Kies ik voor mijn lijf, of kies ik voor mij? Eerder deze week vroeg ik mezelf af wat ík nu eigenlijk wilde. Jarenlang werd ik geleefd door mijn lijf. Balans was ver te zoeken. Grenzen werden al overschreden voor ik ze überhaupt in het vizier had. Iedere poging tot vooruitgang werd afgestraft.
Ik zat gevangen in een cirkel van, ja wat, teveel?
Deed ik teveel?
Of deed ik juist te weinig?
Hield ik mijn klachten zelf in stand?
Ik wist niet meer waar te beginnen.
Hoe en waar het tij te keren.
Ik wist niet meer wat ik aankon,
en ik wist ook niet meer wat ík wilde.
Wat was wijsheid?
De meningen over de omgang met mijn aandoening verschillen nogal. En in ieder advies zit wel enige vorm van logica.
Spieren versterken.
Klinkt logisch.
Mijn gewrichten hebben de neiging te ver door te slaan, om dat te begrenzen is kracht nodig. Ik probeerde het. Roeide alsof mijn leven ervan afhing. Iedere dag.
Als ik iets doe, doe ik het vol overgave. Obsessief bijna.
Doorgaan.
Pijn kun je negeren.
Ik roeide. Ik hoepelde. Ik liep. Als een krakende wagen, maar hé, krakende wagens lopen het langst.
Totdat ik niet meer liep. Mijn lijf stortte in. Iedere dag een beetje meer. En ik, ik kon niet meer. Ik was op. Nee, ik was meer dan op.
Braces dan.
Als mijn innerlijke versterking niet werkte, dan maar met hulp. Ik werd iron woman.
Vingers in de steigers. Polsen ook. Kniebraces, bekkenband. Hoge schoenen, semi orthopedisch. Zolen die corrigeerden. Schouderbrace. Ellebogen in de tape. Nekkraag.
Scootmobiel.
Rolstoel.
De overbelasting bleek mijn lijf in een ijzeren greep te hebben. De enige oplossing (voor mij) leek mijn lijf tot stilstand dwingen.
Liggen. Hele dagen. En nachten.
Kunnen, of niet meer kunnen eigenlijk, nam alles over. Op dat moment viel er niets te willen.
De twijfel sloeg met enige regelmaat toe, natuurlijk. Stelde ik me niet aan? Moest ik niet gewoon? Was het écht niet kunnen?
Maar ik was toch doorgegaan?
Tot ik niet(s) meer kon.
Nu koos ik voor rust.
In de hoop dat ik wél weer kon. Ooit.
Dat ooit, dat duurde even. Geen dagen. Geen weken. Jaren. Maar het moment, dat kwam.
Kies ik voor mijn lijf, of kies ik voor mij?
Ik koos voor mijn lijf.
Ik weet hoe het voelt deze keuze te moeten maken. Ik weet hoe het voelt je vertrouwen te verliezen. Amper nog te durven hopen. Ik weet dat balans tijd kan kosten.
En dat het persoonlijk is, wat voor de een werkt kan een ander juist in de problemen brengen.
Soms heb je geen keuze.
Is er geen willen of kunnen.
Soms kiest je lijf voor jou. Soms is het beter om de boel de boel te laten. Rust kan roesten, maar rust kan ook zorgen voor een nieuw nulpunt. Van waaruit opbouw misschien wél mogelijk is.
Tien jaar geleden koos ik mijn lijf.
En nu mag ik beetje bij beetje weer kiezen voor mij.
