Sociaal?

Geen zorgen, ik deel geen politieke ellende meer. Ben er klaar mee, in meerdere opzichten. Ik laat de politiek de politiek, ik heb genoeg aan mijn eigen hoofd momenteel. Iets met te veel projecten en te weinig mogelijkheden. Op meerdere manieren.

Mijn Social media accounts kosten me momenteel serieus hoofdbrekens. Ik doe te veel, wil te veel, kan te weinig. Daar waar mijn hoofd zich aan de ene kant grenzeloos vrij kan voelen, word ik aan de andere kant begrenst door de mist en het onvermogen mijn willen om te zetten in kunnen. Iedere chronisch zieke begrijpt deze zin, helaas.

Ik heb verschillende sociale media accounts. Zowel op Instagram als ook op Facebook. Neem even Instagram. Ik heb er eentje voor mijn fotografie, eentje voor mijn gedichten, eentje voor mij en Lewis en eentje speciaal voor mijn komende boek. De vraag van de dag, iedere dag, is moet ik ze verenigen of is het beter dat niet te doen. Wie van mijn volgers zit waarop te wachten en waarom zitten ze daar wel of niet op te wachten. Daar waar het me eerder eigenlijk allemaal worst was en ik vooral deelde om mijn ei kwijt te kunnen, heb ik me laten overhalen door die verrekte cijfertjes. Ik wil niet geregeerd worden door cijfertjes. Ik heb me nooit laten beïnvloeden door getallen. Al was dat in sommige gevallen wellicht verstandiger geweest.

Waarom nu dan wel? Nou, dat komt dus door mijn boek. Ik moet aan marketing doen. Ik heb ze ingekocht en daarop moet natuurlijk de verkoop volgen. Niet alleen om uit de kosten te komen, of om met de opbrengst iets goeds te kunnen doen (ja, dat is altijd het doel bij mij), maar ook om de wereld te onderwijzen. Om mensen te laten meelezen en hopelijk meeleven in een wereld zoals wij die ervaren. Ik las vanmorgen de zin bij een fotografe die ik zeer bewonder, het verhaal vond mij en ik moet er iets mee doen. Zo verging het mij ook. EDS vond mij, de beperkingen vonden mij en ik heb een enorme drang daar iets mee te doen, mijn verhaal te delen.

Ik heb een enorme drive. Dat kan heel positief zijn, als ik iets wil, dan werk ik keihard om het te bereiken. Diezelfde drive kan me echter ook enorm tegenwerken. Ook dat heb ik al vaker ondervonden. Mijn hoofd raakt overbelast door de ideeën die ik over mezelf uitstort en ik bevries bijna in de situatie. Ik kan het niet meer loslaten. Misschien moet ik dat doen wat ze ook bij pitbulls doen, een emmer koud water over mijn kop gooien. Ik weet niet goed hoe ik het uit moet leggen. Het is een onmacht, de mist in mijn hoofd is enerzijds te dik om na te denken, terwijl anderzijds de gedachten aan wat ik allemaal moet er doorheen breken.

Ik ben de draad kwijt, de overbelasting heeft weer eens goed toegeslagen. En dat terwijl er dus nog zoveel te doen is. Op mijn ‘Kneus-en-Co’ account deel ik quotes uit mijn nieuwe boek. De eerste die ik deelde is de volgende:

‘De wereld is hard voor kneuzen, maar ik ben harder.’

Een zin die op zoveel meerdere manieren te interpreteren is, denk er maar eens over, ik ben benieuwd of het slechts mijn maffe hoofd is dat daaruit alleen al minstens tien varianten destilleert…

Oh, mijn boek is trouwens al te koop. Het verschijnt 30 maart en kost 17,50. Interesse? Stuur me een mailtje op martine@kneus-en-co.com.

Help!

The Beatles zongen het oh zo makkelijk, ‘would you please, please help me’…

Iemand om hulp vragen. Het klinkt zo makkelijk, maar het is zo verschrikkelijk lastig. Ten eerste is daar dat gevoel van complete zwakte. Je voelt je de mindere partij. Tenminste, dat is hoe ik dat voel en ik weet wel dat dit niet zo is, maar dat gevoel laat zich niet zo makkelijk aan de kant zetten. Als een ander om hulp vraagt is dat geen enkel probleem, maar zelf, doe ik het gewoon liever niet.

