‘Powerstory’

Gister las ik een bericht op de website van ‘Wendy’. Over een vrouw die twee ton per jaar verdiende en wiens leven draaide om haar werk. Ze besloot een ‘sabbatical’ te nemen en belandde zo in een soort van identiteitscrisis. Moest ontdekken wie ze was zonder haar werk. Hoe ze was overgenomen door succes, status en hebberigheid. Hoe ze na een pittig gevecht met zichzelf nu werkte als coach en zichzelf herontdekt heeft (dit is de extreem korte samenvatting van de ‘powerstory’ van gister).

Geen commentaar hierop hoor, indien je dat nu verwachtte. Ik vind het knap dat ze er op eigen kracht uit is gestapt en zichzelf hervonden heeft. Het enige dat me altijd ietwat stoort in dit soort verhalen is dat het wordt neergezet als het toppunt van kracht. Dat komt vooral doordat het een beslissing uit eigen koker is. Mensen hebben soort van ontzag daarvoor. Je zet vrijwillig je leven op zijn kop en komt er sterker uit, dat is ultieme ‘girlpower’! Nog steeds prima hoor, maar hoe komt het dan toch dat mensen die in de problemen komen buiten eigen schuld en daardoor hun leven volledig om moeten gooien zo anders bejegend worden?

Ze schrijft dat ze door een heel proces is gegaan. Een proces van verlies en rouw. Ik citeer even:

‘Het dieptepunt in deze periode waren mijn eerste 8 weken. Ik ging werkelijk waar kapot. Iedereen zei veel plezier, maar zo voelde het totaal niet. Ik voelde me helemaal niets meer, alleen maar schuldig en eenzaam. In het begin voelde ik mij zo kwetsbaar en stuurloos, ik zocht naar antwoorden op Google: ‘eerste hulp bij sabbaticals’. Ik voelde me depressief. Achteraf is dat super logisch en nu begrijp ik dat mensen dat ook kunnen ervaren bij hun pensioen. Ik was er van in de war, een overweldigend gevoel.’

Ik kan me dit gevoel meer dan voorstellen. Ik ben daar ook doorheen gegaan en dieper durf ik te stellen.

Als je je baan verliest, om welke reden dan ook, ga je door eenzelfde proces. Je voelt je inderdaad stuurloos, onzeker, nutteloos, alleen. Als je vrijwillig je baan aan de wilgen hangt is dat in ieder geval nog een eigen keuze. Met een salaris van twee ton per jaar heb je waarschijnlijk ietwat achter de hand op financieel gebied. Als je onvrijwillig thuis komt de zitten komen daar nog een paar extra ‘issues’ bij, gratis en voor niets. Geldzorgen bijvoorbeeld, Nederland heeft een mooi vangnet, maar je dondert toch dertig procent achteruit in inkomen. De wachtgeldregeling geldt niet voor de meeste mensen. En ja, nu kan er een hele preek volgen over spaarpotjes enzo, maar ja niet iedereen heeft die mogelijkheden of niet iedereen is zo vooruitdenkend. Dom? Misschien wel ja, ik denk eerder naïef, maar goed, niet iedereen heeft een salaris van twee ton.

Qua nutteloosheid kan ik je verzekeren dat ook dat een tandje minder is wanneer je zelf een pauze neemt. Als je eruit gegooid wordt komt daar het gevoel bij dat je op een of andere manier toch tekort geschoten bent. En als je arbeidsongeschikt wordt is het nogal lastig dat gevoel van nut vast te houden. Ik heb regelmatig gedacht (en gevraagd) wat mensen nu nog met mij moeten. Dat gevoel van nutteloosheid blijft regelmatig de kop opsteken. Het is nogal lastig te onderdrukken en al weet ik best dat ik mijn eigen nut heb en ben ik blij met onze stichting en mijn schrijfsels, helemaal weg is het nooit.

