ontdekken wat ík wil, wat ík uit dit leven wil halen. De mogelijkheden zijn er, ik moet ze alleen gaan zien, en er iets mee gaan doen.

Ik heb zo vaak geschreven dat ik niet afgeschreven ben, nu is het tijd om dat echt ook zo te gaan zien, te gaan ontdekken.

Ik ben klaar voor een nieuw begin. Ik ga mezelf herontdekken, met de kennis van alle boeken die ik heb verslonden, van alle cursussen die ik heb gedaan in mijn knapzak. Ik ga als een ware Douwe Dabbert de wereld ontdekken en in dat proces ontdek ik vooral mijzelf…

Verworven vrijheid

Ik ga maar weer eens spreken met de zo vaak gesproken woorden van Tommie uit Sesamstraat. Wijsheden uit mijn kindertijd raken nooit uit de tijd. ‘Poeh hé’. Het zegt alles. Alles.

Ik rol. Een waarheid als een koe, of stier, dat past mij beter. Eigenzinnig. Eigenwijs zelfs, behoorlijk. Hoopvol. Positief. Altijd denkend in mogelijkheden. Onbegrensd en onbegrensbaar. Behulpzaam, enthousiast, meedenkend, altijd bereid mezelf aan de kant te zetten voor een ander. Had ik hoopvol al gezegd? Naïef, aldus sommigen, velen misschien zelfs. Ik wil wat ik soms niet kan, maar ik zal áltijd proberen.

Ik geloof in de mogelijkheid mezelf beter te maken. Ik vertrouw erop. En ik word beter, bén het nog niet. Ben er nog niet, maar ik vertrouw erop. Jammer dat de maatschappij je liever in het hokje ‘beperkt’ houdt. Daar waar je aldus hen thuishoort met een erfelijke aandoening. Schop tegen de wanden van jouw hokje en er zijn altijd mensen die diezelfde wand weer optrekken. Jou erin opsluiten, of op willen sluiten.

Ik zei het al, ‘Poeh hé’.

Ik rol dus. Ik rol elektrisch, brakke schouders die geen rolstoel kunnen voortbewegen, geeft niet, ik heb een pookje, werkt goed, prima, blij mee. Een paar jaar geleden was ik er niet zo best aan toe. Ging bijna ten onder. Lag het overgrote deel van de dag en ging dus rollen met dat pookje. In een dure voorziening, een tweemotorige monstertruck zeg maar. Ik kan hoog en laag, links en rechts. Ik liet (en laat) mij niet beperken en denk in mogelijkheden. Manlief sjort me met mijn rolstoel door paden die eigenlijk niet echt toegankelijk zijn voor mij, samen kunnen we het wel. Alleen kan ik het niet. Alleen rol ik regelmatig vast. Gewoon in het park al, maar ook in het bos, waar ik dolgraag kom. Kan niet, aldus sommigen, mijn vrienden en vriendinnen weten beter, die trekken me liefdevol weer op mijn plek, als ik ze bel.

Ik ben dankbaar voor mijn stoel, heel dankbaar! Mijn stoel heeft me een aantal geweldige jaren door het leven gerold. En nu kom ik op een punt dat ik fysiek uit de voeten kan met een ander soort stoel. Ik ben dankbaar, ik ben ontzettend dankbaar dat ik mijn wereld weer een stukje kan en hopelijk mag gaan vergroten, dat ik de wanden van mijn hokje als op een rolstoelhelling omver kan duwen. Hoe geweldig is dat!

En dan rol je toch weer tegen muren aan. Niet mijn muren, niet de muren die mijn hulpverleners opzetten, want zij horen mij en zien dezelfde mogelijkheden die ik zie. Nee, de muren van de toeschouwers, toehoorders en zelfs meerollers. Want een aandoening met beperkingen is en blijft een aandoening met beperkingen. Daar is geen sprake van vooruitgang, van verbetering. Bindweefsel is bindweefsel, slecht is slecht. Een aangevraagde voorziening is een zegen waar je dankbaar voor moet zijn en verder moet je in je hok blijven.

Ik word daar opstandig van. Ik zei het al, ik geloof in het zelfherstellend vermogen van mijn lichaam. Ik geloof dat verbetering mogelijk is en dat het blijvend kan zijn. En zelfs als het dat niet is, dan nóg mag ik op basis van wat nu is handelen. Genieten van wat kan.