Ik schreef dit stuk vijf jaar geleden, aan het begin van de mijn carrière als beroepskneus en blogger. De situatie is, met dank aan de achteruitgang -niet te verwarren met de achter-uitgang, die ik soms het liefst zou nemen om vervolgens via de voordeur, gezond en wel, weer binnen te lopen- wel enigszins veranderd. Ik ontkom niet langer aan het vragen om hulp. Sterker nog, ik heb hier dagelijks hulp over de vloer, dus ik moet wel. En bij sommige mensen kan ik het inmiddels wel een beetje beter, maar echt gesmeerd en van harte krijg ik het nog steeds mijn strot niet uit. Aangezien dit een nog steeds actueel probleem is en ik zeker weet dat ook jullie hier mee worstelen, deel ik het opnieuw. Een beetje een aangepaste versie, tikkie oud, tikkie nieuw.

Ok, dat gevoel van complete zwakte dus. Ik ben net de peuter van twee in zijn ‘ik ben twee en ik zeg nee’ fase. Vraag mij of ik hulp nodig heb en nee zal (nog steeds) hoogstwaarschijnlijk mijn eerste antwoord zijn. Gelukkig heb ik een aantal zeer standvastige familieleden, vrienden en inmiddels hulpverleners, die niet vragen maar gewoon doen. Nog steeds zal ik stamelen ‘ik kan het zelluf -zie daar komt de peuter in mij weer boven-, maar zij zijn van het type niet mauwen maar doen en regelen zonder vragen.

Het is zeker niet alleen het jezelf zwak voelen dat om hulp vragen zo lastig maakt. Het lastigste punt is misschien wel dat je je heel kwetsbaar op moet stellen. Ik ervaar een huizenhoge drempel bij de hulpvraag. Stel dat ik nu eindelijk over die drempel ben geklauterd -over deze hoge drempel stappen lukt niet, dus moet ik echt wel klauteren- en de persoon in kwestie zegt nee. Dat kan natuurlijk, ik beschik niet over ieders agenda. In dat geval weet ik mezelf geen raad en zal ik het echt nooit meer durven vragen. Nu durft geen mens meer nee tegen mij te zeggen, maar vind het gewoon echt lastig. Ik wil iemand niet in de positie brengen niet te durven weigeren. Zoals eerder geschreven, inmiddels heb ik dagelijks hulptroepen over de vloer, zij zijn bij mij in dienst (klinkt nog steeds raar) en dat maakt het een heel stuk makkelijker, maar het is nog steeds geen vanzelfsprekendheid.

Over deze menselijke reactie hebben ze in Den Haag niet nagedacht met hun fantastische participatie idee. Je dwingt mensen feitelijk je te helpen en hoe denk je dat dat voelt? Je voelt je extra kwetsbaar. Je moet iemand, die je op de een of andere manier lief hebt, vragen iets voor je te doen en aan de ene kant willen ze je echt wel helpen, maar aan de andere kant heeft iedereen het onwijs druk met zijn of haar eigen leven. Er wordt van jou verwacht dat je ze uit hun eigen beslommeringen trekt om iets voor jou te doen wat je zelf niet kunt. Dat is zo veel moeilijker te vragen aan vrienden dan aan iemand die je daarvoor betaalt. Daarnaast kun je ook nog eens weinig terugdoen, want tja, jij bent degene die steeds de hulp nodig heeft. Heb je betaalde hulp dan is het een baan, en dan nog vind ik het lastig.

Het is een enorm dillema. Als ik de buuf vroeger (toen ik er nog niet zo beroerd aan toe was) vroeg of zij de hond even uit wilde laten, kon ik daar later iets voor terug doen en nu lukt dat niet meer. Zelfs bij mijn betaalde hulp zit daar nog steeds dat overdreven dank je wel zeggende monstertje gevangen. Dat zich vol frustratie bedenkt hoe ze dat zeer gemeende dank je wel gevoel moet uiten. Woorden verliezen toch hun kracht, zeker als je ze dagelijks moet herhalen.

Ik weet wel dat mensen de situatie kennen en dat ze het graag doen, maar ik wil zo graag iets terug doen. En dat laatste maakt de situatie zo ongemakkelijk voor ons hulpvragers. Je wilt iets voor hen doen, kunt het niet, zegt dank je wel of koopt een bloemetje en hebt weer hulp nodig en zegt dank je wel en weer dat bloemetje en weer die hulp en dat bloemetje en…

Snap je mijn punt? Hulp vragen is niet zo makkelijk als het woord suggereert.