Ik kan een mooi voorbeeld geven; Lewis moet leren dat hij ook buiten de veiligheid van onze tuin zijn behoefte doet. Dat laatste was eigenlijk, vooral voor mij, wel makkelijk. Gooi even de deur open en klaar (natuurlijk wel even de shit opruimen, maar dat lijkt me logisch), maar we kwamen bij een nachtje B&B testen voor een uitdaging te staan. Meneer hond deed niets, behalve piepen dat hij eruit moest. We zijn van ellende ‘s avonds weer naar huis gegaan alwaar hondlief opgelucht zijn blaas leegde. Niet handig dus… Nu moet er serieus getraind worden. Dit vergt vooral veel geduld en doorzettingsvermogen. Ik heb een behoorlijke dosis van beide (wel geleerd in al die jaren thuiszitten), maar ook fysiek vergt dit veel, zeker van mij. Zo ben ik vanmorgen al vier keer met hem naar buiten gelopen. Meneer piepte en floot, leek serieus wel een kanarie, maar eenmaal buiten kwam er niets. Ja, hij zeulde met takjes, blikjes (hij doet aan schoonwandelen) en vers gemaaid gras, maar kakken ho maar. Ik heb de energie niet die nodig is voor zo’n exercitie. Dat leidt dan weer tot serieuze frustratie van mijn kant, die weer leidt tot dwarsheid in meneer hond, die mij tot in detail weet te spiegelen. Geen goede start van de dag. Ik voel mij totaal nutteloos en kan wel janken van frustratie op zo’n moment.

Ik dwaal weer af, het ging me om een stukje irritatie dat het verhaal op de pagina van ‘Wendy’ bij me oproept. Ik vind het echt wel knap dat ze het aandurfde, maar waar is de aandacht voor al die mensen die geen keuze hebben gehad? Die zich amper staande weten te houden? Misschien lijkt dat geen ‘powerstory’, omdat er geen ultiem succes aan vast zit? Toch heb ik misschien wel meer respect voor al die mensen die altijd roeien met de riemen die zij hebben. Die altijd tegen de stroom in moeten gaan, die voor alles moeten vechten. Niet alleen tegen dat eeuwige gevoel van nutteloosheid, maar ‘als bonus’ ook tegen de opinie van de meerderheid.

Lekker bodypositief!

Het brengt nogal wat teweeg in medialand, Linda in bikini op de cover van haar blad. Ik lees reacties die echt alle kanten op gaan. Ik lees van ‘wat goed dat ze dat durft’ tot ‘dat is niet haar eigen lijf’ en alles ertussenin. Het is best iets, in bikini op de cover, zeker als je bekend bent en mensen al hun frustraties over hun eigen figuur over je denken te kunnen en mogen uitstorten. Lastig voor je zelfbeeld denk ik, je moet dan best sterk in je pumps staan.

‘Bodypositive’, dat moeten we zijn. Trots op ons lijf! Toch is die trots bij veel vrouwen ver te zoeken. Ik geef het eerlijk toe, ik worstel mijn hele leven al met mijn lijf. Niet alleen omdat het me vaak in de steek laat, gelukkig mag ik nog rondhobbelen, al is het vaak als een pinguïn. Nee, ik heb mijn hele leven lang al ‘issues’ met mijn figuur. Als kind vond ik mezelf te dik. Ik had de zogenaamde ‘schaatsers benen’, gespierde, flinke bovenbenen. Ik haatte ze! Ik wilde mooi en dun zijn, ik vergeleek mezelf met frêle meisjes en dat vergelijk viel echt nooit goed uit in mijn voordeel. In onze jeugd was er geen sprake van ‘bodypositive’, het oordeel te zwaar viel al snel en mijn zo gehate maat 38, met brede heupen viel eerder onder ‘bodynegative’.

We leven in een tijd waarin, dubbel genoeg, iedereen mag zijn wie hij wil zijn en tegelijk iedereen, mede door Social media, onder een vergrootglas ligt. Een foto van een bekendheid in bikini wordt enerzijds compleet de hemel ingeprezen voor lef en durf en wordt anderzijds compleet met de grond gelijk gemaakt. Aandacht trekken, Photoshop, plastische chirurgie, alle valse registers worden opengetrokken om vooral het negatieve te benadrukken. Het zal toch echt niet zo zijn dat een vrouw als Linda iets positiefs wil bereiken met haar blote buik en benen?

‘Bodypositive’, Miljuschka gooit regelmatig haar rolletjes op Instagram. Ze brengt zichzelf open en enigszins bloot in beeld om te laten zien dat zij helemaal ok is met haar lijf. Ze zit prima in haar mooie velletje. Ook Linda heeft op dit moment blijkbaar geen ‘issues’ met haar bikinitop, of ‘bottem’. Ze straalt zelfvertrouwen uit en dat mag ook. Dat is het hele idee achter ‘bodypositivity’. Iedereen mag er zijn, iedereen mag blij zijn met zichzelf. Het klinkt zo simpel, wees trots op jezelf, voel je fijn in je eigen velletje. Helaas is het oordeel van de samenleving nog altijd keihard en oordelen we vaak nog harder over onszelf.

