Is dit nu later…

Ik ben fan van het programma ‘Beste zangers’. Ok, het is nu en dan wat klef en overdreven, maar man, de muziek?! Het brengt zo lijkt het echt het beste in de artiesten naar boven. Oprecht luisteren naar elkaar, samen muziek maken, zouden we in het echt ook wat vaker moeten doen.

Als ik nu kon zingen of gitaar spelen, misschien was ik dan wel tekstschrijver geworden. Hoe gaaf is het als jouw woorden recht in het hart terechtkomen via muziek? Muziek heeft deze mogelijkheid. Denk aan de muziek onder een serie of film. Als ik iets kijk met het geluid uit gebeurt er weinig. Zet het geluid aan en de muziek laat de waterlanders komen. Ik ben er zeer gevoelig voor. Hoe ouder ik word, hoe emotioneler. En muziek heeft daar een grote rol in.

Even terug naar de ‘Beste zangers’. Gister was een exceptionele uitzending, althans zo ervaarde ik dat. Nu heeft Stef Bos ook zeer mooie woorden op muziek gezet, de uitvoering was geweldig. Ik dacht dat ik het toppunt gevonden had in het nummer ‘Door de wind’ vertolkt door Sanne, maar Milow bleek toch de overtreffende trap met zijn versie van ‘Is dit nu later’. Wat een mooie tekst, zo mooi gezongen, zo waar…

‘Is dit nu later?
Is dit nu later als je groot bent
Een diploma vol met leugens
Waarop staat dat je volwassen bent
Is dit nu later?
Is dit nu later als je groot bent
Ik snap geen donder van het leven
Ik weet nog steeds niet wie ik ben
Is dit nu later?’

Ik heb verschillende diploma’s. Ze hangen niet aan de muur, want wat heeft het voor nut? Wat heb ik aan tekstverwerken op een programma dat ingehaald is door de tijd? Aan Steno, aan het kunnen opdreunen van bepaalde rijtjes in het Duits terwijl ik geen idee heb wat de context is? Wat moet ik aan met mijn kennis over exporteren maar China als ik alleen importeer via Alie?

Zoonlief zei het gister nog, waarom leer ik zoveel nutteloze dingen terwijl ik niks leer over de dingen die écht belangrijk zijn? Waarom leren ze me niet om te gaan met de belastingdienst? Waarom leer ik niet hoe verzekeringen werken, wat ik moet afsluiten, hoe het zit met subsidies en toeslagen?

Ik ben het met hem eens, ze verspillen uren op school waarin ze zinloos voor zich uit staren, terwijl ze niets weten over wat hun financieel te wachten staat. Het is vast de taak van de ouders, maar laten we eerlijk zijn, niet iedereen heeft zijn zaken helder voor de geest. Ik doe mijn best, ben ervoor gaan zitten op zijn 18de verjaardag. Probeerde goed uit te leggen hoe alles in elkaar zit, maar sommige regels zijn gewoon best ingewikkeld. Doet niet iedere ouder zijn best?

Een beetje extra basiskennis over het leven zou best welkom zijn. Ik ben vooral ervaringsdeskundige. Ik leerde in de praktijk. Toegegeven, er is veel praktijkervaring opgedaan, op sommige vlakken misschien te veel. Ik heb veel geleerd, maar ben ook veel vergeten, want zo werkt dat in de praktijk. De theorie van het leven kan nog zo mooi zijn; de praktijk schopt je op bepaalde momenten gewoon onderuit. Je leert terwijl je gaat, je onderwijst, geeft je kennis zo goed mogelijk door. Je hoopt dat je kinderen de dingen beter doen dan dat je ze zelf doet, maar misschien is dat juist de belangrijkste les van het leven? Ik ben geworden wie ik ben door de lessen die ik heb geleerd. Niet door de lessen op school, die zijn grotendeels vergaan in de mist in mijn hoofd, of ingehaald door de tijd.

Altijd zal het kind in mij vragend opkijken naar mijn ouders. Op zoek naar het meest waardevolle, naar hún goedkeuring. Als kind is dat alles dat je wilt. Altijd blijft een deel van jou dat kind, dat kind dat opkijkt naar de personen die hem of haar een toekomst hebben gegeven. En daarnaast is er de moeder in mij, de ouder die haar best doet haar kind zo goed mogelijk voor te bereiden op zijn toekomst. En in het midden, daar dwaal ik zelf, mijn verleden, ingehaald door mijn heden, op weg naar mijn toekomst.

Ja, het is nu later…

‘week van de pijn’ – in de herhaling

Poging 2… Ik had een heel verhaal ‘op papier’ en toen bleek maar weer eens waarom ik dit soort dingen niet moet doen als ik moe ben. Ik selecteerde het hele zooitje en klikte niet op kopiëren maar op plakken. Voor mijn ogen verdween mijn mooie blog en ik heb helaas geen ctrl z op mijn telefoon. Maar goed, ik doe een nieuwe poging tot een dan maar beter verhaal. Volgende week is het de week van de pijn, vandaar dit onderwerp (nog een keer).

