Verhalende dromen

Vorige week las ik met tranen in mijn ogen het krantenbericht van Marc de Hond (Volkskrant). Zijn laatste interview, zijn woorden raakten me diep. Ik voel ergens een verwantschap en tegelijk realiseer ik me dat zijn schoenen zoveel groter zijn dan de mijne. Hij was en is nog steeds een inspiratie voor zoveel mensen. Inspiratie op macro niveau, hij heeft een blijvende indruk gemaakt. Ik probeer soortgelijk iets, alleen opereer ik op micro niveau. Hij inspireerde mij, niet dat ik nu een ernstige ziekte ambieer, maar dat ambieerde hij ook niet. Ik herken het gevoel dat je beperking je een verhaal geeft om te vertellen. Iets dat de mensen moeten horen en als ze je grapjes dan niet waarderen is daar toch nog onderliggend dat verhaal. Je beperking maakt dat je ineens interessant bent. Je beperking geeft je mogelijkheden.

Ik heb me weer iets in mijn kop gehaald, ik wil proberen of ik niet een beetje model kan spelen. Niet te vaak, dat kan mijn kneuzerige lijf niet aan, maar gewoon zo af en toe. Rolstoelers moeten meer in beeld. Ik heb me een aantal bladen ten doel gesteld; Margriet, Libelle, Vrouw, daar pas ik best denk ik. Als het dan als columnist niet lukt, dan maar als model.

Om dit voor elkaar te kunnen krijgen heb ik een portfolio nodig. Nu heb ik wel een portfolio, maar dat is er eentje als fotograaf. Daarin staan foto’s van anderen, niet zo geschikt voor dit doel. Om een goed en afwisselend portfolio op te bouwen heb ik een team nodig; fotograaf, visagiste, stylist misschien. Ik deed hiervoor een oproep en was zeer aangenaam verrast over het aantal lieve en behulpzame mensen.

Ik ben enthousiast, ik vind dit leuk. Mijn lijf vindt het allemaal wat minder geslaagd, maar mentaal heb ik dit soort dingen soms gewoon echt even nodig. Om te laten zien dat ik nog mee tel misschien? Of om een stiekeme jeugddroom te verwezenlijken? Ik droomde vroeger weg bij Miss Universe en Miss world, maar had noch het lijf noch het gezicht van een Miss. Terugkijkend naar foto’s van een jongere ik was ik een stuk minder lelijk dan ik dacht, maar Miss materiaal was ik niet. Mijn beperkingen geven me in dat opzicht nu mogelijkheden en ik heb gek genoeg meer zelfvertrouwen als vroeger. De rolstoel maakt me niet langer onzeker, hij is meer een soort toegevoegde waarde. Ik ben meer dan een aardig snuutje, ik heb een verhaal te vertellen en ik heb een missie!

Dankzij mijn oproep mag ik nu onderdeel gaan uitmaken van een aantal toffe concepten. En niet omdat mensen medelijden hebben, nee omdat ze echt iets in mij zien! Zo mag ik een onderdeel zijn van een heuse campagne, eentje met een doel (daarover later meer). Mag ik met een paar fijne fotografen werken. Zijn er mensen die onderdeel uit willen maken van ‘team Kneus’.

Gelukkig heb ik ook thuis een team dat mij hierin steunt, want zonder hun hulp ben ik nergens en kom ik ook nergens. Als ik altijd maar toegeef aan de grillen van mijn lijf bestaat mijn leven uit wachten op leven en dat vertik ik. Het is niet altijd makkelijk, het gaat niet zonder consequenties, maar sommige dromen komen uit en daar ga ik voor!

Vooruitgang?

Een verzamelblog, aan de ene kant is er weinig te melden, aan de andere kant is er zoveel gaande. Mijn dagen bestaan vooral uit liggen, meer liggen dan anders bedoel ik daarmee. Het gaat niet zo goed, naast mijn lijf laat nu ook mijn hoofd het bij vlagen volledig afweten. Overbelasting, al kan ik beter belasting zeggen want zoveel doe ik toch echt niet, slecht (zeer slecht) slapen, veel pijn, het doet iets met je systeem. Het is een chaos in mijn hoofd en veel dingen blijven hangen in een zeer dichte mist. Wil wel, kan niet, onthou niets, vergeet afspraken, plan dubbel en ga te vaak knock out. Niet goed dus.

Mijn dagen zijn naast liggen gevuld met Lewis. Ik probeer één keer per dag met hem naar buiten te gaan, maar eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat me dat niet altijd lukt. Gelukkig heb ik dat blik mantelzorgers dat ik open kan trekken. Daarover gesproken, twee weken geleden had ik hét gesprek met het CIZ (nee, niet over de bloemetjes en de bijtjes), het indicatie gesprek. Een pittig gesprek vond ik, vooral mentaal. Ze duiken diep in het kunnen en vooral het niet meer kunnen. Ik was voorbereid, maar het is en blijft erg confronterend. Deze week kwam het indicatiebesluit, goed nieuws, we hebben een zorgindicatie. Ik ben blij, omdat ik nu eindelijk de zorg in kan zetten die ik zo hard nodig heb én tegelijkertijd ben ik verdrietig omdat me steeds meer duidelijk word hoeveel zorg ik eigenlijk nodig heb. Vooral het feit dat ik gewoon niet langer zelfredzaam ben raakt me hard. Om maar te zwijgen over de verschillende vormen van schuldgevoel die ik bij mezelf bespeur, dit zijn geen dingen die je voor je lol aanvraagt zeg maar.