Ik heb het inmiddels redelijk losgelaten. Ik ben blij met mijn maatje 38, laten we zeggen dat ik erin ben gegroeid, op meerdere fronten. Zoals ik bij de fotoshoot voor Libelle al zei, ik ben blij dat ik er mag zijn. Gezondheid is zoveel belangrijker dan het uiterlijk! Daarnaast denk ik dat uitstraling iemand mooi maakt en zelfvertrouwen is daar enorm belangrijk voor!

Ik ben inmiddels bodypositive, mijn lijf past mij prima, inclusief rolletjes, deuken, littekens en rimpels. Én mijn stoel, want die hoort erbij!

Fotoshoot voor Libelle, fotografe Petra Hoogerbrug, mua Astrid Timmer

Training

Ok, even dik, vet opscheppen hoor 😉. Vanmorgen een trainingssessie met Lewis gefilmd, goed hè 😉?

  • Thuis loop ik stukjes en sta ik ook, omdat ik na de nacht het ook fijn vind even niet te liggen en ik het zitten liefst beperk in verband met zenuwpijn. Waarom ik dit zeg (eh schrijf)? Geen idee, omdat ik me ergens altijd verplicht voel me te verantwoorden denk ik. Het sluipt erin, ik heb me zo vaak moeten verdedigen, het wordt een gewoonte. *

Het doet in ieder geval niet terzake voor bijgevoegd filmpje en ook doet het niets af aan mijn trots op mijn hond én op ons als team!

Oneerlijk

Met de regen en de wind komen de gedachten. Bij mooi weer bloei ik op, bij regen en kou past mijn hoofd zich aan. De gedachten zijn grijs en miezerig, bewolkt. Berichten op Facebook helpen niet, ik kan echt maar één conclusie trekken; de wereld is oneerlijk. Het is oneerlijk verdeeld.

Ik heb het niet over mezelf, vergeleken met andere lotgenoten heb ik weinig te klagen. Ok, vergeleken met een grote groep weer anderen heb ik het kortste strootje getrokken, maar die gedachte stop ik snel weer terug achter het deurtje waar hij vandaan komt. Ik wil geen slachtoffer zijn en ik heb naast de minpunten ook best een aantal pluspunten.

Ik las weer een bericht van een lotgenootje dat naar Barcelona moet voor een operatie aan instabiele nekwervels. De techniek die gebruikt wordt in Barcelona is ook bekend hier in Nederland. Waarom worden ze dan niet hier geopereerd? Omdat EDS niet op het lijstje staat als ‘de operatie werkt’, er is hier geen onderzoek gedaan naar EDS en CCI (Craniale Cervicale Instabiliteit). Ik begrijp hier met mijn simpele gedachten echt geen snars van. EDS, hypermobiele type. Leven met instabiliteit, in armen, benen, torso én nek, zo onlogisch is dat toch niet? Hoe kunnen artsen niet begrijpen dat dit zo is?

Ik hou het verhaal even bij mijn klachten, ik kan tenslotte alleen vanuit mijn eigen ervaring spreken. Ik heb al jaren het gevoel dat mijn wervels verschuiven, maar dat kan niet volgens artsen. Het staat niet geschreven in het grote wijze boek der artsen en dus bestaat het niet. Ik heb verschillende lotgenoten die door onbekende oorzaak overvallen worden door aanvallen van spierspasmes die zeer heftig kunnen zijn. Onmogelijk volgens artsen. Het raadsel van onze ondertemperatuur, zeker in combinatie met de discussie over al dan geen koorts bij een dus lagere temperatuur is er ook zo eentje. Het kan niet, punt. Zoonlief heeft ooit een temperatuur gehad van 34,5. Dan is de reactie van de arts dat de thermometer kapot is. Het komt niet in hun hoofd op verder te kijken, buiten het kader van hun opleiding, buiten het kader van de boekjes en zeer zeker niet zonder duur, wetenschappelijk onderzoek.

