Schuldgevoel, deel zoveel plus één

Het is niet mijn eerste schrijfsel over dit onderwerp en het zal waarschijnlijk ook niet het laatste zijn. Schuldgevoel kent vele gezichten en gedaanten, het nare gevoel dat je tekort schiet is er eentje van. Ik wil ook zo graag gewoon meehelpen in het huishouden. Eh, nou vooral kúnnen meehelpen, met de juiste dosis gezonde tegenzin zeg maar. Ik zou graag meegaan op visite, naar de bios, maar ja, het blijft een kwestie van keuzes maken. Ik voel me daar best schuldig over, dat ik het altijd laat afweten. Soms op het laatste moment, dat is nog vervelender.

Schuldgevoel dat ik vaak moe ben, dat me dingen ontgaan, dat ik dingen vergeet. Ik wil echt wel en doe mijn best, maar mijn brein heeft een andere agenda lijkt het. Schuldgevoel naar wildvreemden, omdat ik niet werk, een uitkeringstrekker ben. Buiten mijn schuld, maar het maakt mijn gevoel er niet anders op. Schuldgevoel omdat ik een dure patiënt ben, ook al is ook dat niet mijn schuld. Gevolgd door de vraag in mijn hoofd, is dat zo, is het niet mijn schuld, moet ik het allemaal wel willen?

En dan nog een andere, een schuldgevoel waar ik me mee laat opzadelen door lotgenoten. Het ‘kun jij dat nog?’, ‘ik kan dat echt niet hoor’. Ik weet zeker dat iedere chronisch zieke ooit in zo’n situatie heeft gezeten. Een mede-kneus die je ietwat verwijtend aankijkt, of op een verwijtend toontje zegt dat dit voor hem of haar toch echt niet mogelijk is. Waarom jij dit dan wel kunt, het gevoel een fraudeur te zijn kruipt via je nek omhoog.

Van de week moest ik met mijn ergotherapeute een lijst invullen met mijn beperkingen voor de aanvraag van de hulphond. De lijst is lang, serieus lang. Ik schrik van het enorme aantal onmogelijkheden dat erop staat. Ik voel me minder beperkt en toch is er geen woord van gelogen. Ik kan in mijn hoofd best veel, ik kan in het echt ook best veel, ik kan het alleen maar heel kort. Én ik kan het omdat ik het wíl. Dat klinkt misschien raar, maar wilskracht moet je niet onderschatten. Nadeel hiervan is dat het kunnen je weer inhaalt. Neem mijn korte stukje fietsen van van de week, daar moet ik nu voor boeten met een onderlijf dat in brand lijkt te staan.

In mijn hoofd spelen zich hele discussies af, alles komt voorbij, van de aloude aanstellerij tot eh, nee, eigenlijk komt het daar voornamelijk op neer. Als een lotgenoot mij met verwijtende blik wijst op het feit dat hij of zij dit toch écht niet kan voel ik mij een aansteller. Iemand die geen recht heeft op de diagnose, op de ‘verworven’ beperkingen, al zijn het er in praktijk vaak meer dan die van de persoon met het vingertje. Ik wil meer dan ik kan. Ik zal altijd meer willen dan ik kan en weet je wat, zo soms dóe ik gewoon. Zonder na te denken over boetes of consequenties. Soms ben ik even mijn oude, impulsieve zelf en waarom ook niet? Ik ben degene die de ‘straf van moeder natuur’ ondergaat.

Ik accepteer de consequenties van mijn misschien stomme en onverstandige acties. Omdat ik lééf, omdat ik soms even schijt heb aan mijn instabiele basis, omdat het gewoon even nodig is. Resultaten uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst, misschien lukt het ooit een keer wel. Als je het niet probeert weet je het nooit…

Make up & more

Bijzonder dagje, mijn vriendin en ik hadden een make over gewonnen bij Schoonheidssalon Odeon, gevolgd door een high tea bij Huis ter West, een echt verwendagje! Vanmorgen meldden wij ons bij Monique voor het opbrengen van onze ‘oorlogskleuren’.

Ik ben normaal niet zo van de make up. Niet dat ik het niet mooi vind hoor, maar het kost tijd en energie en die laatste heb ik niet. Daarnaast red ik dat niet met mijn schouders en handen én smeer ik altijd a-symmetrisch (past wel bij mijn a-symmetrische gezicht, dat dan weer wel). Ik mocht eerst, vriendinlief keek ietwat sceptisch toe hoe ik langzaam veranderde in een vrouw van de wereld. Ik had voor de gelegenheid mijn leuke rokje en jasje mét hakken uit de kast gehaald (voordeel van de rolstoel), zo leek het heel wat. Daarna was het haar beurt en keek ik de truckjes af. Het resultaat mocht er wezen!