Ik zit in een virtuele achtbaan, van gevoelens, mijn stemming vliegt alle kanten op. Ik mag gaan loslaten, nee ik moet gaan loslaten. Ik mag en moet hulp gaan toestaan. Ik word er niet ‘beter’ van, maar word er wel beter van. Ik hoef niets meer te moeten, behalve alles moeten gaan mogen. Ik mag me gaan richten op het doen van slechts leuke dingen. Dingen die mijn energie waard zijn. Menig gezond mens is jaloers op deze zin, maar het komt met een hele lading gebreken en onmogelijkheden. Van nu af aan ga ik proberen me alleen maar meer bezig te houden met mogen. Onmogelijke keuzes waarin ik mezelf centraal moet gaan zetten. Lastig voor iemand die meestal denkt aan wat anderen graag willen.

Wat gelukkig weer is begonnen en waar ik graag mijn energie in steek zijn de trainingen met Lewis. Onze ontzettend knappe hond gaat goed vooruit, ik ben een trots bazinnetje! Tijdens een tochtje om voer te halen heeft hij zijn eerste rit op de roltrap gemaakt, met de trap omhoog en de lift naar beneden. We oefenen het openmaken van de laden in de keuken en verkennen het park in de buurt. Hij is meegeweest naar dok en gedraagt zich voorbeeldig. Mijn dagen zijn rond hem ingedeeld en we boeken vooruitgang. Zo kunnen dagen met weinig best druk zijn, zowel mentaal als fysiek.

Kleinkunst

Ik ben al een tijdje actief op Instagram, ik vind het vooral leuk om gewoon een beetje gedachteloos plaatjes te kijken. Ik heb een eigen account als kneus en een account voor mijn fotografie (al is daar niet echt veel actie momenteel). Ik kijk graag naar collega fotografen en dan vooral naar de wat creatievere fotografen. Er is ontzettend veel moois te zien en ik vind dat kijken naar wat andere mensen maken ontzettend inspirerend!

Ik vind Instagram dus leuk, maar het heeft ook een aantal andere kanten. Hoewel ik de foto’s van anderen dus zeer inspirerend vind, heb ik soms toch wat moeite met het feit dat ik ook zelf zo ontzettend graag aan de slag wil. Ik zou zo graag meer fotograferen! Ik wil voor de camera, heb een aantal leuke projecten in het vooruitzicht maar dan moet mijn lijf wel meewerken. Ik loop zo aan tegen de grenzen van mijn kunnen, het blijft lastig te accepteren dat er steeds minder mogelijk is. Ik zit niet bij de pakken neer, ik denk in oplossingen, niet in problemen maar ook daar loop je op een gegeven moment tegen grenzen aan.

Terwijl ik dit stukje schrijf hoor ik een nummer van de JS’s op Spotify. ‘Alles kan anders, alles kan’, een stukje verderop in dit nummer gevolgd door ‘we vonden onszelf tussen dromen en werkelijkheid’, Dulles zingt en ik denk. Alles kan anders, alles kan. Alles moet anders, maar het kan. Omdat ik het wil, denken in mogelijkheden, want die zijn er. Is het makkelijk? Nee, verre van. Het vergt aanpassingsvermogen, veel aanpassingsvermogen, maar dat heb ik. Ik heb door de jaren heen vaak genoeg bewezen dat ik het kan. Vertrouwen in mezelf, op mezelf. Ik bevind mijzelf tussen die dromen en de werkelijkheid.

Ik begon dit stukje met het idee te schrijven over een andere kant van Instagram trouwens, ik dwaal enorm af. Gek hoe je hoofd soms werkt, ik spring van de hak op de tak. Maar goed, de andere kant van Instagram. Het foto’s kijken als fotograaf vind ik dus geweldig, wat ik al schreef, inspirerend. Op mijn eigen account kijk ik vooral naar de foto’s die een inkijkje geven in het echte leven van mensen, van echte mensen. Daar valt me op dat het leven van de echte mens gepolijst lijkt te zijn. De echte levens worden opgepoetst, geüpgraded bijna, geperfectioneerd. Het leven is niet altijd mooi, soms doet het leven pijn. Daar zie je, een aantal uitzonderingen daargelaten, bijna niets van. Het lijkt alsof we op een podium staan, het echte leven vindt plaats achter de schermen.

Ik wil vol in het leven staan, ik wil niet leven achter de schermen. Ik stá op het toneel, maar wel als mezelf. Ik wil vol in mijn leven staan. Mijn beperkingen omarmd, ze horen bij mij, ze maken mij, hebben mij gevormd. Ik ben prima zoals ik ben, ik ben geen perfect plaatje. Ik ben een plaat met de nodige krassen. Grijsgedraaid, als de geliefde elpee van het leven. Er zullen best wat krassen bijkomen, dat betekent dat ik leef en dat is waar we hiervoor zijn. Voor mij geen perfect plaatje. Ik ben wie ik ben, ik leef mijn leven op het podium des levens, kleinkunst voor kneuzen…

De staat en de dag

Het is rustig hier op mijn blog. Ik heb last van een ‘writersblock’ denk ik ofzo. Het is niet dat er niet genoeg gedachten rondzwerven in mijn brein; er is meer dan genoeg om me mijn hoofd over te breken. Ik heb een duidelijke mening over van alles en nog wat dat speelt, maar dit is niet de plaats daarvoor. Niet nu althans. En toch maakt juist alles wat er speelt in de wereld dat ik slecht de woorden kan vinden die hier dan wel thuishoren. Hoe vergaat het mij in deze roerige tijd?

