de mentale kreukelzone

Ze is er weer, mijn favoriete tv persoonlijkheid, Sophie! Nu met mentale kreukels. Vandaag over werk, komt een burn-out door het werk? Ik heb hier een weloverwogen, aan mijn werkelijkheid getoetste mening over, uiteraard…

Ik ben van mening dat je ook zonder werk onwijs veel stress kunt hebben, zelfs als bijna nietsdoende, liggende kneus heb je ermee te maken. Wat zeg ik, misschien nog wel meer dan als werkende deelnemer van de maatschappij. Als eerste gooi ik in de strijd de bureaucratische instanties die je mega veel stress kunnen bezorgen. Gewoon communiceren of zelfs proberen te communiceren kan hiertoe leiden. Frustratie is misschien wel de grootste oorzaak in deze, niet geloofd worden of het aanlopen tegen de bureaucratische grens van de uitvoerder in kwestie (dan komt zijn of haar frustratie daar ook nog eens bovenop).

Frustratie over je beperkingen kan ook de nodige stress opleveren, je wilt veel en kunt weinig, ik denk dat dat ook een van de grotere punten is. Ik denk trouwens dat dat dus de grootste oorzaak van stress is, ons koppie en de grenzen. Ze zeggen soms je mogelijkheden zijn eindeloos, je kunt alles wat je wilt maar was het maar zo’n feest (of eigenlijk is het misschien maar goed ook dat er grenzen zijn, die geven ook een kader aan). Grenzen kunnen veel stress opleveren, maar ook veel stress schelen, het is dubbel zoals zoveel in het leven.

Ik hoorde de term levensstress vallen en ik denk dat dat het goed aangeeft. Ik werk dus niet meer, maar dit heeft mij meer stress opgeleverd dan een deadline op mijn werk ooit heeft gedaan. Mijn stress bestaat uit het aankijken tegen hele dagen die voor mijn gevoel gevuld zouden moeten zijn met ja, iets en ze zijn grotendeels gevuld met een zinloze leegte. Ik heb het moeten loslaten en dat scheelt de helft, maar nog steeds vind ik het moeilijk me neer te leggen bij het doen van slechts één enkele activiteit.

Je kunt dus enorm gestrest raken van een werkweek van zestig uur, maar geloof mij je kunt misschien nog wel meer gestrest raken van een werkweek van nul uur. Van het aankijken tegen week met één activiteit terwijl je zo graag zoveel meer zou willen doen. Ik mag maar een beperkt aantal dingen plannen in die week en kan bijna in paniek raken als ik zie dat ik daarmee gewoonweg niet uitkom. Ik kan niet én knutselen én afspreken met een vriendin of én naar de dokter voor een afspraak én een bakkie thee doen. En als ik dat wel doe dan pak ik dingen af voor de dag erop (en de dag daarop). Zo kan ik maximaal zeven dingen doen in een week en dat is echt heel weinig, er is geen na werktijd en er is ook geen weekend voor meerdere dingen.

Dus is stress werkgerelateerd? Nee, ik denk dat veel chronisch zieken mentaal een vergelijkbare situatie doormaken. Lullig he, ben je fysiek al de pineut, krijg je de mentale kreukels er gratis bij. Gelukkig ken ik inmiddels mijn mentale kreukelzone 😉.

mijn gezondheidsgids

Vanmorgen ben ik geïnterviewd voor mijn gezondheidsgids, ik heb geprobeerd duidelijk te maken hoe mijn leven met EDS eruit ziet (met een ietwat warrig hoofd blijft het lastig, maar ik het mijn best gedaan). Ik hoop hiermee toch weer wat aandacht gegenereerd te hebben voor EDS (overigens ben ik hiervoor benaderd door de VED (Vereniging Ehlers Danlos) en dat doet mij toch goed, het gevoel dat ze het waarderen wat ik doe en dat vind ik echt geweldig!).

https://www.mijngezondheidsgids.nl/gesprek-martine-ehlers-…/

ik ben…

Een perfectionist, dat was ik zeker, piepend en mauwend over iedere millimeter, elke komma. Hoe frustrerend als je hoofd niet goed meer meewerkt en je achteraf ziet daar je steeds meer fouten maakt. Het zet je wel met je voetjes op de vloer, het zet je op je plaats. Ik was soms ronduit irritant in mijn kommaprecisie, ik probeer iets losser te zijn, ik moet wel.