Op naar Huis ter West voor een high tea. We begonnen met thee en koffie en taartjes (wat een straf), lekkere taartjes! Ik dacht altijd dat ik geen cheesecake lustte, maar dat had ik mis. Ook de worteltaart en appeltaart waren heerlijk. Een kopje soep (serieus de lekkerste die ik ooit gegeten heb) met stokbrood en kruidenboter en als afsluiter wat sandwiches met carpaccio, brie, filet american en ander lekkers. Teveel voor onze twee persoontjes, maar daar zijn doggy bags voor. Verwennerij ten top!

Na onze high tea nog even een rondje door het winkelcentrum en daarna richting huis. Blijkbaar ben je op hakken in rolstoel een attractie, de mensheid is niet zoveel gewend. Geeft goed aan dat er nog een boel te doen is op het gebied van inclusie. Ook wij zonder functionerende benen willen er graag een beetje leuk bijlopen, eh rollen!

Nu lig ik plat, compleet gesloopt met schokkende pootjes. Tja, dat is de boete voor een ‘day of fun’, mijn niet langer gespierde pootjes leiden een eigen leven, spierspasmes zijn een gevolg van overbelasting. Ik schrik er gelukkig niet meer van en laat ze hun gang maar gaan, beweeg ik toch nog een beetje. Het was een top dag, even weer bijgepraat, ik ben een dankbaar mens!

Vijf jaar

Facebook geeft herinneringen, ik vind dat leuk, lees de reacties en droom even terug naar het moment dat ik het delen waard vond. Uitstapjes, mooie momenten, bijzondere ontmoetingen, het weer, je komt van alles tegen. Zo ook zonet; een gedicht dat ik geschreven heb en de reacties daarop. En dan is daar een reactie die raakt, die een steek door je hart laat gaan op een moment dat je het niet verwachtte.

Even zijn ze terug, even waren ze nog niet in het vliegtuig gestapt, in het verkeerde vliegtuig. Dat vliegtuig dat de eindbestemming niet zou halen. Even stond de wereld weer stil, was ik in gedachten terug naar bijna vijf jaar geleden, toen de wereld anders was. Het leven gaat door, de wereld draait door, alsof er niets gebeurd is bijna, bijna…

De tijd gaat zo hard, het leven gaat verder en ik ook. Ik geloof dat er meer is en ik weet dat ze op me passen daarboven. Ze hebben afscheid genomen, diep in de nacht, gaven me een groet, daar ben ik dankbaar voor; een stukje wit tussen het zwart.

Bijna vijf jaar later, dit jaar neem ik afscheid, laat ik ze gaan. Loslaten en verder gaan, het gaat in kleine stapjes. De steek zal blijven, het gevoel van oneerlijkheid ook, maar het grootste gevoel gaat naar wat ze voor mij betekend hebben. Ik ben dankbaar dat ik ze ontmoet heb, dat ze een rol hebben gespeeld in mijn leven. Een schijnbaar toevallige ontmoeting met grote gevolgen. En ze hebben voor altijd een plekje in mijn hart ❤️.

Vreselijke hoop

Vorige week mocht ik een testbehandelimg ondergaan bij mijn vriendin. Zij is shiatsutherapeute en zet ook naaldjes, ik mocht dus dienen als test stekelvarken. Ik heb al eens eerder acupunctuur ondergaan en wist dus ongeveer wat mij te wachten stond.

Vriendinlief kwam aan huis, daar lig ik het beste en ze startte enthousiast met de gevoelige plekken; de vingertoppen, naast het nagelbed. Fijn was anders, maar je moet er iets voor over hebben. Ze kon aan mijn gezicht zien dat ze de juiste punten raakte; laten we zeggen dat ik van alles omhoog en omlaag voelde schieten in mijn onderrug en benen. Een half uurtje later werd ik weer verlost en gek genoeg voelde ik mij lichter. Niet dat de naaldjes gefungeerd hadden als liposuctie, maar mijn benen voelden losser, alsof er een bepaalde druk afgevallen was.

Ik loop altijd vrij hard van stapel als ik vooruitgang denk te voelen en maakte van de gelegenheid gebruik mijn morfinepleister te verminderen. Hoe minder zooi in het lijf hoe beter en ik blijf altijd proberen mijn gebruik te beperken. Naast mijn stekelvarken kuur heb ik ook een Prednison kuur, ook dat medicijn doet zijn werk. Ik voelde mij eigenlijk direct een stuk beter, dan merk je pas hoeveel invloed al die ontstekingen hebben. Dit warmere weer, de naaldjes, de Prednison, geen idee wat het verschil maakt (of is het de combinatie?) maar het blijkt een goede cocktail.