Ik ben sinds een week aan de Prednison en ik moet zeggen dat mijn lijf daar echt wel op reageert. De zenuwpijn in mijn benen is verminderd (gelukkig!), weg gaat het niet, maar zo is het houdbaar. Ik ben gestart met medicinale wietolie en probeer nu het zo in te regelen dat ik misschien kan minderen met de Fentanyl. De oxycodon is er voor nu af en dat is al een plus. Ik moet nog wel zoeken naar de juiste combinatie in dosering, want gister rolde ik ietwat in verhoogde staat van zijn mijn bed in. Ik keek verdwaasd naar mijn e-reader en mijn vinger die de digitale bladzijde moest omdraaien. Mijn vinger leek dwars door de bladzijde te gaan en dat was een zeer bijzonder gezicht. Ik besloot daarop het lezen maar te laten voor wat het was, de roze olifanten denderden langs in mijn slaap. Vandaag maar een drupje minder dus.

Vorige week hebben we een gesprek gehad met het CIZ, mentaal zeer pittig en confronterend. Natuurlijk weet ik best dat veel dingen niet meer zelfstandig gaan, maar daaraan toegeven is toch een grote stap. Ik merk dat mensen mijn kunnen soms beoordelen vanuit stukjes die ik schrijf. Dat lees ik trouwens ook bij meer lotgenoten, dat ze bijna niet meer durven delen waar ze van genieten omdat ze daar dan een soort verantwoording over moeten afleggen of in ieder geval dat gevoel hebben. Dat is toch idioot! Als ik deel dat ik bij de Gamma ben geweest dan zegt dat helemaal niets over de rest van mijn dag.

Maar goed, het CIZ, ik heb meer hulp nodig. Veel meer hulp en deze week horen we of we dat gaan krijgen. Ik oog nog als heel wat mans, maar achter de schermen is het een ander verhaal. Niet kunnen eten of amper kunnen eten als je gekookt hebt, de rondjes met de hond in de avond en middag moet ik aan mij voorbij moet laten gaan omdat ik gewoonweg de energie niet heb om overeind te blijven. Ik zit te denken aan een soort van ‘Superman meets overgang’ cape, een ode aan de vrouwen in de overgang. Eentje met een grappige tekst, van badstof, die ik in de ochtend en avond om mijn nek kan hangen als ik badend in het zweet mijn best doe mijn eten naar binnen te werken. Zoals eerder geschreven, de combinatie overgang en dysautonomie hebben behoorlijk invloed op mijn gestel. Oh en de stemmingswisselingen die ermee gepaard gaan mogen ze ook houden. Als mannen dit zouden hebben was er al lang een goed werkend medicijn geweest.

Dus ja, de staat van de dag is denk ik ‘warning – battery low’. Ik geniet van het weer (mijn weer), rij ‘s morgens een rondje met Lewis en ik doe een poging tot koken. Dat was het dan wel voor de dag. Morgen gaat de opleiding van Lewis gelukkig weer verder, eindelijk mogen we weer! Het is nodig, want de pubertijd nadert. Vandaag dus wat energie proberen te sparen. Fijne dag allemaal!

Irritatiepuntjes

Het is niet de eerste keer dat ik via een reactie op Facebook het gevoel krijg dat ik beoordeeld wordt op mijn kunnen door de stukjes die ik schrijf en dat irriteert me. Mensen denken voor mij te kunnen denken, mensen beoordelen en veroordelen, mensen denken ineens precies te weten waar je mee kampt, hoe je je moet voelen en wat je wel en niet kunt doen. Ik kan je vertellen dat wat ik schrijf altijd slechts een tipje van de sluier is. Daarnaast baal ik er ontzettend van dat dingen gebagatelliseerd lijken te worden of juist andersom.

Ik ben redelijk open, vertel in mijn blogs behoorlijk eerlijk over mijn leven. Ik ben een positief mensje en ik hou van het leven. Ik vertel over de dingen die ik onderneem, over de boete die het soms oplevert. Dat wil alleen niet zeggen dat ik altijd alles zeg. Ik ga niet dagelijks in op de status van mijn lijf. Dat voegt namelijk in mijn ogen niets toe. Je zult me op mijn blauwe ogen moeten geloven als ik zeg dat het fysiek iedere dag eenzelfde soort strijd is. De vraag van de dag is altijd hoe functioneert mijn lijf vandaag? Ik heb momenteel grote problemen met mijn knieën, die doen serieus zeer. Dit is dan weer bovenop de dagelijkse zooi.

Dat serieus pijn doen is mét een behoorlijke dosis Fentanyl (een morfine-achtige). Ook daar hebben mensen dan weer een mening over. Dat het niet werkt als ik pijn heb bijvoorbeeld. Het is ongelofelijk vermoeiend om steeds maar weer dezelfde vooroordelen daarover te moeten aanhoren. Het geeft me constant het gevoel mezelf te moeten verdedigen. Datzelfde geldt voor de wie heeft iets erger of wat is erger. We moeten allemaal onze eigen last dragen, er is geen vergelijk, het is allemaal k*t, punt. Iedereen heeft issues, zo ook ik.

