Een klein jeugdtrauma

‘De Luizenmoeder’

Op zondagavond zit ik voor de buis, kijkend naar klappen- en zingende juf Ank en de ouderperikelen op- en rond het schoolplein van ‘de Luizenmoeder’. Ik hou wel van dit soort series, heerlijk herkenbaar, de rangen van de middelbare school tellen op het schoolplein van de basisschool, onder de moeders, gewoon weer door.

Back to the nineties

Zingende juf Ank doet mij denken aan een soort van falende periode in mijn leven, de PABO. Ik heb na mijn HAVO diploma behaald te hebben een poging gedaan tot het worden van basisschoollerares. Juf Ank bleek echter niet in mijn DNA te zitten, zelfs niet in onderdrukte mate. Om leraar te worden moet je stage lopen en dat begint al in het eerste schooljaar. Ik had er zin in, al blokfluitend en zingend liep ik met een klasgenootje van het station naar school, we hadden grote schik (de mensen in en om de trein iets minder). Ik kon dit, ik was best goed met kinderen, dit was leuk!

Knutselen met kleuters

Mijn opleiding verliep de eerste twee maanden prima, lessen als knutselen met kleuters en taal gingen best (al bleek ik niet erg handig met vouwblaadjes). Opnieuw leren rekenen ging ook best en psychologie vond ik heel interessant. De ‘problemen’ begonnen in het muzieklokaal, zingen bleek niet slechts nodig in de muziekles (waar wij vroeger een leuke muziekleraar voor hadden), nee zingen bij de kleuters gaat de hele dag door; bij het binnenkomen, als je ze bij elkaar roept, bij het eten en drinken, schoonstampen van de schoenen én bij het weggaan. Dat had ik niet ingecalculeerd bij mijn opleidingskeuze.

‘Zangtalent’

Ik kan dus niet zingen, mijn kraaienzang is niet alleen vals, ik ben ook nog eens niet toonvast, echt niet. Tot mijn veertiende had ik daar geen enkel probleem mee (of niemand had mij er nog op gewezen). Ik zong altijd en overal. Dit eindigde tijdens de muziekles op de middelbare school, waar mijn muziekleraar mijn zangkunsten openbaar de grond in trapte. Wij hadden een leraar die zijn bril scheef op zijn neus zette als jouw stemgeluid hem niet aanstond en tja, dat was bij mij het geval. Zingen voor een cijfer (ik vind dat nog steeds een vorm van mentale mishandeling) leverde mij een onvoldoende op. Alsof ik er iets aan kan doen dat ik niet gezegend ben met de stem van Whitney Houston.

Een fobie-tje is geboren

Mijn leraar heeft één ding voor elkaar gekregen, ik durfde mijn kaken in het openbaar niet meer van elkaar te trekken en laat dat nu precies wel de bedoeling zijn gebleken bij het beroep (kleuter)juf. Resultaat was dat ik bij muziekles schitterde in afwezigheid en tijdens de stage mijn kaken stijf op elkaar hield. Ik wilde best juf worden, maar geen zingende.

Geen juf Ank

Verder bleek mijn carrière als juf Ank sowieso geen lang leven beschoren; het onder de duim houden van 25 kinderen bleek mij niet op het lijf geschreven en ik zat letterlijk in de vlekken (bleek stress te zijn). Ik ben dan ook maar gestopt op het hoogtepunt en heb eieren voor mijn (leer)geld gekozen. Er is dus geen juf Ank aan mij verloren gegaan, ik bekijk haar liever van afstand, op de tv 😉.

50 Tinten grijs

Nee, geen boekverslag hierover (ben niet verder gekomen dan pagina 20), dan eerder over een andere grijs; die van ‘Grey’ in ‘Grey’s Anatomy’.

