‘De wijze weet dat hij niets weet.’

Vanmorgen las ik een stuk over de Germaanse geneeskunde. In het kort stelt deze stroming dat achter iedere aandoening een emotioneel trauma schuilgaat. Wie mij al wat langer volgt weet dat ik mij niet afzet tegen alternatieve geneeswijzen. Integendeel. Ik heb er in de loop der jaren heel wat uitgeprobeerd. Sommige brachten me iets, anderen niet.

Wat me aansprak in het stuk ging niet over de theorie zelf. Het was de oproep tot nuance die mijn aandacht trok.

Ik geloof absoluut dat onderdrukte emoties invloed kunnen hebben op ons lichaam. Dat onverwerkte ervaringen zich lichamelijk kunnen uiten. Ik geloof ook dat hieraan werken klachten kan verminderen. Sterker nog, dat heb ik zelf ervaren. 

Daarnaast geloof ik dat er dingen gebeuren die we niet kunnen verklaren. Noem het energie, een wonder of simpelweg iets wat de wetenschap nog niet begrijpt.

We lijken echter in een tijd te leven waarin alles lijnrecht tegenover elkaar wordt gezet. 

Regulier óf alternatief. Wetenschap óf spiritualiteit. 

Ik geloof niet in of-of. Ik geloof in en-en. 

Waarom zouden verschillende visies elkaar niet kunnen aanvullen? Waarom kunnen we niet nieuwsgierig blijven? Onze opties open houden? Waarom zijn we zo bang voor de visie van een ander?

Ik denk dat dát mijn weerstand tegen sommige coaches, artsen en therapeuten verklaart. Die overtuiging dat de methode die zij aanhangen dé waarheid is. 

Dé waarheid bestaat voor mij niet. 

Iedereen kijkt op een eigen manier naar de werkelijkheid.

Er was nog een punt waar ik het niet eens was met deze schrijver. Hij stelde dat je pas anderen kunt helpen als je al je eigen problemen hebt opgelost.

Ook daar geloof ik niet in.

Als dat waar zou zijn, zou niemand in mijn ogen ooit een ander kunnen helpen. 

Wanneer ben je écht klaar met leren? Wanneer weet je genoeg? 

Wanneer ben je volledig geheeld? Zijn we niet ons hele leven in ontwikkeling?

Precies daarom vind ik het zo waardevol om te leren van mensen die nog midden in dat proces zitten. Mensen die eerlijk durven te zijn over hun zoektocht. Over wat ze nog niet weten. Juist dát kan mij iets leren. 

Dat is dan ook de enige manier waarop ik zelf dingen wil delen.

Niet als een coach die de oplossing heeft. En ook niet als goeroe die boven mensen staat. Maar als iemand die haar eigen weg laat zien. Die eerlijk vertelt waar ze onderuit gegaan is, welke afslagen ze heeft genomen en wat haar onderweg geholpen heeft. En wat niet. 

Vanuit die gedachte is mijn traject ontstaan.

En daar is nog een punt waar ik zelf mee worstel. Ik blokkeer nog in de stap van (gratis) columns schrijven, en op die manier mijn ervaringen delen, naar mijn traject daadwerkelijk geboren laten worden en daar geld voor vragen. Blijkbaar zit daar bij mij nog een overtuiging onder. 

Een angst om zichtbaar te zijn. Of om afgewezen te worden. 

En ja, dat hoort blijkbaar dus bij míjn reis. 

Zie? Ik leer terwijl ik ga.

Ik denk dat niemand ooit helemaal ‘klaar’ is. We blijven leren. En we zullen altijd ergens naar blijven zoeken. Dat is het leven.

Ik denk dat wijsheid uiteindelijk niet is dat je alle antwoorden hebt. Wijsheid is dat je durft toe te geven hoeveel je nog niet weet. 

Misschien is dat laatste precies wat Socrates bedoelde: ‘de wijze weet dat hij niets weet’.

Het volume van pijn 

Ik lig op mijn bed onder de veranda. Mijn ogen zijn gesloten (gelukkig kan ik blind typen). Ik moet leren voelen. Van mezelf. 

Voelen welke onderdelen in mijn lijf pijn doen. Voelen wat mijn lichaam me daarmee vertellen wil. 

