Touwtjes

Je kunt van alles willen, maar je hebt niet altijd alles zelf in de hand. 

Ik had als jonge moeder het idee altijd te blijven werken. Ik vond mijn werk leuk, mijn collega’s leuk en had de tijd in een andere omgeving, vol prikkels nodig. 

Dacht ik. Het leven dacht er anders over. 

Ik deed het een paar jaar, werken, naar school, eigen bedrijf opstarten, moeder zijn (iets te veel in die volgorde ook vind ik nu met terugwerkend inzicht). Ik had prikkels nodig. Druk. Dan was ik op mijn best. Dat ik keer op keer uitviel na een groot project, tja, dat was te danken aan mijn lastige en onvoorspelbare lijf. Dat eigenlijk niet eens zo heel onvoorspelbaar was, want ik kon op mijn vingers natellen wat stress en druk voor mijn lichaam betekenden. 

Ik wilde steeds meer, maar kon steeds minder.

Het leven had andere plannen met mij, ik moest mijn ambitie opzij zetten. Het duurde even (lees een paar jaar), maar het lukte. Voorzichtig accepteerde ik mijn aandoening en leerde ik ermee omgaan. Ik ging van overleven terug naar leven. Een korte wandeling, met Lewis naar buiten, weer wat boeken lezen, cursussen oppakken. 

Het kunnen vergrootte de wil en daarmee ontwaakte de ambitie. Die was niet weg, hij sliep. Hij was weggestopt achter één van de vele deurtjes waarachter ik ook de negatieve shit verberg. Maar dat wat je wegmoffelt komt altijd ergens weer boven.

Wat een waakvlammetje was, werd een laaiend vuur. Ik wilde alles en ik wilde het nú. De oplettende lezer ziet het, wilde, verleden tijd. Grootse plannen bleken een valse droom, raadslid worden. Ik wilde iets betekenen voor ons dorp. Al na een paar vergaderingen moest ik daar echter korte metten mee maken. Mijn lijf haakt af, bij druk, bij prikkels, bij het moeten dat niemand anders dan ikzelf mij opleg. 

Ambitie is mooi, luisteren naar mijn lijf is mooier. 

Na drieënvijftig jaar leer ik het, langzaam: voelen wat ík wil. En dat is niet doorgaan met overbelasten, hoe mooi het doel ook is. Dat is niet meedraaien in een systeem dat me langzaam leegzuigt. 

Ja, ik wil mijn stem laten horen, want ik heb een boodschap, maar dit is niet de manier. Dit is niet míjn manier. 

Beetje bij beetje vind ik mezelf, in de chaos die leven heet. Werk ik naar een toekomst waar ik écht uit de verf kom, zoals ik ben. Zonder druk. Zonder stress. Zonder systeem dat me verstrikt. En vooral zonder andere ambitie dan de juiste voor mij. Doen waar ík gelukkig van word. 

De weg daarnaartoe vindt mij, als ik de touwtjes los leer laten.

De wereld van zwart en wit

Ik lees, het zal ook eens niet, een stukje op Instagram. Het gaat over een meisje dat transgender dacht te zijn en met dank aan haar christelijke achtergrond en overtuigingen inmiddels tot inkeer is gekomen. God heeft haar gemaakt zoals ze is en dat heeft zij inmiddels omarmd.

De reacties eronder gaan los, oordelen over het transgender zijn, over mentale stoornissen, over opvoeding en beweringen dat deze aandoening tot het rijk der fabelen behoort. Christenen die transgenders zien als puur kwaad. Ik lees over de hel en de duivel. God zou geen fouten maken is de algemene boodschap. Daar denk ik toch ietwat anders over.

Als God geen fouten zou maken, waarom is er dan oorlog? Waarom leven we dan in een wereld waarin zoveel jongeren worstelen met depressies? Waarom gaan jonge kinderen dan dood zonder ooit geleefd te hebben? 

Misschien raakt dit onderwerp mij omdat ik al vroeg leerde dat niet ieder antwoord in het boek te vinden is. 