Beperkt in verfraaiing, de tijd er niet voor en vooral de energie niet meer voor. Je neemt me maar zoals ik ben, kwestie van keuzes maken.

En ja, verzwakt door sterk zijn, jaren van inleveren eisen hun tol. Het is een keer op, het houdt een keer op. Ook ik heb mijn zwakke momenten, al hou ik ze liever voor me.

Het mooie is dat al deze punten omgekeerd je kracht zijn, ik ben sterk, door mijn zwaktes, ik ben mooi in al mijn beperkingen, ik ben perfect gebroken. Ik ben ik, goed zoals ik ben!

17504326_1151468678296265_345059157463995967_o

back to school

Alweer tien jaar geleden liep ik rond op de Fotovakschool. Ik had het fotograferen ontdekt en mocht via mijn werk de basisopleiding gaan doen. Daar zou het bij blijven (dacht ik), ik fotografeerde producten en een beetje kennis van zaken is dan best handig. Thuis liep ik met paps uren langs de sloot om beestjes te ‘vangen’ en op mijn werk ‘ving’ ik alles tussen led’s en computer accessoires.

De opleiding was super, veel kijken naar de vorderingen van mijn mede-klasgenoten en het onder de knie krijgen van de M-stand van mijn (geleende) spiegelreflex camera. Niet lang daarna kocht ik met hulp van paps mijn eigen instap spiegelreflex en een passie was geboren. Samen met een aantal klasgenoten gingen we door naar de vakopleiding en daarna volgde de specialisatie, mode en portret. Maikel en ik deelden een voorkeur voor de ietwat ‘bizarre’ foto’s en kleurden het liefst buiten de lijntjes. Vaak maakten we gebruik van de studio op school om onze ideeën uit te voeren, elkaar gebruikend als model, ook vrienden, collega’s en vage kennissen werden de studio ingesleurd. Leuke tijd!

Ik opende naast mijn werk mijn eigen fotostudio en Maikel en ik hielden contact. Af en toe spraken we af voor het aparte werk, zelfs toen ik fysiek tegen de vlakte ging. Een keer per jaar probeerden we toch nog ergens een verlaten fabriek te vinden om onze fotografische dromen levend te houden. De vorige keer was nu echter al een hele tijd geleden, in 2013 hielden we een shoot in de oude sigarettenfabriek, ik inmiddels in rolstoel.

Eind vorig jaar mailde ik de fotovakschool of we een keer gebruik mochten maken van hun studio en dat mocht! Een eigen studio heb ik al tijden niet meer en buiten is voor mij vaak te zwaar, zeker voor wat we in gedachten hadden. En na maanden plannen, afzeggen en opnieuw plannen was het gisteren eindelijk zover. Ik ben bij mijn schoonzus gaan ‘shoppen’ naar mooie jurken (zij maakt het meeste zelf, echt super mooie creaties!) en onze kapster wilde mee voor mijn haar en make up. Daar gingen we, richting Apeldoorn, de bus volgeladen met zooi. Twee meekijkende, beginnend fotografes zouden ook komen, leuk!

Eerst het haar, in de make-up en we konden ‘los’. Het was genieten, we hebben vreselijk gelachen, even terug naar ‘normaal’, even proberen te vergeten dat je ‘ziek’ bent. Heeft dit consequenties voor de volgende dagen, tuurlijk. Vannacht koorts, nu pijn, maar dat heb ik ervoor over. De eerste foto’s zijn binnen en ik vind ze echt geweldig, ik ben bevoorrecht dat ik dit toch nog af en toe kan en mag doen. Nu een keer niet als fotograaf, maar als heus model, fysiek toch iets beter te doen als zelf een hele avond fotograferen. Voor herhaling vatbaar, een super avond en gelukkig hebben we de foto’s!

het trauma der nosologie

Vorige week woensdag was een grote dag, we hadden de verkiezingen, maar die bedoel ik niet. Vorige week was er een symposium voor EDS, de nieuwe ‘nosologie’ werd bekend gemaakt, oftewel de nieuwe indeling met bijbehorende klachten en gen-defecten. Een ingewikkeld verhaal, waar ik verder niet te diep op in ga. Het komt erop neer dat bij de meeste groepen het gen bekend is, behalve bij ‘mijn’ clubje. Type 3 wordt omgedoopt tot h-EDS, staande voor hypermobile-EDS. Het enige type dat nog steeds klinisch gediagnosticeerd wordt, bij voorkeur bij een Klinisch Geneticus.

