Kwetsen of kletsen

Mijn wereld is anders, compleet veranderd sinds ik mijn benen minder gebruik. Je zou denken dat de verandering vooral mijzelf betreft, maar niets is minder waar. Ook hoe anderen met me omgaan is niet altijd meer hetzelfde als voorheen. Gister mocht ik voor Medireva meewerken aan een video over de vooroordelen die mensen hebben over rolstoelers, nog steeds hard nodig, helaas…

Het eerste dat verandert is je oogpunt, als roller bedoel ik. Waar je je als loper tussen de hoofden begeeft, één of twee kinderen waar je op neerkijkt daargelaten, begeef je je als rolstoeler vooral tussen bewegende billen. Af en toe kijk je in het gezicht van een vertwijfeld kind (dat is raar, een groot mens in een buggy), maar je bent vooral omringd door achterwerken (in alle soorten en maten). Het geeft een soort gevoel van zeeziek zijn, het deinende patroon van de bipsen, denk ik tenminste, want echt zeeziek ben ik nog nooit geweest. Het is soms ook enigszins beangstigend, zeker in bijvoorbeeld een druk pretpark. Vorige week was ik bij de avond van de filmmuziek en ook daar had ik dat gevoel. Het is alsof je je in een doolhof bevindt, met een muur van bewegend vlees (gelukkig gehuld in stof, dat dan weer wel).

Nog beangstigender zijn de reacties van sommige mensen. De mensen die denken dat je met het verlies van je beenfunctie ook je hersenfunctie kwijt bent geraakt. De benadering verandert, ineens lijk je teruggezet tot het niveau van een klein kind. Als je geluk hebt, want er zijn ook mensen die over je hoofd met je ‘begeleider’ gaan praten. Je bent letterlijk je stem kwijt. Raar, wat wielen met een mens doen, kunnen doen. Nu ik erover nadenk, bij mannen zijn (een ander soort) wielen vaak een verlengstuk van hun persoonlijkheid, waarom kijken mensen dan zo neer op deze wielen? Is het omdat het de negatieve perfectie benadrukt? Is het omdat men denkt dat we incompleet zijn op de één of andere manier?

Ik ben zelf in het bezit van het monster onder de rolstoelen: de elektrische. Deze heeft een vorstelijke zit als voordeel, maar een meewarige blik van de omgeving als nadeel. Daar wil ik trouwens even heel duidelijk over zijn, wij zijn niet zielig (althans de meesten van ons niet). Mensen zijn op de één of andere manier vaak bang ons te kwetsen. Ik spreek even voor mezelf, ik kan een heleboel hebben en lach vaak als eerste om mijn eigen beperkingen. Het leven is namelijk een stuk zwaarder zonder humor en het is ook een soort van zelfbescherming. Ik draag een pantser (letterlijk overigens, ik heb zoveel braces dat ik soms lijk op Ironman).

Het belangrijkste is oprechtheid, als het je écht interesseert mag je me echt (bijna) alles vragen. Als het je geen moer aangaat, omdat het gewoon privé is, zeg ik dat wel. Wees niet bang voor de mensen op wielen. Wij zijn ook maar gewoon een persoon, met een eigen mening en eigenaardigheden. Wij houden ook van mensen en willen graag gewoon meedoen in de maatschappij. Erbij horen. We bijten niet (al blaf ik wel). Wat mij betreft kun je lekker met me kletsen en hoef je niet zo bang te zijn me te kwetsen!

  • het filmpje is binnenkort te zien op de website van Medireva, waar ook meerdere lotgenoten te zien zijn, in de gaten houden dus *

Melancholie

Ik voel me wat melancholisch vandaag. Geen idee waar het door komt, door de herinneringen op Facebook misschien, al had ik het al toen ik opstond vanmorgen. Of door de muziek die uit de speakers klinkt, of heeft die zich aangepast aan mijn stemming? Ik stond net aan het aanrecht voor mijn pillen en mijn cappuccino en keek naar buiten. Dacht na over de afgelopen jaren, hoe ze best zwaar zijn geweest eigenlijk.

Het kwam door een lichte opvlieger, dat was het, ik dacht na over de jaren voor de overgang, toen het leven op de een of andere manier makkelijker leek. We verhuisden naar dit huis, een nieuwbouwwoning met een lekkere grote tuin. Niet omdat we nou persé weg wilden uit ons oude huis (hadden we net helemaal naar onze zin verbouwd), maar omdat we een buurman hadden die ons letterlijk wakker hield. Ik werkte bij een ontzettend leuk bedrijf, had leuke collega’s, een goede baas (hond heeft een baas hoor ik hem zeggen), had de fotovakschool afgerond en was net, naast mijn werk, begonnen met mijn eigen bedrijf. Vormgeven en fotografie, had een eigen studio op zolder. We hadden het goed voor elkaar. Het leven lachte ons toe. En toen, toen kwamen de échte uitdagingen.

