Als je het eenmaal ziet…

Ik verander. Mijn gedachtengang verandert en als je kijk op de wereld verandert, kun je bepaalde dingen niet meer niet zien. Is dat wat men bedoelt met wakker worden?

Ik ga proberen mijn gedachten te vangen in woorden en dat is best lastig. In mijn hoofd is het zo klaar als een klontje. Ik begrijp niet meer hoe ik dit nooit eerder gezien heb en toch denkt het overgrote deel van de mensheid hetzelfde als ik dacht. Tijd om daar verandering in te brengen. Tijd om die oude gedachten los te laten en de wereld anders te bezien. Tijd om daadwerkelijk te groeien, als mensheid. En daarmee de weg in te slaan om mensen te laten bloeien, daadwerkelijk te laten bloeien.

Laat ik beginnen met een vraag. Waarom denken we (mensen) dat persoonlijk gewin altijd ten koste moet gaan van iets of iemand anders? Hoe komen we aan het idee dat er nooit genoeg is voor iedereen? Waarom denken we dat als iemand iets wint, een ander verliest?

Ik betrap mezelf er ook op, best vaak eigenlijk. De gedachte dat alles een optelsom is, een onzichtbare rekensom die zelden klopt, maar zich eindeloos blijft herhalen. In mijn hoofd. Als ik rust neem ben ik niet productief. Als een ander constant de aandacht krijgt, verdwijn ik naar de achtergrond. Tel ik niet meer mee. Als een ander iets krijgt, verlies ik het. Het zit diep in ons systeem. Vastgeroest.

Waar komt deze gedachtegang eigenlijk vandaan?

We leven in een maatschappij die draait op vergelijken. Op verdelen, en wel zo efficiënt mogelijk. Druk zijn is goed. Rust is luxe. Succes moet je verdienen, falen kost geld. Het verhaal van schaarste begint hier, en wordt eindeloos herhaald.

Dit denkpatroon zit diep, het is een oud en continu herhalend verhaal. Een verhaal van schaarste. We groeien op met de gedachte dat er niet genoeg is voor iedereen. Niet genoeg tijd, niet genoeg aandacht, niet genoeg geld. Niet genoeg ruimte voor wie jij bent. We leren al op jonge leeftijd dat we moeten concurreren, in plaats van ons te verbinden. We leren dat we moeten vechten voor onze plek, in plaats van samen op zoek te gaan naar de ruimte.

Onze hersenen zijn gericht op overleven, niet op geluk. In tijden van echte schaarste, eten, veiligheid, bescherming, was waakzaamheid en alertheid een must. Wie op tijd pakte wat hij pakken kon had nu eenmaal een grotere kans om te overleven, die reflex leeft nog steeds in ons systeem. Maar we leven in een andere wereld. We leven nu in een wereld waar delen en samenwerken ons juist sterker maken.

Veel systemen waarmee we leven, zorg, onderwijs, politiek, zijn gericht op verdeling in plaats van op verbinding. Als jij hulp krijgt, krijgt een ander het niet. Als jij opvalt, mag ik niet teveel zijn. Dit denken vreet zich een weg in onze relaties, in ons werk, in ons zelfbeeld. En dat kan zo anders!

Wat nou als we stoppen met denken in óf-óf, en zouden durven kiezen voor én-én?

Wat als we niet uitgaan van tekorten, maar van overvloed? Liefde wordt niet minder als je het deelt. Aandacht ook niet. Echte zorg groeit als er ruimte is voor iedereen. Rust nemen is geen verlies, maar een investering. In jezelf. In de ander. En in wat er daarna weer mag ontstaan.

We hebben hierin meer invloed dan we denken.

En precies daar schuurt het ook voor mij. Mijn linkse hart gelooft in het belang van vangnetten. Maar soms zie ik ook hoe juist die systemen mensen vastzetten in hun onvermogen, in plaats van hen te herinneren aan hun kracht.

De grote verandering moet denk ik zitten in onze opvoeding. We moeten onze kinderen leren dat ze niet hoeven te concurreren, dat het één niet ten koste gaat van het ander. Als onze kinderen geloven in zichzelf, in hun eigen kracht in plaats van te twijfelen aan hun kunnen, als ze daarmee leren anderen hun succes te gunnen, dan verandert de wereld. Beetje bij beetje, generatie bij generatie.

Uiteindelijk begint die verandering bij jezelf. In jezelf. In jouw gedachtengang.

Durf te leven.
Durf te geven.
Durf contrasten te beleven.

Durf te denken in overvloed.
Dat er genoeg is.
Dat jij genoeg bent.

En dat wij samen meer zijn dan alleen.

Just be happy

Het is gedaan. Al twee jaar lang, iets meer nog zelfs denk ik, ben ik bezig met een cursus in manifesteren. Ik schreef er een boek over, over de weg die ik heb afgelegd op dit front (Een ander perspectief, de eerste exemplaren zijn van het weekend verstuurd). Over hoe ik worstelde met vragen, over de maakbaarheid van het leven, zeker op het gebied van gezondheid en steeds meer valt het kwartje. Het kwartje dat zo simpel is en juist daardoor zo moeilijk te vatten. Het komt echt allemaal neer op de woorden die ik hierboven in de titel schrijf: just be happy.

Makkelijk toch?
Iets dat je op ieder moment van de dag kunt besluiten.

