The princess diaries

Gister was een droom, een meisjesdroom. Normaal gesproken trek je eens in je leven alles uit de kast, op je trouwdag. Tegenwoordig komt daar een gala avond op school bij, maar dat was in ‘mijn tijd’ nog niet (oude doos hè). Dat is het dan voor de ‘normale’ mens wel qua luxe en gala, voor mij in ieder geval wel. Ik zit bijna kwijlend voor de tv bij van die televisie gala’s, maar het bleef bij ver van mijn bed show, tot gister dus.

Ik schreef al over mijn zoektocht naar de perfecte jurk en de voorbereiding qua huidverzorging. Gister was dé dag. De openingsavond van de Masters of LXRY beurs in de RAI in Amsterdam, VIP, invite only. Sjiek de friemel als ik de mensen die er verstand van hadden hoorde. Een kans die ik als beroepskneus niet snel nog een keer krijg, dus dan nemen we de consequenties voor lief en gaan we ervoor! Eerst mocht ik mij melden bij mijn vaste kapsalon voor het opsteken van mijn haar. Bij een strapless jurk staat dat toch het mooist. Krul erin, veel speldjes en veel haarlak. Het kapsel moet liggen kunnen weerstaan, want er moet toch echt gelegen worden tussendoor om de dag vol te kunnen houden. Kapsel, check!

Eenmaal thuis kon ik nog even liggen voor Siem (Simone) arriveerde. Zooi in de auto geladen (we hadden een overnachting geboekt in een leuke B&B aan de rand van Amsterdam) en onderweg. Samen komen we een heel eind, ik heb het eerste stuk gereden en Siem loodste ons door Amsterdam. Even liggen weer en ons klaarmaken voor onze make-up artist, Ming. Zij voorzag mij van een serieuze ‘glam’ look. Ik schrok eerst wel even van mezelf, want dit ben ik dus echt niet gewend, maar het was prachtig! Valse wimpers en de waarschuwing dat ze niet bestand zijn tegen huilen. Ik ben niet zo’n jankerd, maar dat gold ook voor tranen van het lachen en ja, daar is echt wel sprake van als Siem en Tien samen op avontuur gaan.

Weer even tijd voor liggen voor we ons moesten aankleden. Eten durfde ik niet meer, zonde van mijn lippenstift, dus maar een krentenbol in stukjes gescheurd om toch iets binnen te krijgen. Daarna tijd voor het aantrekken van de jurk. De touwtjes werden flink aangetrokken, heerlijk als kleding strak om je lijf zit, hoef je jezelf niet overeind te houden, want dat kost me serieus veel moeite.

De jurk bleef afzakken, hoe lossen we dat op? Met een extra bh én een beetje vulling (hallo decolleté). Klaar voor actie! Op naar de RAI én de Scoozy, ons vervoermiddel voor deze avond. De Scoozy is een soort mix van een elro en een scootmobiel. Hij is flitsend en futuristisch, hij stuurt met een pookje en kan verschillend terrein aan. Een fantastische aanvulling op ieders wagenpark (helaas buiten ons budget). Wij mochten deze avond fungeren als een soort Scoozy promotieteam en wij namen deze taak uiterst serieus.

Een ding is zeker, we trokken de aandacht. Ik heb nog nooit zoveel complimenten gekregen over mijn uiterlijk (ik geef toe, dat doet een vrouw echt wel goed). Niemand keek ons aan als sneu geval, integendeel, de meeste mensen vonden het juist stoer dat we dit deden. Als ware verkopers brachten we vol enthousiasme ‘onze’ Scoozy aan de man. Als bonus kon ik mensen met wie ik in gesprek raakte iets vertellen over EDS en over Facing EDS. Sponsoren kunnen we tenslotte altijd goed gebruiken en het is belangrijk dat EDS de bekendheid krijgt.

Het was leuk, de opening was erg mooi, we hebben Trijntje zien optreden en onze ogen uitgekeken. Er waren prachtige verschijningen, maar ook laten we zeggen verschijningen die opvielen om andere redenen. Botox heeft sommige gezichten geen goed gedaan en soms moet je een strakke jurk gewoon niet willen. Ik schrok me rot van het gezicht van een bekende mevrouw, op tv lijkt het toch anders. BN-ers waren er ook, al heb ik ze voor het grootste deel gemist. Ik twijfelde of ze het echt waren of reed ze straal voorbij. Ik heb me weer onvergetelijk belachelijk gemaakt (dat is echt mijn ding) door als een ware bakvis te zwaaien naar Jort Kelder toen ik hem eindelijk spotte (Siem had hem al twee keer gespot), maar ach, hij zwaaide wel terug.