En dan komt het gevaar dat overmoed heet om de hoek kijken. In mijn hoofd gaat er een knopje om, in mijn hoofd vormt zich hoop. Hoop dat ik nu ‘beter’ wordt, hoop dat ik weer dingen kan ondernemen, hoop dat mijn bindweefsel ineens normaal wordt. Ik weet wel dat het niet zo werkt, maar ik wíl het. Ineens komt dat willetje in volle vaart de hoek om zeilen om vervolgens te struikelen en op zijn snufferd te gaan. Om de hoek stond ‘kunnen’, ‘kunnen’ stond onder een lichtend bord vol ‘hoop’ en ‘willen’ flikkerde er zo tegenaan.

Ik overdrijf, in overdrive. Ik zoek mijn grens en bots. Sierlijk stortte ik gistermiddag na een tocht op mijn scoot (en manlief op de fiets) neer op mijn bedje in de tuin. Mijn benen brandend van het trotseren van ‘de fiets’ (elektrisch weliswaar maar toch). Ik wilde fietsen en ik heb het geflikt, ik heb drie hele kilometers afgelegd. Genoeg voor zadelpijn, wie wist dat zadelpijn zo fijn kon voelen.

Vandaag liep ik volledig overtuigd van mijn nieuwe klachtenvrije bestaan (overdrijven is een vak dat ik zeer goed onder de knie heb) binnen bij dok voor een verwijzing. Daar moest ik een paar minuten blijven staan en daar spatte mijn hervonden lichtende hoop uiteen. Helaas, mijn benen willen me nog steeds niet dragen. Ik zakte door de mand en door mijn hoeven. Inmiddels lig ik weer braaf, een extra pijnstiller om de brandende pijn in mijn bil te dempen. Wat is hoop toch een vreselijk ding…

* De foto’s zijn van gister, Nederland is zo mooi!

Ben ik mijn ziekte?

Een goede vraag zo aan het eind van deze EDS awareness maand.

Ben ik mijn ziekte?

Allereerst zie ik EDS als een aandoening, niet als een ziekte. Dat klinkt misschien raar, maar ik voel mij niet ziek. Ik heb een aandoening en ja, die aandoening beperkt mij in heel veel opzichten, de gevolgen van mijn aandoening zorgen voor pijn, voor vermoeidheid, maar ik ben niet ziek.

Ben ik EDS of heb ik EDS?

EDS heeft een enorme invloed op mijn leven, in alle opzichten en op ieder front. Ik denk dat veel mensen zich niet realiseren hoe het daadwerkelijk is chronisch ziek te zijn. Ik lig het grootste deel van de dag, in de praktijk meestal wel 20/21 uur. In de uren die ik zittend of ‘lopend’ doorbreng zitten douchen, eten en koken. Houd ik energie over, zit er misschien een keer winkelen, boodschappen doen, theedrinken bij een vriendin of knutselen in, maar zelden gecombineerd op dezelfde dag. Mijn agenda is dus al snel vol. Teveel doen op maandag betekent meer plat op dinsdag en woensdag, met een beetje pech ook nog donderdag en vrijdag.

In het zeldzame geval dat ik een dagje uit ga (ja, ook de kneus vind een dagje pretpark of dierentuin leuk) moet ik langer boeten. Het is dus kiezen, altijd, overal. Mijn grenzen zijn zeer snel overschreden en dat ziet een ander (meestal) niet. Ik merk het wel…

De gevolgen van EDS zijn in mijn geval behoorlijk invaliderend. Ik beweeg mij buitenshuis meestal voort in Alex (mijn supersonische elektrische rolstoel met kantel- en bijna ligfunctie). Zie je me lopen dan heb ik een goede dag (of ben ik in zeer eigenwijze staat van zijn, wat weer een boete met zich meebrengt). Thuis lig ik, ondersteund door een lading kussens. Mijn handen en vingers worden ondersteund, net als mijn knieën. Ik heb een trippelstoel voor in huis (al probeer ik daar zoveel mogelijk te lopen), een traplift en een hoog/laag keuken. Dat zijn best wat aanpassingen.

