Tussen hoop en vertrouwen 

Ik wil niet bezig zijn met chronisch ziek zijn.  Maar ik ben het wel.

Ik kan er niet aan ontkomen. Het lukt me niet om het volledig weg te denken uit mijn leven. En dat hoeft ook niet. Niet zomaar van het ene op het andere moment tenminste, want ik hou hoop. 

Hoop dat het  nog verder verbetert. Hoop dat mijn beperkingen minder worden.

Nee, dat zeg ik verkeerd. 

Ik hou vertrouwen. Ik weet niet hoe ver en waar het me precies zal brengen. En dat interesseert me eigenlijk ook niet meer. Ik heb meer teruggewonnen dan ik ooit had durven hopen en dat is goed. Iedere vooruitgang is pure winst.

Een jaar of drie geleden dook ik in verschillende mogelijkheden mezelf te helen. Ik probeerde alles. Een verandering van mindset, hormoontherapie, touch of matrix, podcasts, zelfhulpboeken. 

Ik heb verschillende coaches, zowel via online trajecten als in levende lijve. Van ieder van hen stak en steek ik iets op. En als dat niet zo was, leerde het me alsnog iets.

Is er één bepaald iets dat hét verschil heeft gemaakt? Of is het een ingewikkelde puzzel waarbij de juiste stukjes op de goede plaats moeten vallen? 

Ik denk dat elk van bovenstaande punten verantwoordelijk is voor een stukje van die puzzel. En daarnaast moet je het durven zien. En erin durven geloven. Niet omdat erin geloven alléén voldoende is, maar omdat geen enkele verandering een kans krijgt als je vooraf al zeker weet dat het onmogelijk is.

Ik wil niet bezig zijn met chronisch ziek zijn. Maar ik ben het wel.

Ik word nog steeds dagelijks geconfronteerd met de gevolgen van mijn aandoening. Dat denk je niet zomaar even weg. Dat gelooft je hoofd ook niet. Mijn hoofd gelooft dat niet. 

Iets kúnnen geloven ligt aan de basis van alles wat je wilt bereiken. Dat geloof ik dan weer wel. 

Stapje voor stapje. Puzzelstukje voor puzzelstukje.

Ooit valt alles op zijn plek en ben ik waar ik geloof dat ik kan zijn. Er is nog veel te winnen.