Ik fotografeerde kinderfeestjes, topmodel feestjes. Compleet met een bevriende (en ook net startende) visagiste en haarstyliste (zij heeft het echt gemaakt trouwens, vliegt de wereld over, zo trots op haar!). Het was geweldig, maar ook geweldig zwaar, voor mij dan, fysiek. Beetje bij beetje (voel me nu net de commentator bij Viaplay F1, zegt ook alles in tweevoud) ging ik achteruit. Schouders, polsen, knieën, rug. Die laatste deed me de das om. Ik ging de lappenmand in en kwam er niet meer uit. Tien jaar geleden moest ik afscheid nemen van mijn eigen bedrijf en daarna van mijn werk. Toen kwam de rolstoel (vandaag zes jaar geleden was mijn debuut in de elro zag ik op Facebook). Ik was er zeven jaar geleden gewoon bijna geweest, het was allemaal gewoon best heel pittig. Zoonlief bleek erfelijk belast en kreeg daar nog wat aandoeningen als extraatje bij. Er kwamen daar nog wat uitdagingen op ander gebied bij en dus die verrekte overgang. Ik vloog bij tijd en wijle op en mijn stemming volgde hetzelfde patroon.

Ik zag een foto in mijn herinneringen van mijn kleine zelf en dacht: ‘goh er staat je nog een en ander te wachten.’ Het waren geen makkelijke jaren, zeker niet, maar er waren ook heel veel mooie dingen en ik zou ik niet zijn als ik me die niet direct daarna voor de geest zou halen. Zoveel mooie, lieve mensen die mijn leven binnen zijn komen wandelen en die daar zijn gebleven. Mijn mooie, fijne gezin dat mijn basis is. Mijn ouders die dezelfde stormen doorstaan en als gegroeide eiken de wortels bewaken, wat een ontzettend groot cadeau. We hebben ook ervaren hoe anders dat kan, hoe zwaar dat is. Ik heb door de stormen leren schrijven. Heb geleerd mijn gedachten aan het papier toe te vertrouwen en ze op deze manier te delen met de wereld. Zo spannend, maar ook zo fijn. Heb gewoon vier boeken geschreven, heb een stichting helpen oprichten en al is dat uiteindelijk niet helemaal geworden hoe ik het voor ogen had, ik heb het wel gedaan.

En zo ben ik een beetje aan het mijmeren. Ben ik een beetje melancholisch vandaag. Inmiddels is de zon erdoor gekomen en kijk ik naar manlief en de draak (zou zomaar een boek kunnen zijn) die samen eten (manlief eet en de draak bedelt). Het is goed, na regen komt zonneschijn en na onze laatste maanden geeft het universum ons vast een heleboel zon. En anders dansen we door in de regen.

Help of hulp?!

Vandaag is de dag van de mantelzorgers. Een belangrijke dag die niet vergeten mag worden. In Nederland is één op de vier mensen mantelzorger voor een of meerdere personen, (ik heb deze wijsheid van de televisie dus als het niet klopt, hun schuld) dat is echt heel veel. Je denkt bij mantelzorg aan de zorg voor oudere mensen. Je denkt aan mensen die niets zelf kunnen. Je denkt niet snel aan iemand als, eh ja, als ik. En toch heb ik ook mantelzorg, zijn mijn 49-jarige man en 20-jarige zoon echt mijn mantelzorgers.

Zonder hen ben ik nergens, hoe raar dat ook klinkt voor mijzelf. Ik ben toch een sterke, zelfstandige vrouw? Ja, ook dat gaat soms samen. Mijn man doet ontzettend veel voor mij. Hij doet ten eerste een groot deel van mijn zorg, gewoon erbij, naast zijn werk (waar hij ook nog eens 3 reisuren per dag op mag tellen). We hebben inmiddels gelukkig (veel) extra hulp, want het werd hem ook allemaal te veel. Hij gaat met mij mee naar afspraken, brengt mij weg als ik op pad wil (zelf rijden is voor de afstanden van meer dan een minuut of twintig voor mij eigenlijk niet te doen), hij draait eigenlijk overal voor op.

Ze hebben hier thuis hun handen vol aan mijn fysieke onkunde (en aan mijn ratelende bekkie), maar klagen daar niet over. Niet als ze het eten moet regelen als ik weer eens neergestort ben (en manlief moe van zijn werk komt), niet als het weer een zooitje is in de keet (ok, niet altijd), niet als ze me ‘moeten’ vergezellen naar iets wat ik verzonnen heb, niet als ik te moe ben voor iets wat we zouden doen. Ze accepteren zonder morren al mijn beperkingen, schamen zich niet voor mijn rolstoelen, accepteren het bed in de woonkamer en het feit dat er daardoor geen bank meer in huis past.