Fan

Ik ben groot fan. Heb deze serie al tien keer gezien (als het niet vaker is). Ik hou van Mc Dreamy (welke vrouw niet) en Mc Steamy mag er wat mij betreft ook best wezen. ‘Zo werkt het echt niet mam’ roept zoonlief als Meredith zich in een ‘on call room’ op Derek stort. Ach, het is gewoon heerlijke televisie wat mij betreft. Gelukkig heeft het echte leven minder drama, nou ja bij vlagen meer dan genoeg voor mijn smaak.

Dikke drama

Ik ben opnieuw begonnen, bij serie één dus. Vandaag belandde ik bij neergeschoten dr. Burke, voor wie de serie niet kent, het is de vraag of deze chirurg na dit schietincident ooit nog zal kunnen opereren. Dikke drama dus, want hij is één van de besten, hij heeft zich er met hart en ziel voor ingezet, het is zijn leven. En dat zette mij aan tot nadenken…

Onbekende ellende

Je hoort het vaker, hoe erg het is als een topsporter een ernstige blessure oploopt en niet langer kan sporten. Als een chirurg zijn hand niet meer 100% kan gebruiken. Het is erg voor hen, natuurlijk! Maar wat te denken van al die andere mensen die hun werk kwijt raken door een beperking? Als een sporter door een blessure niet meer kan sporten is dat vervelend, maar er is nog zoveel anders dat ze wel kunnen. Ik kan niet anders dan even met teleurstelling terug te denken aan wat mezelf is overkomen.

Ik heb niet gevraagd om deze aandoening. Ik heb zeker niet gevraagd om al het gepruts van artsen die mij met een kluitje in het riet stuurden en de therapeuten die het mis hadden en me aan lieten modderen. Ik heb niet om hulp gevraagd om mezelf fysiek te verprutsen. Toch is er niemand (buiten de mensen die mij liefhebben) die er wakker van ligt dat ik mijn werk niet meer kan doen. Sterker nog dat ik zelfs weinig zinvols meer kan in fysiek opzicht. Logisch, maar evengoed wel pijnlijk. Waarom vinden mensen iets ‘erger’ als het iemand overkomt die bekend is?

Dromen met demonen

Dingen lijken per definitie erger als ze bekende mensen overkomen. Raar eigenlijk, zoonlief gaat zijn geliefde sport op moeten geven omdat zijn lijf het niet meer trekt. Hij is 16, dat is toch een beste frustratie. Er zijn zoveel mensen die niet de kans krijgen hun dromen te volgen, wiens dromen afhankelijk zijn van zoveel andere dingen. Het is niet vanzelfsprekend te kunnen te doen wat we willen. De gemiddelde Nederlander krijgt genoeg klappen te verwerken, dromen die in duigen vallen en niemand die daar bij stilstaat.

De échte mens

De wereld draait niet om televisie persoonlijkheden, ze draait om échte mensen. Misschien moeten we ons iets drukker maken om deze mensen, die dicht bij ons staan. Als wit op zijn best is en zwart op zijn minst zitten daar ook in het echte leven wel vijftig tinten grijs tussen…

What’s in a name

Ik blijf me verbazen over de kracht van een woord, van mijn titelwoord. Het is blijkbaar dubbel, wederom valt het woord ‘kneus’ bij een aantal mensen niet in de smaak.

Discutabel
Ik weet dit natuurlijk al langer; mijn blog draagt een discutabele naam. Ik begrijp de commotie niet zo goed, ik zeg namelijk niets over een ander. Het is mijn wereld waar ik over schrijf, mijn wereld en míjn kijk erop. Ik ben zelfbenoemd kneus en vind daar niets mis mee, integendeel. In de periode dat ik mijn boekje probeerde te promoten heb ik een aantal journalisten gesproken; zij vonden de titel geniaal, niks slachtofferrol, zelfspot. Het valt op en het geeft aanleiding tot discussie, dat laatste is duidelijk.