Pijn is niet fijn, da’s logisch! Iedereen heeft wel eens ergens pijn en op de SM-ers na vinden de meesten het niks, zeker niet als je er niet om gevraagd hebt. Ik verdiep mij nu al een tijdje beetje bij beetje in pijn. Punt één ben ik ervaringsdeskundig op dit vlak en ik heb er een heel aantal discussies met zowel artsen als psychologen over gevoerd. Punt twee zit in punt één, ik had er drie maar die derde is verdwenen in de mist (die komt als de pijn de energie opgevreten heeft).

Je hebt twee soorten pijn, chronische pijn en acute pijn (dit wordt geen lezing hoor, slechts een klein stukje info ter eh info 😉). De chronische pijn is zoals het woord al zegt langer aanwezig. De psycholoog vertelde mij dat ze ontdekt hebben dat chronische pijn vaak geen functie meer heeft (ik zat direct in de hoogste boom, de pijn is namelijk zeer reëel). De pijn is er nog wel, maar de oorzaak niet meer. De hersenen geven signalen door die er niet meer zouden moeten zijn. Daarnaast heb je acute pijn, dit is een waarschuwing dat er ergens in het lichaam iets mis is, waar je iets mee moet doen. Chronische pijn kun je dus eigenlijk negeren (niet dat het zich laat negeren, maar dat is een ander verhaal), acuut niet (aldus psych nummer één).

Wij EDS’ers hebben echt geluk, we hebben ze vaak beide, tegelijkertijd! Neem mijn rug als voorbeeld (hele discussies met de ‘chronische pijn kun je bestrijden’ lotgenoten heb ik hierover). Ik heb een complexe situatie daar, ik heb slijtage (chronisch, niks aan te doen), littekenweefsel (wat acuut afknelt als ik teveel doe, dus waarschuwing) en een beschadiging van de zenuwwortels. Dit alles op meerdere niveau’s met enige afwisseling. Acuut en chronisch dus, door elkaar. We kunnen de zenuwen behandelen, maar daarmee verdwijnt de signaalfunctie en dat gecombineerd met wat eigenwijze (who me?) en grensoverschrijdende (nooit) karaktertrekjes leek de pijnspecialist geen goed idee. Ik ben dat met hem eens.

Binnen de lotgenoten zijn de soort pijn discussies soms vrij pittig. De meesten van ons hebben een verleden met artsen en ‘normaal gepeupel’ waarin we onze keuzes continu moeten verdedigen of verantwoorden en die neiging kunnen we soms lastig loslaten, wat dus leidt tot ‘hot items’. Uiteindelijk moet iedereen doen waar hij of zij zich goed bij voelt. Je geeft je eigen grens aan, qua wat je wilt of kunt doen (of laten), maar ook hoeveel je kunt hebben (ook qua medicatie). En zo laat de één spuiten, de ander snijden en lig ik op mijn gat 😉.

Chronische pijn is niet fijn, het is een constant aanwezige ruis op de achtergrond. Zeurend en dreinend om aandacht op een ‘goede’ dag en schreeuwend en stekend op een slechte. Één ding is zeker, vroeg of laat steekt hij zijn kop om de deur en slaat hij toe, je ontkomt er niet aan. Ik trek even een vergelijking, stel je stoot je teen: vloek, scheld, tier, want dat doet zeer! Dat gebeurt dus feitelijk iedere minuut, 24 uur per dag. Maar je kunt niet zo vaak vloeken, schelden en tieren. Toch? De mensen worden je zat (wat ik begrijp, ik kan zeer slecht tegen ‘klagende’ mensen, ik bedoel na drie keer weet je het wel), je wordt jezelf ook zat! Voor je het weet belandt je in een diep zwart gat. Dat is niet de bedoeling.

Je balanceert op een touw, met van die staafjes met draaiende bordjes er op. Je probeert ze draaiende te houden, allemaal tegelijk en dan trek je het niet meer en lazer je van het touw, au! En dan pak je de boel weer op, hoop je dat de meeste bordjes nog heel zijn en begin je opnieuw. Vallen en opstaan, steeds opnieuw, steeds met een beetje minder energie (want pijn vreet energie). Een batterij die niet meer oplaadt en van oranje naar rood naar donkerrood gaat. Groen zit er niet meer in.

Dát doet chronische pijn met je! Dus als we een dagje klagen, onze bordjes weer eens naar beneden zijn geflikkerd, denk dan eens aan dit verhaal. Laat ons even bijkomen, de balans hervinden, want leven met chronische pijn? Echt niet fijn!

Foto Pixabay

Gewoon geluk(lig)

Vorige week won ik het boek ‘Jackpot’ van Tamara Straatman. Binnen een dag lag het in mijn brievenbus en ik ben er direct in begonnen. Het is een drang die ik voel. Delen van het boek trekken aan me als een enorme magneet. Andere delen duwen af, als de andere zijde van dezelfde magneet. Er zijn grote verschillen in de manier waarop we opgroeiden, maar ook grote overeenkomsten in onze manier van denken. Vooral het stukje spiritualiteit volgt mijn gevoel.

