Vlieg op!

Nee, ik laat geen vliegertje op vanuit mijn rolstoel en nee ik schreeuw niet tegen de vele vliegen die mij lastig vallen tijdens mijn verplichte ligperiodes. Ik ben in de overgang, een bevestiging van het feit dat mijn leeftijd richting middelbaar gaat en ik dus echt geen twintig meer ben. Deze overgangsperiode gaat gepaard met ‘hot flashes’ en ‘hot’ heb ik het bij vlagen!

Het is lastig vast te stellen wat nu exact verantwoordelijk is voor deze stijging in temperatuur. Ik ben namelijk ook gezegend met dysautonomie, waardoor mijn interne thermostaat niet goed functioneert. Ik denk dat ze het momenteel beide op mij voorzien hebben. Ze spannen samen, het is een complot.

Mensen praten over de overgang als zijnde een periode van aanstelleritus, maar ik kan je vertellen dat de symptomen behoorlijk irritant zijn. Ik lees me in als er een nieuw verschijnsel opdoemt, ben op sommige vlakken een wandelende Wikipedia en tja, dat heb ik hierin natuurlijk ook gedaan (dat inlezen).

De opvliegers verergeren als je je druk maakt en dat klopt! Als ik mij ergens over opwindt breekt het zweet mij uit en lijkt mijn hoofd te exploderen. Ik, als koudbloedig reptiel, weet niet wat me overkomt. Dekentje op, dekentje af, voeten buiten boord en weer binnen, pas op, want ik vlieg op. Het is een sport op zich.

Na de overgang is de vrouw eindelijk zichzelf, zo lees ik ergens. Wij vrouwen worden blijkbaar net als mannen geregeerd door onze hormonen. Ik ben benieuwd wie ik dan blijk te zijn, na de overgang. Heb ik eindelijk een beetje vrede gesloten met mijn huidige ik, moet ik gaan wennen aan een nieuwe.

De overgang sluipt bij iedere vrouw anders haar leven in, maar vanaf een jaar of vijfenveertig kun je last krijgen van slechter slapen, het kwijtraken van je sleutels en stemmingswisselingen. Nu heeft deze vrouw van alledrie al haar hele leven last, dus ik begeef mij al zevenveertig jaar in een soort van overgang. Dat dit de enige echte is lees ik af aan de verdere signalen, zoals gezeik met de maandelijkse ellende. Je kon er de klok op gelijk zetten, maar inmiddels komt die net zo vaak op tijd als ik (en dat zegt wat).

Stramme gewrichten en wekere botten zijn bijkomende mogelijkheden. Op die eerste had ik al levenslang en voor wat betreft de tweede is het maar goed dat ik op vier wielen rondsjees in plaats van twee. Maakt de kans op vallen toch net iets minder groot, al verplaats ik mij binnenshuis nog op twee wankele pootjes, uitkijken geblazen dus.

Hart en de vaten kunnen ook onderdeel zijn van de overgangsproblematiek. Fijn dat EDS in dat opzicht een extra controle inbouwt, de cardioloog heeft me net gecheckt. Gezond eten is een must, ik doe mijn best. Ik ben in dat opzicht een beetje een jojo; als ik mij goed voel kook ik gezond, anders grijp ik naar het snellere voedsel.

Een gynaecoloog geeft tips in tijdschrift ‘Margriet’, zinnige tips, al is tip één wat lastig voor deze kneus.

‘Beweeg!

Lichaamsbeweging helpt tegen opvliegers, je hoeft je niet ademloos te rennen, lopen mag ook.’

Tja, dat wordt lastig. Ik moet toch iets anders verzinnen om mijn ademhaling te versnellen. Misschien een goede horrorfilm? Of liever naar knappe brandweermannen kijken, op orders van dok?

De verdere tips zijn uitvoerbaar, vitamine D (al moet ik met mijn lijf de zon voorzichtig aanpakken), oppassen met de koolhydraten (geldt ook voor rollers), veel groene en fruit (working on it), een screening na de vijftig (zal de zorgverzekeraar leuk vinden) en hormonen (nah daar ben ik na jaren pilgebruik eindelijk vanaf).