Verder was het vooral druk, heel druk. Ik wilde graag kijken bij de dure auto’s en de serieuze bling sieraden, maar dat was niet te doen. Ik had bijna een naaldhak ín mijn wiel omdat de vrouwlui blijkbaar niet kunnen wachten tot je doorrijdt. Verschillende mannen vonden het idee van mij als levende bowlingbal wel leuk, maar ik had op papier gezworen geen mensen aan te rijden, dus heb ik mijn geduld maar op standje ‘ik heb de hele avond’ gezet. Gelukkig waren er een paar ware helden die het pad voor mij effenden. Ze duwden het volk aan de kant en als dat niet hielp schreeuwden ze de dwarsliggers in het oor dat ze ruimte moesten maken. Zonder hen hadden we nog steeds vastgestaan tussen Audi en Rolex. De serieuze dure auto’s hebben we verder maar links laten liggen, want rechts was geen optie.

Nadat we Jaap Jongbloed mochten adviseren verlieten we om klokslag twaalf als ware Assepoesters het pand. Niet met onze glazen muiltjes, maar op onze gympen. Genoeg is genoeg. De energie was meer dan op, het lijf ook. Een laatste foto voor de fotografische wand (zonder mijn valse wimpers, want die hadden door het lachen toch losgelaten) en op naar de B & B en ons bed. Het was een lange, zware, vermoeiende, geweldige dag. Ik ben vergeten te vloggen, teveel indrukken, maar ervoor en erna is genoeg vastgelegd en gelukkig hebben we de foto’s nog 😉.

* Even een speciaal bedankje voor Odeon, AMIKappers en Ming voor jullie belangeloze support! ❤️

Accepteer maar weer

‘Je doet ook gewoon teveel’, ‘kwestie van keuzes maken’, ‘je moet aan je lijf denken’, zomaar een paar opmerkingen die de chronisch zieken onder ons vast heel bekend in de oren klinken…

Ik blijf hangen in totale brak modus, en nee, dit wordt geen klaag blog (denk ik). Ik moet weer accepteren dat het gewoon even niet anders is, dat mijn lijf rust nodig heeft. Het is een wederkerend proces, ik heb stapjes vooruit gezet, mogen zetten en dat wordt vaak gevolgd door een (paar) stapjes terug. Je zou denken dat ik daar na acht jaar wel aan gewend zou zijn, maar niets is minder waar zo blijkt.

Alle dagen plat

Toch heb ik moeite met bovenstaande zinnen. Ik weet echt zelf ook wel dat het niet wil, ik bedoel, ik vóel het, ervaar het, vecht ermee. Maar het is zoveel makkelijker gezegd dan gedaan. Ik weet dat sommige mensen denken dat het heerlijk is, hele dagen in bed, lekker alles bijhouden op tv, boekie lezen, beetje facebooken. Laat ik je uit de droom helpen, er is niks aan. Liggen is de minst pijnlijke houding, maar pijnvrij is het niet en daarbij is zo vaak vechten tegen de slaap ook niet grappig. Tel daar een kop bij op die heel veel ideeën spuit en de onrust is geboren. Kan geen mindfulness tegenop.

‘Neem je rust’

Het is zo makkelijk gezegd, vanuit een wereld waarin alles kan, neem je rust. Ik ben terug op één ding per dag, bakkie thee en klaar, boodschap doen en klaar. Oh ik kook, dat ook, de pizza en patat kwamen me de strot uit (en doen mijn buikvet ook geen goed). Eén ding, je doet teveel… Dus, ik moet mij maar weet letterlijk neerleggen bij niets?

Dit voelt zo dubbel, ik weet namelijk dat ik geluk heb, er zijn lotgenoten die er zoveel beroerder aan toe zijn. Dan voel ik mij schuldig, vind dat ik blij moet zijn met dat ene ding, ik kan tenminste nog iets en weet je, daar ben ik ook dankbaar voor, oprecht! Maar er zijn ook lotgenoten die veel meer kunnen.