Over(st)uren

Ik zie tot mijn grote schrik dat ik jullie een beetje verwaarloos… Er is nogal wat gaande in mijn leven. Dingen waar, volgens mijn vader, een gewoon mens (niet chronisch ziek) zijn handen al vol aan heeft. Mijn bord is vol, te vol, maar dat is even niet anders. Het maakt alleen dat mijn hoofd serieus overuren draait en ik het allemaal even niet op papier krijg. “Ik heb geen tijd, ik moet werken, daarom” zou postbode Siemen zeggen (zoek even op ‘Zaai’ als dit je niets zegt). Nu werk ik niet, maar soms toch ook soort van wel zeg maar. Zo voelt het althans en ik blijk een strenge werkgever voor mezelf.

Ik heb soms het gevoel dat ik mezelf moet vierendelen. Dan zou ieder deel gewoon zijn eigen weg kunnen gaan en de lopende problemen -tja, die kunnen blijkbaar wel lopen- op kunnen lossen. Of misschien moet ik mijn schaduw maar apart de straat op sturen. Ik probeer de controle te houden. Ik probeer het overzicht te bewaren, maar het is lastig. Het komt wel weer, maar nu is het gewoon even lawaaiig en stil tegelijk. De herrie in mijn hoofd overstemd die stilte trouwens, mijn oorsuizen heeft een compleet nieuw niveau bereikt. De winkelbel rinkelt in mijn oren.

Ach, het is trouwens maar wat je stil noemt, want qua media-aandacht heb ik even niets te klagen. Naast de plaatselijke krant mocht ik een interview geven aan de Gelderlander over mijn BID awards nominatie en morgen word ik geïnterviewd door Margriet online over leven met EDS. Gister was het zeldzameziektendag en EDS valt daar ook onder. Je krijgt geen aandacht voor je aandoening als je gewoon achterover leunt, dus ook daarin ga ik door. In de hoop dat ik daar goed aan doe.

In dit stuk voel ik zelf de vermoeidheid in mijn woorden. Ik blijf gaan, blijf me inzetten, blijf positief, maar de realiteit is dat een overvol bord toch ook wel wat van je vergt. Mijn energieniveau is ondanks dit mooie weer erg laag.

Nog even doorbikkelen, het is nog niet de tijd om op mijn lauweren te rusten. Woensdag heb ik de deadline staan voor mijn boek. Dan wil ik het klaar hebben voor druk. Dat moet ook, wil ik het op tijd kunnen presenteren.

Wist je trouwens dat de voorverkoop gestart is? De eerste vijftig bestellers krijgen een gesigneerd exemplaar en een unieke, zelf ontworpen boekenlegger cadeau. Je kunt hem bestellen door een mailtje te sturen naar martine@kneus-en-co.nl. Het is een prachtig hardcover boek en het kost € 17,50, de moeite waard!

Voor nu is het even rustig hier, ik moet mijn marketing pet op gaan zetten en eens kijken of we daarmee twee vliegen in één klap kunnen slaan voor wat betreft aandacht voor EDS. Die strijd is nog lang niet gestreden!

Heb je trouwens al op mij gestemd? Ik ben in de race voor meest positieve onbekende Nederlander en die award zou ik echt heel graag willen winnen! Stemmen kan tot 31 maart op http://www.bidawards.nl/martine-reesink, mijn dank is groot!

Waar denk ik aan…

Ik heb me altijd (meestal) aan de maatregelen gehouden. Om anderen te beschermen, om mezelf te beschermen. Ik kan me in een aantal dingen vinden, in een aantal niet, maar toch heb ik me er netjes aan gehouden. Toch bekruipt me steeds meer het gevoel dat er in Den Haag dingen worden gedaan met geen andere reden dan hardnekkig de weg te blijven volgen die ze ingeslagen zijn. Niet omdat die weg zo goed werkt, maar omdat we daar nu eenmaal naartoe gegaan zijn en we vooral niet moeten toegeven aan de twijfels.

Ik ben geen virusontkenner. Ik wil niet tegen alles aanschoppen voor het schoppen. Maar ik heb toch ook het idee dat sommige maatregelen echt te ver gaan. Corona is echt, corona is een zeer besmettelijk virus en daar zit het probleem. Ik begrijp de afstandsregel, ik begrijp het handen wassen, ik begrijp toen we nog weinig wisten er een lockdown nodig was. Ik begrijp dat dat nodig was uit onwetendheid. Ik begrijp dat we het zogenaamde r-getal onder de 1 moesten houden.