Ik las trouwens dat er iets nieuws ophanden is, een Britse privékliniek vriest een deel van de eierstok in om die later terug te plaatsen. Het lichaam denkt dat je twintig jaar jonger bent en wordt gefopt, waardoor de overgang uitgesteld wordt, maar of dat nu zo’n goed idee is vraag ik me af…

Ik sla me er wel doorheen, zoals ik me overal doorheen sla. Door gewoon te blijven ademen (goede tip van Tien). Ik ben blij dat ik ouder mag worden en de fysieke ongemakken die erbij horen, ach die heb ik grotendeels toch al 😉.

Willen en kunnen

Een van mijn grootste gevechten, het gevecht dat plaatsvindt in mijn geest. Het gevecht dat ik zo moeilijk kan vertalen naar mijn lijf. Op tijd pauze nemen, op tijd stoppen. Luisteren naar het fluisteren. Ik wil wel, maar het lukt niet. Of wacht, daar zit wellicht het grootste probleem; ik wíl niet…

Ik mag een leuke klus doen. Ik mag even terug naar dat waar ik voor geleerd heb. Dat waar ik jaren van droomde mag ik nu doen. Ik zeg geen nee en ga vol enthousiasme aan de slag. Ik geniet, ik zit met een lach van oor tot oor achter mijn laptop. Daarnaast vloek, scheld en tier ik als het niet gaat zoals ik wil dat het gaat, maar dat hoort bij mij. Ik los het weer op en ga door (en door en door). Dat laatste, dat tussen de haakjes is mijn probleem. Ik ben slecht met pauzeren, dat had ik op mijn werk al. Als ik mij stort op een project dan ga ik, meer dan honderd procent.

Ik weet dat ik moet werken met een wekker, met een activiteitenplanner. Ik weet dat ik op tijd moet pauzeren, ik ken de theorie, maar ben oh zo slecht in het in praktijk brengen ervan. Het is dat willetje, dat enorm sterke willetje. Dat stemmetje in mijn hoofd dat zegt ‘nog vijf minuutjes’. Het probleem is dat het dat blijft zeggen, ik negeer mijn gewiebel (dat duidelijk aangeeft dat mijn rug het niet langer trekt), ik negeer de brandende pijn in mijn schouder (die ‘as we speak’ compleet in de hens staat) en buffel gewoon door. Het moet af, omdat ik dat wíl!

Kunnen en ik hebben al jaren ruzie. Kunnen bezorgde me een vaste aanstelling als beroepskneus, oh wacht, níet kunnen was daar debet aan. Willen heeft me jaren op de been gehouden. Willen heeft me tot twee keer toe terug gevochten in het bedrijfsleven. Kunnen, niet kunnen, zag, kwam en overwon uiteindelijk helaas toch. Ik kon willen wat ik wilde, maar mijn lijf gaf er de brui aan. Het grote instorten, het staat me blijkbaar niet helder genoeg meer voor de geest.

Laten we zeggen dat dit project weer goed duidelijk maakt waarom ik niet langer werk. Ik wil wel, maar erger me mateloos aan mijn eigen tempo. Aan de foutjes die ik keer op keer moet corrigeren. Aan mijn lijf dat er steeds de brui aan geeft. En tegelijk ben ik verrekte trots op mezelf, want ik geef het niet op. Het kost me meer, meer tijd, meer energie, letterlijk bloed, zweet en tranen, maar ik doe het wel! Een uitzondering, dat wel, voor iets uitzonderlijks.

Mensen denken dat thuiszitten leuk is, dat je achterover kunt leunen en kunt ‘cashen’. Laat me je uit de droom helpen, het is niet leuk. Het is frustrerend, pijnlijk, strontvervelend, vermoeiend, eenzaam, saai en het levert in verhouding ook nog eens geen drol op. Ik ben dankbaar hoor, voor het vangnet, maar ik had best potentie. En ambitie, maar dat heb ik nog steeds! geloof mij, ooit kennen mensen mijn naam. Ooit maak ik mijn dromen waar. Misschien niet helemaal zoals ik dat vroeger voor me zag, maar ik maak stappen.

Ik ben de schildpad in het verhaal met de haas, ik vorder gestaag, maar ik heb een doel voor ogen. Mijn wilskracht was dan misschien mijn ‘Waterloo’, maar ooit zal ik overwinnen. Het vergt misschien wel meer wilskracht, meer energie, meer tegenslagen, een groter gevecht, maar ooit vind ik de manier en overwin ik mijn hoofd…