Gelukkig heb ik veel dingen gedaan en gezien, daar hou ik mij aan vast. Ik ben soms echt een dankbaar en gelukkig mens, ik heb alleen weer even last van acceptatie issues…

* een herhaalblog, maar ach het is dan ook een herhalend iets *

Foto Maikel van der Beek

Queen for a night

Vorige week werd ik gebeld, of ik donderdag 12 december naar de VIP openingsavond wilde van de Masters of LXRY. Een avond glitter & glamour op de Scoozy (waar ik van de zomer al van mocht genieten in het bos). Ik ben van de impulsief en riep dus vol enthousiasme jaaaaaaaa (ja met zoveel aaaaa’s). En zo gaat het dus gebeuren, Siem & Tien gaan samen op pad. Kneus en kreupel gaan de luxery fair onveilig maken. Eh wel in rustig tempo hoor, niet dat we bij RTL Boulevard komen omdat we een BN-er hebben aangereden.

Ik stuiter en zweef, hoe vaak krijg je nu zo’n kans? Er moet echter wel een en ander gebeuren. De dresscode van deze avond is ‘black tie’ en laat ik nu geen galajurk in mijn kast hebben hangen. Zo togen Siem en Tien vrijdagmiddag naar de kledingverhuur, op zoek naar de perfecte jurk. We vonden een optie, maar was het perfect? We waren in twijfel en dus togen we gister naar de stad om daar bij ‘Dreamdresses’ (Arnhem) toch nog even verder te kijken. Mijn mond viel serieus open, zoveel keus! En een heel rek vol mooi geprijsde exemplaren staarde mij aan. Ik heb alles geprobeerd, van strak en glitter tot prinses in de dop, maar de eerste keuze bleek de beste. Nu hangt er dus een prachtige rode droomjurk aan mijn kastdeur. Mét bijpassend tasje, want ik mag niet met mijn hutkoffer aldus de ‘dresscode’.

Jurk, check! Hij is superlang dus ik kan gewoon mijn gympen eronder en mijn maillot (praktisch gezien toch wel fijn). De beurs is in Amsterdam en daar hebben we logistiek toch ook een uitdaging. Heen en weer rijden is geen optie, dus toch maar op zoek naar een betaalbare bed & breakfast. Overnachten geeft rust, tussendoor even kunnen liggen ook. Ik bedoel ik ben zeer enthousiast, maar onze lijven zijn momenteel niet in top-staat. Sterker nog, ze zijn behoorlijk in kliermodus, maar kom op, dit gaan we niet missen hoor! We gaan ervoor, dan nu maar even extra rust…

De kapper, valt dat onder rust? Moet wel gebeuren. Even wat highlights en de schoonheidsspecialiste is ook geen overbodige luxe. Ik ben ontzettend dankbaar want zowel de kapster als de schoonheidsspecialiste nemen mij als een ware Assepoester onder handen. Zomaar, voor niets, omdat ze het mij gunnen. Zo lief! Ik ben ontzettend dankbaar! Donderdagochtend voorzien ze me van een waar prinsessenkapsel en vanmiddag wordt mijn snoet in de watten gelegd. Rest nog mijn afgekloven nagels ergens onder brengen en mijn make-up op de donderdag, maar ach dat komt ook best goed.

Ik heb er zin in! We dompelen ons onder in luxe. Kijken onze ogen uit naar dure auto’s, sieraden en boten en mengen ons tussen de ‘rich & famous’. Geer en Goor, here we come. Geef ons een high Five en wie weet wat en wie we treffen. Zie je ons zoeven in onze Scoozy? Ik wel, ik ben jullie verslaggever deze avond, jullie eigen columnist en ik zal jullie laten meegenieten van ons grote avontuur.

Stay tuned!

Foto Wim Wilmers

Verbijsterd

Het is een dag zoals alle anderen. Ik zet een bak koffie en open Facebook op mijn telefoon. Ik scroll door de verschillende berichten en mijn oog blijft hangen bij een bericht van de plaatselijke D66 uit Apeldoorn. Een bericht over ‘wereld gehandicapten dag’ (dat was gisteren), op zich niets mis mee. Het begint prima, iets over de verbinding leggen tussen de mensen. Daar gaat het om, ook mensen met een beperking tellen mee, hebben een verhaal, we horen gehoord te worden.