Mantelzorger wil trouwens niet per definitie zeggen dat je iemand de sokken aantrekt, mantelzorger zijn omvat veel meer. Ik heb gelukkig een ontzettend fijn netwerk. Ik heb mijn ouders, die altijd voor mij klaarstaan. Vriendinnen die mij op sleeptouw nemen en er zijn als ik ze nodig heb. Ik ben hen allemaal ontzettend dankbaar. Ze geven het onbetaalbare geschenk van tijd. Tijd is echt het mooiste dat je een ander kan geven, het is namelijk onvervangbaar en daarmee ontzettend kostbaar! Hulp aanvaarden is niet makkelijk, maar ook daarmee geef je. Je geeft iemand ook de kans iets voor jou te doen. Zo is geven en nemen verstrengeld en ontstaat er een kwetsbare balans.

En dan maak ik ook even een sprongetje naar mijn dierlijke mantelzorger, want ja, dat is hij eigenlijk wel. Mensen vragen zich weleens af wat die verharende viervoeter nu daadwerkelijk toevoegt behalve extra schoonmaakwerkzaamheden. Nou, een heleboel kan ik je vertellen! Lewis geeft mij zelfvertrouwen, hij maakt de weg naar buiten vrij. Ik had een hekel aan regen, aan kou, aan donker. In de herfst sloot ik mij binnen op met Netflix om in maart weer voorzichtig tevoorschijn te kruipen. Als ik in winterslaap had gekund had ik dat gedaan. Ik kwam tegen half elf mijn bed uit en lag er op tijd weer in (mijn bed in de slaapkamer bedoel ik dan). Ik haatte de vochtige kou die zich diep in mijn botten vastzette. Nog steeds ben ik er geen fan van, maar voor Lewis trotseer ik alles. Storm, wind, hagel en regen. Zelfs het donkere park schuw ik niet en mijn rondje met het hondje is ondanks het weer twee keer per dag een uur. Met Lewis aan mijn zijde ben ik niet alleen. Heb ik een reden om uit huis te gaan.

Lewis kan me helpen mijn sokken en sloffen uit te trekken en mijn jas ook. Hij pakt mijn sleutels als mijn stramme vingers ze laten vallen. Hij kan zelfs tien Eurocent muntjes oppakken van de vlakke vloer om ze weer in mijn hand te laten vallen! Hij danst met me op de maat van de muziek en ligt op mijn benen als ik ook moet liggen. Ook Lewis is een mantelzorger. Lewis maakt mijn wereld groter. Hij maakt mijn wereld mooier. Hij maakt dat ik mijn grenzen opnieuw verken en hij maakt zelfs dat ik ze herken. Wie weet krijgt hij me zelfs zover dat ik ze erken.

Ik ben iedereen dankbaar, vooral voor het feit dat ze mij behandelen als een ‘normaal’ mens. Ik heb bij tijden hulp nodig, maar zij maken dat het niet bezwaarlijk voelt. Ik ben gewoon mezelf, ik mag gewoon mezelf zijn. Ik ben geen last, dat gevoel maakt het verschil. Ik vind om hulp vragen het moeilijkst wat er is, zij maken het dragelijk.

Mantelzorgers worden onderschat, geen mens die hen vraagt hoe het met hen gaat, wat dit met hen doet. Het lijkt zo gewoon, je partner wordt ziek, ‘for better or for worse’, maar in de praktijk gaat het vaak mis. Ik ben stapelgek op mijn beste vriend, mijn ‘partner in crime’, mijn steun en toeverlaat en mijn mantelzorger. Op deze ‘dag van de mantelzorger’ zet ik de mijnen dus graag even in het zonnetje!

Loslaten

Het is misschien wel een van de grootste uitdagingen in het leven van een ouder: loslaten. Het begint al vroeg, je gunt en geeft -als het goed is- je kind steeds een beetje meer ruimte om de wereld te verkennen. Van kruipen naar lopen, van thuis naar de peuterspeelzaal, van peuterspeelzaal naar basisschool en zo verder. Steeds vaker is je kind uit jouw zicht en uit jouw -denk je- veilige armen. Van het relatief kleine loslaten naar school tot het steeds grotere loslaten als ze gaan stappen en uiteindelijk op zichzelf gaan wonen. Je hebt je best gedaan en ze kunnen het nu zelf. Je laat los, geeft ze het vertrouwen het zelf te doen.

Ik was -en ben- geen prittstift-ouder. Wij hebben volgens mij een prima kind afgeleverd aan de firma jong volwassenheid. Er zijn vast best wat dingen op aan te merken, maar kleinigheidjes hou je toch. Ik was ook best ok met het grote loslaten, maar toen stak dhr. epilepsie in volle glorie zijn hoofd om de hoek.

De eerste écht grote aanval konden we wegschrijven aan een oorzaak, de tweede ook, maar de derde kwam out of the blue. En een vierde volgde. Drie aanvallen in vier weken tijd. Drie aanvallen op mijn gemoedsrust ook. De laatste aanval heeft een bres geslagen in mijn vertrouwen. Niet in mijn vertrouwen in zoonlief, dat vertrouwen is er, maar in het vertrouwen in tja, zijn lijf? Zijn aandoening.