Er zijn echter ook steeds meer dingen die ik niet begrijp. Ik begrijp niet hoe we onze rechtsstaat te grabbel hebben kunnen gooien, want dat is wat er gebeurt. Het is logisch dat mensen vragen hebben als, nu de noodzaak volgens de politiek essentieel is, zittingen binnen een dag geregeld kunnen worden, terwijl een toeslagenaffaire jaren moet duren. Het is logisch dat mensen vragen hebben over onze rechters als ook daar verdeeldheid blijkt te zijn. Waar eindigt objectiviteit en waar begint vooringenomenheid? Zien ze niet dat dit de mensen nog meer verdeeld dan al het geval was? Ik hou me op de vlakte over mijn eigen mening betreffende de avondklok, je moet je als politicus alleen wel heel goed afvragen of dit werkelijk gaat om het algemeen belang of om het dogmatisch voortzetten van de ingeslagen weg. Ten koste van alles. Voor je eigen gelijk.

Corona is echt, corona geeft echte problemen. Ik ontken ze niet. De maatregelen geven echter ook problemen. Meer problemen dan ooit voorzien. Het is lastig te kijken naar alle groepen, zeker als je daar geen binding mee hebt. Ik denk dat een jaar na het begin van deze crisis dat pijnlijk duidelijk is geworden. Iedereen lijdt, nou, bijna iedereen lijdt. En dan nog zijn er verregaande gevolgen waar nu nog geen oog voor is. Waar geen rekening mee gehouden wordt.

Corona is echt, maar de problemen ten gevolge van de maatregelen zijn dat ook. Ik ben gewend in oplossingen te denken, Den Haag probeert dat nu ook. Toch kun je duidelijk merken dat ze dat niet gewend zijn. Ik kwam deze afbeelding tegen en daar zakt mijn broek toch echt van af! Wat is nu het briljante idee? We geven de gemeenten geld om de mensen weer in beweging te krijgen. Die oplossing was er al, die oplossing heet de sportvereniging of de sportschool. Bedrijven hebben alles op alles gezet om het coronaproof te maken, de oplossing is er, klaar om ingezet te worden. Gesloten op last van Den Haag.

Ik ben geen virusontkenner. Ik hou me aan de regeltjes, om mezelf en anderen te beschermen. Ik vraag me echter wel af of we niet compleet doorslaan in de coronagekte. Je zult je als leidend politicus toch moeten realiseren dat onze democratie gebouwd is op het sluiten van compromissen en dat het wijs is deze te onderbouwen met argumenten. Ik heb het gevoel dat de argumentatie in deze crisis steeds meer ontbreekt. En dat het daarmee een gezonde samenleving onderbreekt…

Vriesolatie

Eergisteren schreef ik in een opwelling een gedicht. Het sloeg aan, het raakte een gevoelige snaar bij veel mensen. Begrijpelijk, want hoewel het misschien wat depressief klonk, het is de realiteit voor veel mensen. Hoe mooi en leuk deze witte wereld voor veel mensen ook is, voor anderen betekent het nog meer isolatie. Ik ben een van die mensen.

Alex zit vast, heeft er geen zin in. Nou ja, Alex wil op zich wel, maar hij heeft last van vastlopers. We glijden niet weg, gelukkig hebben we vier wielen, maar deze wielen stranden in de sneeuw. Sneeuwschuiven is prachtig, maar het levert obstakels op aan de zijkant van de weg en ja, daar loopt Alex op vast. Nu is dat, met enige hulp van manlief, wel te overwinnen, maar dan zit ik door het gehobbel als een ware Schanulleke (lappenpop) in Alex. Mijn nek (en ook de rest van mijn lijf) vindt dit niet fijn. Twee dagen gehobbel betekent de rest van de week problemen. Zie hier de staat van mijn dag.

Ik heb het geprobeerd hoor, een stukje zelf lopen. Braces om en snowboots aan, het was heerlijk. Ik liep wel zeventig hele meters, maar mijn knieën en heupen vonden het niet voor herhaling vatbaar. En dus zit, lig, hobbel ik achter de denkbeeldige geraniums. Ik mis het lopen door de sneeuw, in de zon. Ik mis het schaatsen op natuurijs. Ik mis de interactie met andere mensen op straat. Ik vind de sneeuw leuk, maar het maakt me ook wat triest. Het duwt mijn neus weer zo ontzettend richting de feiten.