Daarmee zijn we weer bij de nekinstabiliteit belandt. Er is veel en lang (duur) onderzoek nodig. Resultaten uit het heden zijn blijkbaar niet genoeg om het leven van een groot aantal lotgenoten te redden. Weer maakt het stempeltje van de aandoening het verschil. In dit geval het verschil tussen (over)leven in een donkere kamer, geen licht en geluid en een kans op een enigszins normaal leven. Dat zeg ik, het leven is oneerlijk…

  • Voor ik weer commentaar krijg dat ik generaliseer en alle artsen over één kam scheer; er zijn ook goede artsen, helaas zijn er ook veel die niet buiten de kaders durven te denken *

Studioperikelen

Afgelopen zaterdag mocht ik meedoen aan de opnames van ‘Hard spel’. Een compleet nieuw programma op NPO 1 met Richard Groenendijk als kersverse Quiz master. Ik had mezelf opgegeven en werd eruit gepikt, na een aantal telefonische casting momenten en een voorstelrondje op video en via FaceTime was ik door voor het echie. Het was een spannende dag op verschillende fronten!

Een van mijn lieve kneuzenvriendinnen zou mij vergezellen naar de studio, maar wij kneusjes weten als geen ander dat niet alles altijd loopt zoals van tevoren bedacht. Haar gezondheid gooide roet in het eten en zo moest ik op zoek naar plan B (en C en D). Iedereen om mij heen had werk of andere bezigheden en zo leek het erop dat ik de kneuzentaxi in moest gaan schakelen. Ik heb een beetje een haat/liefde verhouding met de Valys. Het is top dat het er is, maar bij mij gaat er vaak iets mis. Ik kan sowieso slecht zitten en het rondrijden van meerdere mensen werkt niet in mijn voordeel. Als ik dat zou hebben voor- en na zoiets als een studio opname, iets dat toch al vrij pittig is voor mij, zou dat mij niet veel goed doen. Gelukkig ben ik tegenwoordig een stuk brutaler, of assertiever, het is maar hoe je het beestje noemt en had ik de tegenwoordigheid van geest de productie in te schakelen om hen te vragen of zij een oplossing wisten. Zij stuurden een taxi en zo kon ik mooi op tijd in de studio zijn. Plan E geslaagd, dacht ik.

Om klokslag kwart voor één stonden zoonlief (mijn begeleider) en ik klaar. Opmerkelijk, want ik ben eigenlijk standaard te laat, maar alles was klaar voor vertrek. Behalve de taxi. Om één uur begon ik mij wat zorgen te maken en appte ik met mijn contactpersoon. Gelukkig, want er bleek een miscommunicatie en de taxi was niet onderweg naar mij. Er werd een nieuwe taxi geregeld, maar die moest eerst nog naar ons toe en zo stapten we uiteindelijk drie kwartier te laat in. Eenmaal op lokatie werden we met bloedspoed door de al volle studio geracet naar de visagie. Mijn vaste schoonheidsspecialiste had mijn make up al in orde gemaakt en dat bleek maar goed ook. Beetje bijpoederen en door naar mijn eigen kleedkamer voor een kledingwissel en een zender. Tussen de bedrijven door kreeg ik de speluitleg en binnen een kwartier zat ik op mijn kruk in het decor. Weinig tijd voor zenuwen en dat was dan wel weer prettig.

Het spel is niet zo ingewikkeld, vragen beantwoorden en op tijd op de knop drukken, check! Gaan met die banaan! Ik had leuke medekandidaten en Richard is een leuke quiz master, vind ik tenminste. Ik ga niets verklappen over de vragen, antwoorden of uitkomst, maar mag wel vertellen dat mijn specialisme een zepige variant op mijn dagelijks leven is; ziekenhuisseries dus. Ik ben gek op ‘Grey’s anatomy’, ‘ER’, ‘Code Black’ en ‘House’. Ik heb bijna alle afleveringen meerdere keren gezien en achtte mij dus best goed op de hoogte. Hoe het mij verging kun je a.s. Zaterdag zelf bekijken om 21:30 uur op NPO1!

Na de opname mochten we een hapje mee eten en werden we weer naar huis gebracht door een vriendelijke jongeman uit het productieteam. Ik wilde graag nog even op de foto met Richard en hem mijn boekje overhandigen. Toch een beetje extra bekendheid proberen te geven aan EDS, je moet je kansen pakken nietwaar? Richard is in het echt net zo leuk als op tv en wilde best even tijd nemen voor mij, heel fijn! Daarna stapten we in de auto en gingen huiswaarts.