Ik was twee toen ik voor het eerst geconfronteerd werd met de dood. Mijn zusje werd stilgeboren, dood geboren. Overleden voor ze überhaupt maar een dag mocht leven. Je zou denken dat je aan zoiets geen actieve herinnering hebt, en er dus ook geen problemen van ervaart, maar de realiteit is anders. 

Al mijn hele leven mis ik iets, ik kan alleen niet plaatsen wat, of wie. Volgens mijn moeder was ik ontzettend boos, op God, want wat moest ik met een baby die er niet was? Ik groeide op in een protestants gezin, een deels gereformeerde familie. We gingen naar de kerk, baden voor het eten, lazen uit de bijbel.

Mijn ouders deden alles goed, en toch ging het mis. 

Ik denk dat de eerste scheurtjes in het geloof voor mij in deze tijd zijn gekomen. Ik werd kritisch en bleef kritisch. 

Iedereen mag geloven wat hij of zij wil geloven, maar ik heb het gevoel dat een aantal gelovigen er een bijzondere mentaliteit op na houdt. Hoe kun je anders verklaren dat sommige priesters kinderen misbruiken voor hun eigen genot? Ze leggen de eed van het celibaat af om vervolgens hun lusten te botvieren op jonge jongens. En daar hebben deze daders vervolgens een mooi excuus voor, ze zijn bezocht door de duivel. Alsof al het kwaad hiervan afkomstig is.

De duivel verleidt de mens tot het doen van slechte dingen. Zoals Eva, die volgens het verhaal een hap nam uit een verboden appel. Foei! 

Ik snap de behoefte aan het geloof in iets hogers. Iets dat een vorm van richting geeft aan het leven, maar ik mis in veel gevallen de zelfreflectie. Ik mis groei, ontwikkeling en de wil om te leren.

De wereld verandert, maar het boek verandert niet mee. 

Geloof leidt in zoveel gevallen tot stilstand. Remt zelfs de menselijke behoefte zich te uiten. Hele gemeenschappen worden uitgesloten, buitengesloten. Door de mensen die prediken goed te zijn.

Ik besef dat ik het risico loop te generaliseren. Dat niet iedereen die gelovig is gelooft in deze rigide aanpak. Dat er ook kerken zijn die openstaan voor een andere aanpak. Maar bovenstaand bericht deed mij weer eens goed beseffen waar mijn afkeer voor veel vormen van religie vandaan komt. Ik verwerp het geloof niet, ik verwerp het idee dat je daarvoor moet stoppen met nadenken. 

De mens is een prachtig wezen, met grootse mogelijkheden en een onstuitbare drang tot groei. Conflict geeft je de mogelijkheid te groeien. Je eigen keuzes te maken. Voel je je een slachtoffer, of zet je je schouders eronder en maak je er iets van? Dat is jóuw keuze, niet die van een grootse held in de wolken. 

Jíj bent verantwoordelijk. Het is jóuw leven. 

Niet dat van een Godheid die aan de touwtjes trekt. Leg je leven niet in de handen van een ander, hoe groots of goddelijk die ander ook lijkt. 

Leef zelf. Denk zelf. Niet zwart. En niet wit. 

Een Gelukkig gelijk?

Nog weer een politiek stukje, of een stukje politiek, het is maar hoe je het ziet. Dat laatste is eigenlijk politiek in een notendop, want álles is afhankelijk van hoe jíj het ziet. Hoe je iets interpreteert. Wat je achtergrond is. Er bestaat niet zoiets als objectief of neutraal kiezen. Of toch wel? Ik vraag mij af: wat is een stem waard als niemand écht luistert?