Er is een hoofdstuk over hoe chronisch ziek zijn en geluk niet samen gaan. Dat lichaam, geest en ziel volledig in balans zijn als je de staat van geluk bereikt, maar dat is in mijn ogen een misvatting. Als chronisch zieke, die dagelijks kampt met pijn en beperkingen, voel ik mij namelijk toch vaak gelukkig. Geluk zit hem voor mij in momenten. De zon op mijn gezicht voelen triggert zo’n moment, maar ook luisteren naar muziek maakt dat ik me gelukkig voel.

Sowieso voel ik mij vaak een gelukkig mens, ik denk dat dankbaarheid hand in hand gaat met dat gevoel van geluk. Geluk verspreidt zich in je borstkas, het maakt dat je straalt, dat je bijna licht geeft. Zo voel ik dat althans. Geluk is een golf die je overspoelt, als je het durft toe te laten. Ik denk dat geluk ook angst aan kan jagen, wat als het gevoel niet aanhoudt? Mensen zijn vaak bang het gevoel te verliezen.

Ieder leven kent momenten van pech, van vervelende gebeurtenissen, van onmacht en frustratie, van verlies. Het is soms lastig daar niet in te blijven hangen, het is lastig uit de schaduw te stappen en de zon terug te vinden. Waar schaduw is, is licht, dat is een gegeven. Zonder licht zal er geen schaduw zijn. Je kunt altijd kiezen voor de weg naar dat licht. De zon schijnt echt voor iedereen, je moet alleen zelf de stap zetten.

Ik ben ervan overtuigd dat je geluk kunt aantrekken door het uit te stralen. Ik leef mijn leven in dankbaarheid. Zit alles ons altijd mee? Nee, we hebben de nodige hobbels moeten overwinnen. Het leven is niet altijd makkelijk. Zonder lessen leer je niet. We vallen en staan weer op. Hoe vaker ik val, hoe groter de drang weer op te staan. Ik heb dromen, ik heb doelen voor ogen die gehaald moeten worden. Ik heb een enorme drang om dingen uit te voeren en soms kies ik daarvoor een pad dat ingewikkeld lijkt. Een ding is zeker, falen doe je nooit. Zelfs als je verliest heb je iets gewonnen, heb je iets geleerd.

Chronisch ziek of niet, gekneusd of gebroken, ik bewandel mijn leven op mijn eigen manier en vind zo gewoon mijn eigen geluk…

Ceremonieel gezeik

Gisteren was het weer zover, Prinsjesdag. Zonder de traditionele hoedjesparade, maar met de speech van de Koning en met hét koffertje. Ik ben heel eerlijk, het interesseert me weinig. Natuurlijk interesseert het me hoe het gaat met ons land, maar qua speech pak ik de verkorte uitvoering, die van het nieuws. De ophef op Facebook betreffende dit onderwerp neem ik uiteraard ook mee in mijn gedachtengang.

Wat mij wat betreft dat laatste het meest opviel was de ‘loonsverhoging’ van ons koninklijk huis. Een flinke stijging in zowel inkomen als wel in personeel en ondersteuning. Procentueel valt het misschien wel mee, 2,6 procent, maar omgerekend hebben we het over heel veel geld. Ik trek even een vergelijk.

Stel je voor, je ligt thuis en je kunt niets tot weinig meer zelf. Je komt in aanmerking voor serieuze zorg, dan heb ik het over hulp bij douchen, bij aankleden, bij het uit bed halen en in bed stoppen, bij het eten en drinken, bij verpleging, bij wondzorg, veel zorg dus. Die zorg moet je inkopen, hiervoor krijg je een budget. Het bedrag per jaar dat iemand krijgt die zulke zeer intensieve zorg nodig heeft is lager dan het bedrag dat ons koninklijk paar even extra erbij krijgt.

Ik vind het helemaal prima dat we een Koningshuis hebben, ik vind Willem Alexander en Maxima een mooi paar. Ik vind het best dat ze privileges hebben, dat hoort bij de functie, helemaal ok wat mij betreft. Met de paleizen kan ik ook wel leven en ook het regeringsvliegtuig vind ik best. Waar ik echter wél moeite mee heb is deze verhoging in een tijd van crisis. Zoveel bedrijven die het zwaar hebben, ondernemers die met moeite hun kop boven water kunnen houden.

Zorgmedewerkers werden een paar maanden geleden de hemel ingeklapt en nu het erop aankomt worden ze met een schijntje afgeserveerd. Het leek er even op dat tot de wereld doordrong dat we íedereen nodig hebben om de samenleving draaiend te houden, dat de vakkenvullers en de schoonmakers net zo hard, zo niet harder, nodig zijn dan de managers. Het leek erop dat we begrepen dat het anders moest.