Ik was zondag niet thuis toen de aanval plaatsvond. Rationeel weet ik best dat dit mij niet aan te rekenen is, ik bedoel Lewis moet uit en ik mag best ergens koffie drinken. De kans dat dat goed gaat is groter dan de kans dat het niet goed gaat, maar kansberekening op zo’n situatie is zinloos en het ging dus niet goed. Dat is niemand aan te rekenen, mij niet , de hond niet en zoonlief zeer zeker niet. Hij leeft met de gevolgen van de aanval en piept en miept niet (ik heb echt ontzettend veel respect voor hoe hij hiermee omgaat!), maar en daar is hij, de grote maar, je kunt rationeel alles nog zo goed op een rijtje hebben, emotioneel ligt het een beetje anders.

Ik neem het op een bepaald niveau mezelf kwalijk. Dat ik niet thuis was, dat ik hem heb opgezadeld met een klote aandoening, dat ik er niet voor hem was toen hij mij zo hard nodig had. Had ik iets kunnen doen? Nee, niet tegen de aanval, niet tegen de gevolgen. Had eerder 112 bellen een verschil gemaakt? Ook nee, de schouders waren er door de kracht van de aanval al uit en een bezoekje spoedeisende hulp was niet te voorkomen geweest. Dus wat ik zeg, ik wéét echt wel dat ik dit mezelf niet aan moet en mag rekenen, maar zeg dat maar eens tegen mijn hoofd, tegen dat gevoel dat zich diep binnenin mij roert. Het liefst zit ik, als ware moeder leeuw, de hele dag naast hem, maar dat kan, mag en wil ik hem niet aandoen. Dít is een veel groter loslaten dan alle loslaat situaties die ik heb meegemaakt.

Ik heb eerder verhalen gelezen over epilepsie. Heb meegeleefd met ouders die aanvallen zagen, met verhalen van moeders die zelf deze aandoening hebben, maar dat is echt niets vergeleken bij het zelf zien gebeuren. Bij de onmacht die je voelt als ouder.

Gisteren durfde ik niet weg. Een onredelijke, maar absoluut verklaarbare angst maakte zich van mij meester. Ik weet dat ik me hiertegen moet verzetten, want anders is het einde zoek. Ik kan en mag dit niet laten gebeuren, heb mezelf gister toestemming gegeven om het voor één keertje toe te laten en mezelf vandaag gedwongen weer alleen met Lewis naar buiten te gaan.

Nu we dan toch bezig zijn met angsten, ik heb vroeger gekampt met OCD (Obsessive Compulsive Disorder), oftewel een dwangstoornis. In de puberteit had ik er best veel last van (niemand die dit wist, want zwakte in mijn ogen) en tijdens mijn zwangerschap stak het de kop weer op. Teldwang, vaste rituelen, ik ben een nogal perfectionistisch stuk vreten dat het moeilijk vindt de controle los te laten. Ook daar vecht ik al mijn hele leven tegen. Ik weet best dat het onzin is eigenschappen toe te dichten aan gebeurtenissen. Ik heb geen controle over een aanval bij zoonlief door zelf dingen te doen of te laten, dat weet ik, maar toch. Het is een manier om het in je hoofd toch te proberen. Denk aan het bijgeloof, maar dan in een grotere mate.

Bij alle ellendige gebeurtenissen vorige maand had ik -toevallig- dezelfde broek aan. Een nieuwe ook nog, die vanaf dag één om mijn kont zat. Na zes gebeurtenissen gooide ik hem uit mijn kast. Zondag droeg ik een andere, wél eenzelfde shirt. En van diezelfde winkel. Daar koop ik dus niks meer, dat snap je wel. Ik moet me inhouden niet mijn halve kast ritueel te verbranden. Maar ja, wat moet ik dan aantrekken.

Open en eerlijk, gaat het goed? Ik vind het even lastig. Ben even in gevecht met mezelf. Ik ga dit gevecht aan, zoals we dat hier altijd doen. Gewoon doorademen zeg ik tegen zoonlief. Opstaan, positief blijven en doorgaan. Niemand zei dat het leven makkelijk zou zijn…

Storm

Buiten is het prachtig zomerweer. Mijn weer, goede temperatuur, niet te heet onder mijn voeten. Buiten tenminste. Ik had gehoopt dat de storm die op andere vlakken om ons heen raast zou zijn gaan liggen. Dat er een beetje rust zou komen. Ruimte voor herstel. Ruimte om te verwerken. Gewoon adempauze. Maar nee, het universum heeft blijkbaar andere plannen.

Ik schreef het al, de omvang van de storm. Hagel, regen en wind. Alles oogt misschien kalm en rustig, maar onder de oppervlakte kolkt het. Onrust.

We hadden het achter de rug, dachten we. Boekten een paar dagen Terschelling. Even weg met ons gezin en Lewis. Even bijkomen. De vakantie vloek die ons al vijf jaar achtervolgt leek verbroken. De koffers werden gepakt en dit keer zelfs in de bus gezet. We hadden er zin in, heel veel zin. Ik pakte boven net wat laatste spullen, tandenborstels, gel dat soort dingen, toen ik op zolder een kreet hoorde, gevolgd door een harde bons. Ik wist niet hoe snel ik daar moest komen, daar waar ik zoonlief aantrof in wederom een flinke epileptische aanval.