Mensen vragen zich soms af hoe ik dat doe, zo’n dag. Het is compleet anders dan een dag liggen, dat klopt. Een dag als zaterdag doe ik op adrenaline, dat geeft je op zo’n dag de houvast om het vol te houden. Helaas houdt dit niet eeuwig aan en volgt de boete altijd. Extra pijn en extra vermoeidheid zijn het gevolg. Dat geeft niet, ik calculeer het in, het is niet anders. Ik heb een super leuke dag gehad, iets dat je niet iedere dag beleeft en ik ben wederom dankbaar dat ik dit mocht meemaken! Zaterdag kun je zelf bekijken hoe het gesteld is met mijn kennis, kijken jullie ook?

Hondenleven

Vanmorgen stond er een bezoekje dierenarts op ons programma. Lewis is vorige week gecastreerd en vandaag moesten we op controle. Kijken of hij weer romperloos door het leven mag. Overdag houden we hem goed in de gaten en heeft hij al geen romper meer aan, maar ‘s nachts nog wel.

Zo waren we vanmorgen al op tijd op weg. Lewis vindt de dierenarts leuk, veel speelkameraadjes lijkt hij te denken. In theorie misschien, maar de praktijk wijst uit dat Lewis wat te enthousiast is voor de kleinere rassen. Lewis vindt alles en iedereen leuk, vol enthousiasme kwispelend rent hij overal op af. Wat dat betreft lijkt hij wel wat op mij. Hij benadert iedereen met een open blik en een lach op zijn snoet. De dierenarts heeft de hechtingen verwijderd en wat pus uitgedrukt. Het knoopje irriteerde (ook wat dat betreft lijkt hij op mij), we hopen dat het nu goed kan genezen. Hij heeft wat verhoging, dus goed in de gaten houden. Lewis is geen pieper, hij gaf geen kik. Vrolijk kwispelend, blij snuffend verlieten we de praktijk.

We trekken de aandacht, Lewis en ik. We hebben natuurlijk even laten zien wat we kunnen en heel eerlijk, hij doet het zo goed! Als ik zie wat Lewis al kan voel ik me zo trots als een aap met zeven lullen. Dit is grotendeels te danken aan mijn trainers, wat een verschil is dit met de training van onze Joppe. Joppe was een zeer vriendelijke, maar ook stronteigenwijze Friese Stabij waarmee ik de puppycursus volgde. Joppe blafte de hele zooi bij elkaar. Wat hij wilde zeggen weet ik niet, want ik sprak geen ‘honds’. Mijn trainster riep constant dat ik hem uit de situatie moest halen en daarvoor was er een heg, waar ik met Joppe achter moest gaan staan. Zo gauw we echter het veld weer opliepen begon hij opnieuw te blaffen en kon ik weer terug naar de heg. Ik voelde mij als een stout kind in de hoek en liep alleen maar heen en weer tussen veld en heg. Meer fitness dan cursus dus.

Nu het dan later is, en ik weet wat ik toen niet wist (mooie zin, even geleend van de 3JS) snap ik dat mijn trainer eigenlijk geen idee had van wat Joppe wilde. Ik stak weinig op van de cursus en leerde vooral in de praktijk. Dat ging niet makkelijk, we leerden met heel veel vallen en nog meer opstaan, maar ach ook dat past wel bij mijn karakter. Gelukkig heb ik nu trainers die het ‘honds’ beheersen. Ik leer dus kijken naar gedrag en het communiceren tussen Lewis en mij gaat steeds beter. Hij loopt netjes naast mijn rolstoel en ook naast mijn scootmobiel. Hij komt terug als ik hem los laat lopen en ook bij de Intratuin gedraagt hij zich, zeker voor een pup van zes maanden, prima.

Eergisteren liet ik mijn sleutels vallen en Lewis raapte ze op en gaf ze terug. Dat zijn van die momenten dat ik overloop van trots! Of als we bij mijn ouders zijn en Lewis keurig gaat liggen. Of dat hij binnen bij de dierenarts naast me komt zitten, terwijl er drie andere honden rondlopen. Natuurlijk gaat het ook weleens anders, maar hallo, hij is net als een klein kind eigenlijk.

