Zorg

Ik ben een redelijk zelfstandig mens, althans dat denk ik. Of misschien nog beter gezegd, dat wil ik zijn. In mijn hoofd ben ik het ook. In mijn hoofd heb ik geen hulp nodig. In mijn hoofd loopt alles op rolletjes, in het echt rol ik dan wel maar loopt het niet altijd.

Het is tijd om te accepteren dat ik misschien toch iets meer zorg nodig heb. Ik wil het niet, ik schop overal net zo hard en lang tegenaan tot mijn tenen beurs zijn. Mijn eigen willetje is sterk, mijn gevoel voor onafhankelijkheid nog sterker. De afgelopen week is mijn neus echter weer in volle vaart op de feiten geknald, ik ben niet zo onafhankelijk als ik graag zou willen zijn.

We zijn een paar dagen weg geweest, ‘sightseeing’ in eigen land, toeristje spelen. Ik moet zeggen op sommige plaatsen voel ik me ook een toerist in eigen land. Als je in het Engels aangesproken wordt voelt dat toch wat vreemd. Ach, het versterkt het vakantiegevoel, dat dan weer wel. Maar goed, we gingen een paar dagen samen op pad en dan blijkt pas echt dat ik behoorlijk aan zelfstandigheid heb ingeboet. Overal heb ik hulp nodig, bij het opendoen van deuren, bij drempels, bij het hobbelen op de hei, bij het in-en uitrijden in de auto, in mijn hoofd ben ik oh zo zelfstandig, maar in de realiteit?

Thuis heb ik zo mijn truukjes om mij te redden, al red ik het stiekem toch steeds minder goed. Het lijkt best veel wat ik doe, maar van een week als deze heb ik nu echt wel last. Steeds dieper zinkt het in, het feit dat ik niet echt onafhankelijk meer ben. Vandaag had ik weer eens een onderonsje met mijn WMO tussenpersoon. We lopen vast, de huishoudelijke hulp heeft aangegeven dat anderhalf uur per week te weinig is om te doen wat nodig is. Ik doe nog teveel zelf, al voelt het alsof ik te weinig doe. Ook heb ik aangegeven best last te hebben van eenzaamheid. Ik wil iets doen, iets nuttigs liefst, met mensen om mij heen, gewoon iemand ik de ogen kunnen kijken en niet slechts achter een ‘avatar’.

Mijn WMO consulent is lief, denkt mee, laat de waterval aan woorden over zich heen komen. Ik ben best van nut, dat weet ik, maar er zit nog zoveel meer in mij. Nog steeds loop ik vast in het gevoel meer te kunnen, meer te moeten. Ik heb geen rust in mijn kont, maar die kont moet wel rusten. Fysiek botst met mentaal, we naderen de herfst. Het is weer zover, zo gauw ik naar binnen gedreven wordt door het weer word ik opstandig. Het is dubbel, aan de ene kant staan er spannende dingen te gebeuren, mooie ontwikkelingen, hulp uit zoveel hoeken. Ik weet dat er weer dingen op hun plaats gaan vallen, maar aan de andere kant is daar dat gevoel van tekort schieten. Van falen, van zo ontzettend veel willen bewerkstelligen en en zo weinig daadwerkelijk doen.

Dit ben ik, ik kan bijzonder enthousiast zijn, ik kan werkelijk bergen verzetten, maar als de berg op zijn plaats staat ben ik op. Komt die kabouter weer langs met zijn tuinslang, uitgeblust. Ik kan slecht verdelen, je krijgt alles, mij rest niets. Het is ‘up’ of ‘down’ en die laatste berg ik op, poppetje gezien kastje dicht. Tijd voor herfst, voor opruimen, voor op mezelf passen. Tijd voor grensbewaking 2.0, tijd voor hernieuwde onafhankelijkheid. Voor het terugvinden van mezelf, voor een andere kennismaking met grenzen en voor meer tijd om te genieten. Iets dat wel mag zonder grenzen.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s