Ik voel me weer enorm schuldig naar mijn gezin bijvoorbeeld. Zoonlief heeft meer ondersteuning nodig in de planning in deze tijd en ik voel me schuldig omdat ik hem meer achter zijn vodden aan moet zitten. Ik heb er echter de energie niet voor. De puberdiscussies zijn vermoeiend, het gaat gewoon soms niet. Ik voel me schuldig omdat ik meer en vaker met Lewis uit zou willen gaan, maar het gaat niet. Ik heb hulp, hij komt niets tekort, maar ik vind dat ik tekort schiet. De weekenden gaan liggend aan ons voorbij, net zoals de meeste andere dagen. Zonder dagjes strand, zonder fietstochtjes, zonder wandelingen op de hei. Iets dat we altijd graag deden. Manlief klaagt niet, maar mist wel. Ik druk een enorm stempel op ons leven, mijn gezondheid drukt een groot stempel op ons allemaal. Tuurlijk speelt dat in mijn hoofd!

Een leven als kneus gaat niet over rozen. Ik heb hulp nodig, bij het douchen, bij het haren wassen. Ik kan mijn eigen nagels niet meer knippen, mijn benen niet meer scheren (gelukkig ben ik blond en valt dat laatste dus geen mens op). Ik haat douchen sowieso want het kost me bakken energie en het gooit mijn hele systeem overhoop. Stukje bij beetje lever ik meer zelfstandigheid in, word ik meer en meer afhankelijk van anderen. Hulp accepteren blijft een dingetje, je wilt niet afhankelijk zijn.

Ik ben moe, altijd. Zonder reserves, want de accu staat aan het begin van de dag al diep in het rood. Je leert ermee omgaan, soort van. Ik weet niet beter. Het is net als met dat salaris, aan het eind daarvan hou je een stukje maand over. Aan het eind van mijn energie hou ik een groot stuk dag over.

Zo ook nu, het is klaar, het is op. Scheel van vermoeidheid heb ik mijn lepels in de vaatwasser gegooid. Ik leg me ermee neer, letterlijk. Het is wat het is, morgen is er weer een dag. Moraal van dit verhaal? Je weet niet wat er allemaal speelt achter de schermen. Ieder huisje heeft echt zijn kruisje. Ik heb geen energie voor irritatiepuntjes en zo laat ik met dit schrijfsel dit puntje los…

Toekomstige kneuzerijen

Ik blijf even in de herhaling, want beter dan twee jaar geleden krijg ik het nu niet geschreven…

Ik kreeg een vraag over de toekomst van EDS-sers, hoe ontkom je aan de rolstoel, ontkom je überhaupt aan de rolstoel? Een vraag die ik op de EDS groepen vaker zie verschijnen. Hoe ziet je toekomst eruit met EDS?

Goede vraag, een vraag waar niemand een antwoord op kan geven. EDS is geen progressieve aandoening, dat wil zeggen dat de aandoening niet erger wordt als je ouder wordt. Dat wil niet zeggen dat de gevolgen van de aandoening niet erger worden. EDS zegt iets over je bindweefsel, je bindweefsel is in aanleg niet goed. Dat blijft je hele leven, het bindweefsel wordt niet beter, maar ook niet slechter. Het is wat het is.

Iets anders zijn de gevolgen. Ik hou het even weer bij mezelf; ik heb nogal wat last van slijtage. Mijn schouder bleek al voor mijn dertigste versleten. Toen ik met serieuze pijnklachten bij de orthopeed kwam dachten ze in eerste instantie aan RSI. Ik zat achter de computer en de klachten kwamen ermee overeen. Ze werden helaas na behandeling niet beter, eerder slechter. Ik moest trainen, maar dit bleek niet de oplossing. Mijn fysio zag dat ik niet beter werd, ondanks grote inzet van mijn kant (ik hield van mijn werk en werkte echt wel goed mee). Er werd alternatieve therapie gestart, ik kreeg acupunctuur en guasha. Uit dat laatste bleek dat mijn bindweefsel in zeer slechte staat was (best logisch achteraf, maar ik had nog geen diagnose toen).

Er werd rust voorgeschreven, dat hielp een beetje. Zo gauw ik weer iets ging doen ging het opnieuw mis. Inmiddels was ik zwanger en werd er een echo gemaakt. De uitkomst was slijtage, oplossing een operatie, die ik geweigerd heb. EDS is niet de directe oorzaak van de slijtage, maar wel een gevolg van de instabiliteit en daardoor het subluxeren van mijn schouder. Door het steeds overschrijden van mijn grenzen is mijn schouder nu kapot. Enige oplossing zou vastzetten zijn, maar dat doe ik (nog) niet.

Nog een voorbeeld; mijn onderrug. EDS geeft een hoger risico op hernia’s. Ik had op mijn 23ste mijn eerste dubbele hernia te pakken. Een lastig traject volgde, de orthopeed wilde opereren terwijl de neuroloog mij verdacht van psychische problemen. Buiten de pijn in mijn rug gaf ik ook pijn in mijn SI gewrichten aan (ook logisch, ik was zeer instabiel in het bekken door mijn EDS, maar dat wisten ze nog niet). Ik werd na een jaar rondklooien opgenomen voor een ligkuur (had er al drie thuis gehad inmiddels). Ik werd afgekeurd en weer goedgekeurd. In 2011 geleden kreeg ik op opnieuw een dubbele hernia, met flinke uitval in mijn been. Nu werd ik wel geopereerd, met helaas littekenweefsel als gevolg (de grootste reden voor mijn liggende bestaan). Geen direct gevolg van de EDS, wel van de hernia.