Ik had een idee in mijn hoofd over het hebben en opleiden van een hulphond, maar ik had geen idee van de échte waarde. Lewis betekent zoveel voor mij. Zijn mentale steun is niet te begrijpen als je het niet zelf meemaakt. Ik kom weer buiten. Ik spreek weer mensen. Het is best zwaar, fysiek, maar ik krijg er zoveel voor terug! Mijn dagen bestaan uit het uitlaten en met hem kleine dingen oefenen. Een balletje gooien kan liggend, dat scheelt. De band tussen hond en baas is sterk, de band tussen baas en hulphond is nog sterker. Hij maakt mijn wereld groter, hij is mijn steun. Als we samen op pad zijn voel ik mij niet als de vrouw in de rolstoel, hij maakt dat ik weer heel ben als het ware. Dat klinkt misschien raar, maar zo voel ik dat.

Ik begrijp nu pas echt hoeveel een hondenleven kan toevoegen aan een mensenleven. Dit is meer dan hond en baas, dit is een echte twee-eenheid. Lewis is een verlengstuk van mij. Hij is er, zonder oordelen, zonder druk. Hij is een van de beste keuzes die ik gemaakt heb in mijn leven!

Luilekkerland

Het is een mooie dag om je druk te maken over het feit dat je ‘heerlijk’ in de tuin mag liggen met dit mooie weer. Het is mijn temperatuur. Bij een opvlieger koel ik niet teveel af, trouwens iedereen zweet want het is heet en mijn lijf voelt iets minder pijnlijk aan bij deze temperaturen. Het maakt dat ik iets beter kan ontspannen. Ik ben er dus blij mee, geluk zit in kleine dingen.

Over klein geluk gesproken. Veel mensen beseffen niet wat ze hebben. Ze maken zich druk over geld, over grote auto’s en mooie vrijstaande huizen. Ze werken zich een slag in de rondte om in al het materiële te voorzien. Ze kijken misschien met enige jaloezie naar mij, naar hoe ik leef in mijn ‘luilekkerland’. Naar hoe ik zonder ook maar iets te doen mijn geld binnenhark (gebruik maar even de hark omdat mijn armen niet functioneren) en naar hoe ik van ‘hun’ belastingcenten mijn wagenpark bekostig. Naar hoe ik op een mooie dag de hele dag op mijn gat mag blijven liggen met mijn boekje. Ach, misschien denken mensen dat wel helemaal niet. Misschien denk ik alleen dat andere mensen dat denken. Misschien is het wel mijn eigen onderliggende schuldgevoel dat praat.

Schuldgevoel? Waarover? Nou, ik ben in de luxe positie dat ik met een beetje geluk manlief straks in mag gaan zetten als mijn hulpverlener. Nu verleent hij al hulp, maar nu doet hij dat naast zijn volledige werkweek. Als ‘bonus’ mag hij bij thuiskomst opnieuw aan het werk. Ook nu hoor ik de mensen al denken, ‘is dat dan zoveel werk? Eh ja dus, opruimen, huishouden, helpen met Lewis, mij overal naartoe begeleiden, want zelf ergens heen gaan is er niet vaak meer bij, het is een werkweek bovenop een werkweek. Straks kan hij meer thuis zijn om mij te helpen en dat is heel hard nodig want ik ben langzaam aan het verzuipen en ik niet alleen.

Ik heb orders gekregen uit verschillende (medische) hoeken. Ik mág alleen maar dingen meer doen die niet moeten. Luxe positie dus, luilekkerland in optima forma. Wie droomt daar nu niet van, alleen maar dingen mogen? Niet langer ook maar iets moeten? Ik zou er zelfs niet van dromen als mijn lijf normaal zou functioneren. Ik kan je namelijk vertellen dat het knap lastig is, dat alleen maar mogen. Ten eerste omdat mijn lijf nog steeds niet wil. Mijn hoofd wil wel, dus die discussie duurt eindeloos voort. Daarnaast heb ik enorm last van keuzestress; kijk als ik iets doe wat moet gebeuren is die keuze er niet. Dan doe ik dat en stort daarna voorzichtig ter aarde. Nu mág ik alleen iets doen waar ik zelf voor kies en nu weet ik het niet. Soms is moeten makkelijker dan mogen, neem dat maar van mij aan. Het is geen makkelijke keuze als je maar maximaal één ding per dag op de kalender kunt zetten.