Er is al jaren discussie over dit type en het HyperMobiliteitSyndroom (HMS), nu omgedoopt tot HSD (Hypermobile Spectrum Disorder). Gelukkig hebben ze nu zwart op wit gezet dat HSD niet minder erg hoeft te zijn dan h-EDS of andersom. Het verschil is eigenlijk niet echt heel duidelijk, de huid en de erfelijkheid telt zwaar voor h-EDS, maar ook bij HSD lijkt een erfelijkheidsfactor te zijn. Kortom, de artsen zijn er nog niet uit.

Zo, een kleine update betreffende mijn aandoening, maar dat ter info. Ik wilde het hebben over het ‘trauma’ dat ik heb opgelopen door ongeloof, want dit is een steeds terugkerend iets. Zoonlief heeft ook de wondere wereld der artsen en ziekenhuizen betreden, hij heeft helaas wat dat betreft mijn genen meegekregen. En ik ben sceptisch en bang dat hem dezelfde weg te wachten staat die ik heb gelopen (toen liep ik nog). Onzin, want a) hij heeft mij en b) de medische wereld weet steeds meer. Maar toch, hij beweegt zich in hetzelfde vage gebied der hyperdebiliteit en tja, eigenlijk weten ze daar nog steeds niet van de hoed en de rand.

Er wordt mij vaak gezegd dat ik door mijn ervaringen negatief kijk naar artsen. Ik denk dat negatief niet het goede woord is, ben ik sceptisch? Absoluut! En ja, dat komt door mijn verleden, ik heb teveel jaren moeten vechten tegen ongeloof, ben net iets te vaak als aansteller weggezet, heb teveel hulpverleners versleten die het beste met me voor hadden, maar eigenlijk geen flauw idee hadden waar ze mee bezig waren en waar ze mee te maken hadden. Volgens mijn psycholoog is deze ervaring traumatisch geweest. En ik denk dat ze gelijk heeft.

Het is niet zo dat ik iedere arts wantrouw, maar volledig vertrouwen doe ik ze ook niet. Ik lees alles na en denk vervolgens zelf alvorens ik zelf een beslissing neem. Ik ben bang (let wel, ik zeg ik, ik spreek voor mezelf en niet voor een ander!) dat de nieuwe normen meer (of in ieder geval niet minder) onduidelijkheid scheppen, maar ik hoop met heel mijn hart dat ik het mis heb! Ik hoop vooral dat al mijn lotgenoten (en daarin maak ik geen onderscheid tussen h-EDS en HSD) nu eindelijk de behandeling krijgen die ze nodig hebben. Dat we serieus genomen worden en dat artsen straks een keer echt weten waar ze over praten.

Toch is er nog veel te doen, er moet nog steeds veel meer bekendheid komen voor zowel h-EDS als voor HSD. Op de achtergrond ben ik met een aantal mensen aan het nadenken over manieren daarvoor, maar ik denk dat we allemaal ons steentje kunnen bijdragen. Door voor onszelf op te komen, door in ieder geval zelf te weten en te voelen wat wel en niet goed voor ons is en door zelf onze hulpverleners te ‘trainen’.

We zetten stappen, we leren en ik probeer dit ‘trauma’ achter mij te laten, hoe moeilijk ook. Een trauma is zo geboren, maar het is niet zomaar weer weg…

nostalgie

Vanmorgen hielden wij weer onze eigen zondagochtend muziekshow. Zoonlief heeft drumles op school en zou graag een drumstel willen. Dat bracht het gesprek op muziekles bij ons op school. Ik moet zeggen dat ik daar niet geheel zonder kleerscheuren af gekomen ben.