En nu? Nu krijgt de zorgmedewerker een schijntje, wordt er gereorganiseerd ten koste van heel veel lager personeel en krijgen onze Koning en Koningin een verhoging van een slordige anderhalve ton per jaar. Een bedrag dat, ik zeg het nog maar een keer, hoger is dan het bedrag waar een serieuze kneus een heel jaar zijn broek voor op moet laten halen. Ergens gaat er naar mijn gevoel toch echt iets mis…

Foto Pixabay

Inschattingsfoutje

EDS is een bindweefselaandoening, er is iets mis in de aanleg van ons bindweefsel. Dat kan zich uiten in verschillende onderdelen van ons lichaam; inwendig of uitwendig, of allebei. Het kan zich laten zien in de gewrichten (hypermobiliteit), maar ook in bijvoorbeeld maag of darmen (denk aan een maagverlamming), de ophanging van baarmoeder of blaas. Bij veel vormen van EDS zie je ook dat de huid in minder of grotere mate aangedaan is. Dit zorgt voor een fluweelzacht huidje dat een beetje ‘deegachtig’ kan aanvoelen.

Een van de zeg maar voordelen van onze huid is dat we er vaak jonger uitzien, of in ieder geval jonger geschat worden. Ik weet niet of ik er jonger uitzie. Ik word vaak wel jonger geschat, maar ik gedraag me ook meestal niet naar mijn leeftijd. Als kind werd ik er trouwens gek van, ik werd altijd jonger geschat. Mocht discotheken niet in en kon op mijn veertiende nog met de railrunner op pad.

Zojuist plaatste ik voor de grap (net als een aantal anderen) mijn foto op een reaktie bij een bericht om mensen te laten raden naar mijn leeftijd. Stom natuurlijk, de onzekerheid is gezaaid. Heel eerlijk gezegd dacht ik nog wel weg te komen met een begin veertig, ik bedoel ouder zie ik er volgens mij toch echt niet uit, maar ik kan je slecht één tip geven. Doe het niet! Laat je niet verleiden tot het laten gokken van je leeftijd op je kop.

In één minuut is het gebeurd. Het kost slechts één reaktie en ik voel mij jaren ouder, ineens voel ik mij een moeke van middelbare leeftijd. Ik weet best dat ik mijn beste jaren voorbij ben. Mijn lijf heeft in mijn tienerjaren al een sprong richting de zeventig gemaakt, maar mijn uiterlijk maakte dat nog enigszins goed. Nu heeft mijn hoofd me blijkbaar toch ingehaald. Hebben de rimpels hun intrede gedaan en voel ik ter plekke de zwaartekracht aan mijn hamsterwangen trekken. Nog geen drie weken geleden werd ik aangezien voor de vriendin van zoonlief (ok, het was van afstand, maar deze dokter won mijn hart) en nu ben ik een vijftig plusser.

Het voelt als de opmerking van een goede vriendin jaren geleden. Ik weet niet eens meer hoe het ter sprake kwam, maar de opmerking ‘we houden toch wel van je’ ging het doel volledig voorbij. Het maakte me onzeker in plaats van de zekerheid die ze ermee bedoelde.

Waar komt die verrekte onzekerheid toch vandaan? Wat doet het er verrek eigenlijk toe? Waarom ben voor mezelf toch nooit goed genoeg, nooit mooi genoeg? Ik dacht dat ik die onzekerheid achter me had gelaten. Dat ik ok was met mezelf. Er is blijkbaar toch nog wat werk aan de winkel…

Fotografie Mirella de Mirella De Jong

Energie

Ik word vaak getriggerd in mijn gedachtengang door dingen die ik lees, meestal op Social media. Mijn hoofd gaat echt alle kanten op, vliegt van links naar rechts en terug richting het midden, alwaar het een bospaadje vindt richting een compleet ander onderwerp. Het is vermoeiend zo’n hoofd. ‘Gelukkig’ legt mijn lijf zich erbij neer en laten ze het uiteindelijk in de loop van de dag samen afweten…

Ergens in deze ‘ratrace’ van gedachten probeer ik mijn eigen visie te vinden. Van alle onderwerpen die rondzweven in mijn gedachten is ‘energie’ eigenlijk het hoofdonderwerp van de dag. Wat is energie? Hoe bepaal je hoeveel energie je hebt? Hoe bepaal je hoeveel energie je in een ander investeert? Levert het geven van energie weer energie op? Het denken over energie kost energie, maar hé, dingen moeten in beweging zijn. Precies de kern van het hele energie vraagstuk. Ik houd de dingen graag in beweging, al is mijn lijf daar vaak niet of minder goed toe in staat. De dualiteit van het leven zullen we maar zeggen.

Alles is energie. Materie bestaat uit energie, gedachten zijn energie, ik vind het een machtig interessant onderwerp, al ben ik zeer zeker geen Einstein. Vanmorgen las ik een stukje op een website die ik al jaren volg. Ik ben van het spirituele type en ja, ik vind het meer dan leuk om zo af en toe een kaartje om te draaien en te horen wat de betekenis ervan is. Ik laat mij leiden door mijn intuïtie, ben een gevoelsmens. Terug naar het stukje dat ik las. Ze schrijft stukjes, deelt inzichten en draait kaarten voor haar volgers, ‘right in my alley’ dus. Vandaag deelde ze een bericht waarin ze vertelde dat ook geld een energie is.

Met geld is iets vreemds aan de hand. Er is genoeg op deze wereld om het voor iedereen leefbaar en aangenaam te maken en toch is dat niet wat er gebeurt. Er zijn partijen die zich in de meest luxe luxe wentelen en er zijn er die geen cent hebben om hun kont te krabben. Als geld energie is, waarom lukt het ons dan niet allemaal normaal rond te kunnen komen? Ik denk dat dat komt omdat voor veel mensen geld een vies woord is. Omdat we het ergens diep van binnen onszelf niet gunnen misschien?