Als je het op een bepaalde manier bekijkt lijkt het alsof ik mij bevind in luilekkerland. Ik heb echt alles dat mijn hartje begeert. Ik heb een lieve man, een fijne zoon, geweldige ouders, lieve vriendinnen. Ik heb een fijn, grotendeels aangepast huis en mijn eigen kneuzenbus. Ik heb een compleet wagenpark bestaande uit een elektrische rolstoel, een handrolstoel en een scootmobiel (overgenomen oudje). Ik heb zelfs een geweldige hulp in opleiding in de vorm van Lewis. Ik heb kortom alles wat ik me wensen kan, behalve een gezond gestel…

Verdeeld

Het is weer zover. Mijn gedachten vliegen alle kanten op. Ik voel me verscheurd in het moment. Verscheurd door verschillende meningen, door het gevoel kant te moeten kiezen. Verscheurd omdat ik aan beide kanten van de verschillende discussies pluspunten vind zitten. Maar ook minpunten en die laatsten maken dan ook dat mijn gedachten alle kanten op vliegen.

We leven in een wereld van uitersten, zeker nu. De wereld der mensen bevindt zich op een kantelpunt. Als het Covid virus één ding duidelijk heeft gemaakt is het wel dat. We hebben allemaal gezien wat onze levensstijl doet met onze planeet. We zijn met onze neus niet zachtzinnig op de feiten gedrukt. We beloofden beterschap. Zes weken lang waren we samen van plan de wereld te redden. We deden het sámen, het virus zorgde voor een eenheid. Samen stonden we sterk. Dit varkentje gingen we wassen! De resultaten waren verbluffend, de zorg kreeg wat ademruimte en de kwaliteit van de lucht verbeterde zonder vliegverkeer en zonder files. Een kanteling, nu komt het écht binnen bij mensen, dacht ik.

Drie maanden verder zijn de mensen het vooral spuugzat. ‘We’ is verworden tot ‘ze’. Je bent ‘voor’ maatregelen of ‘tegen’. De wereld is verscheurd. In Brazilië laten ze het virus lekker zijn gang gaan, allemaal onzin de maatregelen, het komt zoals het komt. Dood gaan we toch wel een keer, grote opruiming. Helpt wel bij het probleem van de overbevolking. Ik hoor de complotdenkers al denken ‘vooropgezet plan van de regering maakt eind aan overbevolking’. Of dat nu de juiste manier is waag ik te betwijfelen, maar dat is slechts mijn mening.

Op Facebook zie ik de discussies steeds verhitter worden. Ik heb genoeg hittegolven in mijn leven door de overgang en brand mijn vingers er niet meer aan. Of toch wel? Dat zal blijken bij de reacties op dit bericht denk ik. Aan de ene kant delen en schreeuwen de anti-spoedwet aanhangers. Of ik soms gek ben dat ik de anderhalve meter maatschappij als het nieuwe normaal zie. Eh, nee, ik zie dit niet als het nieuwe normaal, alhoewel ik het soms best als een soort van prettig ervaar dat mensen niet binnen mijn persoonlijke cirkel komen. Ik ben niet zo’n knuffelaar. Al vind ik de anderhalve meter soms ook best lastig, over het algemeen is het prima te doen. ‘Robots van de regering’ dat worden we, blijkbaar. Ik geef toe, ik ben wat naïef, maar ik denk dat dat niet de achterliggende gedachte is. Alhoewel sommige machthebbers misschien kwijlen bij deze gedachte, vertrouw ik op ons democratisch systeem. Ik voel echter de druk oplopen tussen de verschillende kanten. Ik ben het op bepaalde punten eens met de voorstanders en op andere met de tegenstanders. Het is niet zo zwart-wit.

Over zwart-wit gesproken; ook die discussie heeft meerdere nuances. Ik volg een pagina over racisme, maar waar dat begon als een ‘eye-opener’ voel ik ook daar nu de verdeeldheid juist oplopen. Overal lees ik ‘we’ versus ‘ze’, aan de ene kant ben ik blijkbaar ‘we’, aan de andere ‘ze’. Zo komen we nooit tot elkaar! Ik denk dat open communicatie het begin is, maar de (over)gevoeligheden maken dat open communicatie bijna onmogelijk is voor sommige mensen. De verdeeldheid van vooroordelen breekt het gesprek al af voor het is begonnen.