Ik lees verder en mijn mond valt steeds verder open. Zin voor zin stijgt mijn verbazing, stijgt ook mijn ergernis, want het is mij compleet onduidelijk hoe iemand die mede een beleid bepaalt zo verschrikkelijk empathieloos kan denken en haar ideeën die stammen uit het jaar nul ook nog de wereld in durft te gooien. Op schrift, dus er is geen sprake van een ietwat domme verspreking. Nee, ze heeft er duidelijk goed over nagedacht. Ik haal even wat stukjes aan, het complete verhaal kun je lezen op de pagina van D66 Apeldoorn. Ik waarschuw vast, je bloeddruk en hartslag kunnen stijgen, net als je verbazing, irritatie en boosheid. Een gewaarschuwd mens telt voor twee.

Ze begint haar verhaal met een, ik denk compliment, al vat ik het zeer zeker niet zo op. ‘In eerste instantie wil ik mijn bewondering uitspreken voor de mensen die dagelijks geconfronteerd worden met een beperking en mede door of ondanks die beperking elke dag proberen van hun belemmering een sterke eigenschap te maken en aan hun leven een zinvolle invulling te geven.’

Ja, dat is wat we nodig hebben, bewondering. Het is namelijk bovennatuurlijk knap dat we iedere dag de moed vinden uit bed te komen en de mensen onder ogen durven te komen. Mijn beperking is geen eigenschap, het is slechts een enorme rugzak die ik met me meesleep. Iedereen in deze maatschappij heeft op de een of andere manier belemmeringen in zijn leven. Iedereen gaat daar op zijn eigen manier mee om. Ik wil een inspiratie zijn voor anderen, maar niet omdat ik beperkt ben. Ik wil een inspiratie zijn om wát ik doe, om wie ik ben, niet om mijn rolstoel of bed.

Dit is haar nog te vergeven, het is onwetendheid, wat volgt is domweg idioterie. ‘En nu het volgende: op mijn vakanties in het buitenland is het voor mij een uitdaging te zoeken naar rollators en scootmobielen. Tot mijn verbazing zijn deze middelen amper te zien, laat staan te krijgen. In Frankrijk en Denemarken zie ik oudere mensen met beperkingen met behulp van een wandelstok een heuvel beklimmen. In Parijs zie ik langs de Champs Elysee oudere mensen die moeite hebben met lopen toch een wandeling maken met als voldoening aan het eind van de dag te kunnen vertellen wat ze hebben gedaan en gezien. In Spanje heb ik in de twee weken dat ik daar was slechts een rollator kunnen vinden.‘ en ‘In Colombia sprak ik een biomedicus die zei tegen dat het gebruik van rollators te zijn want in zijn visie is het gebruik van een rollator slecht voor de ontwikkeling van de spieren. Ze vinden het wel een gemak maar tegelijkertijd beïnvloedt het de mobiliteit van de ouderen op lange termijn.’

Ik hoor verschillende revalidatieartsen in mijn hoofd, het gebruik van hulpmiddelen maakt lui, verslapt de spieren en moet voorkomen worden. Natuurlijk zitten er nadelen aan het gebruik van hulpmiddelen, maar niet meer naar buiten kunnen omdat je lijf niet functioneert is een groter nadeel, dat mag je van deze kneus aannemen!

Het gaat verder, ‘Als ik in Apeldoorn door een winkelstraat wandel heb ik het gevoel dat wij in een stad wonen waar veel mensen gehandicapt zijn. Je kunt bijna zeggen dat er weinig ruimte over blijft voor de voetgangers of je wordt geblokkeerd door het vele verkeer van rollators en scootmobielen. Als het waar is dat onze gezondheid dermate achteruit gaat kan ik niets anders zeggen dan dat ik erg bezorgd ben over deze ontwikkelingen en bovendien dat ik mij ook solidair voel met de groep hulpbehoevenden. Maar is dat wel zo? Of is deze situatie het resultaat van een politieke keuze?

Apeldoorn hanteert een beleid dat hoort bij maatwerk voorzieningen. Als iemand minder dan 100 meter aan een stuk kan lopen komt deze in aanmerking voor een rollator of scootmobiel, betaald door de gemeente of door de verzekering. Vragen die ik daarbij heb: Is dit wel of niet goed en wenselijk? Waar moet dat heen? Is het de marktwerking die deze ontwikkelingen toejuicht?