Mijn muziekleraar was een oudere man, dol op zingen, maar dan alleen als je dat ook daadwerkelijk kon. Ik hield van zingen, mijn hele basisschooltijd bracht ik luid blèrend door. Dat het niet helemaal toonvast was, ach daar hield ik mij als overenthousiast kind niet zo mee bezig. Ik hield optredens met zang en dans (en papiermachee rokjes) op school, deed mee aan de bonte avond, zonder gêne, zonder schaamte.

En toen was daar de nieuwe muziekleraar, die een cijfer gaf voor zingen. Die zijn bril scheef zette als je het verprutste. De hele klas (op één na) in de stress, je zit in de pubertijd, je bent op je kwetsbaarst en wordt voor de hele klas op scherp gezet. In mijn hoofd dacht ik slechts ‘laat mij na iemand komen die niet de sterren van de hemel zingt’. Dat ging goed, zij het dat diegene de mond potdicht hield. Toen moest ik, met het zweet in mijn handen en een trillend stemmetje zette ik in op de noten van Pink Floyd, ik ben dus al niet toonvast en de zenuwen maakten het er niet beter op. De bril werd scheef gezet en ik kreeg een vier voor de moeite…

Nou èn zou je denken, maar het heeft een enorme invloed gehad op mijn verdere leven. Niet dat ik zonder deze afgang me ooit opgeven zou hebben voor ‘The Voice’, maar ik durfde mijn mond niet meer open te doen als er muzikale tonen aan te pas kwamen. Zelfs niet op een verjaardag, het valse kraai effect was geboren. Na de Havo ging ik naar de Pabo, het ging best ok. Ik haalde prima cijfers tot het probleem muziekles zich aandiende, we moesten solo, kleuters zong je als een ware rattenvanger naar je toe. Nooit, dacht ik, de valse rattenvangster hield de kaken stijf op elkaar.

De volgende muziekles was ik ziek en die erop ook. Het was het begin van het einde, ook tijdens de stage hield ik mijn zangnoten binnen. Ik ben kampioen in omwegen verzinnen. maar bij de stage controle viel ik door de mand. Geen muziekles gegeven, geen noot gezongen. ik begon te spijbelen en stopte uiteindelijk met de Pabo. Zo groot is de invloed van zo’n ogenschijnlijk kleine gebeurtenis.

Inmiddels (30 jaar verder) heb ik het los gelaten, ik zing wanneer ik wil, de kraai is los. Wil je me niet horen doe je maar oordoppen in. Ik heb geen zoetgevooisde stem, ben geen Whitney, Houston, zelfs geen derderangs, maar ik hou van muziek en kweel heerlijk mee. Arme buren, soms moet het even, de rattenvanger is eindelijk los van haar verleden!

da’s pech, monteur (op) weg

Tja, daar sta (eh zit) je dan. Gelukkig op een terrasje met lekker lenteweer, maar mijn rug is er wel klaar mee. Alex is kaduuk, hij kreeg kuren, zijn lampjes knipperden vrij enthousiast, maar gingen halverwege in hoog tempo omlaag, dat is vaak geen goed teken.

Even bij het begin beginnen, gisteren werkte ik met een van mijn vriendinnen aan mijn volgende boek (heel groot project). We besloten even te lunchen in het dorp, lekker weer, even eruit. Zo gezegd, zo gedaan, Alex was opgeladen, ik ook redelijk, gezellig! We vertrokken richting centrum en de lampjes daalden van groen naar oranje. Dat is raar, hij kwam net van de lader af, nog nooit gebeurd, oranje werd rood en rood werd donkerrood (dat wil zeggen nog één rood lampje van de drie). Ik ging steeds harder billenknijpen en hoopte dat we het dorp zouden halen.