Ik ben beperkt, ik ben gehandicapt, mindervalide, een gevolg van mijn aandoening. Ik ben ‘chronisch ziek, omdat ik niet meer ‘beter’ wordt, maar ik ben niet ziek. Ik ben gewoon ik; een aardig, positief en enthousiast mens. Ik navigeer tussen mijn fysieke grenzen, ik vecht en onderga (afhankelijk van mijn staat van zijn), ik balanceer tussen kunnen en willen, maar ik héb EDS, ik bén niet EDS, gelukkig niet!

Ik doe ertoe!

Ik tel mee, ik doe ertoe, ik mag er zijn… zomaar een aantal zinnen waar ik stiekem toch best moeite mee heb, voor mijzelf. Ik laat me best horen, zo lijkt het althans, maar als het om belangrijke dingen gaat cijfer ik mezelf weg. Ik vind anderen meestal belangrijker dan mijzelf, vind dat andere meningen er meer toe doen. Waarom is dat?

Ik heb best een eigen mening hoor en ik durf die ook best te uiten, maar toch laat ik mij op bepaalde belangrijke momenten soort van ‘overrulen’. Alsof er een advocaat van de duivel staat te schreeuwen over mijn linker schouder ‘overruled!’, het engeltje op rechts trekt zich beschroomd terug en zakt ietwat in elkaar, dat gevoel. Waarom is dat?

Ik heb iets met (of tegen eigenlijk) autoriteit, het maakt dat ik me volledig afsluit en mijn hakken in het zand zet. Het maakt dat ik me klein voel, maar waarom zou ik mij klein moeten voelen? Waarom is dat?

Zomaar wat vragen die vandaag in mijn kop zitten. Waarom vind ik mezelf gewoon nooit goed genoeg, nooit creatief genoeg, nooit leuk genoeg, nooit mooi genoeg? Is het een onderdeel van de tegenwoordige hang naar perfectie? Alles moet mooier, beter. De rimpels van het leven tonen de schoonheid van dat leven, tekenen je. Uiterlijke schoonheid, want ik zou mijn bevochten ervaring niet inruilen voor een paar rimpels minder. En toch is de competitie is in volle gang en ik, met al mijn mankementen, pas niet in dat perfecte plaatje. Middelmatig, zo heb ik mij altijd gevoeld. Ik wil iets presteren, ik wil gewoon ergens de beste in zijn, de competitiedrang komt ergens altijd weer boven.

Ik doe mijn best, ik probeer alle ballen in de lucht te houden en ik weet dat ik faal. Nee, ik dénk dat ik faal. Ik ben een dankbaar mens hoor, een blij mens, een positief mens, een creatief mens, maar ik ben ook een gebroken mens. Ik moet leren mezelf lief te hebben om wie ik ben. Om wat ik doe, want ik doe genoeg, ik ben genoeg.

Ik ben goed genoeg, ik doe ertoe, ik mag er zijn! Misschien moet ik het nog een paar keer herhalen, tot ik het zelf ga geloven…

‘Welkom in het rijk der zieken’

Ik mocht het boek ‘Welkom in het rijk der zieken’ van Hanna Bervoets lezen en er een review over schrijven, waar ik erg dankbaar voor ben!

Het boek vertelt over Clay, Clay heeft Q koorts gehad en heeft daar QVS (Q-koorts VermoeidheidsSyndroom) aan over gehouden. Het boek is eigenlijk opgedeeld in twee verhalen; het verhaal van Clay in de periode na de Q koorts en het verhaal van ‘het rijk der zieken’. Clay worstelt met de gevolgen van ‘de grote koorts’; de vermoeidheid en de pijn in zijn gewrichten. Daarnaast worstelt hij met het feit dat zijn aandoening ‘chronisch’ is. Zoals wij als chronisch zieken heel goed weten zit er een bepaalde oneindigheid aan vast die je zult moeten accepteren. Clay zit in dit proces en is in gevecht met zichzelf.

Dat gevecht vindt plaats in ‘het rijk der zieken’, waar Clay letterlijk geconfronteerd wordt met de ballast van zijn zieke lijf. Hanna beschrijft ontzettend goed hoe je als chronisch zieke je hoofd loskoppelt van je lijf in een poging ermee om te gaan. Door dit deel van het verhaal in een eigen wereld te plaatsen wordt goed duidelijk hoe het acceptatieproces een strijd op zich is.

Daarnaast lees je hoe Clay zich probeert staande te houden in het dagelijks leven. Hoeveel druk de gevolgen van zijn aandoening geven op zijn relatie met Nora en op zijn vriendschappen. Mooi beschreven is zijn contact met Marla; een lotgenoot met een andere aandoening (fibromyalgie). Hanna beschrijft het dubbele gevoel; aan de ene kant is daar de herkenning, maar aan de andere kant is er de twijfel in de gevolgen van de verschillende aandoeningen. Je leest de twijfel in Clay zelf, het ‘stel ik me aan’ en ‘is het wel echt zo erg’, maar je leest ook zijn twijfels richting de aandoening van Marla, van ‘ben ik er niet eigenlijk erger aan toe’ tot ‘je hebt niet eens een echte aandoening’.