Ik wil nadenken over mijn mening voor ik hem geef. Ik wil luisteren naar anderen, ik wil me inlezen en proberen in te leven. Soms buig ik naar links en soms een beetje naar rechts. Soms sta ik stil in het midden; als een rietstengel die zich mee laat voeren door de wind. Pas als de storm geluwd is, de wind is gaan liggen ben ik in staat de voors en tegens af te wegen en krijgt mijn mening vorm. Hoe dan ook blijft er altijd weer kans op wind, mee of tegen, die mijn mening kan doen veranderen. Voortschrijdend inzicht, we leren van elkaar. Van het heden en het verleden. Samen maken we de wereld mooi. Dit jaar, deze pandemie, deze roerige tijd geeft ons een kans de wereld te veranderen, linksom of rechtsom, of juist toch in het midden…

Verhalende dromen

Vorige week las ik met tranen in mijn ogen het krantenbericht van Marc de Hond (Volkskrant). Zijn laatste interview, zijn woorden raakten me diep. Ik voel ergens een verwantschap en tegelijk realiseer ik me dat zijn schoenen zoveel groter zijn dan de mijne. Hij was en is nog steeds een inspiratie voor zoveel mensen. Inspiratie op macro niveau, hij heeft een blijvende indruk gemaakt. Ik probeer soortgelijk iets, alleen opereer ik op micro niveau. Hij inspireerde mij, niet dat ik nu een ernstige ziekte ambieer, maar dat ambieerde hij ook niet. Ik herken het gevoel dat je beperking je een verhaal geeft om te vertellen. Iets dat de mensen moeten horen en als ze je grapjes dan niet waarderen is daar toch nog onderliggend dat verhaal. Je beperking maakt dat je ineens interessant bent. Je beperking geeft je mogelijkheden.

Ik heb me weer iets in mijn kop gehaald, ik wil proberen of ik niet een beetje model kan spelen. Niet te vaak, dat kan mijn kneuzerige lijf niet aan, maar gewoon zo af en toe. Rolstoelers moeten meer in beeld. Ik heb me een aantal bladen ten doel gesteld; Margriet, Libelle, Vrouw, daar pas ik best denk ik. Als het dan als columnist niet lukt, dan maar als model.

Om dit voor elkaar te kunnen krijgen heb ik een portfolio nodig. Nu heb ik wel een portfolio, maar dat is er eentje als fotograaf. Daarin staan foto’s van anderen, niet zo geschikt voor dit doel. Om een goed en afwisselend portfolio op te bouwen heb ik een team nodig; fotograaf, visagiste, stylist misschien. Ik deed hiervoor een oproep en was zeer aangenaam verrast over het aantal lieve en behulpzame mensen.

Ik ben enthousiast, ik vind dit leuk. Mijn lijf vindt het allemaal wat minder geslaagd, maar mentaal heb ik dit soort dingen soms gewoon echt even nodig. Om te laten zien dat ik nog mee tel misschien? Of om een stiekeme jeugddroom te verwezenlijken? Ik droomde vroeger weg bij Miss Universe en Miss world, maar had noch het lijf noch het gezicht van een Miss. Terugkijkend naar foto’s van een jongere ik was ik een stuk minder lelijk dan ik dacht, maar Miss materiaal was ik niet. Mijn beperkingen geven me in dat opzicht nu mogelijkheden en ik heb gek genoeg meer zelfvertrouwen als vroeger. De rolstoel maakt me niet langer onzeker, hij is meer een soort toegevoegde waarde. Ik ben meer dan een aardig snuutje, ik heb een verhaal te vertellen en ik heb een missie!

Dankzij mijn oproep mag ik nu onderdeel gaan uitmaken van een aantal toffe concepten. En niet omdat mensen medelijden hebben, nee omdat ze echt iets in mij zien! Zo mag ik een onderdeel zijn van een heuse campagne, eentje met een doel (daarover later meer). Mag ik met een paar fijne fotografen werken. Zijn er mensen die onderdeel uit willen maken van ‘team Kneus’.

Gelukkig heb ik ook thuis een team dat mij hierin steunt, want zonder hun hulp ben ik nergens en kom ik ook nergens. Als ik altijd maar toegeef aan de grillen van mijn lijf bestaat mijn leven uit wachten op leven en dat vertik ik. Het is niet altijd makkelijk, het gaat niet zonder consequenties, maar sommige dromen komen uit en daar ga ik voor!