Terwijl we het terras opreden dacht Alex dat is ver genoeg. Gelukkig waren wij geïnstalleerd met een drankje en de menukaart. Eerst de storingsdienst gebeld, uitgelegd waar we zaten (op het terras, het enige blondje in een elro) en wat het probleem was. Gelukkig was er een monteur in de buurt en die kwam een kleine drie kwartier later. Het probleem was vrij snel duidelijk, de accu’s waren beide aan hun eind gekomen. Daar moesten nieuwen in alvorens ik weer richting huis kon. Er werd gebeld met collega’s en de dichtstbijzijnde bus met volle batterijen bevond zich twintig minuten verderop. De monteur op weg en voor mij begon het wachten.

Mijn vriendin moest weer op pad en ik zat aan het pad van het pad… bestelde mij nog maar een kopje thee, maakte her en der een praatje met een voorbijganger en wachtte en wachtte en wachtte (wachten duurt best lang voor je gevoel). Met een zere bips van de rieten stoel (mijn achterwerk is een ietwat luxere variant gewend) en een zere rug van het zitten begon ik mij in ietwat vreemde houdingen te wringen. Op dat moment zag ik licht aan de horizon in de vorm van Harm, ‘mijn’ monteur, daar was hij weer met twee nieuwe accu’s op zijn rug. Binnen tien minuten was het klusje geklaard en was ik op weg terug naar huis.

Op zo’n moment dringt pas echt tot je door hoe kwetsbaar je bent, ik loop niet meer eventjes naar de winkel, ik zit vast op het terras. Gelukkig in de zon, maar je kunt het ook anders treffen. Chapeau voor RSR, de storingsdienst kwam me snel redden, ik ben ze dankbaar. Zonder hen ben ik met pech nergens! Dat besef komt best aan, maar toen ik vandaag met Alex naar het stembureau reed in de zon voelde ik vooral dankbaarheid. Na al die maanden binnen lonkt buiten harder dan ooit. Ik ben weer mobiel en ik race weer vrolijk rond!

de stoel of je leven

Vanmorgen las ik een stukje over de overstap van lopen naar in de rolstoel. Het klinkt zo simpel, lopen gaat niet meer zo goed, dus de rolstoel komt in zicht. Theoretisch makkelijk bedacht, praktisch oh zo ingewikkeld.

Ik zal uitleggen waarom. In je hoofd kun je vaak meer dan in de praktijk. Ik kon een jaar of vijf geleden nog best winkelen, vond ik. Dat ik bij iedere winkel moest gaan zitten vergat ik voor het gemak. Daar verzon ik excuses voor; ik moet toch wachten, kan ik net zo goed even gaan zitten. Dat ik dat móest omdat staan na lopen echt niet meer ging negeerde ik. Hetzelfde gold bij pretparken, dierentuinen en rondjes in het park. De looptijd werd steeds minder en de rustpunten steeds meer. Ik liep even ver als mijn Oma van 85, nam het liefst de rollator over, maar nee hoor, lopen kon ik nog prima!

Ergens komt de twijfel in je hoofd, ergens komt het moment dat je stiekem op de computer gaat zoeken naar de lelijkheid van de rolstoel (nu komt de overgangsfase, ze zijn in je ogen nog lomp en lelijk, maar langzaam zie je ze mooier worden). Er zijn nog steeds meer argumenten tegen dan voor, maar je kijkt ernaar. Je ziet ze steeds meer en langzaam maar zeker helt de twijfel over, moet ik niet toch? Je houdt jezelf nog tegen, nee, ik ben veel te ‘goed’ voor die stoel, ik loop toch nog? Ik heb toch zeker een jaar in deze fase gebivakkeerd, ik had die stoel niet nodig (al keek ik stiekem wel naar de mooie, hippe stoel van mijn buurvrouw in het revalidatie centrum), ik liep nog best.

Mijn knieën ontspoorden steeds vaker, mijn heupen draaiden zeer vrouwelijk in de rondte, maar de pijn veroverde langzaam maar zeker de lol in het lopen. Ik kon niet meer, het ging niet meer én ik wilde dit niet meer. Mijn blik ging om, Google liet mij de mooie kanten van het rollen zien en ík ging om. Ik ga nooit in een rolstoel veranderde in misschien toch… ooit. Dat was een keerpunt, ik ging kijken en testen. Met manlief, want ook voor hem was dit een grote stap. Ook hij testte mee, voelde mee en haalde mij over het toch te doen. Gesprekken met ergo, met fysio, met de arts en de gemeente en mijn eerste stoel was in bestelling.