Ik volgde de lessen van ‘the secret’, schreef denkbeeldige cheques uit, heb mijn toekomstvisie (eh droombeeld) richting het universum gestuurd via briefjes die ik enerzijds verbrand heb en voor de zekerheid ook nog in een vergeten klomp heb gepropt, die toch niet zo vergeten is want ik weet het nog, maar blijkbaar mis ik toch nog dat laatste beetje overtuiging. Ik denk dat het komt omdat ik anderen eigenlijk meer gun. Ik heb grote en mooie dromen, maar in die dromen droom ik groter voor anderen dan voor mijzelf. Ik vind dit geen slechte eigenschap, maar misschien is het toch tijd mezelf eens op nummertje één te zetten. In ieder geval qua energie.

De eerste stappen daarin zijn reeds gezet. Ik heb hulp geaccepteerd en laat me dingen nu dan ook letterlijk aandragen. Ik ben dankbaar (ook energie!) en zet daarmee de stap naar meer in gang. Ik heb niets te klagen, ik heb een fijn dak boven mijn koppie (en dat van mijn gezin), heb bijzonder lieve mensen om me heen, heb eten en drinken, heb vervoer, ik heb de basis op orde. Wat wil een mens nog meer?

Mijn ultieme droom is al vanaf dat ik een klein kind was een boerderijtje. Ik weet exact hoe het eruit ziet; niet te groot, wit, een erkertje met ramen waar mijn bed in kan staan. Een zitkamer met genoeg ruimte voor een fijne bank en fijne ligmogelijkheid bij de tv (een liggend mens heeft keuzes nodig). Een keuken met een grote tafel. Gelijkvloers, ruimte buiten voor een paar beessies (denk aan een paar geiten, schapen, kippen en een koe), natuurlijk genoeg ruimte voor hond en kat. En een extra soort van huisje voor een B&B. Ik ben namelijk een mensen-mens. Ik hou van interactie met anderen! Die B&B, daar zou ik zo graag mensen die niet zo makkelijk weg kunnen, om welke reden ook, een weekendje weg gunnen. Oh en grotendeels zelfvoorzienend, een moestuintje erbij. Dat is dé droom, ik verdeel mijn energie, ik deel.

Zo, mijn droom is eruit, ‘out in the open’. Ooit woon ik er, in onze ‘forever home’, het hoe laat ik los, want het gaat er komen. Ik geloof erin, ik verdien het, wij verdienen het!

En wat heeft dit nu te maken met dat wat ik las? Daar waar ik begon? Nou, deze mevrouw schrijft, deelt en heeft waarde voor haar lezers. Dat doet zij vanuit zichzelf, dat geeft het geheel waarde, zij levert energie en misschien zijn er mensen die daar energie in de vorm van materie tegenover willen stellen. Kortom, zij implementeert een donatie knop. Niet om te moeten, maar om te kunnen, om te gunnen. Zoals ik al eerder scheef; geld is vaak een ‘vies’ woord. En toch is het niets meer dan materie, energie. Iets dat we onszelf mogen gunnen om ons leven een beetje makkelijker te maken. Omdat we het waard zijn! Jij hebt het waard en ik ben het ook waard.

Juist wij ‘kneuzen’ voelen onszelf vaak zo. Ontdaan van waarde omdat we niet langer meedraaien in deze maatschappij. Met een uitkering in de goot gegooid. Maar we zijn zoveel meer dan dat, we verdienen zoveel meer dan dat! Wij mogen gaan staan voor wat we waard zijn! We dienen op een compleet ander vlak, vérdienen waardering. We laten onszelf van onze waarde ontdoen, maar daar komt voor mij vandaag een einde aan. Ik ben namelijk meer waard!

Ik schrijf al bijna vijf jaar over mijn dagelijkse beslommeringen, ik deel als een ware ervaringsdeskundige, als een kneuzencoach mijn verhaal. Ik ben gevallen en opgestaan, ik ben gegroeid in mijn schrijven. Ik ben dankbaar dat er mensen zijn die ik daarmee kan helpen. En misschien zijn er ook mensen die hun dankbaarheid voor mijn schrijven in energie om kunnen en willen zetten? Daar geef ik hen graag de mogelijkheid voor. Er zijn dromen genoeg; op groot vlak, maar zeker ook op klein vlak. Ter ondersteuning van dit blog bijvoorbeeld. Energie moet stromen, ik gun het iedereen, mezelf incluis! En denk je nu, ik zou best graag gebruik maken van die virtuele doneerknop, soms zijn dromen echt slechts een tikkie van iemand verwijderd…

Pijn

Ik volg de pagina van dokter Jurriaan op Facebook. Hij schrijft leuk en hij praat geen poep (meestal niet tenminste). Vandaag ging zijn stukje over de pijn paradox. We leven in een maatschappij waarin pijn een ongewenst fenomeen is. We verdoven de pijn op allerlei manieren, we vertellen onszelf dat onze pijn niet bestaat, ontkennen daarmee een deel van onszelf en dat gaat natuurlijk ergens een keer mis.