Ben ik dapper, omdat ik dit durf te delen? Ben ik dapper, omdat ik mij kwetsbaar op durf te stellen? Nee, ik ben slechts oprecht en eerlijk. Ik gun iedereen zijn lol, ik weet hoe hard mensen dit nodig hebben, zeker nu! Maar wil dat zeggen dat ik daarom mijzelf niet zou mogen uiten? Het maakt me niet negatief, het maakt me niet minder positief. Het maakt me realistisch. Het maakt dat ik inzie dat ook dit een onderdeel uitmaakt van mijn leven.

Ik uit het, zodat ik verder kan. Ik uit het, zodat anderen in eenzelfde situatie lezen dat zij niet de enigen zijn met deze gevoelens. Hoe eerlijker wij zijn naar de wereld, hoe meer rekening de wereld kan houden met ons. Ik ben blij dat anderen genieten, ik gun het ze! Niemand hoeft in dat opzicht zich in te houden voor mij. Ik red me wel. Mijn tijd komt eraan, volgende week wordt het warmer. Het voorjaar nadert. In de zomer laat ik het klagen weer over aan anderen. Geef ik het stokje door.

Hyper en dieper

Ik heb wat last van stemmingswisselingen. Het vliegt van bijna hyper blij naar stront chagrijnig, een lastige combinatie kan ik jullie vertellen. De hyper buien zijn het gevolg van zulke lieve hulptroepen! Ze betreffen mijn komende boek, waar ik nu al echt trots op ben. Er zijn mensen die in mij geloven, die geloven in wat ik gemaakt heb en dat doet me zo ontzettend goed. Dat gevoel van niet meedraaien in de maatschappij blijft bij mij toch echt wel een dingetje hoor.

Daarnaast speelt het feit dat ik niet alleen met Lewis naar buiten kan. De wegen hier zijn gewoon onbegaanbaar voor een rolstoel. Manlief gaat mee, daar ben ik echt wel blij mee hoor, maar ik wil gewoon zelf mijn rondje maken. Nu merk ik weer hoezeer ik aangewezen ben op de hulp van anderen. Dit was het enige dat ik gewoon zelf kon ondernemen en nu dat wegvalt ga ik onderuit. Ik moet er wel bij zeggen dat mijn medicijnen een enorme invloed blijken te hebben op mijn gestel. Ik was gister vergeten mijn morfinepleister te wisselen en werd overvallen door een serieus verschrikkelijke irritatiemodus. Ik kon iedereen wel schieten en zij mij ook. Gisteravond viel het kwartje. Nadat ik een extra pilletje had geslikt verdween de ergernis als sneeuw voor de zon. Ik baal er nog steeds van dat ik er niet uit kan, maar ik heb mezelf weer onder controle. Ik vind sneeuw echt mooi, maar de voordelen wegen, voor mij dan, niet echt op tegen de nadelen.

Deze maand is trouwens, ondanks dat ik de winter wel weer zat ben, een bijzondere maand. Vijf jaar geleden startte ik dit blog. Ik zette voorzichtige stapjes op weg naar wat inmiddels een groot deel van mijn leven is geworden. Als ik teruglees bemerk ik grote frustraties. Frustraties over de werking van het UWV, over hoe mensen met je omgaan als je lijf het af laat weten. Ik had toen niet kunnen voorspellen hoe mijn leven er nu uit ziet. Misschien maar goed ook. We accepteren in kleine stapjes. Op dit pad heb ik echter best grote stappen gemaakt.

En er is mijn lieve Lewis. Hij is inmiddels al een jaar bij ons en ik kan hem niet meer missen. Hij fungeert momenteel als soort van sledehond. Hij trekt mijn rolstoel uit de sneeuw. Niet bewust, maar hij helpt wel. Al is dat soms ook van de wal in de sloot en ja, ook bijna letterlijk. We zijn avontuurlijk aangelegd en nemen onbegaanbare wegen. Het is een vast stramien, ik rij ergens waar het eigenlijk niet kan en manlief fungeert als redder in nood. Gister kwam er een aardige mevrouw ons tegemoet met een sneeuwschep om ons te helpen. Ze zijn er nog, de mensen met aandacht voor anderen. Maandag werden we ook al geholpen door een voorbijganger. Ik zat weer eens muurvast, nu op een helling.