Ik vond dit boek een en al herkenning. De frustraties van Clay zijn de mijne, evenals zijn vragen en onzekerheden. Het laat de weg zien van de chronisch zieke, de strijd met de omgeving en het innerlijke gevecht. Ontzettend mooi verpakt in een tweetal door elkaar lopende verhalen. ‘Welkom in het rijk der zielen’ leest heerlijk weg en zet een realistisch beeld weg in een deels fictieve wereld, vol metaforen. Wat mij betreft een aanrader voor iedereen!

‘Welkom in het rijk der zieken’ van Hanna Bervoets kost € 22,50 en is nu verkrijgbaar in de verschillende boekhandels.

‘Back on earth’

‘Dit blog schreef ik vandaag drie jaar geleden. Het geeft zo goed aan waarom EDS op de kaart moet. Er is gelukkig wel iets in gang gezet, maar gister hoorde ik het verhaal van een lotgenoot en daaruit blijkt weer dat we er nog lang niet zijn. Wat mijn klachten betreft is er niet veel veranderd; mei is weer een zeer slechte maand (ook op andere fronten kunnen we wel wat geluk gebruiken). Dit blog geeft de weg weer die ik heb bewandelt, een stukje ervan in ieder geval…

Een filosofische terugblik, met recht… Even ter info, drie jaar geleden kreeg ik mijn kneuzenbus. Het was een hectische periode, met hoge pieken en toch ook wat dieptepuntjes; vooral de hoogtepunten waren fantastisch! De afgelopen week besef ik me pas echt wat ik de afgelopen jaren gemist heb, hoezeer ik me binnen de muren van huis en tuin heb opgesloten. Nou ja, heb opgesloten, het is natuurlijk ook best nogal wat, in vier jaar tijd terugvallen van lopend, werkend, redelijk functionerend, naar bijna volledig platliggend.

Mei 2011, zoals steeds vaker rond deze tijd van het jaar, schakelde mijn systeem zich uit. Totale uitval, niks wilde meer functioneren, mijn hele lijf deed pijn. De artsen wisten ook niet waarom mijn lijf dit deed, het leek een vicieuze circel, aan de opioïden om te kijken of we die cirkel konden doorbreken. Dat leek te lukken, na een paar weken kon ik weer voorzichtig aan het werk. Op vakantie later dit jaar speelden mijn rugklachten weer ernstig op, een nieuwe hernia, zo bleek. Ik was ‘blij’, ik had een stickertje, een ‘bestaande’ diagnose, oftewel de bedrijfsartsen snapten dit. Een poging tot herstel werd ingestart, gedoseerde rust met oefeningen. Ik deed mijn best (doe ik altijd), maar niets hielp. Na een tweede scan werd besloten te opereren. Dat dit bij EDS (toen nog diagnose HMS) niet altijd handig is wist ik niet en de neuroloog blijkbaar ook niet (weer zo’n zeer goede reden waarom EDS op de kaart moet!).

De operatie verliep goed, het herstel niet, al binnen een week begonnen de problemen. Problemen waar mijn fysiotherapeut niet de juiste oplossing voor wist. Doortrainen dus maar, maar ja, dat was niet de goede weg, achteraf. Ik werd slechter, door het vele lopen trokken mijn knieën scheef, wat weer een gevolg had voor mijn heupen en ik leek wel de toren van Pisa (trok alleen niet zoveel mensen 😉). Ik brokkelde sneller af dan dat ik op kon bouwen, wat nu? Op de wachtlijst voor revalidatie. Na negen (!) maanden was ik eindelijk aan de beurt, nu werd het beter, nu ging het goed komen, daar was ik van overtuigd! Ik startte vol goede moed, mijn doel, weer werken! Ik kon het niet meer mis hebben. Pas nu bleek hoeveel roofbouw ik al die jaren op mijn lijf had gepleegd. Ik kon de signalen die mijn lijf afgaf niet herkennen, ik had mijn hoofd losgekoppeld van mijn lastige lijf. Pijn, heeft dat een functie?