Wees gelukkig, in het moment. En voel je je niet gelukkig, stop dan even, één moment maar, stop even met waar je mee bezig bent. Kijk naar buiten, kijk naar je omgeving, kijk naar iets dat je bevalt. Het kan iets kleins zijn, dat achteraf groots is, want het heeft het in zich jouw wereld te veranderen. Ik hoor je denken, zo eenvoudig kan het toch niet zijn, maar zo eenvoudig is het wel! Kijk naar iets dat je in een staat van dankbaarheid brengt, voel dat, je zult je beter voelen en als je je beter voelt, als je je dankbaar voelt, zul je meer dankbaarheid aantrekken.

Alles draait om hoe je je voelt.

Gisteren voelde ik me niet best. Mijn lijf deed pijn, veel pijn. Ik kon even niet anders dan me er letterlijk bij neerleggen. Pakte een boek, las hem uit, probeerde me af te sluiten voor de buitenwereld. Liet alles en iedereen om me heen daar waar zij zich bevonden. Zat in mijn eigen bubbel, met een tikkeltje zelfmedelijden. Gisteravond besloot ik dat het klaar was daarmee, morgen ging het beter, punt. En vanmorgen ging het beter. Omdat het me lukte te focussen op de schoonheid van het leven.

Ik pakte al vroeg de elro en ging met Lewis op pad. Genoot van de vogels die me fluitend tegemoet traden. Genoot van mijn kopje koffie onder de veranda.

Heb ik dan helemaal geen pijn meer? Was het maar zo’n feest, maar ik kan het beter aan vandaag. De zon helpt, de vogels helpen, Lewis helpt, denken over wat ik graag zou willen helpt.

Focussen op de fijne dingen helpt.

En zo maakte ik mijn cursus af, juist vandaag. Hoorde ik dat wat ik blijkbaar nog een keer moest horen, dat hoe we ons voelen het in zich heeft onze wereld te veranderen.

Just be happy. Wees gewoon gelukkig. En als je het (nog) niet voelt, focus dan op iets kleins. Sta daar even bewust bij stil. Richt je volledig op dat gevoel. Je voelt je beter, gegarandeerd. En al is dat maar eventjes, het zal het begin zijn van een grote verandering. Sta er bij stil. Vóel. Laat dat gevoel eventjes je binnenwereld veranderen. Laat alle ellende eventjes los. Ga even volledig op in dat moment. Sta het jezelf toe.

Just be happy.
Just for a moment.
And a moment more.

Just be happy.
That’s what this life is for…

Oh en ben je nieuwsgierig naar dat boek? Het is vanaf nu verkrijgbaar op http://www.eenanderperspectief.com, of door mij even een berichtje te sturen.

Soms is het zo simpel…

Vanmorgen bedacht ik de oplossing voor het probleem dat de wereld regeert. Goed hè, dat zo’n oplossing, de verlichting zo je wilt, zomaar bij een simpele ziel als ik binnenkomt. Ineens viel het kwartje. Ineens zag ik het. Nu de rest van de wereld nog…

Wat is dat probleem dan, en vooral wat is de oplossing? Ik hoor het je denken.

Boosheid. Letterlijk het kwaad dat de wereld regeert. De boosheid dus. En weet je wat het zo simpel maakt? We kunnen er állemaal iets aan doen, we kunnen allemaal deel uitmaken van de oplossing. Maar dat willen we niet. We zijn liever collectief boos. Voelt zo lekker, dingen af kunnen reageren op een ander. Niet zelf verantwoordelijkheid nemen voor je eigen situatie. De slachtofferrol is makkelijker, vaak.

Het is de schuld van de immigranten, van de buurman, van het leven. Mopper, mopper, en niets doen. Boos op de regering, boos op de wereld, boos op jezelf, maar dat laatste erkennen is lastig.

Ik ben het ook geweest hoor, boos. Op mijn lichaam in mijn geval. Gefrustreerd dat het niet dat doet wat ik wil dat het doet, normaal functioneren. Normaal volgens mijn standaard, want dat ligt voor iedereen anders natuurlijk. Ik voelde me niet direct een slachtoffer, denk ik, alhoewel, misschien ook wel, soms. Soms had ik best een tikkie medelijden met mezelf, al drukte ik dat gevoel ook snel weer weg, want ik háát mensen die zich in de slachtofferrol gooien. Dan verving ik het maar door, juist, de oorzaak van al dat kwaad, boosheid.

Mijn moeder zegt altijd dat ik opstandig ben geboren, blijkbaar zat het er dus al vroeg in. Het kwam tot volledige wasdom toen ik op tweejarige leeftijd mijn zusje verloor, denk ik, want daar weet ik niet zo heel veel meer van, bewust in ieder geval. Ik was boos. Op God, want wat moest je met zo’n God, zo eentje die je een dood kind stuurde. Serieus mijn reactie, letterlijk, aldus mijn moeder. Tja, wat moet je ermee?

Boosheid is logisch, in sommige situaties. Het wordt een probleem als je het niet los kunt laten. Mijn hele leven al zet ik verdriet om in boosheid. Boosheid maakt dat ik kan functioneren, boosheid geeft mij kracht. Goed hè, als je geen psycholoog nodig bent om tot deze conclusie te komen. Beetje laat, dat wel, 53 en eindelijk ben ik erachter. Nu de oplossing nog.

Hoe maak ik de connectie van mezelf naar het probleem in de wereld oplossen, ben ik zo narcistisch? Nee, denk ik, weet ik. Ik weet wel dat als ik (daar zijn ze weer) de reacties van mensen lees op berichten in de media de meeste mensen hard roepen vanaf de zijlijn, dat de wereld niet deugt. Dat de regering niet deugt. Dat de mensheid niet deugt. En ja, misschien is dat zo, vanuit hun oogpunt, maar realiseer je dat jíj onderdeel uitmaakt van die wereld. En dat jíj de kracht hebt, de mogelijkheid hebt om de manier waarop jij daarmee omgaat te veranderen. Als we massaal de wapens neerleggen, letterlijk, dan is er geen oorlog. Het kinkt te simpel, maar dat is hoe het is.