Ik vertik het mij te laten beperken, ik ben enorm dankbaar dat ik met een beetje mazzel en met veel vertrouwen in mijn eigen lijf en geest langzaam maar zeker opkrabbel. Mezelf mag hervinden en hopelijk meer vrijheid mag ervaren met een andere manier van rollen.

En daar ben ik zo, zo, zó ontzettend dankbaar voor!

Let the magic begin!

Ben ik een wensdenker? Ben ik een naïeve idealist? Of mag ook ik een klein onderdeel zijn, een radertje in de machine van verandering?

Raadselachtig? Welnee. Anders? Ja!

Ik voel mijn hele leven al heel sterk dat ik op bepaalde vlakken anders ben, anders denk dan anderen. Ik voel ontzettend sterk dat er meer is dan wij als mensen kunnen zien. Dat wij als mensen gevangen zitten in een systeem dat niet langer bij ons past. Een systeem dat op het punt staat te exploderen. Verklaar me voor gek, dat mag, iedereen heeft recht op zijn eigen mening, maar ik denk dat we als mensen in staat zijn tot grootse dingen.

Ik geloof dat niets voor niets gebeurt. Toeval bestaat niet, mogelijkheden komen op jouw pad omdat ze op jouw pad moeten komen. Zien we ze niet, dan komen ze opnieuw voorbij. En opnieuw. Tot we ze wel zien, pakken en leren wat we moeten leren.

Spiritueel? Ja, duidelijk. Gelovig? Nee, dat past niet bij mij. Ik geloof in de mensheid, in de kracht van de mensheid. Al is er momenteel reden genoeg om daaraan te twijfelen. De mens heeft op de een of andere manier een enorme behoefte aan controle, aan structuur, aan zekerheid. En dat heeft een bepaalde groep mensen de mogelijkheid geboden een systeem te ontwikkelen waarin we compleet verstrikt zijn geraakt. Kapitaal dat regeert, geld biedt macht. Er waren vast ooit goede bedoelingen, maar ergens in de loop der tijden is de schaduwzijde van dit web waarin we verstrikt zijn geraakt naar boven gekomen.

Hoe ontworstelen we ons uit dat systeem dat ons volledig controleert? Een systeem dat gebaseerd is op wantrouwen in plaats van vertrouwen en op haat in plaats van op liefde? Deze gedachten hielden mij gister flink bezig. Waarom word je gezien als een of andere softie als je praat over dat meest fundamentele gevoel dat bestaat op aarde, over de liefde? Is dat niet waar we allemaal naar op zoek zijn, waar ieder van ons naar verlangt? Willen we niet allemaal diep van binnen gewoon de liefde van onze medemens voelen? Gek genoeg is praten over liefde not done, zo lijkt het tenminste. Liefde is suf, het is iets wat we associeren met kasteelromannetjes. We zijn het kwijt, het is verdwaald geraakt in materialistische behoeften. Een quick fix voor de leegte in ons hart.

We kijken in onze samenleving steeds meer naar de verschillen in plaats van te kijken naar de overeenkomsten. We kijken naar wat ons uit elkaar drijft en niet naar wat ons bindt. Ergens in de geschiedenis zijn we vergeten waar het echt om draait in het leven, ergens in ons heden worden we afgeleid van dat punt. Liefde levert geen geld op en de liefde voor geld maakt ons blind. En afhankelijk.

Wie anders is wordt uitgezonderd, afgezonderd. We gaan zo op in een systeem dat polariseert dat we de basis vergeten. Het is alsof er een sluier om ons hart ligt. We weten dat de liefde bestaat, binnen de veiligheid van de muren van ons huis, maar zo gauw de deur achter ons dichtslaat lijkt die realiteit te veranderen. We slaan over en door in de tegenhanger van dat vertrouwen. Angst maakt onzeker en houdt ons gevangen in een systeem vol schijnzekerheden.

Ben ik een wensdenker? Ben ik een naïeve idealist? Of mag ik een klein onderdeel zijn, een radertje in de machine van verandering?

Mag ik het lichtje van hoop op een andere manier van denken aan anderen doorgeven?

Leesvoer… ik beval van het heelal – Tessa Smits