Ik ging lopend het revalidatiecentrum in en kwam er in een rolstoel weer uit. Mijn lijf was zwaar overbelast, opbouwen gaat niet op een wankele constructie. Eerst het nulpunt vinden was de conclusie van een jaar revalideren (lees achteruit gaan). Ik heb me gek gezocht naar dat nulpunt, maar vond het maar niet. Wilde het overigens ook niet, veel te confronterend, gewoon doorgaan, dat is de route die ik altijd nam en consequent als ik ben, bleef nemen.

Naar Eindhoven, daar zaten de ‘specialisten’, die kregen mij vast weer op de been. Inmiddels woekerde het littekenweefsel als duizendblad door mijn rug. Ik kreeg er een officiële diagnose bij: radiculair wortelsyndroom (waar ze bij het UWV iets mee kunnen, dat dan weer wel). Dat was het begin van de start van een ander leven, een andere levensstijl, in meer dan één opzicht. Het begin van het vele liggen; om mijn rug enigszins te ontzien moeten de wervels plat. Wanneer mijn wervels rechtop staan is het alsof ik steeds met mijn hoofd tegen een muur aan ram, aldus mijn pijnspecialist. Iedereen snapt dat met je hoofd tegen een muur raggen zeer doet, dat mijn rug hetzelfde principe hanteert snappen de meeste mensen niet. Ik heb redelijk vaak moeten aanhoren dat dat platliggen niet de juiste oplossing zou zijn, niet van de artsen hoor, alhoewel, die riepen het ook, maar snappen het inmiddels wel. Nee ik moest dat horen van mensen die dan het beste met je voor hebben en zich niet onthouden van hún mening over mijn herstel. Inmiddels heb ik geleerd die mening het ene oor in en het andere nog harder weer uit te laten gaan. Ik lig dus, lopen zou nog beter zijn, maar ja, zittend in een rolstoel lopen gaat op de een of andere manier toch echt niet zo goed, raar hoor.

Ik heb inmiddels geaccepteerd dat dit mijn leven is, in de zomer leg ik me er wat makkelijker bij neer (zon, bikini, boekje, buiten) dan met dit pokkeweer (wat ik slechts kan bestempelen als herfst in de lente), maar ach, het wordt vanzelf weer morgen en ooit schijnt de zon. Gekke is dat ik door mijn achteruitgang me heel erg ben gaan beseffen hoe waardevol kleine dingen zijn in dit leven, hoe je moet genieten van de tijd die je gegeven is, met de mensen die ertoe doen. De mensen die oprechte interesse tonen in jóu, die er voor je zijn. En ik heb geleerd dat ook ík ertoe doe, al kan ik fysiek misschien niet zoveel. Ik heb mijn prioriteiten verlegd, ik besef me dat ik een gelukkig mens ben, een tevreden mens, blij met de mogelijkheden die ik heb, blij dat ik dit ook met anderen kan en mag delen. Ik hoop dat ik in dat opzicht een klein lichtpuntje mag zijn in het leven van anderen, een beetje hoop mag bieden ook, kan laten zien dat ook al heb je tegenslagen, het leven ook een fantastische kant heeft!

Het liggen zal blijven, het moeilijk zitten ook, maar mijn leven heeft een enorme vlucht genomen met de komst van mijn bussie, dát heeft het afgelopen weekend me laten zien. De mogelijkheden zijn zo enorm verruimd, ik heb geproefd van een stukje vrijheid, ik heb mogen ervaren hoe het voelt een model te zijn en ik moet zeggen dat vond ik echt super leuk! Ik mocht op een ‘podium’ klimmen en voordragen en ik mocht op de radio. Het was een bizarre week, een achtbaan, en nu is het rust, voor ik me morgen weer stort op het volgende traject.

Top 5

Ik kreeg net een oude Facebook post onder ogen waarin een lijstje stond met dingen die mensen soms tegen een EDS’er zeggen. Eigenlijk geldt het lijstje voor iedere chronisch zieke, want ‘gezonde’ mensen willen nog wel eens ideetje opperen dat jouw gezondheid zou kunnen bevorderen.

Er zijn mensen die echt allergisch zijn voor deze, laat ik zeggen, ‘tips’, maar ik til daar niet zo zwaar aan. Over het algemeen zijn ze goed bedoeld, al kan het soms weleens irritant zijn, zeker omdat mensen zich totaal niet realiseren dat ze jou hiermee eigenlijk tekort doen. Veelal hebben ze geen idee van de ernst van de situatie, simpelweg omdat wij chronisch zieken er erg goed in zijn ons maskertje op te zetten en ons ‘beter’ voor te doen naar de buitenwereld. Gewoon omdat we niet zielig gevonden willen worden en omdat we niet continu onderwerp van gesprek willen zijn. Ik wil een aantal van deze ‘tips’ even vertalen naar mijn wereld.