Alles is een keuze, álles!

Als ik de keuze maak niet meer boos te zijn op mijn lijf, voor wat het niet kan, dan maak ik ruimte voor wat het wél kan. Dan kan ik in plaats van gefrustreerd te zijn over het liggen, zien dat een boek lezen me vreugde geeft. Dat ik tijd heb om met mijn gezin door te brengen. Op de koffie te gaan bij mijn ouders. Dat ik misschien de pijn de ruimte kan geven en in die ruimte kan zoeken naar een oplossing.

Als ik de keuze maak niet langer boos te zijn op de regering, om de verschillen die ons als land slechts uit elkaar drijven, los te laten, dan kan ik zien dat er ruimte komt voor overeenkomsten. Ze zijn er, maar we moeten ervoor kíezen ze te zien.

Dat dankbaarheidsdagboek dat ik ooit bijhield was in de basis zo gek nog niet, je moet alleen verder kijken dan waar je in eerste instantie naar kijkt.

Een simpele meditatie van Abraham Hicks maakte dat ik tot dit besef kwam. Het is aan jou om de mooie dingen te gaan zien. Het is aan jou om de frustratie over wat niet lukt los te laten en je te richten op dat wat wél lukt. Om te kijken naar wat je hebt. Je mag daarin absoluut verlangen naar wat je nog graag wílt hebben, maar dan in precies dat, een verlangen. Niet in frustratie.

Als je dat kunt zien ga je je beter vóelen en als je je beter voelt dan werkt dat aanstekelijk. Dat is geen utopie, dat is realiteit.

Vanmorgen stond ik op en kon ik bewust kijken naar wat er allemaal mooi is in mijn leven en dat is veel, zo veel. En al is het bij jou misschien minder, als je je aandacht richt op wat daar wél is, en dat is echt altijd iets, dan vermenigvuldig je dat gevoel. En is er morgen meer, zie je morgen meer, al is het maar een klein beetje meer. Als we de collectieve woede los kunnen laten, als we ons kunnen richten op die kleine puntjes van licht, en we doen dat massaal, dan ligt daar echt de oplossing voor een wereldwijd probleem.

Onderschat nooit de kracht die jij kunt uitoefenen op het geheel. Je hebt niets te verliezen; in het ergste geval verander je hoe jij de wereld ervaart en dat is goud waard.

Valse hoop?

Ik heb heel veel en vaak geschreven over hoop. Het is een prachtig woord, met een mooie betekenis. Ik zocht hem op: ‘Hoop is de gedurige verwachting dat een onzekere uitkomst gunstig zal blijken.’

Hoop vergt vertrouwen, vertrouwen dat de dingen goed zullen komen, ook al zie je dat nog niet. Wij mensen, nou ja ik zal het bij mezelf houden, ik interpreteerde het eigenlijk altijd anders. Ik dacht dat hoop meer een onzekere variant van vertrouwen was. Een soort mogelijke uitkomst. De uitkomst waar ik op hoopte, in plaats van de uitkomst die ik verwachtte.

Ik schreef het al vaker, hoop is spannend, want wat als jouw hoop nu eens valse hoop blijkt te zijn?

Valse hoop. Wat is dat eigenlijk? Een verwachting tegen beter weten in? Maar bestaat er zoiets als tegen beter weten in? Daarmee saboteer je toch eigenlijk jezelf, of erger nog de ander?

Wij mensen hebben de neiging de mening van een ander boven die van onszelf te zetten, ík heb die neiging in ieder geval. Daarmee hou ik mezelf eigenlijk klein. Daarmee leef ik vanuit angst en angst is geen vertrouwen. Stom, want als ik naar mijn eigen gevoel luister zie ik altijd eindeloze mogelijkheden en ik ben bereid er hard voor te werken. Alles te geven.

Ik heb echter ook te maken met mensen in mijn omgeving die die verwachtingen temperen. Uit bescherming, zoals ik dat vroeger ook bij zoonlief deed. Dat doe ik dus niet meer, ik stimuleer hem om groot te denken. Om te dromen en om in die dromen te geloven. Het ergste dat kan gebeuren is dat ze niet uitkomen. Dan kun je teleurgesteld zijn, maar het leert je ook een belangrijke les. Geef niet op, leer ervan en probeer het nog een keer. En nog een keer.

Dat is iets waar ik goed in ben, het is mijn superpower. Geboren uit pure eigenwijzigheid, maar dat hoe doet niet ter zake, het gaat tenslotte om het resultaat. En de weg, die is om te leren, maak het niet moeilijker dan het is.

Ergens gaandeweg mijn ‘ziek’ worden heb ik de hoop op meer laten varen. Ik durfde niet langer te vertrouwen op mezelf. De strijd met mijn lijf liet diepe sporen na op dat gebied. Ik ging op in de stilstand. Liet mijn dromen voor wat ze waren.

Zo af en toe probeerde ik weleens wat, als dat gevoel dat ik voor meer bedoeld was de kop weer opstak. Dan maakte ik een boek. Vol goede moed startte ik het proces, maar strandde bij het fysieke product. Een halfslachtige poging, want de verwachting werd dan toch getemperd door de mogelijke beren op de weg. Ik probeerde ze weg te jagen, maar dat kostte teveel energie en die energie, die had ik vaak gewoon niet.