Een van de grootste doelen van de gemeente in het sociaal domein is normaliseren. Maar als ons beleid is mislukt om van een beperking een kracht te maken zijn wij in plaats van normaliseren met de beste bedoelingen bezig met medicaliseren en in plaats van de inwoners sterker te maken is de gemeente bezig inwoners te pamperen. Zou het gebruik van deze mobiliteit middelen hetzelfde zijn wanneer de inwoners zelf deze hulpmiddelen zouden moeten betalen? Een kinderwagen koop jezelf waarom niet een rollator of een scootmobiel? Zou het niet een normale zaak moeten zijn dat voor een verjaardag of voor de kerst dit soort cadeaus een vanzelfsprekendheid zou worden? Sparen voor de oude dag kan ook als doel hebben de aanschaf van hulpmiddelen.

Wij hebben in Nederland de mentaliteit van: ik heb er recht op en de overheid betaalt. Maar wanneer de overheid dat niet of in mindere mate zou doen, gaan wij dan onze houding aanpassen en hetzelfde doen als de mensen in Denemarken, Frankrijk of Spanje? Jouw wilskracht vergroten, met moeite maar voldaan een stukje langer elke dag proberen te lopen om aan het eind van de dag met veel trots te kunnen zeggen: ik heb vandaag weer mijn grenzen verlegd, ik heb een beetje pijn maar ik ben trots op mijzelf.

Het advies van artsen o.a. In Colombia is het gebruik van mobiele hulpmiddelen daar waar mogelijk is te beperken. Als persoon word je er niet per se beter van, het is niet goed voor jouw gezondheid en er is geen overheid die deze uitgaven ongelimiteerd kan financieren. Wij leven hier in een welvaartsstaat waarin door de sociale voorzieningen veel mogelijk is. Uiteraard wordt dat iedereen gegund. Maar wanneer wij wel geld opzij kunnen leggen voor de aanschaf van een nieuwe auto, TV etc, waarom dan niet voor onverwachte voorzieningen die onze oude dag geriefelijker kunnen maken? Ons verantwoordelijkheidsgevoel in deze zal de zorgkosten verminderen en daar hebben wij op termijn allen baat bij.’

Mijn eerste reaktie was ‘Serieus?!!!’, gevolg door ‘SERIEUS?!!!’. Ik bedoel, serieus?! Hier staat zoveel in wat niet deugt. Een rollator wordt al lang niet meer vergoed, de volgende stap is een scootmobiel of een rolstoel. Een hulpmiddel waar je niet naar grijpt omdat je er zo vreselijk hip in zit. Een hulpmiddel dat je nodig bent omdat je eigen benen je niet langer kunnen dragen. Is het dan verkeerd dat de maatschappij je helpt nog enigszins op eigen benen te kunnen staan?

Het gaat om geld, het gaat niet om de hulpmiddelen. Het gaat om het stukje sociale zorg, om dat de sterke schouders iets meer dragen en zo samen de kwetsbare mensen steunen. Het is ons sociale stelsel dat langzaam onderuit wordt gehaald omdat het geld kost. Ik ben heel benieuwd wat deze mevrouw zou doen op het moment dat haar benen onder haar lijf vandaag geslagen worden. Of ze dan net als Klaas Dijkhof pakt waar ze recht op heeft of netjes gaat sparen voor een elektrische rolstoel van circa tienduizend Euro. Een bedrag dat voor iemand met een uitkering never ze nooit niet bijeen te krijgen is.

Zo makkelijk praten voor iemand zonder fysieke uitdagingen. Ik blijf bij mijn eerste reaktie want die zegt het allemaal.

Serieus?!!!

De pijn de baas

Vorige week riep ik vol enthousiasme dat ik ging afkicken van mijn medicijnen. Een zeer dapper streven, ik kamp met een, laten we het maar gewoon noemen zoals het is, morfine verslaving. Ik gebruik de synthetische variant, ik gebruik Fentanyl pleisters en Oxycodon. Daarnaast gebruik ik Lyrica, een anti-epileptica, tegen zenuwpijn.