Dankzij versleten knieën en instabiele heupen zit ik inmiddels in een rolstoel, elektrisch met dank aan mijn brakke schouders. EDS is niet progressief, maar de gevolgen kunnen er wel voor zorgen dat je achteruit gaat. In veel gevallen is een grote oorzaak overbelasting. Jaren van niet luisteren en geen rekening houden met je lijf dat schreeuwt. Dit geeft direct het belang aan van bekendheid, het hóeft niet tot een rolstoel te komen, maar het kan wel. Er spelen zoveel factoren mee; de ernst van de aantasting van het bindweefsel, maar ook de omgang met je lijf. Het uit zich ook nog eens bij iedereen verschillend, de één kan gewoon werken en sporten, de ander ligt compleet ingebraced plat. De één heeft meer inwendige problemen, de ander slechts in de gewrichten.

Het enige advies dat ik uit ervaring kan geven is pas op je lijf. Luister en durf te voelen. Ik heb altijd een knop in mijn hoofd omgezet om niet te willen voelen en heb mijn hoofd losgekoppeld van mijn vervelende lijf met alle gevolgen van dien. Wat niet kan, kan niet. Het is geen wil niet, het is gaat niet. Dit kost tijd, dit geeft weerstand (van alle kanten), je moet geloven in jezelf. Onderbelasten is niet goed, maar overbelasten ook niet. Zoek de grenzen, ervaar ze en leer wanneer je eroverheen gaat. Probeer dat te voorkomen (of doe het bewust, maar weet dan ook de consequenties).

Leven met EDS is leven met grenzen. Het is niet altijd makkelijk, het is steeds opnieuw accepteren. Maar je kunt het, je bent sterker dan je denkt!

Foto Hans Poels

Stil

welkomindewereldvaneenkneus.files.wordpress.com/2020/04/blog-stil-1.m4a

Het is een beetje stil op mijn blog, net zoals het stiller is in de wereld. Het blijft raar, er verandert hier voor mij zo weinig en toch verlang ik meer dan anders naar de grote buitenwereld. Misschien komt het doordat deze periode net aan het eind van een lange winter valt, voor mijn gevoel dan, want echt winter hebben we niet eens gehad.

Ik doe niet zoveel. Vorige week was manlief ziek thuis; hoesten, koorts, hoofdpijn. Ik maakte me zorgen, zorgen om hem, om zoonlief, om hoe mijn moeder (zij het op afstand) hier in huis is geweest. De boel ging op slot, manlief er niet uit en niemand erin. Op deze momenten komt de zuster Clivia boven in mij. Laten we wel zijn, ik ben geen goede zuster Clivia. Het botste dan ook vrij snel hier in huis. Ik heb momenteel mijn handen vol aan mezelf. Mijn lijf heeft weer een zooitje ontstekingen, de overgang maakt ruzie met mijn dysautonomie en ik heb behoorlijk last van mijn gewrichten.

Op dit moment ‘ziek’ zijn doet iets met je hoofd. Waarom zet ik ziek tussen aanhalingstekens? Was manlief niet echt ziek? Jawel, hij had meetbaar koorts, hoestte de longen uit zijn lijf en had hoofdpijn. Hij heeft dit al gehad in december en in januari weer. Kennelijk blijft het terugkomen, maar nu kreeg ik er Corona koorts van. Ineens voel je van alles, vraag je je bij alles af of je ‘het’ hebt. En ik maak me dan nog niet eens zo druk om mezelf, ik maak me vooral druk om anderen. Feit is dat je nu anders reageert dan anders.

Ik ben niet bang, als het mijn tijd is is het mijn tijd, denk ik. Ik heb nog niet het gevoel dat ik klaar ben hier. Toch is er een onrust die rare fratsen uithaalt in mijn onderbuik. Een onrust die klooit met mijn hoofd en met het hoofd van de mensen om me heen. Het is nogal sfeerbepalend ik jullie vertellen. Gelukkig knapte manlief snel weer op, verdween de koorts en mocht ik mijn zuster Clivia mutsje weer aan de wilgen hangen. Ik ben er niet geknipt voor.

Over dat laatste gesproken, ik ben ook niet geknipt voor het beroep van kapster. Zoonlief begon; zijn haar was te lang, het moest eraf. Ik kocht een tondeuse en een kappersschaar. Ging als een ware Leco zijn haar te lijf, het werd korter en korter. Op een gegeven moment gaf ik hem het ultieme ‘Dumb & Dumber’ gevoel. De pony van Jim Carrey, zo gratis en voor niets. Manlief zeek bijna in zijn broek van het lachen (ik ook trouwens). De tondeuse is je vriend in zo’n geval, niet mijn vriend trouwens. Ik kan het niet, echt niet.

Manlief heeft het karwei een paar dagen later afgemaakt. Zoonlief ziet er in trainingspak uit als een ‘hakker en zager’ uit de jaren negentig, maar hij kan het hebben. Daarna stortte ik mij op het kapsel van manlief. Een paar jaar geleden was dit geen succes, dit jaar ook niet. Steeds een tikkie korter, steeds een tikkie ongelijker… Met de zon op zijn bolletje (in tegenlicht) zag ik in volle glorie het resultaat van mijn actie en kon ik mijn lachen gewoon echt niet inhouden. Sorry lief, het is beter de schaar én de tondeuse ver van mij vandaan te houden. Gelukkig groeit het weer aan, helaas is het op het werk lastig te verbloemen. Ik neem de schuld volledig op mij, het spijt me, vergeef me. Gelukkig weet ik als geen ander hoe het voelt met een mislukt kapsel over straat te gaan. Ik heb enige ervaring met mislukte kleurexperimenten.