En nu, nu brandt dat vlammetje harder dan ooit. Mijn binnenste is klaar met fluisteren, het schreeuwt. Ik sta met het zwaard in de hand, al ben ik niet van het geweld. Ik heb een innerlijk vuur dat zich niet langer laat negeren. De wilskracht is terug. Ik weet dat ik iets te vertellen heb en ik weet dat ik mensen kan helpen.

Ik ben klaar om de hoop in volle glorie te laten schijnen. De toekomst vol vertrouwen tegemoet te treden.

Er bestaat niet zoals als valse hoop. Je kunt iemand geen valse hoop geven, de hoop moet vanuit henzelf komen. Als je niet kunt geloven, niet kunt vertrouwen, dan heb je de hoop niet. De hoop komt vanuit je eigen binnenste. Hoop geef je jezelf, en als je leert vertrouwen op je intuïtie, dan wéét je of je kans van slagen hebt. Maar niets komt zomaar. Niets komt voor niets, je moet er iets voor doen. En je moet vertrouwen op die goede uitkomst. Voor jezelf, je kunt de hoop niet projecteren op een ander, dat is niet jouw plek.

Moraal van dit verhaal, vertrouw je eigen innerlijke stemmetje. Leer contact maken. Vóel. En laat anderen je niet beletten jouw dromen na te jagen, het zijn niet voor niets jóuw dromen.

Valse hoop is bedacht door ons hoofd. Vanuit bescherming, maar zonder schrammen leer je niet jouw dromen te leven. Ik schreef het al eerder, de reis is de bestemming en als jr leert voelen weet je waar jouw bestemming ligt. Iedereen ervaart drempels, iedereen heeft te maken heeft gaten en hobbels in en op de weg. Iedereen moet leren omgaan met tegenslagen. Je ziet niet waar de ander mee kampt.

Laat je niet tot stilstand dwingen door je hoofd dat zegt dat je iets niet kunt, maar luister naar je hart, want dat klopt. Echt!

PS een deel van mijn dromen is dat delen, dat inspireren, anderen helpen met erkenning door het bieden van herkenning. Dat lees je ook terug in mijn nieuwe boek dat binnenkort uitkomt. Een reis met vallen en weer opstaan. Met hobbels en teleurstelling, maar ook met échte hoop. Die ik graag deel. Nu ik de voorverkoop, stuur een berichtje naar martine@eenanderperspectief.com, 17,50 kost het, en het is absoluut de moeite waard! En schrijf je in voor de nieuwsbrief, daarin deel ik updates en krijg je een uniek inkijkje in het proces van het totstandkomen van dit boek.

Inschrijven kan via de website http://www.eenanderperspectief.com

De chaos in mijn hoofd

Vanmorgen keek ik een docu over ME, twee docu’s, want de één leidde tot de ander. Artsen die ME kregen en waarvan ze vanuit een compleet ander uitgangspunt konden kijken naar hun eigen perspectief als arts. Het oogpunt van de patiënt is toch anders. 

Ik kijk al jaren naar een van de dierbaarste personen in mijn leven die worstelt met deze aandoening, mijn vader heeft ME. Ergens in de jaren negentig werd dit vastgesteld. Ook hij moest omgaan met de artsen die zeiden dat hij maar wat meer moest gaan bewegen. Cognitieve gedragstherapie, alles tussen de oren. Denk je maar wat minder moe, dan word je het ook, dat werk. 

Mijn vader vond de kracht te kiezen voor zichzelf en dat klinkt een stuk makkelijker dan dat het is. Kiezen voor jezelf betekent namelijk vaak keuzes maken die tegen de verwachting van anderen ingaan en dat is juist de lastigere keuze. Je wilt mensen niet teleurstellen. Door duidelijk te zijn in zijn keuzes deed hij dat uiteindelijk ook niet, maar daarmee stelde hij op zeker punt wel zichzelf teleur. Want het zijn geen keuzes die je wílt maken. 

Ik maak nu even een sprongetje naar mijzelf. EDS lijkt in heel veel opzichten op ME, al is het een compleet andere aandoening. Ook EDS gaat vaak gepaard met een diepe vermoeidheid. Of die vermoeidheid ergens eenzelfde soort achtergrond heeft is nog niet helemaal duidelijk. Je kunt een bepaalde mate van de vermoeidheid verklaren, doordat de spieren altijd aan het werk zijn bijvoorbeeld, maar als ik naar mezelf kijk wisselt het ook. 

Ik heb jaren gehad dat ik mijn bed niet uit kón komen. Ik sliep tot elf uur, stond op, doodmoe. Kon echt absoluut niets, zelfs eten was te veel. Kostte me zoveel energie dat ik er letterlijk ziek van werd. Koorts, hoge hartslag, zweten. Ik at liggend omdat ik mezelf niet overeind kon houden. Ik sleepte me door de dag. Als ik de mensen in de docu zie herken ik de mij van toen in hen. Ik wilde zo graag, maar mijn lijf was op. Moegestreden, overprikkeld en zo ver over de grens dat ik niets meer aankon. 

Dit typen brengt beelden in mijn hoofd, beelden van hoe ik mezelf uit bed sleepte om zoonlief toch even goeiemorgen te kunnen zeggen en uit te zwaaien op weg naar school, om vervolgens compleet uitgeput mijn bed weer op te zoeken en er tegen het middaguur nog steeds uitgeput weer uit te kruipen. Me op de bank (en later in mijn bed in de woonkamer) weer neer te laten ploffen. Die vermoeidheid is zoveel erger dan de pijn. Het niet na kunnen denken door de mistbanken die je hoofd overnemen. Je kunt het je niet voorstellen als je het niet gevoeld hebt. Zelfs de ergste vermoeidheid is geen vergelijk. Ik wéét het, en ik vergeet het. 