Don’t judge a book…
Jammer is wel dat sommige mensen niet verder kunnen kijken dan die titel. Dat het enige waar commentaar op komt, niet de inhoud van het geschreven stuk, maar de naam van het blog. De vraag is dan of ik niet beter de titel kan aanpassen, om meer volgers te krijgen. Nee dus, als je niet verder kunt kijken dan één enkel woord ben je bij mij niet op de goede plaats. Ik schrijf het vaker, deze titel is niet zomaar gekozen, hij heeft een geschiedenis; míjn geschiedenis.

Ontwikkeling
Het is het verhaal van een onzeker muisje, weggezet als aansteller, als pechvogel, als fysiek kneusje (als in constant geblesseerd). Het is het verhaal van het muisje dat zich door de nodige fysieke tegenslagen heen heeft geslagen, dat gegroeid is, sterker is geworden. Het muisje dat fysiek misschien wel kneuzeriger is als ooit, maar daarvan heeft geleerd en nu voor zichzelf op durft te komen en vecht voor haar dromen. Het muisje dat heeft overwonnen, is veranderd en nu de naam ‘Kneus’ draagt met trots. Het is juist het kneus-zijn dat mij heeft gevormd. Daar schaam ik mij niet voor, daar ben ik trots op!

Keuzes
Ik ben realistisch, het is hoe het is, daar moet je mee leren omgaan. Gelukkig kan ik ook de humor inzien van situaties, hoe waardeloos ze ook zijn. Als je beperkt wordt heb je nog steeds een keuze. Je kiest hoe je met jouw situatie omgaat. Je kunt bij de pakken neerzitten, je kunt jezelf zielig vinden of je kiest ervoor er het beste van te maken, te leven met de mogelijkheden die je wél hebt (en geloof mij er zijn altijd mogelijkheden, hoe klein ook).

Gevecht
Het is niet makkelijk, ook ik heb mijn momenten. Al die voor mijn gevoel verloren uren, de pijn, het totale gebrek aan energie. Het schuldgevoel naar anderen, naar jezelf. Het is vechten, altijd, elke dag opnieuw. Toch ben ik vastbesloten iets van mijn leven te maken, ik ben hier niet voor niets. Iedere persoon die ik kan ‘helpen’ met mijn verhaal is er eentje, eentje die de moeite waard is, eentje die mijn geschrijf de moeite waard maakt.

It’s me
Ik kan het niet iedereen naar de zin maken en dat wil ik ook niet. Wil je zwelgen in zelfmedelijden, dat mag, maar ik ben dan niet de juiste persoon voor jou om te volgen. Hou je van eerlijkheid, van een écht verhaal zonder opsmuk, van een tikkie sarcasme, van enthousiaste plannen, van zelfspot en een lesje van de juf op z’n tijd (ik kan nogal gepassioneerd voor mijn mening uitkomen), dán ben ik je man, eh vrouw!

Ruwmantisch

Begin januari had ik een fotoshoot met Eline (https://www.facebook.com/ruwmantisch/). Zij heeft haar passie van urban fotografie (fotografie in oude gebouwen) gecombineerd met portretfotografie en laat ik daar nu ook van houden! Een mooie combinatie dus. Gelukkig wilde mijn vaste schoonheidsspecialiste Bernadette mijn snoet en haar onder handen nemen (en wat achter de schermen foto’s maken), dus zo togen wij samen naar een geheime lokatie met oude zooi om een gave shoot te bewerkstelligen (voor zover dat lukt met mij als lijdend voorwerp).

Niet mauwen

Dat lijdend voorwerp was echt zo trouwens, het was namelijk bijzonder koud in de fabriek! Wie ‘plant‘ zoiets dan ook in januari (iets met graag willen en weinig geduld). Niet mauwen dus, tussen de foto’s door kroop ik in mijn stoeltje met mijn deken om me heen. We hadden van te voren een aantal soort van thema’s besproken, allemaal lukte niet (mijn energie laat dat niet toe en mijn lijf ook niet). Thema’s om te proberen inzichtelijk te maken hoe het voelt chronisch ziek te zijn. Eenzaamheid, maar ook kracht wilden we laten zien. Deze foto’s ga je hier en daar zeker terugzien!