De wereld draait door, ook nu. Het virus ging onze deur voorbij, of toch niet? Zonder test zullen we het niet weten. Ik ben blij dat de storm weer is gaan liggen. We gaan zien hoe het zich verder ontwikkelt. Ik hoop dat we nu een beter inzicht hebben in wat wij mensen elkaar en de natuur aandoen. Dat we iets leren van deze periode. Ik ben sceptisch, maar heb toch ook een sprankje hoop. Er gloort licht ergens aan de horizon…

75 jaar vrij

welkomindewereldvaneenkneus.files.wordpress.com/2020/04/blog-75-jaar-vrij.m4a

Vandaag is het 75 jaar geleden dat onze woonplaats bevrijd werd. Een mijlpaal, een bevrijding, letterlijk. Het is dus een dag met een feestelijk tintje zou je zeggen. Onze burgemeester riep op de vlag uit te hangen, om in deze moeilijke tijd toch te denken aan dat lichtpuntje van 75 jaar vrijheid. In mijn hoofd schiet echter van alles voorbij, zoveel mensen zijn verre van vrij…

Je zou denken dat mensen iets geleerd hebben van het verleden. Je zou denken dat de mensen wijzer worden, we zijn tenslotte het ‘intelligente’ soort. In naam misschien, in realiteit hebben we nog een lange weg te gaan. Als ik zie hoeveel oorlogen er nog woeden, hoeveel mensen gedwongen leven in gevangenschap. Omdat ze van mening verschillen met degene die het voor het zeggen heeft. Wij leven hier in vrijheid, op dat gebied tenminste, alhoewel is een leven in vrijheid niet meer dan een leven zonder oorlog?

Ik ben laatst uitgenodigd in een groep die zich sterk maakt tegen racisme van ‘Asians’. Ik wist niet eens dat dit zozeer speelde, dat maakt het misschien wel des te pijnlijker, is het onwetendheid of is het meer dan dat? Negeren we niet allemaal dit soort problemen omdat het makkelijker is het niet te weten? ‘Ignorance is bless’? Ik ben verre van achterlijk, ik ben ietwat naïef, dat zeker, maar dan nog had en heb ik de taak na te denken, mijn hersens heb ik niet voor niets gekregen. Ik noem een klein voorbeeld, wie heeft er niet op de kleuterschool ‘Hanky Panky Shanghai’ gezongen? Heb je er ooit over nagedacht dat dit niet de vertaling zou zijn van ‘Happy birthday to you’? En om het nog een tikkeltje pijnlijker te maken, wie trok er tijdens het zingen aan zijn ogen?

Ik zag er geen kwaad in, zelfs toen mijn zoon hetzelfde liedje zong op school zag ik het niet. Als ik toen had geweten wat ik nu weet had ik er iets van gezegd. Weet je, één keertje een vervelend ‘grapje’ of liedje horen is niet erg, wel pijnlijk, maar voor de meesten overkomelijk. Continu geconfronteerd worden met ‘onwetende’ uitspraken maakt dat je je niet langer thuisvoelt in je thuisland. Geboren en getogen in Nederland, maar je huidskleur is anders dan dat van de meesten. Mensen die denken je te complimenteren door te zeggen hoe goed je Nederlands is, eh ja, net zo goed als het jouwe? Je niet thuis voelen in je geboorteland, maar ook niet in het land van je voorouders, want je spreekt hun taal niet of niet goed? Hoort dit ook geen onderdeel te zijn van leven in vrijheid?

Al die mensen die zich nu bevinden in een vluchtelingenkamp, het gevaar komt voor hen van meerdere kanten. Gevlucht uit hun huizen, alles achterlatend voor een beetje veiligheid. Geen thuis meer omdat je niet welkom bent, bestemming onbekend, want waar ben je dat wel? Op de vlucht voor geweld in een wereld die gevangen is. Weer een ander soort vrijheid, eentje waar de bevrijding op zich laat wachten. De wereld speelt Russisch roulette, met ons ieder als inzet. De vrijheid die momenteel voor veel mensen niet voelt als vrijheid. De ‘ophokplicht’ die voor vele medelanders voelt alsof ze gevangen zitten tussen de muren van huis en tuin (goh, klinkt toch bekend nietwaar?).

Met kromme tenen lees ik de reacties op Facebook van mensen die hun ei niet kwijt kunnen. Samen kunnen ze nog eieren zoeken in plaats van beren, die gaan even terug naar de weg. Hoezo opgesloten? Je mag naar buiten, er is geen extra slot op de deur geplaatst, je hebt nog een grote mate aan vrijheid. Ik lees over hoezeer pubers vechten met zichzelf en hoe zielig dat is. Mensen, misschien is dit juist wel eens goed voor ze. Leren ze dat niet alles maakbaar is, ‘shit happens’, er zijn echt ergere dingen in het leven dan je vrienden of zelfs je vriendinnetje een paar weken niet zien. Is het leuk? Nee, maar het leven is nu eenmaal niet altijd leuk.