1 – ‘ik begrijp hoe je je voelt, ik heb laatst mijn enkel verstuikt’

Tja, iedereen heeft weleens een vervelende blessure, of het nu een verzwikte enkel, een verrekking van de banden, een ontsteking in een of ander gewricht of misschien zelfs een hernia (die lijken besmettelijk in mijn omgeving) is. Ik vind dat echt ontzettend vervelend voor die persoon, maar geloof mij, het is niet te vergelijken met mijn situatie. Pas als je én een hernia, én artrose, én verschillende slijmbeurs- en peesontstekingen én zenuwpijn tegelijk hebt kun je je een beetje voorstellen hoe ik mij voel.

Ik heb ooit iemand in mijn omgeving gehad met een peesontsteking in de voet, het was een en al geklaag en daarin werd mij verweten dat ik nooit zoveel pijn kon hebben, dan zou ik namelijk niet meer kunnen functioneren en ik liep vrolijk lachend rond. Die opmerking deed pijn, ik probeer namelijk mensen in mijn omgeving zo min mogelijk lastig te vallen met mijn ‘kwaaltjes’. Het zou een gebed zonder eind worden, het gaat namelijk niet over, er is altijd wel iets en het meeste is blijvend. Ik heb altijd pijn, meer dan de meeste mensen zich kunnen voorstellen, punt. Maar ik draag mijn eigen pijn, meestal in stilte. Klagen is zinloos, huilen ook, het wordt er niet minder door.

2 – ‘je moet in beweging, rust roest’

Eerlijk toegeven, deze vind ik vervelend. Het is een pijnpuntje, ik hield van sporten en baal echt enorm van het feit dat zelfs tien keer mijn been optillen zorgt voor ontstekingen door overbelasting. Denk niet dat ik het niet probeer; ik ben een doorzetter, ik probeer telkens opnieuw (ik lijk Guus Meeuwis wel, en opnieuw en opnieuw), het gaat niet, het wil niet. Ik sta op en val, rust roest, me reet!

3 – ‘beterschap’

Ja, wat moet ik daarmee? Het zit er niet in, ik vat het maar op als ‘ik hoop dat je je snel iets beter voelt’. EDS is niet te genezen, sommige blessures herstellen een beetje, maar het meeste is blijvend, het is chronisch, altijd dus.

4 – ‘pijn is goed, het maakt dat je weet dat je leeft’

Klopt, ik weet dat ik leef. Pijn is goed, ja, pijn maakt je duidelijk dat er een plaats in je lichaam is die jouw aandacht verdient. Ik heb niet alleen chronische pijn, ik heb ook acute pijn. Er is altijd wel ergens een onderdeel ofwel ontstoken ofwel overbelast. Daarnaast is er de pijn die er gewoon is, altijd. Ik weet dat ik leef, daar heb ik geen pijn voor nodig, het is zo’n dooddoener, als je niet weet wat je moet zeggen, zeg dat dan gewoon of zeg niets.

5 – ‘je ziet er niet ziek uit’

Gelukkig niet! Weet je, ook chronisch zieken willen er leuk uit zien. Waarom ook niet? Als ik mij letterlijk neerleg bij hoe ik mij voel trek ik mezelf nog verder naar beneden. Ik ben niet zo van de make up, maar probeer me gewoon een beetje leuk aan te kleden, doe mijn haar en maak het geheel af met een grote glimlach, want ja pijn kan samen gaan met een lach! Mijn verschijning zegt dus niets over hoe ik mij voel (dat zie je pas als ik ‘s avonds mijn masker laat vallen).

Eigenlijk kan ik maar één ding zeggen. Behandel ons zoals je een ander ook behandelt. Vraag me niet hoe het gaat als je het antwoord liever niet wilt horen. Ik ben nog steeds mezelf, ook al is mijn leven misschien anders als het jouwe.

Afgedankt

‘Holle voetstappen weerklinken in de gang als hij richting de deur van de fabriek loopt. De weg lijkt eindeloos, donker, koud. Een knipperende tl-balk wijst hem de weg naar de uitgang. Zijn lege broodtrommel zit in zijn tas, de tas die hij stevig vastklemt tussen zijn trillende handen. Dit is echt de laatste keer dat hij deze weg bewandelt. Ietwat geëmotioneerd kijkt hij om zich heen. Hij laat een opgeruimd bureau achter, de lades zijn leeg. Dat lege bureau is een laatste teken van zijn aanwezigheid. Een leven vol inzet, een hart voor een zaak die niet langer een hart heeft voor zijn werknemers. Geld heeft de mens eindelijk verslagen.’