Jaren geleden leerde ik de volumeknop van mijn pijn zo ver mogelijk terug te draaien. Het voordeel daarvan is dat ik minder voel. Het nadeel is hetzelfde.

Hoe weet ik wat mijn lichaam me precies wil vertellen als ik niet kan (of wil) horen wat het zegt?

Voor iemand die leeft zonder (chronische) pijn slaat dit geheel waarschijnlijk als een tang op een varken. Maar ik leef niet zonder pijn. Sterker nog, pijn is al sinds mijn tienerjaren een trouwe, vaste metgezel op mijn reis.

En dus lig ik hier, met mijn ogen gesloten.

Te voelen.

Langzaam maar zeker onderscheid ik het één van het ander. Voel ik het verschil tussen de kloppende pijn in mijn schouder en de scherpere pijn in mijn nek. De irritatie op rechts, van het gewricht dat net niet op de goede plek zit. Ik word me bewust van mijn constante tic om die schouder recht te zetten. Een luide krak (waar iedereen in mijn omgeving inmiddels aan gewend is, maar die hun gezicht nog steeds doet vertrekken) laat duidelijk horen hoe mijn botten weer op hun plek schuiven. Geen wonder dat de boel versleten is. Het één is het gevolg van…

Ik voel de zware spierpijn in mijn armen, net boven mijn ellebogen, een soort constante opgekropte spanning. Ik voel mijn polsen, de overgang naar mijn duimen, waar de irritatie van de pezen zich altijd wel enigszins laat voelen. Mijn vingers, die lichtelijk kloppen en roepen om ze even goed door te buigen. Ook die krak brengt even een soort van ontspanning.

Mijn onderrug houdt zich relatief rustig, zo lang ik hem maar plat op het matras geduwd hou. Een houding die mijn bekken en si-gewrichten wat minder leuk lijken te vinden. Mijn rechter knie geeft een wat scherpere pijn, waarschijnlijk door mijn houding en het feit dat ik mijn laptop daar tegenaan gesteund houd. Mijn linker enkel vindt dat ik te veel gelopen heb vandaag en trekt richting mijn scheenbeen. 

Mijn hoofd heeft nog wat last van ons uitje van de week, het was weer eens te zwaar voor mijn nek en de trip was te lang (geen zorgen, geen extra drugs (mijn medicijnen zijn al genoeg)). De spierspanning geeft een constante bonzende hoofdpijn.

En dan is daar nog mijn buik. De constante strijd tussen eten of niet eten. Tussen verteren. Of niet.

Dit is gewoon een dag uit het leven van deze EDS’er. Niet eens een slechte dag. Gewoon een dag. Met pijnmedicatie, want zonder wordt dit een heel ander verhaal.

Ik leef met pijn.

Altijd.

Chronisch. Acuut. 

Scherp, brandend, kloppend, bonzend, tintelend, doof, stekend.

Gillend en fluisterend. 

Pijn komt in vele gedaanten.

Ik kan ermee leven. Ik heb ermee leren leven. Ik laat het er zijn.

Altijd ben ik op zoek naar balans. 

Wanneer moet ik rust nemen en wanneer kan ik dat stapje vooruit?

Voelen is geen zwakte. Het is informatie.

Voel, en er gaat een wereld voor je open. 

Ik heb het volume van mijn pijnknop jarenlang stelselmatig zo ver mogelijk teruggedraaid. Ik ben er zo vaak voor weggelopen. Maar vandaag heb ik hem een klein zetje gegeven. Vandaag ben ik mijn pijn tegemoet gelopen.

De dagen dat…

Het gaat de laatste tijd best goed. Het ging de laatste tijd best goed.

Twee waarheden die prima naast elkaar kunnen bestaan. Want het gáát best goed. Ook nu het even wat minder gaat. Fysiek. 

Het was een druk weekend. Een crematie én een kraambezoek op één dag. De uitersten van het leven. Afscheid en welkom, samengebracht in een paar uur. 

Ik denk soms weer een hele pief te zijn. Alsof ik alles weer kan. Tot zo’n dag laat zien dat uren overeind zijn toch nog een brug te ver is. Dan is het tijd terug te gaan naar de basis. Om van daaruit opnieuw op te bouwen. Stapje voor stapje.

Gelukkig weet ik inmiddels hoe het moet. En dat ik het kán.