Ik zal het vergelijk met de vast-opgehokten niet nog eens uitgebreid maken, maar het steekt wel. Dat mensen nu lijken te begrijpen hoe jij je normaal altijd voelt en verder vooral digitaal klagen over hun gebrek aan mogelijkheden. Terwijl er zoveel mogelijk is. ‘Out of the box’ denken moet je leren en sommigen leren nooit. Het vergelijk met mijn situatie is er, eventjes, maar dan is het ‘business as usual’ en beland ik weer in de vergetelheid. Ik zou er zelf weer achteraan kunnen gaan, maar ik kamp naast de ophokplicht met een enorm gebrek aan energie, dus laat maar. Dat is niet zielig, dat is gewoon even níet anders.

75 Jaar vrij, ik wil wel voorzichtig vieren, maar ik zou het zoveel fijner vinden als we de overwinning van ons ego konden vieren. Wanneer we als mensheid in konden zien dat ieder mens het verdient te leven in vrijheid. Dat we samen leven, zonder ons boven een ander te zetten. Samen, niet als individu, niet als groep, niet als land. Samen als mens, als wereld. Geen enkel individu is beter dan een ander. Zo ontstaat echte vrijheid.

Stil in mij

welkomindewereldvaneenkneus.files.wordpress.com/2020/04/blog-stil-in-mij.m4a

Ik kijk maar mijn scherm, mijn vinger hangt er stil boven. Het is stil in mij, het is stil op dit blog, het líjkt stil in mij is een betere vertaling van mijn gevoelens, want stil in mij is het zeer zelden. Mijn hoofd loopt om en tegelijk lijk ik mijn zinnen minder dan anders af te kunnen maken. De wereld is stil, mijn wereld is stil, maar dat is niets nieuws.

Gistermiddag ging ik een blokje om met Lewis. Hij moet leren lopen langs de rolstoel en aangezien onze opleiding stil ligt moet ik improviseren. Ik moet mijn handen vrij hebben en hiervoor heb ik een creatieve oplossing gevonden in bondage. Geen zorgen, ik rol niet met mijn jarretels vastgeknoopt aan Alex (met laatstgenoemde als meester), foei, foute beelden in mijn hoofd. Nee, ik knoop de lijn van Lewis creatief aan mijn rolstoel vast zodat ik a) mijn handen vrij heb voor de besturing van Alex en b) een korte lijn aan de goede kant van mijn rolstoel heb. Daarnaast heb ik dus die hand vrij om Lewis te belonen. Daar heb ik even goed over nagedacht dacht ik!

Het werkt, Lewis vindt het allemaal prima en zo trokken we er saampjes op uit. Even op avontuur in de nabije natuur. We gaan de poort uit en Lewis voelt aan zijn water dat we een andere kant uit gaan dan die van het ‘standaard’ rondje. Dat is spannend en hij gaat erbij zitten om als ik ook tot stilstand ben gekomen zijn poten op mijn voetplaat te zetten. Voorzichtig gaan zijn poten (inmiddels passen pootjes niet meer in deze verkleinvorm) richting mijn schoot en kijkt hij mij aan. Koppie scheef, ogen vragend ‘vrouwtje, mag ik dan bij jou’ lijkt hij te willen zeggen. Ik ben niet bestand tegen zijn smekende blik en help hem op schoot. Het past, daar heb je inmiddels ook alles mee gezegd trouwens, want zijn bips neemt mijn volledige twee benen en meer in beslag.

Hij legt zijn poten op mijn arm en zijn koppie op mijn hand, op die hand die moet sturen wel te verstaan. Handig is anders, ik verleg hem met enige moeite en we gaan op pad. Zijn oren wapperen in de wind en hij gaat rechtop zitten. Vol in beeld, mijn beeld wel te verstaan. Samen kantelen we ons hoofd en kijken we ietwat scheef naar de stille wereld om ons heen. Wat een rust, ik hoor vogels die ik eerder nooit hoorde, sterker nog ik zíe ze nu ook. Recht voor onze neus landt een Roodborstje, een groet van boven zo is mij weleens verteld. Ik groet terug en met een lach op mijn gezicht rijden we verder.

Lewis kijkt met grote ogen om zich heen, wil in het park wel een stukje lopen, dus ik help hem voorzichtig van mijn schoot af. Hij snuffelt en loopt verder netjes naast me, onze constructie werkt perfect. Na een meter of honderd is hij het weer zat. Hij heeft veel geroken, veel gezien. Hij heeft de ganzen gehoord, opvliegende eenden en meerkoeten, schreeuwende kinderen (jawel, ze bevolken nog steeds de speeltuinen), veel indrukken dus. Zijn poten vinden de weg naar mijn voetplaat, zijn bips ook. Hij zit wiebelend op mijn voeten en kijkt mij aan met een blik van ‘komt er nog wat van’. Ik help hem weer omhoog en we rijden samen naar mijn ouders. Even gedag zeggen in de tuin, op afstand, ik ben dankbaar dat we dit kunnen doen.

Lewis krijgt een bakje water en dan gaan we weer naar huis. Lopen is een brug te ver, ons hondje is moe. Met de wind in onze haren rijden we terug. Halverwege vallen we stil, Lewis heeft zijn koppie op de aan/uit-knop laten vallen. Ik zet Alex weer aan en verleg Lewis op mijn schoot. In stilte rijden we verder. Ik kom niet vaak buiten de poort, maar steeds weer word ik geraakt door deze stilte. Een stilte die anders is dan normaal, anders voelt. Een geladen stilte, als de stilte voor de storm.