Vanmorgen, aan de spreekwoordelijke keukentafel, die zich in dit opzicht bij mijn ouders in de woonkamer bevindt, kwam het onderwerp wederom op de verkiezingen van morgen. Het houdt ons bezig, mijn vader en mij. We delen een enigszins socialistische inslag. En we delen de zorg voor onze wereld, we laten graag nog een gezonde en leefbare aardbol over voor de volgende generatie(s). Deze denkwijze komt voort uit een hart voor onze medemensen en voor de natuur. Hoe kun je daarmee iets verkeerd doen? Ik begrijp dat niet en toch wordt deze zienswijze door veel mensen totaal verkeerd begrepen.

Oké, ik begrijp dan weer weinig van die andere zienswijze. Hoe kun je roepen dat mensen, die aan de andere kant van de evenaar geboren zijn, om mogen komen van de honger, als ónze boodschappen maar goedkoper worden? Hoe kun je zo zwart-wit kijken naar een wereld vol kleur? Mijn woorden zullen echter door sommige mensen anders gelezen en ingekleurd worden dan hoe ik ze bedoel. Hun waarheid is de mijne niet, zoals mijn waarheid niet die van hun zal zijn. Niet tijdens deze verkiezingen in elk geval.

Als ik heel eerlijk ben, ben ik nog steeds zwevend. Al zweef ik meer richting de linkse flank. Ik pas nergens echt helemaal bij. Er is gewoon nog geen hokje voor mij. Misschien is er een andere optie voor mij. Blanco. Is dat wat mijn antwoord gaat zijn?

Ik word verscheurd tussen mijn gevoel op te moeten komen voor de mensen die het minder hebben en mijn opstandige aard. Die laatste zegt dat ik het antwoord in de huidige politiek gewoon niet ga vinden. De molen blijft draaien totdat hij spaak loopt en dat moment komt voor mijn gevoel steeds dichterbij. En misschien moet het wel zo zijn. Het is niet voor niets dat we wereldwijd tegen dezelfde uitdagingen aanlopen. Ook dat is een observatie die regelmatig terugkomt, daar aan de keukentafel.

Hier thuis kwetteren in mijn hoofd tientallen stemmen dwars door elkaar heen, maar ik weet, écht gelijk, heeft er geen één.

De wereld van morgen

Al twee columns schreef ik over ditzelfde onderwerp. Schreef, ik plaatste ze niet. Ik weet eigenlijk niet goed waarom niet. Waren ze te scherp? Of juist niet scherp genoeg? Te genuanceerd? Of niet genuanceerd genoeg? Ik probeer in woorden te vangen wat onrust geeft in mijn hoofd. En niet alleen in mijn hoofd, denk ik. De stemming van woensdag hangt als een zwaard van Damocles boven het hoofd van heel veel mensen.

Gisteren dacht ik uitgeknobbeld te hebben wat het grootste probleem van deze wereld is. Ja, dat kan ik, zoiets ingewikkelds terugbrengen tot een paar woorden. Het gebrek aan zelfreflectie. Het gebrek aan eigen verantwoordelijkheid.

Mensen schuiven de problemen tegenwoordig het liefst af op een ander en waar kun je beter iets op afschuiven dan op de politiek? Zíj zijn verantwoordelijk voor het welzijn van álle mensen, dus zíj moeten het maar regelen. Je ziet het steeds vaker en ook steeds breder.

Laat ik een paar voorbeelden noemen.

Assielbeleid. We willen graag mensen in ons land die de klusjes opknappen waar wij Nederlanders ofwel geen zin in hebben (werken in een slachterij) ofwel ons te goed voor voelen (bollen pellen). We willen wel graag dat deze klusjes opgeknapt worden, er kan tenslotte flink geld verdiend worden aan de export van deze producten. Dat waar deze mensen wonen deel uitmaakt van de asieldiscussie, kniesoor die daarnaar kijkt. Bepaalde figuren in Den Haag kunnen die cijfers altijd een beetje oppoetsen, zo lijkt het alsof asielzoekers het grootste probleem zijn. Marketing is je beste vriend, ook bij probleemoplossing. Het is niet ‘onze’ schuld dat er te weinig huizen zijn.