Ok, ik keek nog een beetje teveel naar mooi in plaats van praktisch, maar het is een proces. In de loop van het jaar werden dingen aangepast, een ander zitkussen, een andere rug, ik werd één met mijn stoel, mijn stoel werd een onderdeel van mij. En wat was ik er gelukkig mee! De eerste keer is eng, heel eng! Hoe reageert je omgeving? Ik had ze voorbereid, het hele proces heb ik gedeeld via Facebook en gelukkig nam iedereen het goed op. Het is geen zoektocht naar aandacht, het is het meeleven met jou in een zeer kwetsbaar proces. Als mensen dat niet inzien horen ze niet in je leven, punt!

Inmiddels is mijn mooie Quicky op de reservebank beland en heeft Alex hem ingehaald. Je kunt het mentaal beter aan als het gefaseerd gaat, ik was toen niet toe aan gemotoriseerd vervoer en nu wil ik niet meer zonder, het went. Ik loop nog steeds, het zijn kleine stukjes, maar inmiddels hoop en denk ik andersom. Ik wil graag met mijn braces weer iets meer kunnen lopen. Of het me gaat lukken, geen idee, ik doe mijn best, we shall see. Als je me de ene dag ziet lopen, zegt dat niets over de volgende. En zo werkt dat ook voor veel van mijn lotgenoten, soms loopt het en soms ook niet, letterlijk.

Uiteindelijk komt het weer neer op de angst voor het oordeel, het is vaak de angst die je tegenhoudt. Luister naar jezelf, voel, je weet diep van binnen wanneer de tijd daar is. Probeer het eens, ik geef toe, de tijd die ze je geven in een lompe leenstoel is vreselijk, maar het is wel een leerstoel 😉, als je die overleeft hebt is de overschakeling naar je echte, eigen stoel een makkie. Een rolstoel is niet het eind van de wereld, het kan goed het begin zijn, je wereld wordt eindelijk weer iets groter!

de oorlog in mijn lijf

Hoe kun je nu het beste beschrijven hoe je je voelt, hoe beschrijf je het gevoel dat je lijf je in de steek laat. Niet één keer, maar steeds opnieuw. Het is een constant gevecht, je geest tegen je lijf, je lijf tegen je geest. Geen echt begin en ook geen eind. Slechts een staat van zijn…

De oorlog in mijn lijf, het klinkt heftig en dat is het ook. Mijn lijf is altijd in een soort van stress modus, vluchten of vechten zeggen ze dan. Spieren zijn altijd gespannen, als je ze loslaat gaan ze hun eigen weg. Mijn knieën wandelen naar de buitenkant (eigenwijs als ze zijn) terwijl mijn enkels liever naar binnen gaan. Het resultaat is dat ik mijn benen altijd tegen elkaar klem, wandelen doen ze maar in hun eigen tijd.

Dat klemmen kost kracht (eigenlijk zou je verwachten dat ik mega spierkracht zou hebben, maar ook daar heeft mijn natuur een stokje voor gestoken), kracht kost energie en energie, dat heb ik nie(t). Dat neemt trouwens serieuze vormen aan. Vanmorgen moest ik mijn rolstoel zes keer opnieuw opmeten omdat ik de maten vergat zo gauw ik me omdraaide om ze op te schrijven. Er vallen gaten in mijn hersenen en die worden opgevuld met een wazig niets (ik staar dan ook mistroostig in een wazige wereld van niets voor mij uit).

Dit alles is de boete van het uurtje trainen, het heeft meer impact dan ik dacht. Terwijl ik dit schrijf moet ik iedere zin teruglezen (en om te lezen wat ik ook alweer schreef en om de autocorrectie in de gaten te houden, want die maakt een sprookje van mijn verhaal met eigen inbreng). Vergeef me mijn fouten, deze mierenneuker (ik was altijd een vreselijke pietlut) is met pensioen, soort van. Mijn kop krijgt het niet meer rondgebreid, maar ik doe mijn best. Zie je, zelfs mijn hoofd is in oorlog met mij.