Gelukkig ligt er op zolder ook een telefoon en kon ik direct 112 bellen. Binnen acht minuten was de ambulance er. Zoonlief was inmiddels gelukkig weer uit de aanval en zat verdwaasd naast me. Zijn schouder had weer een klap gehad en zijn oog zag er niet zo fijn uit. Hij was met zijn hoofd tegen zijn bureau aan gevallen en met zijn oog op het pootje van zijn bril. Mee naar de spoedeisende hulp dus. Weer reden we erheen, we weten inmiddels de weg. Zijn schouder zat er gelukkig nog in, het was een subluxatie, maar heeft wel weer een klap gehad. Hij heeft een blauw, dik oog en een paar schrammen op zijn voorhoofd, knokkels en tenen. En spierpijn.

De boot hebben we gemist, op meerdere fronten. Weer een vakantie geannuleerd. Wat natuurlijk bijzaak is, maar vooral zoonlief baalt er enorm van. Aanval nummer drie, de tweede binnen twee weken. Medicijnen dus, want dit gaat zo niet langer. Iets wat vooral zoonlief liever niet wilde.

De storm raast door, terwijl wij onze houvast proberen te bewaren. Er gaat van alles door mijn hoofd. EDS is op zich al genoeg om mee te dealen. Epilepsie geeft weer hele andere zorgen. Zorgen voor de toekomst, voor zijn toekomst. Ik hou me maar vast aan de gedachte dat alles een reden heeft, al weet ik niet welke. Voor nu is het wel even genoeg zo. We hebben wat tijd nodig om onze wonden te likken…

Vervangbaar?

Het is een terugkerend ding in mijn heden, iets dat al speelde in mijn verleden. Misschien is het een belangrijke les in mijn leven. Misschien moet ik het leren los te laten. Misschien moet ik leren met een ander, minder kritisch, oog naar mezelf te kijken. Grappig, terwijl ik dit typ loopt er een jongen door het gangetje achter ons huis. Hij zegt in een telefoongesprek dat het misschien iets belangrijks is om te leren. Toeval bestaat niet, het universum knikt me toe, blijkbaar.

De mens lijdt het meest aan het lijden dat hij vreest. Ik lijf aan vervangingsangst. Is dat een woord, is het echt een ding? Bij mij wel dus. Ik maak mij het liefst onmisbaar. Wil alles zelf doen en in eigen hand houden. Ik had eigenlijk niet eens zo door waarom ik zo ontzettend irritant controlfreakerig ben, tot ik vanmorgen met mijn eigen gedrag geconfronteerd werd en het kwartje viel.

Vervangingsangst. Angst om vervangen te worden. Als vriendin, als werknemer, als vormgeefster, fotografe en als blogger. Ik ben uitermate competitief, terwijl ik ook dolgraag samenwerk. Maar tijdens dat samenwerken altijd het gevoel heb (en had) niet goed genoeg te zijn.

Ooit, lang geleden, -dit lijkt het begin van een sprookje, maar is het niet- hadden Opa en Oma een geweldige hond, een Duitse herder. Ik was ontzettend dol op hem! De hond was sowieso een geweldig dier, zo eentje die waaks was, maar verder echt iedereen aardig vond. Zo ook mijn vriendin en ik, ik was gewoon jaloers. Dacht ik. Nu weet ik dat ik bang was dat de hond mij niet lief genoeg vond. Triest eigenlijk.

Er zijn altijd mensen die succesvoller zijn. Die ontdekt worden, bekend worden. Onze maatschappij geeft hen het stempeltje geslaagd. Omdat ze beter zijn, harder werken, mooier zijn? Bekendheid geeft mensen het valse gevoel dat ze beter zijn. Hoger staan, meer waard zijn. Het plaatst ze op een voetstuk, met alle voor- en nadelen van dien. Helaas voor mij spiegel ik mij altijd aan anderen, ten nadele van mezelf. Ik heb mezelf altijd vervloekt om die verrekte onzekerheid. Altijd was daar op de achtergrond die angst. Die angst om vervangen te worden. Ingeruild. Voor betere vriendinnen, voor betere werknemers, voor betere mensen. Perfectionisme komt zo vaak voort uit onzekerheid.

Hoe vaak ik ook van anderen hoor dat ik ergens goed (genoeg) in ben, ik geloof het maar zelden. Het kan altijd beter. Ík kan altijd beter. En nu is dat klaar. Moet het klaar zijn. Is het tijd dat ik eens lief ga zijn voor mezelf. Ik doe genoeg en ik ben genoeg. Ik ben genoeg als vriendin. Ik ben genoeg als hobbymatig vormgeefster en fotografe. Ik ben genoeg als baasje van Lewis. Ik ben gewoon goed genoeg.

