Een paar jaar geleden gaf ik vorm aan een boek met bovenstaande titel. En nu schrijf ik een column met dezelfde kop. Zelfde titel, ander verhaal. Beide paar schoenen waren versleten, maar in het eerste verhaal was daar een noodkreet aan verbonden, terwijl mijn verhaal eerder wonderlijk te noemen is.
Twee jaar geleden kocht ik een paar wandelschoenen. Niet dat ik zo ver wandelde, ik zocht naar stabiliteit. Voor de paar voorzichtige stapjes buiten mijn stoel. Als ik paddestoelen wilde fotograferen bijvoorbeeld. Een paar stappen wilde zetten buiten het gebaande pad. Daar waar mijn rolstoel geen toegang toe had.
Ik was een bezienswaardigheid. De elektrische rolstoel vol in het pad en ik met die wandelschoenen. Een mismatch in het blikveld van de échte wandelaar, bij de anwb winkel. De verwarde blik op hun gezicht, toen ik opstond uit mijn stoel.
Sta op en wandel. Mensen begrijpen vaak niet dat zoiets kan. Zeker niet als je middel van vervoer een elektrische rolstoel is.
Ik kocht ze, die schoenen.
De eerste stap was daarmee gezet, al realiseerde ik me dat toen nog niet.
Ze staan onder de kapstok. Nog wel, want het wonder is geschied. Mijn wandelschoenen zijn versleten. Na die eerste stap volgden er meer. De stappen regen zich voorzichtig aaneen. Van twintig meter tot honderd. En daarvoorbij.
Tussen de stappen was er twijfel. Tussen de stappen was er een soort gevoel van schuld.
Tussen de stappen was er onzekerheid.
Kon ik niet omdat ik niet wilde? Wilde ik niet terwijl ik wel kon?
Het stond er buiten. Buiten het willen en buiten het kunnen. Soms kan er veel en soms kan er niets. En dat kan naast elkaar bestaan. Zoals rollen en lopen ook naast elkaar kunnen bestaan. Behalve in het hoofd van sommigen.
De schoenen zetten stappen. En ik zette ze ook.
En nu zijn ze versleten. Nu neem ik afscheid van die eerste voorzichtigheid. En ga ik door met steeds een stapje meer vertrouwen.
In mijn lijf. En in mijzelf.
Ik zocht naar stabiliteit en vond een nieuwe werkelijkheid. Op mijn versleten schoenen.
