back to business

Een aantal van mijn inmiddels ‘ex’-collega’s heeft mijn boekje gekocht (ik heb inmiddels twee dichtbundels geschreven en uitgebracht) en ik ben dat vandaag (als je dit leest waarschijnlijk gisteren of eergisteren of ach, je weet wel langer geleden) gaan afleveren. Persoonlijk, met mijn privé chauffeur (manlief wilde gelukkig even met me mee), op weg naar wereldstad Barneveld (en nee, ik werkte niet met kippen).

Toch weer wat last van kriebels, zitten ze wel op mij te wachten denk ik dan, maar toen ik eenmaal in de gang geparkeerd stond (vaste plek vlakbij het koffieapparaat, waar de échte gesprekken altijd plaatsvinden) was ik weer soort van ‘thuis’. Man, wat heb ik dat gemist zeg, de gesprekken met collega’s. Pas als je niet meer kunt werken besef je wat je mist (zoals met zoveel dingen) en eerlijk is eerlijk dat zit ‘m voornamelijk in het sociale gebeuren op het werk.

Het ‘Hoe was je dag?’, het nabespreken van het weekend, van, in mijn geval, vergaderingen van andere collega’s (zoals eerder gezegd ben ik nogal nieuwsgierig aangelegd en was ik altijd bijzonder goed op de hoogte van, eh alles eigenlijk) en van de onderlinge verhoudingen. Nu weet ik niets meer, er is een scheepslading nieuwe mensen aangerukt (die mij ietwat nieuwsgierig aankijken als ik enthousiast begroet wordt door de ‘oude garde’), niemand zit nog waar hij zat, maar de goeie oude koffieautomaat staat nog op z’n plek, en ik daarmee ook.

Ik vond het heerlijk, even weer het gevoel erbij te horen! Maar ik realiseerde me ook dat dit niet meer voor mij is. Inmiddels al best lang niet meer, maar volgens mij is er een kleine storing in dat gebied van mijn hersens, als ik daar ben wil ik dus gewoon daar weer zijn. Vergeet ik acuut dat dat echt niet ‘werkt’ in mijn geval. Mijn lijf is zo onvoorspelbaar, dat blijkt ook als ik na drie kwartier (nog steeds midden in de gang, bij de koffieautomaat, omringt door mij, zo op afstand, toch nog dierbare ‘ex’-collega’s) mijn temperatuur toch ietwat voel stijgen.
Mijn hoofd staat op ontploffen, de zenuwen hebben mijn benen gevonden en weer komt het besef dat ik niet voor niets thuis zit (eh lig).

Ergens in het achterhoofd zit dan toch dat stukje hoop, dat het ooit weer normaal wordt, maar wat is normaal? Ach, als ik straks mijn bus heb kan ik af en toe eens een bakkie doen, stationeer ik mezelf bij de koffieautomaat, voer daar de ‘normale’ gesprekken en hoor ik er toch weer een beetje bij, de kneus trekt de wereld in!

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s