Kon ik maar terug naar mijn jongere zelf. Kon ik haar maar vertellen dat ze het prima deed. Dat ze er prima uitzag en dat ze meer verdiende dan die hang naar perfectie. Dat juist haar imperfecties haar mooi maakten.

Ik probeer mijn vervangingsangst los te laten. Ik hoef niet meer, ik mag. Anders is niet beter en perfectie bestaat niet. Ik hoef niet leuker, slanker, beter te zijn. Als het erop aankomt is iedereen vervangbaar in zijn werk, maar is iedereen onvervangbaar als zichzelf.

Kwakzalverij

Vanmorgen las ik een artikel op de website van de vereniging van kwakzalverij over de daithpiercing, over de medische variant welteverstaan. De conclusie van het artikel laat zich raden, kwakzalverij. Ik vind die hele vereniging van de kwakzalverij precies dat, kwakzalverij. Ze irriteren me mateloos, kromme tenen krijg ik van de negatieve toon die ze aannemen. Als je het niet kunt zien bestaat het niet, dat werk. Het is de zoveelste groep mensen die je bijna een aandoening gunt. Gewoon zodat ze kunnen ervaren dat niet alles meetbaar is volgens hun ‘objectieve’ standaarden.

Ik heb hem, de medische daith. Laten zetten in Eindhoven. Uitgemeten en wel. Ik heb dus ervaren dat het werkt, bij mij tenminste wel. Mijn zeer sceptische broertje was mee en zag de verandering op mijn gezicht. Meer ontspanning, minder pijn. Wat en hoeveel het nu echt doet vind ik lastig te zeggen, omdat ik niet goed meer weet hoe het was. Het went. Maar als ik blogs teruglees kan ik wel zien dat ik er niet best aan toe was. Mijn dysautonomie geeft echt minder klachten en ik kan weer zonder nekkraag (als ik tenminste niet te veel hobbels neem), iets dat niet meer mogelijk was. Ik heb het met dok besproken en hij gelooft dat het zeker iets doet, al sluit hij het placebo effect niet uit.

Ik heb al heel wat alternatieve geneeswijzen geprobeerd. Ben bij iriscopisten geweest, heb kleurentherapie ondergaan, heb me met naaldjes laten prikken en werk met edelstenen. Heb reikt behandelingen ondergaan, zelf mijn reiki één en twee gehaald en heb dus mijn oor laten piercen. Volgens de vereniging van kwakzalverij heb ik mijn geld in een diepe put gegooid zonder dat het ook maar iets opleverde, maar ik zie dat anders.

Waarom is er zoveel weerstand tegen iets dat mensen helpt door te kijken naar energiebanen? Alles is energie. We zijn zo ver afgeraakt van de natuur. Hoe kan de medicinale werking van een plant weggezet worden als kwakzalverij, terwijl alle zooi van de farmaceutische industrie je door je strot geduwd wordt met alle (soms gevaarlijke) bijwerkingen van dien?

De vereniging voor kwakzalverij vindt de natuur gevaarlijk. Ik vind hen gevaarlijk. Niet alles is meetbaar. Vertrouw eens op de vele reacties van de mensen die uit ervaring spreken, die wéten dat iets werkt. Als je nooit openstaat voor wat je niet ziet mis je de mooiste dingen in het leven.

Zelfzorg

Al jaren vliegen ze me om de oren. De oh zo ware, maar ook oh zo lastige spreuken. De quotes die roepen dat je eerst goed voor jezelf moet zorgen voor je goed voor een ander kunt zorgen. Of dat je eerst van jezelf moet houden voor je echt van een ander kunt houden. Zelfzorg dus.

Ik pretendeer best vaak best veel te weten, maar op het punt van zelfzorg faal ik jammerlijk. Vaak. Meestal. Ik kies bij veel dingen eerder voor de ander. Heb jij het druk, geen probleem, doe ik het wel. Zelfs als dat eigenlijk niet gaat. Ik vergeet met enige regelmaat dat ik degene ben die hulp nodig heeft als er geredderd moet worden. Niet alleen ontneem ik met deze keuze de ander de kans voor mij te zorgen, ik ontneem ook mezelf de kans voor mijzelf te zorgen.

Ik heb een enorme haat-liefde verhouding met thema’s als hulp vragen en hulp nodig hebben. Het blijkt een terugkerend fenomeen in mijn leven en ik denk dat dat het blijft tot ik ga inzien dat ik beter voor mezelf moet (mag) gaan zorgen. Wat is het toch dat ik hier zoveel moeite mee heb? Ik ben denk ik ontzettend bang voor een woord dat in mijn ogen altijd een zeer negatieve intonatie heeft gehad. Egoïsme.

Even terug in de tijd, naar mijn jeugd. Ik ben (net als heel veel andere vrouwen) opgegroeid met het voorbeeld van een moeder die altijd klaarstond voor anderen. Meer dan dat zelfs, mijn moeder vergeet in de zorg voor anderen (in mijn ogen) vaak zichzelf. Dat is niet negatief bedoeld, het is een mooie eigenschap, maar als je daarin jezelf vergeet, wat ben je dan eigenlijk waard?