En nu, herinner ik het mij weer.

Ik wil niet terug naar die situatie. Al ben ik bij lange na nog niet gezond, ik ben gezegend, dat ik op het punt ben waar ik nu ben. Dat ik weer mag leven in plaats van dingen aan de zijlijn te moeten beleven. En dat beleven is een te groot woord voor wat het echt is, want je doet niet mee, telt niet mee, voor je gevoel. En ik weet het, écht!

Mei is voor de zeldzame ziekten, voor de mensen die lijden aan die zeldzame ziekten. Die vergeten worden door de wereld. Die lijden in stilte, langs de zijlijn. Die zo graag ook vol in het leven willen staan. En ja, ik hoor daarbij. Mijn vader hoort daarbij. Mijn zoon hoort daarbij. 

ME verdient aandacht. EDS verdient aandacht, zodat er misschien een oplossing komt en de levens van onze toekomstige lotgenoten iets minder zwaar hoeven te zijn.

PS wil je meer lezen over mijn persoonlijke zoektocht naar gezondheid? Mijn boek ‘een ander perspectief’ is nu in de voorverkoop, laat een berichtje achter via http://www.eenanderperspectief.com

Fotografie Mirella de Jong

In het teken van vrijheid

Op deze dag kan ik losgaan over Trump, over oorlogen en het feit dat we als mensheid nooit schijnen te leren. Over dat dat me zorgen baart, al probeer ik zoveel mogelijk de problematiek in de wereld langs me heen te laten gaan. Ik kan er weinig aan doen, behalve me bewust te zijn van het feit dat we wél moeten leren. Iets waar ik me later wel weer druk om maak.

Vandaag, op deze dag van de vrijheid, vertel ik over míjn vrijheid, want ook die telt. Mijn drang en hang naar vrijheid in een lichaam dat me vaak gevangen houdt. Jawel, onderwerp van de dag (en de maand) is wederom EDS. Zie het als een les.

Ik schreef al eerder dat het momenteel niet echt heel lekker gaat, al zou je dat misschien niet zeggen als je me voorbij ziet lopen. Mensen roepen dat ik de pas er flink in heb, ik heb geen keuze. Slenteren maakt mijn gewrichten wiebelig, beter doorlopen. Dan ben ik er ook eerder, ergo kan ik eerder de druk van mijn gewrichten afhalen. Dat is hoe het voelt, alsof je constant naar beneden getrokken wordt, alsof de zwaartekracht ineens harder gaat trekken. En dat is dan nog het minste van de lastigheid. Door mijn losbandige benen wiebelen mijn knieën, mijn enkels en mijn heupen. Echt zo’n wiebelpoppetje, waar ik ooit als peuter mee speelde. Het kost me enorm veel moeite om mijn gewrichten bij elkaar te houden. Dat moet ik doen met behulp van mijn spieren, maar ook die bestaan uit bindweefsel, en zijn slapper. Daarnaast krijgen ze geen rust, nooit. Vierentwintig uur per dag zijn ze aan het werk. Nu snap je waarom ik altijd overbelast ben. En moe, best logisch.

Ik zou willen dat ik meer kon trainen, heb het geprobeerd en probeer het nog steeds, maar mijn grenzen liggen altijd lager dan de grens die ik zoek. En ja, gelukkig zijn er mensen met EDS die het wél kunnen! Ik moedig ze aan, ik ben blij voor ze, en ok, ook best een beetje jaloers soms, maar ik gun het ze. En zou het zelf ontzettend graag willen. En ik klaag niet, absoluut niet. Als ik zie waar ik nu ben en waar ik vijf jaar geleden was, dan ben ik dankbaar, ontzettend dankbaar. Maar denk niet dat ik ‘beter beter’ ben, want er zijn nog uitdagingen genoeg.

Pijn is mijn hele leven al mijn metgezel, ik weet niet beter of ik had pijn. Niet zo erg als nu, gelukkig, maar er was altijd wel een onderdeel dat klierde. Nu zijn het zo ongeveer alle onderdelen tegelijk. Ze zijn gefuseerd ofzo. Ik leef en loop op pijnstillers, zware pijnstillers. Ik kan niet zonder en wil het ook niet meer, zonder ga ik tegen het plafond (en ja, ik heb het echt wel geprobeerd en probeer het nog steeds, als het kan). Ik heb geen zin om als een dood vogeltje op bed te liggen, dus accepteer ik dat mijn leven wellicht iets korter zal zijn. Kwaliteit boven kwantiteit. Ik hoop dat ik de tachtig mag halen (krakende wagens lopen het langst, honderd heeft niet echt mijn voorkeur in dit lijf). Maar pijn, had ik, heb ik, hoort er blijkbaar bij. Niet alleen acuut, van een luxatie of in mijn geval subluxatie, maar vooral ook chronisch. Geen idee soms waar het nu weer vandaan komt.

Dysautonomie, het zijn eigen gang gaan van het autonome zenuwstelsel. Een hart dat versnelt zonder sport of vlinders, een bloeddruk die ineens van slag raakt, zweetklieren in overdrive. Het is minder nu ik bio-identieke hormonen gebruik, maar weg is het niet. Kwaad kan het geloof ik niet, het is vooral vervelend.