Klimaat, ook een mooie. Ik ga even voorbij aan het veronderstelde stikstofprobleem, want daar heb ik de ballen verstand van. Ik zie wel met eigen ogen dat ons klimaat in rap tempo verandert. Of je dit wílt zien is een keuze. Je kunt er heel goed voor kiezen je ogen te sluiten en je kop diep in het zand te steken. Heb je ook geen last van die stikstof misschien. Hoe vaak lees je het niet bij de zoveelste code oranje: ‘hier hebben we nergens last van gehad’. Alsof de hele wereld bestaat uit ‘hier’. Narrow minded heet dat volgens mij met een mooi woord in het Engels. Struisvogelpolitiek is breed toepasbaar.

Uitkeringstrekkers, ook zo’n mooi voorbeeld. Wordt op tv momenteel flink uitgemolken door ene Rutger (Rutger en de uitkeringstrekkers), met een weinig visionair beeld van, in het hoofd van veel mensen, luilakken die voor diezelfde tv liggend geld binnenharken. De makkelijkste conclusie is en blijft natuurlijk dat er een grote groep mensen is die profiteert van de mensen die wél hard willen werken. Kan niet ligt op het kerkhof en wil niet ligt ernaast. Dat dezezelfde spreuk ook opgaat voor empathisch vermogen willen veel mensen liever niet zien.

Het is altijd makkelijker om het probleem af te schuiven en de schuld aan een ander toe te kennen. Het WEF bijvoorbeeld. De Agenda 2030 staat volgens sommige mensen toch al vast, dus wat zou je je druk maken? De elite wil dat zij alles bezitten en de rest gelukkig is met niets. Ach, geluk is niet te koop, dus als ze dat kunnen bewerkstelligen is dat misschien beter dan schreeuwen om de pegels.

Geld is ooit bedacht als eerlijk ruilmiddel, maar eerlijk is het al lang niet meer. Zolang het bezit ervan een doel op zich is en de hoogte van de bankrekening status, zal er weinig veranderen. Dat je gelukkiger wordt van geven dan van nemen is een wijsheid die voor velen utopisch blijft. Jammer, want er valt zoveel mee te winnen.

Het is tijd dat we ons beseffen dat de wereld van ons allemaal is. Dat we sámen verantwoordelijk zijn voor onze omgang daarmee. Dat we zuinig moeten zijn met de grondstoffen die ons gratis en voor niets aangereikt worden en dat die grondstoffen voor álle aardbewoners zijn en niet voor degene die toevallig dat stukje land ooit heeft ingepikt. De brutaalsten hadden en hebben nog steeds de wereld.

Het is ieders eigen verantwoordelijkheid om te zien naar een ander en niet slechts te leven voor zichzelf. Jíj bent baas over je leven, niemand anders. Jíj bent verantwoordelijk voor jouw gedachten en voor jouw acties. Het is echt tijd dat we beseffen dat ónze keuze van invloed is op hoe de wereld van morgen eruitziet.

Blessing in disguise?

Er zit veel in mijn hoofd, te veel. 

Ik kan niet eens hele zinnen formuleren, de een is nog niet half af of de volgende schiet naar binnen. Het is vermoeiend. Zeer vermoeiend. Ik ben het gewend te leven met een chaotisch hoofd vol ideeën, maar het afgelopen jaar leek het beter te gaan. Gestructureerder. Tot vandaag dus. 

Chaos. Totale chaos.

Ik werk aan ideeën voor de plaatselijke politieke campagne voor de partij waarbij ik mij heb aangesloten. Als het aan mij ligt gaat het complete politieke systeem op het schop, tijd voor brede hervorming, maar de wereld is vrees ik nog niet klaar voor mijn radicaal andere ideeën op dat front. Niet dat ik denk dat ik het wel even zal regelen hoor, maar ik voel toch een drang, een overtuiging dat het anders kan. En verandering moet beginnen bij jezelf. Dus werk ik aan kleine dingen, vorm ik een mini-team met ChatGPT, altijd handig, wat tegengas. 

