Beter-schap

Ik denk vaak na over woorden. Over betekenis. En over interpretatie, want dat laatste zegt alles. Meer dan het woord zelf. Interpretatie maakt verschil. Het leven is niet zwart-wit. Woorden zijn dat ook niet.

Het woord van de dag is beterschap. 

We zeggen het vaak, als iemand een griepje heeft bijvoorbeeld. Beterschap hè? Een griepje gaat over. Meestal wel tenminste. Over degenen die er iets aan over houden hebben we het liever niet. 

Wat zeg je tegen mensen die niet beter worden? 

Ik ben zo iemand. Niet ziek, tenminste, ik voel mij niet ziek. Ik ben aandoenlijk, oh nee, ik leef met een aandoening, net anders. Ik ben niet ziek, maar ik ben ook niet gezond. Niet volgens de ‘normale’ norm tenminste. 

Beter-schap. 

Ik word niet ‘beter’. Niet in de definitie van leven zonder mijn aandoening tenminste. Die gaat niet weg, zo realistisch ben ik wel. Ik leer er wel steeds beter mee leven. Dat mag ook wel. Na er meer dan vijftig jaar mee gevochten te hebben, heb ik een soort van voorzichtige balans gevonden. Eindelijk. Begrijp me niet verkeerd, ik ga nog steeds over mijn fysieke grenzen, maar nu doe ik het bewust. Ik kies de momenten van rust en ik kies bewust voor wat ik de moeite waard vind.

Wat ík ergens mee opschiet, niet de ander. Dat klinkt misschien egoïstisch, maar het is zelfzorg. Ik heb mezelf lang genoeg weggecijferd, dat doe ik niet meer. 

Beter-schap. 

Me beter voelen betekent niet per definitie dat ik beter bén. 

Ik dompel me onder in dit proces. Het traject van beterschap.

In deze definitie is beterschap geen woord zonder waarde, achteloos gezegd of geschreven, maar een pad dat ik loop. Of rol, het is maar net hoe het mij het beste past. Het hoeft niet te betekenen dat ik beter word. Het kan ook betekenen dat ik beter word in leven met wat er is…