Huidproblemen, tja, ik ben een litteken op mijn been dat lijkt alsof kapitein haak me te pakken heeft gehad en niet de dermatoloog. Ergens tegenaan stoten staat garant voor flinke blauwe plekken die weken blijven plakken, ook als dat waar ik tegenaan stootte de vrije lucht was.

Mijn darmen zijn lui, even lui als ik, als je even vergeet dat ik dus ook altijd moe ben, want ook dat hoort erbij. Maar ik weet niet hoeveel energie een ander heeft, ik weet slechts hoeveel ík heb en dat lijkt toch heel vaak een heel stuk minder.

Er is meer, maar ik hou het hier maar even bij. Het is al genoeg. En zo is dit toch een lang stuk geworden. Beroof ik jou als lezer ook van een paar minuten vrijheid, op deze dag van de vrijheid. Maar het dient een goed doel, de bekendheid van die drie voor ons zo belangrijke letters.

EDS berooft ons van onze vrijheid. Daar moeten we mee leven, dat is ons pad, maar we kunnen de obstakels op dat pad wellicht iets beter hanteerbaar maken. De pijn een beetje verlichten. Door te delen, door artsen te leren waar ze op moeten letten en hoe ze ermee om moeten gaan. Om ons serieus te nemen, van kind af aan. Door naar ons te luisteren in plaats van direct hun oordeel te vellen.

EDS kan ons gevangen houden in een lichaam vol pijn, maar de deur kan wellicht ook op een kiertje, waarmee onze vrijheid een vlucht kan nemen…

Inspiratie of frustratie?

Jouw waarheid wordt bepaald door jouw ervaringen… hoe je een bericht opvat wordt bepaald door jouw achtergrond. Iets dat me vandaag echt duidelijk werd, het spreekwoordelijke kwartje viel bijna in mijn lege mok koffie…

Een week vol besprekingen, niet bij mij, dat trek ik niet, maar bij een ander. Zo’n week wordt door mensen in de omgeving gezien als een mooie prestatie, je inzetten voor goede doelen, meerdere zelfs, dan doe je iets goeds voor de wereld! En natuurlijk is dat zo, zouden meer mensen moeten doen, als ze het kunnen. Die laatste toevoeging is belangrijk en speelt nog steeds een (te) grote rol in mijn voor mijn gevoel vaak doelloze leven.

Au, gevoelig punt, nog steeds, blijkbaar.

Er zal toch echt een les in zitten, in mijn eerste reactie, mijn eerste gevoel, bij zo’n bericht. Mijn borstkas trekt zich samen, een steek van ja, wat, ik weet het niet precies, teleurstelling? Of is het tekortkoming?

Nog steeds voel ik mij tekort schieten. Ik wil meer, nee voor mijn gevoel móet ik meer. Doe ik te weinig. Nog steeds bekritiseer ik mijn gebrek aan mogelijkheden. Nog steeds kamp ik met dat gevoel dat ik maar wat luilak door de dagen.

Ik dacht het van me afgeschud te hebben.
Niet dus.

Het gevoel lag slechts om de hoek, te wachten op een onbedacht moment. Bam, recht in mijn gezicht, precies toen ik het niet meer verwachtte.

In mijn zoektocht naar mijn dromen stuit ik telkens weer op mijn onmogelijkheden. Als ik met slechts weinig doen toch teveel gedaan blijk te hebben. Als ik met enige schroom voor mezelf kies en dat doe waar ik zin in heb en vervolgens op mijn vingers getikt word door mijn eigen gevoel voor verantwoordelijkheid.

Jouw waarheid wordt bepaald door jouw eigen ervaringen. De reactie van een ander zegt nooit iets over jou, slechts over hoe jij zelf denkt over jezelf.

Dat zegt wel wat.
Er is nog wat werk aan de winkel.

A christmas miracle?

Gisteren kreeg ik een appje van een vriendin, zij kreeg weer een appje van een buurvrouw, of die vrouw aan het eind van de straat, die met die labrador, weer liep? Die vrouw was ik dus, niet die buurvrouw, maar die eerst rollende en nu lopende. Ik ben een parttime lopende, trouwens, wat anderen niet weten, weet ik wel. Wil ik niet weten trouwens, want ik doe heel hard mijn best om dat te vergeten. Niet in mijn bewustzijn, niet in mijn leven. Denk ik. Hoop ik. Ik grapte terug dat het een wonder was, waarop mijn vriendin weer grapte dat het een christmas miracle was. Ja, Tiny Tim, dat is het!

Mijn rolstoel staat in de schuur. Ook buiten dat bewustzijn. Als ik hem niet zie, hoef ik er ook niet in te zitten. Dat werk. Maf, hoe dat werkt. Ooit bevond ik mij op een lijn, zo’n parabool zeg maar, lopen ging minder goed en ik ging soort van verlangen naar de stoel. Dan kon ik weer naar buiten. Ik wende langzaam aan het idee mijn dagen in de stoel te slijten. Omarmde de stoel, zag mogelijkheden, maakte die eigen. Op het ‘hoogtepunt’ in deze werd ik een roller. Ok, ik liep gelukkig in huis nog wel, maar mijn benen verloren hun kracht. Merkbaar. Zichtbaar ook. Ik kon niet meer dansen, zelfs geen vijf minuten meer gek doen, op dagen. Veel dagen. Ik accepteerde dat verlies, uiteindelijk. En toen kwam de ommekeer.