(Achtergrondfoto door mij bewerkt)

Enthousiast

Lastige voor mij tijdens een shoot is mij over te geven aan de fotograaf (ik heb natuurlijk als ex-fotografe zelf ook een bepaalde visie). Ik moet zeggen dat Eline die visie haarfijn aanvoelde. Ik herkende mezelf ook een beetje in haar manier van fotograferen én omgaan met mensen (enthousiast). Nog een puntje is lachen, ik krijg de grijns erg moeilijk van mijn smoel en dat past bijvoorbeeld bij eenzaamheid uitstralen niet zo best.

De shoot

We begonnen bovenin, trap lopen dus. Ik kan het gelukkig weer een beetje al vinden mijn knieën het nog steeds niet leuk. De lieve beheerder sleepte mijn Quicky de trappen op (en Bernadette hem er weer af), ik kan niet én traplopen én boven ook nog lopen, too much. Ik verplaatste me dus in de rolstoel om zo tussendoor even te kunnen staan. Ik hoor in mijn hoofd bijna mensen denken ‘waarom die stoel ze kan toch staan en hurken?’. Ik kan heel veel, ik kan het alleen maar kort én deze acties hebben flinke consequenties die niemand ziet (daarover zo meer).

Koningin der Kneuzen

De tijd vliegt als je zo bezig bent, we hadden gerekend op twee uur, maar die waren al bijna om en ons ‘grootse’ project moest nog. Naar beneden voor een foto met Alex (mijn elro). Zoals jullie weten noem ik mijzelf ‘De Kneus’, voor deze foto pakten we groot uit; de Koningin der Kneuzen. Niet omdat ik neerkijk op de rest, maar omdat we meetellen, omdat ook wij mensen met een beperking groot zijn in wat we doen met onze mogelijkheden!

De jurk, de kroon en Alex

Ik had een mooie jurk gehuurd en Eline had toevallig net een fantastische kroon gekocht. Omkleden mocht gelukkig binnen (ik zag al bijna blauw). Trok wel bekijks, in de gang tussen de vergaderende mensen een half naakt model 😉. Ik ben de Koningin en Alex is mijn troon. Arrogant kijken, dat was het doel, niet makkelijk met mijn steeds wederkerende (enigszins bibberende) grijns.

Naweeën

Na de fotoshoot al trillend terug naar huis. Eenmaal daar sloeg de overbelasting heftig toe. Ik lag een uur bibberend onder de deken, maar kreeg mijn lijf niet meer op temperatuur. Dan maar in bad, goed heet, kaarsjes aan, even bijkomen. Ik had mijn rol watjes en de de-make up al klaar liggen op de badrand. Met het afkoelen van het water voelde ik ook de kou terugkeren in mijn lijf. Snel even de make up eraf halen, watjes naast me neer gegooid, moe en mistig ging ik te werk.

Ineens merkte ik een rare geur op en de kaarsen gaven ook een stuk meer licht. Dan merk je pas goed wat zo’n diepe vermoeidheid met je doet. Ik lag erbij en keek ernaar. Brand op de badrand, mijn rol watten rond in de fik en ik snapte maar niet waarom de kaars zoveel licht gaf. Uiteindelijk toch in een opleving mijn waterfles (staat altijd naast me) gepakt en over de losse watjes gegooid en de rol watjes bij me in bad gegooid. Ietwat verdwaasd ernaar kijkend, gelukkig was het de badkamer, maar ik heb mijn lesje geleerd, geen geklooi met kaarsen als mijn hoofd op overbelasting staat…