We leven een leugen, deze leugen volhouden kost ons energie. Meer energie, want onze ontkende pijn (denk aan zowel fysieke als emotionele pijn) kost ons ook energie. De weg naar een gezond leven begint bij het accepteren van de pijn. Duik erin, ga erdoorheen en de pijn zal verdwijnen. Nou, je zult stoppen met vechten tegen de pijn, je zult (daar is hij weer) accepteren… Zo is het toch?

Ik vind dit prachtige uitspraken en voor sommige mensen zal het ook zeer zeker zo werken, maar ik blijf toch wat moeite houden met dat accepteren. Ik vind bijvoorbeeld dat ik al best veel geaccepteerd heb. Ik ben chronisch pijnpatiënt en heb de nodige beperkingen. Ik lig, loop weinig, rol meer en mijn hoofd en handen doen ook niet echt wat ze behoren te doen. Ik krijg steeds meer last van mijn nek en ook dat geeft beperkingen. Normaal even een dagje weg gaan was er al niet bij en dat is nu nog een graadje lastiger geworden. Kon ik mijn hoofd maar op een presenteerblaadje leggen, en dat bedoel ik eigenlijk letterlijk, want het is zo zwaar het te dragen.

Ik accepteer me suf. Ik accepteer het niet tot weinig kunnen lopen, ik accepteer het liggen, ik accepteer mijn vermoeidheid, ik accepteer alle hulp, maar hoeveel moet ik nog accepteren? Ik ben door heel veel processen gegaan. Ik heb me verzet, ik heb gevochten en ik heb geaccepteerd dat ik daar niet beter van wordt. Ik heb me letterlijk neergelegd bij het verlies van mijn baan en mijn grootste passie. De weg van de minste weerstand heb ik gevonden en gevolgd. Ik ben in mijn pijn gedoken en met mijn volste verstand heb ik besloten dat daar toch echt de grens bereikt was.

Elke dag lig ik momenteel zo’n eenentwintig uur plat. Elke dag motiveer ik mezelf er iets van te maken. Ik haal mijn geluk uit hele kleine, basale dingen. Gister nog sprak ik een naam- en plaatsgenoot die een akelige ziekte heeft overwonnen. We spraken over het leven, over ziek zijn, over nut en geluk. Ik sprak uit dat ik kan leven met mijn beperkingen als de mensen die mij dierbaar zijn maar gezond zijn. Dat is wat telt, voor mij. Dát is geluk. Geluk zonder weerstand, ik geef me gewonnen.

Wat ik niet langer accepteer in mijn bestaan is de dagelijks aanhoudende pijn. De brandende pijn in mijn onderrug en heupen. De stekende zenuwpijn in mijn benen. Ik kies ervoor deze pijn te verdoven. Denk niet dat er geen pijn overblijft, geen zorgen, er is nog genoeg. Ik kan mijn eigen veters niet strikken omdat mijn handen het vertikken mee te werken. Stijf en pijnlijk, met dank aan de omslag van het weer.

De weg van de minste weerstand is gewoon blijven liggen. Gewoon doorademen en me niet te druk maken. De mist in mijn hoofd maakt het onmogelijk veel na te denken. In de middag verlies ik mezelf in een doolhof van ruis en watten. Een soort van land van Maas en Waal, maar dan anders. De roze olifanten vinden hun weg tussen de vingerhoed en de schaar, op zoek naar gouden bergen.

Ik accepteer me suf en zoek echt die weg, die van de minste weerstand. Ik heb veel geleerd, veel gezocht en nog meer gevonden. Het leven komt zoals het komt, met al zijn vluchtheuvels, drempels en afslagen. Ik heb de snelweg van de pijn gevolgd en schuil nu onder een viaduct, op de vluchtstrook. Het leven raast links en rechts naast me door. Ik lig en wacht, ik accepteer wat ik kan accepteren en de rest, die laat ik achter in de wachtkamer van de dokter.

Activiteiten-pleite

Zojuist heb ik een ontluisterende conclusie moeten trekken. Zo eentje die ik eigenlijk best wel wist, maar waar ik toch heel stevig de balen van heb. Het ligt er duimendik bovenop, het is met enig logisch nadenken echt wel zelf te verzinnen, waarom komt het dan toch weer als een verrassing, als een schok zelfs?

Even terug naar het begin van deze ochtend. Ik stond op met een meer dan ok gemoed, voelde mij dankbaar en blij. Jawel lieve kijkbuiskinderen, ik had een heus Teletubbie moment; de zon die schijnt, de lucht is blauw, eh dat, maar dan zonder de zon en met een grijze lucht. Kennelijk drong dat pas later tot mij door. Ik was happy de peppie en besloot voor ik met Lewis naar buiten ging eerst nog even een klein dingetje af te werken vanachter mijn laptop.