Na jaren van rust, na jaren van herstellen, na de acceptatie van alle achteruitgang, kwam het moment dat ik weer kon klimmen. De weg was zwaar, maak je geen illusies. Ik moest diep gaan, dieper dan heel veel mensen gemerkt hebben. Het masker van de lach deed zijn werk, maar de lichtjes ontbraken, vaak. Ik bleef denken in mogelijkheden, waarschijnlijk vooral omdat ik gewoon stronteigenwijs ben, soms is dat een voordeel. Maar ik weet dat ik het best zwaar heb gehad, die afgelopen jaren. En nu ben ik terug, op de weg terug. Het voelt zo ontzettend groot, soms té groot, om onder woorden te brengen. Het gevoel van herwonnen vrijheid, van het staan op die twee benen. Weer leunen op mezelf, mijn lijf weer leren vertrouwen. Het is zo ontzettend fijn, ik voel me zo ontzettend vrij!

En tegelijk beperkt het me, vliegt het me soms aan. Want nu ik weer geroken heb aan die vrijheid, wil ik meer! En dat is mijn grootste valkuil. Want als ik ga, dan ga ik ook. De wil is sterk, dat merkten mijn ouders al toen ik nog een peuter was. Volgens mijn human design behoor ik tot die mensen die zich letterlijk het graf in vechten als ze ergens in geloven. En ik geloof hierin. Maar wil dat graf nog even leeg laten. Ik wil genieten van die herwonnen vrijheid, zonder mitsen en maren. Maar, die maar is er nog wel en die vóel ik ook. Ik wíl hem niet voelen trouwens, maar gezondheid manifesteren is echt niet zo makkelijk als de duurbetaalde goeroe’s je willen laten geloven.

Ik loop inmiddels dagelijks mijn rondje door de wijk. Ik heb een aantal demonen in de vorm van beperkende overtuigingen overwonnen. Ik vind de reacties spannend, bang voor consequenties die buiten mijn controle liggen. Ik heb mijn verhaal open, kwetsbaar en eerlijk verteld, en voor de rest vertrouw ik maar op het universum, dat het beste met ons voorheeft. Ik ben ultiem dankbaar, dat de kracht in mijn lijf langzaam maar zeker terugkomt. Geen zorgen, er zijn nog zat hordes te overwinnen, dus dat graf hoop ik echt nog wel even op afstand te houden. Mijn stoel staat in de schuur, zolang ik hier in de buurt wandel, mag hij daar blijven, voor rondes groter dan het rondje met het hondje heb ik hem nog steeds nodig.

Het is raar, want daar wilde ik dus heen eigenlijk, waar die lijn met rolstoel eerst omhoog ging, met dat zittende hoogtepunt (niet te verwarren met een andere variant), gaat de lijn nu de andere kant op. En gaan de gevoelens gek genoeg ook de andere kant op. Ook een soort acceptatieproces.

Eigenlijk is het hele leven gewoon één groot acceptatieproces. Hoe zeggen ze dat ook alweer, surfen op de golven van het leven. Ik surf, ik durf, want ook surfen, is voor een heel groot deel durven…

Het slappe koord

Om het pad in te slaan van genezing, moet je eerst geloven in die genezing. Moet je dúrven geloven in heling, en moet je kúnnen geloven, in een positieve uitkomst.

Bovenstaande klinkt eenvoudiger dan het is, en niet eens omdat je het zelf niet wilt of kunt geloven. Je loopt aan tegen een samenleving, waarin heel veel mensen hier niet in kunnen (of willen) geloven. En geloof het of niet, dit is van grote invloed op het eigen vertrouwen. Zie maar eens overeind te blijven, als zoveel mensen je met gefronste wenkbrauwen aankijken.

Ik heb geluk, ik heb veel mensen om me heen die mij steunen. Die wel in mij geloven, al zijn er echt wel de nodige sceptische blikken. Meestal niet recht in mijn gezicht, denk ik, deze veronderstelling speelt zich natuurlijk ook vooral af in mijn brein. Ik vul graag in voor anderen.

Vertrouwen op je eigen kracht is best ingewikkeld, vooral door de reacties, van anderen, vermoed of onvermoed. En ik blijf hierover schrijven, omdat er nog veel onwetendheid is, als het om dit onderwerp gaat. En omdat het, zeker bij mensen als ik, die zo ontzettend vaak in aanraking gekomen zijn met de term aanstelleritus, gevoelig ligt.

Gisteren ging ik een middagje uit, met een van mijn oudste vriendinnen (als in een van de langste vriendschappen). Ze kent mij al een jaar of dertig, is meegegroeid in mijn hele proces. Ze weet waar ik vandaan kom, maar snapt het niet. Ze ziet mijn vooruitgang en denkt dat daarmee alle problemen zijn opgelost. Klaar om de wereld volledig en onbeperkt weer tegemoet te treden. En dan volgt een voor mij lastig dilemma, want, volgens de theorie die ik aanhang, moet ik blijven geloven in de versie van mijzelf die op dit moment al gezond is, ook al is dat nog verre van het geval. En die laatste toevoeging, die moet ik dus niet denken, want dan richt ik mijn bewustzijn op dat wat ik nog wél mankeer.

Ik wil uitleggen, ik gá uitleggen. Ik hoor mij vertellen hoe ik al mijn energie stop in de taak van de dag die ik voor mij zie. Ik hoor me mijzelf toch weer verantwoorden, voor het feit dat ál mijn energie gaat zitten in dat lopen, met Lewis. Dok zei het van de week treffend wat dat betreft, meneer Ehlers Danlos is er nog, de problemen met mijn gewrichten zijn er nog, het is mijn omgang mét die veranderd is. En ik weet niet goed welk standpunt ik in deze kán, of moet innemen. Ik voel mijn schouders nog steeds subluxeren, ik voel mijn lijf, maar probeer mijn aandacht hier zo min mogelijk op te richten. Zonder de grens te overschrijden, al blijft dat voor mij een dingetje. Op het moment dat je je aandacht erop richt, is de pijn terug, zo werkt het écht. En dus heb je invloed, door je bewustzijn te sturen. En ik geloof écht dat ik de grootste problemen zelf kan overwinnen.

