G.P.K.

Ik las net een interessante discussie over de GPK; de Gehandicapten Parkeer Kaart. Ik vind dit wel een blog-waardig punt, er heerst namelijk nogal wat onenigheid hierover.

Deze beruchte en graag gewilde kaart (er zijn nogal wat mensen jaloers op ons slecht ter been zijnden) krijg je (volgens de regels) als je minder dan 100 meter kunt lopen. Zoals met veel dingen in ons land zijn de regels ter interpretatie van de meneer of mevrouw van de WWZ (bij ons in ieder geval wel). De ene gemeente gelooft je op je mooie blauwe ogen, de andere heeft voor deze beslissing keuringsartsen. Lijkt me erg lastig om voor een ander te bepalen of hij of zij hierin een loopje met je neemt, maar goed, zij hebben daar blijkbaar voor gestudeerd.

Rolstoel als ‘fashion statement’?

In onze gemeente is het aanvragen van een rolstoel genoeg bewijs dat je slecht ter been bent. Het is dan ook niet echt een fashion statement, zo’n stoel op wielen (al vind ik mijn inmiddels met gebruikssporen gehavende Quickie nog steeds erg mooi). Ik heb ‘m dus, de kaart, en mag daarmee op de, zoals ik ze noem, ‘kneuzenplekken’ parkeren. Dat is niet alleen prettig om het feit dat ze dichterbij de ingang liggen (wel weer om het zit moment voor mij zo kort mogelijk te houden), nee, het is vooral prettig omdat deze plaatsen breder zijn. Onze bus krijg ik alleen fatsoenlijk in een normaal parkeervak als beide plaatsen ernaast vrij zijn (parkeren met bus is nu eenmaal niet mijn sterkste punt).

Als de Quickie meegaat is het ook fijn, want anders kan hij niet uit de auto. Daarbij heb ik ook extra ruimte nodig bij het in- en uitstappen, het gaat allemaal niet zo soepel meer zeg maar. Tot zover niet echt een discussie, al ik vind het wel apart dat de prijzen van deze kaart (ja lieve lezers, we krijgen hem niet voor Sinterklaas) zover uit elkaar liggen (bij gemeenten met een keuring komen de kosten dáárvoor er nog bovenop).

De discussie

Het punt van discussie zit hem in het volgende. Hier in Nederland hebben we keuze uit maar liefst twee soorten gehandicapten parkeer kaarten; de zogenaamde ‘P’ kaart en de ‘B’ kaart. Het verschil is de plaats die je inneemt in de auto, niet je handicap. Een ‘B’ kaart krijg je als bestuurder van de auto en de ‘P’ als passagier (de benaming is best logisch). Volgens de regels (zo is het aan mij uitgelegd) krijg je slechts een passagierskaart als je niet in staat bent ‘afgezet te worden en daar alleen te kunnen blijven wachten tot de bestuurder de auto heeft weggezet’. In dat opzicht zouden slechts een paar mensen hier recht op hebben, het overgrote deel van ons slecht ter been zijnden kan best even alleen zíjn. Lastig wordt het als je wordt afgezet, daar staand moet blijven wachten (terwijl je een kaart hebt omdat je slecht ter been bent) op je partner in crime. Dat vind ik dus voor interpretatie vatbaar.

Mijn issues

Ik heb een ‘B’ kaart, geen probleem, ik stuur meestal nog best (al kom ik daar weer in botsing met een ander nieuw stukje wet, maar dat is voor een later blog). Maar wat als ik heen nog prima gestuurd heb en terug mezelf geen betrouwbaar chauffeuse meer vind? Dan ben ik volgens de regel van de wet in overtreding. Daar ging de discussie over, je zit in een rolstoel, daarvoor heb je de kaart en dan nog voel je je schuldig als je op een kneuzenplek parkeert. Omdat je niet rijdt maar ernaast zit. Dat is toch echt enorme Bull Sh*t?! Zie je het voor je, drukke winkelavond, manlief rijdt omdat ik mij niet goed voel, moet onze bus voor de winkel neerzetten (compleet het verkeer blokken), uitrijplaat op de weg, mij uitladen, bus in de drukte op de te smalle parkeerplaats manoeuvreren (gelukkig kan hij dat beter als ik), teruglopen naar mij, boodschappen doen, bus halen, mij halen en dat alleen maar omdat hij rijdt en ik een plaatsje ben opgeschoven?