Ik probeer mijn gedachten te ordenen op het front van mijn eigen bedrijf, waar ik ook te veel ideeën voor heb. Ik heb moeite met structuur, met planning. Ik sla compleet dicht bij alles wat er op me afkomt. Iets simpels als een mailtje sturen laat me uren naar mijn scherm staren. En ik wist echt wel waar ik aan begon, maar bepaalde reacties in mezelf had ik gewoon niet voorzien. Daar probeer ik aan te werken, maar ook dat haalt dingen overhoop in mijn hoofd. 

Contrast brengt groei. En ik denk dat ik behoorlijk moet groeien. 

Ik word getriggerd door oude trauma’s waarvan ik van sommigen niet eens wist dat ik ze had. Twijfel of ik daar weer hulp bij moet zoeken, maar dat kost energie, en tijd, die ik gewoon even niet heb. Keuzes.

Eigenlijk zou het simpel moeten zijn, kies voor jezelf, maar het is niet simpel. Niet voor mij tenminste. 

En daarnaast moet ik mij eigenlijk even overgeven aan het niets, want dat is denk ik wat mijn lijf nu van me vraagt. Of toch niet? 

We zijn een paar dagen naar Londen geweest, manlief, zoonlief en ik en de weerslag is pittig. Ik liep al op mijn tandvlees, nu is de man met de hamer daar. Hij mept flink van zich af. Zo heftig is het in jaren niet geweest. Aan de ene kant is fysiek wat actiever zijn fijn, aan de andere kant trekt mijn lijf het slecht.

Koorts, vermoeidheid, een dikke bult op mijn onderrug, bibberen en trillen, uitval en tintelingen, ook in mijn gezicht. Buikpijn en misselijkheid. Ik ken het, herken het, maar weet gewoon niet goed wat ermee te doen. Als ik ga liggen, doet alles pijn en weet ik niet meer hoe te liggen. Als ik in slaap val schiet mijn hartslag bij het wakker worden omhoog met hartkloppingen als bonus. 

Dysautonomie. Ik dacht dat het weg was, mispoes. En ik weet het: chronisch is altijd. Maar die hoop hè? Wat is wijsheid?

Dat weet uiteindelijk alleen ik, als ik mijn gevoel weet te activeren want ik val terug in mijn oude patronen. Verdoven, doorgaan, gevoel uitschakelen. En ik probeer het te veranderen, maar oude patronen zijn lastig te doorbreken. Ik signaleer het, en dat is al winst. 

En dit is nog maar een heel klein deel van alles dat mijn hoofd overspoelt. Terug in de tijd en dan back to the future, terug naar bewustere keuzes. Terug naar dat wat ik herwonnen had. Even een pas op de plaats, in mijn cocon, zonder moeten.

Ik moet slechts van mezelf. Van niemand anders. 

Eigenlijk zijn dit soort terugslagen een zogenaamde blessing in disguise, ze dwingen je na te denken over keuzes die je maakt. Bewust te kijken naar je reacties. Uiteindelijk zal ik ze bedanken, en loslaten.

Ik heb het eerder gedaan, dus ik weet dat ik het kan.

Verantwoordelijkheid

Ik heb moeite dit stuk te beginnen. Niet omdat ik niet weet wat ik wil schrijven, of moet schrijven eigenlijk, want er zit een enorme drang in mij om deze boodschap over te brengen, maar omdat mensen die eenzelfde drang bezitten vaak weggezet worden als drammers. Of als woke, of als al het andere dat de mensen een naam geeft puur omdat mensen het niet willen horen. Omdat de boodschap niet leuk is, omdat deze een grote invloed heeft op het leven van sommige mensen. En toch moet het. De wereld is niet eerlijk. De verdeling is niet eerlijk. En ik kan mijzelf niet recht in de spiegel aankijken als ik niet mijn steentje bijdraag. Hoe klein dat steentje dan ook is.