Maar dan moet ik wel af van dat woordje ‘maar’. Én van dat mezelf moeten willen verantwoorden.

Ik hoop dat mensen kunnen begrijpen dat ik midden in een proces zit. En dat al dat onbegrip, hoe goed bedoeld ook, mij niet helpt. Laat mij maar gewoon even gaan. Laat alle, hoe goedbedoeld ook, adviezen maar even. Ik moet zelf mijn weg vinden tussen wat wel kan, en wat niet. Maar ik móet mijn hoofd, en hart, vrij houden van twijfel, want die gaat mij niet helpen.

Om te kúnnen geloven, moet je eerst dúrven geloven. En dat gaat niet gepaard met moeten en maren. Dat kost tijd. Dok zag het goed, dankzij het team zorgverleners dat ik om mij heen heb verzameld, dankzij al die hulp, dankzij de hulpmiddelen die er zijn als ik ze wél nodig heb, dankzij dát kan ik het ook loslaten. Wetend dat mocht ik vallen, ik ook weer opgeraapt wordt. Noem het mijn vangnet.

Zie mij als de acrobaat, daar hoog boven in de lucht, op het slappe koord. Iedereen kijkt, ademloos, naar de toeren die ze uithaalt. De tanden op elkaar geklemd, hopend dat ze niet valt. Maar als ze zou vallen, dan is daar dat net, om die val te breken. En áls ze valt, dan klimt ze weer omhoog, om het nogmaals te proberen. Net zolang tot het lukt.

Eén ding is zeker, om te slagen, moet ze geloven. In zichzelf.

Op zoek naar mezelf

Het is dé zoektocht van het leven, de zoektocht naar jezelf. En toch is lang niet iedereen ermee bezig. De meeste mensen laten zich overrompelen, meeslepen. Beginnen hun dag zoals ze iedere dag beginnen. Gaan naar hun werk, of naar school, sporten, koken, kijken tv en gaan naar bed. Zonder ook maar een enkele gedachte te wijden aan wie ze nu eigenlijk echt zijn. Wat ze willen in dit leven. Waarom ze hier zijn. Ze doen hun ding, gaan naar bed, staan weer op en gaan verder waar ze gebleven zijn. Zonder zich druk te maken over het waarom. En dat is prima, dat mag, maar het is niet mijn weg. Niet meer.

Eigenlijk ben ik al jaren op zoek, al wist ik het niet. De meer spirituele kant van het leven heeft me altijd al aangetrokken, ik wist diep van binnen dat er meer was, maar ik wist niet wat. Of waar het te vinden. Het leven vond zijn weg tussen mijn gedachten door. Ik las wat over dit onderwerp, keek wat documentaires, of series, maar echt doordringen deed het niet. Tot ik een jaar geleden in aanraking kwam met de wet van aantrekking. Ik was geïntrigeerd, hoe werkt dit en hoe kan ik mijn situatie ombuigen? Ik begon te lezen, volgde een aantal cursussen op dit vlak. Er ging een wereld voor me open.

Het klinkt zo mooi. Vraag en er wordt gegeven, maar zo simpel is het niet. Tenminste, zo simpel is het voor mij niet, er zitten namelijk wat dingen in de weg. In mijn hoofd. Er is een heleboel voorbij gekomen het afgelopen jaar. Ik heb veel geleerd, over mijzelf, over mijn denkpatronen, over hoe ik het leven zie. Wat begon met een voorzichtige interesse is uitgelopen op een heuse studie, een studie naar wie ík nu eigenlijk ben. Ik leer over het menselijk brein, over hoe we denken, hoe we dat denken kunnen beïnvloeden, over hoe het universum werkt en hoe we veel zelf in de hand hebben. En dat botst soms met dat wat ik altijd heb geloofd.

Hoe je het wendt of keert, dat wat we geloven heeft ontzettend veel invloed op onze realiteit. We zijn geen slachtoffer van het leven, van onze situatie. We hebben altijd een keuze. Deze manier van denken heeft invloed op hoe ik nu in het leven sta. Over hoe ik mijn omgang met EDS ervaar. Over hoe ik omga met andere mensen. Als je blijft doen wat je altijd deed verandert je leven nooit en ik wil gezond zijn. Ik bén gezond, al laat mijn lichaam me soms anders voelen. En toch is deze andere manier van denken het begin van iets groots. Voor mij. En de mensen om mij heen zien deze verandering ook.

Ik ben op zoek naar mezelf. En daarvoor moet ik mezelf eerlijk bekijken. En nee, ik vind niet alles leuk wat ik zie, maar dat geeft niet. Het onder ogen zien is nodig, om het te kunnen veranderen. Ik mag mezelf zijn. Ik hoef me niet constant aan te passen om in het perfecte plaatje te passen. Want wat is perfect? Dat wat de maatschappij ervan vindt? Ik doe er niet langer aan mee.

Ik ben op zoek naar wie ík ben, en van daaruit ga ik op zoek naar wat bij mij past. En daarvoor zet ik mijzelf op de eerste plaats. Zet ik mijn gezondheid op de eerste plaats. Het is een mooi proces. Het is een waardevol proces. Het is een leuk proces. Ik ben opnieuw een student, aan de leerschool van het leven.