Een thema waar ik momenteel behoorlijk mee worstel. Het is dubbel, aan de ene kant is daar de hulp die mij geboden wordt en aan de andere kant is daar het voorbeeld uit mijn jeugd dat nog steeds onveranderd doorgaat, het altijd klaar willen staan voor de ander.

Ik ben mezelf voorbij gelopen. Zonder te groeten, zonder mezelf zelfs maar te ontmoeten. Misschien zelfs zonder ook maar een vriendelijk hallo. Ja, een gemeende glimlach voor anderen, een liefdevolle ontmoeting voor die vreemdeling, maar geen compassie voor degene die mij in de spiegel aankijkt. In mijn drang anderen te helpen vergat ik mezelf.

Gek genoeg gebeuren er op werkelijk alle vlakken momenteel dingen die me dwingen mijn eigen gedrag onder de loep te nemen. Misschien is het de leeftijd. Misschien is het vooruitzicht Sara te zien (volgende week treed ik toe tot de club van de ouwe dozen) reden om dingen te veranderen. Wat het ook is, het is hoog tijd dat ik eens voor mezelf ga zorgen. Grenzen ga stellen en ze ook aan ga geven. Het lijkt zo eenvoudig, als je iets niet langer wilt stop er dan mee. Als iets niet langer gaat, doe het dan niet. Geloof mij maar op mijn woord, het is de moeilijke weg.

De tijd om goed voor mezelf te gaan zorgen is gekomen. Het is tijd dat ik eens écht vriendjes ga worden met mezelf, mezelf eens op de eerste plaats ga zetten en dat is dus precies waar het lastig wordt. Voor mezelf kiezen vergt een zekere mate van egoïsme en daar heb ik ontzettend veel moeite mee. Een van mijn oudste vriendinnen zei ooit dat ik de neiging heb negativiteit aan te trekken. Toen begreep ik niet wat ze bedoelde, inmiddels is dat kwartje gevallen en moet ik concluderen dat ze gelijk had. Ik wil graag de superheld zijn, ik wil graag mensen helpen, maar daarmee trek ik ook bepaalde dingen (en problemen) aan. Het is niet dat ik negatief ben of negativiteit aantrek, maar ik trek wel de problemen van anderen aan en trek me die vervolgens ook teveel aan. Een goede strategie om vooral niet teveel bezig te hoeven zijn met mezelf.

Het is echter tijd. Tijd om mezelf op die eerste plaats te zetten. Moeilijk, lastig, anders. Als je al bijna vijftig jaar doet wat je deed zijn veranderingen lastig, pijnlijk soms zelfs. En toch ga ik het doen. Ik ga in gesprek met mij en ik ga proberen open en eerlijk te luisteren. Ik ga mijn grenzen aangeven en ik ga mezelf met een andere blik te bekijken.

Omdat ik het waard ben.

Het leed dat marketing heet

Ooit deed ik een opleiding, nou ja, ik deed er meerdere, want ik verveel me nogal snel, maar ooit deed ik een opleiding marketing en management. Hierna ging ik werken op de afdeling marketing van een middelgroot bedrijf. Ik had precies wat ze zochten, een nogal bijzondere combinatie van interesses en opleidingen. Ik had zowel mijn export papieren als marketing diploma’s en was vormgeefster. Tja, ik vind nu eenmaal veel leuk en leer ontzettend graag bij.

Ik maakte verpakkingen, catalogi en schreef teksten voor van alles en nog wat. Vertalen deed ik ze ook nog. Laten we zeggen dat ik een uniek inkijkje heb gehad in de wereld der marketing. En laten we ook zeggen dat ik er, mede hierdoor, een haat-liefdesverhouding mee heb. Marketing is een mooi vak, maar het is ook een zeer discutabele tak van sport. Nou ja, dat hoeft niet, maar dat is het vaak wel. De Firma List en Bedrog ligt namelijk op de loer. Het hoofddoel van marketing is het ondersteunen van de afdeling verkoop en zo zoeken fabrikanten de randen van de waarheid op en rekken ze deze zo nu en dan ook wat extra op. Het doel heiligt de middelen, althans dat is wat ze soms echt wel lijken te denken. De grootste boeven op dit gebied werken misschien wel bij het Voedingscentrum. Zij bepalen wat gezond is, maar worden aangestuurd door, juist, de fabrikanten. Iets met wij van WC eend adviseren.

Waarom maak ik me hier vandaag druk om? Nou, ik ben me aan het verdiepen in keto. Een lifestyle volgens de een, een krankzinnig dieet volgens de ander. Het werkt, daar zijn de zogenaamde experts het wel over eens. Of het op de lange duur echt gezond is, daar zijn de meningen over verdeeld. Ik heb vandaag al een hele bende websites bezocht. Heb zoektermen verzonnen waar het Google van duizelt en een hele lading meningen gelezen. Orthomoleculaire voedingstherapeut één adviseert het, nummer twee plaatst er kanttekeningen bij en nummer drie heeft een totaal andere mening.

