Identiteit deel 6

Maskers

Het laatste deel in deze serie, denk ik.
Maskers.

We dragen allemaal weleens een masker.
Bij mij is er het masker van zelfspot.

De naam die ik mijn blogpagina gaf is daar een overduidelijk voorbeeld van.

Welkom in de wereld van een kneus.

Ik kan er heel mooi omheen praten (en dat doe ik ook). Ik kan de ultieme omdenk-theorie presenteren: Kijken Naar Elke Unieke Situatie.

Maar uiteindelijk is daar de keiharde naakte waarheid achter de naam.

Zelfspot.

Mijn manier om om te gaan met de situatie.
Ik lach het eerst om mijn eigen klunzigheid.

Als ik achterover donder (en dat gebeurt nogal eens dankzij mijn beroerde propriocepsis) lach ik als eerste. Ik verbloem de pijn met een grijns op mijn gezicht.

De blauwe plekken verwerk ik in mijn eentje.

Lange tijd is dit hoe ik mij voelde.
Een kneus.

Fysiek niet in staat tot de voor een ander normaalste-zaak-van-de-wereld-heden.

Incompetent.
Sneu (zonder de medelijdende factor).

Het masker van zelfspot maakte zich steeds meer tot een onderdeel van mijn identiteit.

Tot ik me er bewust van werd. En besloot dat ik dit niet langer accepteerde. Woorden doen ertoe, ook woorden die gesproken worden om dingen lichter proberen te maken, want dat is uiteindelijk wat ik probeerde.

De naam kneus heeft me ook veel gebracht.

Hij viel (valt) op.
Hij maakt dat mensen je zien.

Zowel positief als negatief, want hij riep ook veel weerstand op. Inmiddels begrijp ik ook beter waar dat vandaan komt.

Mijn punt, een masker hou je je voor om een deel van jezelf te verbergen.

Ik had dat nodig, toen.
En nu neem ik er afstand van.

Ik mag lachen, om mezelf en met mezelf.
Ik mag mijn zelfspot behouden.
Maar niet langer om me erachter te verbergen.

Ik ben ik. Zoals ik ben.
De maskers gaan af. Ik heb ze niet meer nodig.

En dat is een groot gewin!

Fotografie José Donatz

Identiteit – deel 3

Zelfbeeld

De firma Kluns en Klungel. Dat was ik al op jonge leeftijd. Zo noemde ik mijzelf.

In de loop der jaren veranderde Kluns en Klungel naar Kneus en Kreupel. Daarna kwam de rolstoel, eerst handmatig, toen elektrisch.

Dat pookje deed iets met mijn zelfbeeld.
Meer dan ik durfde toe te geven.

Ik heb altijd keihard geroepen hoe erg ik genoot van de voordelen van mijn luxe elektrische stoel (en dat voelde ook zo op bepaalde fronten), maar de voor mij mentale nadelen stopte ik diep weg.

Ik vocht voor meer zichtbaarheid in de bladen, maar liet mij op zo’n moment zelden in mijn elro zien. Had daar ook mooie excuses voor. Om het voor mijzelf te rechtvaardigen.

Drempels. Letterlijk.

Ik ontwikkelde een angst om alleen over straat te gaan. Zonder Lewis aan mijn zijde voelde ik mij in mijn stoel nooit compleet.

Pas nu, met Bumblebee, zie ik het verschil. Niet alleen in wat ik kan, maar ook in hoe ik mijzelf zie. En ik besef dat dat niet bij mijn omgeving ligt. Het ligt bij mij.

De overgang van rollen terug naar lopen deed ook iets. Mijn lichaam ging vooruit, maar mijn hoofd bleef achter.

In eerste instantie paste ik mij aan aan wat ik dácht dat er van mij verwacht werd. Niet alleen door anderen, vooral door mijzelf.

Zelfbeeld.

Het is niet alleen hoe je eruitziet,
het is ook hoe je jezelf positioneert.

Welke rol je inneemt. Welke grenzen je denkt te hebben en welke angsten je laat spreken.

Mijn hoofd heeft het me niet altijd makkelijk gemaakt. Oude overtuigingen en verhalen bleven zich maar herhalen, maar ik hoef ze niet meer te geloven.

Mijn identiteit verandert met hoe ik naar mijzelf kijk. En daar zit een keuze in.

Misschien wel de belangrijkste tot nu toe.