Ach, we komen er altijd wel weer uit. Ook ik kom er wel weer uit. Als de zo’n erdoor komt en de sneeuw weer smelt. Voor nu gun ik iedereen de sneeuwpret en kijk ik toe vanuit mijn warme bed. Even volhouden nog, mijn tijd komt.

Een dagje zonder…

Wat zou je doen als je een dag zonder pijn zou zijn? Tja, dat is een goede vraag. Ik kan het me niet eens voorstellen. Pijn hoort bij mij. Ik heb al zo lang ik het me kan herinneren wel ergens pijn. Ooit begin het met ‘kleine’ pijntjes. Zere enkel, zere knie, zere pols, dat soort dingen. Toen de pubertijd eenmaal inzette werden de kleine pijntjes groter. Ik had altijd wel iets en altijd wel ergens pijn.

In kan het me dus slecht voorstellen, een dag zonder pijn. Een collega vroeg het me ooit. Of ik vaak pijn had en waar dan. Op mijn antwoord reageerde hij dat hij eigenlijk meestal geen pijn had. Ik kon me daar niets bij voorstellen. In de loop der jaren is de pijn toegenomen, er is geen onderdeel van mijn lijf dat ik niet voel. Al heb ik het met mijn pijnmedicatie nu redelijk op orde. Dat wil zeggen dat de pijn houdbaar is, niet dat hij weg is. Dat is hij nooit.

Een dag zonder pijn. Ik weet niet eens wat ik dan zou doen. Het is trouwens niet eens zozeer de pijn die mijn leven beheerst. Het is het complete plaatje. Het zijn de beperkingen, die niet direct gekoppeld zijn aan de pijn, maar ze zijn wel onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Ik kan wel door de pijn heengaan. Dat heb ik jaren gedaan. Gewoon negeren en hopen dat daar geen consequenties aan zitten. Die consequenties waren er echter wel en flink ook. De beperkingen maken dat ik slecht kan lopen, dat ik slecht kan zitten. De pijn geeft mijn grenzen aan. Ik kan hem dus niet missen. Een lijf kan niet onbeperkt overbelasten zonder consequenties. Een gezond lijf kan dat al niet, een lijf met bindweefselproblemen al helemaal niet. De pijn laat mij zien waar het probleem van de dag zich bevindt. Wat wel kan en wat niet kan.

Als er een dag zonder pijn zou zijn, zou de vermoeidheid dan ook weg zijn? En de mist in mijn hoofd? Chronisch ziek zijn heeft zoveel meer beperkingen dan slechts pijn. Pijn is niet fijn, maar het went. De vermoeidheid daarentegen went nooit. De mist in het hoofd ook niet.

Wat zou ik dus doen als ik een dag geen pijn zou hebben? Ik zou het niet weten. Ik ben bang dat ik mezelf geen raad zou weten zonder. Zonder pijn zou ik mezelf niet zijn…

Fotografie Chantal van den Broek

Normaal?

Het is weer zover. Ik ben druk, of beter gezegd, ik maak me vooral druk. Ik maak me druk om het onrecht in onze maatschappij. Er is zoveel mis en zo weinig mensen lijken het te zien. Ik ben me ervan bewust dat het mijn visie is en dat anderen daar compleet anders tegenaan kunnen kijken, maar ik ben geen fan van de huidige samenleving.

Ik lees over een advocaat die de relschoppers niet wil verdedigen en dan gaan de radertjes in mijn hoofd draaien. Ik geef de beste man groot gelijk. Als jij het nodig vindt andermans bezittingen te vernielen verdien je straf, punt. We leven in een mooie rechtsstaat, waarin iedereen recht heeft op verdediging. En zo geschiedt het dat de grootste crimineel, in het bezit van witgewassen centen, zich een dure en goede advocaat kan veroorloven die hem of haar vervolgens vrij probeert te pleiten op een vormfout. Terwijl een bijstandsmoeder het vuur aan de schenen gelegd wordt door onze belastingdienst om een paar boodschappen. Het gaat niet eens meer om de schuldvraag. Het gaat om de mazen in de wet, om de details. We leven in een samenleving die is gebouwd op deze details. Op het vinden van de mazen in de wet. En om de centen, vooral dat.