Het klinkt misschien vaag en onbegrijpelijk voor sommige mensen, maar het is voor veel (oudere) werknemers de harde waarheid. Bijna opgegroeid bij een bedrijf, groot geworden, meegegroeid tot het moment daar was dat jouw inzet niet meer loonde. Letterlijk aan de kant geschoven. Geen manager verspilt nog maar één gedachte aan je. Daar zit je dan, aan het eind van een carrière die toch anders liep dan gedacht. Geen afscheid met een gouden horloge, maar een afscheid met een ‘gouden’ handdruk. Een schop onder je kont richting achterdeur erachteraan. Op weg naar huis word je gegrepen door de onmacht. Wat nu? Een zwart gat is je vooruitzicht.

Thuis zitten, het lijkt de werkenden de hemel en is voor de uitkeringsgerechtigde veelal de hel. Niemand denkt na over het gevoel van nutteloosheid dat je overvalt als je overtallig bent geworden, of afvallig, zoals ik mij zo vaak gevoeld heb. Ik heb het in mijn omgeving zo vaak gezien, werkloosheid, afkeuringen. Het doet iets met iemand. Het maakt onzeker, het slaat de vaste grond onder je voeten weg. We houden te weinig rekening met de mentale gevolgen van het thuis zitten.

De werkenden gaan in de ochtend richting ‘de zaak’, denkend aan wat zij zouden kunnen doen als ze vrij waren. Ik zou echt niet weten waar ik de energie vandaan zou moeten halen om de deur uit te gaan. Ik voel me niet eens in staat naar de supermarkt te gaan. Ik word al moe van het bedenken hoe ik dat zou doen. Ik wil best hoor, ik zou echt willen dat ik de energie had, maar de loodzware deken van vermoeidheid bedekt mij volledig, van mijn mistige hoofd tot mijn pijnlijke, koude tenen. Mijn lijf is zelfs onder twee dekens in onze warme woonkamer koud. Mijn hoofd wil best, maar mijn benen weigeren dienst. Een lastige combinatie kan ik je vertellen, al is de kans groot dat je dat heel goed weet als je mijn pagina volgt.

Het heeft mij jaren gekost het gevoel ‘afgedankt’ te zijn te overwinnen. Ik heb dit gevoel in alle vormen en maten mogen ervaren. In mijn eerste ‘echte’ baan werd ik gebruikt om het archief op orde te krijgen. Mijn hele proeftijd bracht ik door tussen stoffige dossiers maar ik durfde toen nog niet voor mijzelf op te komen. Toen de klus geklaard was hadden ze niet langer behoefte aan de een extra medewerker en kon ik vertrekken. Het geeft je echt een goede start op de arbeidsmarkt zo’n ervaring. Daarna vond ik een leuke baan, eentje met goede vooruitzichten. Ik werkte hard, bleek tot meer in staat dan ik zelf dacht en volgde verschillende opleidingen naast mijn werk. Ik had het naar mijn zin, maar helaas volgde er een reorganisatie. Mijn functie kwam te vervallen. Ze kunnen je nog zo vaak vertellen dat het niet jouw fout is, het laat toch sporen na. Je zelfvertrouwen krijgt een deuk.

Gelukkig vond ik snel een leuke baan, trof ik een top werkgever. Ze hebben mij altijd gesteund tijdens mijn fysieke achteruitgang. Ik heb een aantal opleidingen gevolgd in de hoop toch te kunnen blijven werken, maar helaas dacht mijn lijf er anders over en zo werd ik beroepskneus. Denk hier niet te licht over, je wordt dit niet zomaar. Het vergt moed, doorzettingsvermogen, het kost je letterlijk bloed, zweet en tranen. Je moet veel drempels over, je moet vooroordelen overwinnen, je moet opgewassen zijn tegen ongeloof, je moet voor jezelf leren opkomen en in jezelf geloven. Het is een continu gevecht, tegen jezelf en de wereld om je heen.

Beroepskneus; het ís een baan op zich; een meer dan fulltime baan, zonder vakantie, zonder overwerktoeslag, zonder ATV. Het wordt slecht betaald en kost je vele malen meer dan het oplevert. Wat ik met dit blog wil zeggen is oordeel niet te snel over een situatie waar je geen moer van weet. Ik heb altijd hard gewerkt, inzet getoond, me met hart en ziel ingezet. Sommige dingen overkomen je, soms kost het even tijd, het is niet altijd zo simpel als het lijkt.