Laten we gewoon, net als in de rest van Europa, één kaart uitgeven. Als de kneus maar mee is is dat toch prima? Een veel groter probleem is het neerzetten op de bewuste plek zonder kaart, of met de kaart van tante Tien die er niet bij is (wat hier dus écht een no-go is). 

Zo, dat is eruit, ik moest het even kwijt…

Minder waard

Als tiener begon het, het gevoel minder waard te zijn. Geen idee waarom, geen idee waar het vandaan komt, maar het gevoel blijft de kop op steken. Als ik dingen onderneem beland ik in een gevecht met mijn perfectionistische ik.

Half werk

Een voorbeeld; ik maak nu nog af en toe foto’s. Ik probeer altijd het beste uit mezelf te halen, maar ondervind veel hinder van mijn gestel. Dat punt ergert mij, zelfs het opschrijven ervan is een irritatiefactor. Het voelt alsof ik een excuus maak voor het feit dat bepaalde dingen niet meer kunnen. Ik moet van mezelf daar dan een oplossing voor vinden. Of ik moet stoppen met mijn inmiddels hobby die ooit onderdeel van mijn werk was. Ik accepteer dus geen half werk, niet van mezelf. Als het een ander betreft ben ik heel anders. Waarom maak ik het mezelf altijd zo moeilijk?

Falen

Ik word blij (heel blij) van positieve reakties, maar een negatieve haalt me direct naar beneden. Ook al staan er veel meer positieve tegenover. Waarom kan ik dat niet langs me heen laten gaan? Ik word soms serieus gewoon moe van mezelf. Het voelt als falen, steeds opnieuw. Ik doe zo graag dingen, zet me zo hard in voor dingen en nog overstijgt het moeten in mijn hoofd de rust die mijn lijf nodig heeft.

Onzekerheid

Ik haat het perfectionistische deel in mijzelf. Ik ben te kritisch, durf dingen niet uit handen te geven. Altijd ligt de onzekerheid op de loer, altijd vraag ik me af of het wel goed genoeg is. Of ik wel goed genoeg ben. Ik dacht dat ik van me afgeschud had toen ik moest stoppen met werken, maar helaas, hoe meer ik onderneem, hoe harder het terugkomt.

Ik wil niet stoppen met mijn plannen, ik wil wel leren hoe ik mezelf kan accepteren. Ik wil het perfecte plaatje loslaten, want het bestaat niet. Wat voor de één perfect is is voor de ander een ramp in wording. Ik weet het best, maar mijn gevoel is zo dwars in deze. Ik doe mijn best, meer kan ik niet doen. Waarom is mijn best dan toch niet goed genoeg?

Hoe overleef ik mezelf

Ik lig, lijf lijkt in soort van rust, maar mijn hoofd gaat als een razende tekeer. Ik moet mijn gedachten ordenen, ik moet opschrijven wat ik denk, mijn digitale pennetje raast over mijn toetsenbord op mijn telefoon en mijn lijf gaat in serieus protest…

Mijn ellebogen branden, mijn hand trilt, mijn schouder steekt. Ik moet liggend de spieren in mijn benen aanspannen om mijn lijf bij elkaar te houden, maar ik moet door, anders word ik gek. Teveel gedachten, te weinig mogelijkheden ze uit te werken. Waarom raast mijn kop zo door, waarom kan ik het denken niet gewoon even uitzetten?

Mijn hoofd overruled mijn mogelijkheden en dat doet pijn, letterlijk. Ik weet wat hier de gevolgen van zullen zijn, maar ik moet door, ik moet. 

Het is de frustratie van mijn leven. Het hoofd in overdrive, het lijf in protest. Het is mijn wereld, het is mijn strijd, het is mijn valkuil en het is het enige wat mij op de been houdt…

Gemis…

Met het verkrijgen van mijn officiële verklaring tot niet meer hoeven werken (oftewel mijn iva uitkering) dacht ik verlost te zijn van het gemis. Ik behoorde weer tot een groep, de ‘ik hoef mij niet langer druk maken over werk’ groep, de ‘ik ben er echt klaar mee’ groep. Ik dacht dat ik daarmee in mijn kop de knop om zou kunnen zetten, ik dacht dat dít het verschil zou maken. Ik dacht dat ik nu écht zou kunnen accepteren, dat nu duidelijk was dat dit hoofdstuk in mijn leven afgesloten zou zijn. Niet dus…

Jaloers

Het gemis blijft, ik ben gewoon jaloers op de werkende mens. Ik ben jaloers op de gewone gesprekken, ik ben jaloers op personeelsfeestjes, ik mis mijn collega’s, ik mis de routine, ik mis het en het gaat niet over. Nu ik langer thuis ben kriebelt het steeds harder. Ik zit op een pagina waar mensen o.a. banen aanbieden en er komt zoveel voorbij dat bij mij zou passen, ware het niet dat mijn lijf het niet kan. Ongeschikt, dat stempel zweeft voor mijn ogen, terwijl ik voor zoveel dingen wél geschikt ben!