Ik ben een zogenaamd ‘bewuste verslaafde’. Ik weet echt wel dat het troep is, maar ik weeg de kwaliteit van mijn leven zwaarder dan de kwantiteit. Dat wil overigens beslist niet zeggen dat ik klakkeloos pillen slik en pleisters plak om de hele zooi maar te verdoven. Dat wil ook niet zeggen dat ik als een suf konijn lig te chillen op de pillen. Ik zoek constant naar grenzen, probeer met zo min mogelijk zooi de dag door te komen. Maar om enigszins normaal te kunnen leven heb ik mijn pleisters en pillen nodig. Ik zit dus absoluut niet te wachten op de (ver)oordelende mensheid die zijn of haar mening over mij uitstort.

Mensen vragen mij weleens waarom ik zoveel pijnstillers gebruik. Of ik op de hoogte ben van de werking van onze pijnreceptoren en het functioneren van de hersenen in deze. Ja, ik weet hoe het werkt. Ik heb ook een pijnrevalidatietraject achter de rug, waarin mij haarfijn verteld werd hoe het werkt met chronische pijn. Dat je hersenen pijn doorgeven op plaatsen waar geen oorzaak voor de pijn meer is. Waar de heren en vrouwen pijnarts helaas geen rekening mee houden is Ehlers-Danlos, wij hebben constant te maken met zowel chronische als acute pijn. De overbelasting van ons lijf zorgt voor acute pijn die bijna chronisch aanwezig is op meerdere plaatsen in het lijf. Deze ‘alarm’ pijn vraagt wel degelijk om onze aandacht en negeren is dan ook geen goed idee.

Dit is ook de reden dat bij mijn rug geen zenuwblokades uitgevoerd worden. Ik heb de zenuwpijn nodig om nog enigszins op tijd de rem erop te gooien. Het klinkt tegenstrijdig, ik weet het. Ik slik medicatie tegen zenuwpijn en toch hoor je me zeggen dat ik deze pijn nodig heb als rem. De pijnstillers helpen me de pijn te beheersen. Zonder word ik gillend gek. Maar denk niet dat de pijn daarmee weg is, hij is altijd aanwezig. Ik voel de zenuwen klieren in mijn bil, maar het is alsof ze achter een filtertje zitten. Doe ik teveel dan wordt de pijn scherper en weet ik dat ik moet gaan liggen. Meer pillen hiertegen zijn zinloos, de pijn geeft de grens aan.

Naast zenuwpijn heb ik de ‘standaard’ pijn in mijn gewrichten. Een deel hiervan is chronisch en een deel is acuut. Zo voel ik nu een brandende pijn in mijn onderrug en schouder die aangeeft dat ik die vandaag teveel belast heb. Dit is de standaard bonus pijn, een reaktie op wat ik zeg maar uitvreet op een dag. De Fentanyl gebruik ik om de combinatie van deze chronische pijn en de acute pijn enigszins onder controle te houden. Ik weet dat sommige mensen het moeilijk te geloven vinden, maar echt íeder onderdeel in mijn lijf doet pijn. Van mijn tenen tot mijn kruin. Aan de soort pijn voel ik inmiddels wat er loos is. Zo wijst brandende pijn op sluimerende ontstekingen en zijn de scherpe steken een teken van overbelasting die actie behoeft in de vorm van rust. De Fentanyl legt hier voor mijn gevoel een soort filtertje op, een laagje verzachtend schuim. Het dempt de pijn een beetje en maakt hem daarmee beter hanteerbaar. Het haalt letterlijk de scherpe kantjes eraf.

Ik wil er graag af, maar het moet wel kunnen. Ik ben op dit front nogal in gevecht met mezelf. Laten we zeggen dat ik mijn afkickpoging maar even in de koelkast heb gezet. Na twee dagen trillen en zweten (aangevoerd tot een absoluut hoogtepunt door de opvliegende overgang), een complete overval van pijn (hier speelt het weer me momenteel parten) en gekmakende onrust in mijn benen heb ik de extra pleister weer teruggepakt en besloten het na de winter rustig opnieuw te proberen. Eerst maar eens mijn Prednison kuurtje afmaken en wat rust in het lijf zien te krijgen.

Mij pijnstiller gebruik zegt niets over mijn pijngrens, noch over hoe sterk of zwak ik ben. Het zegt slechts dat ik er meer dan genoeg van heb en ervoor kies nog enigszins een leven te hebben naast het liggen. Het is mijn keuze, punt!

Fotografie: Maikel van der Beek