Gisteravond keek ik naar een documentaireserie op Netflix (Tales by light, aanrader!), een serie waarin een aantal fotografen gevolgd wordt. Fotografen die hun steentje bij willen dragen aan een betere wereld. De eerste drie afleveringen heb ik met tranen in mijn ogen gekeken. Kinderen in Bangladesh die werken in mijnen. Kinderen die met blote voeten over een enorme berg afval lopen om daar bakjes van plastic te verzamelen. Kinderen die rakelings langs een trein rennen voor een plastic vorkje. Om geld te verdienen, om te kunnen overleven in een tentje langs diezelfde rails. Kinderen die in bakken roeren met chemische rotzooi om ballonnen te kleuren. De ballon heeft iets magisch, had iets magisch, want die magie, die is na het bekijken van deze aflevering weg. Het is triest, in- en intriest, dat mensen, kinderen, zo moeten leven in deze tijd.

Aflevering drie vertelt het verhaal van een fotograaf die gezien heeft hoe de haaien in Indonesië precies daarnaartoe zijn gegaan, naar de haaien. Een totaal vernietigd ecosysteem, met de mens als grote verantwoordelijke. Gelukkig was het op dit stukje van de wereld nog niet helemaal te laat en zijn de haaien na ingrijpen deels teruggekeerd, maar in het overgrote deel van de wereld maken wij er als mensheid een enorme puinhoop van. Ja, dat weten we wel. Dat wist ik ook wel, maar ook ik ben blijkbaar heel goed in het buitensluiten van de gevolgen. Kan mijn ogen sluiten en denken dat ik er weinig aan kan doen. Nee! We hebben een verantwoordelijkheid. Voor andere mensen, voor andere landen, voor de dieren, voor onze planeet. En iedereen kan daarin zijn steentje bijdragen. Door je bewust te zijn van jouw voetafdruk. Door te zorgen voor de ander. Door je bewust te zijn van je gedrag. En door verder te kijken dan je neus lang is en je eigen portemonnee reikt.

Ik ben een linkse rakker, een trotse linkse rakker. Noem me woke, noem me een klimaatdrammer, I don’t care! We hebben een verantwoordelijkheid naar de wereld en het wordt hoog tijd dat we die nemen. En dan kun je wegkijken van de stikstofproblemen, van ons ecosysteem, dat we echt compleet aan het verkloten zijn, maar het haalt ons uiteindelijk in. Wij mensen zouden het vermogen moeten hebben na te denken over de toekomst van onze planeet en toch denken we slechts aan onszelf. Denken we in vakjes van landen, begrenst door ons onvermogen te delen. Met angst voor het onbekende. Hokjesgeest ten top. Schieten we de wereld aan flarden, met als enige en grootste winnaar de wapenhandel. Draait alles toch weer om de pegels.

We leven op een planeet die ons alles geeft dat we nodig hebben en we ruilen die in voor iets ongrijpbaars. Waarom zou ik het beter mogen hebben dan die ander? Waarom zou ik het beter wíllen hebben dan de ander? Iedereen op deze planeet zou het goed kunnen hebben, of in ieder geval béter, als we het concept delen zouden begrijpen en zouden uitvoeren. En ja, dan kun je heel makkelijk roepen dat jij in je eentje dat niet kunt veranderen. Dan kun je rustig doorleven in je eigen wereld, met je ogen dichtgeknepen. Dan kun je lekker liberaal zijn en roepen dat iedereen dan maar wat harder moet werken. Zeg dat tegen die kinderen, die zich uit de naad werken langs de spoorlijn. Zonder kans op een toekomst.

Ik kan dat niet. Ik kan mijn ogen niet langer sluiten. En dan maakt mij dat maar een drammer. Een woke en linkse idealist. Ik weet nog niet wat ik eraan ga doen, maar mijn ogen zijn wagenwijd open. En ik verspreid op mijn manier deze boodschap. Denk na over de toekomst. Niet alleen voor jezelf, maar voor je kinderen, voor de rest van de wereld…

Foto Pixabay