Oordelen

Veel mensen oordelen over wat ik doe zonder na te denken. Ik lig gemiddeld 22 uur per dag plat met dank aan van alles, doet er ook niet toe, 22 uur! Dat is veel, af en toe moet ik iets doen om mezelf mentaal gezond te houden en ja, dan doe ik iets dat mijn lijf eigenlijk niet kan, doe ik een escape room of een fotoshoot waarbij ik een houding aanneem waar ik later dubbel en dwars voor moet boeten. Waarom ik dat dan toch doe? Omdat ik anders knettergek wordt, mijn leven speelt zich bijna volledig af tussen de geraniums, ik moet af en toe iets doen. Dat je de gevolgen niet ziet wil niet zeggen dat ze er niet zijn. Het maakt me oprecht verdrietig dat sommige mensen dat niet lijken te begrijpen. Dat we chronisch ziek zijn wil niet zeggen dat we alle leuke dingen ook op willen geven. Zolang je zelf de gevolgen niet gevoeld hebt, hoef je niet over ons te oordelen…

Een positievere noot, inmiddels zijn de foto’s binnen en ik ben er erg blij mee! Dank je wel Bernadette voor het toonbaar maken van mijn snoet en dank je wel Eline voor de geweldige foto’s! Het was zwaar, maar zo leuk!

Spread the word!

EDS, een onderschatte aandoening… In dit boekje vind je een verzameling columns over mijn leven met deze aandoening. Verhalen over het leven met een chronische ziekte, een leven met veel beperkingen, maar ook een leven dat de moeite waard is.

Zelfspot en humor maken het leven een beetje makkelijker, dit boekje is geen klaagzang, maar laat wel zien waar je als fysiek uitgedaagde tegenaan loopt (of rijdt 😉).

Een handzaam pocketboekje om in je tas te stoppen, om artsen en therapeuten mee om de oren te slaan of vrienden en familie te laten lezen dat je niet de enige bent. Columns over schuldgevoel, artsen, het UWV en de WMO, over hulpmiddelen en aanpassingen, over wensen en dromen, over het leven…

Ik wil EDS op de kaart zetten, ons beperkten op de kaart zetten, wij verdienen net zoveel ruimte in deze samenleving als niet beperkten. Wij raken onnodig ondergesneeuwd, wij hebben ook een functie, zijn niet nutteloos.

Wil je me helpen? Deel dit bericht, zodat lotgenoten kunnen lezen dat ze niet de enigen zijn, artsen en hulpverleners zich meer kunnen verplaatsen in de andere kant en familieleden en vrienden zich meer kunnen inleven…

Blue monday

Het is vandaag blue monday; de meest depressieve dag van het jaar. Ik kan er wel inkomen, het het donker, nat en koud buiten. Sterker nog het is voor mijn gevoel al weken donker, nat en koud. Ik ben niet op mijn best in januari. Heb de kertlichtjes lekker eigenwijs nog hangen (geen zorgen er hangen geen kerstballen bij) in de hoop dat de lichtjes nog even doorwerken.

Januari

Had ik al gezegd dat ik een bloedhekel heb aan januari? Goede voornemens die ik toch niet kan houden en evenzo de voornemens die de ander niet volhoudt. Ik kijk echt uit naar maart, een sprankje hoop op een vroege lente, waarin ik weer zonder compleet te verkrampen naar buiten kan. Ik lig hier met koude klauwen en koude voeten onder mijn dekentje en hoor de regen tikken op het verandadak. Dat dakje waar ik onder wil liggen, met het zonnetje erop. Nu maakt het dak het huis donkerder en biedt het beschutting tegen de regen aan het wagenpark dat ongebruikt en eenzaam staat te verstoffen.

Monday-moe

Ik wil wel, echt wel, maar kan de moed niet vinden mij naar buiten te slepen. Teveel gedaan, kerst, oud en nieuw, een escape room of twee en een fotoshoot in de kou. Het lijf is moe, overmoe. Ik ben moe en koud. Het is écht blue monday…

Bijgaand plaatje van Rumag verwoord dit goed…

Bijzonder

Is dat eigenlijk niet alles wat we willen? Bijzonder gevonden worden door iemand. Door meerdere ‘iemanden’?

