Vrijheid, part two

Van de week schreef ik over het gevoel van vrijheid dat ik ervaar als ik op BumbleBee zit. Mensen denken misschien dat ik overdrijf, maar het gevoel dat mij op dat moment overvalt is overweldigend. Absoluut overweldigend.

Raar is dat. Dat een leven vol beperkingen, een leven vol uitdagingen, je (achteraf) zo’n gevoel van overweldiging kan bieden. In positieve zin.

Het is een gevoel dat, denk ik, lang niet iedereen kent. En ik ben ergens wel heel dankbaar dat ik dat op deze manier mag voelen. Al waren de ervaringen die daarvoor nodig waren stuk voor stuk behoorlijk pittig.

Kun jij je voorstellen hoe zo’n absoluut overweldigende blijheid voelt?

De hoogste pieken komen meestal na de diepste dalen. Dat hoor je mensen weleens zeggen toch? Ik denk dat dat zo is. De afgelopen vijftien jaar waren uitdagend. Maar ze hebben me ook ontzettend veel geleerd. Over mijzelf.

Leuk?
Nee, zeker niet.

En toch heeft het ook veel gebracht.

Ik heb zo ontzettend het gevoel dat ik een andere weg in mag gaan slaan. Dat er mooie dingen staan te gebeuren. Dat al die ervaringen nodig waren om die toekomst te bewerkstelligen. Ik kan het niet uitleggen. Het is een gevoel. Een gevoel van grootsheid.

Vanmiddag stapte ik op BumbleBee en dat gevoel van enorme dankbaarheid spoelde weer over mij heen. Jarenlang werd mijn wereld kleiner en nu voelt hij grootser. Groots.

Dat gevoel, dat gun ik iedereen. Al weet ik wat ervoor nodig was om dat te bereiken en dat zou ik mensen liever besparen. Maar toch, dat gevoel… dat omarm ik met miljoenen armen.

Identiteit deel 6

Maskers

Het laatste deel in deze serie, denk ik.
Maskers.

We dragen allemaal weleens een masker.
Bij mij is er het masker van zelfspot.

De naam die ik mijn blogpagina gaf is daar een overduidelijk voorbeeld van.

Welkom in de wereld van een kneus.

Ik kan er heel mooi omheen praten (en dat doe ik ook). Ik kan de ultieme omdenk-theorie presenteren: Kijken Naar Elke Unieke Situatie.

Maar uiteindelijk is daar de keiharde naakte waarheid achter de naam.

Zelfspot.

Mijn manier om om te gaan met de situatie.
Ik lach het eerst om mijn eigen klunzigheid.

Als ik achterover donder (en dat gebeurt nogal eens dankzij mijn beroerde propriocepsis) lach ik als eerste. Ik verbloem de pijn met een grijns op mijn gezicht.

De blauwe plekken verwerk ik in mijn eentje.

Lange tijd is dit hoe ik mij voelde.
Een kneus.

Fysiek niet in staat tot de voor een ander normaalste-zaak-van-de-wereld-heden.

Incompetent.
Sneu (zonder de medelijdende factor).

Het masker van zelfspot maakte zich steeds meer tot een onderdeel van mijn identiteit.

Tot ik me er bewust van werd. En besloot dat ik dit niet langer accepteerde. Woorden doen ertoe, ook woorden die gesproken worden om dingen lichter proberen te maken, want dat is uiteindelijk wat ik probeerde.

De naam kneus heeft me ook veel gebracht.

Hij viel (valt) op.
Hij maakt dat mensen je zien.

Zowel positief als negatief, want hij riep ook veel weerstand op. Inmiddels begrijp ik ook beter waar dat vandaan komt.

Mijn punt, een masker hou je je voor om een deel van jezelf te verbergen.

Ik had dat nodig, toen.
En nu neem ik er afstand van.

Ik mag lachen, om mezelf en met mezelf.
Ik mag mijn zelfspot behouden.
Maar niet langer om me erachter te verbergen.

Ik ben ik. Zoals ik ben.
De maskers gaan af. Ik heb ze niet meer nodig.

En dat is een groot gewin!

Fotografie José Donatz

Identiteit – deel 4

Tussen trots en twijfel

Er was eens een jongetje. Hij werd geboren met een handicap, groeide op in een rolstoel. Met dank aan hard werken en veel therapie lukte het hem de rolstoel achter zich te laten. De jongen leerde, tegen alle verwachtingen in, lopen.

Een wonder.
Een ‘succesverhaal’.

Maar ik hoorde ook een ander woord…
validisme.

En dat zette me aan het denken.

Wanneer wordt hoop een oordeel?
En wanneer wordt vooruitgang een maatstaf waar anderen wel of niet aan kunnen voldoen?

Jaren geleden, toen ik nog bijna voltijd roller en ligger was, had ik moeite met dit soort ‘succesverhalen’. Mijn situatie leek uitzichtloos en ik voelde me bij dit soort verhalen alsof ik niet meetelde in een wereld die vooral om lopers leek te draaien.

Inmiddels kijk ik hier genuanceerder naar.
Het zit hem in hoe we het verhaal vertellen.

Rollers zijn niet per definitie zielig. Maar laten we eerlijk zijn: veel rollers zouden stiekem ook liever kunnen lopen. Logisch toch?

Dat verlangen maakt ons niet minder compleet. En het betekent zeker niet dat we geen goed of vervuld leven kunnen leiden zonder die loopfunctie.

Het is prachtig als iemand weer kan lopen.
Tegelijk is het pijnlijk als dát het enige ‘goede’ aan het verhaal wordt.

Het probleem is niet dat iemand opstaat uit een rolstoel. Het probleem is dat mensen denken dat dát het moment is waarop iemand pas echt (be)stáát.

Validisme zit voor mij niet in het verlangen naar herstel. En ook niet in wat mijn lichaam wel of niet kan.

Validisme zit voor mij in het ontkennen van de waarde van mensen voor wie dat herstel er niet is.

En het zit ook in hoe ik mezelf daarin leer zien.

——-

Fotografie José Donatz