Zo gezegd zo gedaan, ik gaf eerst Lewis eten (voor een labrador toch echt hét moment van de dag), het wandelen stelde ik heel even uit. ‘Normaal’ geef ik hem eten na zijn échte wandeling, dit vergt misschien wat uitleg, wat is de échte wandeling? Nou, manlief laat Lewis eerst uit voor de zogenaamde poep- en plasronde, dat is een rondje veld en daarna volgt mijn ronde (het lijkt een heuse spel show). Mijn ronde is het rondje park, daar mag hij (als de blauwalg weer weg is) ronddartelen met de andere honden uit de buurt en met zijn pootjes in het water klooien. Na deze ronde is het voedertijd, maar vandaag liep alles even anders.

Ik ging dus enthousiast achter de laptop, opende mijn bestand en zat vervolgens met een verwilderde blik naar het desbetreffende plaatje te kijken. Ik moest er iets mee doen, maar wat ook alweer? Inmiddels droop het zweet van mijn gezicht, want dat gebeurt er tegenwoordig als ik langer dan een minuut of tien overeind ben en dat maakte het plaatje er in mijn brein niet beter op. In mijn hoofd verricht ik probleemloos ontelbare handelingen, in realiteit kan ik amper één handeling voltooien. Ik heb het maar bij die ene handeling gelaten en mijn laptop weer dichtgeklapt. Morgen is er weer een dag, Tien moet rusten, eh nee, Tien moet liggen.

Waar ik dus in mijn warrige gedachtengang geen rekening mee had gehouden is het feit dat dit gehannes achter mijn laptop ook consequenties heeft voor het verdere vervolg van mijn dagindeling. Lewis moet wachten, meer kan ik even niet aan en daar baal ik nog wel het meest van! Mijn kneuzerigheden hebben zoveel invloed op het gaan en staan van mijn hondje en tegelijk is dat natuurlijk weer waarom ik mijn hondje heb.

Lewis nam gelukkig soort van genoegen met een potje vrijworstelen op mijn bed. Gevolgd door een oor, dat is dan weer het schuldgevoel van vrouwtje dat ze afkoopt met iets lekkers. Met honden werkt dat net als met kinderen. Lewis komt graag bij me liggen, maar soms gaat dat liggen over in het overmeesteren van vrouwtje. Voor mij een trainingssessie optima forma, want dertig kilo schoon aan de haak trotseren vergt wat van mijn spieren. Ik ga inmiddels ook als blauw gevlekte zebra door het leven, het is meer een luipaard velletje trouwens. Ach, ik kan het hebben.

Inmiddels is de rust soort van teruggekeerd. Lewis kijkt mij vanonder zijn oogleden aan, wat ik interpreteer als ‘jij stom vrouwtje laat mij in de steek’, maar dat is waarschijnlijk toch meer mijn schuldgevoel dat spreekt. Ik beheers het ‘honds’ nog niet helemaal. Vanmiddag gaan we wat extra oefeningen doen, even de hersens laten kraken en eind van de middag trotseren we de grijze hemel en verzinnen we de zon erbij…

Help!

Direct popt het nummer van ‘The Beatles’ in mijn hoofd. ‘Help, I need somebody’. Als ik iets aan den lijve heb ondervonden de afgelopen jaren is het wel hoe ontzettend moeilijk het is om om hulp te vragen. Je wilt andere mensen niet belasten, je hebt te kampen met een enorm schuldgevoel. Daarnaast is er de misschien wel nog grotere angst dat mensen je afwijzen. Bij mij staat één afwijzing zo ongeveer gelijk aan nooit meer durven vragen. In mijn hoofd ben ik dan ineens niet goed genoeg of niet de moeite waard, ik heb wat issues. Alhoewel ik best trots ben op mezelf want ik weet dat ik ze heb en ik ben ermee in gevecht gegaan. Ik weet steeds beter dat ik wél de moeite waard ben en daarvoor verdien ik een pluim (aldus het deel van mezelf dat vandaag de scepter zwaait).

De hulpvraag, hij is dus best ingewikkeld. Ik ben sinds juni dit jaar ook in dit opzicht toegetreden tot de ‘serieuze kneuzen’. Welkom in de wereld van de zorg. Ik heb nu een blik zorgverleners dat ik dagelijks los kan trekken. Het voelt als een ongekende luxe en tegelijk benauwt het me. Ik heb naast behoefte aan zorg namelijk ook behoefte aan rust. Nou, ik zelf ben op zich heel erg van de mensen om me heen, maar mijn hoofd raakt snel overprikkeld en dat uit zich in een lading vervelende bijwerkingen. De meest vervelende is nog wel de complete uitval van mijn systeem. Zie het als de raceauto van Charles Leclerc afgelopen weekend, alle lampjes op het stuur uit, dat werk. Niet fijn dus.

Maar goed, ik heb dus hulp, van alle kanten. Ik had al een geweldige hulp in het huishouden en haar mag ik gelukkig houden. Heel fijn, want een goed zorgteam is zo belangrijk! Daarnaast heb ik nog een topper die me helpt bij de dagelijkse gang van zaken. Ze helpt bij het koken (gezond koken kost veel tijd), nou eigenlijk kookt ze (ik zorg alleen via een andere zorgverlener dat de boodschappen gedaan zijn) en ze helpt me bij de ‘simpele’ dingen als zorgen voor mezelf. Dat klinkt trouwens makkelijker dan het lijkt, want ik blijk er niet zo goed in, dat zorgen voor mezelf. Ik vergeet te eten, vergeet afspraken en medicijnen. Mijn hulp zorgt goed voor me, ze zorgt dat ik een bakkie thee krijg, een gezonde lunch, zo fijn!