De temperatuur stijgt, de mensen worden het stilzitten beu, ik hou mijn hart vast. Ik zie de mensen weer achtelozer worden, zie de afstand tussen de mensen verminderen. ‘Het zal zo’n vaart niet lopen’, ‘iedereen moet het toch krijgen’, het korte termijn geheugen doet zijn naam eer aan.

En ik? Ik hou mij stil, voel mij stil. Er is genoeg gaande in mijn hoofd, maar ik kan geen orde scheppen in de chaos. Ik kom wel weer boven, als de stilte rust gevonden heeft.

In mijn hoofd

welkomindewereldvaneenkneus.files.wordpress.com/2020/04/blog-in-mijn-hoofd.m4a

Terwijl ik aan het aanrecht een beschuitje eet open ik mijn mail. Een doorgestuurd krantenbericht uit ‘De Gelderlander’, een artikel van en over schrijver ‘Thomas Verbogt’, over de stilte, de stilste lente van ons leven. Verbeeldend mooi schetst hij het beeld over wat deze lente doet met zijn leven. Vertelt hij over zijn herinneringen, hoe belangrijk ze zijn. Hoe ze zijn verweven met de beelden op papier, met foto’s. Ze vormen ons, vormden ons, de beelden, de fragiele fragmenten uit een verloren verleden.

Schrijven is schilderen met taal, zoals fotograferen schilderen met licht is. Het is een vaardigheid die ik zo graag had willen bezitten, schilderen, maar ik ben een wandelende ramp met verf. Nu ik deze woorden neerzet realiseer ik mij dat ik toch een beetje schilder. Met licht en met woorden, misschien niet zo beeldend als Thomas Verbogt, maar ik hoop beeldend genoeg. Direct geef ik met laatste zin een waardeoordeel over mezelf, vel ik een oordeel dat twijfel zaait in mijn hoofd. Ik schrijf niet hetzelfde, gelukkig maar. Ik schrijf in een compleet eigen stijl en ik moet het afleren mezelf niet goed genoeg te vinden. Ik ben goed genoeg zoals ik ben, ik hoef niet perfect te zijn.

Ik schrijf omdat ik het fijn vind de woorden aan papier toe te vertrouwen. Het geeft me inzichten. Ik denk niet bewust na over de woorden, ze vinden het papier alsof een andere versie van mezelf het roer in handen neemt. Ik leer zelf misschien nog wel het meest van de letters die de woorden vormen.

een schrijver die blijft

zijn gedachten, ze leven

in bloei van z’n zijn

Een Haiku, ooit zelf geschreven, een waarheid als een koe. Hoe mooi zou het zijn als mijn achter, achter kleinkinderen mijn boekje vinden. Zo een inkijkje krijgen in mijn leven, mijn diepste gedachten tot zich nemen en met een lach mee kunnen lezen in het verleden. Het heden kunnen verbinden met het verleden. Kunnen kijken of zij zich herkennen in bepaalde eigenschappen. Mocht ik achter, achter kleinkinderen krijgen natuurlijk, dat is dan weer afhankelijk van zoonlief. Een keuze die ik niet kan en mag beïnvloeden maar ik zou het geweldig vinden!

‘Die stilte zit om ons heen, houdt ons voorzichtig vast, het is een stilte die ver van woorden is’

Een zin uit het nieuwe boek van Thomas Verbogt. Een mooie zin, zoals alle zinnen die hij schrijft beeldend uit zijn pen vloeien. Ja, deze stilte is er deze lente ook, het is moeilijk deze stilte te beschrijven. Het is een stilte in lagen, een stilte die opgebouwd is om afgebroken te worden. Zoals muren nu worden afgebroken; steentje voor steentje. In de verkleiningsvorm, voorzichtig begonnen de initiatieven. We zijn het ontwend, we zijn zo druk geweest met ons werk, met sporten, met afspraken, met ons eigen leven dat we de ander uit het oog verloren en gek genoeg missen we hen nu. Nu we aangewezen zijn op onszelf missen we de ander.

Zeg eens eerlijk, hoe vaak nam jij de tijd op bezoek te gaan bij je ouders? Op zondag, even een snel kopje koffie? Hoe vaak kwam je nu eigenlijk bij je vriendin op de koffie, nam je de tijd écht te luisteren naar de stilte om haar heen? Zelfs in de stilte ervaar ik stilte en ik weet dat ik niet de enige ben. Er zijn zoveel initiatieven richting de ouderen in de verpleeghuizen, nu we niet mogen missen we. Ik denk dat ze nu meer aandacht krijgen dan in de voorgaande jaren en ik gun het ze! Misschien blijft er iets van hangen, realiseren we ons nu hoe weinig we eigenlijk omkijken naar de ander in ons drukke leven.

Ik schrijf ons, maar eigenlijk sta ik weer aan de zijlijn en kijk ik nog steeds op een afstandje toe. Ik behoor tot de stilte, ik ben degene die zich afvraagt hoe het met je gaat, die de vraag stelt en dan wacht op de wedervraag. Die de stilte gewend is, die gelukkig ouders heeft die de stilte doorbreken. En ‘gelukkig’ heb ik die ene vriendin die hetzelfde ervaart en zo heb ik een medestander in deze stilte.

Samen brengen we de stilte tot zwijgen.