Er zijn complete opleidingen gericht op het omzeilen van de regeltjes. Het is een uitdaging geworden zoveel mogelijk uitzonderingen op de regels te vinden. De mensen kijken neer op de ‘uitkeringstrekker’ terwijl ze zelf de grenzen op hun kousenvoeten overtreden. Stiekem vanachter hun laptop. De grote jongens weten precies waar ze moeten zijn om zo goed mogelijk voor zichzelf te zorgen. De bureaucratische regeltjes zijn zo ingewikkeld geworden dat je mensen moet inhuren om er nog enig wijs uit te worden. En zo is er weer een functie op ‘niveau’ ontstaan. Weer een nieuwe HBO opleiding geboren.

Ik maak me druk. Ik erger me kapot aan het egoïsme in deze samenleving. Aan de hypocrisie. We willen best ons best doen voor een betere wereld, maar het moet ons niet teveel kosten. We zijn te zeer gewend geraakt aan ons comfort. Ik zeg bewust ons, want ja, ook ik maak me er schuldig aan. Ik verwijt het mezelf. Geef mezelf regelmatig een schop onder mijn gevoelige hol. Ik ben op sommige punten ook een verwend nest.

Ik maak me druk. Ik begrijp niets van sommige keuzes. Ik begrijp niet hoe we weg kunnen kijken van wat er mis gaat. Dat we er zo’n enorme puinzooi van maken. Dat we niet inzien dat er zoveel verkeerde keuzes gemaakt zijn de afgelopen jaren. Ik weet het, mijn mening, maar hoe dan? Hoe kun je echt niet verder kijken dan je eigen hachje?

Ik ben er maar druk mee, met me druk maken. Het bevriest me. Ik kan nergens heen met mijn gedachten. Normaal zou ik een bakkie thee doen met een vriendin, maar ook daar loopt het vast. Dus gooi ik het er hier maar uit. In de hoop wat rust in mijn hoofd te krijgen. Ik ben zo toe aan een beetje normaal…

(Tele)visie

Ik lees over nieuws en ik lees over nep nieuws. Ik lees over verdeeldheid en ik zie deze verdeeldheid in de reacties op de sociale media kanalen. Ik lees de verschillende visie en interpretatie van de wetenschappers en van de artsen. Ik zie de meningen steeds verder uiteenlopen en ik voel de sfeer verkillen. Het huidige hoogtepunt zijnde de rellen tijdens de zogenaamde vreedzame demonstraties. Nederland huilt, niemand wordt hier beter van. Toch?

Er is een partij die stiekem in zijn vuistje lacht. De zogenaamde lachende derde. De media. Ergens hebben de centen de media overgenomen. Ergens werd geld belangrijker. Ik zeg niet dat de reguliere media de waarheid niet weergeeft. Ik zeg slechts dat de centjes het beeld mogelijk ietwat verkleurd hebben.

Wat is waarheid? Jouw waarheid hoeft de mijne niet te zijn. Ik bekijk de zaken vanuit mijn eigen perspectief en dat is niet per definitie ook jouw perspectief. We kijken allemaal door een gekleurde bril. Ik ben niet in staat de cijfertjes die mij voorgeschoteld worden goed te interpreteren. Daarvoor heb ik ten eerste niet doorgeleerd en mis ik ten tweede de juiste context.

De media dankt stiekem God op haar blote knietjes voor een onderwerp als Corona. Iedere dag mogen zij het land ‘verblijden’ met de cijfertjes en met de verschillende meningen van wetenschappers en artsen. Het liefst liggen deze meningen zo ver mogelijk uit elkaar. Zo geven ze het volk iets om over te praten. Nieuwswaarde gaat niet langer over de waarde van het nieuws. Het gaat over die andere waarde; die van de kijkcijfers. Dat is wat de centen oplevert. En zo bieden de verschillende programma’s tegen elkaar op. Dagelijks worden we getrakteerd op zoveel verschillende visies dat we het spoor volledig bijster raken. En dan is daar ook nog het zogenaamde nep-nieuws. Nieuws met een compleet eigen en andere waarde. Nieuws kan kleuren en verkleuren.

Ik vraag me af hoe ons land eruit gezien zou hebben zonder die dagelijkse cijfertjes. Zonder de stiekem opruiende achtergrond van de talkshow die de verdeeldheid omzichtig aanwakkert. We zijn murw geworden van de dagelijkse cijfertjes, die we elk anders interpreteren. We weten niet langer wie de waarheid spreekt, omdat iedereen een eigen versie gedistilleerd heeft.