Daarnaast is er de hulp van mijn vaste mantelzorgers, zeer zeker niet onbelangrijk! Zij pakken de dingen op wanneer nodig en zijn eigenlijk bij toerbeurt altijd stand-by. Onderschat ze niet! En dan rest de persoonlijke verzorging, ook daar worden stappen gezet.

Langzaam maar zeker accepteer ik hulp. Waar ik dacht het moeilijk te vinden, valt het me mee. Ik leer eindelijk dingen los te laten, over te laten aan een ander. Ze doen het nog beter dan ikzelf ook, maar daar ga ik geen issue van maken. Ik ben ze allemaal dankbaar. Samen zorgen ze dat mijn leven wat makkelijker wordt. Ik voel me soms omringt door een ongekende luxe, er is slechts één ding dat die luxe doorbreekt en dat is dat ik zonder hen mezelf echt niet meer kan redden en dat is zeer zeker geen luxe…

  • De foto is er eentje van mijn lunch 😉

Aanstelleritus?

Eens in de zoveel tijd overvalt het mij, twijfelkoorts. Het komt uit het niets, ineens word ik overvallen door onzekerheid, is het allemaal wel echt, stel ik me niet gewoon aan?

Ik weet wel waar het vandaan komt, daar heb ik geen psycholoog voor nodig. Jaren heb ik artsen bezocht in mijn zoektocht naar wat mij mankeerde. Orthopeed, neuroloog, reumatoloog, iedere arts richtte zich op het dan geldende probleem en stuurde mij weer richting huis. Niemand die op het idee kwam de klachten op te tellen. Ik kwam, zag en overwin nooit de fysieke ellende. Zat het dan toch tussen mijn oren?

Wie is er nu zo onhandig, wie kneust alles wat er te kneuzen valt, struikelt over onzichtbare lijnen, scheurt alle banden, is bont en blauw door een beetje stoeien? Vanaf de puberteit veranderde ik in Miss kluns & klungel, was ik vaker wel geblesseerd dan niet, kon ik het tempo fysiek niet langer bijhouden, rende ik marathons in mijn slaap, was ik minder dan de rest. Volgens de revalidatie arts zat het tussen mijn oren, ik wilde wel maar kon niet, maar als de arts je niet gelooft, wat moet je dan?

Ik ging het alternatieve circuit in, werd wel geloofd, maar niet echt verder geholpen. Ik was een geval apart. Ik had pijn zonder oorzaak, was onzichtbaar ziek zonder diagnose. En terwijl ik mij een slag in de rondte trainde om mijn conditie op peil te krijgen bleek mijn grootste kracht, mijn doorzettingsvermogen, mijn wilskracht, mijn grootste valkuil. Waar ik leerde doordouwen, waar ik leerde mij vooral niet aan te stellen maakte ik mijn lijf kapot. Onzichtbaar ziek, met onzichtbare gevolgen.

Hernia’s lieten sporen achter, niet zichtbaar voor het blote oog, wel voor de MRI. Littekenweefsel zorgt voor zenuwbeknellingen, een constante pijn in mijn bil en been. Slijtage in de onderrug. Een schouder die altijd pijn doet door peesontstekingen, zenuwbeknellingen in de ellebogen, pijn in de knieën, pijn in de polsen, in de heupen en in mijn handen. Ik kan niet zitten en niet lopen en van het liggen krijg ik last van mijn nek. Als ze me vroegen waar ik last van had grapte ik ‘alles behalve mijn hoofd’, dat is slechts mistig.

En toch vraag ik me af of ik me aanstel. Als ik anderen zie met pijn in hun rug, als ik zie hoe ze lopen, gebukt en gepijnigd. De twijfel in mijn door ‘aanstelleritus’ doorverwezen koppie. Stel ik mij niet aan, is het allemaal echt zo erg? Loop ik niet gewoon te weinig, lig ik niet teveel? Moet ik niet toch iets meer trainen?

Dit is wat het met je doet, het ongeloof van artsen, van onwetende mensen. Het wurmt zich een weg in je hoofd, het houdt zich rustig en dan ineens steekt het zijn koppie omhoog. Sist het in je oor, neemt het je normale denkwijze over.

Mijn pijn is chronisch, mijn pijn is altijd aanwezig. Ik onderdruk het voor een deel met pijnstillers, de rest druk ik naar de achtergrond zoveel ik kan. Ik probeer zo normaal mogelijk te leven, ik lig om het mijn lijf zo makkelijk mogelijk te maken (niet te verwarren met mentaal zo makkelijk mogelijk, want mentaal went het nooit). Ik probeer niet te piepen, want men weet het wel. En toch weet men niet, niet van de pijn en niet van de twijfel. Men weet nooit echt wat men niet ziet…

  • in de herhaling *

Foto Mirella de Jong, mua Nathalie Brouwer