Een bericht op Facebook heeft me doen nadenken. Gister was er een dingetje, ik merk dat ik een irritatiepuntje heb bij een roep om aandacht. Waarom heb ik dat, waarom irriteert het me als mensen in de slachtofferrol kruipen. Ik wil gezien worden als een sterke persoonlijkheid, ik verfoei zwakte. Is het omdat ik bang ben zwak te zijn? Is dat de achterliggende psychologie?

Sterk zijn

Ik ben sterk, ik kan alles alleen en dat maakt dat ik soms mensen juist van me afstoot. Ik blijf in dat opzicht een beetje hangen in de peuterpubertijd, ‘ik ben twee en ik zeg nee’, ‘zelluf doen’. Is het de angst voor zwakte? Nee, eigenlijk het tegenovergestelde, het is angst voor afwijzing. Als je sterk bent, als je het alleen doet kan niemand je afwijzen.

Het grootste nadeel van sterk lijken is dat niemand er bij stilstaat dat je ook weleens een arm nodig hebt. Angst voor zwakte slaat door in nooit laten merken dat je niet altijd maar sterk kunt zijn. Sterke mensen zijn zelfverzekerd, maar wat als er onder dat masker eigenlijk onzekerheid schuil gaat? Tegen anderen roep ik dat het ok is toe te geven aan een slechte dag. Maar voor mezelf ben ik hard, te hard denk ik.

Issues

Ik heb issues (en niet alleen met mijn tissues 😉). Hele gesprekken met verschillende psychologen lossen de kronkels in mijn brein niet op. Wat je het meest irriteert vertelt je iets. Ik haat het vragen om aandacht, het irriteert me in hoge mate. Het voelt zwak (voor mij he, ik wil niemand veroordelen).

Iedereen is bijzonder

Ik kom terug op de titel; bijzonder. Wil niet iedereen eigenlijk bovenal bijzonder zijn. Wil niet iedereen graag horen dat je meetelt, dat je belangrijk bent, dat je ertoe doet, dat je mooi bent? Dat je een bijzonder mens bent…

Horen dat je meetelt, iets voorstelt, bijzonder bent is fijn, het is menselijk en daar is niets zwaks aan, dus kom maar op, ik geef het goede voorbeeld; jij bent een bijzonder mooi mens!

Tijdgebrek

Langzaam maar zeker word ik gek. Ik word een beetje wanhopig van mezelf. Hele dagen ben ik thuis, hele dagen de tijd, ik hoef niet te werken, ik heb tijd zat. Zou je denken…

Overspannen zenuwstelsel

Ik heb dan wel tijd zat, maar ik ben mijn lijf ook zat. Ik weet niet meer welke houding aan te nemen. Zitten lukt niet, de vlammen slaan uit mijn hoofd, het staat op ontploffen en liggen is de enige remedie. ‘Je bent in de overgang’, roept men dan, maar dat is het niet. Het is die verrekte dysautonomie, het is mijn overspannen zenuwstelsel dat me parten speelt.

In de herhaling

Aangezien ik ook niet kan staan of een rondje lopen, mijn knieën heb ik ook iets teveel belast, blijft liggen over. Ja, ik weet het, ik val in herhaling. Maar enig idee hoe vervelend dat is? Mijn rug voelt beurs, de prinses op de erwt is terug, ieder bobbeltje en elke hobbel doet pijn. Het matras voelt te hard, mijn lijf wil gewoon niets en niets is geen optie. Kon ik maar gewoon zweven, zonder enig contact met een matras en toch ondersteund zijn. Dat zou even geweldig aanvoelen!

Hulp

Waar ik nog het meest van baal is dat ik steeds mijn ouders moet lastig vallen. Ze doen het graag, maar ik zou het zo graag zelf doen. Ieder dingetje wat ik doe moet ik plannen. Woensdag staat er een fotoshoot op het programma, van mij dit keer. We hebben super ideeën, een geweldige locatie, maar ik moet nog wat dingetjes regelen en dat vergt tijd. Tijd die ik niet heb, mijn dagen zijn ingeklemd door dagelijkse activiteiten als opstaan, eten en koken. Door fysio en door dat verrekte liggen.