De media regeert ons land onder het mom van nieuws en wij worden compleet overspoeld. Verliezen de realiteit uit het oog omdat we het niet langer kunnen overzien. De verdeeldheid wordt groter; we oogsten wat we zaaien. De frustratie groeit en rellen worden gerechtvaardigd met een maar. Zo kan een onschuldig fikkie opgestookt worden tot een laaiend vuur. Drie keer raden wie daar dan weer baat bij heeft…

Afbeelding Pixabay

‘Even a small thing does something’

Gisteravond keek ik naar de ‘tv show’. Ik zapte en viel in bij het laatste interview met voormalig astronaut Wubbo Ockels. Een intrigerende man, een man met een boodschap. Zijn laatste interview, gegeven op zijn sterfbed, betrof een boodschap richting ons mensen. ‘De aarde heeft kanker’. De aarde heeft een levensgroot gezwel in de vorm van de mensheid. De aarde is ziek en de mensen willen er niet aan. Willen het niet zien. Steken hun hoofd diep in het zand.

Ik ben een kind uit de jaren zeventig. Toen ik opgroeide werd het nieuws al geregeerd door de zure regen. We wisten dat de haarlak uit spuitbussen slecht was. Dat we de ozonlaag naar zijn grootje hielpen als we niets zouden veranderen. Klimaatverandering was toen al een thema, al werd het misschien anders genoemd. Inmiddels zijn we veertig jaar verder en is de situatie nijpender geworden.

Veertig jaar verder is de wereld verdeeld in klimaat-ontkenners en klimaat-activisten. En alles ertussenin. Ik bevind mij daartussenin. Diep van binnen zit de activist. De persoon die wel van de daken wil schreeuwen dat het anders moet. Dat we onze verantwoordelijkheid moeten nemen. Dat we de aarde kapot maken en dat we onze kinderen opzadelen met een grote puinhoop.

De mens vind vooral zichzelf belangrijk. Keer op keer wordt bewezen dat geld boven alles gaat. Geld, het is niet eens meer een tastbaar iets. Het is een getal dat zich bevindt op de bank. Het fluctueert, wordt geïdealiseerd. De belangrijkste dingen in het leven zijn niet te koop. Gezondheid, het is niet te koop, of te huur. Geluk, ook niet te koop. Je kunt je onderdompelen in luxe, maar dat is geen garantie voor geluk.

Ik heb weleens gelezen dat de jeugd de generatie is met het idealisme. Dat naarmate je ouder wordt het idealisme wordt ingehaald door het gemak. Dat je dingen als macht, geld en comfort ervoor inruilt. Ik ben blij dat het mij andersom lijkt te vergaan. Hoewel ik best gesteld ben op een bepaalde mate van comfort ligt mijn ambitie niet bij het verkrijgen van een of meerdere dure auto’s. Dat is zeer zeker niet waar mijn hart sneller van gaat kloppen. Ik vertoef graag in de natuur en mijn auto is slechts de manier om daar te geraken. En ja, in mijn hoofd vindt tegelijk een strijd plaats omdat het niet de meest milieuvriendelijke manier is om daar te komen.

Die strijd in mijn hoofd is wel waar het begint. Juist die strijd in mijn hoofd maakt dat ik op kleine schaal een afweging maak en me bewust ben van het probleem. Iedere fles die terechtkomt in de glasbak. Iedere verpakking die gerecycled wordt. Iedere zak die ik laat liggen in de winkel. Al die kleine beetjes kunnen het verschil maken.

‘Even a small thing does something’

Dat is wat Wubbo Ockels ons mensen mee wilde geven in zijn laatste boodschap. Een hele belangrijke boodschap wat mij betreft en eentje die ik wil helpen verspreiden. Ik ben dan misschien geen activist op groot niveau, maar alle beetjes helpen. Ik wil helpen. Ergens moeten we inzien dat onze generatie de wereld geen goed heeft gedaan, ondanks alle waarschuwingen.

Het moet anders. Onze kinderen zijn de toekomst en het is aan ons hen te waarschuwen. Hen te onderwijzen.

De aarde is ziek en heeft onze hulp nodig. Wij zijn de verpleegkundigen. Wij kunnen ervoor zorgen dat zij niet verder achteruit gaat. Het is onze verantwoordelijkheid dat de boodschap over komt, aankomt. En als ik door een stukje te schrijven een klein onderdeel kan zijn in die bewustwording, dan is dat het waard.

‘Even a small thing does something’