(fotografie Jose Donatz)

Identiteit – deel 2

De doorzetter

Ik ben een doorzetter. Altijd al geweest.
Als ik iets wil, ga ik ervoor. Honderd procent. Nee, duizend!

Ik kan mijzelf volledig verliezen in iets wat mijn aandacht heeft. Dusdanig dat ik mijn grenzen niet meer zie. Ze liggen mijlenver achter me als ik eens achteromkijk.

En ik blijf er eroverheen denderen.
Keer op keer.

Met alle (vooral fysieke) gevolgen van dien.

Naar de buitenwereld geeft dat het beeld van een doorzetter. En eerlijk is eerlijk, aan wilskracht heb ik geen gebrek.

Grenzen zijn er om overschreden te worden.
Dat was zo’n beetje mijn motto.

En het heeft me ver gebracht.
Beide kanten op.

In de loop van de tijd ben ik in dat beeld van mijzelf gaan geloven.

Ik ben een doorzetter.
Dus ik dóe doorzetter.

Als je iets vaak genoeg hoort ga je je ernaar gedragen. Naar wat je van jezelf verwacht, en naar wat anderen in je zien.

Je wordt wie je speelt.

Ik deed niet aan grenzen. Dat paste niet bij mijn rol en ik speelde hem goed. Te goed…

Maar hier komt mijn punt.
Ik kan die identiteit veranderen.

Wilskracht hoeft niet te zitten in doorgaan.
In over grenzen heen blijven denderen.

Misschien zit wilskracht ook in iets anders.
In stoppen. In voelen. In begrenzen.
In mezelf beschermen.

En ook hierin zit voor mij dat risico van doorslaan. Maar deze keer kies ik bewust.

Van nu af aan kies ik voor een andere rol.

Identiteit – deel 1

Voorbij de Kneus

Ik pak mijn plek in de wereld terug!

Ik ga een serie blogs maken, met bovenstaande zin als inspiratie. Omdat dit onderwerp te groot is om in één blog te beschrijven, hak ik het in stukken. De eerste serie binnen deze serie zal gaan over identiteit.

Wie ben ik als ik niet langer ‘de Kneus’ ben?

Uiteraard zijn dit mijn woorden, jij hoeft ze niet zo te voelen. Maar voor mij is het passend. Afscheid nemen van iets dat lange tijd een groot onderdeel was van mijn zijn.

Wie ben ik zonder mijn beperkingen?

Niet omdat ze weg zijn, maar omdat ik ze niet langer alles laat bepalen.

Dus… deel 1.

Voorbij de Kneus.

Ik schreef het gisteren al. Jarenlang hebben mijn beperkingen me stof tot schrijven gegeven. Artsen, therapeuten, hulpmiddelen, nieuwe uitdagingen. Er is altijd wel iets in mijn lijf dat om aandacht vraagt. En daarmee aandacht krijgt.

Wat je aandacht geeft groeit…

Wie ben ik zonder die constante aandacht voor mijn lijf?

Ik ben zo lang gedefinieerd door mijn beperkingen. Door de pijn. Gesprekken gingen vaak over wat ik mankeer. Over hoe ik ermee omga. Hoe ‘knap’ dat is.

Complimenten te over. En ja, dat voelt ergens ook goed. Maar ik ben zoveel meer dan dat. En dat wordt soms over het hoofd gezien. 

Met alle goede bedoelingen ben ik verworden tot mijn aandoening.

Het is dubbel. Als mensen liefdevol vragen, raak ik mezelf soms kwijt. Maar als ze niet vragen, voel ik me vergeten. Die balans, die is voor iedereen anders.

Ik wil weer meedoen. Ik wil weer meetellen.

Mijn lijf is een onderdeel van wie ik ben, maar het definieert mij niet.

Als ik heel eerlijk ben moet ik toegeven dat ik daar zelf ook een rol in gespeeld. Die ga ik later onder ogen zien. Maar voor nu kies ik iets anders.

Ik laat mijn aandoening los.

Niet omdat die er niet meer is, maar omdat ik de andere kanten van mijzelf weer ruimte wil geven.

Alles wat ik heb geleerd in de afgelopen jaren neem ik liefdevol mee. De valkuilen. De lessen. De kracht. Ze begeleiden mij op dit pad. Een pad dat ik zélf kies.

Ik laat mij leiden door een bijna kinderlijk enthousiasme. Met een blik vol verwondering stap ik vooruit.

Ik pak mijn plek in de wereld terug!