Ik heb grenzen overschreden en onder de consequenties geleden. Helaas waren de consequenties van blijvende aard. Daarom blijf ik dit zeggen, hyperdebiele jongelui, pas op jezelf, doe niet wat ik deed, leer van de oorlog in mij. Blijf binnen je grens, soms is het beter te leren van de fouten van een ander.

Ik wil nog even iets anders aanstippen in dit blog; er is mij ter ore gekomen dat een aantal dappere lotgenoten zijn gespot bij de mis (s) verkiezing van Lucille Werner! Ik wens ze alle succes, EDS moet op de kaart, go for it! Laten wij laten zien dat we de moeite waard zijn en dat wij zeker een plek verdienen in deze maatschappij!

in therapie

Ik ben weer in therapie, fysiek dit keer, mentaal heb ik mezelf dik in orde bevonden. Ik heb veel mentale issues overwonnen en mijn lijf vijf jaar rust gegeven. Ik heb in die jaren stabiliteit terug verworven, ik heb het absolute nulpunt uiteindelijk dan toch bereikt en op en stabiele basis kun je in theorie bouwen, dus begin ik aan poging weet ik hoeveel.

Een week of wat geleden begon mijn zoektocht naar dé therapeut. Iemand die weet wat EDS is en inhoudt, die luistert en open staat voor anders denken. Ik heb haar gevonden en ze denkt niet alleen mee, ze zoekt ook mee naar ideeën, naar oplossingen. Zo ben ik samen met zoonlief in therapie, gezellig en noodzakelijk, voor beiden.

Vandaag was voor mij de derde keer, ik probeer mijn eigenwijzigheid dit keer te beteugelen. Ik probeer binnen de lijntjes van mijn grenzen te kleuren (voor ze mij weer bont en blauw kleuren) en dat is dan direct een soort van mentale therapie. Een fikse mentale therapie eigenlijk, want met mijn eigenwijzigheid heb ik veel verkloot.

Het grootste probleem is mijn enthousiasme, ik wil zo ontzettend graag! Eigenlijk gaat dat mijn hele leven al zo, ik wil en ik wil meteen. Ik waan mij al snel super woman, zie mogelijkheden, overal. Ik heb ooit keyboardles gevolgd, maar wilde niet beginnen met saaie riedeltjes, ik wilde de top 40 in en wel direct. Zonder basis, zonder saaie noten, gewoon hoppakee gaan. Dat heb ik dus nog steeds, maar zo werkt het niet, het vergt geduld, heel veel geduld.

Je zou zeggen je hebt vijf jaar stil liggend geoefend, dat moet je onder de knie hebben, maar het blijkt toch nog weer lastig. Vandaag was een grote oefening op dit mentale front, even groot als op fysiek vlak. Ik zet grote stappen al lijken ze klein. In een uur mag ik tien keer een minuut fietsen, op geen weerstand (eh zonder dus), op laag (zeer laag) tempo en met de nodige rust tussendoor. Na een half uur voor mij fikse inspanning had ik maar liefst één hele kilo calorie verbrand aldus het martelapparaat. Verder mag ik drie keer 50 meter wandelen op de loopband, mezelf in balans houdend door me vast te houden en wederom met pauzes. En ik doe drie sessies van tien buikspieroefeningen.

Vooral het lopen was een mentale uitdaging. Je wordt met je neus op de feiten gedrukt, 50 meter is niets, mijn tempo is niets en na deze exercitie zijn mijn benen pap. Moet ik zitten met een zere heup en zere knieën, en het allerergste? Ik kan niet meer nadenken. Ik kan de startknop niet vinden in mijn hoofd, die is verborgen in een laag dichte mist. Zoveel invloed heeft fysieke inspanning op mij.

Op dit moment lig ik plat, ik ben kapot, ik heb het gevoel een triatlon achter de rug te hebben, maar ik heb hem gewonnen, overwonnen. Ik heb de startknop gevonden, ik ben weer in training en al lijkt het niets, al is het een druppel in een (nog) lege emmer, het is dé druppel, dé eerste druppel van ik hoop vele. Het is een begin, een start, er is weer een beetje hoop, echte hoop, reële hoop.

Ik ben in training!