Depri modus

Het is weer zover, ik ben het beu. Wat heb je aan tijd als je er niks zinnigs mee kunt doen. Zelfs dit schrijven gaat lastig omdat mijn ellebogen niet meewerken. Ze doen pijn en dat is een teken van, jawel daar is hij weer, overbelasting. Ik haat klagen, maar deze dagen halen het slechtste in mij boven. Het voelt zinloos, nutteloos, het voelt als januari, bah!

Firma Kneus & Kreupel

Een goed begin, dat is mijn wens voor iedereen, een goed begin van dit nieuwe jaar. Een mooi jaar met nog veel mooie jaren te komen. Hier begint het jaar wederom hectisch en blessuregevoelig.

Oud en nieuw

Wat mij betreft zijn we dat gewend, oud en nieuw vieren, een avond niet plat, het gaat niet zonder kosten. Mijn lijf is weer in opstand en ik kan daartegen protesteren zoveel ik wil, het helpt niets. Koorts en spierspasmen, zet me zo in mijn elro en alleen het kwijlen ontbreekt. Gelukkig heb ik mijn spieren inmiddels weer redelijk onder controle, alleen de temperatuur is nog van het padje. Het vergt rust, veel rust en ik heb onrust in mijn hoofd, slechte combinatie.

200 Meter horden

Een goed begin, voor zoonlief begint het jaar zoals het vorige eindigde. Met weer een nieuwe blessure. Gisteravond een telefoontje, of we hem op konden komen halen van trainen; hij was door zijn enkel gegaan en kon niet lopen. Gekoeld, pootje omhoog en de schade bekeken. De zijkant van de voet is dik en behoorlijk pijnlijk. Vanmorgen dus een bezoekje gebracht aan dok, konden we meteen even een kijkje nemen in de nieuwe praktijk. Hij zit nu schuin tegenover ons, op ik schat 200 meter (bíjna loopafstand). Ik met Alex en zoonlief op de krukken (we hebben zelf maar een stel krukken aangeschaft, hij heeft ze nogal eens nodig).

Het bleek toch best een eind, de 200 meter hinken. Natuurlijk vergeet ik op zo’n moment dat ook hij geen standaard lijf heeft, ook bij hem levert dit problemen op in heupen en schouders. Het was dus meer de 200 meter horden (voor hem, Alex redt het met gemak). We hebben het gered, zoonlief kon even uitrusten en ik kon even rustig rondkijken in het nieuwe pand (mooi geworden, veel foto’s aan de muur en daar hou ik wel van).

Firma Kneus & Kreupel

Eenmaal binnen bij dok een gesprekje met dok over de rolstoelvriendelijkheid (ook belangrijk) en toen mocht zoonlief plaatsnemen op de onderzoektafel. Het blijkt wederom bandenletsel, de band richting voet is ofwel verrekt ofwel ingescheurd. Weer rust, weer het pootje hoog, weer niet sporten, weer niert werken. Als het volgende week niet beter gaat moeten we foto’s maken, we hopen dat het meevalt. En dan terug naar huis. Op de heenweg ging het dus nét, terug was een marteling. Halverwege hebben we geruild; zoonlief in Alex en ik met de krukken. We trokken behoorlijk wat aandacht, de firma Kneus en Kreupel, tot uw dienst.

Déjà vu

En nu? Zoonlief baalt, het ziet ernaar uit dat hij nu al zijn sportoutfit aan de wilgen kan hangen. Ik heb een déjà vu, ik was ietsje ouder, maar volgde hetzelfde traject. Het is zo dubbel, ik wil niet dat hij mij nadoet, maar kan er niets tegen doen. Hij lijkt zo op mij, niet alleen qua blessures, ook qua ik kan het best en ik ga gewoon door. Als ik zeg dat hij iets beter niet kan doen zegt hij, ‘jij doet het toch ook?’ Hij heeft een punt, maar ik ben 45, ik heb mijn lijf verprutst met eigenwijzigheid, dat moet hij vooral niet nadoen. Maar hij is een puber en lijkt dus op mij, ook hij heeft recht op zijn eigen ‘fouten’. Het is alleen zo balen dat deze ‘fouten’ consequenties kunnen hebben die je niet goed kunt overzien.