Wat is de bindende factor? Juist, marketing! Hoezo zul je zeggen? Nou, iedereen (bijna iedereen) die je online vindt heeft er iets bij te winnen. Ze hebben een werkelijk fantastisch kookboek geschreven (en ja, Tien heeft er alweer eentje in haar winkelwagentje gepleurd, want je weet maar nooit), of een complete methode ontwikkeld. Zolang mensen afhankelijk zijn van de verkoop van hun producten zul je, vrees ik, de waarheid niet vinden. En dus vertrouw ik maar weer op mijn eigen (hoop ik) gezonde verstand. Ik mix (eh, mijn geliefde hulp mixt) en (ik) match en ga proberen te luisteren naar mijn lijf. Wat best lastig is gezien het feit dat mijn hoofd al deze verschillende theorieën half opslaat en te pas en te onpas naar voren brengt.

Marketing heeft onze wereld verpest. We zijn ten slaaf gevallen aan het kapitalisme (goh, weer diezelfde conclusie) en we verpesten op grote schaal niet alleen onze gezondheid, maar ook die van onze planeet met producten die we niet nodig hebben, maar die oh zo verleidelijk gemaakt worden. Het leven wordt er zo niet makkelijker op. Misschien moet ik daar eens een boek over schrijven. Of wacht, dan moet in het weer promoten met misschien wel halve waarheden. Weet je wat, koop mijn andere boek maar, dat is tenminste gebaseerd op echte ervaringen…

De hangmat theorie

Een uitkering is een lekkere hangmat. Een verkiezingsposter voor de VVD in Hellendoorn. Mijn vinger blijft boven mijn toetsenbord hangen. Ik wil zoveel zeggen, maar er komt zo weinig uit. Eigenlijk omdat ik het schokkend vind dat er mensen zijn die dit denken. We leven in een sociaal land, tenminste, dit ‘gave’ land heeft nog sociale kenmerken. Die ‘lekkere’ hangmat is zo’n kenmerk. De uitkering is een vangnet voor medelanders die het minder getroffen hebben. Dit kan om verschillende redenen zo zijn, er zijn dan ook meerdere uitkeringen. Je kunt in de WW zitten, in een uitkering door ziekte of in de bijstand. Ik hoor sommige mensen denken, het is vast je eigen schuld. Mij overkomt zoiets niet. Dacht ik ook, toch heb ik in de WW gezeten en ben ik uiteindelijk door mijn aandoening afgekeurd. Het kan iedereen overkomen.

Een uitkering is een lekkere hangmat. De beste man heeft de poster met deze uitspraak laten verwijderen. Er waren mensen die zich gekwetst voelden, dat was niet de bedoeling. Hoe ver staat dit aankomende gemeenteraadslid van de gemeente Hellendoorn af van de mensen in die gemeente? Het stukje ‘lekkere hangmat’ ís toch ronduit kwetsend? Erger nog, het is denigrerend en vernederend. Als je dat niet begrijpt, hoe kun je dan gemeenteraadslid zijn?

Ik heb mij als zogenaamde uitkeringstrekker jarenlang schuldig gevoeld richting de maatschappij. Het gevoel iets van nut te moeten toevoegen drukte zwaar op mijn schouders. Uiteindelijk heb ik geaccepteerd dat werken geen optie meer was voor mij, toch blijft dat gevoel van nut, of niet langer van nut zijn, etteren. Ik zet mij op allerlei manieren in voor onze samenleving. Ben wat dat betreft nu van meer nut dan toen ik nog werkte. Zo hoop ik iets terug te doen. Zo koop ik als het ware mijn schuldgevoel af, zodat ik met iets minder ballast plaats kan nemen in die lekkere hangmat.

Ik ken mensen die in de bijstand zijn belandt. Mensen die om verschillende redenen niet langer deel kunnen nemen aan onze werkende samenleving. Zij doen wat ze kunnen om te overleven met het minimum van het minimum. Zij zetten zich op andere manieren in voor onze samenleving. Soms werkt het gewoon even niet. En ja, er zijn profiteurs. Er zijn altijd profiteurs, ze zullen er ook altijd blijven. Dat is niet anders, accepteer het. Leven met een minimum geeft al genoeg ballast, zeker in deze tijd. Je weet niet waarom iemand in deze situatie zit. Zeker niet vanachter je bureau, op grote afstand van de zandvlakte waarin de hangmat zich bevindt.

Een uitkering is geen lekkere hangmat. Een uitkering is een vangnet. Iets waar wij als Nederland trots op moeten zijn. We zijn een sociaal land, waarin iedereen een plekje heeft. Dat zouden we moeten zijn, want dit ‘gave’ land laat steeds vaker het kapitalisme voor de menselijkheid gaan. Als ik deze uitspraak op een poster had laten zetten zou ik me doodschamen. Kijk eens verder dan je luie stoel, jij zit comfortabeler dan die persoon in de hangmat.