Ik geloof dat vertrouwen in je mogelijkheden aan de basis staat van vooruitgang. Maar om ergens in te durven geloven, moeten we vaak eerst ervaren. En om te ervaren heb je weer een sprankje geloof nodig.

Het is een cirkeltje in de grote cirkel die leven heet.

Wat ik eigenlijk wil zeggen is dit: ik ken ze nog steeds. 

De dagen dat het niet wil.  Of niet lukt eigenlijk, want ik wíl wel. De dagen dat ik me er letterlijk bij neer moet leggen. 

En dat is oké. Soms schreeuwt mijn lichaam ook nog steeds nee…

Evenwaarde

Ik werk weer.
Mag ik dat zo zeggen?

Wanneer mag je werk eigenlijk ‘werk’ noemen? Gaat die term in wanneer je ergens geld mee verdient? Of telt de weg naar dat geld verdienen ook? Vrijwilligerswerk is ook werk, daar komt dan weer geen geld aan te pas. Verdiensten zijn dus geen noodzaak.

Doet het eigenlijk überhaupt ter zake wat iemand anders van deze term vindt?

Het stemmetje in mijn hoofd had weer eens een hele duidelijke mening, maar houdt zich na deze laatste vraag ineens verdacht stil. Die vraag gaf dus het antwoord. Het zijn vooral de stemmetjes van mijn eigen overtuigingen die me dwars zitten. Iets waar ik me steeds vaker van bewust ben.

Ik werk dus weer.
Of ik er geld mee verdien of niet, doet niet ter zake.

Misschien twijfelde ik daarom wel zo aan dat woord.
Alsof werk pas waarde heeft wanneer iemand anders bepaalt dat het waarde heeft.

Ik werk.
En ik studeer.

Niet aan een hogeschool of universiteit en nee, ik doel hier ook niet op de school des levens.

Ik volg al jaren verschillende studies. Ik hou ervan, van leren. Jaren geleden lukte dat ineens niet meer. Iets met serieuze hersenmist en een allesoverheersende vermoeidheid, maar sinds ik aan de bio-identieke hormonen ben, functioneert mijn brein weer.

Mijn lichaam heeft nog steeds wat last van mankementen, maar ik ben ontzettend dankbaar dat de grijze stof in mijn hoofd niet langer op code zwart staat.

Dat je lijf niet werkt is lastig.
Als je brein het af laat weten is dat nog vele malen vervelender.

Zo ervaar ik dat tenminste.
Maar ik dwaal af.

Ik onderzoek. Ik studeer. Ik maak. Ik schrijf. Ik geef vorm.
En ik leer. Veel.

Vandaag stond in mijn cursus het onderwerp ontvangen op de agenda. Ik dacht dat ik dat wel onder de knie had, ik bedoel zo moeilijk is het niet toch?

Valt tegen in de praktijk.

Ik ben het aan het leren, maar ik kan het nog lang niet altijd. Bij een compliment zit de maar nog altijd in mijn achterhoofd. Dank je, maar… het was in de aanbieding. Dank je, maar…

Ook weer zo’n overtuiging.
Die in de weg zit.

Of je kunt ontvangen, hangt voor een groot deel af van je gevoel van eigenwaarde. Denk ik. Voel ik. Mijn gevoel van eigenwaarde stond lang op losse schroeven. Of mijn fysieke gestel daar van invloed op was, of dat het misschien juist andersom was, dat ben ik aan het ontdekken. Toch ook die school des levens.

Denkend over dit onderwerp ontdekte ik een nieuw woord. Zou zo in de dikke van Dale kunnen. Of moeten misschien. Het staat in ieder geval in mijn woordenboek, nu.

Evenwaarde.

Eigenwaarde is al snel gekoppeld aan je omgeving.
Aan wat zij van jou vinden.

In mijn geval kwam ik er toch vaak wat bekaaid af.

Ik ben evenveel waard als een ander.
Als íeder ander.

Ik plaats helemaal niemand meer boven mij.
Geen dokter, geen leraar, geen advocaat en geen president.

Dat heeft niets te maken met een gebrek aan respect. Integendeel.
Het heeft alles te maken met respect voor de persoon die ík ben.

Evenwaarde.

Niet meer.
Niet minder.

Gewoon evenveel waard als ieder ander.