Een goed begin

En zo beginnen we dus goed. Ik hoop dat de rest van het jaar blessurevrij mag verlopen. Ik hoop dat we dit jaar wat antwoorden krijgen van artsen waar we iets mee kunnen. Er staat veel op het programma op dat gebied, maar dat is niet anders.

Een goed begin, ik wens het jullie, maak er wat van!

Oud en nieuw

Raar, het is eigenlijk gewoon een dag, maar toch voelt het anders. Weer een jaar voorbij, de tijd vliegt, ik kan het tempo niet bijhouden. Als de dag van gister voel ik hoe ik uitkeek naar de vakantie, maar die is al lang weer voorbij. De tijd haalt je onverbiddelijk in, wat rest zijn herinneringen, gedachten, foto’s, momenten.

Filosofisch momentje

Op deze dag word ik altijd wat filosofisch, denk ik na over de zin van het leven, de zin van mijn leven. De tijd vliegt en ik vlieg erachteraan, wanhopig proberend hem vast te pakken, ik voel hem tussen de top van mijn vinger en mijn kromme duim. Weer vliegt hij net te ver voor mij uit. Te ver, te snel, ik ben de kameel op kromme pootjes, die al struikelend het gevecht probeert aan te gaan. Die probeert niet teveel terug te kijken, slechts genoeg om te leren, die niet te ver vooruit kijkt, die leeft in het nu.

Nu is wat we hebben, nu is waar we zijn, nu is waar we alles uit proberen te halen. Dromend over een betere toekomst voor zoveel mensen. Hopend op wijsheid voor de mensen die écht iets te vertellen hebben. Biddend voor hen die het zwaar hebben (ik weet niet in hoeverre ik daarin nog geloof, maar ik geloof wel dat goede en positieve gedachten een verschil kunnen maken). Leven in het nu, genieten in het nu, denkend over morgen…

Een nieuwe start

Morgen, weer een nieuwe dag, soort van een nieuw begin, een nieuw jaar. Een jaar vol mooie plannen, vol mooie dromen, vol ideeën. Een spannend jaar, waarin zoonlief examen moet gaan doen. Ik hoop vooral op een liefdevol jaar voor iedereen, al vrees ik dat dat een utopie is.

Knallend uiteinde

Terwijl ik dit schrijf knalt het om me heen, ligt een ineengedoken hoopje kat naast me angstig om zich heen te kijken en heeft de hond zich verstopt. Hij weet niet wat hij ermee aanmoet, vliegt het liefst luid blaffend op al het vuurwerk af (slecht idee). Knallend het ene jaar uit en het andere in. Ik behoor tot de groep zeurpieten die het liefst één groot vuurwerkfestijn ziet op het dorpsplein (kun je zelf kiezen of het je genoeg boeit ervoor de kou in te gaan). Een uur voor 12 uur knallen en een uur erna vind ik ook prima, maar het dagenlang rinkelende ruiten hoeft van mij niet. Hoefde ik vroeger ook niet trouwens. Ik behoor met deze mening tot de zeikerds, de azijnpissers die mensen hun lolletje niet gunnen. So be it, knal lekker ergens waar mijn beessies er geen last van hebben.

Vooruit kijken

Ik dwaal af, niet blijven hangen in het knallende nu, voor deze keer kijk ik even graag vooruit naar morgen. Of nog beter overmorgen, wanneer de rust is wedergekeerd. Dit jaar ga ik proberen te houden van januari, ga ik enthousiast aan de slag met leuke plannen, grootste plannen. Dit jaar word míjn jaar en naar ik hoop ook jullie jaar. Ik gun iedereen een fantastisch jaar!

Goede jaarwisseling en tot volgend jaar!