Ideeën

Ik heb nog steeds moeite met het niet langer goed benutten van mijn mogelijkheden, ik heb nog steeds moeite met het stempel. Met datgene dat mijn leven altijd weer beheerst. Er zit zoveel zinnigs in mijn hoofd (zoveel onzinnigs ook overigens), ik heb soms het gevoel dat mijn hoofd dreigt te exploderen. Al die ideeën, ik moet er iets mee! Ik heb mensen nodig die kunnen organiseren, die verstand hebben van marketing, mensen die een sprong in het diepe durven te nemen, zonder verwachting, maar mét passie!

Afgekeurd, niet afgeschreven

Het probleem met mij is dat ik een vervelende miereneuker ben, een perfectionist. Ik wil alles altijd zelf doen (en ik weet best dat ik dat niet kan), alles in eigen hand houden. Ik ben zo bang dat mijn ideeën gejat worden, ervaring mee. Aargh, ik word soms echt simpel van mezelf. Enig idee hoeveel energie dat kost?

Ik geef niet op, ik mag dan wel afgekeurd zijn, ik ben nog lang niet afgeschreven (of uitgeschreven). Ik heb goede ideeën, écht goede ideeën en ooit komt het moment dat ze in uitvoering komen. Ik blijf daarvoor vechten, ik blijf hoop houden en moed. Ik blijf ervoor gaan, ik blijf positief, ik heb vertrouwen in mijn toekomst!

Grenzeloos

Ik ben geen vriendjes met mijn grens, mijn fysieke grens wel te verstaan. Mentaal ben ik vrijwel grenzeloos. Ik denk in mogelijkheden, droom zonder grenzen en ga vaak daardoor fysiek juist over mijn grens. Ik heb een grenzeloos verlangen naar vrijheid, misschien juist wel omdat ik fysiek zo beperkt ben.

Therapie

Toen ik zes jaar geleden fysiek volledig instortte moest ik in therapie. Ik moest leren omgaan met mijn beperkingen. Een heel team specialisten werd aangerukt; ik onderging een multi disciplinair revalidatie traject. De psycholoog en ik waren geen goede match, ik lijk ontzettend open, praat bijna overal over, maar wat in de kast opgesloten zit blijft in de kast, punt. Een jong meiske, lief ding, maar totaal ongeschikt voor deze tante.

Niet meer voelen

Wat ze me wel wist te vertellen was dat ik mijn hoofd losgekoppeld had van mijn lijf. Ik wist niet dat het kon, maar ik had het gedaan. Niet hoeven voelen, mijn lijf hoorde niet bij mij. Het was een vervelend ‘ding’ dat mij alleen in de weg zat. Mijn lijf deed toch niet wat ik wilde en was mij tot last, het functioneerde niet en deed pijn. Ergens in mijn leven heb ik een knop in mijn hoofd gevonden en de schakelaar omgezet. Ik wilde niet langer voelen en daarmee ging ik dus volledig over mijn fysieke grens.

Leren voelen

In therapie moest ik leren voelen; ik wilde niet voelen! Ik moest de pijn accepteren, toelaten, langzaam maar zeker ging de knop weer om. Ik leerde de pijn een plek geven, al val ik soms nog terug in mijn oude patroon, negeren. Negeren heeft consequenties, negeren geeft er hoge boete, maar soms moet je grenzen overschrijden om te voelen dat je leeft!

Dé les

Als ik één ding geleerd heb in mijn leven dan is het te genieten van het moment. Je weet niet wat de toekomst je te bieden heeft. Geniet van het nú, geniet van de kleine momenten. Kijk om je heen en zie de schoonheid, voel de zon op je gezicht, geniet van je favoriete muziek. Leef met overgave, vraag een vriendin of ze langskomt, zoek naar mogelijkheden. En als je dan over de grens gaat, geniet er dubbel van. Zie het als een overwinning en niet als een boete, benader de dingen van de positieve kant. En heb je je dag niet, neem het jezelf niet kwalijk, maar blijf er niet in hangen. Bedenk jij maakt jouw wereld!